De Sabbatsjaren

gedenken

van 2016

2023  2030  2037  2044

 

De vloek breken door gehoorzaamheid

 

 

Jesaja 49:16

Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,

uw muren zijn steeds vóór mij

  

Door

Joseph F. Dumond

5 “Zie, Ik zend tot u de profeet Elijahoe (Elia), voordat de dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende dag. 6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.”

(Maleachi 4:5-6)

16 “en hij zal vele van de Israëlieten bekeren tot ???? hun Elohim. 17 En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elijahoe (Elia), om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor ???? een toegerust volk gereed te maken.” (Lukas 1:16-17)

3 “Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van ???? , maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze Elohim! 4 Alle dalen zullen verhoogd worden, alle bergen en heuvels zullen verlaagd worden; wat krom is, zal recht worden; wat rotsachtig is, zal tot een vlakte worden. 5 De heerlijkheid van ???? zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van ???? heeft gesproken.” (Jesaja 40:3-5)

19 “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van ????, 20 en Hij ????? de Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. 21 Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover Elohim gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. 22 Want Moshe (Mozes) heeft tegen de vaderen gezegd:  ????, uw Elohim, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. 23 En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. 24 En ook al de profeten vanaf Shemu’el (Samuel) en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd.” (Handelingen 3:19-24)

25 “Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden1 en de wet2 te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.” (Daniël 7:25) (Voetnoten: 1 Dit is een ander woord voor feesten. 2 De wet veranderen is een vorm van wetteloosheid)

Velen zien een toekomstige afgedwongen wet op de zondagsviering als vervulling van deze profetie. Wat ze niet beseffen is dat dit al heeft plaatsgevonden. De Feesten en Festivals (bepaalde tijden) zijn al veranderd en de wetten om ze te houden bevorderen en veroorzaken al wetteloosheid. Wat je in dit boek gaat lezen zal schokkend voor je zijn.

Satan heeft de wetten van Yehovah al veranderd en de meeste mensen hebben daar geen idee of besef van. Dit boek getuigt van de terugkeer naar de oorspronkelijke Torah voor hen die oren hebben om te horen en ogen om te zien. Dit omvat onder andere:

  • Het herstel van alle
  • Het herstel van de sabbat.
  • Het herstel van de sabbatsjaren en jubeljaren.
  • Het herstel van de feestdagen zoals aangegeven in Leviticus 23.

Dit fenomeen is niet het werk geweest van één mens, maar van vele gedurende een periode van vele jaren. Ik durf de bewering aan dat de geest van Elia vanwege Yehovah op hen heeft gerust en door hen heeft gesproken. Van alles wat ik in dit boek ter sprake zal brengen hoop ik van harte dat het op krachtige wijze zal illustreren wat de dwalingen van onze (voor)vaderen zijn en hoe die zijn ontstaan. Ik hoop tevens uitgebreid en grondig aan te tonen wat de Torah werkelijk aanreikt als het erom gaat die dwalingen ongedaan te maken en daar een juist begrip voor in de plaats te zetten. Ik wil je niet alleen een stevig fundament aanreiken om het hart van de Torah te kunnen bevatten, maar ook een stevige basis waar het erom gaat te groeien in inzicht hoe de Torah te volgen en wat dat precies allemaal inhoudt.

Voor mijzelf betekent dat bijvoorbeeld, dat, waar ik ooit geloofde dat de Naam van de Schepper God moest worden uitgesproken als Yahweh, ik er nu van overtuigd ben dat Zijn Naam Yehovah is. Niettemin weet ik dat vele anderen geloven dat Zijn Naam gevonden wordt in een brede variatie aan andere spellingen en uitspraken. Dit als direct gevolg van het feit dat onze broeder Juda ervoor kiest Zijn heilige Naam in het geheel niet uit te spreken, maar in plaats daarvan HaShem (De Naam) te zeggen.

Oorspronkelijk was ik van plan alleen de Hebreeuwse spelling van Zijn Naam  “????“ te gebruiken om niemand te kwetsen, maar nadat ik het boek van Nehemia Gordon – Shattering the Conspiricy of Silence (de Samenzwering van Stilte Verbreken) – had gelezen, realiseerde ik me dat ik dan nog steeds schuldig zou zijn aan het verbergen van Zijn Naam, voor zover het mij gegeven is die te begrijpen. Zodra ons iets wordt duidelijk gemaakt, moeten we daar ook trouw aan zijn in ons leven. Daar niet trouw aan zijn of het verbergen is een zonde.

Bovendien was ik bijzonder geraakt door Gordons boek en wil ik niet langer een “mede-samenzweerder” zijn door de machtige Naam van de Schepper te verbergen. Het is goed om díe versie van Zijn Naam te gebruiken waarvan je overtuigd bent dat het de juiste is. Wat mij betreft zal ik in dit boek Yehovah gebruiken, behalve bij aanhalingen uit een bepaalde Bijbelvertaling (bijvoorbeeld de Herziene Statenvertaling 2010) of een aanhaling van iemand anders die een andere versie van Zijn Naam gebruikt. Daarbuiten zal ik niet van deze lijn afwijken.

Ons wordt in Psalmen voorgehouden, dat, als we de Naam van Yehovah vergeten en daarvoor in de plaats een andere naam gebruiken, Hij ons hart zal onderzoeken om erachter te komen met wie wij proberen te communiceren.

21 Als wij de Naam van onze Elohim hadden vergeten en onze handen hadden uitgebreid naar een vreemde god, 22 zou Elohim dat niet onderzoeken? Want Hij weet wat er in het hart verborgen ligt. (Psalm 44:21-22)

In 1 Korinthe wordt ons voorgehouden:

10 De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van Elohim. (1 Korinthe 2:10)

 

Ik wil niet dat er over Zijn bijzondere en apart gezette (heilige) Naam wordt getwist, maar heb kort geleden besloten om niet langer geheim te houden wat ik geloof over Zijn heerlijke Naam. Ons wordt opgedragen Zijn Naam aan te roepen. Als we die niet kennen, kunnen we die ook niet aanroepen. Ik heb me ook ten doel gesteld in dit boek alleen de waarheden die Yehovah mij heeft geopenbaard weer te geven en te bewijzen. Het is niet mijn bedoeling om respectloos te spreken over een bediening, een leraar of een groep mensen die juist díe zaken geloven die ik als vals ontmasker. Stel dat Yehovah “waarheden” bekend zou maken – zoals wat ik in dit boek uiteen ga zetten – en die zouden er toe leiden dat je geestelijk terug zou keren tot de leugens die je vroeger geloofde, dan is dat ronduit slecht. Test en beproef dus mijn woorden. En als je dat hebt gedaan en ze waar hebt bevonden, gehoorzaam ze dan. Mag de Schepper Yehovah Zelf je leiden in de bestudering van deze waarheden. En zoals mijn website duidelijk stelt: Toets alle dingen ….  en ….

Ik, Joseph F. Dumond, ben geboren in 1958 en Rooms Katholiek opgevoed. In 1978 trouwde ik, na te zijn geslaagd aan de Orangeville High School in Ontario, Canada, met de schoolliefde van mijn leven, Barbara. We kregen een dochter in 1981, een zoon in 1982 en later, in 1990, nog een zoon.

In 1982 hoorde ik via mijn autoradio ’s-avonds laat voor het eerst Herbert Armstrong onderwijs geven over de sabbat, toen ik op weg was naar werk in Oost Ontario. Een paar dagen later luisterde ik weer naar hem, toen ik op weg was naar huis na mijn werk. Ik vroeg materiaal aan omdat ik me verplicht voelde te bewijzen dat hij ongelijk had over de sabbat. Ik werkte zeven dagen per week als opzichter over mensen die werkten aan een gaspijpleiding. Het was onmogelijk een dag vrij te nemen om op zaterdag naar de kerk te gaan. Maar uiteindelijk, na zes maanden onafgebroken studeren, kon ik er niet meer omheen: Yehovah is er altijd volkomen helder over geweest dat wij allemaal de sabbat zouden moeten houden. Ik kon niet anders meer dan tot de conclusie komen dat de sabbat, de zevende dag, (zaterdag) nooit was veranderd en dat de Rooms Katholieke Kerk er verantwoordelijk voor was dat de sabbat zaterdag was veranderd in de zondag – een valse sabbat die door alle Christelijke kerken nog steeds gehouden wordt, ook nadat zij het Rooms Katholieke juk van zich afgeworpen hebben.

Zodra Yehovah een deur opende, nam ik deel aan de samenkomsten van de Worldwide Church of God en niet lang daarna hoorde ik over de Feesttijden. Doordat ik over deze feesten – die zonder uitzondering te vinden zijn in Leviticus 23 – hoorde, leerde ik van het goddelijk geïnspireerde plan van Yehovah met de mensheid en hoe dit allemaal in elkaar paste. Daarna dacht ik geruime tijd dat ik Zijn plan wel in zijn geheel kende, tot ik de sabbatsjaren begon te begrijpen – zowel verleden als toekomst. Het laatste sabbatsjaar duurde van Aviv (Maart-April) 2009 tot Aviv 2010. Dat was ook het eerste sabbatsjaar dat ik ooit heb gehouden.

Vanaf dat moment begon ik elke week serieus te studeren en regelmatig naar de kerk te gaan (van 1982 tot 1994). Toen voelde ik me gedwongen de Worldwide Church of God te verlaten, omdat ze – ergens onderweg – steeds meer op de Rooms Katholieke Kerk gingen lijken, die ik in 1982 al verlaten had. In deze tijd werd mij ook verteld dat alles wat de Worldwide Church of God mij geleerd had “verkeerd” was.

Daarom bezocht ik de volgende twee jaar geen enkele kerk meer en ging weer zeven dagen per week werken. Maar in 1996 voelde ik, terwijl de Feesten snel dichterbij kwamen, een diep verlangen om opnieuw de sabbat en de Feesten te gaan houden. Maar ik had in de verste verte geen idee waar ik heen kon of wie ik erover kon vragen, dus begon ik maar met de Feesttijden te houden door mijn auto ergens aan het eind van een doodlopende weg te parkeren en daar te bidden en Yehovah met heel mijn hart aan te roepen.

In die tijd moest ik alles wat ik tot op dat moment als waarheid had omarmd opnieuw overdenken. En dat moest zonder enige kerkelijke literatuur van welke groep dan ook, zonder voorgekauwde preken of geleerde lezingen. Ik moest de sabbat bewijzen uit de Bijbel zelf en uit andere geloofwaardige bronnen, zoals encyclopedieën. Terwijl ik daar intens mee bezig was, hoorde ik van de Ark van Noach, de doortocht door de Rietzee, Jabal Al Lawz in Saoedi Arabië, de echte berg Sinaï en vele andere zaken die in mij een onverzadigbaar geestelijk verlangen wekten om alles wat de Bijbel beweerde als waar te bewijzen.

Een paar jaar later, in september 2001, volgde de aanslagen op het World Trade Centre en vreesde ik dat er oorlog uit zou breken. Maar ik had geen idee welk antwoord wij als individuen of als natie hierop zouden kunnen of zouden moeten geven. Ik hield het niet langer uit en belde een paar vrienden die mij vertelden dat zij de United Church of God bezochten – één van de vele splintergroepen die waren ontstaan uit het uiteenvallen van de Worldwide Church of God. Er zijn inmiddels meer dan 800 Church of God groeperingen, die natuurlijk allemaal beweren de enige “ware” kerk te zijn.

Toen ik de United begon te bezoeken was mijn zoektocht naar de waarheid echter alles behalve voorbij. Ik bleef zonder onderbreking verder zoeken en alles nauwgezet onderzoeken. Met behulp van het Internet, dat net door zijn kinderziektes heen begon te raken, werd het ieder volgend jaar makkelijker om de informatie op te graven waar mijn ziel zo wanhopig naar op zoek was. In deze tijd begon ik korte artikelen te schrijven voor het United Good News (Goed Nieuws) magazine, dat al een wereldwijde lezerskring had gevormd, bestaande uit voornamelijk United Church of God broeders. Daardoor begon ik de “macht van de pen” in te zien en ging ik op meer regelmatige basis artikelen schrijven voor United. In die tijd begonnen ze me erop voor te bereiden ouderling in de kerk te worden.

Maar in 2004 drong het tot me door dat mijn groei tot stilstand was gekomen. Ik stagneerde geestelijk en er was zonde in mijn hart, die ik probeerde te rechtvaardigen en te excuseren. In december 2004 somde ik in een artikel al mijn zonden op en las dat artikel in zijn geheel voor aan mijn toenmalige pastor. Ik besloot vastberaden nooit meer op mijn oude paden terug te keren. Ik deed hetzelfde wat Daniël had gedaan toen hij de zonden van Israël bekende met als enige verschil dat ik mijn eigen zonden opbiechtte.

Direct daarna hoorde ik van de Zichtbare Maan – als alternatief voor de Conjunctie Maan – als de Bijbelse manier van het bepalen van elke nieuwe maand. Dit was voor mij een belangrijk keerpunt, vooral als je bedenkt hoe groot het gewicht is van de keuze waar je voor staat. Een slechte keus kan de kalender van de Feesttijden veranderen. Voor mij betekent dat hetzelfde als wanneer je de sabbat op een zondag zou vieren. Als je de feesttijden op verkeerde dagen zou vieren, zou je nog steeds het doel missen, met andere woorden: zondigen.

Maar ik had nog geen Bijbels bewijs gekregen.

Zelfs nadat ik mezelf een enorme hoeveelheid leesmateriaal en intense studie had opgelegd, kon ik nog steeds niet bewijzen wat de juiste visie was. Dus trok ik mij terug in gebed. Binnen een paar dagen sprongen de Bijbelpassages me bijna van de bladzijden tegemoet en gaven ze me een direct antwoord op deze vraag. Het antwoord dat ik had gezocht stond in Jesaja 7 en Openbaring 12. Maar dat antwoord was tegelijk een test voor mij. Met de hulp van de Heilige Geest had ik voor mezelf zonder ook maar de minste twijfel bewezen dat de Zichtbare Maan DE maan moest zijn die bepaalt wanneer de Feesttijden gehouden moeten worden. Maar Pesach 2005 stond voor de deur toen er een conflict ontstond. Er was een verschil van 30 dagen tussen de Zichtbare Maan kalender en de Hebreeuwse kalender die de meeste groeperingen nu nog steeds gebruiken. Ik raakte daardoor behoorlijk van streek, omdat ik had gehoopt dat, als ik de Zichtbare Maan kalender zou houden, dat bijna ongemerkt aan de United Church of God broeders, die de Hebreeuwse ofwel Conjunctie Maan kalender houden, voorbij zou gaan.

Omdat ik nog niet 100% zeker was, hield ik dat jaar beide kalenders om te zien wat het resultaat zou zijn. Het aanhouden van de Conjunctie Maan (de Hebreeuwse kalender) was berekend op dertig dagen na de Zichtbare Maan kalender. Dus Pesach en de Dagen (het Feest) van de Ongezuurde Broden – volgens het rijp zijn van de gerst en de zichtbare nieuwe maan – zouden een maand vroeger vallen dan de Hebreeuwse of Conjunctie Maan berekende kalender aangaf.

Zodra ik Pesach hield volgens de Zichtbare Maan kalender, gaf de Heilige Geest mij de openbaring over de Sabbatsjaren en de Jubeljaren en hun verband met de vloekuitspraken van Leviticus 26. Ik kon het nauwelijks geloven, maar ik kon het evenmin afwijzen of als vals bewijzen.

Ik begon instinctief al mijn aantekeningen uit te werken volgens wat ik aan het ontdekken was. Dat was geen toeval, want die notities zouden later een integraal deel uitmaken van de nieuwsbrieven op mijn website. Terwijl ik daarmee bezig was begon ik onweerlegbaar bewijs te zien dat overal om mij heen de vervloekingen van Leviticus 26 aan het gebeuren waren, en ik dacht ondertussen dat ik het me allemaal verbeeldde. Ik was ten slotte geen theoloog, geen geleerde of eschatoloog. Evenmin was ik pastor, priester of rabbi. Ik was niets meer dan een gewone arbeidersjongen die greppels graaft. Hoe zou ik ook maar kunnen beginnen te begrijpen wat niemand anders scheen te bevatten of waar niemand ook maar enige kennis van had?

13 Toen zij nu de vrijmoedigheid van Kefas (Petrus) en Yochanan (Johannes) zagen en merkten dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zij zich. (Handelingen 4:13)

27 Maar het dwaze van de wereld heeft Elohim uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft Elohim uitverkoren om het sterke te beschamen.

(1 Korinthe 1:27)

Tijdens het Loofhuttenfeest volgens de Zichtbare Maan kalender dat jaar (2005) vroeg ik de gastheer of ik hem kon spreken over dit nieuwe inzicht dat ik had verkregen over de sabbatsjaren. Hij schreef me terug en zei dat ik onderwijs moest geven over wat mij getoond was aan een hele groep mensen die te gast zou zijn bij Sukkot (Loofhuttenfeest) in New Hampshire dat jaar. Ik had nooit eerder gesproken op een van Yehovah’s feesten en keek er bepaald niet verlangend naar uit. Dat maakte ik de gastheer ook duidelijk, maar hij stond erop dat ik deze leer zou delen met iedereen die dat jaar aanwezig zou zijn.

Om die reden voelde ik opnieuw de behoefte om mij terug te trekken voor gebed. Het was tijdens die gebedstijd dat ik als het ware (als Gideon) een schapenvlies voor Yehovah neerlegde, alsof  ik daarmee zeggen wilde: “Hier ben ik, zend mij”, als het inderdaad waar was dat er niemand anders was die dit leerde. Op dat moment was er bij mij meer openheid en bereidheid te delen wat ik had geleerd, zelfs over de bijbehorende beangstigende profetieën en hun relatie tot het eind van deze tijd. Uiteindelijk was mijn definitieve antwoord: “Ja”, maar alleen als Yehovah werkelijk niemand anders had die bereid was, in staat was en het inzicht had om het te doen, zelfs als dat betekende dat ik het risico liep een dwaas genoemd te worden. Als het inderdaad Zijn bedoeling was dat ik dit zou doen.

Eerlijk gezegd is het nog maar kort geleden dat ik de hele tekst heb gelezen die Yehovah tegen Jesaja uitsprak, toen Jesaja tegen Yehovah zei: “Hier ben ik, zend mij.”

8 Daarna hoorde ik de stem van ????. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. 9 Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. 10 Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe,  en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen. 11 Toen zei ik: Hoelang, ????? Hij zei: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het land verworden is tot een woestenij. 12 Want ???? zal de mensen ver weg doen gaan, en de verlatenheid in het land zal groot zijn. 13 Al zal daarin nog een tiende deel over zijn, het zal weer verwoest worden. Maar zoals van de eik en de haageik na het omhakken een stronk overblijft, zal hun stronk een heilig zaad zijn. (Jesaja 6:8-10)

Yehovah gaat een boodschap sturen die de mensen wel zullen horen, maar niet zullen begrijpen. Ze zullen vet worden van hun kennis, vele dingen leren, maar ze toch niet begrijpen, zodat ze zich zouden bekeren en worden genezen. Met andere woorden: ze zullen precies de mensen zijn die:

7 … altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen. (2 Timotheüs 3:7)

 

Het is bijzonder opmerkelijk wat Yehovah hier zegt. We zouden er goed aan doen hier onze oren te spitsen en ons door Yehovah te laten waarschuwen!

De volgende Schriftplaatsen uit Timotheüs springen mij ook in het oog:

1 En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. 2 Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, 4 verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van Elohim. 5 Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af. 6 Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden. (2 Timotheüs 3:1-6)

12 En ook allen die godvruchtig willen leven in Messias ?????, zullen vervolgd worden.13 Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid. (2 Timotheüs 3:12-13)

5 Want het land is ontheiligd door zijn inwoners: zij overtreden de wetten1, zij veranderen2 elke verordening, zij verbreken het eeuwige verbond3. (Jesaja 24:5) (Voetnoten: 1Torot – meervoud van Torah, instructie. 2Jeremia 23:36. 3Dit is de enige reden die in heel de Schrift staat, waarom de aarde zal worden verbrand in de dag van het gericht. Zie ook: Jesaja 13:9, 13:11, 26:21, 66:24; Micha 5:15; Zefanja 1:2-18)

6 Daarom verteert de vervloeking het land en moeten zijn inwoners boeten. Daarom zullen de inwoners van het land verbrand worden, zodat er weinig stervelingen zullen overblijven. (Jesaja 24:6)

Dat jaar onderwees ik de sabbatsjaren – ook wel ‘Shmita’ genoemd – op het feest in New Hampshire en tevens in Israël, dertig dagen later, vanwege het feit dat ik de Feestdagen van beide kalenders hield: zowel volgens de Zichtbare Maan kalender als volgens de Hebreeuwse kalender. Op deze feesten ontmoette ik voor het eerst de mensen die zichzelf identificeerden met een groeiende beweging: de Hebrew Roots Movement (Hebreeuwse Wortels Beweging) en sprak met hen. Deze beweging was nog maar net ontstaan en begon toen net vorm te krijgen.

In 2006 sprak ik opnieuw over de sabbatsjaren in Windsor, Ontario en daarna in Toronto. De groeperingen in Toronto waren samengesteld uit vroegere leden van de splinterkerken van de Worldwide Church of God en daar kreeg ik te maken met de eerste echte weerstand. Zij wilden niets weten van de sabbatsjaren.

Steeds als mij vragen werden gesteld waar ik geen antwoord op had ging ik daar naar op zoek, zodat ik de volgende keer een goed doortimmerde verdediging zou hebben voor wat de Geest mij wilde laten zeggen in de kerk of bij de aanwezige groep mensen. En als ik ondanks vele uren lezen toch geen antwoord kon vinden, bad ik daarvoor en kreeg ik binnen een dag het antwoord waar ik naar zocht via een of andere studie of zelfs via een christelijke radiozender waar ik naar luisterde.

In juli 2006 wilde de United Church of God dat ik ofwel zou stoppen met spreken over deze zaken ofwel zou vertrekken, dus volgde ik mijn voeten richting de uitgang. Diezelfde week zette ik mijn website op:

http://cdf.72f.myftpupload.com

Ik begon educatieve, informatieve en provocatieve artikelen te schrijven over de Zichtbare Maan versus de Conjunctie Maan kalender en ook over de cycli van de sabbatsjaren en jubeljaren.

Voordat ik definitief vertrok had mijn pastor mij regelmatig gevraagd of ik dacht dat ik Elia was. Elke keer dat hij dat vroeg verzekerde ik hem dat ik dat niet was. Maar zoals de zaken er nu voorstaan geloof ik weldegelijk dat ik het voorrecht geniet door Yehovah gerekend te worden tot hen die leven in de laatste dagen. Samen met talloze anderen mag ik, op z’n Hebreeuws gezegd, het herstel van alle dingen helpen inleiden, inclusief de sabbat en de feesttijden volgens de Zichtbare Maan en de sabbatsjaren.

Op Pesach 2007 begon ik een wekelijkse nieuwsbrief te schrijven met de bedoeling dat zeven weken vol te houden – tot Shavuot (Pinksteren). Sindsdien is die nieuwsbrief niet meer gestopt met uitzondering van mijn afwezigheid gedurende de jaarlijkse Feesttijden. Elke week heb ik hierin trouw uitleg gegeven over de sabbatsjaren en de jubeljaren en de profetieën die zij ons hebben onthuld en nog steeds onthullen. Ik leer wekelijks meer over de sabbatsjaren en de zaken die daar direct mee verbonden zijn, en kan die delen met wie er oprecht in geïnteresseerd zijn en erover willen leren.

Mijn website telde in 2009 meer dan 11.000 lezers en nadert nu in 2012 de 2.000.000 hits.

In maart 2012 opende Yehovah voor mij een deur om in twaalf dagen tien steden in de Verenigde Staten te bezoeken en daar te spreken over de sabbatsjaren en de jubeljaren bij The Prophecy Club. Na afloop van deze tournee produceerden zij een DVD getiteld “The Chronological Order of Prophecies in the Jubilees” (De chronologische volgorde van de profetieën in de jubeljaren). Het werd een van hun bestsellers en de boodschap is nog steeds onweerlegd en onveranderd. De DVD is nog steeds verkrijgbaar via mijn website voor wie meer wil leren over de sabbatsjaren en de vervloekingen die het negeren ervan met zich meebrengt.

Veel van de zaken waarover ik op deze DVD gesproken heb zijn al gebeurd. Hoe wist ik dat dit ging komen? Ik heb me tot het uiterste ingespannen om Schriftplaatsen niet buiten hun context te gebruiken en mij ervan te verzekeren dat ik Schriftteksten nauwkeurig aanhaalde. Ik heb er ook een principe van gemaakt de Schrift de Schrift te laten verklaren, in plaats van mijn eigen Bijbelse interpretaties te gebruiken. Die komen namelijk voort uit mijn eigen beperkte begrip van de Schrift. Wij zien immers ALLE maar ten dele, als in een vage spiegel, in raadselen (1 Korinthe 13:12).

In 2009 stelde iemand van mijn lezers voor om wat ik in mijn nieuwsbrieven had geschreven vast te leggen in een boek. Omdat ik nooit eerder een boek had geschreven, wist ik niet of ik dat wel voor elkaar kon krijgen. Maar mijn lezers drongen erop aan dat ik dit zou doen, omdat zij het gevoel hadden dat mijn informatie van cruciaal belang was voor de tijd waarin wij leven. Ik ontdekte al snel dat ik de waarheden van Yehovah’s Woord het meest effectief kon uitdragen door gebruik te maken van de schematische kaarten over de sabbats- en jubeljarencycli, die ik al eerder had ontwikkeld.

Het grootste deel van 2009 werkte ik dus aan het boek, dat in februari 2010 werd gepubliceerd onder de titel The Prophecies of Abraham (De Profetieën van Abraham). Dat boek werd later voorgedragen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur in 2011, vanwege de vele zaken die ik daarin deelde over de vervloekingen van Leviticus 26 en de komende oorlogen.

Hoewel mijn boek de Nobel Prijs niet heeft gewonnen, vind ik het een eer dat het sowieso genomineerd werd en wil ik nogmaals professor Liebenberg danken voor de nobele inspanningen die hij heeft geleverd om anderen ervan te overtuigen mijn boek in aanmerking te laten komen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur. Op de volgende bladzijde heb ik zijn aanbevelingsbrief voor de nominatie van mijn boek The Prophecies of Abraham opgenomen. Zie Appendix A aan het einde van dit boek voor verder informatie over de inspanningen die professor Lieberman hiervoor heeft geleverd.

Van de ene valkuil naar de andere.

Toen ik voor het eerst iets van de sabbat begon te begrijpen, leek de plaatselijke synagoge mij de beste plaats om er meer over te leren. Maar de dichtstbijzijnde lag op meer dan een uur rijden, en toen ik eindelijk in de gelegenheid was erheen te gaan werd ik niet bepaald met open armen ontvangen.

Ik geloofde in de Messias en geloofde toen dat zijn naam Jezus was. Pas jaren later kwam ik erachter dat Jezus wel de Griekse naam was voor onze Messias, maar dat Hij voor de volle honderd procent Jood was. Het is prachtig en opwindend te beseffen dat zijn echte naam altijd al heeft bestaan in het Hebreeuws en daadwerkelijk ook een betekenis heeft. Volgens Brad Scott is de naam “Jezus” een door de mens geïnspireerde en gefabriceerde naam. De naam Jezus betekent niets, maar de Hebreeuws-Joodse Messias, die Yeh Shua heet, betekent weldegelijk iets en wel iets dat ongelofelijk belangrijk is:

In het Nederlands betekent dit: “YHWH’s redding” of “YHWH redt”. Ook als je ervan overtuigd bent dat de naam van onze Messias en onze Elohim, de Schepper, anders moet worden uitgesproken, dan nog doet het me deugd dat we allebei weten dat zij échte namen hebben, waarmee wij ze aan mogen roepen. Maar ik ga niet in discussie over de “juiste” uitspraak of spelling van hun namen. Tenzij het om een directe aanhaling gaat, gebruik ik in dit boek Yehshua voor de Zoon en Yehovah voor de Vader. Punt. Het is in dit geval niet mogelijk het iedereen naar de zin te maken. Zoals ik al eerder zei, blijf ik bij wat Yehovah mij heeft onthuld en daarom schrijf ik dit boek ook voor Hem en niet voor mensen.

Er zijn sommige mensen die geloven dat Rabbi Menachem Mendel Schneerson de Messias was, in weerwil van het feit dat Schneerson dat zelf scherp afwees. Door de eeuwen heen hebben er Joden geleefd die ervan overtuigd waren, dat één van de mensen uit de lijst hieronder de Messias was.

In het Jodendom was een “messias” oorspronkelijk een door goddelijke aanwijzing aangestelde koning, zoals David, Kores de Grote of Alexander de Grote. Vooral na het falen van de Hasmonese Dynastie (37 voor Chr.) en de Joods-Romeinse oorlogen (66-135 na Chr.) veranderde het beeld van de Joodse Messias in iemand die de Joden zou verlossen van de onderdrukking en die de Olam Haba (“toekomstige wereld”) ofwel het Messiaanse Tijdperk in zou luiden.

  • Jezus van Nazaret (ca. 3 v.Chr. – 31 na Chr.), de leider van een kleine Joodse sekte die werd gekruisigd. Joden die geloofden dat hij de Messias was, waren de eerste Christenen, ook wel Joodse Christenen genoemd.
  • Simon van Perea (ca. 4 v.Chr.), een voormalige slaaf van Herodes de Grote die in opstand kwam en werd gedood door de Romeinen.
  • Athronges (3 na Chr.), een herder die rebellenleider werd.
  • Vespasianus (69 – 79 na Chr.), volgens Josephus.
  • Menachem ben Juda (alias Menachem Ben Hezekiah) (133-135 na Chr.), naar werd beweerd de zoon van een valse messias, Judas de Galileeër, nam deel aan een opstand tegen Agrippa II voordat hij werd vermoord door een rivaliserende Zelotenleider.
  • Simon bar Kochba (ca. 132-135 na Chr.) stichtte een Joodse staat die maar een kort leven beschoren was, voordat hij werd verslagen in de tweede Joods-Romeinse oorlog.
  • Mozes van Kreta (ca. 440-470 na Chr.) overtuigde de Joden van Kreta ervan de zee in te lopen in een poging terug te keren naar Israël; na deze rampzalig verlopen poging verdween hij.
  • Ishak ben Yakub (alias Isa al-Isfahani, Abu ‘Isa, 684-705 na Chr.) leidde een revolte in Perzië tegen de Umajjaden Kalief ‘Abd al Malik ibn Marwan.
  • Yudgan (8e eeuw), een leerling van Abd ‘Isa, die diens geloof voortzette nadat hij was gedood.
  • Serene (ca. 720 na Chr.) beweerde de Messias te zijn. Hij stond de uitdrijving van Moslims voor, en het verzachten van diverse rabbijnse wetten, voordat hij werd gearresteerd. Daarna herriep hij dit.
  • David Alroy (ca. 1160 na Chr.) werd geboren in Koerdistan. Hij kwam in opstand tegen de Kalief, maar werd vermoord.
  • Nissi ben Abraham (ca. 1295 na Chr.)
  • Mozes Botarel (1413 na Chr.) uit Cisneros (Spanje). Hij beweerde een tovenaar te zijn die de Namen van God kon samenvoegen.
  • Asher Lämmlein (1502 na Chr.), een Duitser uit de buurt van Venetië die verkondigde dat hij de voorloper van de Messias was.
  • David Reubeni (1490-1541 na Chr.) en Solomon Molcho (1500-1532 na Chr.), avonturiers die rondreisden in Portugal, Italië en Turkije. Molcho werd uiteindelijk op de brandstapel gezet door de paus.
  • Een onbekend gebleven Tsjechische Jood van rond 1650 na Chr. Een blad uit het Joodse Museum van Praag over Solomon Molcho noemt deze naamloze Tsjechische Jood.
  • Sabbatai Zevi (1626-1676 & 1687 na Chr.), een Ottomaanse Jood die claimde de Messias te zijn, maar zich later bekeerde tot de Islam. Hij heeft tot op de dag van vandaag volgelingen onder de Dönme.
  • Barukhia Russo (Osman Baba) (1695-1740 na Chr.), opvolger van Sabbatai Zevi.
  • Jacob Querido (1690 na Chr.) claimde de nieuwe incarnatie van Sabbatai te zijn, bekeerde zich later tot de Islam en werd leider van de Dönme.
  • Miguel Cardoso (1630-1706 na Chr.), een andere opvolger van Sabbatai, die beweerde dat hij de “Messias ben Efraïm” was.
  • Mordecai Mokia (1650-1729 na Chr. of 1678-1683 na Chr.) “de Terechtwijzer”, weer iemand anders die na de dood van Sabbatai beweerde de Messias te zijn.
  • Löbele Prossnitz (1750 na Chr.) verzamelde enige aanhang uit voormalige volgelingen van Sabbatai, noemde zichzelf de “Messias ben Joseph”. 
  • Jacob Joseph Frank (1726-1791 na Chr.) claimde de reïncarnatie van koning David te zijn

en predikte een vorm van syncretisme tussen Christendom en Jodendom.

  • Menachem Mendel Schneerson (1902-1994 na Chr.) de zevende Chabad Rabbi die

probeerde de “weg te bereiden” voor de Messias. Een onbekend aantal van zijn volgelingen geloofde dat hij de Messias was, hoewel hij dit zelf nooit heeft gezegd en deze claims, die al tijdens zijn leven werden gemaakt, zelfs heeft verworpen.

Ik breng dit ter sprake omdat het Jodendom tegenwoordig openlijk afwijzend reageert op hen die de Torah houden – ofwel alle tien de Geboden in de eerste vijf boeken van de Bijbel – en dan vooral op hen die geen Joden zijn en die geloven in Yehshua als de Messias.

Toch blijf de waarheid recht overeind staan. Vele van ons die zichzelf vroeger “Christen” noemden ontwaken nu voor de Torah en gaan als nooit tevoren verstaan hoezeer wij zijn voorgelogen in de denominaties waaruit we geroepen zijn, onverschillig welke dat nu precies was. Dit ontwaken bracht bij vele van ons een intens verlangen met zich mee om gehoorzaam te worden aan de Torah en deelgenoot te worden van het Ware Verbond met Yehovah, de Schepper.

Helaas gaan we er in onze nieuwe geloofsijver ten onrechte vanuit dat het Jodendom alle antwoorden heeft. Gewapend met deze nieuwe, misplaatste geloofsijver, klimmen wij uit de religieuze valkuil die Christendom heet, om ongelukkig genoeg rechtstreeks terug te vallen in een andere religieuze valkuil, die Orthodox Jodendom heet. Geen van beide volgt in de regel Yehovah. Ja, je leest het goed: geen van beide volgt de Torah die Mozes geschreven heeft en die hem rechtstreeks door Yehovah gegeven is op  de berg Sinaï. En als één van die twee de Torah wel volgt, dan doet zij dat slechts gedeeltelijk. Maar je doet de Torah helemaal óf helemaal niet. Want als je één gebod overtreedt, dan overtreed je ze allemaal (Jakobus 2:10).

Vraag: Welk gebod vormt de ultieme test van Yehovah voor heel de mensheid, om te zien of ze Hem zouden gehoorzamen en volgen?

Antwoord: Het vierde gebod.

4 “Toen zei ???? tegen Moshe (Mozes): Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn Torah wandelt of niet. 5 En op de zesde dag moet het zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen.” (Exodus 16:4-5)

De zevende dag, de sabbat zaterdag, is een wekelijkse test om te zien of wij Yehovah zullen gehoorzamen of niet. Misschien zeg je: “Maar Juda houdt zich toch aan het vierde gebod?” Wij zullen nader onderzoeken of ze dat werkelijk doen, of dat ze de Schrift hebben gecorrumpeerd. Daarin staat Juda beslist niet alleen. Het is overduidelijk dat zij die deel uitmaken van het Christendom het vierde gebod niet houden. Om deze reden zegt Yehshua tegen Christenen:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. 15 Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.” (Mattheüs 7:13-20)

21 “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.” (Mattheüs 7:21-27)

23 “Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheüs 7:23)

4 Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. (1 Johannes 3:4)

Het komt aan op het houden van de Tien Geboden – alle tien. Je houdt de Torah (de Wet) als je de geboden gehoorzaamt, en als je ze niet gehoorzaamt, word je wetteloos genoemd.

Wordt aan Juda hetzelfde voorgehouden? Ik ga je laten zien wat het antwoord van de Torah daarop is, dan kun je daarna zelf vaststellen wie de Wet wel houdt en wie niet. Dan weet je ook of het verstandig is blindelings achter een andere religie aan te lopen.

Ons wordt in de Torah en het Brit Chadasha (het Nieuwe Verbond of Nieuwe Testament) geboden onze broeder erop aan te spreken als wij hem zien zondigen.

17 “U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt.” (Leviticus 19:17)

12 “Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken? 13 En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.14 Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat. 15 Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. 16 Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. 17 Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.” (Mattheüs 18:12-17)

We lezen in Clarke’s Commentary wat deze twee verzen ten diepste betekenen.

Clarke’s Commentary On the Bible (Clarkes Commentaar op de Bijbel)

U zult uw broeder niet haten. Niet alleen mag u hem geen enkele vorm van kwaad aandoen, maar u mag ook in uw hart geen haat tegen hem koesteren. Integendeel, u moet hem liefhebben als uzelf, Leviticus 19:18. Uit onbegrip over de woorden van onze Heer in Johannes 13:34 (Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt, etc.) veronderstellen veel mensen dat je naaste liefhebben als jezelf een gebod is dat pas in het Evangelie werd ingesteld. Dat het “elkaar liefhebben zoals Christus ons heeft liefgehad” (namelijk door ons leven af te leggen voor elkaar) een nieuw gebod zou zijn, uitsluitend op autoriteit van Jezus Christus ontvangen, blijk een ongegrond idee te zijn, zoals al blijkt uit de bovenstaande tekst uit Leviticus.

“zodat u geen zonde op hem laadt” – als u hem ziet zondigen of weet dat hij verslaafd is aan iets dat de veiligheid van zijn ziel in gevaar brengt, moet u hem mild en liefdevol terechtwijzen en in geen geval toestaan dat hij zonder raad en advies voortgaat op de weg naar zijn ondergang. In zeer vele gevallen heeft tijdige vermaning een ziel gered. Spreek hem zo mogelijk onder vier ogen aan; is dat niet mogelijk, schrijf hem dan zodanig aan, dat hij alleen het onder ogen krijgt.

In de Schrift lezen wij:

3 “Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem.” (Lukas 17:3)

9 “Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.” (1 Johannes 2:9)

11 “Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.” (1 Johannes 2:11)

15 “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.” (1 Johannes 3:15)

Als wij onze broeder zijn zonde niet vertellen, zodra we die ontdekken, dan is dat hetzelfde als onze broeder haten en wandelen in duisternis, of hetzelfde alsof wij hem zouden ombrengen.

Het gebod om je broeder te waarschuwen maakt onderdeel uit van de 613 Mitzvot. Samen met enig commentaar ziet dat er zo uit:

(30) Koester geen haat in je hart.

17 “Je mag in je hart je broeder niet haten.” (Leviticus 19:17)

Zitten de rabbijnen hier daadwerkelijk op het goede spoor? Het lijkt een fluitje van een cent, de overweging bij Mitzvah #26, “Je zult je naaste liefhebben als jezelf”. Maar wat volgt klink als het tegenovergestelde: “Je zult je naaste zeker berispen en geen zonde op je laden om hem”. In het licht van dit nauwe contextuele verband moeten we er niet automatisch vanuit gaan dat Mozes een ander onderwerp aansnijdt. Ik geloof juist dat de tweede zin definieert wat “je broeder haten” betekent. En de waarheid, die opduikt als we dit verband leggen, heeft verbazingwekkende relevantie voor onze tijd: wij moeten niet tolerant zijn ten opzichte van valse leer, maar moeten degenen die dwalen “terechtwijzen”. Deze correctie negeren betekent je broeder haten. Denk aan Mizvah #27, dat zegt: “Kijk niet werkeloos toe als een mensenleven in gevaar is”. Dat is de praktische uitwerking van het principe: als je broeder geestelijk dwaalt, als hij leerstellingen omhelst die hem volgens Yahweh’s woord uiteindelijk het leven zullen kosten, dan is het onthouden van terechtwijzing en vermaning hetzelfde als hem haten. Door zijn dwaalleer te tolereren stuur je hem naar de hel (vergelijkbaar met het aanbieden van drank aan een alcoholist of vergelijkbaar met het aanbieden van zoetigheid aan een suikerpatiënt).

“Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.” (Spreuken 14:12, 16:25)

Wat betekent het zonde te “dragen”? Het Hebreeuwse woord ‘nasa’ betekent ‘opheffen’ of ‘dragen’. Het wordt “gebruikt voor het dragen van schuld of straf voor de zonde” en daarvandaan “het representatief of vervangend dragen van schuld van iemand door een ander persoon.”

In de Amplified Bible lezen we:

2 Draag (verdraag) elkaars lasten en problematische morele tekortkomingen, en vervul en houd zo volmaakt de wet van Christus (de Messias) en vul aan wat nog ontbreekt (in je gehoorzaamheid eraan). 3 Want als iemand denkt iets te zijn (te belangrijk om zich te buigen om de last van iemand anders te dragen), terwijl hij niets is (niet superieur behalve in zijn eigen idee), bedriegt (en misleidt) hij zichzelf. 4 Maar laat ieder zichzelf nauwkeurig onderzoeken en testen en zijn eigen gedrag en zijn eigen werk beproeven. (Galaten 6:2-4)

Yahweh stond niet toe dat valse leer werd getolereerd in Israël vanwege de schuld – inclusief de bijbehorende straf – die je op je laadt en die uiteindelijk door de hele natie gedragen zou worden. Hij wilde ze die pijn besparen. Hij wil ons die pijn besparen.

Dit zou dus nieuw licht moeten werpen op Yahshua’s bevestiging van het principe dat het liefhebben van Yahweh en van onze medemens de weg is die naar het leven leidt.

25 “En zie, een wetgeleerde (Torahgeleerde) stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 26 En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Torah geschreven? Wat leest u daar? 27 Hij antwoordde en zei: U zult uw Elohim liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand,  en uw naaste als uzelf. 28 Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven.” (Lukas 10:25-28)

Vrienden, laten we niet ten prooi vallen aan valse leer.

Nu wij, Zijn kinderen, die de Naam van onze Vader op ons nemen, dit weten, krijgt het volgende gebod uit Exodus een veel diepere betekenis:

7 “U zult de Naam van ???? uw Elohim, niet ijdel gebruiken, want ???? zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.” (Exodus 20:7)

Het woord ‘ijdel’ is Stongs # H7723 ??? ??  shav  shawv, shav’

Er is grote overeenkomst met # H7722 in de betekenis van verwoesting; kwaad (als in destructief), letterlijk (puinhoop) of moreel (vooral bedrog); figuurlijk afgoderij (als vals, onderwerpsnaamval) onbruikbaarheid (als misleidend, voorwerpsnaamval; ook bijvoeglijk gebruikt in tevergeefs): vals, leugen(achtig), vergeefs, ijdel.

# H7722 ??? ????  ???   sho’ah   sho’ah   sho’aw

Afkomstig van een niet gebruikte wortel. Betekenis: voorbij snellen; een storm; door implicatie verwoesting: verwoest(ing), vernietigen, destructie, storm, braak.

Wij, de kinderen van Yehovah, zijn niet geroepen om de schijn te wekken dat het aanroepen van zijn Naam hetzelfde is als zonde toestaan of laten heersen in ons leven. Juist de zonde van het breken van het vierde gebod is het onderwerp van dit boek.

Er is een uitspraak: “Het enige dat nodig is om het kwaad te laten overwinnen is dat (goede) mensen toekijken zonder een hand uit te steken of iets te doen.” Wij geven het kwaad de kans te triomferen als we onwillig zijn om, net als Ezechiël, wachters te zijn die onze broeder of zuster waarschuwen als zij in zonde vallen en hun doel missen. Hun bloed kleeft aan onze handen als wij ze niet genoeg liefhebben om ze de waarheid te vertellen.

17 “Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen. 18 Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. 19 Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered. 20 En als een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afwendt en onrecht begaat en Ik een struikelblok voor hem leg, zal híj sterven. Omdat u hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven. Zijn rechtvaardige daden die hij gedaan heeft, zullen niet meer in herinnering gebracht worden, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 21 Maar u, als u de rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondigt, en hij inderdaad niet zondigt, zal hij zeker in leven blijven omdat hij gewaarschuwd is, en hebt ú uw leven gered.” (Ezechiël 3:17-21)

Maar als wij dat doen, dan moeten we er ook op letten dat we dat met de juiste geestelijke instelling doen:

1 “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt.” (Galaten 6:1)

Nog duidelijker zegt de Amplified Bible het:

1 Broeders, als iemand zich misdraagt of tot een of andere zonde vervalt moet jij die geestelijk bent (die luistert naar en wordt geleid door de Geest) hem weer terechtbrengen en herstellen zonder enig superioriteitsgevoel en met zachtmoedigheid, jezelf in het oog houdend, dat je niet ook verleid zou worden. (Galaten 6:1)

Ik heb er altijd mee geworsteld te zien hoe zwaar Juda vervolgd is in de geschiedenis. Want als het houden van de Torah zegen met zich mee hoorde te brengen (en dat geldt nog steeds), waarom zijn dan juist zij die claimen die Torah altijd gehouden te hebben zo zwaar vervolgd in elke generatie? Waarom worden zij zo gehaat door het grootste deel van de wereld? En waarom heeft de rest van de wereld de zegeningen nooit gezien, die de Joden gegeven zouden moeten zijn, omdat zij zonder onderbreking de Torah gehouden hebben? Zou die wereld dan niet ook de Torah hebben willen houden?

Maar zoals de zaken er nu voorstaan hebben wij door de eeuwen heen geen enkele opvallende zegening gezien. En daarom zien wij ook geen reden om de Torah eveneens te gaan houden. En toch is er uit de verte een licht te zien. Te zien, al is dat ook zonder horen. We kunnen de voordelen van het houden van de Torah zien op een manier die zich niet laat ontkennen, wegverklaren of afwijzen, zodat ons niet verteld hoeft worden waarom we dat zouden moeten doen.

13 “U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. 14 U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. 15 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mattheüs 5:13-16)

Laten wij dus nogmaals bekijken wat ons geboden is. Dan kunnen we zien of Juda dat ook doet. Als zij dat niet doen, dan moeten wij niet blindelings dezelfde weg gaan volgen als zij. Wij weten al dat het Christendom doorspekt is met leugens en ernstig tekort schiet wat betreft de waarheid. We gaan nu nader bekijken hoe de waarheid eruit ziet, en hoe dicht je erbij in de buurt zit of hoever je ervan afstaat.

Hieronder staat een ander citaat uit Mitzvot 613, dat verklaart dat we de meerderheid moeten volgen, zelfs als zij ongelijk hebben. Deze Mitzvah zegt:

(248) De meerderheid van stemmen is doorslaggevend waar een besluit genomen moet worden bij een verschil van mening tussen de leden van het Sanhedrin over zaken van de Torah.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Dit is een van die gevallen (gelukkig komt het zelden voor dat ze de plank misslaan) waar de Mitzvah van de rabbijnen lijnrecht tegenovergesteld is aan de Schrift die ze citeren om die te ondersteunen. (In essentie) zeggen zij: “De mening van de meerderheid onder ons, de heersende elite van Israël, zal wet zijn.” Het is hetzelfde systeem dat Amerika gebruikt en dat gepaard gaat met hetzelfde misbruik. En tussen twee haakjes: het is hetzelfde systeem dat het Sanhedrin gebuikte om Yahweh’s Gezalfde te doden – hét bewijs dat het anathema is voor Yahweh. Yahweh Zelf zegt iets totaal anders: Volg de massa niet en misleid haar ook niet.

1 “Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters, 2 maar die zijn vreugde vindt in de wet van ????  “. (Psalm 1:1-2)

Zoek waarheid, genade en rechtvaardigheid, zelfs als je niet meer bent dan “een eenzame stem die roept in de wildernis.“ Yahweh interesseert de mening van de meerderheid hoegenaamd niets. Hij stelt zelfs onomwonden dat de meerderheid verloren is:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.” (Mattheüs 7:13-14)

8 “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt ????  van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw Elohim?” (Micha 6:8)

Als we verdergaan in Mitzvot 613 vervolgt ook de grove verdraaiing van de Schrift door de rabbijnen in (248) zijn weg in (249):

(249) In geval de doodstraf kan worden opgelegd mag niet tot veroordeling worden besloten volgens de meerderheidsvisie, indien zij die veroordeling voorstaan slechts één stem meer vertegenwoordigen dan zij die vrijspraak voorstaan.

Wat in Exodus staat moet echter duidelijk maken dat geen hoger gerechtshof of tribunaal hoe dan ook zichzelf tot wet kan zijn.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Ze zeggen dat een eenvoudige meerderheid niet genoeg is om iemand ter dood te veroordelen. Er moet een verschil van tenminste twee zijn. Sorry mensen, alweer fout. Dit is niet anders dan gebrekkige mensenwijsheid. Bij de belangrijkste rechtszaak uit de hele geschiedenis waren er maar twee tegenstemmers van de zeventig (of onthielden ze zich van stemming?): Nicodemus en Jozef van Arimathea. Blijkbaar is het idee van meerderheidsbeslissing ook niet feilloos. Hoeveel leden van die vergadering zijn overgehaald door de schimpende houding van Annas en Kajafas? Hoeveel werden er met een duwtje in de rug over de lijn gewerkt door de valse getuigen die waren binnengeloodst om tegen Yahshua te getuigen? Aan hoeveel werd het zwijgen opgelegd door het gewicht van groepsdruk?

In het volgende hoofdstuk gaan we ons wat meer richten op de veranderingen die Juda in de Torah heeft aangebracht volgens de stem van de “morele” meerderheid, en die ze nu aanhangen en volgen.

Sabbat  zonsondergang tot zonsondergang

                             Geen drie sterren

In de tekst hieronder wordt ons verteld dat wij de sabbat moeten houden. Deze Feestdag wordt als eerste genoemd, voorafgaand aan alle andere feesten. Het is een dag waarop Yehovah wil dat we al Zijn feesttijden, Zijn heilige, apart gezette dagen, gedenken. Door wekelijks een dag apart te zetten om Hem te ontmoeten, tijd met Hem door te brengen en meer over Hem te leren, worden we erop voorbereid ook de andere aangewezen feesttijden met Hem beter te kunnen houden.

1 “En ???? sprak tot Moshe (Mozes): 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van ????, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen: Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor ????.” (Leviticus 23:1-3)

Hoofdstuk één van Genesis laat ons zien, dat de avond eerst komt en pas daarna de dag. De sabbat begint daarom bij zonsondergang. Het scheppingsverhaal van Genesis vermeldt namelijk: “Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.” Hieruit leiden wij af dat een dag begint met een avond, dus bij zonsondergang. Leviticus 23 vertelt ons dat de Grote Verzoendag valt ‘van avond tot avond’. Met andere woorden: de sabbat duurt van zonsondergang tot zonsondergang. Op het moment dat de zon ondergaat aan de westelijke horizon aan het eind van de zesde dag – op vrijdag – begint de sabbat.

In ‘Het Jodendom 101’ (http://www.jewfaq.org/shabbat.htm) wordt over de sabbat gezegd (nadat is gesteld dat die volgens Genesis 1 begint bij zonsondergang)

De sabbat eindigt als de nacht begint, als er drie sterren zichtbaar zijn, ongeveer veertig minuten na zonsondergang.

Er staat nergens in de Schrift dat het begin of eind van de sabbat samenvalt met het zien van drie sterren. Dit is een verzinsel van de rabbijnen, afkomstig uit de Talmoed. Het is een hek dat zij om de sabbat heen hebben gezet om ervoor te zorgen dat je die niet breekt. Maar nergens in de Torah of de Bijbel begint of eindigt de sabbat met het zien van drie sterren. In Genesis vinden we wel de volgende uitdrukking:

5 En Elohim noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. (Genesis 1:5)

8 En Elohim noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. (Genesis 1:8)

13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag. (Genesis 1:13)

19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1:19)

23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag. (Genesis 1:23)

31 En Elohim zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. (Genesis 1:31)

Nadat dit patroon van avonden en morgens ons helder voor ogen is gezet, vertelt Yehovah ons over de zevende dag, de rustdag.

1 Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht. 2 Toen Elohim op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En Elohim zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat Elohim schiep door het te maken. (Genesis 2:1-3)

En om voor ons nogmaals het belang van het tijdstip van het begin van de dag te benadrukken, zegt Yehovah ons in Leviticus 23 zonder omwegen wanneer de meest heilige dag van het jaar moest beginnen en eindigen, zodat er bij ons geen enkel misverstand over zou bestaan.

27 Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en ???? een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van ????, uw Elohim, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s-Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond. (Leviticus 23:27-32)

In deze laatste dagen zijn er groeperingen die glashard beweren dat de Sabbat uitsluitend overdag valt (tijdens het daglicht van om het even welke periode van vierentwintig uur). Of dat de Sabbat ‘zeven dagen’ na de Nieuwe Maan begint. Maar geen van die groeperingen heeft historisch of Bijbels bewijs van voldoende autoriteit of overtuigingskracht om hun claims kracht bij te zetten. Toch bestaan beide groepen uit een verrassend en alarmerend groot aantal vroegere Christenen die zich hebben bekeerd tot deze dwalingen wat betreft het houden van de Sabbat. In heel de geschiedenis is er niet één groep binnen het Jodendom geweest, die een van beide misvattingen in praktijk heeft gebracht.

De Maansabbat theorie (ik noem het met nadruk theorie) bestaat pas sinds 1998:

Jonathan David Brown was de eerste Sabbatvierder, die de Sabbat telde vanaf de dag van de Nieuwe Maan in plaats van de week van zeven dagen te gebruiken. Hij publiceerde het boek Keeping Yahweh´s Appointments (Yahweh’s Bepaalde Tijden Houden) in 1998, waarin hij dit gebruik uiteenzette. De Maansabbat beweging vindt vooral aanhang onder het Messiaanse Jodendom, Armstrong / Worldwide Church of God en Christian Identity groeperingen.

Gelukkig is en ruimschoots bewijs uit goed gedocumenteerde bronnen, dat aantoont dat beide benaderingen zijn doorspekt van dwaling. Daarnaast hebben wij ook nog ons gezond verstand. Yehovah maakt in de Schrift ondubbelzinnig duidelijk hoe wij ons volgens Zijn inzettingen behoren te gedragen met het oog op de Sabbat. Ik ga hier niet uitgebreid in op deze valse leringen, want die zullen slechts verwarring stichten wanneer u ernstig op zoek ben naar de waarheid van de Torah en hoe die zich verhoudt tot heel de Schrift. Maar ik moest u tenminste bewust maken van het bestaan van deze valse en ongezonde leringen en u waarschuwen voor hun misleidingen, een hellend vlak dat wegleidt van de waarheid, van Yehovah, Zijn Sabbat en al Zijn andere apart gezette dagen.

Sta mij toe een enkel bewijs mee te geven uit een overvloed aan bewijzen. Yehshua is gedood op de 14e dag van de eerste maand. Dat is de dag van de voorbereiding voor het Pesachmaal, die viel op een woensdag. Hij moest voor zonsondergang in het graf liggen, want dan begon een hoogheilige dag: de eerste dag van Ongezuurde Broden. Die dag was dus donderdag, de 15e dag van de eerste maand. Op vrijdag was de voorbereiding van de normale weeksabbat. Op die dag bereidden de vrouwen de specerijen voor om Yehshua na de wekelijkse sabbat fatsoenlijk te begraven. Deze vrijdag was de 16e dag van de eerste maand.

Vrijdagavond was de derde nacht en zaterdag de derde dag dat Yehshua in het graf was. Daarmee vervulde Hij de profetie, tevens het enige teken dat Hij gegeven had dat Hij de Messias was: dat Hij 3 dagen en 3 nachten in het graf zou zijn, zoals Jona 3 dagen en 3 nachten in het ingewand van de vis was geweest.

Zaterdag was de 17e dag van de eerste maand. Nadat de Sabbat ten einde was, kwamen de vrouwen op de eerste dag van de week bij het graf waar Yehshua niet meer was. Het was nog donker, maar al wel de eerste dag van de week: zondag, de 18e dag van de eerste maand. Dit toont aan dat deze dag naast het lichte deel (de dag) ook het donkere deel van de dag (de nacht) omvat. En daarmee is het ongelijk van de ‘alleen overdag – groepen’ aangetoond.

De Maansabbat mensen beweren dat de Sabbat maandelijks op de 7e of de 8e dag van de maand val. Als we even doorrekenen, dan zou de tweede Sabbat van de maand moeten vallen op de 14e of de 15e dag, afhankelijk van welke dag als eerste Sabbat gezien wordt. De derde Sabbat zou dan de 21e of 22e dag zijn.

Maar de Bijbel laat duidelijk zien, dat de vrouwen op de eerste dag van de week – op zondag – bij het graf kwamen en iedereen kan uitrekenen, dat dat op de 18e dag van de maand was. De wekelijkse Sabbat die zij hielden viel dat jaar op de 17e dag van de maand. Er zit duidelijk een gapend gat in de theorie van de Maansabbat mensen. Laat je niet in me deze valse lering.

Als je meer over dit onderwerp wilt weten volgen hier twee bronnen. The Lunar Sabbath Lie (De Leugen van de Maansabbat) op sightedmoon.com en The Lunar Shabbat Calender Issues door Yochanan Zaqantov.

De Dag van de Nieuwe Maan

We zullen ons nu richten op de Nieuwe Maan. Dat is nodig, omdat het begin van de maand wordt bepaald aan de hand van de maan.

Zoals al eerder gezegd, zijn er in onze tijd twee algemeen bekende, gangbare Bijbelse kalenders in gebruik om te bepalen wanneer de Heilige Feestdagen vallen. Dat zijn de Zichtbare Maan kalender en de meer populaire kalender volgens Hillel II, ook wel bekend als de Hebreeuwse Kalender of de Rabbinale Kalender.

Vóór het jaar 70 na Chr., toen de tempel werd vernietigd, werd de Joodse kalender vastgesteld door een zitting van een speciaal daarvoor opgerichte commissie van het Sanhedrin, die bijeenkwam in de tempel. De Nieuwe Maan werd pas afgekondigd als zich twee getuigen hadden gemeld die de zichtbare nieuwe maan aan de commissie konden beschrijven. Buiten het land Israël wachtte de hele Joodse gemeenschap op de officiële bekendmaking van de door het Sanhedrin gesanctioneerde kalender. Die werd essentieel geacht voor het op uniforme wijze houden van de Joodse Heilige Feestdagen. Vanaf de tijd van de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. tot aan Hillel II, die de functie van Nasi (Opperrabbijn) vervulde van 330 – 365 na Chr., ontstond er steeds meer godsdienstige vervolging, zodat het op den duur onmogelijk werd nog verslag te ontvangen van het waarnemen van de maan of van de staat van rijping van de gerst in het land Israël.

Om die reden ontwierp en autoriseerde Hillel II tijdens de diaspora een kalender die iedereen kon gebruiken, niet alleen voor wie nog overgebleven was in Israël, maar, minstens zo belangrijk, voor ieder die in ballingschap was en afgesneden van Israël. Maar door dit te doen sneed hij de banden door die de Joden in de diaspora verenigden met het land Israël en het Sanhedrin. Toch werd deze kalender tijdens de diaspora gezien als essentieel om buiten Israël de Heilige Feestdagen in eenheid te kunnen vieren, samen met wie nog wel in Israël was.

De Hebreeuwse kalender heeft zich door de tijd heen ontwikkeld … De maanden werden vastgesteld door het waarnemen van de nieuwe wassende maan, waarbij elke twee of drie jaar een extra maand werd toegevoegd om Pesach in het voorjaar te houden. Dit wederom gebaseerd op in de natuur zichtbare gebeurtenissen, te weten het rijpen van de gersteoogst, de leeftijd van de lammetjes en jonge duifjes, de groeistaat van de fruitbomen en de relatie met de Tekufah (seizoenen). Dit systeem werd, tijdens de Amoraïsche periode (ca. 200-500 na Chr.), doorlopend in de Geonische tijd (ca. 600-1000 na Chr.), vervangen door een wiskundige berekening. De principes en regels daarvan lijken breed te zijn aanvaard in de tijd dat Maimonides de (Mishneh) Torah compileerde in de 12e eeuw. (https://en.wikipedia.org/wiki/Hebrew_calendar)

Je kunt op het Internet meer te weten komen over de kalender van Hillel II. Let erop in welk jaar deze kalender in gebruik werd genomen. Dat was in 358 na Chr., toen Hillel de berekeningen, die werden gebruikt door het Sanhedrin om de maanden en de Heilige Feestdagen vast te stellen, met anderen deelde. Die berekeningen werden in de geschiedenis verder aangepast tot in de 11e eeuw na Chr., toen het zich had ontwikkeld tot wat het nu nog steeds is (zie de aanhaling hierboven) volgens Maimonides’ veertiendelige Mishneh Torah. Let op: dit is dus een door mensen gemaakte en berekende kalender, en absoluut niet wat Yehovah heeft ingesteld.

Zoals ik zal laten zien, is de oorspronkelijke Bijbelse, niet-rabbinale, Zichtbare Maan Kalender altijd al:

“… rechtstreeks gebaseerd op waarnemingen aan de hemel en de inspectie van de jonge gersteoogst in Israël. Die waarnemingen werden nauwgezet gecatalogiseerd en vastgelegd.  Gewapend met tabellen waarvan de data eeuwen omspannen konden astronomen in de oudheid aan de hand van  wiskundige berekeningen modellen maken die ze in staat stelden de maancycli en andere verschijnselen van hemellichamen ver van tevoren te voorspellen. Dit maakte het mogelijk een nieuwe maand nauwkeurig te berekenen, zelfs wanneer het weer directe waarneming onmogelijk maakte. Echter, de waarneming was de aanjager van de berekening, en niet vice versa.” 

(Na de Diaspora) steunde de Tijdelijke Kalender van het Bet Din (het Sanhedrin) volledig op het berekende model, met uitsluiting zelfs van waarnemingen aan de hemel. Evenmin was er een voorziening getroffen om deze puur mathematische kalender te her-ijken aan de hand van de  hemelverschijnselen.

Tegen de 10e eeuw na Chr. was het duidelijk dat “Hillels Kalender” fijnafstemming nodig had. In 921 na Chr. kondigde Aaron ben Meir, de voorzitter van het Judeese Sanhedrin, een kalender hervorming aan, die de Heilige Feestdagen liet vallen op andere dagen dan die, voorgeschreven volgens Hillels kalender. Duizenden aanvaardden deze hervorming. Maar de Joodse academische gemeenschap van Babylon ageerde met kracht tegen Meirs voorstel. Beide autoriteiten hadden niet te onderschatten invloed; de zaak bedreigde hun cohesie (solidariteit). Uiteindelijk won Babylon en ontwikkelde het Jodendom een sterke weerzin tegen de fragmentatie die gemakkelijk voort kon komen uit een discussie over kalenderhervorming. Men stelde de zaak uit tot de komst van de Messias.

Bewijs uit de Talmoed

De Talmoed is niet de Schrift en de Talmoed is niet geïnspireerd. Desondanks geeft de Talmoed ons een goed historisch verslag van de gedachtegangen van de Joodse rabbijnen in het verleden. Het kan zeer nuttig zijn over deze informatie te beschikken.

De Talmoed laat ons zien dat de rabbijnse kalender niet in gebruik was in de tijd van Yeshua, want de Nieuwe Maan werd nog steeds uitgeroepen na observatie (in plaats van door voorspelling). Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (“Hoofd van het Jaar”) bespreekt bijvoorbeeld hoe getuigen van de Chodesj (“Nieuwe Maan”) op de juiste wijze moeten worden ondervraagd. 

Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (zie citaat hieronder) geeft verslag van een dispuut tussen de rabbijnen over de vraag of een zeker tweetal getuigen, die de Nieuwe Maan hadden waargenomen, een betrouwbare basis vormden voor het officieel uitroepen van de Nieuwe Maan die maand. De passage luidt als volgt:

7 Rabbi Jose (ofwel Yose) zei: “Het gebeurde eens dat Tobiyah (Tobias) de geneesheer de Nieuwe Maan zag in Jeruzalem, samen met zijn zoon en zijn vrijgelaten slaaf, en de priesters aanvaardden zijn getuigenis en dat van zijn zoon (maar sloten dat van zijn slaaf uit). Maar toen zij verschenen voor het (rabbinale) Bet Din, aanvaardden zij wel zijn getuigenis en dat van zijn slaaf, maar sloten dat van zijn zoon uit.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 1:7)

Deze passage verhaalt duidelijk het fysieke waarnemen van de Nieuwe Maan. Het zegt ons dat de Nieuwe Maan werd waargenomen in de tijd van Yeshua. Immers, als de Nieuwe Maan toen al zou zijn berekend (of voorspeld), zou de noodzaak van getuigen niet hebben bestaan.

Hierna vertelt het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana:

7 Of ze nu wel of niet werd gezien binnen haar tijd (dat wil zeggen: op of vóór de 30e dag van de voorafgaande maand), ze werd geheiligd (dat wil zeggen: de Nieuwe Maansdag werd verklaard bij verstek {van getuigen}). Rabbi Eleazer ben (of bar) Tsadoq zegt: “Als zij niet word gezien op haar tijd (dat is: op de 30e), dan heiligen wij (het hof) haar niet, want zij is dan al geheiligd door de hemel.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 2:7)

Verder vertelt het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana ons:

De Halacha (Traditionele Wet) stemt overeen met R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq.

(Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a)

We zien R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq verklaren dat de Nieuwe Maan (nieuwe maand) moest worden uitgeroepen op basis van waarneming (en niet van berekening vooraf). Daarna wordt ons verteld dat de Halacha (de wettige praktijk) overeenstemt met de regel van R. Eleazer.

Omdat de rabbijnse kalender vooraf wordt berekend, kán dit niet de kalender zijn die in de tijd van Yeshua werd gebruikt.

Nog steeds niet overtuigd? Lees door.

Geen berekeningen.

 

U zou er verder op moeten letten dat het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a nergens gewag maakt van berekening of maanconjunctie (of enige andere overweging). In plaats daarvan wordt uitsluitend gerefereerd aan het waarnemen van de Nieuwe Maan Sikkel. Dit toont aan dat het in de periode van de Tweede Tempel (dat is: in de tijd van Yeshua) staande praktijk was de Chodesj (Nieuwe Maan) te verklaren zodra de eerste Sikkel van de Nieuwe Maan fysiek werd waargenomen (en vervolgens gerapporteerd) door ten minste twee betrouwbare getuigen. Dit doet logischerwijs het argument teniet van de zogenaamde “Methode van de Verduisterde Maan” om de Chodesj vast te stellen, aangezien het niet mogelijk is getuigen op te roepen van iets dat niet fysiek waarneembaar is.

Let er bovendien op dat Yeshua een Jood was die leefde in de periode van de Tweede Tempel (na de Babylonische Ballingschap) en die als “modus operandi” hanteerde zich te schikken naar de Halacha uit deze tijd, met uitzondering van die gevallen waarin die Halacha botste met de Torah van zijn Vader.

In het onderhavige geval betekent dat, dat de Nieuwe Maan werd vastgesteld door directe waarneming (en zeker niet door wat voor vorm ook maar van voorspelling). Yeshua heeft zich nooit een tegenstander getoond van deze methode van het afkondigen van de Zichtbare Nieuwe Maan of het “Hoofd van het Jaar” (Nieuwjaar). Blijkbaar was dit een van de (weinige) zaken, die de rabbijnen nog steeds correct uitvoerden in Zijn tijd. De (ketterse) berekende kalender kwam pas in gebruik ver na de dood van Yeshua.

Als Yeshua geen probleem had met de op de Torah gebaseerde kalender die werd gebruik in de Tweede Tempel periode, waarom zou iemand dan iets anders willen gebruiken?

‘Boodschappers’ in de Talmoed.

Nog meer getuigen:  het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana 1:4 vertelt ons dat er boodschappers werden uitgezonden tot wie nog in ballingschap verkeerde, om te berichten wanneer de Nieuwe Maan was waargenomen. Dit lijkt het geval te zijn geweest gedurende de gehele periode van de Tweede Tempel.

Met andere woorden: de rabbijnen … hechtten er belang aan dat wie zich nog in de ballingschap bevond de Feesttijden gelijktijdig kon houden met wie in het Land Israël leefde. Deze werden vastgesteld aan de hand van de Aviv status van de gerst en de Nieuwe Manen in het land. De rabbijnen achtten het zelfs zo belangrijk dat ook de buitengebieden bekend waren met de “juiste” kalender, dat deze boodschappers zelfs in de eerste en zevende maand de sabbat moesten schenden om de inwoners van het verre noorden van Syrië het nieuws te brengen, zodat zij de Feesttijden in die maanden op de juiste tijd konden houden.

De rabbijnen hebben de sabbat altijd uiterst serieus genomen. Dat betekent dat zij het van het allergrootste belang moeten hebben geacht om de ballingen op de hoogte te brengen van de “juiste” kalender, zodat zij zich daaraan konden conformeren.

Dit roept een retorische vraag op. Als de rabbijnen de datum van de Chodesj (Nieuwe Maan) lang van tevoren hadden geweten (door het gebruik van een vooraf berekende kalender i.p.v. te vertrouwen op waarneming), waarom zou het dan noodzakelijk zijn van de boodschappers te eisen, dat zij de Sabbat zouden schenden? Als de rabbijnen gebruik hadden kunnen maken van een vooraf berekende kalender (zoals de moderne rabbijnse kalender), waarom werd de datum dan niet simpelweg maanden (of zelfs jaren) van tevoren berekend, zoals de rabbijnen dat tegenwoordig doen?

Het antwoord is eenvoudig: de rabbijnen in de dagen van Yeshua gebruikten geen berekende kalender om het begin van de Nieuwe Maan of het begin (Hoofd) van het Nieuwe Jaar te bepalen. In plaats daarvan vertrouwden zij nog steeds op fysieke waarneming, zoals geschetst in de Torah.

Als de rabbijnen de kalender nog op de juiste manier vaststelden in de tijd van Yeshua’s  bediening, wanneer en waarom zijn zij daar dan mee gestopt? Het antwoord is kortweg  dat het tijd was voor de volgende fase in het goddelijke plan van YHWH voor de Twee Huizen.

Verderop in het boek, wanneer ik de gebeurtenissen rond de Simon Bar Kochba Opstand bespreek, zal ik uitleggen waarom deze veranderingen plaatsvonden .

Voor het geval u nu nog steeds sceptisch bent, zal ik u ten slotte nog voorzien van een laatste bewijsstuk (in dit hoofdstuk) wat betreft de methode die moet worden gebruikt als uw gids en autoriteit voor het vaststellen van de Nieuwe Maan. Ik deel daartoe met u wat het Israëlische Nieuwe Maan Genootschap (the Israeli New Moon Society) hierover te melden heeft. Zij zijn verbonden met de Tempel Berg Beweging (Temple Mount Movement) in Israël en houden zich bezig met het maandelijks waarnemen van de Nieuwe Maan als voorbereiding op het moment dat het Sanhedrin opnieuw zitting zal houden en bepalingen uit zal doen gaan vanaf de Tempelberg.

Het gebod (Mitzvah) om de maand te heiligen is het eerste gebod dat de kinderen van Israël werd gegeven bij het verlaten van Egypte. Dit gebod is van groot belang, omdat de data van de Feesttijden, inclusief meer dan zestig (toegevoegde) geboden, ervan afhangen. In aanvulling op het heiligen van maanden volgens het verschijnen van de Nieuwe Maan is de Hebreeuwse Kalender tevens afhankelijk van schrikkeljaren (uitgebreid met een extra maand), die afhangen van de positie van de zon, de mate van rijpheid van graansoorten, etc.

Meer dan duizend jaar lang is de Hebreeuwse Kalender vastgesteld door berekening. Tegenwoordig komt de berekende kalender niet overeen met de kalender die wordt vastgesteld door de Maan waar te nemen. Hoewel het gat tussen de twee kalenders blijft groeien, bezitten wij niet de autoriteit om de kalender te veranderen tot het moment dat een nieuw Sanhedrin is ingesteld dat breed wordt erkend. Terwijl het heiligen van de maand door waarneming op dit moment niet plaatsvindt, is het (nog steeds erg) belangrijk om berekeningen uit te voeren en het waarnemen van de Nieuwe Maan in de praktijk te brengen, om klaar te zijn voor het moment dat het Sanhedrin opnieuw wordt ingesteld. Evenzo is er steeds toenemende betrokkenheid bij de Tempel, de Rode Vaars, etc. Uiteraard hebben wij niet de intentie de huidige kalender te veranderen: dat is een taak voor een Sanhedrin dat de autoriteit daartoe bezit. Onze intentie is slechts het vergroten van de betrokkenheid bij- en het verfraaien van de Torah.

Samenvattend heeft u zojuist gelezen hoe de leden van deze gezaghebbende Joodse instantie openlijk toegeven dat de huidige Hebreeuwse Kalender niet strookt met zijn vaste tegenhanger, de waargenomen Maan. Hopelijk ziet u nu in en kunt u er mee instemmen dat de Heilige Feestdagen, die worden vastgesteld aan de hand van de eerste zichtbare Nieuwe Maan Sikkel, soms tot wel drie dagen afwijken van de berekende kalender. U heeft ook gezien dat de berekende Hillel II Kalender zich niet bezighoudt met de mate van rijpheid van de gerst om het jaar te beginnen (wij zullen hier nader op ingaan in hoofdstuk 5, Aviv (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren). In plaats daarvan kent deze kalender een vastgesteld aantal schrikkeljaren in een cyclus van negentien jaar. Dit aspect zal ik in groter detail belichten in hoofdstuk 6, De 360 Daagse Kalender; bestond er ooit zoiets? Naast de al genoemde discrepantie van drie dagen kan er dus zelfs een hele maand verschil zitten tussen de twee systemen van het houden van de Heilige Feestdagen in enig jaar.

In het volgende hoofdstuk leest u hoe de Karaïtische Joden het begin van de maand houden.

Hoofdstuk 4 – De Nieuwe Maan in de Hebreeuwse Bijbel.

De Bijbelse maand begint met eerste zichtbare licht van de Wassende Nieuwe Maansikkel. Het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) betekent letterlijk Nieuwe Maan, maar wordt ook gebruikt voor de periode vanaf de ene Nieuwe Maan tot de volgende.

De Rabbanit Midrash verhaalt dat, toen God tegen Mozes zei: “Deze maand (CHODESH) zal voor u het begin van de maanden zijn” (Exodus 12:2), de Almachtige naar boven wees aan de hemel, naar de Wassende Nieuwe Maan, en zei: “Als je dit ziet, heilig! [roep de Nieuwe Maansdag uit].” Dit rabbijnse sprookje benadrukt een belangrijk punt, namelijk dat de Bijbel nooit rechtstreeks zegt dat wij het begin van maanden moeten baseren op de Nieuwe Maan. De reden hiervoor is dat het woord voor “maand” (Chodesh) zelf al impliceert dat de maand begint met de Wassende Nieuwe Maan. Zoals we zullen zien zou dit volkomen vanzelfsprekend zijn voor elke vroege Israëliet die erbij was toen Mozes de profetieën van Yehovah voor de kinderen van Israël reciteerde. Daarom bestond de noodzaak dit concept te verduidelijken net zo min als bij begrippen als “licht” of “duisternis”. Als gevolg van de langdurige ballingschap hebben wij het gebruik van het Bijbelse Hebreeuws in ons spreken van alledag verloren. Daarom zullen wij de betekenis van Chodesh moeten reconstrueren vanuit het gebruik van het woord in de Bijbelse tekst. Daarbij maken wij gebruik van taalkundige principes.

Hij schiep de Maan voor heilige dagen.

Er kan geen twijfel over bestaan, dat de Bijbelse hoogtijdagen afhankelijk zijn van de maan. Het sterkte bewijs daarvoor is de volgende passage uit de Psalmen:

19 Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden [mo’edim] (Psalm 104:19)

Het Hebreeuwse woord “mo’edim” [vaste of vastgestelde tijden] is hetzelfde woord dat wordt gebruikt voor de Bijbelse feestdagen of hoogtijdagen. Leviticus 23 bevat een opsomming van de Bijbelse Feestdagen. Dit hoofdstuk begint met de verklaring: “De feestdagen [mo’edim, vastgestelde tijden] van Yehovah, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen [mo’edim]”. Als de Psalmist ons dus vertelt dat God de maan schiep voor de mo’edim [vastgestelde tijden], bedoelt hij dat de maan werd geschapen om de tijd van de mo’edim van Yehovah vast te stellen, dat wil zeggen: de Bijbelse Feestdagen.

“Chodesh” is verbonden met de Maan.

Het vers hierboven leert ons duidelijk dat de Heilige Feestdagen verbonden zijn met de maan. Maar toen de Torah werd gegeven, was Psalm 104 nog niet geschreven door de Levitische profeten. De vraag blijft bestaan hoe de vroege Israëlieten dit hadden kunnen weten. Het antwoord is, dat het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) zelf een verband met de maan aangeeft. Dat kunnen we zien aan een aantal gevallen waarbij “chodesh” (maand) uitwisselbaar is met het woord “yerah”, het gebruikelijke Bijbels Hebreeuwse woord voor maan, dat tevens “maand” is gaan betekenen. Enkele voorbeelden:

1. “…in de maand (Yerah) Ziv, dat is de tweede maand (Chodesh) …” (1 Koningen 6:1)

2. “…in de maand (Yerah) Ethanim, dat is de zevende maand (Chodesh).” (1 Koningen 8:2)

Verder bewijs dat Chodesh gerelateerd is aan de maan (Yerah) is de zegswijze: “Een Chodesh (maand) van dagen” [d.w.z. een periode van 29-30 dagen] (Genesis 29:14; Numeri 11:20-21), wat synoniem is met de zegswijze: “Een Yerah (maand) van dagen (Deuteronomium 21:13; 2 Koningen 15:13). Chodesh is duidelijk gerelateerd aan Yerah, dat letterlijk maan betekent.

“Chodesh” betekent Nieuwe Maan(sdag).

De oorspronkelijke betekenis van Chodesh (maand) is eigenlijk “Nieuwe Maan” of “nieuwemaansdag”. Door uitbreiding van de betekenis ging het ook “maand” betekenen, dat is de periode die verstrijkt tussen de ene Nieuwe Maan en de daarop volgende. De oorspronkelijke betekenis hiervan is bewaard gebleven in een aantal passages, zoals 1 Samuel 20:5, waar Jonathan tegen David zegt: “Morgen is het Nieuwe Maan (Chodesh).” In dit vers wordt Chodesh gebruikt om de specifieke dag aan te geven waarmee de maand begint, en niet om de hele maand aan te duiden.

Een andere vindplaats waar Chodesh in de oorspronkelijke betekenis voorkomt is Ezechiël 46:1, waar gesproken wordt over “de dag (yom) van de Nieuwe Maan (ha-Chodesh)”. Het gaat hier duidelijk om een specifieke dag aan het begin van de maand, waarop de Chodesh (Nieuwe Maan) plaatsvindt.

De Bijbelse Nieuwe Maan is de “eerste sikkel”.

Chodesh (Nieuwe Maan) is afgeleid van de wortel Ch.D.Sh (of v.r.n.l. ?.?.? ). Dit betekent “nieuw” of “nieuw maken / vernieuwen”. De Wassende Nieuwe Maan wordt Chodesh genoemd omdat het de eerste keer is dat de maan opnieuw waargenomen of gezien wordt na meerdere dagen verborgen te zijn geweest aan het eind van de maancyclus. Aan het einde van de maanmaand staat de maan dichtbij de zon en bereikt uiteindelijk het punt van “conjunctie”, wanneer zij tussen de zon en de aarde instaat. Als gevolg daarvan is het verlichte deel van de maan van de aarde afgewend ten tijde van de conjunctie en is zij niet zichtbaar door de eindeloos veel sterkere straling van de zon. Nadat de maan de zon is gepasseerd vervolgt zij haar loop naar de tegenovergestelde zijde van de aarde. Hoe meer zij zich verwijdert van de zon, des te groter wordt het percentage van haar oppervlak dat verlicht is en vanaf de aarde zichtbaar is. Dit proces gaat door tot het volle maan is, waarna de maan weer afneemt tot zij weer volledig onzichtbaar is. En dan begint, na een periode van 1,5 – 3,5 dag, het hele proces opnieuw met de maan die weer zichtbaar wordt. Omdat de maan opnieuw zichtbaar werd na een periode van onzichtbaarheid, noemde men dit in de oudheid “Nieuwe Maan” of “Chodesh” (van chadash, wat nieuw betekent).

Wassende Nieuwe Maan versus Astronomische Nieuwe Maan.

Veel mensen zijn misleid door het onnauwkeurige gebruik in moderne talen van de term “Nieuwe Maan”. Moderne astronomen begonnen deze term, die uitsluitend werd gebruikt als verwijzing naar de eerste zichtbare maansikkel, te gebruiken voor de conjunctie (wanneer de maan tussen de aarde en de zon instaat en enige tijd niet zichtbaar is). De astronomen beseften al snel dat dit oneigenlijk gebruik van de term “Nieuwe Maan” voor de conjunctie tot verwarring zou leiden. Daarom maken wetenschappers nu onderscheid tussen de “Astronomische Nieuwe Maan” en de “Wassende Nieuwe Maan”. Daarbij is de “Astronomische Nieuwe Maan” de term voor de Nieuwe Maan zoals de wetenschap die definieert (dus de conjunctie). De “Wassende Nieuwe Maan” behoudt zijn oorspronkelijke betekenis van eerste zichtbare maansikkel. Een goed woordenboek hoort beide betekenissen weer te geven. Het Random House Dictionary bijvoorbeeld, definieert de Nieuwe Maan als

De maan, wanneer die in conjunctie staat met de zon of nadat zij onzichtbaar is geworden [Astronomische Nieuwe Maan] ofwel slechts zichtbaar als een smalle wassende sikkel [Wassende Nieuwe Maan]. (Haken toegevoegd door Nehemia Gordon)

Verondersteld bewijs voor de “Verborgen Maan”.

Sommige mensen zijn op zoek gegaan naar Bijbels bewijs voor de incorrecte betekenis die zij aan de term Nieuwe Maan hebben gehecht, nadat zij daardoor in verwarring waren gebracht. Meestal wordt hierbij Psalm 81:4 aangehaald:

4 Blaas op de bazuin (shofar) voor de Chodesh (Nieuwe Maan),
Op de Keseh (bij Volle Maan) voor de dag van ons Chag (feest). (Psalm 81:4)

Volgens de “Verborgen Maan Theorie” is het woord “Keseh” afgeleid van de wortel K.S.Y. wat betekent: “bedekken” en betekent daarom “Bedekte Maan” ofwel “Verborgen Maan”. Wanneer dit vers zegt op de shofar te blazen op de Keseh, betekent dit volgens deze interpretatie: [Blaas op de shofar] “op de dag van de Verborgen Maan”. De tekst biedt echter nauwelijks ondersteuning voor dit argument, want de tweede helft van dit vers spreekt over de dag van de Keseh als “de dag van ons Feest (Chag)”. In de Bijbel is het woord “Feest” (Chag) altijd de technische term voor één van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten (Matzot, Shavuot of Soekkot; zie Exodus 23, 34:18, 34:22-23). Nieuwe Maansdag wordt nooit een “pelgrimsfeest” genoemd, dus kan Keseh / Chag nooit een synoniem zijn voor Nieuwe Maansdag (Chodesh).

Daarnaast is gesuggereerd dat Keseh verwijst naar de Bijbelse feestdag van Yom Teruah (Dag van Geroep), die altijd samenvalt met de Nieuwe Maansdag. De Bijbel omschrijft Yom Teruah echter als een Mo’ed (Vastgestelde Tijd) en nooit als een Chag (pelgrimsfeest). Daarom kan Keseh / Chag evenmin verwijzen naar Yom Teruah.

Wat betekent Keseh werkelijk?

Waarschijnlijk is “Keseh” verwant met het Aramese woord “Kista” en het Assyrische woord “Kuseu”, die beide “volle maan” betekenen (zie Brown-Driver-Briggs, pag.490b). [Hebreeuws, Aramees en Assyrisch zijn alle drie Semitische talen, die vaak dezelfde wortels van woorden met elkaar gemeen hebben.] Dit past volmaakt bij de beschrijving van Keseh als de Dag van het Chag, omdat twee van de drie Pelgrimsfeesten (Chag HaMatzot en Chag HaSoekkot) vallen op de vijftiende van de maand, rond de tijd van de volle maan!

Meer over de “Verborgen Maan”.

Een ander punt van overweging is, dat er feitelijk geen “dag” van de Verborgen Maan bestaat. De maan blijft in het Midden-Oosten verborgen voor een periode van 1,5 tot 3,5 dag. Er is geopperd dat de dag van de Verborgen Maan slaat op de Dag van de Conjunctie (wanneer de maan zich tussen de aarde en de zon bevindt). Het duurde echtere tot wel 1000 jaar na Mozes, voordat de Babylonische sterrenkundigen ontdekten hoe zij het moment van de conjunctie moesten berekenen. Daarom konden de vroege Israëlieten er onmogelijk weet van hebben wanneer het moment van conjunctie plaatsvond. Zij konden dus niet weten welke dag de “Dag van de Verborgen Maan” was.

Er is ook gesuggereerd dat de vroege Israëlieten naar de “Oude Maan” gekeken kunnen hebben om de dag van de conjunctie vast te stellen, zodra de Oude Maan niet meer zichtbaar was aan de ochtendhemel. Die methode werkt echter niet in het Midden-Oosten, waar de “Verborgen Maan” tot wel 3,5 dag verborgen kan blijven. Het is heel gebruikelijk dat de maan zo’n 2,5 dag verborgen blijft. Hoe zouden de vroege Israëlieten in dat geval hebben kunnen weten welke dag de Dag van de Conjunctie was?

In tegenstelling daarmee waren de vroege Israëlieten zich zeer bewust van de Wassende Nieuwe Maan. In oude beschavingen werkten de mensen van het ochtendgloren tot aan de avondschemering. Zij zullen zeker hebben opgemerkt dat de Oude Maan kleiner en kleiner werd aan de ochtendhemel. Zodra de ochtendmaan was verdwenen, wachtten zij gespannen af tot die 1,5 tot 3,5 dag later opnieuw verscheen aan de avondhemel. Na haar verdwijning verscheidene dagen eerder, zouden zij haar bij haar verschijning aan de vroege avondhemel “Nieuwe Maan” of “Chodesh” noemen (afkomstig van chadash, nieuw).

Hoofdstuk 5 – Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Een andere factor waar de Hebreeuwse Kalender geen rekening mee houdt is de vraag of de gerst al of niet Abib is. Die vraag wordt niet eens gesteld. Toch moet de gerst Abib zijn (bijna klaar om te oogsten) omdat dit, samen met het waarnemen van de eerste Maansikkel, een basisvoorwaarde is om het begin (of het “Hoofd”) van het Jaar vaststellen.

Rosh Hashanah is, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, niet het begin van het jaar. Dat valt in de zevende maand en niet in de eerste. Er is gerst nodig om aan één van de geboden uit Leviticus 23 te kunnen voldoen. Ik deel met u wat de Karaïtische Joden over de gerst te zeggen hebben:

Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Het Bijbelse Jaar begint met de eerste Nieuwe Maan nadat de gerst in Israël de fase van rijpheid heet bereikt die Abib wordt genoemd. De periode tussen een jaar en het volgende jaar duurt ofwel twaalf ofwel dertien maanmaanden. Daarom is het belangrijk de staat van de gersteoogst te controleren tegen het eind van de twaalfde maand. Als de gerst tegen die tijd Abib is, dan heet de volgende Nieuwe Maan Chodesh Ha-Aviv (“Nieuwe Maan van de Abib”). Als de gerst nog niet rijp is, moeten we nog een maand wachten en de gerst controleren tegen het eind van de dertiende maand.

Volgens afspraak wordt een jaar met twaalf maanden een “Regulier Jaar” genoemd, terwijl een jaar met dertien maanden een Schrikkeljaar heet. Dit moet niet verward worden met het schrikkeljaar van de Gregoriaanse (Christelijke) kalender. Die kent  een toevoeging van één enkele dag (29 februari). Het Bijbelse Schrikkeljaar kent echter een toevoeging van een complete maanmaand (“dertiende maand”, Adar Bet genaamd). Over het algemeen kan pas een paar dagen voor het eind van de twaalfde maand worden vastgesteld of het jaar een Schrikkeljaar wordt of niet.

Waar wordt Abib genoemd in de Hebreeuwse Bijbel?

Het verslag van Exodus verhaalt:

4 “Vandaag vertrekt u, in de maand (van de) Abib.” (Exodus 13:4)

Om ons eraan te herinneren dat wij Egypte verlieten in de maand van de Abib wordt ons geleerd in deze tijd van het jaar het Paasoffer te brengen en het feest van Ongezuurde Broden te vieren. In Deuteronomium wordt ons geboden:

1 “Neem de maand Abib in acht en houd het Pascha voor YHWH, uw God, want in de maand Abib heeft YHWH, uw God, u in de nacht uit Egypte geleid.” (Deuteronomium 16:1)

Op dezelfde manier wordt ons in Exodus geboden:

15 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in die maand bent u uit Egypte vertrokken. Maar men mag niet met lege handen voor Mijn aangezicht verschijnen.” (Exodus 23:15)

18 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb,  op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in de maand Abib bent u uit Egypte vertrokken.” (Exodus 34:18)

Wat is Abib?

Abib geeft een fase van ontwikkeling van de gerst aan. Dit wordt duidelijk aan de hand van het Exodus verslag dat de verwoesting door de plaag van de hagel beschrijft:

31 “Het vlas en de gerst waren platgeslagen, want de gerst stond al in de aar (was Abib) en het vlas in de knop (Giv’ol). 32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die zijn later (Afilot, donker, d.w.z. nog groen).” (Exodus 9:31-32)

Uit deze tekst blijkt dat de vlas en de gerst waren vernietigd door de hagel, maar dat de tarwe en de spelt niet waren beschadigd. Om de reden hiervoor te begrijpen moeten we ons verdiepen in de groeicyclus van granen. In de eerste fase van hun ontwikkeling zijn granen flexibel en hebben een donker groene kleur. Naarmate ze meer rijpen, nemen ze een meer gele kleur aan en worden de halmen breekbaarder. De reden dat de gerst was vernietigd, maar de tarwe niet, is, dat de gerst het stadium van Abib had bereikt en daardoor breekbaar genoeg was om te worden beschadigd door de hagel. Maar de tarwe en de spelt waren nog in het beginstadium van hun ontwikkeling en daarom flexibel en niet gevoelig voor beschadiging door de hagel. De beschrijving van de tarwe en spelt als “donker” (Afilot) geeft aan dat ze nog diep groen waren en dat ze nog niet gelig begonnen te worden, de karakteristieke kleur van rijpe granen. In contrast daarmee had de gerst het stadium van Abib bereikt, was niet langer “donker” en had waarschijnlijk al goudgele aren ontwikkeld.

Geroosterde Abib

We weten uit verscheidene passages dat de gerst, die de fase van Abib bereikt heeft, nog niet geheel gerijpt is, maar rijp genoeg om de graankorrels te kunnen eten, als ze geroosterd zijn. Geroosterde gerst werd algemeen gegeten in het oude Israël. Het komt op verscheidene plaatsen in de Hebreeuwse Bijbel voor als Abib geroosterd (Kalui) op vuur (Leviticus 2:14) of in afgekorte vorm als “geroosterd” (Kalui / Kali) (Leviticus 23:14; Jozua 5:11; 1Samuël 17:17, 25:18; 2 Samuël 17:28; Ruth 2:14).

In de vroege fase van ontwikkeling zijn de zaden van de gerst nog niet groot en stevig genoeg om als voedsel te dienen door roosteren. Als de aar nog maar net uit de halm tevoorschijn komt, zijn de zaden nog te onderontwikkeld om op welke manier dan ook tot voedsel te kunnen dienen. In een later stadium, als de zaden zijn gegroeid, vullen ze zich met vloeistof. Als ze in dit stadium worden geroosterd, zullen ze verschrompelen en blijft er alleen een leeg vliesje over. Na verloop van tijd verandert de vloeistof in droge stof. Als er voldoende droge stof is, kan het zaad worden geroosterd.

Abib en de oogst

De maand van de Abib is de maand die begint nadat de gerst het stadium van Abib heeft bereikt. Twee tot drie weken na het begin van de maand is de gerst het stadium van Abib gepasseerd en kan worden aangeboden als “Beweeg-garve” (Hanafat HaOmer). Het aanbieden van de “Beweeg-garve” is een offer dat wordt gebracht van de eerste graanhalmen van de oogst die worden gemaaid. Dit offer wordt aangeboden op de eerste zondag na Pesach in de week van Chag HaMatzot (Feest van Ongezuurde Broden). De aanbieding van de Beweeg-garve wordt beschreven in Leviticus:

10 “Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van YHWH bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10-11)

Hieruit wordt duidelijk, dat de gerst, die aan het begin van de maand Abib was, vijftien tot twintig dagen later (op zondag tijdens Ongezuurde Broden) oogstrijp is. Daarom kan de maand van de Abib niet beginnen tenzij de gerst het stadium heeft bereikt waarin het binnen twee tot drie weken oogstrijp is.

Ook Deuteronomium bevestigt dat de gerst oogstrijp moet zijn binnen twee à drie weken na het begin van de maand:

9 “Zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet de zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren.” (Deuteronomium 16:9)

Uit onderstaande tekst van Leviticus weten wij, dat de zeven weken tussen Ongezuurde Broden (Chag HaMatzot) en Pinksteren (Shavuot) beginnen op de dag dat het Beweegoffer plaatsvindt (d.i. de zondag tijdens Ongezuurde Broden):

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken  zullen het zijn.” (Leviticus 23:15)

Daarom moet het moment “dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren” vallen op zondag tijdens Ongezuurde Broden, dat is: twee tot drie weken na het begin van de maand Abib. Als de gerst nog niet genoeg is ontwikkeld om twee tot drie weken later klaar te zijn om te maaien, kan de maand Abib niet beginnen en moeten we nog een maand wachten.

Nu rijpt niet alle gerst in Israël tegelijkertijd. Het Beweeggarve offer is een nationaal offer, gebracht van het eerste velden die oogstrijp zijn. Maar de eerstelingsoffers van individuele boeren kunnen qua rijpheid variëren van “geroosterd Abib” tot volrijpe gerst, die “gebroken” of “grof gemalen” (Geres) aangeboden mag worden. Dat is wat Leviticus bedoelt als we lezen:

14 “En wanneer u YHWH een graanoffer van de eerste vruchten aanbiedt, moet u in het vuur geroosterde verse aren (Abib) als graanoffer van uw eerste vruchten aanbieden, gebroken korrels (Geres) van vers graan (Karmel).” (Leviticus 2:14)

Karmel is graan dat is uitgehard voorbij het punt van Abib zodat het kan worden “gebroken” of “grof gemalen”.

Alle bovenstaande teksten zijn in de Staten Vertaling direct uit het Hebreeuws vertaald, maar er moet wel worden opgemerkt dat de vertalers daarvan op z’n best slechts minimaal begrip hadden van de betekenis van de verschillende Hebreeuwse landbouwkundige termen. Gedeeltelijk geldt dit ook voor de Herziene Statenvertaling, waaruit de bovenstaande teksten zijn geciteerd. In Leviticus 2:14 vertaalt men bijvoorbeeld “Abib” met “verse aren” en “Geres Karmel” met “gebroken korrels” (Geres = gries) van “vers graan” (Karmel).

Samenvattend kunnen we zeggen dat Gerst in het stadium van Abib drie eigenschappen bezit:

Het is breekbaar genoeg om te worden vernietigd door hagel en begint gelig te worden (is niet meer “donker”).
De zaden bevatten genoeg droog materiaal om geroosterd gegeten te kunnen worden.
Het is voldoende ontwikkeld om binnen twee à drie weken geoogst te kunnen worden.

De Omerceremonie is opgetekend in de Mishna, maar deze is gecorrumpeerd door de rabbijnen. Dit verslag legt zelfs het dispuut vast tussen de Farizeeën en de Sadduceeën over het juiste tijdstip waarop de ceremonie gehouden diende te worden. De Sadduceeën hadden gelijk.

De Omer moest worden gemarkeerd op de avond van de veertiende Aviv (Nissan). Na afloop van de weeksabbat van het Feest van Ongezuurde Broden, moest de Omer (graan of koren) worden gemaaid en naar het Tempelterrein gebracht om te worden bereid voor de Beweeggarve op de ochtend na de weeksabbat. Dit moest plaatsvinden in de nachtelijke uren of de vroege uren van de zondagochtend, tussen zonsondergang op zaterdag en zonsopgang op zondag.  Het was een grootse gebeurtenis, die nu verloren is gegaan in de geschiedenis, maar de betekenis ervan wordt duidelijk, als je begrijpt waar deze ceremonie beeld voor staat en hoe Yehshua die vervulde door zijn opstanding op zondagmorgen.

Om meer te weten te komen over deze grootse gebeurtenis, zie Pentecost’s Hidden Meaning (de Verborgen Betekenis van Pinksteren) op
https://www.sightedmoon.com/?page_id=21

Hoofdstuk 6 – Het kalenderjaar van 360 dagen: heeft er ooit zoiets bestaan?

 

Bij het schrijven van dit boek heeft een aantal mensen vragen gesteld over het kalenderjaar van 360 dagen. Om hier goed antwoord op te kunnen geven moet ik eerst de historische achtergrond tekenen, zodat het “wie, wat, wanneer, waar en waarom” van bepaalde veranderingen begrepen kan worden.

We hebben tegenwoordig te maken met de Gregoriaanse Kalender van 365 dagen en de Hebreeuwse Kalender van 354 dagen, die een toegevoegde dertiende maand kent aan het eind van sommige jaren gedurende een negentienjarige cyclus.

De huidige Hebreeuwse Kalender vindt zijn oorsprong bij Hillel II, die hem creëerde wegens de groeiende vervolging door de Romeinen van alles wat maar Joods was in de 4e eeuw. Hillel II wilde dat Joden over de hele wereld de juiste datum van de Feesten in de eerste en de zevende maand van het jaar konden weten.

Door de steeds toenemende vervolging werd het bijna onmogelijk de Nieuwe Maan in Jeruzalem nog waar te nemen. Boodschappers uitzenden naar de diverse Joodse enclaves in de Diaspora (Ballingschap) was allerminst een gemakkelijke onderneming. Maar toen Hillel II ongeveer in 358 – 359 na Chr. zijn berekeningen publiceerde, konden de Nieuwe Maan van de 1e Nissan en de 1e Tishri  ver van tevoren worden vastgesteld en hoefde slechts te worden bevestigd door de directe waarneming. Na verloop van tijd werd de praktijk van het waarnemen ofwel opgegeven ofwel simpelweg vergeten en werd uitsluitend de berekende methode nog gebruikt.

Let erop dat de directe waarneming aanvankelijk door Hillel II werd gebruikt om het begin van de maand vast te stellen en zijn berekeningen te bevestigen. Dit betekent, dat een maand begon met een Zichtbare Maan en niet met een “Conjunctie Maan” – dat is: een maan die in rechte lijn stond met de aarde en de zon, een maan die dus niet kon worden gezien – met andere woorden: een donkere maan. Destijds werden maanden altijd vastgesteld door het waarnemen van de eerste Zichtbare Maansikkel van de Nieuwe Maan na zonsondergang.

In de berekeningen van Hillel II werd het gebruik van de Babylonische negentienjarige cyclus, die al ik eerder vermeldde, overgenomen. Hillel II stelde vast, dat er een dertiende maand toegevoegd moest worden in vooraf geselecteerde jaren

van deze negentienjarige cyclus (jaar 3, 6, 8, 11, 14, 17 en 19). Dit proces zou daarna

worden herhaald in de volgende cyclus van negentien jaar, evenals in alle daarop volgende negentienjarige cycli.

Je zou de vraag kunnen stellen: “Wat heeft dit met ons te maken?” Als de juiste basis eenmaal is gelegd is het antwoord eenvoudig: in de jaren 2000, 2003, 2005, 2008, 2011, 2014 en 2016 is een extra dertiende maand toegevoegd aan de Hebreeuwse kalender. En dit proces zal worden voortgezet tot er een nieuw Sanhedrin zal zijn (of tot Yehshua terugkeert), geheel los van wat ik heb uitgelegd over de noodzaak van gerst die Abib moet zijn om het jaar te kunnen beginnen. (zie hoofdstuk 5: Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren).

De toevoeging van een dertiende maand gedurende deze jaren (jaar 3, 6, 8, 11, 14, 17, 19) van de negentienjarige cyclus, heeft tot gevolg, dat automatisch alle Feestdagen een maand later in het zonnejaar vallen, om zodoende deze dagen in harmonie te houden met de oogstseizoenen.

De huidige 19-jarige cyclus begon in het Joodse jaar 5758 (het jaar dat begon op 2 oktober 1997).

Om nog wat nader in te gaan op het citaat hierboven: het Joodse jaar begint met de zevende maand Tishri. Tijdens het schrijven van dit boek, in 2012, is het volgens de Joodse jaartelling 5772. Op Tishri 1 – dat was 17 september 2012 – werd het 5773. Op Tishri 1 van het jaar 2016, na het negentiende jaar, zal de huidige cyclus ten einde zijn.

Maar om u een indruk te geven van hoe de joodse gemeenschap geleidelijk begon af te wijken van de kalender van Hillel II heb ik de Tweede- van de Vier Regels toegevoegd die betrekking hebben op Dehioth (Dechiyot), de Uitstelregels, die ik veel uitgebreider in het volgende hoofdstuk, “De Joodse Feestdagen zijn niet ‘Kosher’ ”, zal bespreken.

Ik vond het van belang om u nu al op de hoogte te stellen van de Tweede Regel, zodat u beter gaat begrijpen hoe de Hebreeuwse kalender in zijn huidige vorm werkt. Nogmaals: die kalender heeft niet altijd zo gewerkt. Hillel II ontwierp deze kalender, ervan uitgaande dat het basisuitgangspunt voor het begin van de maand de Waarneembare Maan zou blijven. Dit werd niet alleen als zodanig vermeld in de berekeningen van Hillel II, maar zelfs in Dehioth (Dechiyot): Uitstelregels vinden we de volgende verrassende uitspraak: “Zodat de Maan niet in een ander deel van de wereld wordt gezien voordat zij in Jeruzalem wordt gezien.” Hoewel men niet precies weet wanneer deze Uitstelregels ingevoerd en van kracht werden, bleek door het opnemen van de Vier Regels de kalender van Hillel II alleen nog maar meer af te wijken van de kalender van Yehovah.

Dat is de huidige Hebreeuwse kalender, ontwikkeld door Hillel II in 358 na Chr. inclusief de wijzigingen die er sindsdien in zijn ingevoerd.

Sommige mensen geloven echter dat de enige echte kalender die van 360 dagen is. Regelmatig duikt in dit verband de naam op van Immanuel Velikovsky, die het uiterst controversiële, maar baanbrekende boek Werelden in Botsing (Worlds In Collision).

Werelden in Botsing is geschreven door Immanuel Velikovsky en uitgegeven op 3 april 1950.

Het boek stelde, dat rond de 15e eeuw voor Christus Venus zich afscheidde van Jupiter als een komeet of komeetachtig hemellichaam. Venus passeerde de Aarde van dichtbij (een feitelijke botsing wordt niet genoemd). Zij veranderde de baan van de Aarde en de stand van de aardas, wat leidde tot een groot aantal catastrofes, waarover werd verhaald in oude mythologieën en religies over de hele wereld. Het boek werd na de publicatie zeer  vijandig ontvangen door de wetenschappelijke gemeenschap.

In het hoofdstuk met de titel Het Jaar van 360 Dagen stelde Velikovsky:

Er zijn talloze aanwijzingen bewaard gebleven die aantonen, dat voordat het jaar 365¼ dagen telde, het jaar slechts 360 dagen lang was. Zelfs het jaar van 360 dagen was niet het meest oorspronkelijke: dat was een overgangsvorm tussen een jaar met nog minder dagen en ons huidige jaar.

In de tijdsspanne tussen de catastrofes van de vijftiende eeuw voor Christus en die van de achtste eeuw voor Christus lijkt het jaar slechts 360 dagen lang geweest te zijn.

Ik had voorheen bijzonder weinig waardering voor het werk van Velikovsky. Dat was gebaseerd op wat anderen te zeggen hadden over hem, zijn waarnemingen, zijn bevindingen en zijn publicaties. Geheel voorbarig had ik zijn werk al beoordeeld zonder het in detail te hebben bekeken of het zelf te hebben onderzocht. Ik zal nu een samenvatting weergeven van het werk van Velikovsky: Velikovsky’s Geest keert terug: Het Elektrische Universum (Velikovsky’s Ghost Returns: The Electric Universe), geschreven door Michael Goodspeed.

Om het gebrek aan informatie in te vullen, zal ik het verhaal kort samenvatten.

De in Rusland geboren geleerde was een vriend en collega van Albert Einstein, studeerde bij Freuds eerste leerling Wilhelm Stekel en was de eerste praktiserende psychoanalist in Israël. Enkele van zijn geschriften verschenen in Freuds Imago. In 1930 suggereerde hij in een publicatie dat epilepsie gekenmerkt wordt door afwijkende encefalogrammen. Hij was de oprichter en redacteur van het wetenschappelijke blad Scripta Universitatis, waarin de natuurkundige en wiskundige inhoud werd voorbereid door Einstein.

Bij het bestuderen van een boek over Freud en zijn helden verwonderde Velikovsky zich voor het eerst over de rampen die gepaard gingen met de Hebreeuwse Exodus. Daarbij regende het  vuur en hagelstenen op Egypte, decimeerden aardbevingen de natie en bewoog zich een vuur- en rookkolom langs de hemel. De Bijbelse en andere traditionele Hebreeuwse bronnen schilderen de gebeurtenissen dermate levendig, dat Velikovsky zich begon af te vragen of wellicht een of andere buitengewone natuurramp een rol heeft gespeeld bij de Exodus.

Om dit te onderzoeken zocht Velikovsky naar antieke Egyptische verslagen die hiermee in overeenstemming waren. In een papyrus genaamd Papyrus Ipuwer, dat wordt bewaard in het museum van de Leidse Universiteit, trof hij een opmerkelijke parallel aan. Dit document bevat de een klaaglied van een Egyptische geleerde, die reageert op een grote catastrofe, die Egypte trof, waarbij de rivieren rood werden, vuur langs de hemel raasde en rampspoed en pest het land verwoestte.

Velikovsky vond eveneens verrassende parallellen in Babylonische en Assyrische kleitabletten, Vedische gedichten, Chinese epen en legenden van Noord-Amerikaanse Indianen, Maya’s, Azteken en Peruvianen. Op basis van deze opmerkelijk parallelle verslagen stelde hij de stelling op dat er zich een hemelse catastrofe moet hebben afgespeeld. Hij trok de conclusie dat een zeer groot hemellichaam, mogelijk een ‘komeet’, de aarde op zo geringe afstand passeerde, dat de aardas gewelddadig uit haar stand werd gerukt, dat wereldwijde aardbevingen, stormen en vallend ruimtepuin de vroege beschavingen heeft uitgedund.

Maar voordat Velikovsky zijn reconstructie van de geschiedenis kon voltooien, moest hij een groot raadsel oplossen. In de verslagen van verafgelegen culturen had hij gevonden dat de “komeet” die de drager was van de rampen, werd geïdentificeerd als een planeet. En hoe dieper hij zocht, hoe duidelijker het hem werd, dat deze planeet Venus was. De bijbehorende antieke afbeeldingen zijn o.a. de Babylonische “Toorts-Ster”, de “Bebaarde Ster” Venus, de

Mexicaanse “Rokende Ster” Venus, de Peruviaanse “Langharige Ster” Venus, de Egyptische “Grote Ster” Venus (“die zijn vuur in vlammen verstrooit”) en de wijdverspreide beelden van Venus als een vurige slang of draak in de lucht. In elk van deze gevallen is de taal rond deze “komeet” voor maar één uitleg vatbaar, want de genoemde symbolen staan in deze antieke talen slechts voor Venus en voor Venus alleen.

Door het bewijs te volgen, ontdekte Velikovsky dat Venus een bijzondere plaats wordt toegekend onder de eerste astronomen van de wereld. Zowel in de oude als in de nieuwe wereld bekeken de oude sterrenkundigen Venus met een mengsel van angst en ontzag, terwijl ze haar opkomst en ondergang nauwlettend in de gaten hielden. Zij hielden deze planeet verantwoordelijk voor de bijna-ondergang van de wereld. Velikovsky hield het erop dat deze astronomische tradities hun wortels vinden in een traumatische menselijke ervaring met deze planeet, hoewel de moderne wetenschap altijd heeft aangenomen dat de planeten zich over een periode van miljarden jaren ontwikkelden in betrekkelijke rust en ongestoorde isolatie.

Op basis van uitgebreide vergelijking tussen deze culturen concludeerde Velikovsky dat de planeet Venus voorafgaand aan de vastgelegde geschiedenis op gewelddadige wijze uit de gasreus Jupiter werd losgescheurd en daarbij een spectaculaire komeetachtige staart vertoonde. Toen deze later (rond 1500 voor Chr.) de aarde passeerde met catastrofale gevolgen, vormde dit de achtergrond van de Hebreeuwse Exodus, aldus Velikovsky.

In “Werelden in botsing” (Worlds in Collision) beweerde Velikovsky dat de angstaanjagende ‘goden’ van de oude wereld in werkelijkheid planeten waren – die onopvallende lichtjes die we met de regelmaat van de klok langs de hemel zien bewegen, zonder een spoor van de chaotische rol die ze in het verleden hebben gespeeld. Het boek verhaalde van twee gebeurtenissen waarbij de komeet of protoplaneet Venus de aarde op geringe afstand passeerde. Een groot deel van hetzelfde boek was gewijd aan de oude oorlogsgod, die Velikovsky identificeerde als de planeet Mars. Hij beweerde dat Mars zich eeuwen na de Venus catastrofes bewoog in een onstabiele baan, die de baan van de Aarde sneed, wat leidde tot een serie ontzagwekkende gebeurtenissen op aarde in de zevende en achtste eeuw voor Christus.

Uitgever Macmillan, die het boek had uitgegeven, werd onmiddellijk onder vuur genomen door astronomen en wetenschappers. Maar de verkoop van Worlds In Collision nam een grote vlucht en het boek kwam al snel aan de top van de bestsellerslijst te staan. Dr. Harlow Shapley, directeur van het Harvard Observatorium benoemde het boek, zonder het (zelfs) maar te lezen, als ‘nonsens’ en ‘rijp voor de vuilnisbak’. In brief aan uitgever Macmillan dreigde Shapley met een boycot van het bedrijf. De astronoom Fred Whipple dreigde zijn relatie met de uitgever te verbreken. Onder druk van de wetenschappelijke gemeenschap voelde Macmillan zich gedwongen om de rechten van het boek aan Doubleday over te dragen, hoewel Worlds In Collision op dat moment al de nummer één bestseller in het land was. Redacteur James Putnam, die al vijfentwintig jaar bij Macmillan werkte en had onderhandeld voor het contract van Worlds In Collision, werd kortweg ontslagen.

In de nasleep van Macmillan’s publicatie van Worlds In Collision veroordeelde het ene na het andere wetenschappelijk tijdschrift Velikovsky’s werk. De gerenommeerde astronoom en schrijver Donald Menzel maakte Velikovsky in het openbaar belachelijk. Astronoom Cecilia-Payne Gaposchkin lanceerde een campagne om Velikovsky in diskrediet te brengen, (eveneens) zonder ‘Werelden in Botsing‘ te hebben gelezen. Het Bulletin of Atomic Scientists

gaf een reeks artikelen uit die Velikovsky op grove wijze misrepresenteerde. En Gordon Atwater, curator van het gerespecteerde Hayden Planetarium, werd ontslagen nadat hij in het magazine This Week had geopperd dat het werk van Velikovsky een onbevooroordeelde discussie verdiende.

Velikovsky bleef vele jaren na de publicatie van Worlds In Collision persona non-grata op universiteitscampussen. Hem werd de gelegenheid ontzegd artikelen in wetenschappelijke tijdschriften te publiceren. Als hij probeerde te reageren op kritische artikelen in die tijdschriften, werden zijn reacties afgewezen. De houding van astronomen was kenmerkend voor die van de gevestigde wetenschap in het algemeen. Astronoom Dean McLaughlin uit Michigan riep uit: “Leugens – ja, leugens”. In zijn antwoord aan een correspondent schreef  sterrenkundige Harold Urey: “Mijn advies aan jou is om het boek dicht te slaan en het de rest van je leven nooit meer te openen”.

Voor Velikovsky was dit het begin van een ‘duistere tijd’. Maar opmerkelijk genoeg werd zijn vriendschap met Albert Einstein er niet door beïnvloed. Einstein ontmoette hem vaak en onderhield een uitgebreide correspondentie met hem, waarin hij Velikovksy aanmoedigde om voorbij te zien aan het wangedrag van de wetenschappelijke elite. In zijn discussie met Einstein voorspelde Velikovsky dat Jupiter radiogolven uit moest zenden en hij drong er bij Einstein op aan om zijn invloed te gebruiken om Jupiter te laten onderzoeken op de emissie van radiogolven, hoewel Einstein zelf de redenering van Velikovsky betwistte. Maar in april 1955 werden, tot verrassing van wetenschappers, die meenden dat Jupiter te koud en te inactief was om radiogolven uit te zenden, radio golven ontdekt, afkomstig van Jupiter. Die ontdekking leidde ertoe dat Einstein ermee instemde om Velikovsky bij te staan in het ontwikkelen van nieuwe tests met betrekking tot zijn stelling. De meest prominente wetenschapper van de wereld stierf echter slechts enkele weken later.

Velikovsky verwachtte dat de verkenning van de ruimte nog meer ontdekkingen op zou leveren. Hij stelde dat de planeet Venus extreem heet zou zijn, aangezien zij volgens zijn reconstructie in historische tijden ‘gloeiend heet’ was. In zijn stellingname opperde hij ook de waarschijnlijkheid van een dichte Venusiaanse atmosfeer, een restant van haar vroegere komeetachtige staart. Hij beweerde tevens dat rond de aarde een magnetosfeer ontdekt zou worden, die zich tenminste uit zou strekken tot aan de maan, omdat hij ervan overtuigd was dat de aarde in historische tijden elektrische lading heeft uitgewisseld met andere planetaire lichamen.

Het aanbreken van het tijdperk van de ruimtevaart was voor Velikovsky een kritieke tijd, aangezien onder invloed van de gegevens die werden verzameld van de Maan, van Mars en van Venus de populaire visies over deze hemelse lichamen begonnen te verschuiven. In

In 1959 ontdekte Dr. Van Allen dat de aarde een magnetosfeer heeft. In de vroege jaren zestig, kwamen wetenschappers er tot hun verbazing achter, dat de planeet Venus een oppervlaktetemperatuur heeft tot 900° F (ongeveer 500° C). Dat is heet genoeg om lood te smelten. “De temperatuur is veel hoger dan iemand zou hebben voorspeld”, schreef Cornell Mayer.

Er braken betere tijden aan voor Velikovsky. In 1962, drongen twee wetenschappers, Valentin Bargmann, professor in de natuurkunde in Princeton, en Lloyd Motz, professor in de sterrenkunde in Columbia, erop aan dat Velikovsky’s conclusies “objectief opnieuw zouden worden onderzocht.” Ter ondersteuning voor deze heroverweging citeerden zij zijn voorspellingen over radiogolven van Jupiter, de aardse magnetosfeer en een onverwacht hoge temperatuur van Venus.

In juli 1969, aan de vooravond van de eerste landing op de maan, nodigde de New York Times Velikovsky uit uiteen te zetten welke ontdekkingen hij verwachtte van de Apollo-missies. Velikovsky’s antwoord bevatte een negental “beweringen vooraf”, onder andere “Remanent (resterende, resterende) Magnetisme,” een steil hellende temperatuurverandering, radioactieve hotspots en regelmatige maanbevingen. Al met al bleek dit een opvallend accurate samenvatting van latere bevindingen. Maar de wetenschappelijke gemeenschap hield zich nog steeds muisstil.

Maar in 1972 keerde Velikovsky, op uitnodiging van de Society of Harvard Engineers and Scientists,  terug naar de plaats van waaruit de oorspronkelijke boycot werd gelanceerd. Zijn presentatie leverde een staande ovatie op. “Zoals u kunt zien heb ik het overleefd”, zei hij. “Ik heb tweeëntwintig jaar op deze avond gewacht. Ik kwam hier om het jeugdig enthousiasme te vinden van mannen die een fascinatie hebben voor ontdekkingen.”

Eveneens in 1972 begon een klein studentenblad, genaamd Pensée, in Portland, Oregon, met de publicatie van een serie uitgaven die volledig gewijd waren aan Velikovsky, met bijdragen van de pionier zelf. De Pensée-serie, genaamd Immanuel Velikovsky Reconsidered (Immanuel Velikovsky Heroverwogen), verhaalde over de geschiedenis van de Velikovsky-affaire en leverde internationale aandacht op voor het wetenschappelijke wangedrag dat daarin speelde. Ook werden de bevindingen van Space Age naar voren gebracht, die Velikovsky’s revolutionaire stelling van een interplanetaire catastrofe ondersteunden. Het was duidelijk tijd voor een herbeoordeling van het werk van Velikovsky, en de Pensée-serie gaf de aanzet die het Velikovsky debat nieuw leven in zou blazen. Het eerste nummer werd een bestseller bij verschillende universiteitscampussen en leidde tot artikelen in Reader’s Digest, Analog, Time, Newsweek, Physics Today, de National Observer, en vele andere publicaties.

Velikovsky, nu uiterst optimistisch gestemd, begon talloze uitnodigingen van universiteiten te ontvangen. De British Broadcasting Corporation (BBC) maakte een speciale documentaire over Velikovsky, die werd herhaald wegens de massale interesse. Ook de Canadese Broadcasting Corporation maakte een documentaire over Velikovsky en in Toronto, Ontario, werd een internationaal symposium gehouden. Velikovsky hield ook een toespraak bij het N.A.S.A. Ames Research Center, waarin hij procedures en experimenten voorstelde om zijn claims te testen.

Gedurende twee jaar na het verschijnen van “Immanuel Velikovsky Heroverwegen” hield de wetenschappelijke elite zich akelig stil. De wederopstanding van de “ketter”, die zo lang werd dood gewaand, leek allemaal net iets te gemakkelijk te verlopen.

Toen brak de tegenaanval los van de kant van Amerika’s grootste wetenschappelijke organisatie, de American Association for the Advancement of Science, Zij organiseerde een symposium over Worlds In Collision, met als doel een “open discussie over Velikovsky”. Op het programma van de  “1974 San Francisco A.A.A.S. bijeenkomst” stond o.a. een direct “debat” tussen de populaire astronomen Carl Sagan en Velikovsky.

De bijeenkomst vertoonde al de valstrikken van een media-event, en zoals zo vaak bij dergelijke debatten bracht het geen enkele helderheid over het onderwerp. Toch werd het nog jaren daarna in de grote media te berde gebracht als de “definitieve weerlegging” van Velikovsky.

De A.A.A.S. bijeenkomst was het begin van een meedogenloze lastercampagne tegen Velikovsky. In de daarop volgende jaren, besteedde Sagan een aanzienlijk deel van elk boek dat hij publiceerde aan het ontkrachten van Velikovsky. En aangezien wetenschappelijke redacties van kranten niet langer zelf op onderzoek uitgaan of aan waarheidsvinding doen, werd eenvoudigweg gerapporteerd wat lokale astronomen erover te melden hadden. En dus raakte het Velikovsky-vraagstuk op een dood spoor.

Voordat hij in 1979 overleed, werd Velikovsky uiterst pessimistisch en vertelde ieder in zijn directe omgeving dat de strijd gestreden was, dat de critici hadden gewonnen. De hoofdstroom van de wetenschap zou volgens hem nooit een objectieve bespreking toelaten

over het onderwerp “Worlds In Collision”.

Hoewel ik het niet met Velikovsky eens ben, dat de ‘goden’ van de oudheid de planeten waren, geloof ik wel dat, als deze rampzalige gebeurtenissen plaatsvonden zoals Velikovsky stelt, het Yehovah was die ze liet plaatsvinden. Maar we zijn afgedwaald van het hoofddoel van dit hoofdstuk: bepalen of het kalenderjaar bestaat uit 354 of uit 360 dagen. Ik wilde de theorie en de stellingen van Velikovsky een eerlijke kans geven, aangezien sommigen hem zullen aanhalen in verband met dit onderwerp.

Yair Davidiy neemt ook de 360-dagen theorie van Velikovsky onder de loep als hij die vergelijkt me alle oude beschavingen van dat moment. Ik raad je sterk aan om dit te lezen als je een kans krijgt. Mijn antwoord wordt door de meeste mensen over het hoofd gezien, laat staan dat  ze het meenemen in hun overwegingen.

Veel mensen komen, op grond van de onderstaande Bijbelgedeelten uit Genesis en Daniël, iets te snel tot de conclusie dat het jaar bestaat uit 360 dagen.

11 In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet. 12 En er was regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten. (Genesis 7:11-12)

3 Vervolgens vloeide het water van boven de aarde terug, gaandeweg vloeide het terug. Na verloop van honderdvijftig dagen werd het water minder. 4 En de ark bleef in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, vastzitten op het gebergte van Ararat. 5 En gaandeweg werd het water minder, tot aan de tiende maand. In de tiende maand, op de eerste dag van de maand, werden de toppen van de bergen zichtbaar. (Genesis 8:3-5)

Door het lezen van deze Schriftplaatsen zijn velen met grote stelligheid tot de volgende conclusie gekomen: de vijf maanden tussen de tweede maand van Genesis 7:11 en de zevende maand van Genesis 8:4, gekoppeld aan de aanvullende informatie van de 150 dagen uit Genesis 8:3, vormen het bewijs dat die periode bestond uit vijf maanden van elk dertig dagen.

Dat doet de vraag rijzen of de 150 dagen van de zondvloed uit vijf maanden van dertig dagen bestonden.

Ieder maand draait de Maan rond de aarde in precies 29,53059 dagen (afgerond 29,5 dag). Het is mijn overtuiging dat dit altijd al zo is geweest en niet is veranderd sinds Yehovah de aarde heeft geschapen. Aangezien de theorie van Velikovsky naar verluid betrekking heeft op de tijd van Mozes en de Exodus in de jaren 1386 – 1380 voor Chr., zou het niet onredelijk zijn aan te nemen dat de omstandigheden bij gebeurtenissen van vóór die tijd ook niet zijn veranderd.

De sinds Adam in gebruik zijnde en aan Noach doorgegeven kalender is de kalender die gebruik maakt van de Zichtbare Maan om de maand mee te beginnen. Zoals ik hiervoor al stelde, kost het de Maan precies 29,53059 dagen om één omwenteling om de aarde te voltooien. Dit is afgerond 29,5 dagen per maand, en het is precies dat halve dagdeel dat het scharnierpunt vormt in ons verhaal.

Omdat altijd de mogelijkheid bestaat dat de Nieuwe Maan op de negentwintigste dag wordt waargenomen, is het zeer wel mogelijk dat een maand slechts negenentwintig dagen lang is. Maar voor hetzelfde geld zou de maan in een ander geval pas op de dertigste dag zichtbaar kunnen zijn. Juist deze variatie vormt ons bewijs.

Iedere maand bestaat uit negenentwintig of dertig dagen, afhankelijk van de waarneming van de Nieuwe Maan in een bepaalde maand. In de moderne Hebreeuwse kalender is reeds rekening gehouden met de fluctuatie van maanden van negenentwintig dan wel dertig dagen. Maar zoals ik nog steeds aan u zal aantonen, is de Hebreeuwse kalender niet foutloos. Het vooraf toewijzen van een bepaald aantal dagen aan een maand is een ander punt dat onmogelijk correct kan zijn. De nieuwe maan moest altijd worden waargenomen en dit was slechts mogelijk na negenentwintig dan wel dertig dagen. Maar je wist nooit van tevoren precies wanneer, tot je zelf (of iemand anders) de eerste zichtbare sikkel van de maan zag. (De maand was nooit eenendertig dagen lang – inderdaad: nooit. Dat was het gevolg van de Juliaanse hervormingen op de kalender in 46 voor Chr. door Julius Caesar.  We hebben dat dus aan hem te danken.)

Als ik “De dertig dagen van Noach” uitleg, herinner ik mensen eraan dat de maan een zichtbare maan moet zijn in de Bijbelse zin om het een Nieuwe Maan te mogen noemen. Noach was natuurlijk gedurende de hele periode in de ark opgesloten. Het regende onafgebroken. Als de Maan niet op de negenentwintigste dag zichtbaar is, dan is het automatisch Nieuwe Maan op de dertigste dag. Zoals u inmiddels weet, bestaat er niet zoiets als éénendertig dagen in een maand. Noach kon de Nieuwe Maan niet waarnemen gedurende zijn gehele verblijf in de ark. Pas toen hij uiteindelijk het raam opende en de lucht kon zien, om de raaf los te laten – toen, en niet eerder dan toen, kon Noach de Nieuwe Maan uiteindelijk zien. Maar in de ark kon hij alleen maar elke maand tot dertig tellen.

Zoals de heer Dumond uitlegt: wanneer het overdag op de 29e dag van de maand bewolkt is, en de waarneming van de nieuwe maan die avond dus verborgen is achter de wolken, wordt de volgende dag automatisch afgekondigd als ‘dag 30.’

Nadat het raam van de ark was afgesloten toen het begon te regenen, lezen we niet dat Noach het opnieuw opendoet tot vers zes van Genesis 8. Dat was dus na de 150 dagen waarvan sprake was in vers 3.

6 En het gebeurde na verloop van veertig dagen dat Noach het venster van de ark, dat hij gemaakt had, opendeed. 7 En hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen totdat het water van boven de aarde opgedroogd was. (Genesis 8:6-7)

Terwijl Noach opgesloten zat in de ark, kon hij natuurlijk maandenlang de zichtbare maansikkel niet waarnemen. Hij had geen zicht op de avondhemel tot hij het raam in vers zes opende. Voordat hij daar toestemming voor kreeg, was er al enige tijd verstreken waarin de vloed niet meer toenam en het vloedwater zich begon terug te trekken. Daarvoor regende het onafgebroken gedurende veertig dagen en veertig nachten totdat de Aarde geheel was overstroomd op een schaal die daarvoor of daarna nooit geëvenaard is. Dit alleen al maakt duidelijk dat de hemel door de bewolking volledig aan het oog was onttrokken, zodat het voor Noach, zelfs als er een raam was geweest en dit geopend was, onmogelijk zou zijn geweest ook maar iets waar te nemen.

Een andere Schriftplaats die mensen nogal eens als argument gebruiken is afkomstig uit Daniël 12. Daar staat het volgende:

6 De één zei tegen de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond: Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen? 7 Toen hoorde ik de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen. 8 Ik echter, ik hoorde het wel, maar ik begreep het niet. En ik zei: Mijn Heere, wat zal het einde hiervan zijn? 9 Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde. (Daniël 12:6-9)

 

10 Velen zullen gereinigd, zuiver wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen. 11 Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen. 12 Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt. 13 Maar u, ga heen tot het einde, want u zult rusten, en u zult opstaan in uw bestemming, aan het einde van de dagen. (Daniël 12:10-13)

 

Ik ben ervan overtuigd dat de twee mannen uit het gesprek in Daniël hierboven de twee getuigen zijn waarvan sprake is in Openbaring. Hoewel ik er geen hard bewijs voor heb, ben ik er wel vast van overtuigd. Een van de twee heeft kennis van de sabbatsjaar- en jubeljaarcycli en weet kennelijk wanneer het einde komt.

Maar dit is niet meer dan een noot in de zijlijn.

We lezen nogmaals vers 7:

7 “…een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft.” (Daniël 12:7)

In alle Bijbelse teksten staat “tijd, tijden en een halve tijd ” gelijk aan 3,5 jaar. Ook elders in Daniël lezen wij dezelfde omschrijving:

24 En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (Daniël 7:24-25)

In allebei de gevallen gaat het om 3,5 jaar. Maar we lezen ook in Openbaring van tweeënveertig maanden en 1260 dagen:

2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren. (Openbaring 11:2-3)

6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen. (Openbaring 12:6)

14 En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang. (Openbaring 12:14)

5 En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen. (Openbaring 13:5)

 

De Bijbelverzen die ik hierboven heb aangehaald worden door sommigen gebruikt om te bewijzen dat een maand altijd bestond uit 30 dagen, ongeacht om welke maand het gaat (30 x 42 = 1260). Is dat een terechte conclusie? In de drie Schriftcitaten hieronder kunnen wij lezen dat Yehovah niet verandert. Daarom zullen ook zijn kalender en de wijze waarop Hij de maand laat beginnen nooit wijzigen.

6 Want Ík, ????, ben niet veranderd, ú, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen. (Maleachi 3:6)

 

8 ????? Messias is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. (Hebreeën 13:8)

 

17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. (Jakobus 1:17)

Wat moeten we opmaken uit de hierboven aangehaalde Schriftplaatsen, die,  oppervlakkig gelezen, lijken te zeggen dat elk van de maanden van de laatste 3,5 jaar 30 dagen lang zijn? Zeggen ze dit werkelijk? Een deel van het antwoord is te vinden in wat Yehshua in de Evangeliën aan zijn discipelen uitlegt met betrekking tot de laatste dagen:

 1 En ????? ging weg en vertrok uit de tempel; en Zijn discipelen kwamen naar Hem toe om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. 2 ????? antwoordde en zei tegen hen: Ziet u dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden. 3 Toen Hij op de Olijfberg zat, gingen de discipelen naar Hem toe toen zij alleen waren, en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld? (Mattheüs 24:1-3)

 

Tijdens deze uiteenzetting vertelt Yehshua hen:

 

29 En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. 30 En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. (Mattheüs 24:29-30)

 

Het evangelie naar Markus geeft eenzelfde waarschuwing:

 

23 Maar past u op; zie, Ik heb u alles van tevoren gezegd! 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. 25 En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden. (Markus 13:23-25)

 

In het Oude Testament wordt in Joël over dezelfde periode gesproken. Hier wordt informatie toegevoegd die we nodig hebben om dit raadsel op te lossen. Let erop, dat er rookzuilen zullen zijn en dat de zon verandert in duisternis.

 

29 Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende. ( Joël 2:29-31)

 

Terwijl u mijn boek leest worden over de hele wereld allerlei sluimerende vulkanen weer actief en stijgen hun rookpluimen op naar de hemel. Ook het vuur zien wij bij hun uitbarstingen. Een recent voorbeeld daarvan dit is de uitbarsting van de Eyjafjallajökull van 2010. Eyjafjallajökull betekent “eilandgletsjerberg.” (Voor een aantal foto’s van deze gebeurtenis: zie https://en.wikipedia.org/wiki/2010_eruptions_of_Eyjafjallaj%C3%B6kull ). Voor zover mij bekend is IJsland het enige land waar je, zittend in een warme bron, kunt genieten van het uitzicht op een gletsjer. Warme bronnen staan bekend als broedbakken van jonge vulkanische activiteit, zoals in het geval is bij “Old Faithful” in het Yellowstone National Park in Amerika.

 

De gebeurtenissen van 2010 in IJsland vormen slechts een geringe afspiegeling van de rampspoed die nog zal gaan komen over de wereld waarin wij leven. Over de toekomstige verwoestingen lezen wij onder meer in Jesaja:

 

7 Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, ????, doe al deze dingen. (Jes.45:7)

 

6 Weeklaag, want de dag van ???? is nabij; als een verwoesting van de Almachtige komt hij. 7 Daarom zullen alle handen slap worden en elk hart van stervelingen zal wegsmelten. 8 En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen ineenkrimpen als een barende vrouw. Verbijsterd zullen zij elkaar aanstaren, hun gezichten zullen vlammen. 9 Zie, de dag van ???? komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen. 10 Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. 11 Ik zal de wereld haar slechtheid vergelden, en de goddelozen hun ongerechtigheid. Ik zal de trots van de hoogmoedigen doen ophouden, en de hooghartigheid van de geweldplegers zal Ik vernederen. 12 Ik zal stervelingen schaarser maken dan zuiver goud en mensen zeldzamer dan het fijne goud van Ofir. 13 Daarom zal Ik de hemel doen sidderen, en de aarde zal lostrillen van haar plaats om de verbolgenheid van ???? van de legermachten, en om de dag van Zijn brandende toorn. (Jesaja 13:6-13)

 

In Joël lezen we eveneens dat de zon en de maan hun licht niet geven:

 

14 Menigten, menigten in het dal van de dorsslede, want de dag van ???? is nabij in het dal van de dorsslede. 15 Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken. 16 ???? zal vanaf Tsion (Sion) brullen als een leeuw, vanuit Yerushalayim (Jeruzalem) zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar ???? is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. (Joël 3:14-16)

 

In Openbaring lezen we ook dat de zon en de maan hun licht niet geven. Dit staat direct na het martelaarschap van de heiligen.

 

9 En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden. 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? 11 En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden. 12 En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, 13 en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. 14 En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. 15 En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. 16 En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. 17 Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven? (Openbaring 6:9-17)

 

Jesaja spreekt opnieuw uit dat de hemelen zullen vergaan tijdens deze tijd van grote verdrukking.

 

2 Want de grote toorn van ???? richt zich tegen alle heidenvolken, Zijn grimmigheid tegen heel hun legermacht. Hij heeft hen met de ban geslagen, hen overgegeven ter slachting. 3 Hun gesneuvelden zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opstijgen. De bergen zullen wegsmelten door hun bloed. 4 Heel het sterrenleger aan de hemel zal vergaan. De hemel zal opgerold worden als een boekrol, en heel zijn leger zal vallen, zoals bladeren vallen van een wijnstok, en zoals vijgen vallen van een vijgenboom. 5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in de hemel. Zie, het zal neerdalen op Edom, op het volk dat Ik geslagen heb met de ban, als een oordeel. (Jesaja 34:2-5)

 

Hierboven lezen we dat de zon in een haren zak is veranderd. Wat betekent dit? Het beschrijft een zonsverduistering.

 

Het is duidelijk dat het verduisteren van de zon is (alsof zij in een haren zak zit) en het niet schijnen en in bloed veranderen van de maan verwijzen naar een zonsverduistering en een maanverduisteringen.

 

In het verlengde van wat hierboven vermeld staat, heeft pastor Mark Blitz gevonden dat in 2014 en 2015, VIER totale maansverduisteringen (vier “Bloedmanen”, ook wel een Tetrade genoemd) op rij verschijnen, vergezeld van twee zonsverduisteringen, die allemaal samenvallen met Joodse feesten.

 

Het is buitengewoon zeldzaam dat vier bloedmanen op rij voorkomen. De berekeningen laten zien dat een dergelijk verschijnsel deze eeuw niet meer plaats zal vinden. Pastor Blitz merkte op dat er Tetrades plaatsvonden in 1967-1968, het jaar dat Jeruzalem op wonderbaarlijke wijze in Israëlische handen kwam, en daarvoor in 1949-1950, een jaar nadat Israël haar onafhankelijkheid verklaarde. (Let erop dat de afkondiging plaatsvond op 14 mei 1948 en de Arabisch-Israëlische oorlog, die duurde tot 7 januari 1949, de volgende dag uitbrak)

 

Dat niet alleen, de Tetrade van 1949-1950 viel, evenals die van 2014-2015, precies op

Pascha of het Loofhuttenfeest. Pastor Blitz merkt verder op, dat we terug moeten gaan tot de 16e eeuw om weliswaar zes Tetrades te vinden (wat betekent dat er geen waren tussen de 17e en 20e eeuw), maar geen daarvan viel op Joodse feesten.

 

Ik heb voor u de passages uit de Schrift aangehaald die de zonverduistering beschrijven en dat de maan haar licht niet meer geeft. Daarna heb ik u laten zien wat de Bijbel zegt over de bloedmanen, die altijd een voorteken zijn van naderend onheil.  Voeg daaraan toe het citaat uit Jesaja, waar hij rookzuilen noemt. Het zal u niet verbazen dat we in dit kader meer van hetzelfde ontdekken. In Openbaring wordt de rook beschreven die resulteert uit het verbranden en vernietigen van Babylon:

 

8 “Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is ???? Elohim, Die haar oordeelt. 9 En de koningen van de aarde die hoererij met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben, zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen zien. 10 Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.” (Openbaring 18:8-10)

 

Wij weten dat de Zon en de Maan hun licht niet zullen geven in de laatste dagen en dat Yehovah ons in Daniel zegt de dagen van elke maand te tellen. Dat doen we door aan het begin van de maand te zoeken naar de eerste zichtbare Maansikkel (kortweg de zichtbare maan genoemd). Toch kan het gebeuren, dat het licht van de maan niet gezien kan worden door vulkanische as die de hemel verduistert. Veel naties zullen op dat moment worden vernietigd door oorlogen. Ze gaan in vlammen op. Babylon zal plotseling worden vernietigd en zal ook branden – wellicht nog erger dan de rest, vanwege de schaal van haar ongerechtigheid. De verbranding van Babylon en de vernietiging van andere steden op een wereldwijde schaal, gekoppeld aan de vulkanische activiteit die over de hele wereld plaatsvindt, levert rook op die zo dik is, dat de Zon en de Maan niet langer zichtbaar zijn. Toch hoeven we ons niet geheel in het duister gelaten te voelen, want wij weten nu dat, wanneer de Maan niet zichtbaar is op de negentwintigste dag van de maand als gevolg van rook of van een bewolkte lucht, dat de maand dan standaard tot een maand van dertig dagen wordt.

 

In het boek Daniel staat dat wij 3,5 jaar of 42 maanden lang de maan niet zullen kunnen waarnemen om het begin van de maand te bepalen. Maar hoe moeilijk en zwaar deze tijden ook voor ons en voor de hele mensheid zullen zijn, niettemin wordt van ons verwacht dat we weten wanneer wij de Heilige Dagen in de eerste en zevende maand van elk jaar moeten houden. Yehovah gaat in die tijd machtig optreden en wij moeten ervoor zorgen dat we daar klaar voor zijn.

 

Zoals de maan ten tijde van Noach en de Grote Vloed niet zichtbaar was (en hij dus niet kon zien wanneer de maand begon), zo zal het ook voor ons zijn in de laatste dagen. Het is voor ons dan onmogelijk om met het blote oog of met een telescoop te bepalen wanneer de maand moet beginnen, aangezien de maan geheel verduisterd wordt ofwel door de massief aanwezige rook van vulkanische uitbarstingen ofwel van steden die over de hele wereld op een ongekende schaal in brand staan, erger dan alles wat de mensheid ooit voor of sinds de dagen van Noach heeft meegemaakt. En er wordt niet gezegd hoe ver het gecombineerde effect van stedelijke gebieden door vuur wordt geteisterd en vulkanische activiteit, waardoor de branden op zowel stedelijke als plattelandsgebieden kunnen plaatsvinden.

 

Te veronderstellen dat alle jaren 360 dagen moeten zijn, is niets meer dan een verkeerde veronderstelling gebaseerd op een foutief en onvolledig begrip van dingen. Daniel noemt ons de 1.260, 1.290 en 1.335 dagen met een zeer specifiek doel en om een goede reden, namelijk wegens de mogelijkheid dat de Maan niet altijd zichtbaar zou zijn en omdat de gerst niet beschikbaar zou kunnen zijn om het nieuwe jaar uit te roepen, zoals ik al in de vorige hoofdstuk, Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren, heb uitgelegd.

 

Hoofdstuk 7 – De Joodse rabbijnse Feestdagen zijn niet kosher

 

Met al deze achtergrondinformatie over de kalender (en de verwarring daarover) in gedachten, gaan wij nu vergelijken wat de rabbijnen hebben gedaan met wat er oorspronkelijk was ingesteld. Zodra wij dit verschil goed voor ogen hebben, gaan we inzien waarom het Joodse volk nog steeds zo vervolgd wordt. De reden is, dat zij de Heilige Feestdagen niet houden – dat wil zeggen: niet op de momenten die Yehovah aan hen (evenals aan ons allen) heeft voorgeschreven in de Torah. En toch houden zij deze dagen zo goed mogelijk. Wij als niet-Joden hebben niet eens geprobeerd ze te houden en de wetten van Yehovah na te leven. De straffen die als gevolg daarvan over ons komen, zijn bedoeld om ons tot berouw te brengen en terug te laten keren naar de ware wegen van de Torah.

In Exodus wordt ons verteld wanneer het jaar begint:

2 “Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar.” (Exodus 12:2)

Yehovah sprak tegen Mozes over de maand Aviv – ook bekend als Nissan. In deze maand vindt het Pascha plaats. Het gaat hier niet over het begin van de maand Tisjri, over wat Juda nu Rosj haSjana (Nieuwjaar) noemt. Rosj haSjana houden op de eerste dag van de zevende maand van Tisjri is niets anders dan een daad van rebellie tegen de Schepper.

Leviticus zegt ons, wanneer wij Pesach moeten houden. Wij moeten veertien dagen tellen vanaf de eerste dag van Aviv (de eerste maand). Die dag is het begin of het “hoofd” (rosh) “van het jaar” (hasjana).

 

5 “In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond (letterlijk: tussen de avonden), is het Pascha voor Yehovah.” (Leviticus 23:5)

 

Maar als je, zoals de Hebreeuwse kalender dat doet, de maand begint met het moment van de conjunctie van de maan, dan kan dat één tot drie dagen afwijken van het moment dat de eerste maansikkel wordt waargenomen. Dit is de zoveelste afwijking in de lijst die wij onder de loep nemen. Deze afwijking komt voort uit het gebruiken van de berekende conjunctie maan methode in plaats van de Schriftuurlijke zichtbare maan methode voor het bepalen van het begin van de maand.

6 “En op de vijftiende dag van die maand is het Feest van de ongezuurde broden voor Yehovah. Zeven dagen lang moet u dan ongezuurde broden eten. 7 Op de eerste dag moet u een heilige samenkomst hebben. Geen enkel dienstwerk mag u dan doen.” (Leviticus 23:6,7)

 

In de volgende verzen wordt de afwijking alleen maar duidelijker:

 

10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van Yehovah bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10,11)

 

Precies om deze reden is het absolute noodzaak  dat de gerst rijp is om het “hoofd van het jaar” in te luiden. Als dat niet zo is, dan kun je dit gebod niet eens houden.

De “dag na de sabbat” is de eerste dag van de week. Juda (het Jodendom) beweert met kracht dat het hierbij gaat om de dag na de eerstvolgende hoogheilige dag, dat is de dag na de vijftiende aviv, zoals vermeld in Leviticus 23:6 hierboven. En zij baseren deze bewering op de volgende passage in Jozua:

 

10 “Terwijl de Israëlieten in Gilgal hun kamp hadden opgeslagen, hielden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, in de avond, op de vlakten van Jericho”. (Jozua 5:10)

 

Velen van jullie weten al, dat het Pascha op elke dag van de week kan vallen. In dat jaar viel Pesach, zoals vermeld in Leviticus 23:5, op de wekelijkse sabbatdag. Maar om aan de opvatting vast te houden, dat de beweegschoof plaatsvond op de 16e dag van Aviv, en niet op de dag na de wekelijkse sabbat, moeten de rabbijnen ook de volgende aanvullende passages uit Leviticus negeren:

 

10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen.” (Leviticus 23:10)

 

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. 16 Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u Yehovah een nieuw graanoffer aanbieden”. (Leviticus 23:15,16)

 

De “dag na de zevende sabbat” kan te allen tijde slechts een zondag zijn, ofwel: de eerste dag van om het even welke week. Punt uit. Pinksteren kan niet anders dan op de eerste dag van de week vallen, willen wij gehoorzamen aan wat hierboven uit Leviticus wordt geciteerd.

Maar Juda kiest ervoor om hieraan niet te gehoorzamen en houdt liever vast aan de valse leer van de zesde Sivan, op basis van de verkeerd toegepaste visie op Jozua 5:10, die ik eerder aanhaalde. Door volgens hun methode het tellen te starten op de vijftiende Nissan, kan het niet anders dan dat je uitkomt op de zesde dag van Sivan (de derde maand), een datum die op elke willekeurige dag van de week kan vallen, wat niet voldoet aan “tot de dag na de zevende sabbat telt u vijftig dagen”.

De volgende passages uit Leviticus vertellen ons, wat we moeten weten met betrekking tot de Heilige Feestdagen in de herfst:

 

24 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst”. (Leviticus 23:24)

 

Nergens in Zijn Woord zegt Yehovah ons dat dit het begin van het jaar moet zijn. Het is de zevende maand, niet de eerste maand. Toch beweren de rabbijnen dat Rosj haSjana het begin (“hoofd”) van het jaar is.

 

27 “Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en Yehovah een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van Yehovah, uw God, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond”. (Leviticus 23:27-32)

 

Deze dag geldt als de allerheiligste dag van het jaar in Juda, die loopt van zonsondergang tot zonsondergang. Deze dag wordt als zo bijzonder beschouwd, dat het hele leven tot stilstand komt. Maar, zoals ik zal aantonen, hebben ze opnieuw het gebod om de juiste dag te houden overtreden.

 

34 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen lang Loofhuttenfeest voor Yehovah. 35 Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen. 36 Zeven dagen lang moet u Yehovah vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en Yehovah een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen”. (Leviticus 23:34-36)

 

Vanaf het begin heb ik laten zien dat Yehovah het zonde noemt als je een van deze Heilige Feestdagen, die genoemd worden in Leviticus 23, houdt op de verkeerde  dag. De Hebreeuwse kalender zorgt ervoor dat iedereen, die zich daaraan houdt, zondigt door elke Heilige Feestdag op de verkeerde dag te vieren, soms wel met een afwijking van drie dagen, vanwege het gebruik van de conjunctie-maan als begin van de maand versus de zichtbare maan. Het niet houden van de Heilige Feestdagen (vastgestelde tijden) op de door Yehovah in Leviticus 23 bevolen dagen is hetzelfde als het houden van de wekelijkse sabbat op een andere dag van de week dan op de zevende dag (zaterdag). Het is echter verkeerd en een zonde dit te doen en men overtreedt er het vierde gebod mee.

Door dus om te beginnen het verkeerde beginpunt van de conjunctie maan te gebruiken in plaats van de waarneembare maan, vervalt ieder die de Hebreeuwse kalender volgt tot zonde door de Heilige Feestdagen jaarlijks op de verkeerde dag te houden, tot wel drie dagen verwijderd van de juiste dag. Maar alsof dat nog niet genoeg is, doen de rabbijnen daar nog een schepje bovenop wat betreft de Heilige Feestdagen in de herfst, wat de afwijking alleen nog maar groter maakt.

Naast de lange-termijnafwijking van de populaire Joodse kalender weg van het hemelse uurwerk, heeft deze andere eigenschappen waar wij een probleem mee hebben.

Daarbij horen ondermeer de zogenaamde dachiyot (dehioth) of uitstelregels. Deze vertragen kunstmatig datums om tegemoet te komen aan de gevoeligheden van bepaalde mondelinge tradities. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat Yom haKippurim (Jom Kippoer) op een vrijdag of een zondag kan plaatsvinden om de uitdagingen te omzeilen die verband houden met de wekelijkse Sabbat. De laatste dag van Soekot mag niet op een Sabbat vallen. Om dit te voorkomen  wordt Yom Teru’ah (algemeen bekend als Rosj haSjana) standaard vastgesteld op een zondag, een woensdag of een vrijdag. Omdat Yom Teru’ah de eerste dag is van de maand Tishrei (Tisjri), de zevende maand, verschuift deze afspraak de kalendermaand weg van de

natuurlijke maanmaand. Zulke niet in de Bijbel voorgeschreven aanpassingen zijn voor ons onaanvaardbaar.

(http://yahoshuafoundation.org/calendararticle.pdf)

Zoals al eerder gezegd, wordt elk van de Heilige Feestdagen in de herfst uitgesteld of verplaatst tot maar liefst drie dagen toe. Deze uitstelregels worden niet toegepast op de Heilige Feestdagen in het voorjaar.

Ik nodig je uit de “Dehioth: De Uitstelregels” (The Rules of Postponement) nu zelf te lezen. Let daarbij vooral op de tweede regel, waarin de nieuwe maan genoemd wordt. (Oorspronkelijke tekst: http://www.ironsharpeningiron.com/postponements2.htm)

 

Dehioth: De Uitstelregels

 

Laten we beginnen met wat achtergrondinformatie over het uitstel en waarom sommige Joodse leiders zich genoodzaakt voelden om Gods heilige dagen uit te stellen. De Heilige Dag-regeling voor het jaar is bepaald door regels die zijn ontworpen om te voorkomen dat Jom Kippoer (verzoendag) direct voor of na de sabbat valt. Zij veranderden Gods Heilige Feestdagen om tegemoet te komen aan hun eigen behoeften, zoals die in die periode van de geschiedenis in de samenleving bestonden.

 

Er zijn zeven uitstelregels, maar wij (zullen alleen maar kijken naar) de eerste vier.

 

DE EERSTE REGEL

 

Deze regel legt uit dat Bazuinendag (Rosj haSjana), de eerste dag van het (joodse) nieuwjaar,

niet mag vallen op zondag, woensdag of vrijdag. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op zondag zou vallen, dan zou Hosha’na Rabbah (de zevende dag van het Loofhuttenfeest) op zaterdag vallen en dit moet worden vermeden omdat het de juiste viering van dit “Festival van de Wilgen” (laatste dag Loofhuttenfeest) zou voorkomen. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op woensdag zou vallen, dan zou Grote Verzoendag (Jom Kippoer) op een vrijdag vallen, wat onnodige moeilijkheden zou veroorzaken, omdat er dan twee opeenvolgende dagen zouden zijn met serieuze inperkingen. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op een vrijdag zou vallen, dan zou Grote Verzoendag (Jom Kippoer) op zondag vallen. Ook dan zouden we twee opeenvolgende dagen hebben met serieuze inperkingen. Om die reden wordt, wanneer de Nieuwe Maan (Molad) op zondag, woensdag of vrijdag valt, de eerste dag van Tisjri (de zevende maand) uitgesteld tot de volgende dag.

 

DE TWEEDE REGEL

 

Als de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri (de zevende maand) op het middaguur of later verschijnt, wordt de volgende dag tot Nieuwe Maan (Rosj Chodesj) uitgeroepen. Als de Molad (Nieuwe Maan) bijvoorbeeld maandag op het middaguur of later valt, dan wordt dinsdag verklaard tot Rosj Chodesj (Nieuwe Maan). De reden is dat als de Molad (Nieuwe Maan) vóór de middag valt, het zeker is, dat de Nieuwe Maan dan in een deel van de wereld voor zonsondergang van dezelfde dag zichtbaar zal zijn. Als echter de Nieuwe Maan (Molad) na het middaguur plaatsvindt, is de Nieuwe Maan elders niet zichtbaar voor zonsondergang van dezelfde dag. Als de volgende dag de zondag, woensdag of vrijdag is, waarop de eerste dag van Tisjri mogelijk niet mag plaatsvinden, wordt deze verder uitgesteld tot de volgende dag, zodat de eerste van Tisjri de derde dag is vanaf – en inclusief – de dag van de Molad (Nieuwe Maan).

 

DE DERDE REGEL

 

Als de Molad van Tisjri in een gewoon jaar op dinsdag om 3:00 uur plus 204/1080 deel van een uur van de voormiddag of later is, wordt de eerste dag van Tisjri uitgesteld tot donderdag. Het kan niet op dinsdag zijn, want dan zou de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri van het volgende jaar op zaterdagmiddag vallen en de Nieuwe Maan (Rosj Chodesj) zou dan moeten worden uitgesteld tot zondag. Dit zou het betreffende jaar 356 dagen lang maken, dat wil zeggen: meer dan de vastgestelde limiet van 355 dagen.

 

DE VIERDE REGEL

 

Deze regel is van kracht als de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri, in een jaar volgend op een Schrikkeljaar valt op een maandag na 9.00 uur en 589/1080 deel van een uur (d.w.z. het vijftiende uur vanaf het begin van de dag op de avond ervoor). Als dit jaar zou beginnen op maandag, dan zou Bazuinendag (Rosj haSjanah) van het voorgaande jaar zijn gevallen op dinsdagmiddag en zou zijn uitgesteld tot woensdag. Dat zou het huidige jaar 382 dagen lang hebben gemaakt, wat minder is dan het vastgestelde minimum van 383 dagen.

 

Voor meer en uitgebreider onderzoek naar dit onderwerp verwijs ik naar “Conjunctie of Waarneembare Maan – Welke van de twee?” (“Conjunction or Sighted Which”? – Zie http://www.sightedmoon.com/?page_id=22) en “De wederkomst van Yehshua” (“The Return of Yehshua” – Zie http://www.sightedmoon.com/?page_id=20).

 

Nergens in de Torah vinden we ook maar een aanwijzing of hint van Yehovah die zou suggereren dat we alle herfstfeesten kunnen uitstellen om te voorkomen dat een Heilige Feestdag zou vallen op een dag direct grenzend aan de wekelijkse sabbat.

Voor het voorjaar bestaan er geen uitstelregels om te voorkomen dat de hoogheilige dagen van Ongezuurde Broden onmiddellijk voor of na de wekelijkse sabbat vallen. Wij weten al van tevoren dat dit voor Pinksteren altijd een feit is: de wekelijkse sabbat gevolgd door de Heilige Feestdag van Pinksteren op zondag. Deze door de mens gemaakte uitstelregels zijn niet afkomstig van Yehovah. Wij moeten ze niet volgen, want daarmee veranderen wij de werkelijke Heilige Feestdagen en creëren daarmee andere feesten.

 

Wij zien dat Juda keer op keer gestraft wordt in de geschiedenis omdat zij de Heilige Feestdagen niet op het juiste moment houden. Dat gebeurt om hen ertoe aan te zetten om terug te keren naar de waarheid. De opdracht de Heilige Feestdagen te houden wordt ons gegeven in Leviticus 23. Daar staat geen opdracht bij om uitzonderingen te maken of uitstel in te voeren.

Hoofdstuk 8 – De Feestdagen van Leviticus 23 zijn niet Joods

Een bouwtekening wordt gemaakt voor een bouwkundige. Dat zal iedereen wel begrijpen. Een blauwdruk voor een hoogbouw is ontworpen voor een bouwer. Boeken over de strategie van een oorlog zijn geschreven voor militair personeel. Anatomieboeken zijn geschreven voor medische studenten en aspirant-artsen. Maar hoeveel vertrouwen zouden we stellen in een hartchirurg die besloot het deel van zijn  medische opleiding te negeren dat hem heeft ingewijd in de geheimen van de hartklep? Hoe veilig en operationeel zou een vliegtuig zijn als het werd gebouwd door technici die besloten hun kennis van de natuurkunde niet te gebruiken in hun concept en hun daadwerkelijke ontwerp? Hoe goed zou de ark van Noach zich hebben gehouden tijdens de Zondvloed, als Jehovah Noach geen specifieke instructies had gegeven over het bouwen van een ark, die geschikt moest zijn om zo’n rampzalige gebeurtenis te overleven? En tenslotte: hoe effectief zou een commandant zijn in het heetst van de strijd, als hij zijn eenheid nooit heeft geleerd hoe je je wapen moet schoonmaken en onderhouden?

Toch is dat precies wat we, volkomen gedachteloos, doen van kaft tot kaft met het Woord van onze Vader. Dat roept de vraag op: “Voor wie zijn de Schriften geschreven?” En: “Met welke reden werden ze geschreven?” Ongeacht hun denominatie beweren alle gelovigen, dat het Woord van Jehovah voor hén is  geschreven. Hoe kan het, dat zoveel belijdende gelovigen dit met grote stelligheid beweren, maar dat tegelijk hun dagelijkse handel en wandel daar op geen enkele manier mee overeen stemt? Alle volkeren van de wereld hebben, in heden en verleden, het Woord van Jehovah overgenomen, eraan toegevoegd en eruit weggeschrapt. Ze hebben Bijbelse passages losgemaakt uit hun context geïsoleerd  en gebruikt om er hun leerstellingen mee te omheinen. Mensen hebben de Bijbel ontleed en gefileerd en er zoveel amendementen bij gemaakt, dat de oorspronkelijke inhoud ervan verdwenen is, ongeveer net zoals met de Grondwet van de Verenigde Staten. Als Bruid van Jehovah kiezen wij selectief slechts dát uit, waarvan we willen geloven dat het op ons van toepassing is – als een echtgenoot die afstand van je neemt door alleen te horen wat hij of zij wíl horen. Maar Jehovah heeft hier een stem in: het zijn Zijn Instructies, het is Zijn Woord, dat bestaat vanaf het begin, van voor de grondlegging van de wereld. En wij zijn, als degenen die Hij tevoren kende, Zijn “geroepenen”, een volk Hem ten eigendom. Jehsjoea spreekt openhartig over deze bijzonder serieuze realiteit in de volgende passage:

 

8 “Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich

ver bij Mij vandaan; 9 maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die

geboden van mensen zijn.”

(Mattheüs 15:8-9)

 

13 “Jehovah zei: Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij eren met hun lippen,

maar hun hart ver van Mij houden, en hun vrees voor Mij slechts een aangeleerd gebod van mensen is …”

(Jesaja 29:13)

 

De Feestdagen zijn niet exclusief Joods; ze zijn voor alle mensen van alle naties. De Feestdagen werden op de berg Sinaï gegeven aan de twaalf stammen van Israël, en zij stemden er alle mee in. Juda is slechts één stam. Alle Joden zijn Israëlieten, maar niet alle Israëlieten zijn Joden. Dat is ook zo in Nederland: Alle Brabanders zijn Nederlanders, maar niet alle Nederlanders zijn Brabanders.

Ons wordt verschillende keren verteld, dat de Torah voor heel de mensheid is en niet slechts voor Israël. Er is maar één Torah die geldt voor zowel de geboren Israëliet als voor de vreemdeling onder hen.

 

22 “Voor u geldt één recht, zowel voor de vreemdeling als voor de ingezetene, want Ik ben Jehovah, uw God.” (Leviticus 24:22)

 

49 “Eén wet is er voor de ingezetene en voor de vreemdeling die te midden van u verblijft.” (Exodus 12:49)

 

29 “Voor de ingezetene onder de Israëlieten, en voor de vreemdeling die in hun midden verblijft: één wet geldt voor u, voor hem die zonder opzet zonde doet. 30 Maar de persoon die iets met opgeheven hand doet, van de ingezetenen of van de vreemdelingen, die lastert Jehovah: die persoon moet uit het midden van zijn volk uitgeroeid worden” (Numeri 15:29,30)

 

Tegenwoordig beweren Joden dat de gojim (heidenen) die de Torah willen houden, alleen “zeven Noachidische Geboden” hoeven te houden, en niet alle wetten. Dit wordt niet ondersteund in de Schrift – we hebben hierboven al gelezen wat de Schrift hierover te zeggen heeft. De Noachidische Geboden maken deel uit van de Mondelinge Torah en hebben niets te maken met de waarheid van de Torah zelf.

 

De zeven Noachidische Geboden

 

Aan het Joodse volk gaf Jehovah de hele Torah (onderwijzing) als hun Wet. Zij hebben daarom een speciale verantwoordelijkheid – met speciale geboden – om het priesterschap voor de wereld te vervullen, een “licht voor de naties” te zijn.

 

Hoe zit het dan met de rest van de wereld? Wat is Gods wil voor hen?

 

God gaf Noach en al zijn nakomelingen (B’nei Noach of “Kinderen van Noach”) zeven geboden om te gehoorzamen. Deze zeven universele wetten (bekend als de “zeven Noachidische Geboden”) werden bevestigd toen Mozes en het Joodse volk bij de berg Sinaï waren, in wat nu bekend staat als de Mondelinge Torah, waarin de hedendaagse vorm van naleving van deze geboden werd vastgesteld. Deze zeven geboden (Mitzvos), die in feite zeven categorieën vormen van vele honderden specifieke wetten, zijn Gods wil voor alle niet-Joden.

 

Niet-Joden die (1) alle afgodische ideeën verwerpen en het koningschap van de ene God accepteren, (2) het priesterschap van het Joodse volk aanvaarden als de bewakers en leraars van de Torah, en (3) zich eraan committeren de zeven Noachidische Geboden te volgen, zoals geopenbaard in de Mondelinge Torah van de berg Sinaï, zijn “chassidische heidenen” ofwel “Noachiden”. De term “chassidische heiden” is afgeleid van een klassiek commentaar van de Rambam, Rav Moshe ben Maimon (Maimonides), in De Wetten van Koningen:

 

11 Iedereen die de vervulling van deze zeven Mitswos (geboden) accepteert en nauwkeurig is in het naleven ervan wordt beschouwd als een van de Hasidei Umos Ha’olam (“Chasidim van de naties van de wereld”) en zal een aandeel verdienen in de Wereld van de Toekomst. (Koningen 8:11)

 

De zeven Noachidische geboden vormen het minimum dat niet-Joden moeten naleven. De bron van deze geboden en de basis voor het begrijpen ervan is de Mondelinge Torah, die God, samen met Zijn geschreven Wet, aan het Joodse volk gaf op Berg Sinaï. Door van de Joden te leren en de Mitswos te verrichten, (spelen) niet-Joden een cruciale rol in Gods schepping.

 

De zeven Noachidische geboden omvatten feitelijk een veelvoud aan details en toepassingen van honderden geboden die elk hun specifieke toepassing hebben. Men moet ook bedenken dat deze geboden uitsluitend de minimale basis voor een chassidische heiden vormen voor het dienen van God, want niet-Joden worden aangemoedigd vele Joodse mitswos over te nemen, indien zij meer willen bereiken. Met behulp van deze geboden zuivert een heiden zichzelf en de schepping als geheel, zodat hij het doel van zijn bestaan vervult.

 

(http: // www.noahide.com/7laws.htm)

 

Maar voordat we verder gaan, moet ik eerst op iets anders wijzen met betrekking tot de Noachidische geboden. Deze geboden beweren dat het Joodse volk de leraren zijn (zie regel # 2 hierboven). Om die reden zouden wij het priesterschap van het Joodse volk, als de bewakers en leraren van de Torah, moeten accepteren.

 

Maar in 2 Kronieken lezen wij:

 

3 En hij zei tegen de Levieten, die heel Israël onderwezen, die voor de HEERE heilig waren:

(2 Kronieken 35:3)

 

Er is geen diepgaand onderzoek voor nodig om te zien dat Levi het volk moet onderwijzen en niet Juda.

 

  1. De stam Levi ontving, zowel in de Tabernakel in de woestijn als in de Tempel, de verheven taak om de heilige dienst te verrichten. Daarom is het een absoluut gebod voor alle Levieten om beschikbaar en voorbereid te zijn voor de Tempeldienst, zoals vermeld in de Torah: “opdat de Levieten Mij toebehoren” (Numeri 8:14), wat aangeeft dat de speciale relatie met de stam van Levi permanent is. De profeet Jeremia verhaalt van Gods belofte dat er altijd Kohanim (priesters) en Levieten zullen zijn om te dienen:

 

20 “Zo zegt Jehovah: Als u Mijn verbond met de dag en Mijn verbond met de nacht kunt verbreken, … 21 dan zal ook Mijn verbond met Mijn dienaar David verbroken kunnen worden, zodat hij geen zoon zal hebben die koning is op zijn troon, en ook het verbond met de Levieten, de priesters (Kohanim), Mijn dienaren.” (Jeremia 33:20,21)

 

  1. De keuze van de stam Levi voor de hoogste geestelijke dienst was te danken aan hun vermogen om hun sterke karaktereigenschappen te kanaliseren ter wille van de dienst van God. Levi, de zoon van Jacob, werd voor zijn toorn getuchtigd door zijn vader:

 

7 “Vervloekt zij hun woede, want die is hevig, en hun verbolgenheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen over Jakob en hen verspreiden in Israël.” (Genesis 49:7)

 

Vier generaties later zegende Mozes dezelfde stam van Levi: “Uw gunsteling … zij hielden namelijk Uw woord, en namen Uw verbond in acht. Zij zullen Ja’akov (Jakob) Uw bepalingen leren en Israël Uw wet … Zegen zijn vermogen, Jehovah, en wees het werk van zijn handen goedgezind … ”

(Deuteronomium 33:8-11). De Levieten waren in staat om hun fysieke en geestelijke kracht te gebruiken om de wil van God te vervullen en voor altijd de plaats van Gods vertrouwelingen voor zijn dienst te verkrijgen.

 

  1. De naam Levi is afgeleid van de woorden: “hij zal vergezellen”. De derde zoon van Jakob en Lea ontving deze naam om de hoop aan te geven dat hij de relatie tussen zijn ouders hechter zou maken, want nu er kinderen waren, zou Jakob zijn vrouw Lea meer moeten vergezellen.

 

Het was dus een natuurlijke ontwikkeling dat het de taak van de Leviet werd de Goddelijke Aanwezigheid te vergezellen en te dienen in de Tempel. Zijn rol als leraar en geestelijk voorbeeld bestaat eruit anderen te leiden en op die manier te vergezellen op weg naar hun geestelijke doel. De Midrasj vertelt dat in de toekomst Levieten het volk Israël terug zullen leiden naar hun Vader in de hemel.

 

  1. Levi ben Ja’akov, de vader van de stam van de Levieten, bereikte met 137 jaar de hoogste leeftijd van al de zonen van Ja’akov (Jakob). Hij had een bijzonder sterke invloed op de geestelijke ontwikkeling van zijn nageslacht en heeft zijn achterkleinzonen Mosje (Mozes) en Aharon (Aäron) nog gezien.

 

De stam Levi ontwikkelde zich apart van de andere stammen van Israël. Ten tijde van de slavernij in Egypte vermeden de Levieten de slavendienst waar de anderen wel onder leden, door van hen afgescheiden te leven in de landstreek Goossen en zich onder te dompelen in de tenten van het leren en het handhaven van de geestelijke traditie van de vaderen.

 

  1. De loyaliteit van de Levieten werd het duidelijkst gedemonstreerd ten tijde van het gouden kalf. De hele bevolking werd beïnvloed door de slechte ingevingen van de gemengde menigte. De Levieten echter verzamelden zich aan de zijde van Mosje om de eer van Jehovah te wreken. Zij werden beloond met de geestelijke dienst die in die tijd verloren ging voor de eerstgeborenen van de andere stammen. De Levieten hadden de test doorstaan en hadden bewezen dat ze geschikt waren voor de taak. Zo verdienden zij hun hoge geestelijke status.

 

De Levieten waren steeds bereid hun leven op het spel te zetten voor de dienst van God. Zij droegen de heilige voorwerpen van de Tabernakel. Dat kon, bij verkeerde behandeling, de dood tot gevolg hebben.

 

Nogmaals, de bewering dat niet-Joden alleen de Noachidische geboden moeten onderhouden wordt nergens in de Torah aangetroffen. Deze gedachte is wel te vinden in de Talmoedische geschriften. Die zijn echter niet de Torah, maar de mening van Joodse geleerden door de eeuwen heen.

 

  1. “Eén wet is er voor de ingezetene en voor de vreemdeling die te midden van u verblijft.” (Exodus 12:49)

 

11 “Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt, 12 dat u in die tijd zonder Messias was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder Elohim in de wereld. 13 Maar nu, in Messias Jesjoea, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Messias dichtbij gekomen. 14 Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, 15 heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou schappen en zo vrede zou maken, … “ (Efeze 2:11-15)

 

Een dogma is het gevestigde geloof of de leer van een religie of van een bepaalde groep of organisatie. (1) Het is gezaghebbend en mag niet worden betwist of betwijfeld, noch mag ervan worden afgeweken door de beoefenaars of gelovigen. Hoewel het over het algemeen verwijst naar religieuze overtuigingen die worden geaccepteerd zonder reden of bewijs, kan het ook verwijzen naar aanvaardbare meningen van filosofen of filosofische scholen, openbare decreten of gepubliceerde beslissingen van politieke autoriteiten. (2) De term is afgeleid van het Griekse ?????, “dat wat lijkt op een mening of overtuiging” (3) en dat woord op zijn beurt van ????? (dokeo), “denken, veronderstellen, zich voorstellen”. (4) Tegen de eerste eeuw werd “dogma” een aanduiding voor wetten of vastgestelde verordeningen die door autoriteiten werden opgelegd aan anderen. Het meervoud is dogma’s of dogmata, van het Griekse ???????. Tegenwoordig wordt het soms als een synoniem gebruikt voor systematische theologie.

 

Jehovah riep een volk uit tot een natie die Zijn eigendom was. De mensen die geen biologische afstammelingen waren van de twaalf zonen van Jakob (Israël), waren vreemdelingen en buitenstaanders, maar werden geënt en opgenomen in de twaalf stammen. Jozefs zoons werden in Egypte geboren – net als al die mensen in de gemengde menigte, die uit Egypte kwamen en door Jehovah uitgeroepen werden. Wij zouden ze qua nationaliteit Egyptenaren noemen. Deze twee zonen van Jozef werden geadopteerd tot zonen van Jakob. Alle mensen, alle naties, alle mannen en vrouwen van de aarde hebben dezelfde mogelijkheid en genieten hetzelfde voorrecht: te worden gerekend tot de “uitgeroepen” natie van Jehovah. Want nogmaals, het Woord van Jehovah verandert niet:

 

  1. “Eén wet is er voor de ingezetene en voor de vreemdeling die te midden van u verblijft.” (Exodus 12:49)

 

7 “Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, 8 zoals geschreven staat: Jehovah heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden. 9 En David zegt: Laat hun tafel voor hen worden tot een strik, tot een valkuil, tot een struikelblok en tot vergelding. 10 Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien en maak hun rug voor altijd krom. 11 Ik zeg dan: Zijn zij soms gestruikeld met de bedoeling dat zij vallen zouden? Volstrekt niet! Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken. 12 Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en hun verlies rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid! 13 Want tegen u, de heidenen, zeg ik: Voor zover ik de apostel van de heidenen ben, maak ik mijn bediening heerlijk, 14 om daardoor zo mogelijk mijn verwanten wat betreft het vlees tot jaloersheid te verwekken en enigen uit hen te behouden.” (Romeinen 11:7-14)

 

15 “Want als hun verwerping verzoening voor de wereld betekent, wat betekent dan hun aanneming anders dan leven uit de doden? 16 En als de eerstelingen heilig zijn, dan het deeg ook, en als de wortel heilig is, dan de takken ook. 17 Als nu enige van die takken afgerukt zijn, en u, die een wilde olijfboom bent, onder hen bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom, 18 beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u. 19 U zult dan zeggen: De takken zijn afgerukt, opdat ik zou worden geënt. 20 Dat is waar. Door ongeloof zijn zij afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees. 21 Want als Elohim de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart.” (Romeinen 11:15-21)

 

22 “Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van Elohim: strengheid over hen die gevallen zijn, over u echter goedertierenheid, als u in de goedertierenheid blijft. Anders zult ook u afgehouwen worden. 23 En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, geënt worden, want Elohim is machtig hen opnieuw te enten. 24 Want als u afgehouwen bent uit de olijfboom die van nature wild was, en tegen de natuur in op de tamme olijfboom geënt bent, hoeveel te meer zullen zij die natuurlijke takken zijn, geënt worden op hun eigen olijfboom. 25 Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.” (Romeinen 11:22-25; zie Genesis 48:19)

 

26 “En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Tzion (Sion)  komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. 27 En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.” (Romeinen 11:26-27; zie Jesaja 59:20-21)

 

Als de Torah dan voor alle mensen in elke generatie in elk land over de hele wereld is geschreven, dan zijn de Heilige Feestdagen, waarover wordt gesproken in Leviticus 23, ook van toepassing op ieder mens in elk land ter wereld. Ze zijn niet Joods, maar voor de hele mensheid en ten goede van ons allemaal. Wij alle zouden ze moeten omarmen en er geen afstand van moeten nemen.

Hoofdstuk 9 – chesed – Liefde en genade vormen de standaard

 

Alle mensen geloven dat zij van nature goed zijn. Zelfs toen haar volk en haar eigen familie onder de nazi-bezetting werden vervolgd, schreef Anne Marie Frank in haar dagboek:

 

“Ik geloof, ondanks alles, nog steeds dat mensen een goed hart hebben.”

 

Goed, maar volgens welke maatstaf? Regelmatig valt een uitspraak te horen als: “Ik ben toch een goed mens” of: “Hij / zij is een goed mens.” Maar wat betekent deze bewering precies? Iemand die een dergelijke claim maakt, stelt automatisch een precedent. Maar is degene die deze uitspraak doet, wel écht objectief, of gebruikt hij, wanneer hij de kwaliteit “goed” aan iemand anders toeschrijft, slechts zijn eigen normen als maatstaf aan de hand waarvan hij “goedheid” beoordeelt? Welke criteria vormen de basis voor zo’n beoordeling? Welk wereldbeeld en welke culturele filters spelen hierin een rol? Volgens mij zijn wij het er wel over eens, dat het antwoord op deze vraag zeer vergaand kan verschillen naar gelang van de norm van de persoon die oordeelt. De dynamiek die hierbij aan het werk is kan worden vergeleken met de dynamiek waar de media zo handig gebruik van maken en op vertrouwen, namelijk: als we iets zwart op wit gedrukt zien staan of horen in de nieuwsberichten, dat wij dan geloven dat het wel waar moet zijn, ondanks duidelijk aanwezige partijdigheid of vooringenomenheid.

 

De uitspraak van Jesjoea zelf (dat we wel in deze wereld zijn, maar niet van deze wereld) maakt het er niet gemakkelijker op:

 

14 “Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. 15 Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze.” (Johannes 17:14-15)

 

Zelfs als we zijn opgevoed “zoals het hoort”, zijn we nog steeds in meer of mindere mate het product van de cultuur waarin we zijn geboren of maken we daar voor een groot deel van ons leven deel van uit. Buiten Jehovah om is het onmogelijk om hieraan te ontsnappen. Anders gezegd: wij kunnen onmogelijk veranderen naar Zijn gelijkenis, als we ons blijven conformeren aan deze wereld.

 

Hoe blijf je gelijkvormig aan deze wereld? We blijven gelijkvormig aan de wereld door te leven  in overeenstemming met de cultuur waarvan we het product zijn. Dit omvat onze thuissituatie, het door de overheid goedgekeurde onderwijsprogramma  (schoolcurricula), de media, Hollywood (tv, films), enzovoort. Hoe meer wij worden blootgesteld aan onze cultuur, hoe meer die cultuur bepaalt wie we zijn. De maatstaven waarmee we menselijke goedheid meten, komen allemaal voort uit de humanistische ideologie of het humanistische wereldbeeld van de cultuur waarin we geboren zijn. Veranderen deze door de mens geïnspireerde systemen in de loop van de tijd de cultuur en religie? Veranderen ze het onderscheid tussen seculier en heilig, of dat tussen relatief en absoluut? Natuurlijk. Hoe kun je ooit harde criteria opstellen als het erom gaat vast te stellen of “je goed bent” of dat “iemand anders goed is”, wanneer de hele cultuur zich in een toestand van voortdurende verandering bevindt en de wind van verandering maar blijft waaien?

 

Nogmaals: aan welke vaste maatstaf meten we wie of wat goed is of niet? Gaan we af op normen en idealen van de mens, die voortdurend veranderen en verschuiven? Of gaan we af op Jehovahs normen, die tijdloos en onveranderlijk zijn en waarin geen schaduw van verandering te vinden is?

17 “Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer.” (Jakobus 1:17)

 

De mens is al bijna 6.000 jaar bezig met het maken van nieuwe wetten (en het voortdurend aanpassen van oude). Iedere dag zijn regeringen over de hele wereld bezig met het maken van nieuwe wetten en het aanpassen of afschaffen van oude wetten. Daar tegenover gaf Jehovah ons “Tien Wetten” om te gehoorzamen. Hij is niet veranderd met betrekking tot Zijn “eigenschappen” of afgeweken van Zijn Wetten sinds de schepping.

 

Wij lezen in Ezechiël:

 

4 “De mens die zondigt, die zal sterven.” (Ezechiël 18:4)

 

Er staat niet: “… gaat naar de hel of het vagevuur.” Maar kort en bondig: de ziel die zondigt sterft. Punt.

 

Mocht je het over het hoofd hebben gezien, iets verderop in hetzelfde hoofdstuk van Ezechiël, onderstreept Jehovah wat hij al eerder in het hoofdstuk zei:

 

20 “De mens die zondigt, díe zal sterven.” (Ezechiël 18:20)

 

Veel christenen zullen deze teksten tegenspreken door te beweren dat zij nieuwtestamentische gelovigen zijn. Mijn antwoord hierop is wat Paulus in Romeinen schreef:

 

23 “Want het loon van de zonde is de dood.” (Romeinen 6:23)

 

Als wij weten dat het loon van de zonde de dood is en dat dit betekent dat ook onze ziel kan sterven, is het niet meer dan gepast, dat wij precies weten wat zonde is. Wat wij al dan niet zonde noemen doet er niet toe. Nogmaals, we moeten uitgaan van Jehovahs normen en niet van de onze.

 

Wij vinden het antwoord op de vraag wat zonde is in 1 Johannes:

 

4 “Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid.”

(1 Johannes 3:4)

 

De Nieuwe Bijbel Vertaling zegt het net iets anders:

 

4 “Ieder die zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden.”

(1 Johannes 3:4; “God” is toegevoegd)

 

We weten nu dat we door de Wet niet na te leven of die te overtreden zondigen. We moeten ons aan de geboden houden. Zo eenvoudig is het en de Bijbeltekst had het niet duidelijker kunnen zeggen. We moeten ze niet alleen houden, maar we moeten ze ook bewaken. Door Zijn geboden te gehoorzamen en te doen worden we vervolmaakt in Hem.

 

3 “En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen.” (1Johannes 2:3)

 

4 “Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet.” (1 Johannes 2:4)

 

5 “Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn.” (1 Johannes 2:5)

 

24 “En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.1” (1 Johannes 3:24; 1 zie Johannes 14:23-24, Handelingen 5:32, Romeinen 8:7-11, 1 Johannes 2:5, 1 Johannes 4:13)

 

6 “Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.” (1 Johannes 3:6)

 

1 “Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen Jehovah aan Abram en zeide tot hem: Ik ben El Shaddai, wandel voor Mijn aangezicht en wees onberispelijk” (Genesis 17:1, NBG vertaling)

 

1 “Welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet van Jehovah gaan.” (Psalm 119:1, NBG vertaling)

 

48 “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” (Mattheüs 5:48)

 

1 “Laten wij daarom het eerste onderwijs met betrekking tot Christus laten rusten, en doorgaan tot de volmaaktheid, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God” (Hebreeën 6:1)

 

Hoe meer wij ons onderschikken aan Jehovah, hoe meer Hij ons de kracht geeft om ons aan Zijn geboden te houden. En hoe meer wij ons aan Zijn geboden houden, des te meer leren wij van Jehovah te houden en gaan wij dat ook daadwerkelijk doen. Door Zijn Geboden te onderhouden kunnen wij meer en meer volmaakt voor Jehovah wandelen, net als Abraham, en steeds dieper en overtuigender aan Jehovah tonen, dat wij van Hem houden.

 

6 “… maar Die barmhartigheid (chèsèd) doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.” (Exodus 20:6)

 

Duidelijk zichtbaar, maar toch vaak over het hoofd gezien wordt ons in de Tien Geboden Jehovahs goedgunstigheid (chèsèd) getoond en wordt ons verteld hoe wij Hem kunnen liefhebben.

 

H2617 ??? chêsêd kheh’-sed

 

Chèsèd is het woord voor “genade”. De Hebreeuwse vertaling van “gered door genade” is “Nosha be-chèsèd.” Jehovah vertelt ons in Exodus 20 dat wij zijn gered door genade als wij zijn geboden onderhouden.

 

10 “maar Die barmhartigheid (chèsèd) doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.” (Deuteronomium 5:10)

 

Nogmaals, het woord barmhartigheid (of vriendelijkheid of goedgunstigheid) is “chèsèd” ofwel “genade”. Hier is voor iedereen duidelijk zichtbaar, dat het hart van onze Vader altijd GENADE is geweest, en dat dit woord niet slechts een “nieuwtestamentisch” begrip is.

 

9 “Daarom moet u weten dat Jehovah uw Elohim is. Híj is Elohim, de getrouwe El, Die het verbond en de goedertierenheid (chèsèd) in acht neemt voor wie Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties.” (Deuteronomium 7:9)

 

1 “Daarom moet u Jehovah, uw Elohim, liefhebben en Zijn voorschriften1, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen.” (Deuteronomium 11:1; 1 zie Genesis 26:5)

 

5 “Alleen, neem zeer nauwlettend de geboden en de Torah in acht die Mozes, de dienaar van Jehovah, u geboden heeft, namelijk dat u Jehovah, uw Elohim, liefhebt, in al Zijn wegen gaat, Zijn geboden in acht neemt, zich aan Hem vasthoudt, en dat u Hem dient met heel uw hart en met heel uw ziel.” (Jozua 22:5)

 

5 “Ik zei: Och, Jehovah, Elohim van de hemel, de grote en ontzagwekkende El, Die het verbond en de goedertierenheid in acht neemt voor hen die U liefhebben en Uw geboden in acht nemen.” (Nehemia 1:5)

 

47 “Ik verblijd mij in Uw geboden, die ik liefheb.

48 Ik hef mijn handen op naar Uw geboden, die ik liefheb, en overdenk Uw verordeningen.” (Psalm 119:47-48)

 

127 “Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan zuiver goud.” (Psalm 119:127)

 

4 “Ik bad tot Jehovah, mijn Elohim, en deed belijdenis en zei: Och Jehovah, grote en ontzagwekkende El, Die Zich houdt aan het verbond en de goedertierenheid ten aanzien van hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen” (Daniël 9:4)

 

15 “Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.” (Johannes 14:15)

 

21 “Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.” (Johannes 14:21)

 

10 “Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.” (Johannes 15:10)

 

2 “Hieraan weten wij dat wij de kinderen van Elohim liefhebben, wanneer wij Elohim liefhebben en Zijn geboden bewaren. 3 Want dit is de liefde tot Elohim, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last.” (1 Johannes 5:2-3)

 

Is het je opgevallen? Deze laatste 4 verzen zijn afkomstig van de apostel Johannes en daarin zegt Jesjoea tegen zijn volgelingen hoe ze Hem kunnen laten zien dat ze van Hem houden. Vanaf dat moment tot op de dag van vandaag is dat door de geboden te onderhouden en ze te bewaken. Als je dat doet, zal de Vader van je houden. Begrijpen we dit? Het enige dat we hoeven doen is de geboden onderhouden – niet één uitgezonderd.

 

Geheel in lijn met de uitspraak dat Zijn bevelen niet zwaar zijn is het volgende vers uit Mattheüs:

 

30 “want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.” (Mattheüs 11:30)

 

6 “En dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod zoals u vanaf het begin gehoord hebt dat u daarin moet wandelen.” (2 Johannes 1:6)

 

We tonen onze liefde voor Jehovah door Zijn geboden te onderhouden en ze te gehoorzamen. Op zijn beurt houdt Hij van ons en toont ons genade of vriendelijkheid (chèsèd) als we zijn geboden onderhouden. Dit wordt zonneklaar wanneer we de tijd nemen en maken om Zijn Woord te lezen.

 

In Woord Studies van het Oude Testament (Old Testament Word Studies) van de website van het Christian Leadership Center wordt “chèsèd” gedefinieerd als:

 

“Loyale liefde, goedgunstigheid”

 

Een van de belangrijkste woorden in de Bijbel, en zeker in het Boek der Psalmen, is het woord “chèsèd”, vaak (maar lang niet altijd) vertaald als “goedertierenheid”. Het woord beschrijft niet alleen een goddelijke eigenschap, maar het is ook het sleutelwoord voor verbondsrelaties, of dat nu een verbond betreft tussen God en Zijn volk, ofwel tussen mensen onderling. Het is belangrijk om dit woord goed te begrijpen, omdat het te vinden is in zeer veel passages van het Oude Testament.

 

ETYMOLOGIE

 

Definities uit het woordenboek

 

De woordenboeken stemmen overeen wat betreft de betekenis van dit woord. Het Brown-Driver-Briggs Hebrew & English Lexicon (vanaf nu de BDB genoemd), geschreven door Francis Brown, S.R. Chauffeur en Charles A. Briggs, geeft aan dat het “goedheid, vriendelijkheid” betekent. Het specificeert dit verder wat betreft de betekenis voor mensen: “genade, genegenheid, mooie verschijning”, en vervolgens de betekenis voor God: “goedgunstigheid, daden van genade , daden van vriendelijkheid “(de laatste twee zijn in het meervoud).

 

Het Hebrew & Aramaic Lexicon of the Old Testament  (ook bekend als de KBL) door Ludwig Kohler, L. Koehler en W. Baumgartner zegt over de betekenis van het woord: “de wederzijdse aansprakelijkheid van degenen die familie, vrienden, meester en dienaar zijn, of op enige andere wijze bij elkaar horen, de solidariteit, (en) gezamenlijke aansprakelijkheid.” Het woordenboek verduidelijkt vervolgens dat het woord ook losse bewijzen van die solidariteit kan beschrijven.

 

Verwante talen

 

De wortel is alleen te vinden in het Aramees (inclusief het latere Syrisch) en Hebreeuws. Die wordt gebruikt in het latere Hebreeuws (MH), waarin een duidelijke parallel te vinden is met het gebruik van het Bijbelse Hebreeuws. Jastrow definieert het woord voor dit gebruik in de latere rabbijnse tijd als “genade, vriendelijkheid, liefde, naastenliefde” en in het meervoud als “daden van vriendelijkheid”. Het Syrisch vertoont betekenissen die nauw verwant zijn aan die van het Bijbels Hebreeuws, wat niet anders dan te verwachten was.

 

Ik herhaal: Chèsèd is het woord voor “genade”. De Hebreeuwse vertaling van “gered door genade” is “Nosha be-chèsèd.” Jehovah vertelt ons in Exodus 20 dat wij zijn gered door genade als wij zijn geboden onderhouden.

 

Je bent gered door genade als je je bekeert en de geboden onderhoudt. Jesjoea stierf aan het hout om de straf voor je zonden te betalen. Dit is de genade die je gegeven werd. Dat betekent niet dat je kunt doorgaan met zondigen, of door kunt gaan met het niet houden van de geboden, wat in het bijzonder geldt voor het vierde gebod, dat het onderwerp is van dit hele boek.

 

Nu je vergeven bent, wordt je geacht terug te keren, dat is: je te bekeren, en alle tien geboden te houden, inclusief het vierde, het houden van de wekelijkse Sabbat (de 7e dag van de week), de Heilige Feestdagen van Leviticus 23 en de Sabbatsjaren van Leviticus 25. Doe je dat niet, dan heb je je niet bekeerd en zijn je zonden niet vergeven.

 

10 “maar Die barmhartigheid (chèsèd, genade) doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.” (Deuteronomium 5:10)

 

Dit is iets om serieus bij stil te staan.

Hoofdstuk 10 | Dus wat Is “De Wet?”

 

Ik heb je nu bewapend met een fundamentele kennis van wat liefde is vanuit een op Torah gebaseerd perspectief en hebben je laten zien dat de enige manier waarop we onze liefde voor Yehovah kunnen laten zien, is door Zijn geboden te onderhouden. Het mooie hiervan is dat, wanneer we dat doen, Hij Zijn liefdevolle goedheid of ‘Chesed’ (uiteengezet in hoofdstuk 9) daarvoor in de plaats geeft, wat ook genade betekent. Dat gezegd hebbende, moeten we nu de Geboden van Hem herzien die we moeten bewaken en bewaren. Natuurlijk moeten we al Zijn geboden houden, want er staat geschreven:

 

 

10 Want wie de hele Wet in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden. (Jakobus 2:10)

 

Maar het is mijn verlangen om eerst de juiste basis te leggen door me te concentreren op de grootste geboden die we moeten houden. Inmiddels weet je dat zonde de overtreding van Zijn Geboden is en dat je ziel kan sterven omdat je ze niet houdt.

 

 

28 “En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.” (Matteüs 10:28)

 

En die persoon is natuurlijk Yehovah.

 

  • De ziel die zondigt, zal sterven.
  • Zonde is de overtreding van De Wet.
  • De Wet is de geboden.

 

8 Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de Torah vervuld. 9 Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 10 De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de Torah. (Romeinen 13:8-10)

 

Nogmaals, Paulus vertelt ons dat het liefde is om Yehovah’s geboden te onderhouden. Met andere woorden, het zou uw voortdurende, allesoverheersende doel moeten zijn om:

 

1 “Jaag de liefde na…” (1 Korinthe 14:1)

 

Ik zal nu met jullie delen welke geboden door Yehshua Zelf als de grootste worden beschouwd.

 

34 Toen de Farizeeën gehoord hadden dat Hij de Sadduceeën de mond gesnoerd had, kwamen zij bijeen. 35 En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken:36 Meester, wat is het grote gebod in de Torah? 37 En ?Yehshua zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dit is het eerste en het grote gebod. 39 En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40 Aan deze twee geboden hangt heel de Torah, en de Profeten. (Matteüs 22:34-40)

 

Yehshua heeft ons zojuist in de bovenstaande passage verteld wat de twee grootste geboden zijn.

 

 

Zowel Yehshua als Paulus citeerden de Tien Geboden, zoals eerst door Yehovah aan de mens geopenbaard werd, rechtstreeks uit Exodus 20. Door dit te doen, maken beide ons duidelijk wat de twee grootste geboden zijn — door Zijn geboden te onderhouden, maar ook door onze medemensen lief te hebben zoals we van onszelf houden. En het is alleen door onze medemens lief te hebben, dat we voltooid zijn in onze liefde voor Yehovah. Met andere woorden: Zijn geboden onderhouden is niet genoeg als we het niet in liefde doen. Het Eerste Grote Gebod vertelt ons hoe we Yehovah lief  hebben en de Tweede Grote Gebod, wat precies zo is, vertelt ons hoe we onze naaste lief moeten hebben. Aan deze twee hangt alles wat de Torah ons leert en alle profeten die gekomen en gegaan zijn aan ons hebben geprofeteerd.

 

In het vorige hoofdstuk heb ik laten zien hoe de geboden ons leren hoe we Yehovah het beste kunnen liefhebben en dat wanneer we dat doen; Hij houdt van ons en is ons op dezelfde manier genadig. Voor zover en voor zoverre we het doen aan de minste van onze broers of zussen, doen we het aan Yehovah. We zijn bekend van Yehovah door wat we wel en niet doen — door de dingen die we hebben gedaan en door de dingen die we hebben verwaarloosd of achterwege hebben gelaten. Dat is hoe Yehovah ons scheidt, Zijn schapen (zij die Hem aanbidden in Geest en in waarheid, kennen Zijn stem en doen Zijn wil), van degenen die op zijn best geiten en onkruid zijn en in het slechtste geval vraatzuchtige wolven in schaapskleren zijn. Bovendien houden we net zoveel van Yehovah als de minste van onze naaste. Mogen wij onszelf dan niet in Yehovah veroordelen, zoals Kaïn of de Farizeeën deden die grapten, respectievelijk “Ben ik mijn broeders hoeder?” of “Wie is mijn naaste?” Ten slotte, terwijl het Tweede Grootste Gebod net als het eerste is en de laatste zes van de tien geboden samenvat, die ons leren hoe we onze medemens liefhebben, het Eerste Grootste Gebod vat de eerste vier van de tien geboden samen die ons specifiek leren hoe we Yehovah lief moeten hebben.

 

De laatste zes geboden die betrekking hebben op het beminnen van onze naaste (of medemens) zijn als volgt:

 

Het Vijfde Gebod:

 

12 “Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat Yehovah, uw God, u geeft.” (Exodus 20:12)

 

Het Zesde Gebod:

 

13 “U zult niet doodslaan.” (Exodus 20:13)

 

Het Zevende Gebod:

 

14 “U zult geen overspel plegen.” (Exodus 20:14)

 

Het Achtste Gebod:

 

15 “U zult niet stelen.” (Exodus 20:15)

 

Het Negende Gebod:

 

16 “U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.” (Exodus 20:16)

 

 

 

Het Tiende Gebod:

 

17 “U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares,20:17 zijn dienaar, noch zijn dienares – Of: zijn slaaf, noch zijn slavin. noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is.” (Exodus 20:17)

 

Nogmaals, wat is het grootste gebod volgens Yehshua?

 

37 “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dit is het eerste en het grote gebod.”  (Matteüs 22:37-38)

Dat gezegd hebbende, zal ik nu de eerste vier geboden herzien:

 

Het Eerste Gebod:

 

1 Toen sprak God al deze woorden: “Ik ben Yehovah, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. (Exodus 20:1-3)

 

Het Tweede Gebod:

 

4 U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. 5 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, Yehovah, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen. (Exodus 20:4-6)

 

En hier wordt nogmaals weergegeven dat Yehovah genade schenkt aan degenen die Hem liefhebben en zijn geboden bewaken.

 

Het Derde Gebod:

7 U zult de Naam van Yehovah, uw God, niet ijdel gebruiken, want Yehovah zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt. (Exodus 20:7)

 

Het Vierde Gebod is:

 

8 “Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt. 9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, 10 maar de zevende dag is de sabbat1 van Yehovah, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.” (Exodus 20:8-10 | Voetnoot: 1 Er zijn andere sabbatten, maar dit is de wekelijkse sabbat)

 

11 Want in zes dagen heeft Yehovah de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende Yehovah de sabbatdag, en heiligde die. (Exodus 20:11)

 

Maar net zoals Rome niet in een dag werd gebouwd, worden we ook niet van de ene op de andere dag geperfectioneerd. Ons is geboden “volmaakt te zijn zoals de Vader in de hemel volmaakt is” toch is perfectie nooit een staat die we volledig bereiken op aarde in onze gevallen staat. Maar het is een staat die we voortdurend moeten blijven nastreven. Yehovah weet dat we niet al zijn geboden direct kunnen houden. Dus we zouden het goed doen, zoals ik al eerder zei, om te beginnen met zijn Eerste Grote Gebod, die ons vertelt hoe we van Hem moeten houden, maar toch niet, Zijn Tweede Grote Gebod vergeten, wat ons vertelt hoe we onze naaste lief moeten hebben. Samen vatten ze de Tien Geboden of De Wet en De Profeten samen op dezelfde manier als Yehshua gedaan heeft in Mattheüs 22: 36-40.

 

Nogmaals:

 

  • De ziel die zondigt, zal sterven.
  • Zonde is de overtreding van De Wet.
  • De Wet is de Tien Geboden.

 

Sommige Christenen zijn hopelijk en onder gebed nu overtuigd en zelfs een beetje ongemakkelijk.

 

1 Op dat moment kwamen de discipelen bij Yehshua en zeiden: “Wie is toch de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen?” 2 En Yehshua riep een kind bij Zich en zette dat in hun midden. 3 En Hij zei: “Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. 4 Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen. 5 En wie zo’n kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. 6 Maar wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem geweest zijn dat een molensteen aan zijn hals gehangen was en hij in de diepte van de zee gezonken was. 7 Wee de wereld vanwege al haar struikelblokken, want het is noodzakelijk dat er struikelblokken komen; maar wee die mens door wie zo’n struikelblok er komt!” (Matteüs 18:1-7)

 

Als je ervoor kiest kleintjes te misleiden door ze leugens te leren, kun je net zo goed een molensteen aan je nek binden en jezelf in zee gooien.

 

Op dezelfde manier:

 

30 “En als uw rechterhand u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.” (Matteüs 5:30)

 

De meeste christenen zullen de volgende passage citeren:

 

11 In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus. 12 U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt. 13 En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn2:13 het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen1 te vergeven…” (Kolossenzen 2:11-13 | Voetnoot: 1 Efeze 2:1)

 

Lezend vanuit de Herziene Statenvertaling in Kolossenzen, zien we dat:

 

14 “…en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen.” (Kolossenzen 2:14)

 

De Bijbelvertaling van de passage die ik zojuist heb geciteerd, is echter correct. Het is de schuld die we verschuldigd zijn voor onze zonden die uitgewist zijn en niet de Wet die ons onze zonden toont.

 

1 “u die dood was door de overtredingen en de zonden…” (Efeze 2:1 | en zie ook: Efeze 5:14Matteüs 8:22, Romeinen 8:6,  Kolossenzen 2:13, 1 Timotheüs 5:6, 1 Johannes 3:14, Openbaring 3:1)

 

2 “waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,” (Efeze 2:2 | Voetnoot: Efeze 5:6, Kolossenzen 3:6)

 

3 onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen. 4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, 5 ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – 6 en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Yehshua, 7 opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Yehshua. 8 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand zou roemen. (Efeze 2:3-9)

 

Yehovah heeft jou uit alle mensen op deze aarde gekozen en de schellen van je ogen doen vallen zodat je kunt zien. Je bent niet zelf tot dit inzicht gekomen. Je hebt niets om over op te scheppen. Maar als je ervoor kiest om op te scheppen, mag het dan alleen in de volgende context zijn:

 

17 Maar “wie roemt, laat hij roemen in Yehovah.” (2 Korinthe 10:17)

 

Met behulp van de verzen die ik recentelijk (en anderen) citeer, leren christelijke predikers en leraren anderen nu ten onrechte dat de Tien Geboden zijn afgeschaft en gebruiken ze de verzen in Kolossenzen (om een voorbeeld te geven) als basis.

 

Denk aan de woorden van Yehshua met betrekking tot iemand die beter af is een molensteen om zijn of haar nek te binden en de sprong te wagen in plaats van een kind te misleiden? Let ook op de waarschuwing in de volgende passage:

 

1 U moet niet allemaal leermeesters willen zijn, mijn broeders. U weet immers dat wij dan een strenger oordeel zullen ontvangen. (Jakobus 3:1)

 

Met andere woorden, betekent dit dat we vrij zijn om wetteloos te zijn zoals Satan en een vergunning hebben om te liegen, te stelen, te moorden, idolen te aanbidden en overspel te plegen? Zijn we vrij, zoals Paulus zei, om kwaad te doen zodat Yehovah er iets goeds uit kan putten? Zo ja, moeten we zelfs op deze basis worden toegelaten in het koninkrijk van Yehovah? En toch is dit precies wat “goede christenen” beweren – dat zij de Wet (Torah) niet hoeven te houden.

 

We doen er ook goed aan ons te herinneren wat Yehovah’s opvatting van een onnutte dienaar is en hoe we Hem provoceren tot jaloersheid wanneer we de woorden van Paulus aannemen en ze verkeerd toepassen (met name vers 23):

 

21 U kunt niet de drinkbeker van Yehovah drinken én de drinkbeker van de demonen. 22 Of willen wij Yehovah tot jaloersheid verwekken? Wij zijn toch niet sterker dan Hij? 23 Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op. 24 Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de ander. (1 Korinthe 10:21-24)

 

Hier zijn nog een paar teksten over nutteloze dienaars als stof tot nadenken: Matteüs 18:25, 20:1-16, 14-30, Lukas 17:7-10.

 

Dus het antwoord is “nee”. We worden nog steeds geacht om de geboden te houden. Het was alleen de schuld voor het overtreden van de geboden die aan de boom was genageld. De schulden zijn betaald; voor degenen die zich bekeren. Je moet de geboden bij Zijn wederkomst doen om je beloning te ontvangen. Maar voor degenen die zich niet bekeren:

 

11 Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie rechtvaardig is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden. 12 En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. 13 Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. 14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan. 15 Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.

 

Je zult opmerken dat zij die Zijn Geboden DOEN, boven de Boom des Levens zullen zijn en toegang mogen hebben tot de Heilige Stad van Zijn Koninkrijk. Maar buiten zijn zij die de Geboden niet houden.

 

Mensen kunnen alleen gered worden door de genade van Yehovah, door het bloedoffer van Yehshua. Er is niets dat we ooit kunnen doen om onszelf te redden. We hebben niet de kracht om het te doen, en geen enkele hoeveelheid ‘wet houden’, ‘rechtvaardige daden’, ‘levitische rituelen’ of ‘werken’ kan Yehovah bij ons in de schilden staan. Integendeel! We zullen voor altijd in bij Hem in de schuld staan, wat er ook gebeurt en ongeacht hoe groot onze prestaties zijn of hoeveel we hier op aarde bereiken. Mt andere woorden: we kunnen onze redding niet verdienen. Onze redding wordt alleen mogelijk gemaakt door Zijn genade, maar of we wel of niet zullen worden gered hangt af van ons berouw en onze gehoorzaamheid aan Yehovah en Zijn geboden.

 

 

 

 

Yehovah zal Zijn geschenk van eeuwig leven niet geven aan degenen die op aarde weigerden om Hem te gehoorzamen (wat in feite meer opstandige, onsterfelijke, duivelse individuen in Zijn Koninkrijk zou creëren die, net als Satan, ervoor kozen om Yehovah niet te gehoorzamen, en die, erger nog, anderen leerde om Hem niet te gehoorzamen). Als dat zou worden toegestaan, zouden dezelfde mensen die het leven tot een ware hel op aarde maakten voor de rest van ons hetzelfde doen om het leven in het Koninkrijk van Yehovah ook tot een hel te maken voor iedereen daar. Er zouden nog steeds tranen en allerlei kwaad zijn als dit uiteindelijk het geval zou zijn.

 

Om dit resultaat te voorkomen, zullen de onberouwvolle wetteloze en de onberouwende leraren van wetteloosheid (die de wettelozen volgen) zichzelf in het Meer van Vuur vinden, tezamen met de slechte en wetteloze Satan.

 

17 “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet (Torah) of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet (Torah) voorbijgaan, totdat het alles geschied is. 19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.” (Matteüs 5:17-19)

Hoofdstuk 11 | “Maar Waarom Noem Je Me ‘Heer, Heer?

 

Hoe waar de woorden van Petrus klinken in de volgende passage:

 

15 “en beschouw het geduld van onze Heere als zaligheid; zoals ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid die hem gegeven is, u geschreven heeft, 16 zoals ook in alle brieven, wanneer hij deze dingen ter sprake brengt. Daaronder zijn sommige zaken die moeilijk te begrijpen zijn, die de onkundige en onstandvastige mensen verdraaien, tot hun eigen verderf, net als de andere Schriften.” (2 Petrus 3:15-16)

 

17 “U dan, geliefden, omdat u dit van tevoren weet, wees op uw hoede, zodat u niet door de dwaling van normloze mensen wordt meegesleept en afvalt van uw eigen vastheid. 18 Maar groei in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Yeshua Hamashiach. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. Amen.” (2 Petrus 3:17-18)

 

We worden gewaarschuwd om niet geleid te worden op de gladde helling van wetteloosheid of op een dwaalspoor gebracht te worden door diegenen die ons leren om de Wet af te schaffen.

 

Ik vind het heel ironisch dat christenen zich ‘geroepen’ voelen om de Joden tot het Christendom te bekeren. Ze proberen in feite de Jood te krijgen die de Wet misschien al goed houdt om een andere ‘messias’ te volgen die ‘de Wet’ zou hebben ‘afgeschaft’. Als alleen diegenen die beweren “Christen te zijn” zouden gaan beseffen wat Yehshua de Messias werkelijk gezegd heeft, ze gekrenkt zouden  zijn over de ernstige vertakkingen van het zelf geloven van de waan van de wetteloosheid en proberen anderen te winnen door dezelfde waanideeën te geloven. Het is niet de Jood die zich tot het Christendom moet bekeren, maar het is de Christen die moet terugkeren naar het houden van de Torah — net zoals de Messias, die zonder zonde was, de Torah hield. Het houden van Torah is wat Yehshua zondeloos maakte. Als Hij het had verbroken, zelfs op de kleinste manieren, zou Hij geen perfect Offer voor ons zijn geweest. Dus als dat is wat Yehshua zondeloos maakte, zou het dan niet voor ons hetzelfde zijn?

 

Ik moet dat nog een keer zeggen:

 

Het is niet de Jood die zich tot het Christendom moet bekeren, maar het is de Christen die moet terugkeren naar het houden van de Torah.

 

Dit kon niet duidelijker en schrijnender worden geïllustreerd dan in het verhaal van de verloren zoon. De zoon die wegging en zijn erfenis verspild heeft, is een symbool van diegenen onder ons die verspreid zijn, (De Tien Verloren Stammen), maar ook, nog meer, degenen onder ons die beweren christen te zijn of “volgers van Christus” en toch openlijk wetteloosheid omarmen en het door de vingers te zien.

 

Omgekeerd is de zoon die thuis is gebleven bij zijn vader de Joden vertegenwoordigd. De Joden wachten misschien nog steeds op de eerste komst van de Messias, Hem niet herkend hebben toen Hij onder hen wandelde, dat is waar. Bovendien, ze hebben misschien niet 100% gelijk over hoe ze de Wet naleven, dat is al in eerdere hoofdstukken aangegeven. In tegenstelling tot zovelen die zichzelf ‘christenen’ noemen, erkent het Joodse volk ten minste nog steeds het feit dat Yehovah een standaard heeft die Hij voor ons heeft ontworpen om te observeren en te bewaken. Die standaard wordt de Torah genoemd; dat is de Wet, de Tien Geboden en de Heilige Dagen. De Christelijke “Verloren Zoon” heeft alles gedaan “behalve” de Wet te houden en sommigen worden nu pas wakker met het besef hoe fout ze zijn geweest.

 

11 “En Hij zei: Een zeker mens had twee zonen. 12 En de jongste van hen zei tegen zijn vader: Vader, geef mij het deel van de goederen dat mij toekomt. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 En niet veel dagen daarna maakte de jongste zoon alles te gelde en reisde weg naar een ver land en verkwistte daar zijn vermogen in een losbandig leven. 14 En toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood in dat land en begon hij gebrek te lijden. 15 En hij ging heen en voegde zich bij één van de burgers van dat land, en die stuurde hem naar zijn akkers om de varkens te weiden. 16 En hij verlangde ernaar zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, maar niemand gaf hem die.” (Lukas 15:11-16)

 

17 “En nadat hij tot zichzelf gekomen was, zei hij: ‘Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom om van honger!’ 18 Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. 19 En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maak mij als één van uw dagloners.’ 20 En hij stond op en ging naar zijn vader. En toen hij nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming bewogen en hij snelde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem. 21 En de zoon zei tegen hem: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. Ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden.’ 22 Maar de vader zei tegen zijn dienaren: ‘Haal het beste gewaad tevoorschijn en trek het hem aan en geef hem een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voeten. 23 En breng het gemeste kalf en slacht het, en laten we eten en vrolijk zijn. 24 Want deze, mijn zoon, was dood en is weer levend geworden. En hij was verloren en is gevonden.’ En zij begonnen vrolijk te zijn. (Lukas 15:17-24)

 

25 Zijn oudste zoon nu was op de akker. En toen hij dichter bij huis kwam, hoorde hij muziek en reidans. 26 En nadat hij één van de knechten bij zich geroepen had, vroeg hij wat er aan de hand was. 27 Deze nu zei tegen hem: ‘Uw broer is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem weer gezond teruggekregen heeft.’ 28 Maar hij werd boos en wilde niet naar binnen gaan. Toen ging zijn vader naar buiten en spoorde hem aan. 29 Maar hij antwoordde en zei tegen zijn vader: ‘Zie, ik dien u al zoveel jaren en heb nooit uw gebod overtreden en u hebt mij nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden vrolijk te zijn. 30 Maar nu deze zoon van u gekomen is, die uw bezit met hoeren opgemaakt heeft, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.’ 31 En hij zei tegen hem: ‘Kind, jij bent altijd bij mij en al het mijne is van jou. 32 Wij zouden dan vrolijk en blij moeten zijn, want deze broer van jou was dood en is weer levend geworden. En hij was verloren en is gevonden.’ (Lukas 15:25-32)

 

Zoals ik je al heb laten zien, zonde is de overtreding van De Wet.

 

In overeenstemming met waar dit hoofdstuk over gaat, vind je dat Yehshua een vraag stelt om een einde te maken aan alle vragen hieronder in de passage van Lukas:

 

46 “Waarom noemt u Mij: ‘Heere, Heere,’ en doet niet wat Ik zeg?” 1 (Lukas 6:46 | Voetnoot: 1 zie vv. 47-49, Mattheüs 7:24-28, Lukas 8:21, Johannes 3:36, Jakobus 2:17-24)

 

Yehshua gaat verder om te zeggen:

 

47 “Ieder die naar Mij toe komt en Mijn woorden hoort en ze doet, Ik zal u laten zien aan wie hij gelijk is. 48 Hij is gelijk aan een man die een huis bouwde: hij groef en diepte uit en legde het fundament op de rots. Toen de hoge vloed kwam, sloeg de waterstroom tegen dat huis aan en kon het niet doen wankelen, want het was op de rots gefundeerd.” (Lukas 6:47-48)

 

20 En sommigen berichtten Hem: ‘Uw moeder en Uw broers staan buiten en willen U zien.’ 21 Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: ‘Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen, die het Woord van God horen en dat doen.’ (Lukas 8:20-21)

 

De passages waarnaar hierboven wordt verwezen zijn perfecte voorbeelden van degenen die De Geboden houden waarover we in hoofdstuk 10 gesproken hebben. In hoofdstuk 10 bespraken we de twee Grootste Geboden dat zowel Yehshua als de Apostel Paulus vermelding van Exodus hoofdstuk 20 maakten. De passage hieronder heeft echter betrekking op hen die het Woord van Yehovah horen, maar het niet doen. Ze houden zich niet aan zijn geboden – en zie het resultaat: De fundering is er niet (De Geboden) en als gevolg valt het huis.

 

49 “Maar wie ze gehoord en niet gedaan zal hebben, is gelijk aan een man die een huis bouwde op de aarde zonder fundament. Toen de waterstroom ertegenaan sloeg, stortte het meteen in, en de val van dat huis was groot.” (Lukas 6:49)

 

Een keer per week naar de kerk gaan met een Bijbel in de hand zal niet zijn wat je redt. Je zal ook moeten gehoorzamen wat de Bijbel zegt — naar waar het een doordringend, cruciaal en fundamenteel deel wordt van je normale, dagelijkse leven; met andere woorden, een levensstijl of je manier van leven.

 

36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem. (Johannes 3:36)

 

17 Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood. 18 Maar nu zal iemand zeggen: U hebt geloof en ik heb werken. Laat mij dan uw geloof zien uit uw werken en ik zal u uit mijn werken mijn geloof laten zien. 19 U gelooft dat God één is; daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen. 20 Maar wilt u weten, o dwaze mens dat het geloof zonder de werken dood is? 21 Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde? 22 Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden? 23 En de Schrift is vervuld die zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd. 24 U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof. 25 En is Rachab, de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan? 26 Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood. (Jakobus 2:17-26)

 

Yehshua brengt dit hoofdstuk van mijn boek in de onderstaande passage nog scherper in beeld. Hij geeft ons nog meer reden om rechtop te gaan zitten, het in acht nemen, en net als de demonen, te huiveren.

 

15 “Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. (Mattheüs 7:15-20)

 

21 Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot. 28 Toen Yehshua deze woorden had geëindigd, gebeurde het dat de menigte versteld stond van Zijn onderricht, 29 want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden. (Mattheüs 7:21-29)

 

Er zullen mensen zijn in de Laatste Dagen die dit soort ongefundeerde aanspraken op Yehovah zullen maken en GELOVEN dat ze waar zijn — want zij leefden oprecht van het geloof dat zij wonderen verrichtten en prachtige werken gedaan hebben in de naam van Jezus en volledig verwachten en ervan overtuigd zijn dat ze de resulterende eeuwige beloningen verdienen en waardig zijn. Maar Yehshua vertelt hen niet alleen dat Hij ze “NOOIT GEKEND HEEFT”, maar op een nog meer verontruste manier, verklaart tot hen: “Ga weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid!”

 

Hoe is het mogelijk dat zovelen die beweren Zijn ware volgelingen te zijn, zo worden misleid? Is het echt waar wat de Bijbel hierover zegt? — dat het heel goed mogelijk is dat hen die zo vaak over de Heer spreken naar anderen, bedrogen worden over de “heer” die ze eigenlijk dienen ?! Dien je de heer Satan die verschijnt als een “engel des lichts” en die ervan houdt om zelf aangezien te worden voor de Messias, of dien je de werkelijke Messias — Yehshua Ha’Mashiach? Hoe kun je het verschil zien en hoe kun je dat weten? Praat je om het “praten” maar slaag je er niet in om “de Weg te bewandelen?” Dat brengt ons bij de echte kern van de zaak — wil je Zijn Geboden gehoorzamen – of niet?

 

Een zorgvuldig onderzoek van dit kritische onderwerp zal ongetwijfeld velen beledigen die beweren “gelovigen”, “bevrijders” en “genezers” te zijn. Maar is het niet beter om nu de waarheid onder ogen te zien, terwijl er nu nog tijd is om je te bekeren en vergeving en correctie te krijgen van Yehovah, de Allerhoogste, met betrekking tot welke waanideeën Satan je ook laat geloven, dan om Yehshua je in de ogen te laten kijken op een noodlottige dag en zegt, “IK HEB U NOOIT GEKEND: ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!”

 

Is het mogelijk dat er onder ons zijn die de werken van de Heer lijken te doen die in werkelijkheid NIET van Hem zijn? Het Woord van Yehovah zegt niet alleen dat het mogelijk is, maar voorzegt het ook duidelijk dat het zal gebeuren:

 

13 Want zulke lieden zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn overeenkomstig hun werken. (2 Korinthe 11:13-15)

 

1 Maar er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die heimelijk verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daarmee verloochenen zij zelfs de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een snel verderf over zichzelf. 2 En velen zullen hen, door wie de weg van de waarheid gelasterd zal worden, op hun verderfelijke wegen navolgen. 3 En zij zullen u door hebzucht met verzonnen woorden uitbuiten. Het vonnis over hen is reeds lang in werking en hun verderf sluimert niet. (2 Petrus 2:1-3)

17 En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen, en keer u van hen af. 18 Want zulke mensen dienen niet onze Heere Yehshua Hamashiach, maar hun eigen buik, en door fraaie woorden en mooie praat bedriegen zij de harten van de argeloze mensen. (Romeinen 16:17-18)

 

6 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, 7 terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 8 Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9 Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.

 

Ze hoorden een ander evangelie van een valse prediker.

 

Het enige geloof dat waar is, is dat wat voortkomt uit Yehovah en dat is geboren uit Zijn Woord en niet de leringen van de mens.

 

3 Geliefden, toen ik mij er met alle inzet toe zette u te schrijven over de gemeenschappelijke zaligheid, werd ik genoodzaakt u te schrijven met de aansporing om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is. 4 Want er zijn sommige mensen binnengeslopen, die tot dit oordeel al lang tevoren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade van onze God veranderen in losbandigheid, en die de enige Heerser, God en onze Heere Yehshua HaMashiach, verloochenen. (Judas 1:3-4)

 

Wees niet onwetend. In plaats daarvan, let op de waarschuwing in 2 Korinthe:

 

11 “… opdat de satan op ons geen voordeel zou behalen. Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.” (2 Korinthe 2:11)

 

Satan verschijnt als een engel des lichts, en dat geldt ook voor valse predikers waarvan Yehovah zegt: “hun doelen zullen zijn naar hun werken.” Toch blijkt op het eerste gezicht dat ze goede werken voor Yehovah doen, zoals zij die dag op dezelfde manier belijden. Waren ze zichzelf aan het misleiden?

 

13 Want zulke lieden zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn overeenkomstig hun werken. (2 Korinthe 11:13-15)

 

Nog een bijbelvertaling van het citaat dat op de vorige pagina en direct hierboven is aangehaald van een van de brieven van Paulus aan Korinthe, stelt dat de dienaren van Satan zullen worden veranderd in, of verschijnen als, “dienaren van de gerechtigheid.”

 

3 “Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf …” [2 Thessalonicenzen 2:3 | Voetnoot: 1Sommige teksten lezen zonde in plaats van wetteloosheid. Deze man kan dezelfde zijn als waar we over lezen in de profetie in Jesaja 14:12 – H?l?l (“Heileil”), wat ‘de stralende’ betekent de vorst van Babel]

 

4 “… die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.” (2 Thessalonicenzen 2:4)

 

7 “Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst; 9 hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, 10 en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven,” 1 (2 Thessalonicenzen 2:7-11 | Voetnoot: 1Ezechiël 20:25; Johannes 9:39, 12:40; Handelingen 7:42; Romeinen 1:24-28)

 

12 “…opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.” (2 Thessalonicenzen 2:12)

 

Zit jij in die groep? Moeten we afzien van het advies van Paulus aan de kerk in Korinthe?

 

5 Onderzoek uzelf of u in het geloof bent, beproef uzelf. Of weet u niet van uzelf dat Yehshua HaMashiach in u is? 1 Of het moet zijn dat u op enigerlei wijze verwerpelijk bent. (2 Korinthe 13:5 | Voetnoot: 1Romeinen 8:10, Galaten 2:20, Efeze 3:17, Kolossenzen 1:27, 1 Johannes 4:4)

 

Dit is nog steeds geldig voor ons allemaal vandaag. Het is het drijfzand en het moeras van “goedkope genade” dat heeft aanleiding gegeven tot dergelijke misleidingen en veroorzaakte degenen die “in bediening” zijn om te opereren onder de valse veronderstelling dat zij, in werkelijkheid, gered en in alle werkelijkheid zijn, Yehovah dienen.

 

Hoe kunnen wij dan de waarheid “ONDERSCHEIDEN” van dwaling?

 

20 Terug naar de Torah en het getuigenis! Als zij niet overeenkomstig dit Woord spreken, zal er voor hen geen dageraad zijn. (Jesaja 8:20)

 

14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan. (Openbaring 22:14)

 

15 Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet. 1 (Openbaring 22:15 | Voetnoot: 1Zie ook, Openbaring 21:27, 2 Thessalonicenzen 2:11)

 

Yehshua vraagt dan aan Zijn discipelen een vraag wat tot nadenken zet:

 

8 “Ik zeg u dat Hij hun met spoed recht zal doen. Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?” (Lukas 18:8)

 

8 zal Hij ook geloof vinden op de aarde?  (Lukas 18:8 SV)

 

 

Vervolgens geeft Paulus hieronder een waarschuwing:

 

3 “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten.” (2 Timotheüs 4:3 | Voetnoot: 1Jesaja 30:10, Jeremia 5:31, Romeinen 16:18)

 

4 “ … Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels. 5 Maar u, wees nuchter in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk ten volle.” (2 Timotheüs 4:4-5)

 

We zouden nu ook naar de gelijkenis van de Tien Maagden moeten kijken.

 

1 Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet. 2 Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas. 3 Zij die dwaas waren, namen wel hun lampen maar geen olie met zich mee. 4 De wijzen namen met hun lampen ook olie mee in hun kruikjes. 5 Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap. 6 En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet! 7 Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde. 8 De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. 9 Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf. 10 Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. 11 Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open! 12 Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: Ik ken u niet. 13 Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal. (Mattheüs 25:1-13)

 

In vers 12 zegt Yehshua: “Ik ken jou niet” in precies hetzelfde waarom Hij tegen degenen in Mattheus 7 zegt dat Hij ze “NOOIT GEKEND HEEFT”, maar in hoofdstuk 7 verklaart Hij hen, “ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” “Nooit Gekend” en “werkers der wetteloosheid”; erg sterke woorden die gezegd zullen worden voor diegenen die de Geboden niet willen en zullen houden.

 

Al met al zou Yehshua altijd het laatste woord moeten hebben over welk onderwerp dan ook. Hier is dat woord:

 

24 “want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij – als het mogelijk zou zijn – ook de uitverkorenen zouden misleiden. 25 Zie, Ik heb het u van tevoren gezegd!” (Mattheüs 24:24-25)

 

  • De wet is niet afgeschaft
  • De ziel die zondigt, zal sterven
  • Zonde is de overtreding van De Wet
  • De Wet is de Tien Geboden

 

Als je de Geboden niet houdt – en dit betekent alle tien, dan wordt je door Yehshua op de Dag des Oordeels verteld: “Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!”

 

10 Want wie de hele Torah in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden. (Jakobus 2:10)

 

Dat gezegd hebbende, welk gebod zult u rechtvaardigen om niet te houden? Want als je één gebod overtreedt, breek je ze allemaal. We hebben je al laten zien waar Yehshua zei dat als je van Hem houdt, je de geboden zou houden en bewaken.

 

Dus doe je dat ook? Houd je van de Messias zoals je zegt dat je doet en terwijl Hij zegt hoe het moet? Door de geboden te houden! Bewaar je alle Tien Geboden? Bent u een van degenen die HEER, HEER zullen zeggen en hem nooit gekend heeft? Ben jij een van die 5 dwaze maagden?

 

HOUD DE GEBODEN!

Hoofdstuk 12 | Waarom Wil Satan Het Vierde Gebod Verbergen?

 

Het antwoord is te vinden in het boek Daniel:

 

25 “ Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden1 en de wet2 te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (Daniel 7:25 | Voetnoten: 1Dit is een ander woord voor festivals. 2Het veranderen van de wet komt neer op wetteloosheid)

 

We lezen in 2 Tessalonicenzen 2: 3-12 over “de wetteloze” en de “wetteloosheid” die geprofeteerd is om het over te nemen (inderdaad, het heeft het al overgenomen!) op de heilige plaats, en we lezen ook over het oordeel van de Messias over de wetteloze “profeten” in Matteüs 7:23 en de wetteloze “gelovigen” in Mattheüs 13:41!

 

3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, 4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet. 5 Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was?

 

6 En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. 7 Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;

 

9 hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, 10 en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, 12 opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid. (2 Thessalonicenzen 2:3-12)

 

41 de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de wetteloosheid doen, 42 en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. (Mattheüs 13:41-42)

 

23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! (Mattheüs 7:23)

 

Satans doel is om de Gezette Tijden (Heilige Dagen) en De Wet te veranderen. Dit is zijn bedoeling. Waarom? Zodat je het plan van Yehovah niet zult kennen of begrijpen wanneer deze dingen zullen gebeuren. Toch is het van cruciaal belang dat we Yehovah’s plan voor de mensheid allemaal kennen en hoe het wordt aangekondigd (met betrekking tot wat nog moet komen) en in zijn geheel in de Heilige Dagen uiteen wordt gezet. Maar als je ze niet begint te houden, kun je hun betekenis niet begrijpen.

 

Je hoofd in het zand steken en doen alsof je deze waarheden negeert, plaatst je alleen in de groep van wetteloze werkers, waarvan Yehshua zegt dat Hij ze niet kent. Het zet je itegenover degenen die deze wetten gehoorzamen en bij hen leven.

 

 

Hoe zou Satan erop uit zijn ons te verhinderen om tot dit soort begrip te komen? Ik heb je al laten zien hoe Judah dit onbewust heeft gedaan. De Joodse schriftgeleerden hebben elk van de Heilige Dagen, behalve het Pesach, veranderd door het begin van de maand te veranderen en vervolgens deze fout te verergeren door gebruik te maken van de Regels van Uitstel voor de Najaarsfeesten.

 

Om nog maar te zwijgen over het feit dat Satan, die door de katholieke kerk, de wekelijkse sabbat van zaterdag naar zondag heeft veranderd en de heilige dagen helemaal heeft afgeschaft en heeft ook de christelijke wereld misleid.

 

Laat me een aantal gerenommeerde bronnen hieronder noemen, zodat je dit zelf kunt zien.

 

Zondag63 was de eerste dag van de week volgens de Joodse methode van berekening, maar voor christenen begon deze de plaats in te nemen van de Joodse sabbat in de Apostolische tijden als de dag apart gezet voor de openbare en plechtige aanbidding van God. De gewoonte om elkaar op de eerste dag van de week te ontmoeten voor de viering van het eucharistisch offer is aangegeven in: Hand 20:7 (en) 1 Korinthe 16:2. In Openbaring 1:10 wordt het de dag des Heren genoemd. In de Didache (p.14) wordt het bevel gegeven: “Kom op de dag van de Heer samen en breek het brood. En zeg dank (offer de eucharistie), nadat je je zonden hebt beloofd dat je offer zuiver is.” St. Ignatius (Ep. Ad Magnes. Ix. P.324) spreekt over christenen als:

 

We houden niet langer de sabbat, maar we leven een nieuw leven op de dag des Heren, waarop ook ons leven met hem is opgestaan.64

 

In de brief van Barnabas (xv) lezen we: “Daarom houden wij ook de achtste dag (d.w.z. de eerste van de week) met vreugde, de dag waarop Jezus ook uit de doden opstond.

 

Sabbat Bekentenissen65

 

De Kerk … na de rustdag te hebben veranderd van de Joodse Sabbat, of de zevende dag van de week, naar de eerste, verwijst het Derde Gebod naar de zondag als de dag die heilig gehouden moet worden als de dag des Heren. Maar sinds zaterdag, en niet de zondag, in de Bijbel vermeld is, is het niet merkwaardig dat niet-katholieken die beweren dat ze hun religie rechtstreeks uit de Bijbel halen en niet de kerk, de zondag in plaats van de zaterdag als rustdag houden? Ja, natuurlijk is het tegenstrijdig; maar deze verandering werd ongeveer vijftien eeuwen voordat het protestantisme werd geboren gemaakt, en tegen die tijd werd de gewoonte algemeen waargenomen. Ze hebben de gewoonte voortgezet, ook al berust het op het gezag van de katholieke kerk en niet op een expliciete tekst in de Bijbel. Die observantie blijft een herinnering aan de Moederkerk waaruit de niet-katholieke sekten uit voortgekomen zijn – als een jongen die van huis wegrent, maar nog steeds een foto van zijn moeder of een lok haar bij zich draagt.

 

 

 

 

 

 

 

 

63 http://www.catholic.org/encyclopedia/view.php?id=11155

64 http://tinyurl.com/9gzlj3j

65 Rooms-katholieke bekentenissen, http://www.scribd.com/doc/20509321/Sabbath-Confessions-Roman-Catholic-Confessions-Catholic-Encyclopedia-Vol-4-Pg, Vol.4; p.153

Het Geloof van Miljoenen

 

5 “ En op haar voorhoofd stond een naam geschreven: Geheimenis, HET GROTE BABYLON, DE MOEDER VAN DE HOEREN EN VAN DE GRUWELEN VAN DE AARDE. (Openbaring 17:5)

 

Misschien is het meest brutale ding, de meest revolutionaire verandering die de kerk ooit heeft gedaan, in de 4e eeuw gebeurd. De heilige dag, de sabbat, werd veranderd van zaterdag naar zondag. “De Dag des Heren”(dies Dominica) werd gekozen, niet uit de aanwijzingen die in de Schrift worden genoemd, maar uit het gevoel over haar eigen kracht van de kerk. De dag van de opstanding, de dag van Pinksteren, vijftig dagen later, kwam op de eerste dag van de week. Dus dit zou de nieuwe Sabbat zijn. Mensen die denken dat de Schrift de enige autoriteit zou moeten zijn, zouden logischerwijs Zevende-dags Adventisten moeten worden en zaterdag heilig moeten houden.66

 

Als protestanten de Bijbel zouden volgen, zouden ze God op de Sabbatdag aanbidden. Door de zondag te houden, volgen ze een wet van de katholieke kerk.67

 

Nergens in de Bijbel68 staat dat aanbidding veranderd moet worden van zaterdag naar zondag .… Nu de kerk … ingesteld door Gods autoriteit, zondag als de dag van aanbidding. Deze zelfde kerk, door dezelfde goddelijke autoriteit, onderwees de leer van het vagevuur lang voordat de Bijbel werd gemaakt. We hebben daarom dezelfde autoriteit voor het vagevuur als voor zondag.

 

Het vieren van de zondag door de protestanten is een eerbetoon dat zij, ondanks zichzelf, betuigen aan het gezag van de (katholieke) kerk.69

 

Welke Belangrijke Vraag Stelt Het Pausdom aan Protestanten?70

 

Protestanten hebben het pausdom herhaaldelijk gevraagd: “Hoe kunt en durft u de wet van God te veranderen?” Maar de vraag die de Katholieke Kerk aan Protestanten stelt, is nog indringender. Hier is het officieel:

 

“Je zult me vertellen dat zaterdag de joodse sabbat was, maar dat de christelijke sabbat is veranderd in zondag. Veranderd! Maar door wie? Wie heeft de bevoegdheid om een uitdrukkelijk gebod van de Almachtige God te veranderen? Wanneer God heeft gesproken en gezegd, zult gij de zevende dag heilig houden, wie zal durven te zeggen, Ja, u kunt op de zevende dag werken en allerlei wereldse zaken doen; maar zult gij de eerste dag in zijn plaats heiligen? ”

 

“Dit is een zeer belangrijke vraag, waarvan ik niet weet hoe je ze kunt beantwoorden. U bent een Protestant en u beweert alleen de Bijbel en alleen de Bijbel te gebruiken; en toch, in zo’n belangrijke zaak als het vieren van een dag in zeven als een heilige dag, ga je tegen de duidelijke letter van de bijbel in,  en plaats je een andere dag in de plaats van die dag die de Bijbel heeft opgedragen.”

 

66 Sentinel, Pastor’s Page, Saint Catherine catholic Church, Algonac, Michigan, May 21st, 1995

67 Albert Smith, chancellor of the Archdiocese of Baltimore, February 10th, 1920

68 Things Catholics Are Asked About by Martin J. Scott, 1927, p.136

69 Plain Talk About The Protestantism of Today by Monsignor Louis Segur, p.213

70 Library of Christian Doctrine: Why            Don’t You Keep Holy  the Sabbath-Day? (London: Burns  & Oates, Ltd.),    pp. 3-4.

 

 

“Het gebod om de Zevende Dag heilig te houden is een van de Tien Geboden; je gelooft dat de andere negen nog steeds bindend zijn; wie gaf je autoriteit om te knoeien met het Vierde Gebod? Als je consequent bent met je eigen principes, als je echt de Bijbel en alleen de Bijbel volgt, zou je in staat moeten zijn om in een deel van het Nieuwe Testament te vinden waarin dit Vierde Gebod uitdrukkelijk is veranderd.”

 

“Ik heb herhaaldelijk $ 1.000 aangeboden aan iedereen die alleen uit de Bijbel kan bewijzen dat ik de zondag heilig moet houden. Er is geen dergelijke wet in de Bijbel. Het is alleen een wet van de Katholieke Kerk.71 De Bijbel zegt: ‘Gedenk de sabbatdag om hem te heiligen’. De Katholieke Kerk zegt, ‘Nee. Door mijn goddelijke kracht schaf ik de sabbatdag af en gebied ik u de eerste dag van de week heilig te houden.’ En kijk! De hele beschaafde wereld buigt zich neer in eerbiedige  gehoorzaamheid aan het bevel van de heilige Katholieke Kerk.”

 

Opnieuw stel ik de vraag: “Waarom zou Satan het Vierde Gebod willen verbergen of versluieren?”

 

Immers, alle christenen zullen volhouden dat ze proberen alle andere negen geboden te houden. Het is slechts het Vierde Gebod die ze niet zullen doen. En toch, je hebt net gelezen hoe de Katholieke Kerk de Zevendedags Zaterdag Sabbat tot Zondag heeft veranderd en hoe het geen Schriftuurlijke redenen had om dit te doen.

 

Dus waarom wil Satan de sabbat verbergen of het veranderen? Omdat de sabbat (en het houden ervan) je de waarheid laat zien! ““Welke waarheid?” vraag je je af”: Laten we nu kijken en precies zien welke waarheid Satan zich voor jou verbergt.

 

In Exodus lezen we erg belangrijke informatie aangaande de sabbat. Mozes spreekt tot de Israëlieten over de Dagen van Ongezuurde Broden en het Pascha (Pesach).

 

9 En het moet voor u als een teken op uw hand zijn, en als een herinnering tussen uw ogen, opdat de Torah (wet) van Yehovah op uw lippen is, want Yehovah heeft u met sterke hand uit Egypte geleid. (Exodus 13:9)

 

13 “U dan, spreek tot de Israëlieten en zeg: U moet zeker Mijn sabbatten in acht nemen, want dat is een teken tussen Mij en u, al uw generaties door, zodat men weet dat Ik Yehovah ben, Die u heiligt.” (Exodus 31:13)

 

Het enige teken van Yehovah die ons apart zet – het enige teken van Zijn eeuwig verbond – is Zijn sabbatten – een van hen is de Zevende Dag Sabbat.

 

Dit wordt herhaald in de volgende passages in Ezechiël:

 

12 Ook heb Ik hun Mijn sabbatten gegeven, om een teken te zijn tussen Mij en hen, zodat zij zouden weten dat Ik Yehovah ben Die hen heiligt. (Ezechiël 20:12)

 

19 Ik ben Yehovah, uw God: ga in Mijn verordeningen, neem Mijn bepalingen in acht en houd die. 20 Heilig Mijn sabbatten, zodat ze tot een teken zijn tussen Mij en u, zodat u weet dat Ik, de HEERE, uw God ben. (Ezechiël 20:19-20)

 

 

 

 

71 American    Sentinel           (New York Roman Catholic Journal) by Priest Thomas Enright, C.S.S.R., February 18, 1884; June 1893, p.173

Wat is het teken tussen Yehovah en degenen die Hem echt gehoorzamen en Hem kennen? Het zijn de sabbatten. Merk op hoe dit meervoud is — wat betekent dat er meer dan één is. Ik heb het hier niet alleen over de wekelijkse sabbat. Alle Gezette Tijden (Heilige Dagen of Feest- en Festivaldagen) worden ook Hoge Sabbatten genoemd. Zoals we je hebben laten zien, staan deze beschreven in Leviticus 23.

 

Het is wanneer we de sabbatten houden, dat we apart worden gezet door Yehovah als heilig voor Hem.

 

21 Maar die kinderen waren Mij ook ongehoorzaam. Zij gingen niet in Mijn verordeningen, en Mijn bepalingen – de mens die ze doet, zal erdoor leven – voerden zij niet nauwlettend uit. Zij ontheiligden Mijn sabbatten, zodat Ik zei dat Ik Mijn grimmigheid over hen zou uitstorten door in de woestijn Mijn toorn tegen hen ten uitvoer te brengen. (Ezechiël 20:21)

 

Dit vers hierboven spreekt over jou vandaag de dag. Het gaat over degenen die vandaag de sabbatten van Yehovah niet houden. Toch wordt ons in het onderstaande vers verteld dat we de sabbatten van Yehovah in elke generatie voor altijd moeten houden! In het vorige hoofdstuk lezen we hoe degenen die de Geboden niet houden, waarvan het Vierde Gebod een van is, zullen wetteloos worden genoemd en zullen, in duidelijke bewoordingen, worden verteld om te wijken van Yehshua’s aanwezigheid.

 

 

16 Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond. 17 Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want Yehovah heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt. (Exodus 31:16-17)

 

Nu wil ik dat je iets anders opmerkt – iets wat je laat beven zodra je het ziet. Ik heb vers zeven hieronder met opzet weggelaten om je deze waarheid te laten zien. Je kunt het in je eigen Bijbel gaan lezen, zodat je weet dat ik je niet misleidt of je alleen mijn eigen interpretatie geef.

 

6 “Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn…” (Deuteronomium 6:6)

 

8 “…U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.” ( Deuteronomium 6:8)

 

Let op wat hieronder er in Deuteronomium wordt gezegd over je hart, je hand en tussen je ogen.

 

18 Daarom moet u deze woorden van mij in uw hart en in uw ziel prenten. Bind ze als een teken op uw hand, en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. (Deuteronomium 11:18)

 

 

Wat in Exodus 20 door Yehovah letterlijk in steen is geschreven, wordt door Mozes herhaald in Deuteronomium hieronder.

1 Mozes riep heel Israël bijeen en zei tegen hen: “Luister, Israël, naar de verordeningen en bepalingen die ik heden ten aanhoren van u spreek. U moet ze leren en nauwlettend in acht nemen. 2 Yehovah, onze God, heeft een verbond met ons gesloten bij de Horeb. 3 Niet met onze vaderen heeft Yehovah dit verbond gesloten, maar met ons, wij die hier heden allen in leven zijn. 4 Van aangezicht tot aangezicht heeft Yehovah met u gesproken op de berg, vanuit het midden van het vuur 5 ik stond in die tijd tussen Yehovah en u in, om u het woord van Yehovah bekend te maken, want u was bevreesd vanwege het vuur en klom de berg niet op. Hij zei: 6 ‘Ik ben Yehovah, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.’” (Deuteronomium 5:1-6)

 

7 “U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” (Deuteronomium 5:7)

 

8 “U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. 9 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, Yehovah, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, en aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten; 10 maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.” (Deuteronomium 5:8-10)

 

11 “U zult de Naam van Yehovah, uw God, niet ijdel gebruiken, want Yehovah zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.” (Deuteronomium 5:11)

 

12 “Neem de sabbatdag in acht om die te heiligen, zoals Yehovah, uw God, u geboden heeft. 13 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, 14 maar de zevende dag is de sabbat van Yehovah, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw rund, noch uw ezel, noch enig vee van u, noch uw vreemdeling, die binnen uw poorten is, opdat uw dienaar en uw dienares rusten zoals u. 15 Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat Yehovah, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft Yehovah, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden.” (Deuteronomium 5:12-15)

 

16 “Eer uw vader en uw moeder, zoals Yehovah, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat Yehovah, uw God, u geeft.” (Deuteronomium 5:16)

 

17 “U zult niet doodslaan.” (Deuteronomium 5:17)

 

18 “En u zult geen overspel plegen.” (Deuteronomium 5:18)

 

19 “En u zult niet stelen.” (Deuteronomium 5:19)

 

20 “En u zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.” (Deuteronomium 5:20)

 

21 En u zult niet begeren de vrouw van uw naaste. U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, noch op zijn akker, noch op zijn dienaar, noch op zijn dienares, noch op zijn rund, noch op zijn ezel, noch op iets wat van uw naaste is. (Deuteronomium 5:21)

 

22 Deze woorden sprak Yehovah tot heel uw gemeente, op de berg, vanuit het midden van het vuur, de wolken en de donkerheid, met luide stem; Hij voegde er niets aan toe. Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf ze aan mij. (Deuteronomium 5:22)

 

 

Deuteronomium 6 en 11 bevelen je om de Geboden op je hand, op je hart en in je verstand (tussen je ogen) te schrijven. Laten we dit nu hieronder vergelijken met wat Yehshua in het evangelie van Mattheüs zegt.

 

36 Meester, wat is het grote gebod in de Torah? 37 Yehshua zei tegen hem: U zult Yehovah, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dit is het eerste en het grote gebod. (Mattheüs 22:36-38)

 

Het grootste gebod, dat ons vertelt hoe we Yehovah lief moeten hebben – met heel ons hart, heel ons wezen en heel ons verstand – is het Eerste Gebod. Deuteronomium 6 en 11 weerspiegelen nauw het Eerste Gebod en versterken elkaar wederzijds om De Geboden te onderhouden.

 

18 Daarom moet u deze Woorden (Geboden) van mij in uw hart en in uw ziel prenten. Bind ze als een teken op uw hand, en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. (Deuteronomium 11:18)

 

Yehovah zoekt ernaar om  Zijn teken van de sabbatten op uw hand, in uw gedachten te plaatsen en om ze op uw hart te schrijven. Dat wil zeggen, als u ervoor heeft gekozen om te worden gerekend onder degenen die Hem zullen gehoorzamen? Dit is Zijn teken tussen Hem en ons zoals eerder vermeld in Ezechiël en ook hieronder in Ezechiël.

 

12 “Ook heb Ik hun Mijn sabbatten gegeven, om een teken te zijn tussen Mij en hen, zodat zij zouden weten dat Ik Yehovah ben Die hen heiligt.” (Ezechiël 20:12)

 

De tekens van Yehovah onderscheiden ons van de wereld en identificeren ons als zijn afgezonderde en bijzondere mensen.

 

Maar wat heeft Satan gedaan? Hij heeft de sabbat verborgen en het weggedaan, zodat degenen die
Yehovah willen volgen, worden niet geïdentificeerd als de Zijne, maar worden geïdentificeerd als behorend tot Satan. Hoe? Hij heeft een “heilige dag” geschapen die op de sabbat lijkt maar niet de sabbat is. Het wordt zondag of elke dag die niet de sabbat is genoemd. Het is elke heilige dag wat niet staat geschreven in Leviticus 23.

 

Dit omvat Kerstmis, Pasen, Thanksgiving, Chanoeka, Goede Vrijdag, Lent, Halloween, Kwanzaa en elke andere dag wat niet beschreven staat in Leviticus 23.

 

16 “En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd.” (Openbaring 13:16)

 

Merk op dat Satans merkteken zich op dezelfde plaats bevindt als het merkteken van Yehovah. Het is op de hand, wat aangeeft op welke manier u de kost verdient. Werk je op de sabbat of niet? De meeste christenen zullen werken en spelen op de zaterdagse sabbat en denken niet aan het belang van deze dag.

 

Dit is het kenmerk van Satan op je hand – hoe je je kost verdient en of je een bewuste keuze maakt om die dingen te doen wat in overeenstemming is met het doen van je eigen plezier op de sabbat.

 

Satans merkteken bevindt zich ook tussen de ogen. Dit heeft te maken met de manier waarop je denkt en ook, hoe je ervoor kiest om je tijd door te brengen. Zul jij op de Sabbat studeren en mediteren over Yehovah’s Woord of ga je op die dag je eigen plezier doen? Ga je die dag doorbrengen om naar de bioscoop gaan of te winkelen? Of kijk je naar pro-voetbal, golf of het spelen van videospellen? Gaat u het spenderen aan het schoonmaken van het huis, naar de wasstraat gaan en de was doen? Het merkteken van Satan is vergelijkbaar met dat van Yehovah en voor sommigen is het moeilijk om het verschil te zien, maar er is een groot verschil.

 

Nogmaals, de manier waarop je je brood verdient, is het teken op je hand.

 

Het merkteken van Satan houdt echter geen rekening met de sabbat en zal er bijvoorbeeld op werken en/of erop winkelen en zowel zaken doen en/of plezier beleven op de sabbat. Yehovah’s teken, aan de andere kant, toont een immense mate van aandacht voor de Zevendedags Zaterdag Sabbat en doet op geen enkele manier zaken op de Sabbat. Het zoekt zijn eigen niet.

 

Maar als Yehovah iemand op jouw pad plaatst die in een levens- of doodsituatie zit of een dringende, behoefte heeft, dat we helemaal niet in de balans gewogen zijn en het nodig vonden om iemand in nood te helpen.

 

Yehovah’s merkteken tussen de ogen zou dan dingen omvatten als: het bestuderen van Torah, het leren van de grondbeginselen van de Torah aan je kinderen, het bijwonen van Sabbat-diensten, bidden, aanbidding en Yehovah prijzen, geen werk van alle dag doen van welke aard dan ook, brood breken samen met familie en vrienden (inclusief de vreemdeling onder u, indien van toepassing), onthoudingvan kopen en verkopen.

 

De vraag is – nu dat je dit weet – welk merkteken is op uw hand en tussen uw ogen? Wie zal je dienen vanaf deze dag? Satan of Yehovah? Zoals vermeld in je bijbel is dit het merkteken van Satan. Het lijkt op de sabbatten van Yehovah maar het verdraait hen en heeft ze al veranderd naar andere dagen die je niet in je bijbel kunt vinden.

Hoofdstuk 13 | De Vastgestelde Tijden van Yehovah

1 Yehovah sprak tot Mozes: 2 “Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: ‘De feestdagen van Yehovah, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen … ‘” (Leviticus 23:1-2)

U staat op het punt te lezen wanneer Yehovah’s Feestdagen zijn. Dit zijn de dagen die ons markeren en ons onderscheiden als de Zijne en de Zijne alleen. Daarom is het belangrijk voor ons om te weten wanneer ze zijn en hoe ze te houden. Deze dagen identificeert ons in positieve zin als we Hem gehoorzaam zijn en ernaar streven om, naar ons best vermogen en niveau van begrijpen, om ze te houden. Ze MARKEREN ONS! Dit is Yehovah’s teken op ons.

Ik zal gaandeweg ook de betekenis van elk van deze Heilige Dagen uitleggen.

3 “Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor Yehovah.” (Leviticus 23:3)

Het allereerste heilige, apart-gezette feest der tijden dat in de bovenstaande passage wordt genoemd, is de wekelijkse sabbat. Het is van zonsondergang tot zonsondergang, van vrijdagavond tot zaterdagavond wanneer de zon ondergaat. Gedurende deze tijd is er een speciale kans om quality time door te brengen met Yehovah door Zijn Woord te lezen, het bestuderen van online lessen, beluisteren van geluidsbanden met onderwijs, CD’s en geluidsbestanden (v.b. mp3), en mogelijk het bijwonen van een plaatselijke Sabbatdienst bij u in de buurt. Het is ook een tijd om te bidden en deel te nemen aan een tweerichtingsgesprek met jou en de Schepper. Gebed is, natuurlijk, hoe we met Hem spreken. Maar we kunnen alleen actief naar Hem luisteren en oren hebben om te horen wat Hij tegen ons zegt wanneer we Zijn Woord lezen en erover mediteren. En het is alleen door actief te lezen en te mediteren op Zijn Woord (wat altijd gepaard moet gaan met het gehoorzamen of het doen van Zijn Woord) dat we zelfs weten hoe te bidden of wat Hem te vragen zonder het te vragen.

Het houden van de sabbat op zaterdag, de dag dat Yehovah ons beveelt het te houden, is geen wetticisme maar is iets wat we doen uit eerbied, liefde en respect voor Hem en ook, uit respect voor onszelf – want als Yehovah, die Almachtig is, rustte na al Zijn werk, des te meer doen wij dat. Dat gezegd hebbende, doen we er goed aan om dieper in te gaan op wat wetticisme echt is- gebaseerd op waarheid versus populaire mening.

Een definitie van wetticisme uit een woordenboek is “een strikte, letterlijke of buitensporige overeenstemming met de wet of met een religieuze of morele code.” Een populaire (onderliggende) betekenis die vandaag aan het woord is verbonden (echter), is dat elke vorm van bijbelse wetgeving wettig is en daarom moet worden vermeden. Het woord wordt kleinerend gebruikt, vooral tegen praktijken zoals het houden van de sabbat of het naleven van andere wetten die in het Oude Testament worden gegeven.

Echter, dit gebruik van dit woord is onjuist. Het is niet wettisch om Gods wetten op juiste wijze te gehoorzamen. Gods bijbelse geboden gehoorzamen door een juiste houding, zoals Zijn gebod om de sabbat te gedenken en het heilig te houden, is geen wetticisme. Wettisch zijn is Gods wetten misbruiken op een manier die nooit is bedoeld. 72-73

72 http://www.ucg.org/booklet/sunset-sunset-gods-sabbath-rest/jesus-christ-and-sabbath/just-what-legalism
73 http://www.ucg.org/booklet/sunset-sunset-gods-sabbath-rest

De wekelijkse sabbat als rustdag is het symbool van de zevende duizendjarige rustdag. We bevinden ons momenteel in het zesde millennium en de zevende is dichtbij. Het is tijdens het zevende millennium dat de Messias zal regeren over de aarde en Satan zal eindelijk worden opgesloten. Er is veel meer dat je over deze dag kunt leren als je leest wat de voetnoot-link #72 & #73 hierover te zeggen heeft.

Leviticus geeft ons enkele specifieke details over elk van onze Aangestelde Tijden met Yehovah. De wekelijkse zaterdagsabbat is onze eerste geplande afspraak om onze Schepper te ontmoeten. Overweeg gewoon dit simpele feit. Je hebt een afspraak met Yehovah, de Schepper van het hele universum, Degene in wie je leeft, beweegt en je bent — net zoals u een belangrijke afspraak zou hebben om bij uw arts of tandarts te houden, alleen met veel verder reikende en serieuze gevolgen, zoals annuleringen, laat aankomen en no-shows. We komen elke week samen op de sabbat om over Yehovah te leren.

Pesach (Pasen)

Terwijl we Leviticus 23 blijven lezen, krijgen we andere belangrijke afspraken te zien die we elk jaar jaarlijks hebben om Yehovah te ontmoeten. De volgende zijn speciale tijden die Hij van tevoren heeft ingesteld en ons vertelde dat Hij op deze dagen speciale gebeurtenissen zal brengen die de geschiedenis voor altijd zullen veranderen.

4 “Dit zijn de feestdagen van Yehovah, de heilige samenkomsten, die u op hun vastgestelde tijd moet uitroepen. 5 In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond is het Pesach voor Yehovah. (Leviticus 23:4-5)

Het is belangrijk om te weten wanneer we moeten beginnen met tellen tot de 14e dag van de eerste maand. Dit is wanneer het Pesach feest valt, dat is het volgende Feest / Heilige Dag die ik met jullie zal delen. Dat is waarom ik je uitlegde over de noodzaak om te weten wanneer de maand begint. Het begint wanneer de Nieuwe Maan voor het eerst wordt waargenomen na zonsondergang. Ik heb je ook uitgelegd hoe noodzakelijk het is dat de gerst rijp is om de eerste maand uit te laten roepen. Zodra dit is gebeurd, kunnen we beginnen met tellen tot de veertiende dag.

Van dezelfde Waarneembare Nieuwe Maan telt u veertien dagen tot de avond, die deze speciale veertiende dag-zonsondergang tot zonsondergang begint. Op deze veertiende dag wordt de speciale, opofferings mannelijk paaslam zonder smet gedood om 15.00 uur in de middag. Naarmate we meer te weten komen over de gebeurtenissen van deze dag zoals ze in de Bijbel zijn opgetekend, zullen we kunnen zien hoe alles wat Yehshua overkwam ook een indicatie was van wat gedaan werd aan offerlammeren elk jaar sinds dit ‘schaduw- of typebeeld werd door Yehovah ingesteld door Mozes op de berg Sinaï en bij de Exodus in het geval van het Pesach.

Het offer van de Pesach-lamceremonie toont exact de gebeurtenissen die in de toekomst aan Yehshua zouden gebeuren. Daarom is het zo belangrijk voor ons om elk van deze heilige dagen te houden – zodat we kunnen weten wanneer deze gebeurtenissen plaatsvonden en zullen plaatsvinden (zodat we kunnen weten wanneer we naar ze moeten uitkijken) en vooral: om te leren wat deze gebeurtenissen betekenen en wat hun betekenis is, zowel in het verleden als in de toekomst.

Het Pesach herinnert ons aan de tijd aan het einde van de tien plagen van De Uittocht en hoe de laatste was toen al de eerstgeborenen van Egypte stierven voordat Farao uiteindelijk al het volk van Yehovah liet gaan. Daarna spreekt het later tot ons over alle gebeurtenissen die de Messias zou ondergaan terwijl Hij voor onze zonden werd gedood. Het paaslam was een zondoffer voor onze zonden.

Het ongeschonden mannelijke dier vertegenwoordigde (de Zoon) als het volmaakte, zondeloze offer dat stierf in onze plaats, Zijn dood de boete betaalde voor onze zonden en ons verzoent met (de Vader). (De Zoon), die een volmaakt leven leidde als het ongeschonden Lam van God, stelde Zijn dood in de plaats voor de onze. Zijn offer werd de betaling voor onze zonden. 74

Elk detail dat plaatsvond op de 14e dag van Nisan (de eerste maand van het jaar) voor zowel het lam als de gerst, werd precies op hetzelfde moment in het leven van Yehshua beleefd. Het lam werd gedood op de 14e dag om 15:00. Yehshua stierf op de 14e om 15:00. Het lam werd van de 10e tot de 14e dag geïnspecteerd. Zo was Yehshua en er zijn veel anderen die je kunt vinden en er over leren.

De dagen van de Ongezuurde Broden

6 En op de vijftiende dag van die maand is het Feest van de ongezuurde broden voor Yehovah. Zeven dagen lang moet u dan ongezuurde broden eten. 7 Op de eerste dag moet u een heilige samenkomst hebben. Geen enkel dienstwerk mag u dan doen. 8 Zeven dagen lang moet u Yehovah een vuuroffer aanbieden. Op de zevende dag is er dan een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u dan doen. (Leviticus 23:6-8)

Dat gezegd hebbende, nu Yehshua al lang de prijs voor onze zonden betaald heeft als het paaslam, hoe blijven we dan doorgaan met het vermijden van zonde of het zondigen te voorkomen? Dit wordt geïllustreerd door het verwijderen van zuurdesem uit onze huizen. Zuurdesem staat symbool voor wat opblaast, dat is wat zonde doet.

De dagen der ongezuurde broden herinneren ons eraan dat we met Gods hulp alle soorten zonden (gesymboliseerd door zuurdesem) op alle gebieden van ons leven moeten verwijderen en vermijden.

Paulus waarschuwt ons voor zuurdesem in Korinthe:

6 Uw roem is niet goed. Weet u niet dat een klein beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt? 7 Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. 8 Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. (1 Korinthe 5:6-8)

9 Een beetje zuurdeeg doorzuurt het hele deeg. (Galaten 5:9)

74 https://www.ucg.org/bible-study-tools/booklets/gods-holy-day-plan-the-promise-of-hope-for-all-mankind/the-passover-why-did-jesus-christ-have-to-die
75 http://www.ucg.org/booklet/gods-holy-day-plan-promise-hope-all-mankind/feast-unleavened-bread-lesson-leaving-sin/

Hieronder zien we Yehshua zijn discipelen vermanen:

11 Waarom ziet u dan niet in dat Ik tot u niet over brood gesproken heb, toen Ik zei dat u op uw hoede moest zijn voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën? 12 Toen begrepen zij dat Hij niet gezegd had dat zij op hun hoede moesten zijn voor het zuurdeeg van het brood, maar voor het onderricht van de Farizeeën en de Sadduceeën. (Mattheüs 16:11-12)

6 Yehshua zei tegen hen: Kijk uit, en wees op uw hoede voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën. (Mattheüs 16:6)

Het was tijdens deze zeven dagen week van Ongezuurde Broden dat aan Israël een veilige doorgang door de Rode Zee werd verleend door het wonder van Yehovah; en de Egyptenaren, die zonde vertegenwoordigden, werden weggevaagd met betrekking tot het achtervolgen van Israël.

De Dag van het Beweegoffer

De meeste christenen zullen er snel van uitgaan dat Pinksteren de volgende heilige dag is na Pasen, maar ze vergissen zich. Toch is het erg belangrijk dat dit volgende evenement in de tijdlijn van Yehovah wordt gevierd en in acht wordt genomen. De rijpe gerst is een voorwaarde voor zowel het Pesach als dit volgende evenement en moet al aanwezig zijn voordat het hoofd van het jaar (of Nieuwjaar) kan worden verklaard, mits aan een andere voorwaarde wordt voldaan – dat de Nieuwe sikkel van de Maan wordt waargenomen. Zodra aan beide voorwaarden wordt voldaan, kan men de verplichtingen van het vieren van dit evenement vervullen.

Met andere woorden, zodra de eerste zichtbare sikkel van de maan is waargenomen en de gerst rijp is (of bijna rijp), tellen we de veertien dagen tot Pesach. We tellen dan tot de vijftiende dag voor de volgende gebeurtenis – de eerste dag van het Feest van de Ongezuurde Broden. Deze vijftiende dag kan vallen op elke dag van de week. Het is belangrijk om dit te weten, omdat we in dit opzicht een heel specifieke opdracht krijgen:

9 Yehovah sprak tot Mozes: 10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van Yehovah bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen. 12 U moet op de dag dat u de schoof beweegt, een lam zonder enig gebrek van een jaar oud als brandoffer voor Yehovah bereiden, 13 met een bijbehorend graanoffer van twee tiende efa meelbloem, met olie gemengd, als een vuuroffer voor Yehovah, een aangename geur, en een bijbehorend plengoffer van een kwart hin wijn. 14 U mag geen brood, geroosterd graan en vers graan eten tot op deze zelfde dag dat u de offergave van uw God gebracht hebt. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden.” (Leviticus 23:9-14)

Morgen (of de zondag) na de wekelijkse sabbat, moeten we de rijpe gerst nemen en een Beweegoffer brengen naar Yehovah. Yehshua was het paaslam en werd op woensdag gedood. 76-77 Al deze informatie is cruciaal en wordt met zo weinig respect behandeld, zo niet helemaal over het hoofd gezien door de christelijke wereld. Toch is het juist deze informatie die ons zeer boeiende informatie verschaft over het plan van Yehovah. Merk op dat er twee Beweegoffers zijn. Wat vertegenwoordigt het Beweegoffer op zichzelf? Wat symboliseert het eerste Beweegoffer?

76 Het enige jaar dat een maansikkel had op de veertiende dag op een woensdag was 28 na Christus en 31 na Christus. Dit laat geen ruimte voor geen enkel ander jaar voor de kruisiging.
77 The Glory of Yahweh and The Glory of Kings http://www.sightedmoon.com/?page_id=23

Het was op deze dag dat Yeshua naar de Vader opsteeg om het Beweegoffer aan Yehovah aan te bieden. Het eerste Beweegoffer waren die heiligen die uit het graf waren opgestaan op dezelfde tijd dat Yehshua op die late Sabbatmiddag gedaan heeft — drie dagen en drie nachten nadat Hij in het graf was gelegd op de woensdag ervoor. 78 Dit zijn de “Eerstelingen” die Yehshua met zich meenam en aanbood vóór Yehovah op dezelfde manier als de gerst wordt gepresenteerd als het eerste Beweegoffer op die zondagochtend.

20 “ … opgewekt uit de doden, en … de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.” (1 Korinthe 15:20)

Bovendien vertegenwoordigde het offer van de garenschoof Yeshua die volgens de Bijbel is:

15 “… het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.” (Kolossenzen 1:15)

18 “ … het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden …” (Kolossenzen 1:18)
De Heilige Dagen hebben betekenissen die op elkaar voortbouwen. Samen onthullen ze geleidelijk hoe Yehovah met de mensheid werkt.

Pesach symboliseert het feit dat de Messias Zichzelf voor ons gaf, zodat onze zonden vergeven konden worden. Terwijl de Dagen van Ongezuurde Broden ons leren dat we zonde moeten verwijderen en vermijden, hetzij in onze acties of houdingen. Het Beweegoffer laat ons zien dat degenen die eerder leefden en gehoorzaamden nu naar de hemel zijn opgestegen.

78 Het Teken van Jonah: http://www.sightedmoon.com/?page_id=19 & http://www.ucg.org/doctrinal-beliefs/son-man-will-be-three-days-and-three-nights-heart-earth/

Het Feest van Pinksteren

Het volgende festival en de heilige dag, Pinksteren, bouwt voort op deze belangrijke basis. Dit festival staat bekend onder verschillende namen die zijn afgeleid van de betekenis en timing ervan. Ook bekend als het Feest van de Oogst:

16 “Ook het Feest van de oogst, van de eerste vruchten van uw werk, van wat u op de akker gezaaid hebt. En het Feest van de Inzameling (Loofhuttenfeest) aan het einde van het jaar, wanneer u de vruchten van uw werk van het veld ingezameld hebt.” (Exodus 23:16)

Pinksteren vertegenwoordigt ook de Eerste Vruchten op een vergelijkbare manier als het Beweegoffer deed tijdens de Dagen van Ongezuurde Broden.

26 Ook op de dag van de eerstelingen, als u op uw Wekenfeest Yehovah een nieuw graanoffer aanbiedt, moet u een heilige samenkomst houden; geen enkel dienstwerk mag u dan doen. (Numeri 28:26)

Het wordt ook het Wekenfeest genoemd:

22 “Ook moet u voor uzelf het Wekenfeest houden, dat is het feest bij de eerste vruchten van de tarweoogst; en ook het Feest van de inzameling, bij de jaarwisseling.” (Exodus 34:22)

Deze naam komt van de zeven weken plus één dag (in totaal vijftig dagen) die worden geteld om te bepalen wanneer dit festival wordt gevierd:

16 “Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u Yehovah een nieuw graanoffer aanbieden.” (Leviticus 23:16)

De meest populaire naam voor dit festival is het Wekenfeest, of Shavuot, in het Hebreeuws. Bij het vieren van dit festival is het een van de grootste gebeurtenissen in de geschiedenis – de onthulling van De Torah op de berg Sinaï door Yehovah.

Evenzo staat dit feest in het Nieuwe Testament, dat in het Grieks is geschreven, bekend als Pinksteren (Pentekostos in het origineel), wat ’50ste’ betekent.79 Maar Pinksteren (is niet) gewoon een beeld of het geven van De Torah; het laat ook zien – door een groot wonder dat plaatsvond (tijdens) het allereerste Pinksteren in de vroege kerk – hoe de spirituele bedoeling van Gods Wetten te doen. God koos de eerste Pinksteren na de opstanding van de Messias om Zijn Heilige Geest uit te storten op 120 gelovigen. 80

15 “En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen – er was namelijk een menigte bijeen van ongeveer honderdtwintig personen …” (Handelingen 1:15)

1 En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. 2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. 3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. 4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. (Handelingen 2:1-4)

Maar het Wekenfeest of Pinksteren bevat nog een andere leer. Als het tweede Beweegoffer laat het ons zien wanneer de volgende groep heiligen in de nabije toekomst zal worden opgewekt.81 Dit is het belang van het tweede Beweegoffer. Net zoals het eerste Beweegoffer tijdens de Dagen van de Ongezuurde Broden het opwekken vertegenwoordigde van de heiligen die hadden geleefd en stierven tot de tijd van Yehshua’s eerste komst, Pinksteren vertegenwoordigt de dag en tijd waarop degenen die hebben geleefd sinds het eerste Beweegoffer Hem in de hemel zullen ontmoeten tijdens Zijn wederkomst.

Het Feest van de Bazuinen

De volgende afspraak en het apart zetten van bijeenkomsten waar je goed aan zou doen om meer te weten te komen is het Feest van de Bazuinen of Yom Teruah. 82 Vergeet niet dat het leren van het ‘wat’ van een bepaald feest je helpt om de ‘Wie’ van Yehovah beter te begrijpen; de Vader van de hele mensheid en de auteur van alle Vastgestelde Tijden.

23 Yehovah sprak tot Mozes: 24 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: ‘In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst. 25 U mag geen enkel dienstwerk doen en u moet Yehovah een vuuroffer aanbieden.’” (Leviticus 23:23-25)

Het was op deze dag dat Yehshua werd geboren op 11 september 3 v.Chr. en het zal op deze dag zijn dat Hij zal terugkeren om het oordeel van de rest van de mensheid te beginnen.

79Vine’s Complete Expository Dictionary of Old & New Testament Words van W.E. Vine, 1985, “Pentecost”
80http://www.ucg.org/booklet/gods-holy-day-plan-promise-hope-all-mankind/feast-pentecost-firstfruits-gods-harvest/
81De verborgen betekenis van Pinksteren http://www.sightedmoon.com/?page_id=21
82http://www.ucg.org/booklet/gods-holy-day-plan-promise-hope-all-mankind/feast-trumpets-turning-point-history/

VII. De dag van Christus ‘geboorte
A. De sleutel is symbolisch verborgen in Openbaring:

1 En er verscheen een groot teken (astrologisch) in de hemel: een vrouw (sterrenbeeld Maagd; de Maagd is het enige teken van een vrouw die langs de ecliptica bestaat), bekleed met de zon (de Allerhoogste Vader in het midden van het lichaam van de Maagd), en de maan (ook een symbool voor een vrouw; zie Genesis 37: 9-10) was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren (in Nortons Sterren Atlas zijn er twaalf zichtbare sterren rond het hoofd van Maagd). (Openbaringen 12:1)

(1) Pi, (2) Nu, (3) Beta (in de buurt van de ecliptica), (4) Sigma, (5) Chi, (6) Iota – deze zes sterren vormen het zuidelijk halfrond rond het hoofd van de Maagd. Dan zijn er (70 Theta, (8) Ster 60, (9) Delta, (10) Ster 93, (11) Beta (de 2de magnitude ster), 12 Omicron — deze laatste zes vormen het noordelijk halfrond rond het hoofd van de Maagd. Al deze sterren zijn de zichtbare die gezien kunnen worden door waarnemers.

2 “En zij was zwanger (Maagd Maria zwanger van Gods eniggeboren Zoon) en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.” (Openbaring 12:2)

3a “En er verscheen een ander teken (astrologisch) in de hemel. En zie: een grote vuurrode draak …” (Openbaring 12:3)

(Dit) wordt vertegenwoordigd door een van de Decans van Leeuw; “ … wiens lengte zich over 1/3 uitstrekt van de hele dierenriem, volledig verdreven uit de plaatsen waar hij was binnengedrongen, nu op de vlucht voor zijn leven, en de grote leeuw, met klauwen en
kaken uitgestrekt, begrenzend in verschrikkelijke woede en greep de nek van het vuile monster.”) 85

3b “ … met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen.” (Openbaring 12:3)

4 En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren (in persoon van Herodes de Grote), om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. 5 En zij baarde een Zoon (Messias), een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt (hemelvaart) naar God en naar Zijn troon.

83 Conjunctie of waargenomen welke? http://www.sightedmoon.com/?page_id=22
84 http://www.versebyverse.org/doctrine/birthofchrist.html
85 Het evangelie in de sterren (The Gospel In the Stars) door Seiss. p.135

B. De astronomische synchronisatie van dit teken in het jaar van (de Messias) geboorte in 3 v.Chr.

1. Maagd neemt, in (lichamelijke) vorm, een ruimte van ongeveer 50° in langs de ecliptica (het hoofd van de vrouw overbrugt ongeveer 10° in het vorige teken van Leo en haar voeten overlappen ongeveer 10° in het volgende teken van de schalen van Weegschaal.

2. In het jaar van (de Messias) geboorte ging de Zon rond 13 augustus de hoofdpositie van de Vrouw binnen en verliet haar voeten rond 2 oktober.
3. Maar de apostel Johannes zag de (configuratie waarin) de Zon de Vrouw bekleedde (om een middelmatig lichaam te hebben), en dit gebeurt tussen … 150 ° en 170 ° langs de ecliptica, die gedurende een periode van ongeveer 20 dagen plaatsvindt elk jaar, die in 3 v.Chr was van ongeveer 27 augustus – 15 september.

4. Als Johannes in het boek Openbaring de geboorte van (de Messias) associeerde met de periode waarin de Zon midden in het lichaam van de Vrouw staat, dan zou (de Messias) binnen deze periode van 20 dagen zijn geboren. Vanuit het oogpunt van de wijzen in hun huizen in Babylon zou dit het enige logische teken zijn geweest waaronder de Joodse Messias zou kunnen worden geboren. Vooral als Hij uit een maagd zou worden geboren (zelfs vandaag erkennen astrologen dat het teken van Maagd het teken is dat verwijst naar een messiaanse wereldheerser die uit een maagd wordt geboren).86

C. De sleutel tot de dag van Jezus’ geboorte zijn de woorden “en de maan onder haar voeten.”

1. Het woord ‘onder’ betekent dat de voeten van de vrouw net boven de maan waren geplaatst.
2. Aangezien de voeten van Maagd de laatste 7° van het sterrenbeeld vertegenwoordigde (in de tijd van Christus zou dit tussen de 180° en 187° langs de ecliptica geweest zijn), moet de maan ergens onder de 7° boog worden geplaatst.
3. Maar de maan moet zich ook op die exacte locatie bevinden wanneer de zon midden van het lichaam is voor de Maagd.
4. In het jaar 3 v.Chr. Kwamen deze twee factoren tot een nauwkeurige overeenstemming voor minder dan twee uur, zoals waargenomen vanuit Palestina, op 11 september.
5. De precieze opstelling begon om 18:15 uur (zonsondergang), en duurde tot 19:45 uur. (maansondergang). Dit is de enige dag in het hele jaar dat dit had kunnen plaatsvinden.
6. Een dag eerder (10 september) bevond de maan zich in het midden van de kuit, terwijl een dag later (11 september) de maan zo ver voorbij de voeten van de Maagd was bewogen dat deze ten minste 25 diameters (middenbreedte) had geplaatst van de maan ten oosten van haar voeten.
7. Dit was toen de situatie die heerste in de hemel op de avond van de geboorte toen de engel de herders de geboorte van de Messias aankondigde onder de avondhemel (Lukas 2: 8-11).
86 Encyclopedia of Astrology by Devore, p.366).
8. Blijkbaar werd (de Messias) ‘s avonds geboren, en Openbaring 12 laat zien dat het een nieuwe maandag was (de dag waarop de maan voor het eerst verschijnt als een dunne halve maan. (Elk) van de twaalf maanden begon met een nieuwe maan).

VIII. De geboorte van Christus en de Dag van de Trompetten

A. Het verdere belang van 11 september 3 v.Chr.

1. Het was Tishri 1 op de Joodse Kalender.
2. Tishri 1 is niets minder dan de Joodse Nieuwjaarsdag (Nisan 1 was het begin van het Joodse geestelijk jaar. In 3 voor Christus viel dit op 18 maart).
3. Ook bekend als Rosh HaShanah, of zoals de Bijbel het noemt, de dag van de bazuinen (Leviticus 23: 23-25).
4. Dit is geweldig. Bijna te geweldig! Wat een belangrijke dag voor de verschijning van de Messias op aarde! Voor (het) Joodse volk zou dit inderdaad een diepgaande gelegenheid zijn geweest!
5 Er had nauwelijks een betere dag op de Joodse kalender kunnen zijn om de Messias aan de wereld te introduceren dan de eerste dag van het burgerlijk jaar.
6. Zonsondergang op 11 september 3 v.Chr. (18:00 uur), was het begin van Rosh HaShanah (de Messias werd zeer snel na 18:00 uur geboren toen de dag overging van Elul 30 naar Tishri 1).

Interessant genoeg is dit ook de eerste dag van de tien Ontzagwekkende Dagen.87 Dit is helemaal geen toeval voor mij. Helaas is dit de dag waar zoveel christenen over praten maar contextueel nooit begrijpen wat ze zeggen omdat ze deze dag niet houden. Ten slotte, maar daarom niet minder belangrijk, is dit de dag waarover in de Bijbel wordt gesproken als ‘de dag en het uur dat niemand kan weten.’

36 “Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.” (Mattheüs 24:36)

De reden dat niemand de dag of het uur van de triomfantelijke terugkeer van de Messias kan weten, is vanwege de manier waarop het Bazuinenfeest wordt bepaald. Het is op de eerste dag van de zevende maand. De eerste dag van elke maand, zoals ik je in het hoofdstuk over de Nieuwe Maan heb laten zien, is gebaseerd op het daadwerkelijk waarnemen van de Nieuwe Maan. Het kan alleen op de negenentwintigste dag of op de dertigste dag van elke maand komen. Niemand weet het zeker totdat het daadwerkelijk wordt gezien. Het kan worden verduisterd door wolken of nevel of te snel ondergaan nadat de zon al is ondergegaan om het te zien. Er zijn veel variabelen die meespelen waarom het misschien niet op een bepaalde dag of een bepaald uur te zien is, daarom is deze eerste dag van de zevende maand ook in het Hebreeuws bekend als “de dag en het uur dat niemand weet”.

87 Understanding the 10 Days Of Awe

Understanding the 10 Days Of Awe


Niemand kent deze dag behalve de Vader. En nu weet je waarom niemand deze dag kan weten. Maar zoals Paulus zei, we kunnen het seizoen van zijn terugkeer weten. Het Bazuinenfeest is de dag waarop de Messias zal komen. Of het de ene dag of de volgende dag is, wordt pas bepaald als de Nieuwe maansikkel wordt waargenomen.

De Tien Dagen van Ontzag

Het Feest van Bazuinen begint wat bekend staat als de Tien Dagen van Ontzag. De tien dagen, beginnend met het Bazuinenfeest en eindigt met Yom Kippur of de Grote Verzoendag, worden gewoonlijk de Dagen van Ontzag (Yamim Noraim) of de Dagen van Teshuvah (Berouw) genoemd. Dit is een tijd voor serieuze zelfreflectie, een tijd om rekening te houden met de zonden van het voorgaande jaar en je te bekeren (“doe teshuvah”) voordat de Grote Verzoendag of Yom Kippur, een Hoge Heilige Dag, voor je is.

Een belangrijk thema van de Dagen van Ontzag is het concept dat Yehovah “boeken” heeft. Hij schrijft onze namen op en schrijft op wie zal leven en wie zal sterven, evenals degenen die een goed leven zullen hebben en die een slecht leven zullen hebben. en, voor beter of slechter, worden ingeschreven voor een ander jaar. Deze boeken zijn geschreven op The Feest vande Bazuinen (de eerste dag van de zevende maand) maar onze acties tijdens de Dagen van Ontzag worden verondersteld het besluit van Yehovah te wijzigen. De acties die het besluit veranderen zijn “teshuvah, tefilah en tzedekah” (berouw, gebed en goede daden – voornamelijk liefdadigheid). Deze “boeken” worden vervolgens verzegeld op Yom Kippur. Dit concept van schrijven in boeken is de oorsprong van de begroeting die gewoonlijk met deze tijd wordt geassocieerd. De begroeting is als volgt:

Mogen jullie ingeschreven en verzegeld worden voor een goed jaar. 88

Shabbat Shuva

Het is tijdens de tien dagen van ontzag dat we op dat punt komen dat bekend staat als Shabbat Shuvah.89

Shabbat Shuvah betekent letterlijk ‘shabbat van terugkeer’, maar het is ook een woordspeling over de uitdrukking ‘shabbat Teshuvah’ (shabbat van bekering). Het is de Shabbat die plaatsvindt tussen Rosh Hashanah en
Yom Kippur en is een tijd voor reflectie die leidt tot de verzoening van Yom Kippur. Shabbat Shuvah heeft twee speciale haftarah-lezingen, één die betrekking heeft op het belang van oprechte bekering (Hosea 14: 2-10) en één die de genade van de Schepper prijst (Micha 7: 18-20).90

88 Dagen van Ontzag http://www.jewfaq.org/holiday3.htm
89 States & Countries Going Bankrupt & Shabbat Shuva, The Year of Return, http://www.sightedmoon.com/?page_id=278
90 Special Shabbatot http://www.jewfaq.org/special.htm

2 Bekeer u, Israël, tot Yehovah, uw God, want u bent gestruikeld door uw ongerechtigheid. 3 Neem deze woorden met u mee, bekeer u tot Yehovah. Zeg tegen Hem: “Neem alle ongerechtigheid weg, neem het goede aan. Dan zullen wij de offers nakomen.” (Hosea 14:2-3 | Voetnoot: Hebreeën 13:15 – gebeden, wat refereert naar offers)

4 “Assyrië zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. Wij zullen nooit meer zeggen: ‘U bent onze god’ tegen het werk van onze handen. Bij U immers vindt een wees ontferming.” 5 “Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want Mijn toorn heeft zich van hem afgewend. 6 Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Hij zal in bloei staan als de lelie, wortel schieten als de Libanon. 7 Zijn jonge loten zullen uitlopen, zodat zijn pracht zal zijn als die van de olijfboom, en hij zal een geur hebben als de Libanon. 8 Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten, koren verbouwen en in bloei staan als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon. 9 Efraïm, wat heb Ik nog met de afgoden te maken? Ík heb hem verhoord en zal naar hem omzien. Ik zal zijn als een altijd groene cipres. Door Mij is bij u vrucht te vinden. 10 Wie is zo wijs, dat hij deze dingen begrijpt, en zo verstandig dat hij ze kent? De wegen van Yehovah zijn immers recht. De rechtvaardigen zullen daarop wandelen, maar de overtreders zullen erop struikelen. (Hosea 14:4-10)

19 Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee. 20 U zult Jakob de trouw bewijzen en Abraham de goedertierenheid, die U aan onze vaderen gezworen hebt vanaf de dagen van weleer. (Micha 7:19-20)

Ons wordt geboden om terug te keren en de Torah-rollen mee te nemen. Het is door Shabbat Shuva te begrijpen dat we nauwkeurig kunnen waarnemen wanneer alle 12 stammen van Israël 91 zullen terugkeren naar het Land van Israël. Het zal tijdens een sabbatjaar zijn gedurende de tien jaar van oordeel op aarde.92

91 Israël bestaat vandaag uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, evenals Canada, Australië, Zuid-Afrika en vele andere landen van Angelsaksische afkomst. Zie Yair Davidiy op http://hebrewnations.com/ & http://www.britam.org/ Juda vandaag vormt de staat Israël.
92 The Prophecies of Abraham, pp. 117-122

De Grote Verzoendag

De volgende afgesproken dag wordt de Verzoendag genoemd en is de meest heilige dag op de Bijbelse kalender. Het is een Hoge Heilige Dag.

26 Yehovah sprak tot Mozes: 27 “Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en Yehovah een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van Yehovah, uw God, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond.” (Leviticus 23:26-32)

(U) hebt al gezien – door de symboliek betrokken bij het Pesach – dat (de Messias) bloed verzoent voor onze … zonden. De Grote Verzoendag symboliseert de verzoening van God (met) de hele mensheid (via zijn Zoon).

(Daarom), als we met God verzoend zijn door (het offer van) de Messias, waarom hebben we (dan) nog een Heilige Dag nodig om ons over verzoening te onderwijzen? (Leviticus 23:27; Handelingen 27:9) Wat is de specifieke betekenis van deze dag in Gods meesterplan voor de redding van de mensheid?

De Grote Verzoendag en Pesach leren ons allebei over de vergeving van zonde en onze verzoening met God door (het offer van) Zijn Zoon. Pesach betreft echter (in de eerste plaats) de verlossing van de eerstgeborene en is dus het meest rechtstreeks van toepassing op (gelovigen) die Jehova in dit tijdperk heeft geroepen, terwijl (de Dag van) de verzoening universele implicaties met zich meebrengt.

Bovendien onthult de Grote Verzoendag ons een essentiële aanvullende stap in Gods heilsplan die we niet vinden in de symboliek van Pesach. Deze stap moet plaatsvinden voordat de mensheid ware vrede op aarde kan ervaren. Alle mensen lijden onder de tragische gevolgen van zonde. Maar zonde gebeurt niet zonder een (onderliggende) oorzaak, en God maakt deze onderliggende oorzaak duidelijk in de symboliek van de Grote Verzoendag. 93

Het zijn deze Tien Dagen van Ontzag die het Bazuinenfeest en Shabbat Shuva en de Grote Verzoendag omvatten, waardoor we de volgorde van de gebeurtenissen voor de zeven jaar voorafgaand aan de Grote Verdrukking, die aan het einde van deze tien jaar komt, kunnen begrijpen vertegenwoordigd door de Tien Dagen van Ontzag. De laatste 3 1?2 jaar of de verdrukking die eindigt met de Verzoendag, die aangeeft wanneer Satan is opgesloten.

93 http://www.ucg.org/booklet/gods-holy-day-plan-promise-hope-all-mankind/atonement-removal-sins-cause-and-reconciliation/

Het Loofhuttenfeest

De volgende Appointed Time op de goddelijke tijdlijn van Yehovah is het Feest van Soekot (ook bekend als Het Feest van Tenten, Het Loofhuttenfeest, Het Festival of Feest van de Inzameling). Het is een bevolen Heilige Dag door Jehova om zeven dagen te nemen en ervan te genieten met je familie om te eten en wat je leuk vindt om te doen met je familie. Ja, je krijgt de opdracht om een feestdag te vieren en tegelijkertijd een Heilige Dag te houden.

33 Yehovah sprak tot Mozes: 34 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: ‘Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen lang Loofhuttenfeest voor Yehovah. 35 Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen. 36 Zeven dagen lang moet u Yehovah vuuroffers aanbieden.’” (Leviticus 23:33-36)

Gods plan voor de mensheid omvat herstel. Het Loofhuttenfeest symboliseert het herstelproces, dat begint met 1) de terugkeer van (de Messias, geïllustreerd) door het Bazuinenfeest en 2) de verbanning van Satan, afgebeeld door de Grote Verzoendag. Zodra deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, zoals weergegeven door de vorige Heilige Dagen, is de basis gelegd voor het herstel van de schepping van vrede en harmonie met God.

Het zevendaagse Loofhuttenfeest, dat begint met een jaarlijkse Heilige Dag (Leviticus 23: 34-35) en geeft het 1000-jarig rijk van (de Messias) over de aarde weer na zijn wederkomst (Openbaring 20: 4). Deze periode wordt vaak het Millennium genoemd, wat simpelweg “1000 jaar” betekent.

Dat komende tijdperk – een prachtige ‘rust’ na de ontberingen van (dit) huidige tijdperk — wordt gesymboliseerd door 1) om de zeven dagen (in onze houden van) de wekelijkse sabbat (Hebreeën 4: 1-11) en 2) elk jaar door (onze observatie van) het Loofhuttenfeest. Wordt ook het Feest van Inzameling genoemd (exodus 23:16), het viert de grote oogst van de mensheid wanneer alle mensen die op aarde leven van Gods wegen zullen leren. De mensheid zal eindelijk hersteld worden in een juiste relatie met God (Jesaja 11: 9-10). 94

We vinden ook bewijs van dit fenomeen in de volgende passages:

34 “Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: ‘Ken Yehovah’, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt Yehovah. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.” (Jeremia 31:34)

13 “Al uw kinderen zullen door Yehovah onderwezen zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn. (Jesaja 54:13)

Dit zevendaagse feest vertegenwoordigt het huwelijk van de bruid van Israël met de Messias. Nogmaals, je leert deze dingen door deze Heilige Dagen op hun afgesproken tijden te houden.

Maar hier eindigt het niet. Aan het einde van deze zeven dagen van Het Loofhuttenfeest is nog een ander feest of afspraak met Yehovah.

94 http://www.ucg.org/booklet/gods-holy-day-plan-promise-hope-all-mankind/feast-tabernacles-jesus-christ-reigns-over-all-e/

Het Feest van de Achtste Dag

36 “Zeven dagen lang moet u Yehovah vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en Yehovah een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen.” (Leviticus 23:36)

Dit Feest van de Achtste Dag vertegenwoordigt de Grote Witte Troon Oordeel dat over de hele mensheid zal komen die ooit heeft geleefd. Vlak voordat het Achtste Millennium begint, worden al diegenen die ooit hebben geleefd weer tot leven gebracht om te leven onder Yehshua’s heerschappij en in Zijn Koninkrijk. Vervolgens worden ze na een tijdje beoordeeld als ze hun eerste gelegenheid hebben gehad om de waarheid te kennen. Deze dag zal alle valse leringen ophelderen voor al diegenen die oprecht wensen te begrijpen wat het allemaal betekent. 95

37 “Dit zijn de feestdagen van Yehovah, die u moet uitroepen als heilige samenkomsten om een vuuroffer voor Yehovah aan te bieden: brandoffer en graanoffer, slachtoffer en plengoffers, al naargelang het voorschrift voor die bepaalde dag, 38 naast de offers op de sabbatten van Yehovah, naast uw geschenken, naast al uw gelofteoffers en naast al uw vrijwillige gaven, die u aan Yehovah geeft. 39 Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van Yehovah zeven dagen lang vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag. 40 Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen lang voor het aangezicht van Yehovah, uw God, verblijden. 41 Dat feest voor Yehovah moet u per jaar zeven dagen lang vieren. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door. In de zevende maand moet u het vieren. 42 Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, 43 zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben Yehovah, uw God.” 44 Zo maakte Mozes de feestdagen van Yehovah aan de Israëlieten bekend. (Leviticus 23:37:44)

Dit is de conclusie van Leviticus 23. Dit zijn de enige Heilige Dagen die je moet houden. Er zijn geen “Ja, maar …” hier. Je weet het nu en daarom zal je verantwoordelijk worden gehouden voor wat je weet. Dit zijn de enige dagen die Yehovah voor ons apart gezet heeft om te observeren en / of te vieren. U zult merken dat zelfs de “Hebreeuwse feestdagen” zoals Purim,96 Rosh Hashanah of Chanukah97 hier niet worden vermeld — Kerstmis,98 Pasen,99 Nieuwjaar, Halloween, Valentijnsdag, St. Patrick’s Day, Kwanzaa, etc. zijn dat ook niet. En als ‘bijbels’ als Vastentijd, Aswoensdag, Goede Vrijdag en Palmzondag mogen klinken, als Yehovah deze niet als Zijn Heilige Dagen heeft gespecificeerd, zijn we niet te vinden door ze te observeren. Wij moeten Zijn bijzondere mensen zijn en Zijn apart-gezette mensen. We moeten niet zijn zoals iedereen. We zijn “bijwoners en vreemdelingen” (1 Petrus 2:11). Deze wereld is niet ons thuis.

95 http://www.ucg.org/booklet/gods-holy-day-plan-promise-hope-all-mankind/eighth-day-eternal-life-offered-all/
96 http://www.seekgod.ca/hr/hrfaqs4a1.htm
97 http://www.seekgod.ca/hr/hrfaqs4a2.htm#1, http://www.seekgod.ca/hr/hrfaqs4a2.htm#2 & http://www.seekgod.ca/hr/hrfaqs4a2.htm#3
98 http://www.lasttrumpetministries.org/tracts/tract3.html & Jeremia 10:2-4
99 http://www.lasttrumpetministries.org/tracts/tract1.html door David J. Meyer

Als het niet wordt gevonden in Leviticus 23, waarom rebelleert u dan in vredesnaam tegen de Allerhoogste door andere feestdagen te vieren die demonen en valse goden eren? Je kunt slecht zaad niet met goed zaad mengen en zeggen dat je het doet “ter ere van Yehovah”. Je kunt geen zoet water uit een zoutwaterbron halen. Yehovah verafschuwt menging. Je kunt niet twee heren dienen zonder de ene te haten en de andere lief te hebben.

De kwestie van tradities die de geboden van Yehovah overtreden, was een belangrijke leer van Yehshua:

1 Toen kwamen enige schriftgeleerden en Farizeeën uit Jeruzalem bij Yehshua en zeiden: 2 “Waarom overtreden Uw discipelen de overlevering van de ouden? Want zij wassen hun handen niet als zij brood gaan eten.” (Mattheüs 15:1-2)

3 Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: “Waarom overtreedt ook u het gebod van God1 door uw overlevering?” (Mattheüs 15:3 | Voetnoot: 1Zie Mattheüs 5:20)

7 “Huichelaars! Terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, toen hij zei: 8 ‘Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan; 9 maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn.’”1 (Mattheüs 15:7-9 Voetnoot: 1Jesaja 29:13; Markus 7:7; 2 Koningen 17:19)

10 En toen Hij de menigte bij Zich geroepen had, zei Hij tegen hen: Luister en begrijp het goed: 11 Wat de mond ingaat, verontreinigt de mens niet; maar wat de mond uitkomt, dat verontreinigt de mens.’” (Mattheüs 15:10-11)

29 “Wanneer Yehovah, uw God, de volken waar u naartoe gaat om die uit hun bezit te verdrijven, van voor uw ogen uitroeit, en u hen verdreven hebt en in hun land bent gaan wonen, 30 wees dan op uw hoede dat u niet, nadat zij van voor uw ogen weggevaagd zijn, in dezelfde valstrik komt, en dat u niet vraagt naar hun goden, door te zeggen: ‘Zoals deze volken hun goden gediend hebben, zo zal ik het ook doen.’” 1 (Deuteronomium 12:29-30 | Voetnoot: 1Zie ook 18:9; Leviticus 18:3; Jeremia 10:2; Ezechiël 11:12 & 20:32; Efeze 4:17; 1 Petrus 4:3)

31 “U mag ten aanzien van Yehovah, uw God, niet doen zoals zij! Want alles wat voor Yehovah een gruwel is, wat Hij haat, hebben zij voor hun goden gedaan. Zij hebben voor hun goden immers zelfs hun zonen en hun dochters met vuur verbrand. 32 Dit alles wat ik u gebied, moet u nauwlettend in acht nemen. U mag er niets aan toevoegen en er ook niets van afdoen.”1 (Deuteronomium 12:31-32 | Voetnoot: 1Zie ook 4:2; Spreuken 30:6; Openbaring 22:18-19)

We moeten niet toevoegen aan of afhalen van Torah elke heilige dag en zeggen dat we het doen tot glorie van Yehovah. Be cautioned:

31 “ … Want alles wat voor Yehovah een gruwel is, wat Hij haat, hebben zij voor hun goden gedaan. …” (Deuteronomium 12:31)

19 “Bewaak Mijn verordeningen. Van uw dieren mag u niet twee verschillende soorten laten paren, uw akker mag u niet met twee verschillende soorten zaad inzaaien, en een bovenkleed uit twee verschillende soorten stof vervaardigd, mag u niet dragen.” (Leviticus 19:19)

We moeten de waarheden van Torah niet vermengen met valse leerstellingen en verwarren wat heilig is met wat niet heilig is. Dit is nu wat er tegenwoordig in de meeste christelijke kerken gebeurt. Ze hebben enkele waarheden en veel valse heidense leringen door elkaar gemengd.

23 “Zij moeten Mijn volk het onderscheid leren tussen heilig en onheilig, en hun het onderscheid laten weten tussen onrein en rein.” (Ezechiël 44:23)

Zoals ik je nu heb laten zien, onthult elk van de Heilige Dagen van Yehovah, zoals gevonden in Leviticus 23, kritische dingen over het heilsplan van Yehovah. Het zijn ‘schaduw’ van toekomstige gebeurtenissen – van dingen die nog moeten komen. Als we ze echter niet houden en ons niet tot doel stellen te weten wat ze met zich meebrengen en vertegenwoordigen, kunnen we valse profetieën niet weten of nauwkeurig onderscheiden van goede bijbelse profetieën of terecht voorspellen wat er komt of wanneer. Het is echt zo simpel.

1 Want de Torah, die slechts een schaduw heeft van de toekomstige heilsgoederen en niet het wezen van de dingen zelf …” (Hebreeën 10:1)

16 Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. 17 Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus. 18 Laat u niet de prijs ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en engelenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken, 19 en zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het hele lichaam, dat van banden en pezen voorzien is en daardoor samengevoegd, opgroeit door de groei die van God komt. (Kolossenzen 2:16-19)

De Torah en de Heilige Dagen zijn schaduwafbeeldingen van toekomstige gebeurtenissen die nog moeten komen. We moeten ons oprecht inspannen om alles over hen te weten te komen.

Hoofdstuk 14 | De Eerste Keer dat de Sabbatsjaren Worden Genoemd

Leviticus 23, die elk van de Heilige Dagen grondig beschrijft die Yehovah ons geboden heeft te houden, wordt dan gevolgd door Leviticus 25, die ons vertelt over de sabbatjaren en hoe we ook die kunnen houden.

De eerste vermelding van de Sabbatsjaren is te vinden in Genesis:

3 Toen zei Yehovah: “Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.” (Genesis 6:3)

Het woord hier voor jaren is ‘shaneh’.

H8141 ?????? ?????? shâneh shânâh shaw-neh’, shaw-naw’

(The first form being in plural only, the second form being feminine); from H8138; a year (as a revolution of time): whole age, X long, old, year (X -ly).

Dus deze eerste vermelding vertelt ons dat de mens 120 periodes van tijd zal hebben. Het is de enige plaats waar dit wordt gezegd. Veel mensen gebruiken dit om vervolgens tot de volgende conclusie te komen:

120 X 50 = 6.000 Jaren

Ik zal u kort uitleggen waarom dit niet het geval is. Anderen concluderen dat Noach 120 jaar moet hebben gepredikt. Laten we die oude man hier laten rusten:

9 Dit zijn de afstammelingen van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man onder zijn tijdgenoten. Noach wandelde met God. 10 En Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafeth. 11 Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht en de aarde was vol met geweld. 12 Toen zag God de aarde, en zie, zij was verdorven; want alle vlees had een verdorven levenswandel op de aarde. 13 Daarom zei God tegen Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen, want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik ga hen met de aarde te gronde richten. 14 Maak voor uzelf een ark van goferhout. In vakken ingedeeld moet u deze ark maken en hem vanbinnen en vanbuiten met pek bestrijken. (Genesis 6:9-14)

In de passage hierboven in vers 10 zien we dat Noach drie zonen had. In vers 14 wordt ons verteld dat Yehovah met Noach sprak en hem vertelde een ark te bouwen. Dus dit was nadat zijn zonen waren geboren. In Genesis 11 lezen we:

10 Dit zijn de afstammelingen van Sem: Sem was honderd jaar oud, toen hij Arfachsad verwekte, twee jaar na de vloed. (Genesis 11:10)

Dus Sem was al achtennegentig jaar oud toen de vloed plaatsvond.

Alleen al door de berekeningen te doen, kun je snel zien dat Noach niet gepredikt heeft voor 120 jaar, zoals sommigen graag in hun preken houden. Vanaf het moment dat Yehovah Noach vertelde over de komende vloed totdat deze daadwerkelijk plaatsvond, was 98 jaar of minder, omdat ons wordt verteld over de geboorte van Noach’s drie zonen en dan wordt ons verteld over de komende vernietiging die nog moet komen. Dus het Genesis 6:3 verslag van 120 jaar spreekt niet over het aantal jaren tot de vloed. Het moet iets anders zijn.

Noach had geen 120 jaar kunnen prediken. Hoewel het niet helemaal buiten het bereik van de mogelijkheden valt, suggereert de chronologie van zijn zonen sterk dat het dichter bij 100 jaar was of minder.

Het lijkt erop dat Genesis 6: 3 spreekt over 120 tijdsperioden of waarschijnlijker over 120 Jubelcycli. De volgende keer dat ons in de Bijbel over de Sabbatsjaren wordt verteld, is in Exodus. Dit maakt deel uit van het allereerste “Ketubah” of huwelijkscontract (of huwelijksverbond) wat Yehovah ingesteld heeft met Israël.

1 Dit zijn de bepalingen die u hun moet voorhouden. 2 Wanneer u een Hebreeuwse slaaf koopt, moet hij zes jaar dienen, maar in het zevende mag hij zonder te betalen als vrij man vertrekken. 3 Als hij alleen gekomen is, moet hij alleen vertrekken, en als hij getrouwd is, mag zijn vrouw met hem vertrekken. 4 Als zijn meester hem een vrouw gegeven heeft en zij zonen of dochters bij hem gebaard heeft, dan zal de vrouw met haar kinderen aan haar meester blijven toebehoren en moet hijzelf alleen vertrekken. 5 Maar als de slaaf nadrukkelijk zegt: Ik heb mijn meester, mijn vrouw en mijn kinderen lief, ik wil niet als vrij man vertrekken, 6 dan moet zijn meester hem bij de rechters brengen. Hij moet hem bij de deur of de deurpost brengen. Zijn meester moet dan met een priem zijn oor doorboren. Zo zal hij hem voor eeuwig dienen. (Exodus 21:1-6)

Dus hier weet je dat ze de Sabbatsjaren hielden nog voordat ze het Beloofde Land binnengingen. Dit is uiterst belangrijk om te realiseren.

Een van de argumenten die mensen mij vaak presenteren als bezwaar tegen de praktijk van het houden van de sabbat- en jubeljaren is dat het alleen bedoeld is voor wanneer je in het land Israël bent en niet voor ergens anders. Ik zal dit punt later bespreken. Maar nu wil ik je laten zien dat de natie Israël de wetten van het sabbatjaar heeft gehandhaafd voordat ze zelfs het beloofde land binnengingen of de Jordaan overstaken.

Het volgende voorbeeld waar we over de Wetten over de Sabbatsjaren lezen, is in Exodus 23. Nogmaals, dit is nog steeds terwijl ze op de berg Sinaï zijn en voordat ze zelfs aan hun reis naar het land van melk en honing beginnen en voordat ze in de wildernis van Paran waren aangekomen waar ze de vloek van Yehovah ontvingen en voor 40 jaar in de wildernis moesten dwalen.

10 U mag zes jaar uw land bezaaien, en de opbrengst ervan verzamelen, 11 maar in het zevende jaar moet u het met rust laten en het braak laten liggen, zodat de armen onder uw volk kunnen eten; en het overschot ervan kunnen de dieren van het veld eten. U moet hetzelfde doen met uw wijngaard en met uw olijfbomen. 12 Zes dagen moet u uw werk doen, maar op de zevende dag moet u rusten, zodat uw rund en uw ezel kunnen rusten, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling op adem kunnen komen. (Exodus 23:10-12)

Het zevende jaar Sabbatjaar wordt nu vergeleken met de wekelijkse sabbat, omdat precies dezelfde manier waarop we elke zevende dag de wekelijkse sabbat houden, precies dezelfde manier is waarop we de sabbatjaren beschouwen. Elk zevende jaar is een sabbatjaar en er zijn er geen uitzonderingen op deze regel. Je telt gewoon zeven jaar en blijft dat op jaarbasis doen om tot het volgende sabbatjaar te komen.

Daarom moesten we de wekelijkse sabbat in de voorgaande hoofdstukken zo gedetailleerd behandelen.

Begrijpen dat het om elke zeven dagen komt is cruciaal voor het begrijpen van de sabbatsjaren en dat ze net als de wekelijkse sabbat zijn die herhaaldelijk om de zeven jaar komt. Geen uitzonderingen, dat is wat de Lunar Sabbath-theorie je zou hebben laten geloven.

Nogmaals, dit alles was goed op zijn plaats, zelfs voordat de Israëlieten voet in het Beloofde Land zetten.

Ik zal je nu voor de vierde keer laten zien dat de sabbat- en jubeljaren in de Bijbel worden genoemd. We vinden het volgende voorbeeld hiervan in Leviticus 25. Dit maakt nog steeds deel uit van het huwelijksverbond dat in deze hoofdstukken wordt uiteengezet, beginnend met Exodus en nu eindigt in Leviticus:

46 Dit zijn de verordeningen, de bepalingen en de Wetten1 die Yehovah gegeven heeft, over de verhouding tussen Hem en de Israëlieten, op de berg Sinaï, door de dienst van Mozes. (Leviticus 26:46 | Voetnoot: 1Torot – meervoud van Torah)

Het huwelijkscontract tussen Israël en Yehovah omvat de Heilige Dagen van Leviticus 23, de sabbats- en jubeljaren van Leviticus 25, en is nu afgesloten aan het einde van Leviticus 26. Het huwelijkscontract tussen Yehovah en Israël was oorspronkelijk vermeld en vastgelegd in Exodus en wordt uitgebreid en gesloten in Leviticus.

3 Mozes kwam terug en vertelde al de woorden van Yehovah en al de bepalingen aan het volk. Toen antwoordde heel het volk eenstemmig en zij zeiden: Al de woorden die Yehovah gesproken heeft, zullen wij doen. (Exodus 24:3)

Ditzelfde huwelijkscontract wordt herhaald in Leviticus en wordt afgesloten met Leviticus 26:46. In beide gevallen omvat het de Sabbatsjaren.

Mozes wist dat wanneer de Israëlieten het Beloofde Land zouden binnengaan, het een Jubeljaar zou zijn. Daarom moest hij de Wetten van de Jubeljaren aan hen uitleggen. En Mozes wist dat het jaar dat ze Het Land binnengingen, het vijftigste jaar zou zijn.

Hoe wist hij dit?
Het enige wat je hoeft te doen is om alle jaren op te tellen vanaf de schepping van Adam tot de tijd van de veertig jaar vloek van ronddwalen en vallen in de wildernis die ten einde loopt en jij kunt ook zien dat het zeker een Jubileum zou moeten zijn Jaar waarin de Israëlieten toestemming krijgen van Yehovah om hun zinnen te zetten op het opnieuw betreden van het Land.

Ik zal binnenkort de berekeningen voor je doen, zodat je kunt zien waar de meeste mensen al te simpele fouten maken. Hieronder is de gebeurtenis die Mozes aangaf welk jaar zij het land zouden binnengaan.

28 “Zeg tegen hen: ‘Zo waar Ik leef’, spreekt Yehovah, ‘voorwaar, Ik zal met u doen zoals u ten aanhoren van Mij gesproken hebt. 29 In deze woestijn zullen uw dode lichamen vallen, te weten allen van u die geteld zijn, naar hun volledige aantal, van twintig jaar oud en daarboven, u die tegen Mij gemord hebt. 30 U zult beslist niet in dat land komen waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou laten wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. 31 Uw kleine kinderen, van wie u zei: Zij zullen tot prooi worden van de vijand! hen zal Ik erin brengen; zij zullen dat land, dat u verworpen hebt, leren kennen. 32 Maar wat u betreft, uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen. 33 Uw kinderen zullen veertig jaar in deze woestijn rondzwerven, en zij zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen in deze woestijn vergaan zijn.’” (Numeri 14:28-33)

(34-39)
34 “’Overeenkomstig het aantal dagen dat u dat land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult u uw ongerechtigheden dragen, veertig jaar lang, en u zult van Mij tegenstand ondervinden. 35 Ík, Yehovah, heb gesproken: Voorwaar, Ik zal dit doen met heel deze boosaardige gemeenschap, die tegen Mij samenspant. Zij zullen in deze woestijn omkomen, ja, zij zullen er sterven!’” 36 En de mannen die Mozes uitgestuurd had om het land te verkennen, en die, teruggekeerd, heel de gemeenschap tegen hem hadden doen morren door over het land een kwaad gerucht te laten uitgaan, 37 die mannen, die over dat land een kwaad gerucht hadden laten uitgaan, stierven ten gevolge van een plaag, voor het aangezicht van Yehovah. 38 Maar van de mannen die eropuit gegaan waren om het land te verkennen, bleven Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, in leven. 39 Mozes sprak deze woorden tot al de Israëlieten. Toen treurde het volk zeer.

Het duurde niet lang na deze gebeurtenis dat Mozes ook leerde dat hij zelf niet het Beloofde Land zou mogen binnengaan.

1 De Israëlieten kwamen in de woestijn Zin, heel de gemeenschap, in de eerste maand, en het volk bleef in Kades. Daar stierf Mirjam, en zij werd er begraven. 2 Maar er was voor de gemeenschap geen water. Toen kwamen zij bijeen tegen Mozes en tegen Aäron. 3 En het volk kreeg onenigheid met Mozes. Zij zeiden: Hadden wij maar de geest gegeven, toen onze broeders voor het aangezicht van Yehovah de geest gaven! 4 En waarom hebt u de gemeente van Yehovah in deze woestijn gebracht? Om hier te sterven, wij en ons vee? 5 En waarom hebt u ons uit Egypte laten vertrekken? Om ons op deze ellendige plaats te brengen? Het is geen plaats voor zaaigoed, evenmin voor vijgenbomen, wijnstokken en granaatappels. Ook is er geen water om te drinken. 6 Toen gingen Mozes en Aäron van de gemeente weg naar de ingang van de tent van ontmoeting, en zij wierpen zich met hun gezicht ter aarde. En de heerlijkheid van Yehovah verscheen hun. (Numeri 20:1-6)

7 Yehovah sprak tot Mozes: 8 Neem de staf en roep de gemeenschap bijeen, u en Aäron, uw broer, en spreek voor hun ogen tot de rots, en die zal zijn water geven. Zo zult u water voor hen voortbrengen uit de rots, en u zult de gemeenschap en hun vee laten drinken. 9 Toen nam Mozes de staf van voor het aangezicht van Yehovah, zoals Hij hem geboden had. 10 En Mozes en Aäron riepen de gemeente voor de rots bijeen, en hij zei tegen hen: Luister toch, ongehoorzamen, zullen wij voor u uit deze rots water voortbrengen? 11 Toen hief Mozes zijn hand op en hij sloeg de rots twee keer met zijn staf, en er kwam veel water uit, zodat de gemeenschap en hun vee konden drinken. 12 Maar Yehovah zei tegen Mozes en tegen Aäron: Omdat u niet in Mij geloofd hebt, en Mij voor de ogen van de Israëlieten niet geheiligd hebt, zult u deze gemeente niet in het land brengen dat Ik hun gegeven heb. 13 Dit is het water van Meriba, waar de Israëlieten Yehovah ter verantwoording riepen, en waar Hij onder hen geheiligd werd. (Numeri 20:7-13)

Wat deed Mozes dat een dergelijke zware straf van Yehovah gerechtvaardigd was? Ten eerste was Mozes ongehoorzaam aan een directe opdracht. Yehovah had Mozes geboden om tegen de rots te spreken. In plaats daarvan sloeg Mozes met zijn staf op de rots. Ten tweede nam Mozes de eer om het water voort te brengen. Merk op hoe Mozes in vers tien zei: “Zullen wij (verwijzend naar zichzelf en Aaron) u water uit deze rots brengen?” Mozes nam de eer voor het wonder zelf aan, in plaats van het aan Yehovah toe te schrijven en alle eer aan Yehovah te geven. Ten derde deed Mozes dit voor alle Israëlieten. Zo’n openbaar voorbeeld van directe ongehoorzaamheid kon niet ongestraft blijven. Mozes ‘straf was dat hij het beloofde land niet zou mogen betreden.

Omdat Mozes het beloofde land niet kon betreden en omdat Mozes nu kon weten wanneer ze het zouden betreden, stelde Mozes vervolgens alle regels voor het Jubeljaar voor hen op. Hij had al aan de andere kant van de Jordaan met hen de regels gedeeld die ze moesten weten om de Sabbatsjaren te houden, maar ze hadden nog nooit een Jubeljaar gehouden en zouden dat niet doen totdat ze daadwerkelijk de Jordaan overstaken.

Zoals ik eerder in dit hoofdstuk heb gezegd, zijn zowel de sabbats- als de jubeljaren, evenals de regels om ze te houden, voor ons geschreven in Leviticus 25.

In het volgende hoofdstuk zal ik je alle variabelen geven die nodig zijn om wiskundig de juiste conclusies te trekken met betrekking tot het houden van Yehovah’s Gezette Tijden.

Hoofdstuk 15 | De Chronologie van Adam tot Binnenkomst in het Beloofde Land

Om te begrijpen hoe Mozes wist dat Israël het Beloofde Land op een Jubeljaar zou binnengaan, hoeven we alleen maar de jaren vanaf Adam op te tellen tot die tijd. Het lijkt eenvoudig genoeg, maar veel mensen komen in een impasse (of zelfs meerdere) of nemen verkeerde afslagen onderweg en daarom zal ik punt voor punt afgaan om u alle informatie te geven die u nodig hebt om het goed te krijgen en op weg te komen met een veel vollediger begrip van dingen.

Het is belangrijk om te begrijpen en in gedachten te houden dat de enkele handeling van de Israëlieten die de rivier de Jordaan overstaken en het beloofde land binnentraden van wat nu Israël is (zoals we het nu kennen) samenviel met een jubeljaar. Als er geen sterke reden voor lijkt te zijn, zou onze chronologie fout zijn en zouden we terug moeten gaan en onze berekeningen moeten controleren.

De creatie van Adam tot de geboorte van Abram zal de eerste sectie zijn waar ik verder op in ga om een solide basis te leggen bijbels en historisch en om ervoor te zorgen dat je op op de juiste weg van start gaat. De cijfers uit Genesis die voor u het meest interessant zouden moeten zijn, zijn de tijdperken van de patriarchen op het moment dat de volgende generatie ontstond.

Adam was bijvoorbeeld 130 jaar oud toen Seth werd geboren, dus we noteren 130 jaar vanaf het begin van de schepping tot de geboorte van Seth. We doen dit helemaal tot aan de geboorte van Abram. Maak je eigen huiswerk en controleer dit aan de haand van de onderstaande tabel. Ik zal u een totaal geven zodat u dit ook kunt controleren.

De chronologie Van Adam tot Israël de Jordaan oversteekt
Aardsvaders Leeftijd van Aardsvaders bij geboorte zoon Het Jaar vanaf de Schepping van Adam tot Die Tijd in Totaal
Adam 130 Jaren 130
Set 105 Jaren 235
Enos 90 Jaren 325
Kenan 70 Jaren 395
Mahalaleël 65 Jaren 460
Jered 162 Jaren 622
Henoch 65 Jaren 687
Methusalach 187 Jaren 874
Lamech 182 Jaren 1.056

Toen Noach werd geboren, was het jaar 1056 jaar na de schepping van Adam. Controleer je berekeningen en vergelijk. De meeste mensen begrijpen dit onderdeel niet verkeerd.
Vervolgens lezen we dat Noach 600 jaar oud was toen de Grote Vloed kwam.

6 Noach was zeshonderd jaar oud toen de watervloed over de aarde kwam. (Genesis 7:6)

We voegen nu 600 jaar tot 1.056 jaar toe en het jaar van De Vloed is 1.656 jaar na de schepping van Adam.

Ik sta nu op het punt u te laten zien waar veel mensen de eerste chronologische “sprong van logica” of fout maken, dus let goed op. Nu de jaren in Genesis zijn samengevat en tot 1.656 jaar voor De Vloed zijn aangekomen, springen ze vervolgens naar de passage in Genesis hieronder en concluderen dat Sem werd geboren toen Noah 500 jaar oud was.

32 Toen Noach vijfhonderd jaar oud was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafeth. (Genesis 5:32)

Klopt dit? Laten we verder lezen in Genesis om erachter te komen. Wat de meeste mensen verwaarlozen of niet overwegen, is wat ons wordt verteld in Genesis 11.

10 Dit zijn de afstammelingen van Sem: Sem was honderd jaar oud, toen hij Arfachsad verwekte, twee jaar na de vloed. (Genesis 11:10)

Het vers in Genesis 11 is belangrijk omdat het zegt dat Sem 100 was toen Arphaxad werd geboren en Arphaxad twee jaar na de zondvloed werd geboren.

Ik heb net de berekeningen voor je gedaan. Als je het dubbel hebt gecontroleerd, weet je nu dat de zondvloed 1.656 jaar na de schepping van Adam plaatsvond. Je moet nu ook weten dat de zondvloed maar vijf maanden heeft geduurd.

1 En God dacht aan Noach en aan al de wilde dieren en al het vee dat bij hem in de ark was; en God liet wind over de aarde gaan, zodat het water bedaarde. 2 Ook werden de bronnen van de watervloed en de sluizen van de hemel gesloten, en de regen uit de hemel werd gestopt. 3 Vervolgens vloeide het water van boven de aarde terug, gaandeweg vloeide het terug. Na verloop van honderdvijftig dagen werd het water minder. 4 En de ark bleef in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, vastzitten op het gebergte van Ararat. 5 En gaandeweg werd het water minder, tot aan de tiende maand. In de tiende maand, op de eerste dag van de maand, werden de toppen van de bergen zichtbaar. (Genesis 8:1-5)

13 En het was in het zeshonderdeerste jaar, in de eerste maand, op de eerste dag van die maand, dat het water van boven de aarde opgedroogd was. Toen nam Noach het luik van de ark weg en keek naar buiten, en zie, de aardbodem was opgedroogd. 14 In de tweede maand, op de zevenentwintigste dag van de maand, was de aarde droog geworden. (Genesis 8:13-14)

Wat dit betekent is dat Shem niet werd geboren toen Noach 500 jaar oud was, zoals ons in algemene bewoordingen wordt verteld in Genesis 5:32, maar dat Noach 502 jaar oud was toen Shem werd geboren. We hebben nu 1.056 jaar tot de geboorte van Noach. De tabel op de volgende pagina is dan een voortzetting van de vorige tabel.

De chronologie Van Adam tot Israël de Jordaan oversteekt
Aardsvaders Leeftijd van Aardsvaders bij geboorte zoon Het Jaar vanaf de Schepping van Adam tot Die Tijd in Totaal
Noach 502 Jaren 1.056 + 502 = 1.558
Shem 100 Jaren 1.658
Arfachsad 35 Jaren 1.693
Selah 30 Jaren 1.723
Heber 34 Jaren 1.757
Peleg 30 Jaren 1.787
Rehu 32 Jaren 1.819
Serug 30 Jaren 1.849
Nahor 29 Jaren 1.878
Terah 70 Jaren 1.948

Het was 1.948 jaar na de schepping van Adam dat Abram werd geboren. Maar sommigen betwisten dat Terah zeventig jaar of honderddertig jaar oud is. De grote vraag is: “Was Terah zeventig jaar oud of honderddertig jaar oud toen Abram werd geboren?”

26 Terah had zeventig jaar geleefd, toen hij Abram, Nahor en Haran verwekte. (Genesis 11:26)

32 De dagen nu van Terah waren tweehonderdvijf jaar, en Terah stierf in Haran. (Genesis 11:32)

4 Toen ging Abram op weg, zoals Yehovah tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok. (Genesis 12:4)

Door deze logica van het aftrekken van 75 van 205 te gebruiken; 205 – 75 = 130, concluderen velen dat Terah 130 jaar oud was en niet zeventig jaar oud toen Abram werd geboren.100

Laten we eerst de volgende twee teksten bekijken:

26 Terah had zeventig jaar geleefd, toen hij Abram, Nahor en Haran verwekte. 27 Dit zijn de afstammelingen van Terah: Terah verwekte Abram, Nahor en Haran; en Haran verwekte Lot. 28 Haran stierf tijdens het leven van zijn vader Terah, in zijn geboorteland, in Ur van de Chaldeeën. 29 En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams vrouw was Sarai, en de naam van Nahors vrouw was Milka, een dochter van Haran, de vader van Milka en Jiska. 30 Sarai nu was onvruchtbaar; zij had geen kind. 31 En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, zijn kleinzoon, de zoon van Haran, en Sarai, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram, en zij trokken met hen uit Ur van de Chaldeeën om naar het land Kanaän te gaan; en zij kwamen tot Haran en bleven daar wonen. 32 De dagen nu van Terah waren tweehonderdvijf jaar, en Terah stierf in Haran. (Genesis 11:26-32)

2 En hij zei: Mannenbroeders en vaders, luister! De God der heerlijkheid verscheen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran woonde, 3 en Hij zei tegen hem: Ga uit uw land en uit uw familie en kom naar een land dat Ik u wijzen zal. 4 Toen ging hij uit het land van de Chaldeeën en ging in Haran wonen. En daarvandaan bracht Hij, nadat zijn vader gestorven was, hem over naar dit land, waar u nu in woont. (Handelingen 7:2-4)

Er zijn drie (maar ze komen neer op twee) manieren om dit te begrijpen: 1) Terah was 70; of 2) Terah was 130. En beide zijn ‘redelijke’ benaderingen, hoewel ik persoonlijk de kant van Bruce Waltke 101 en F. Bruce 102 kies (d.w.z. dat Terah 70 was en dat “205” een tekstfout is, op bewijs van Philo Judaeus / Samaritan Pentateuch):

100 http://christianthinktank.com/abebirth.html
101 http://en.wikipedia.org/wiki/Bruce_Waltke
102 http://tinyurl.com/9hh56kf
Drie suggesties zijn gedaan om te gaan met Stephen’s (Boek van Handelingen) begrip van vroege gebeurtenissen in het leven van de aardsvaders. Eén verklaring doet een beroep op de Samaritaanse Pentateuch, waarvan Terah niet sterft op 205 jarige leeftijd (zoals in de Masoretische tekst en de LXX — aka, de Septuagint of Griekse O.T.) 103 maar bij 145. Dit is, zo wordt ons verteld, de bron die Stephen gebruikte en dus verdwijnen de tegenstrijdigheden. Terah was zeventig toen Abram werd geboren. Vijfenzeventig jaar later stierf Terah en Abram verliet Haran naar Kanaän.

Dit feit wordt vervolgens samen met anderen gepresenteerd als bewijs dat Stephen’s toespraak in Handelingen 7 Samaritaan is in de interpretatie van de geschiedenis van het Oude Testament. Een tweede suggestie is een variatie op het bovenstaande. In plaats van Stephen’s bron te beperken tot de S.P., wordt ons verteld dat er op dit moment meerdere tekstfamilies of tradities bestonden, en de S.P. slechts een vertegenwoordiger is van een uitgebreide en herwerkte Palestijnse tekst die verschilde van de M.T. en de LXX. Zeker, Philo, die ook Terah’s leeftijd bij overlijden als 145 gaf, vertrouwde niet op de S.P., want hij zou geen sektarische Torah gebruiken. Een derde benadering harmoniseert de Genesis-gegevens en Handelingen 7: 4 zonder een beroep te doen op een andere tekst dan de M.T. of de LXX Het basisprincipe van deze benadering is dat (Genesis) 11:26 niet zegt dat Terah zeventig jaar oud was toen hij Abram verwekte. Het zegt eerder dat Terah zeventig jaar oud was toen hij begon te verwekken. Misschien wordt Abram eerst genoemd omdat hij de belangrijkste van de drie is. Zo was Terah 130 jaar oud, tegen het einde van zijn leven, toen Abram werd geboren! (NICOT)

F. Bruce is voorstander van de “tekstuele” oplossing:

De chronologische gegevens van Genesis 11:26, 32; (Genesis) 12: 4 zou suggereren dat de dood van Terah zestig jaar na het vertrek van Abraham uit Haran plaatsvond. J. Ussher and other chronolog(ists) of an earlier day harmonized the present statement of Stephen with the evidence of Genesis by the improbable expedient of supposing that Terah was seventy years old when his oldest son (Haran) was born, and that Abraham was not born until Terah was 130. Dat Abraham Haran niet verlaten heeft totdat zijn vader dood was, wordt ook beweerd door Philo [Over de migratie van Abraham 104, XXXII (177)], en wordt geïmpliceerd door de Samaritaanse Pentateuch, die in Genesis 11:32 Terah’s leeftijd bij overlijden geeft als 145, niet 205 (MT, LXX). Hieruit zou volgen dat Abraham, die Haran op 75-jarige leeftijd verliet (Genesis 12:4), dit deed zodra zijn vader was overleden. … Mogelijk vertrouwden Stephen (of Lucas) en Philo op een Griekse versie (niet langer bestaande) die overeenkwam met de Samaritaanse Pentateuch-lezing van Genesis 11:32. P. E. Kahle zegt met meer zekerheid dat ‘geen enkele M.S. van de christelijke ‘Septuagint’ heeft in Genesis 11:32 een lezing bewaard die Philo en Luke in hun Griekse Tora(h) in de eerste christelijke eeuw lazen.” [The Cairo Geniza (London, 1947), p. 144] (NICNT, “Acts” – Handelingen)

Zoals Waltke in zijn commentaar op Genesis:

“205 Jaar. De originele tekst luidde waarschijnlijk ‘145 jaar’.” Deze lezing is bevestigd in de Samaritaanse Pentateuch, die een vroeg teksttype bewaart en Handelingen 7: 2-4 informeert. Als de Masoretische tekst origineel is, was Terah 130 toen Abram (Abraham) werd geboren (zie Genesis 11:26; 12: 4).

Dit lijkt om drie redenen onwaarschijnlijk: 1) het komt slecht overeen met de rest van de genealogie van Sem tot Terah, die in het begin van hun dertigste hun eerstgeborene hebben; 2) er zou niets uitzonderlijks zijn in Abraham die Izaäk op 100-jarige leeftijd verwekt; 3) Stephen kon niet weten dat Abraham Haran verliet na de dood van zijn vader, want Abraham had Haran kunnen verlaten vóór de dood van zijn vader (zie Handelingen 7:2-4).

103 http://en.wikipedia.org/wiki/Septuagint#The_LXX_and_the_NT
104 http://www.earlychristianwritings.com/yonge/book16.html

Normaal gesproken, als de M.T. en LXX het eens met elkaar zijn, dat zouden sterke gegevens zijn, maar in dit geval zijn ze het eigenlijk NIET eens met betrekking tot de passage zelf. De LXX zegt: “en alle dagen van Terah in Haran waren 205 jaar, en Terah stierf in Haran” – waardoor Terah nog 205 jaar in Haran leefde! Maar de M.T. (verklaart): “En zij waren, de dagen van Terah, vijf en tweehonderd jaar; en Terah stierf in Haran.” Er is dus een duidelijke tekstuele verwarring in onze bestaande bronnen.

Bovendien kunnen we opmerken dat een oude, rabbijnse bron zelfs een mogelijke ‘ontwrichting’ in de tekst opmerkt – wat suggereert dat (de) volgorde van gebeurtenissen in Genesis onzeker was. Tov legt uit (OT: TCHB2,54f):

In de gedrukte edities vindt men omgekeerde nunim … de oorspronkelijke betekenis van deze tekens in Griekse bronnen was dat het gedeelte ingesloten door het sigma en antisigma niet overeenkwam met zijn huidige plaats in de tekst … Een extra geval, niet bevestigd in de (gedrukte) manuscripten, wordt genoemd in Minhat Shay en de MP van de tweede rabbijnse Bijbel over Genesis 11:32 (‘in Haran’) … Het is mogelijk dat de omgekeerde nun op deze plaats aantoonde dat het vers niet op de juiste plaats voorkwam, want een chronologische berekening onthult dat de hier genoemde dood van Terah had moeten plaatsvinden na wat is vastgelegd in de volgende paragrafen (vgl. Rashi

Dus, gezien de tekstuele problemen in onze moderne MT / LXX en de specifieke referenties / indicaties van 145 (leeftijd van Terah’s dood; Genesis 11:32) in Philo, Stephen (Luke) en de SP, moet ik gaan met de conclusie van “70 jaar oud”.

Wat zojuist naar voren is gebracht, waren de conclusies van de auteur, Glenn Miller (aka, Glenn, Little Glenn & “The Man Behind the Curtain”) 105 bij:

http://www.christianthinktank.com/abebirth.html

Het boek des Oprechten106 vermeldt ook het volgende:

50. Terach nam een vrouw, en haar naam was Amthello de dochter van Cornebo en de vrouw van Terach werd zwanger en zij baarde hem een zoon in die dagen. 51. Terach was ZEVENTIG JAREN OUD toen hij hem verwekte, en Terach noemde de zoon die hem was geboren ABRAM, omdat de koning hem had verheven in die dagen, en hem had onderscheiden boven al zijn hoogwaardigheidsbekleders die bij hem waren. (Boek des Oprechten 7:50-51)

Dus wie heeft gelijk en hoe kunnen we het bewijzen? Het antwoord is dat het totaal van alle chronologische berekeningen die we maken moet optellen tot een Jubeljaar op het punt in de geschiedenis dat Joshua de Jordaan kruist.

Om te bewijzen wat juist is, moeten we nu twee kolommen hebben; één die de leeftijd van Terah op 70 vertegenwoordigt en een andere die de leeftijd van Terah op 130 vertegenwoordigt.

Van Adam tot de geboorte van Abram met Terah die zeventig is, is 1.948 jaar, terwijl van Adam tot de geboorte van Abram met Terah die 130 is 2.008 jaar is, of respectievelijk Lijst “A” & Lijst “B”.

Onze volgende aanwijzing is ook moeilijk te achterhalen en het mysterie dat het inhoudt, moet even worden ontrafeld.

105 http://christianthinktank.com/letter2007apr11.html, http://christianthinktank.com/Letter2readersJAN2012.html, http://christianthinktank.com/postpassion.html, http://christianthinktank.com/curtains.html
106 http://www.ccel.org/a/anonymous/jasher/7.htm

In Genesis 12: 4 wordt ons verteld dat Abram vijfenzeventig was toen hij Haran verliet. We lezen dan over gebeurtenissen na deze datum in Genesis, hoofdstuk 13, waar Abram naar Egypte afdaalt en hoe Sarah werd beschouwd als de vrouw van Farao. We lazen toen hoe ze Egypte verlieten, hoe de schapen groeiden en hoe Abram en Lot uit elkaar moesten gaan omdat er niet genoeg ruimte was voor hen beiden. Dit alles gebeurde in de loop van een aantal jaren.

In Genesis, hoofdstuk 14, lezen we hoe Lot gevangen werd genomen en hoe Abram vervolgens ging en Lot uit gevangenschap redde. Dit evenement ontwikkelde zich gedurende een periode van één jaar en werd vervolgens afgesloten met de afspraak van Abram met Melchizedek, koning van Salem.

In hoofdstuk 15 lezen we over hoe Yehovah een verbond sloot met Abram.

Vervolgens lezen we over Abram die Hagar ingaat in Genesis hoofdstuk 16 en hoe Hagar zwanger werd en Ishmael baarde.

In Genesis, hoofdstuk 17, lezen we over Abraham die negenennegentig wordt, Yehovah zijn naam verandert van Abram in Abraham 07 en ook Ismaël dertien wordt en hoe ze allebei besneden moesten worden.

Op basis van deze bijbelverslagen kunnen we terecht concluderen dat dertien jaar vóór hoofdstuk 17, Abram zesentachtig was en dat het jaar vóór de geboorte van Ismaël, toen hij Hagar inging, vijfentachtig was, rekening houdend met de negen maanden voor de zwangerschap van Hagar.

Abraham op 99 – 13 jaar voor de geboorte van Ismaël
– 1 jaar voor Hagars zwangerschap = 85.

We hebben nu twee vaste leeftijden voor Abraham.We weten nu dat ergens tussen de vijfenzeventig en vijfentachtig de vijfentwintigste Jehovah een verbond met Abraham sloot en binnen de constructie van die periode van tien jaar hebben we onze volgende reeks aanwijzingen om mee te werken.

We krijgen ook nog een aanwijzing in Genesis 15. De nakomelingen van Abraham zullen 400 jaar mishandeld worden in een land wat niet van hunzelf was.

13 Toen zei God tegen Abram: “Weet wel dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vierhonderd jaar onderdrukken.” (Genesis 15:13)

Isaac werd geboren toen Abraham 100 jaar oud was. Dit was 2.048 jaar na de schepping volgens Lijst “A” met Abraham geboren in het jaar 1948 na de schepping met Terah die zeventig jaar oud was; of 2,108 jaar na de schepping volgens lijst “B met Terah zijnde honderddertig bij de geboorte van Abraham.

8 Het kind werd groot en werd van de borst genomen. Op de dag dat Izak van de borst af was, richtte Abraham een grote maaltijd aan. 9 En Sara zag dat de zoon die Hagar, de Egyptische, Abraham gebaard had, aan het spotlachen was. (Genesis 21:8-9)

107Genesis 17:1,5 Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen Yehovah aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht. U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken.

De 430 jaar vanaf Yehovah die een verbond met Abraham sluiten, eindigt tegelijkertijd met de 400 jaar van ellende op de nakomelingen van Abraham – in het jaar van de Exodus.

40 De verblijfsduur van de Israëlieten, de tijd dat zij in Egypte gewoond hadden, was vierhonderddertig jaar. 41 En het gebeurde na verloop van vierhonderddertig jaar, op deze zelfde dag gebeurde het: alle legers van de HEERE zijn uit het land Egypte vertrokken. (Exodus 12:40-41)

15 Broeders, ik spreek op menselijke wijze: Zelfs een verbond van mensen dat rechtsgeldig is geworden, stelt niemand terzijde of voegt daar iets aan toe. 16 Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is Christus. 17 Dit nu zeg ik: Het verbond, dat eertijds door God rechtsgeldig was gemaakt met het oog op Christus, wordt door de Torah, die na vierhonderddertig jaar gekomen is, niet krachteloos gemaakt om de belofte teniet te doen. (Galaten 3:15-17)

Om het jaar te bepalen waarin het verbond werd gesloten, moeten we elk van de tien jaar proberen tussen de tijd dat Abraham vijfenzeventig was tot de tijd dat we weten dat hij Hagar inging toen hij vijfentachtig was. Nogmaals, het jaar dat optelt bij het Jubeljaar waarin de Israëlieten de Jordaan overstaken, zal het juiste jaar blijken te zijn.

Dit betekent dan dat we meerdere lijsten moeten controleren. Dus laat me hier al het werk voor je doen, zodat je het kunt controleren en zien welke (lijst) werkt.

Lijst I

1948 tot Abram’s geboorte
75: Abram’s leeftijd wanneer het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.453 jaren in totaal

Lijst II

1948 tot Abram’s geboorte
76: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.454 jaren in totaal

Lijst III

1948 tot Abram’s geboorte
77: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.455 jaren in totaal

Lijst IV

1948 tot Abram’s geboorte
78: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.456 jaren in totaal

Lijst V

1948 tot Abram’s geboorte
79: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.457 jaren in totaal

Lijst VI

1948 tot Abram’s geboorte
80: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.458 jaren in totaal

Lijst VII

1948 tot Abram’s geboorte
81: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.459 jaren in totaal

Lijst VIII

1948 tot Abram’s geboorte
82: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.460 jaren in totaal

Lijst IX

1948 tot Abram’s geboorte
83: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.461 jaren in totaal

Lijst X

1948 tot Abram’s geboorte
84: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.462 jaren in totaal

Lijst XI

1948 tot Abram’s geboorte
85: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.463 jaren in totaal

De voorgaande lijst heeft alle mogelijke jaren met behulp van lijst “A” met Terah als zeventig jaar. Om lijst “B” te gebruiken, hoef je alleen nog maar zestig jaar aan een van de totalen toe te voegen als je het verder wilt onderzoeken.

Je hebt nu de leeftijd van Abram toen het Verbond met Yehovah werd gemaakt met de leeftijd van Terah die zeventig jaar oud was toen Abram werd geboren. Dit geeft u nu alle tien potentiële jaren over wanneer het verbond werd gesloten. Je voegt dan de 430 jaar toe om tot het jaar van de Exodus te komen.

Ik kom zo terug op de 400 jaar met jou, maar laat me voor nu deze lijn van denken met je afmaken voordat je te verward raakt.
De meeste mensen zullen nu de veertig jaar dat de Israëlieten in de wildernis ronddwalen om aan te komen tot het jaar dat ze het Beloofde Land binnenkwamen.

Maar veel te veel mensen houden geen rekening met het volgende vers:

11 Het gebeurde in het tweede jaar, in de tweede maand, op de twintigste van de maand, dat de wolk opgeheven werd van de tabernakel van de getuigenis. 12 De Israëlieten braken op, en trokken van rustplaats tot rustplaats, uit de woestijn Sinaï; en de wolk bleef rusten in de woestijn Paran. 13 Voor het eerst braken zij op, op bevel van Yehovah, door de dienst van Mozes. (Numeri 10:11-13)

Het was twee jaar na de Exodus dat de Israëlieten voor het eerst de berg Sinaï verlieten. En toen, in de vijfde maand op de negende dag van die maand, rebelleerde Israël tegen Yehovah en zou het het Beloofde Land niet mogen betreden. Vanaf dit punt begon de vloek van veertig jaar in Numeri 14:33.

We moeten nu twee jaar plus nog eens veertig jaar toevoegen aan elk van de lijsten op de vorige pagina om te zien waar we terechtkomen – zoals altijd in gedachte houdend dat we op een Jubeljaar moeten uitkomen.

Van alle lijsten die ik je eerder heb gepresenteerd, is de enige die optelt voor een Jubeljaar wanneer je de twee jaar toevoegt dat de Israëlieten op de berg Sinaï waren en ook, de veertig jaar dat ze door de wildernis dwaalden is Lijst VI.

Lijst VI

1948 tot Abram’s geboorte
80: Abram’s leeftijd wanneer Het Verbond is gesloten
430 jaren tot De Exodus
2.458 jaren in totaal

Je voegt dan twee jaar toe aan het bovenstaande 2.458 totaal voor hun tijd doorgebracht op de berg Sinaï, wat gelijk is aan 2.460. Ten slotte voeg je veertig jaar toe aan het totaal van 2.460 voor hun jaren doorgebracht in de wildernis. Dit komt in totaal op 2500 jaar. Dit is een Jubeljaar!

Er zijn 2.458 jaar vanaf de schepping van Adam tot de Exodus plus twee jaar, wat de tijd is die op de berg Sinaï wordt doorgebracht, gevolgd door de vloek in de wildernis van Paran, die veertig jaar zwerven met zich meebracht totdat ze het Beloofde Land binnengingen. Dit komt in totaal op 2500 jaar.

Als we 2.499 nemen en delen door negenenveertig hebben we eenenvijftig Jubel Cycli. Elke Jubelcyclus duurt negenenveertig jaar, zoals we in de volgende hoofdstukken gaan leren.

Dit maakt dan het jaar 2500 N.S.108 (na de schepping) het vijftigste jaar van het jubileum.

Als je de datum gebruikt voor Terah die 130 is, dan moet je nog zestig jaar toevoegen aan de lopende telling.

108http://www.sightedmoon.com/?page_id=319

Wanneer je dit doet en dan de rest van de bekende chronologie optelt tot onze tijd, zul je zien hoe dit dan te veel jaren zou geven. Het zou betekenen dat we al in het Zevende Millennium zijn en dat de Messias al teruggekeerd moeten zijn. Zijn Wederkomst is nog niet gebeurd, dus dit is duidelijk onjuist. Dat gezegd hebbende, moet men concluderen dat Terah inderdaad zeventig jaar oud was en niet 130 jaar oud toen Abraham werd geboren.

Als ik de bekende chronologie zeg, bedoel ik de tijd die loopt van de Exodus (2.458 jaar) tot het vierde jaar van de heerschappij van koning Solomon (967 v.Chr.), wat in totaal 480 jaar was (I Koningen 6:1) + 967 jaar tot het jaar “0” bedroeg en vervolgens naar ons huidige jaar van 2019. Die allemaal gelijk zijn aan 5.924 jaar. We hebben nog zesentwintig jaar om het volgende jubeljaar in 2045 te bereiken, dus dit zou een totaal van 5.950 jaar zijn. En als we de extra 60 jaar optellen voor Terah die 130 is bij de geboorte van Abraham, dan is het totaal van 6010 jaar te veel. Sommige groepen promoten dat we in het jaar 6019 in het Gregoriaanse jaar 2019 zijn. Nogmaals, dit is te veel jaren in het 7e millennium en de Messias is nog niet gekomen. Dus dit gebruik van Terah die honderddertig was toen Abraham werd geboren, chronologisch werkt dit gewoon niet.

En, zoals ik je nog steeds wil illustreren, zijn er slechts 5.880 jaar in deze 120 Jubel Cycli. We hebben dan een enorme fout en we hebben er zeventig jaar te veel. Of als we Terah op 130-jarige leeftijd gebruiken, dan hebben we 130 jaar te veel. Maar we lopen hiermee voor op onszelf.

Let us now go back to the 400 years of mistreatment I previously made mention of. Eerder heb ik gezegd dat Isaac op tienjarige leeftijd gespeend was. Ik wil er ook op wijzen dat het feest die Abraham voor Izaäk gaf de allereerste Bar mitswa in de menselijke geschiedenis was. En vanaf zijn tiende begon Ismaël Izaäk en zijn nakomelingen te vervolgen.

8 Het kind werd groot en werd van de borst genomen. Op de dag dat Izak van de borst af was, richtte Abraham een grote maaltijd aan. 9 En Sara zag dat de zoon die Hagar, de Egyptische, Abraham gebaard had, aan het spotlachen was. 10 Toen zei zij tegen Abraham: Jaag deze slavin en haar zoon weg, want de zoon van deze slavin zal niet met mijn zoon, met Izak, erven. (Genesis 21:8-10)

We hebben Izaäk waar hij 2048 jaar na de schepping van Adam is geboren. Hij is pas tien jaar oud wanneer de mishandeling begint. Ons werd verteld dat ze 400 jaar lang mishandeld zouden worden en dat zou eindigen bij de Exodus, hetzelfde als de 430 jaar van Abraham. 2.048 (geboorte van Isaac) + 10 (leeftijd tot gespeend) + 400 (jaren voor vervolging) = 2.458 (hetzelfde totaal wat we voor Abraham berekenden).

De hele berekening klopt precies.

Wat meer is, Joshua vertelt over hoe ze van de opbrengst van het land aten, de dag na het Pesach – op dezelfde dag dat het Beweegoffer werd aangeboden – een zondag nota bene.

10 Terwijl de Israëlieten in Gilgal hun kamp hadden opgeslagen, hielden zij het Pesach op de veertiende dag van die maand, in de avond, op de vlakten van Jericho. 11 Zij aten de dag na het Pesach van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroosterd graan, op diezelfde dag. 12 Het manna hield de volgende dag op, nadat zij van de opbrengst van het land gegeten hadden. En de Israëlieten hadden geen manna meer, maar zij aten in dat jaar van de opbrengst van het land Kanaän. (Jozua 5:10-12)

Het jaar 2500 na de schepping was het Jubeljaar en alle geboden van Yehovah passen perfect in dit scenario. Het jaar dat Joshua het Beloofde Land binnenging, was een Jubeljaar en het vond 2500 jaar na de schepping van Adam plaats.

Hoofdstuk 16 | Hoe de Sabbats- en Jubeljaren Te Tellen

 

Sommige mensen zullen je vertellen dat de Jubelcycli precies vijftig jaar uit elkaar staan. Ze zijn ervan overtuigd dat elke vijftig jaar een jubileum is. En als zodanig denken ze ook dat je alleen maar hoeft te tellen in stappen van vijftig.

 

Maar klopt dit? En zo ja, hoe kunnen we het dan bewijzen of weerleggen?

 

Elk jaar hebben we een jaarlijkse herinnering over hoe de Sabbats- en Jubel Jaren te tellen. Tijdens deze jaarlijkse herinnering worden we er aan herinnerd waar precies we ons in de Jubelcyclus bevinden. Deze jaarlijkse herinnering wordt Shavuot genoemd (aka, Pinksteren, het Wekenfeest en het Feest van Shabua). Shabua is Hebreeuws voor zeven en er zijn zeven dagen in een week.

 

15 U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. 16 Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u Yehovah een nieuw graanoffer aanbieden. (Leviticus 23:15-16)

 

Deze twee verzen geven ons de opdracht om zeven weken te tellen vanaf het moment dat de omer, het nieuwe gerstoffer, naar de Tempel werd gebracht (d.w.z. vanaf de zondag na de wekelijkse sabbat).

 

Voor zover we de Omer tot Pinksteren moeten tellen, wordt ons in Leviticus 25 geboden op dezelfde manier te tellen tot het Jubeljaar. Vergelijk de twee delen in de Schrift en zie.

 

10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen.” (Leviticus 23:10)

 

11 “Hij moet de schoof voor het aangezicht van Yehovah bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:11)

 

15 U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. (Leviticus 23:15)

 

16 Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u Yehovah een nieuw graanoffer aanbieden. (Leviticus 23:16)

 

Het Eerste Beweegoffer van gerst wordt gedaan op de zondag tijdens de Dagen van Ongezuurde Broden. Het tweede Beweegoffer van twee gezuurde broden wordt dan vijftig dagen later gemaakt en wordt Shavuot genoemd en het is ook op een zondag; de eerste dag van de week.

 

Laten we nu eens lezen over de Sabbats- en Jubeljaren en vergelijken.

 

Houd in gedachten wat ik je al in Exodus heb laten zien:

 

10 U mag zes jaar uw land bezaaien, en de opbrengst ervan verzamelen, 11 maar in het zevende jaar moet u het met rust laten en het braak laten liggen, zodat de armen onder uw volk kunnen eten; en het overschot ervan kunnen de dieren van het veld eten. U moet hetzelfde doen met uw wijngaard en met uw olijfbomen. 12 Zes dagen moet u uw werk doen, maar op de zevende dag moet u rusten, zodat uw rund en uw ezel kunnen rusten, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling op adem kunnen komen. (Exodus 23:10-12)

 

Hier laat Yehovah je zien dat de manier waarop je telt voor de wekelijkse sabbat, die altijd, zonder uitzondering, op de zevende dag is, je ook telt voor de sabbatsjaren, die altijd, zonder uitzondering, op het zevende jaar is — de eerste vindt om de zeven dagen plaats en de laatste vindt om de zeven jaar plaats, maar beide in veelvouden van zeven.

 

3 Zes jaar mag u uw akker bezaaien, zes jaar mag u uw wijngaard snoeien en de opbrengst ervan inzamelen. 4 Maar in het zevende jaar moet het voor het land sabbat zijn, een periode van volledige rust, een sabbat voor Yehovah. Uw akker mag u niet bezaaien en uw wijngaard mag u niet snoeien. (Leviticus 25:3-4)

 

Het sabbatjaar is net als de wekelijkse sabbat. Het komt elk zevende jaar, zoals uurwerk en zonder pauze.

 

8 Verder moet u voor uzelf zeven sabbatsjaren tellen, zeven keer zeven jaar, zodat de perioden van de zeven sabbatsjaren negenenveertig jaar voor u zijn. 9 Dan moet u in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken. 10 U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie. 11 Elk vijftigste jaar moet jubeljaar voor u zijn. U mag dan niet zaaien, niet oogsten wat er na uw laatste oogst nog opkomt, en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken, 12 want het is jubeljaar. Het moet heilig voor u zijn. U mag van de akker eten wat hij uit zichzelf opbrengt. 13 In dit jubeljaar mag u terugkeren, ieder naar zijn eigen bezit. (Leviticus 25:8-13)

 

Het Jubeljaar komt op het eerste jaar in de volgende telling tot zeven of het eerste jaar in de telling tot het volgende sabbatjaar. Dus we tellen als volgt:

 

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 — dat is de sabbatdag en het sabbatjaar, want ze zijn identiek.

 

En we herhalen dit zeven keer zoals ons wordt geboden in zowel Leviticus 23 als 25:

 

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 7

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 14

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 21

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 28

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 35

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 42

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 49

 

En als we dan weer beginnen met tellen naar de volgende sabbat of het volgende sabbatjaar, tellen we ‘ … 47, 48, 49, 50 …’ Dat is ook het eerste jaar of ‘1’, gevolgd door ‘2, 3, 4 …’ zodat van de ene sabbat of het ene sabbatjaar naar het volgende slechts zeven jaar is. In precies dezelfde context is Pinksterdag de vijftigste dag en het is ook de eerste dag van de week in onze telling voor de volgende wekelijkse sabbat.

 

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 7

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 14

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 21

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 28

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 35

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 42

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 49

50, 2, 3, 4, 5, 6, 7                               Totaal van 7

 

Wanneer men ‘50’ invoegt en daarna vanaf ‘1’ beginnen te tellen, slagen ze er ten onrechte in om van een week van zeven dagen een heuse week van acht dagen te maken, terwijl het maar zeven dagen zou moeten zijn:

 

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 7

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 14

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 21

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 28

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 35

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 42

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7                 Totaal van 49

50, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7          Totaal van 8

 

Merk op hoe het nu in totaal acht is en niet zeven. En toch zou het slechts zeven per week moeten zijn. Dus door ‘… 48, 49, 50, 1, 2 …’ te tellen, heb je je vergist.

 

Wanneer u vanaf het Beweegoffer van de gerst tot Pinksteren telt, wordt dit het tellen van de Omer genoemd. Je moet elke dag tellen tot de vijftigste dag. We moeten de Omer tellen als een herinnering aan waar we ons in de Jubelcyclus bevinden. Je kunt de hele telling zien, samen met de psalmen die traditioneel worden gelezen voor elke dag tijdens het tellen van de Omer tot Pinksteren, in Bijlage C aan het einde van dit boek.

 

Het jaar 2014 zou bijvoorbeeld het vijfde jaar van de derde sabbatscyclus zijn. Er zijn zeven jaar in elke sabbatscyclus. Wanneer je de berekening correct uitvoert, ziet het er dan als volgt uit:

 

7 voor de 1e sabbatscyclus + 7 voor de 2e sabbatscyclus + 5 jaar dat is 2014 in de 3e sabbatscyclus = 19 jaar.

 

Het gebruik van het “dag-jaar-principe”, “jaar-dag-principe” of “jaar-voor-een-dag-principe” is een methode voor de interpretatie van bijbelse profetieën waarin het woord ‘dag’ in apocalyptische profetie symbolisch is voor een jaar van werkelijke tijd en vice versa.

 

34 Overeenkomstig het aantal dagen dat u dat land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult u uw ongerechtigheden dragen, veertig jaar lang, en u zult van Mij tegenstand ondervinden. (Numeri 14:34)

 

Bovendien wordt de profeet Ezechiël geboden om 390 dagen aan zijn linkerkant te liggen, gevolgd door zijn rechterkant gedurende veertig dagen, om het equivalent aantal jaren van straf op respectievelijk Israël en Juda te symboliseren:

 

4 “En u, ga op uw linkerzij liggen en leg daarop de ongerechtigheid van het huis van Israël. Zoveel dagen als u erop ligt, zult u hun ongerechtigheid dragen. 5 En Ík leg u de jaren van hun ongerechtigheid op overeenkomstig het aantal dagen: driehonderdnegentig dagen dat u de ongerechtigheid van het huis van Israël dragen zult. 6 Hebt u dit voltooid, dan moet u vervolgens op uw rechterzij gaan liggen. Dan zult u veertig dagen de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen. Voor elk jaar leg Ik u een dag op.” (Ezechiël 4:4-6)

 

Elk jaar als we het Pinksterfeest naderen of het aftellen naar deze Pinksterdag, hebben we een jaarlijkse herinnering aan waar we ons in de Jubelcyclus bevinden. Het is een jaarlijkse herinnering aan waar we ons bevinden in de chronologie van Yehovah.

 

Het jaar 2014 is het negentiende jaar in de Jubelcyclus en de negentiende dag als we de Omer tellen. De achttiende dag zou 2013 zijn. Elke dag dat de Omer wordt geteld, vertegenwoordigt een jaar in de Jubelcyclus. Op elke individuele dag van het tellen van de Omer, wordt een andere psalm gelezen in overeenstemming met die dag en bij uitbreiding voor dat jaar.

 

Terwijl ik over dit onderwerp ben, moet ik een van de bezwaren aanpakken die sommigen van u misschien aanvoeren.

 

Juda zegt dat de telling begint vanaf de dag na de Hoge Heilige Dag of op de eerste dag van het feest van Ongezuurde Broden – waardoor elke vijftigste dag zou plaatsvinden op Sivan 6.

 

Leviticus 23 zegt echter “vanaf de dag na de sabbat” en in deze context is “sabbat” Strong’s #7676 en duidt op de wekelijkse sabbat en niet op de Hoge Heilige Dag:

 

H7676 ?????? shabbâth shab-bawth’

 

Intensive from H7673; intermission, that is, (specifically) the Sabbath: (+ every) Sabbath.

 

If this was a High Holy Day such as the First Day of Unleavened bread, the word used would have been #7677 Sabbathown.

 

De opdracht om te beginnen met tellen tot ’50’ is effectief de dag na de wekelijkse sabbat en niet na de Hoge Heilige Dag. De enige uitzondering op deze regel zou zijn als diezelfde Hoge Heilige Dag op de wekelijkse sabbat zou vallen zoals het deed in Jozua 5:10 – dat is wat sommigen gebruiken om hun bewering te ondersteunen dat het na de Hoge Heilige Dag is.

 

Maar om dit te doen, moeten ze Leviticus 23 negeren, die stelt dat vanaf de dag na de zevende sabbat vijftig dagen zullen zijn:

 

15 U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. 16 Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u Yehovah een nieuw graanoffer aanbieden. (Leviticus 23:15-16)

 

Ons wordt geboden om met onze telling te beginnen na de zevende dag sabbat, waardoor de telling (en de vijftigste dag) altijd op de eerste dag van de week of zondag begint. De vijftigste dag is de eerste dag in de volgende telling tot de zevende dag Sabbat. Het vijftigste jaar is ook het eerste jaar in de volgende telling tot het volgende zevende jaar Sabbatsjaar. Het vijftigste jaar zal altijd hetzelfde jaar zijn als het eerste jaar in de volgende Jubelcyclus. Dit is de les die we leren van Pinksteren.

 

Concluderend bestaat elke Jubelcyclus uit 49 jaar. 120 Jubelcycli is dan 5880 jaar. Het jaar 2019 CE is gelijk aan het jaar 5855 na de schepping. Dit betekent dat we 26 jaar hebben tot het 120e Jubeljaar in 2045. Het jaar 2045 zou het 5881ste jaar zijn sinds de schepping van Adam.

Hoofdstuk 17 | Wanneer U het Land Binnengaat – Inzicht in de Volledige

Context Leidt Tot Beter Begrip109

 

Ik heb vaak de uitdrukking “Wanneer je het land binnenkomt …” gehoord in discussies over de toepasbaarheid op een specifiek Gebod. Ik heb eerder gesproken over onze logica die onze gehoorzaamheid in de weg staat. Zou het gebruik van deze redenering (nog) een ander voorbeeld kunnen zijn van ons die (weg) probeert te redeneren welke van de instructies van YHVH te gehoorzamen? Een goed voorbeeld hiervan is het sabbatsjaar. Moeten we de instructies met betrekking tot het sabbatjaar wel of niet bewaren? Is het alleen van toepassing op mensen die in Israël wonen of op iedereen? Laten we een gedetailleerd onderzoek doen naar deze al te vaak gebruikte uitdrukking en kijken welke conclusies we kunnen (trekken) en hoe (dit) vandaag in ons leven moet worden toegepast.

 

Het Geven van de Geboden

 

Om de zin te begrijpen, moeten we ervoor zorgen dat we rekening houden met de geschiedenis van de natie Israël toen de instructies via Mozes aan hen werden gegeven. Staat u mij toe een korte samenvatting te geven van de belangrijkste gebeurtenissen:

 

  1. Exodus – Het volk van Israël is slaven van de Egyptenaren in het land Egypte. Terwijl ze in Egypte worden gedwongen om de wetten van de farao te volgen en ze bezitten geen land. YHVH stuurt Mozes om hen uit slavernij te leiden en terug te brengen naar het land dat aan Abraham was beloofd. Tijdens dit proces van De Exodus worden zij het volk van YHVH en Hij geeft hen het feest van Pesach als herinnering aan dit keerpunt.

 

  1. Zonde in de Woestijn – Israël is nu veranderd in een vrije natie die de keuze heeft gekregen aan wie (het) zal gehoorzamen. Kort na de overwinning op de Egyptenaren wordt de natie geconfronteerd met een probleem met (haar) watervoorziening en zorgt YHVH voor hen via een wonder. Het is gedurende deze tijd dat zij hun eerste verordeningen ontvangen.

 

24 Toen morde het volk tegen Mozes, en zei: Wat moeten wij nu drinken? 25 Hij riep tot Yehovah, en Yehovah wees hem een stuk hout. Dat wierp hij in het water. Toen werd het water zoet. Daar heeft Hij het volk een verordening en een bepaling gegeven, en daar heeft Hij het op de proef gesteld. 26 Hij zei: Als u aandachtig luistert naar de stem van Yehovah, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, als u Zijn geboden gehoorzaamt en al Zijn verordeningen in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben Yehovah, uw Heelmeester. (Exodus 15:24-26)

 

Kort hierna hebben ze geen voedsel meer en zorgt Yehovah weer voor hen via het manna en de kwartels (Exodus 16:1-20). Gedurende deze tijd worden de instructies van de sabbat ook aan hen uitgelegd en ervaren ze uit eerste hand wat de (uitkomst) van ongehoorzaamheid is. Ze krijgen te horen dat de zevende rustdag een test voor hen zal zijn.

 

109 Met Toestemming van Schalk & Elsa Klee http://www.setapartpeople.com/enter-landunderstanding-full-context-leads-understanding

 

4 Toen zei Yehovah tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn instructie wandelt of niet. 5 En op de zesde dag moet het zó zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen. (Exodus 16:4-5)

 

Op de berg Sinaï kiest het volk van Israël ervoor om YHVH te gehoorzamen. Op de berg Sinaï geeft YHVH hun Zijn Torah en verordeningen – inclusief wetten op persoonlijk letsel, eigendomswetten, (het) sabbatjaar … de tabernakel en (het) priesterschap.

 

8 Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: ‘Alles wat Yehovah gesproken heeft, zullen wij doen!’ En Mozes bracht de woorden van het volk weer over aan Yehovah. (Exodus 19:8)

 

Voordat Mozes echter terugkeert met De Wet (Torah), is het volk al in opstand gekomen tegen YHVH en is het gouden kalf gemaakt. Nadat Mozes voor hen heeft ingegrepen, zijn ze gered. Wanneer ze het Beloofde Land bereiken, gebeurt het incident met de (twaalf) spionnen en zwerven ze veertig jaar rond voordat ze Het Land binnengaan vanwege hun ongeloof.

 

  1. Het land binnengaan – Zodra ze de Jordaan oversteken, nemen ze bezit van het land en krijgen ze de opdracht de inwoners van het land te verdrijven. Het land is verdeeld onder de stammen (Jozua 13) en nu zijn ze een vrije natie die (haar) eigen bezit bezit. Ze moeten nu ook voor hun eigen voedsel, onderdak en veiligheid zorgen. Jozua krijgt de instructies met betrekking tot de zes toevluchtsoorden van YHVH.

 

1 Verder sprak Yehovah tot Jozua: 2 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: ‘Wijs voor uzelf de vrijsteden aan waarover Ik door de dienst van Mozes met u gesproken heb, 3 zodat iemand die een doodslag heeft begaan, die iemand zonder opzet, niet met voorbedachten rade, om het leven heeft gebracht, daarheen kan vluchten, opdat ze voor u tot een toevlucht zijn tegen de bloedwreker.’” (Jozua 20:1-3)

 

Nadat ze zich in het Land hebben gevestigd, geeft YHVH hen rust van hun vijanden en na een toespraak van Jozua bevestigt de natie opnieuw dat ze YHVH zullen dienen (Jozua 24:14-28).

 

  1. Zonde & Ballingschap – De natie houdt zich echter niet aan Zijn geboden en binnenkort moeten ze door de rechters worden gered. De cyclus van zonde, berouw, redding en vrede herhaalt zich een paar keer. Uiteindelijk kiest de natie ervoor een koning over hen te laten regeren. Na drie koningen leidt dit tot een splitsing van de natie. Deze opstelling leidt hen uiteindelijk (in) naar afgoderij en vanwege het feit dat ze zondigen (inclusief het niet houden van zijn sabbatjaren) belanden ze in ballingschap en ontvangt het land zijn rust.

 

  1. Terugkeer Naar het Land – Ze keren terug naar het land van YHVH, maar niet als een vrije natie. Ze zijn een vessel natie die wordt geregeerd door veel verschillende naties. In de periode ontdekken ze echter opnieuw het Boek van de Wet en kiezen ze ervoor om de wetten van YHVH te implementeren, inclusief de Feesten.

 

Ezechiël 20

 

Waarom is dit allemaal belangrijk? Wanneer de oudsten van de ballingschap bij Ezechiël komen informeren, zegt Yehovah tegen Ezechiël dat hij hen niet moet antwoorden. In de uitleg aan hen vertelt Yehovah deze geschiedenis aan hen. Hij legt uit dat Hij hun statuten en verordeningen bij verschillende gelegenheden had gegeven.

 

  • Verblijf in Egypte (Ezechiël 20:5-10)
  • 1e periode in de wildernis (Ezechiël 20:11-17)
  • 2e periode in de wildernis (Ezechiël 20:18-26)
  • Nederzetting in het land (Ezechiël 20:27-29)
  • Periode Ballingschap & (de) Toekomst (Ezechiël 20:30-44)

 

Hier hebben we bevestiging van Yehovah dat Hij hun zijn verordeningen meer dan eens gaf:

 

11 “Ik gaf hun Mijn verordeningen en maakte hun Mijn bepalingen bekend: de mens die ze doet, zal erdoor leven. 12 Ook heb Ik hun Mijn sabbatten gegeven, om een teken te zijn tussen Mij en hen, zodat zij zouden weten dat Ik Yehovah ben Die hen heiligt.” (Ezechiël 20:11-12)

 

19 “Ik ben Yehovah, uw God: ga in Mijn verordeningen, neem Mijn bepalingen in acht en houd die. 20 Heilig Mijn sabbatten, zodat ze tot een teken zijn tussen Mij en u, zodat u weet dat Ik, Yehovah, uw God ben.” (Ezechiël 20:19-20)

 

Waarom moest Hij dit doen? Vanwege het feit dat de vaders hun kinderen Zijn statuten niet onderwezen … Yehovah heeft hen de statuten opnieuw geleerd.

 

18 “Ik zei tegen hun kinderen in de woestijn: ‘Ga niet in de verordeningen van uw vaderen, neem hun bepalingen niet in acht en verontreinig u niet met hun stinkgoden.’” (Ezechiël 20:18)

 

Dit gedeelte in Ezechiël is de sleutel om te begrijpen waarom bepaalde wetten worden herhaald in de Boeken van Mozes. Wat zei Mozes, waarom legde hij deze geboden aan de natie uit tijdens de tweede periode in De wildernis zoals het is beschreven door Ezechiël?

 

5 “Zie, ik heb u de verordeningen en bepalingen geleerd, zoals Yehovah, mijn God, mij geboden heeft; om zo te handelen in het midden van het land waarin u zult komen om het in bezit te nemen.” (Deuteronomium 4:5)

 

“Wanneer je het land binnenkomt …”

 

Het eerste gebruik van de zin wordt eigenlijk gegeven vóór het begin van de Exodus. Het wordt dan gebruikt in verwijzing naar het Feest van Pesach (Pasen).

 

25 “En het zal gebeuren, als u in het land komt dat Yehovah u geven zal, zoals Hij gesproken heeft, dan moet u deze dienst in acht nemen. 26 En het zal gebeuren, als uw kinderen tegen u zullen zeggen: Wat betekent deze dienst voor u? 27 dat u moet zeggen: ‘Dit is een Pesach-offer voor Yehovah, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde.’” Toen knielde het volk en boog zich neer. (Exodus 12:25-27)

 

De meeste voorvallen van deze zin komen voor in het boek Leviticus (met betrekking tot) de eerste generatie in De Wildernis vóór het tellen of het incident met de twaalf spionnen. (Leviticus 14:34-35, 19:23-25, 23:10, 25:2) Het komt ook voor in Numeri ( 15:2, 34:2) en Deuteronomium (18:9-11, 26:1-2)

 

Deze zin kan in de Bijbel worden gebruikt om twee verschillende dingen aan te duiden:

 

  • Welke wetten (te) volgen als een vrije natie die (haar) eigen land bezit.
  • Wetten die YHVH vond dat Hij ze moest herhalen.

 

Laten we nu alle Schriftplaatsen vergelijken voor De Geboden die worden voorafgegaan door … “Wanneer u het land binnengaat.”

 

Referentie Instructie Nieuw Landeigenaar Vorige referentie
 

 

 

Exodus 12:25:27

Wanneer u het land binnengaat dat YHVH u zal geven, zoals Hij heeft beloofd, zult u dit ritueel in acht nemen. En wanneer uw kinderen tegen u zeggen: “Wat betekent dit ritueel voor u?”, Zult u zeggen: “Het is een Pesach-offer voor YHVH dat de huizen van de zonen van Israël in Egypte passeerde toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen bleven gespaard.'”  

 

 

Ja

 

 

 

 

Nee

 

 

 

Leviticus 14:34-35

Wanneer u het land Kanaän binnengaat, dat ik u als bezit geef, en ik een teken van melaatsheid op een huis in het land van uw bezit zet, dan zal degene die het huis bezit komen en de priester vertellen, zeggende: ‘Zoiets als een teken van melaats-heid is voor mij zichtbaar in het huis.'”  

 

 

 

 

Ja

 

 

 

 

 

Ja

 

 

 

Leviticus 19:23-25

Wanneer je het land binnenkomt en allerlei bomen plant voor voedsel, dan zul je hun vruchten als verboden beschouwen. Drie jaar zal het u verboden zijn; het zal niet gegeten worden. Maar in het vierde jaar zal al zijn vrucht heilig zijn, een lofoffer aan YHVH. In het vijfde jaar eet je van zijn vrucht, zodat de  opbrengst ervan voor jou kan toenemen; Ik ben YHVH, jouw Elohim.”  

 

 

 

Ja

 

 

 

 

Ja

 

 

Leviticus 23:10

Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen.”  

 

Nee

 

 

Ja

 

 

Exodus 23:16

 

 

 

Leviticus 25:2-7

“Wanneer u in het land komt dat Ik u zal geven, dan zal het land een sabbat hebben voor YHVH. Zes jaar zult u uw veld zaaien, en zes jaar zult u uw wijngaard snoeien en in zijn oogst verzamelen, maar gedurende het zevende jaar zal het land een sabbatsrust hebben, een sabbat voor YHVH; je zult je veld niet zaaien of je wijngaard snoeien.”  

 

 

No

 

 

 

Yes

 

 

 

Exodus 23:10

 

 

 

 

Numeri 15:2

Wanneer u het land betreedt waar u gaat wonen, dat ik u geef, breng dan een vuuroffer aan YHVH, een brandoffer of een offer om een speciale gelofte te vervullen, of als een vrijwillig offer of op de door u vastgestelde tijden, om een rustgevend aroma te maken voor YHVH, van de kudde of van de kudde.”  

 

 

 

Nee

 

 

 

 

Nee

 

 

 

 

Leviticus 1:2

 

 

Numeri 15:18-19

“Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: ‘Als u gekomen bent in het land waarheen Ik u breng, en het gebeurt dat u van het brood van het land eet, dan moet u YHVH een hefoffer brengen.’”  

 

No

 

 

Ja

 

 

Leviticus 2:1

 

 

Numeri 34:2

“Gebied de Israëlieten en zeg tegen hen: ‘Wanneer u het land Kanaän binnenkomt, zal dit het land zijn dat u als erfelijk bezit toevalt, het land Kanaän wat zijn grenzen betreft:’”  

 

Ja

 

 

Ja

 

 

 

 

 

Deuteronomium 17:14-17

Wanneer u het land binnengaat dat YHVH uw Elohim u geeft, en u bezit het en leeft erin, en u zegt:” Ik zal een koning over mij stellen zoals alle volken om mij heen “, zult u zeker een koning stellen over u die YHVH uw Elohim kiest, uit uw landgenoten zult u als koning over uzelf stellen; u mag geen vreemdeling over uzelf zetten die niet uw landgenoot is. Bovendien zal hij geen paarden voor zichzelf vermenigvuldigen, noch zal hij ervoor zorgen dat het volk naar Egypte terugkeert om paarden te vermenigvuldigen, aangezien YHVH tot u heeft gezegd: “U zult nooit meer op die manier terugkeren.”  

 

 

 

 

 

Ja

 

 

 

 

 

 

Ja

Deuteronomium 18:9-11

Wanneer u het land binnengaat dat YHVH uw Elohim u geeft, zult u niet leren de verfoeilijke dingen van die naties na te volgen.”  

 

Nee

 

 

Nee

 

 

Deuteronomium 12:29-31

Deuteronomium 26:1-2

“Dan zal het zijn, wanneer u het land binnengaat dat YHVH uw Elohim u als erfdeel geeft, en u bezit het en leeft erin, dat u een aantal van de eerste van alle opbrengst van de grond zult nemen die u binnenbrengt uw land dat de YHVH uw Elohim u geeft, en u zult het in een mand leggen en gaan naar de plaats waar YHVH uw Elohim ervoor kiest om Zijn naam te vestigen.”  

 

 

 

 

Nee

 

 

 

 

 

Ja

Deuteronomium 16:10

 

Wat zijn op basis van deze feiten de logische conclusies die we kunnen trekken?

 

  • Nieuwe geboden worden niet altijd achter de zin gegeven.
  • Niet alle (van de) geboden gegeven na de zin (hebben betrekking op) land of eigendom van onroerend goed (Pesach-viering en het geven van het           offer).
  • (Meer dan) de helft van de geboden (met) de zin (werden) eerder gegeven zonder de zin.

 

Daarom moet de conclusie eenvoudig zijn dat de Geboden die deze zin volgen breder van toepassing kunnen zijn dan wanneer u in het land Israël woont.

 

Draai je het argument de andere kant op, worden alle geboden waarvoor grondbezit is vereist, voorafgegaan door (deze) zin? Nee, sommige verzen met betrekking tot planten, zaaien en oogsten (maken) geen enkele verwijzing naar deze zin:

 

9 “Wanneer u nu de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. 10 U mag ook uw wijngaard niet nalopen en de afgevallen druiven van uw wijngaard niet oprapen. U moet ze voor de arme en voor de vreemdeling achterlaten. Ik ben Yehovah, uw God. (Leviticus 19:9-10)

 

 

19 “U moet Mijn verordeningen in acht nemen. Van uw dieren mag u niet twee verschillende soorten laten paren, uw akker mag u niet met twee verschillende soorten zaad inzaaien, en een bovenkleed uit twee verschillende soorten stof vervaardigd, mag u niet dragen.” (Leviticus 19:19)

 

Moeten we deze instructies bewaren?

 

15 “Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.” (Johannes 14:15)

 

Elke afzonderlijke instructie in de Thora werd aan Israël gegeven – een vrije natie – voor wanneer ze in Het Land zijn. De hele Torah is gegeven als instructies tot gerechtigheid. Sommige instructies kunnen gemakkelijker worden gevolgd dan andere. We hebben zelfs instructies die we op dit moment helemaal niet kunnen volgen. Instructies met betrekking tot de tempel en het Levitische priesterschap zijn op dit moment bijvoorbeeld niet van toepassing, omdat er geen Tempel is.

 

We moeten doen wat we kunnen en zo goed als we kunnen. Dit betekent eenvoudig dat we alles moeten doen wat voor ons fysiek mogelijk is. Kun je de sabbat overal vieren? Ja natuurlijk. Moet je naar Jeruzalem gaan voor de drie bedevaartfestivals? Ja. Het wordt opgedragen. Is het mogelijk voor elke gelovige om dit te doen? Nee. Vanwege financiële beperkingen zou het niet voor elke gelovige mogelijk zijn, maar dat stelt het gebod niet buiten werking.

 

Yehovah kent en test onze harten. Hij zal weten of het fysiek mogelijk voor u was om te doen (en of) u bewust koos om ongehoorzaam te zijn of Zijn geboden (in plaats daarvan) uw tweede of derde prioriteit te maken.

 

We moeten niet proberen de geboden weg te redeneren, maar deze (zelfde) energie te gebruiken om de beste manier voor ons te vinden om de geboden te houden. We moeten ons afvragen of we in staat zijn en als het antwoord ja is, dan moeten we het doen. Zo niet, wat kan ik doen om me dichter bij de plaats of positie te brengen waar ik kan? Misschien kan ik niet voor alle drie de feesten gaan, maar als ik mijn geld voor ‘vakantie’ (Heilige Dag – Zijn Apart Gezette Dagen) bewaar, kan ik één keer per jaar of eens in de twee jaar gaan. We kunnen geld besparen om naar mooie warme en zonnige badplaatsen te gaan (waarschijnlijk niet heilig of apart gezet), maar we redeneren dat Israël tijdens De Feesten gewoon te duur is. Dit soort redeneringen onthult de ware bedoeling van ons hart.

 

Moet ik het sabbatjaar houden? Ja, Exodus 23:10 en Leviticus 25: 2 vertellen je dat je zou moeten. Het betekent niet dat het gemakkelijk is om het te doen, maar toch moet je de beste manier vinden. Als je weet wat de geboden zijn, kun je manieren bestuderen om een jaar te overleven zonder iets te eten dat uit het land is voortgekomen. Je zult misschien verrast zijn door de andere interessante dingen die je onderweg leert. Net zoals we onze week zo plannen dat we niet op Sabbat hoeven te werken of te winkelen, dus we kunnen zes jaar plannen dat het land een jaar kan rusten. Het draait allemaal om (je niveau van) betrokkenheid en de intenties van (je) hart. Hoeveel hou je van Yehovah? Vergeet niet dat Johannes 14:15 niet verwijst naar “sommige van Mijn geboden”.

 

Het veranderen van (uw) houding verandert het gebod niet, maar (u) komt er  dichterbij.

 

Het is heel eenvoudig. Als je op een of andere manier een gebod kunt doen, moet je dat doen. Yehovah zal je hart en je inspanning kennen, of het gebrek daaraan. Redeneer de instructies van Yehovah niet weg. Doe wat Hij van je verlangt zo goed mogelijk en zo goed als je kunt!

 

10 “Ik, Yehovah, doorgrond het hart, beproef de nieren, en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen, overeenkomstig de vrucht van zijn daden.” (Jeremia 17:10)

 

3 Want dit is de liefde tot Yehovah, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last. (1 Johannes 5:3)

 

21 Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. (Johannes 14:21)

 

3 “En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen.” (1 Johannes 2:3)

 

Ik wil nu de tijd nemen om te stoppen en Schalk en Elsa te bedanken voor de bovenstaande leer en voor hun steun aan de geboden van Yehovah, waar het houden van het sabbatjaar er één van is. “Dank je!”

 

Ik wil jullie ook allemaal een vraag stellen: Hoeveel Torahs zijn er?

 

Judah zegt dat je alleen de Noahide-wetten hoeft te houden en niet de Tien Geboden.

 

Toch wordt ons in Leviticus verteld:

 

2 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: ‘Wanneer u gekomen bent in het land dat Ik u geven zal, dan moet het land rust krijgen, een sabbat voor Yehovah.’” (Leviticus 25:2)

 

Zoals Schalk en Elsa zojuist dit zo duidelijk en inzichtelijk hebben uitgelegd, is dit niet alleen voor wanneer je in Het Land bent, het is voor iedereen, overal.

 

Als iemand hetzelfde argument zou gebruiken dat de mensen die onderwijzen tegen het houden van de sabbatsjaren buiten het land van Israël, gebruiken en hoe ze zeggen dat ze zijn voor het houden van de sabbat- en jubeljaren alleen wanneer je in het land bent, dan zou dezelfde redenering onveranderlijk ook gelden voor:

 

23 “Wanneer u in het land komt… “ (Leviticus 19:23)

 

En dan, een paar verzen later, krijgen we de instructie:

 

26 “U mag niets eten met het bloed er nog in. U mag niet aan wichelarij doen en u mag geen wolken duiden.” (Leviticus 19:26)

 

Dat gezegd hebbende, als men deze redenering tot zijn onvermijdelijke conclusie zou volgen, zou men niet alleen moeten concluderen dat men de Sabbatjaren niet buiten Het Land hoeft te houden, maar ook dat wanneer men niet in Het Land is, het als toelaatbaar wordt beschouwd in het zicht van Yehovah om vlees te eten met het bloed er nog in en om te overleggen met waarzeggers en tovenaars terwijl je bezig bent. We kunnen toch duidelijk de dwaasheid zien die zou voortvloeien uit het volgen van deze logica. Het enige wat we hoeven te  doen is herinneren hoe Yehovah met Saul omging toen hij de Heks van Endor raadpleegde (1 Samuël 28). Toch is dit hun logica. Nog verder glijdend over deze gladde helling vinden we:

 

27 U mag de zijkanten van uw hoofd niet afscheren en de randen van uw baard mag u niet weghalen. (Leviticus 19:27)

 

Wat betekent dat als we niet in het land Israël zijn, we de hoeken van onze hoofden en baarden kunnen afronden, wat wordt gedaan voor de aanbidding van de doden.

 

28 U mag vanwege een dode geen inkerving in uw lichaam maken en geen tatoeages bij uzelf aanbrengen. Ik ben Yehovah. (Leviticus 19:28)

 

Opnieuw met hetzelfde argument, kunnen we ons vlees voor de doden snijden en alle tatoeages doen die we willen als we niet in Het Land zijn.

 

29 U mag uw dochter niet schenden door haar hoererij te laten bedrijven, zodat het land geen hoererij bedrijft en het land niet met schandelijk gedrag vervuld wordt. (Leviticus 19:29)

 

Maar wanneer we niet in het Land zijn, kunnen we onze dochters laten hoereren en het is OK omdat we niet in het Land zijn en deze opdracht is alleen van toepassing op degenen die zich in het Land van Israël bevinden.

 

30 Bewaak Mijn Sabbatten en heb eerbied voor Mijn heiligdom. Ik ben Yehovah. (Leviticus 19:30)

 

En omdat we niet in het land zijn, hoeven we de Sabbat of de Heilige Dagen niet te houden.

 

31 U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben Yehovah, uw God. (Leviticus 19:31)

 

Is Yehovah alleen onze Elohim wanneer we in het land Israël zijn?

 

Ik hoop dat je nu, op een schaal die veel groter is dan ooit tevoren, duidelijk de dwaasheid van dit argument kunt zien, dat beweert dat je de sabbat- en jubeljaren niet hoeft te houden omdat het ‘alleen’ is voor wanneer je in het land Israël bent.

 

Ik vraag het je nogmaals – hoeveel Torah’s zijn er?

 

Er is maar één Torah voor zowel de Israëliet en de vreemdeling. Eén Torah! Eén Torah voor Aziaten, Indiërs, Afro-Amerikanen, Hispanics en mensen van Kaukasische Europese afkomst – om er maar een paar te noemen.

 

Er is slechts één Torah geweest voor alle volkeren van de aarde en het is dezelfde Torah. Punt.

 

49 Eén Torah is er voor de ingezetene en voor de vreemdeling die te midden van u verblijft. (Exodus 12:49)

Hoofdstuk 18 | Hoe de Sabbat- en Jubeljaren Volgens Onze Chronologie Te Verklaren Zijn

 

Ik heb met je gesproken over de Sabbatjaren gedurende dit hele boek. Maar je vraagt je waarschijnlijk af wanneer degenen die gekomen en gegaan zijn, wanneer de volgende zal plaatsvinden en hoe het te weten of hoe het te bewijzen, want dit is wat we allemaal moeten doen.

 

Er is veel verwarring over de Sabbatjaren en het is vanwege deze verwarring dat de meesten van ons vandaag de dag niet in staat zijn om erachter te komen. Ik zal de valse leraren en hun valse leringen binnenkort blootleggen, maar om de waarheid te vinden voordat deze werd vervalst, moet men teruggaan in de tijd naar een bron die zeker en waar is. Men moet teruggaan naar de Schrift zelf en naar de eigen woorden van Yehovah die door Hemzelf zijn gesproken. Vanaf dit punt kunnen we dan vooruit (en achteruit) gaan om te weten wanneer de sabbats- en jubeljaren waren en welke nog moeten komen.

 

Gerespecteerde chronoloog, Edwin R. Thiele schreef het boek, The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings.110 Daarin stelt hij dat er in de hele Hebreeuwse chronologie slechts twee datums zijn die door externe bronnen kunnen worden bevestigd.

 

In het Oude Testament worden geen absolute datums gegeven voor de Hebreeuwse koningen en het wordt een echte Berean’s taak om, als hij of zij kan, een absolute datum in de geschiedenis van Israël vast te stellen die kan worden gebruikt als een startplaats om andere datums vast te stellen in het gewenste chronologische schema. Iemands enige hoop om dit te doen in de gevallen waarin historische hiaten bestaan die niet kunnen worden verklaard, is om een kruisend hoofdcontactpunt te isoleren waar de Hebreeuwse geschiedenis correleert met zekerheid met de geschiedenis van een ander land waarvan de chronologie, voor een bepaalde ruimte en tijd is bekender.

 

In de vroege geschiedenis van de Hebreeuwse monarchieën waren de twee meest goed gedocumenteerde voorbeelden hiervan eerst de Assyriërs en de Babyloniërs. Gelukkig voor ons zijn de chronologieën van deze twee landen met betrekking tot de perioden waar we ons het meest mee bezig zullen houden zeer grondig vastgesteld.111

 

Een daarvan is de slag om Qarqar in 853 v.Chr. waarin koning Achab stierf. Dit verhaal is te vinden in I Koningen 22. De reden dat deze datum belangrijk is, is vanwege tegen wie Achab vecht. Hij en zijn regiment vochten tegen Assyrië.

 

Assyrische chronologie die teruggaat tot het begin van de 9e eeuw voor Christus. rust op een zeer betrouwbare en uitzonderlijk solide basis. Alle benodigdheden voor een goede chronologie zijn aanwezig. Daarom hebben wetenschappers een degelijk chronologisch systeem kunnen bedenken voor de natie Assyrië.112

 

 

110 http://www.amazon.com/Mysterious-Numbers-Hebrew-Kings/dp/082543825X

111 Edwin R. Thiele, The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings; p.67

112 Edwin R. Thiele, The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings; p.67

De enige andere datums die aansluit bij andere chronologieën is 701 v.Chr. wanneer koning Sanherib Juda aanvalt in het veertiende jaar van de regering van koning Hizkia.

 

Een solide gelijktijdigheid tussen Juda en Assyrië waarin ons patroon van Hebreeuwse data zou kunnen beginnen is 701 v.Chr. Het is een absoluut vaste datum in de Assyrische geschiedenis en is het jaar waarin koning Sanherib, in zijn derde campagne, “tegen het Hettitische land” (Aram) ging en liet koning Hizkia de Jood zwijgen … als een gekooide vogel in Jeruzalem, zijn koninklijke stad. Dit vond plaats in het veertiende jaar van de regering van koning Hizkia (2 Koningen 18:13), dat wil zeggen in het jaar 701 v.Chr. 113

 

De Assyriërs hielden zich aan een praktijk van benoeming tot het kantoor van Eponiem, of Limmu, een hoge functionaris van het hof, zoals de gouverneur van een provincie of de koning zelf. De Limmu bekleedde een kalenderjaar en kreeg dat jaar de naam van de persoon die vervolgens de positie van Limmu bekleedde.114

 

Uit de ruïnes van Nineve hebben we vier Assyrische chronologieën genaamd Eponiem, waarmee we kunnen dateren vanaf 911 v.Chr. – 701 v.Chr. – die elkaar overlappen.

 

We hebben ook zeven Assyrische chronologieën, Limmu-lijsten genoemd, die de jaren van 891 v.Chr. – 648 v. Chr. bestrijken en ze hebben ook astronomische gebeurtenissen die kunnen worden gebruikt om de exacte tijd in de geschiedenis te bepalen dat een gebeurtenis zelf plaatsvond en de koning die toen bestond.

 

Er zijn ook twee andere documenten bekend als de Khorsabad King List van Sargon en de SDAS King List die niet alleen met elkaar in overeenstemming zijn, maar ook in overeenstemming zijn met de eerder genoemde Eponiem en Limmu-lijsten.

 

En als het bovenstaande niet genoeg is, kunnen we aan dit alles de Canon van Ptolemaeus toevoegen, een chronologie van Babylonische, Perzische en Griekse koningen van 747 v.Chr. – 161 n. Chr. Maar zelfs dit is nog niet het alles. Ptolemaeus schreef ook meer dan tachtig astronomische registraties (aka, observaties) – inclusief hun data en hun relatie met de heersers op dat moment. Deze astronomische registraties kunnen vervolgens worden gebruikt om de nauwkeurigheid van de lijst met koningen te controleren en te bevestigen wanneer ze regeerden in de menselijke geschiedenis.

 

Alleen met deze lijsten met chronologieën, teruggevonden in de ruïnes van Nineve, kunnen we een betrouwbaar chronologisch vermelding hebben van elke van de Hebreeuwse koningen.

 

Het hebben van de lijsten van Assyrische heersers is echter alleen van belang wanneer we er een of meer Israëlische koningen mee kunnen verbinden en, opmerkelijk genoeg, is dit gedaan met de Slag om Qarqar en de Assyrische aanval op koning Hizkia. Met uitzondering van deze twee gebeurtenissen die rechtstreeks aansluiten op de bekende Assyrische chronologie, zouden we geen data hebben waarop we de koningen van Israël kunnen rekenen, want ze hebben ons geen gegevens nagelaten.

 

Waarom, zo vraagt u zich misschien af, is dit belangrijk?

 

Ten eerste is de bovenstaande verwijzing met betrekking tot de aanval van koning Sanherib op koning Hizkia vastgelegd in de Assyrische chronologieën. Deze vermelding is een absoluut referentiejaar en vanaf dat jaar kunnen we bepalen wanneer alle andere koningen van Israël regeerden. We zouden ook de Slag om Qarqar kunnen gebruiken, maar die voor Hizkia is veel belangrijker voor ons in de context van de Sabbats- en Jubeljaren.

 

 

113 Edwin R. Thiele, The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings; p.78

114 Edwin R. Thiele, The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings; p.68

 

In dit goed gedocumenteerde verslag, waarvan ik eerder heb geciteerd, ging koning Sanherib in zijn derde campagne ‘tegen het Hettitische land Aram en liet Hizkia de Jood zwijgen… als een gekooide vogel in Jeruzalem, zijn koninklijke stad. ‘Dit vond plaats in het veertiende jaar van de regering van koning Hizkia (2 Koningen 18:13). Dit is het jaar 701 v.Chr.

 

Zoals ik ook al eerder zei, maar meer in het algemeen, 701 v.Chr. is een absolute chronologische benchmarkdatum in de geschiedenis. Het is onweerlegbaar. Het is onbeschrijflijk bewijsbaar. Dit wetende, laten we nu lezen over de gebeurtenissen die hebben geleid tot deze dramatische gebeurtenis.

 

1 Het gebeurde nu in het derde jaar van Hosea, de zoon van Ela, de koning van Israël, dat Hizkia koning werd, de zoon van Achaz, de koning van Juda. 2 Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde negenentwintig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Abi, de dochter van Zacharia. 3 Hij deed wat juist was in de ogen van Yehovah, overeenkomstig alles wat zijn vader David gedaan had. 4 Hij nam de offerhoogten weg, sloeg de gewijde stenen in stukken en hakte de gewijde palen om. Hij verbrijzelde ook de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de Israëlieten er tot die tijd toe reukoffers aan gebracht hadden; men noemde hem Nehustan. 5 Hij vertrouwde op Yehovah, de God van Israël, zodat er na hem zijns gelijke niet was onder alle koningen van Juda, en ook niet onder hen die er vóór hem geweest waren. 6 Want hij hield zich vast aan Yehovah; hij week er niet van af Hem na te volgen, en hij nam Zijn geboden in acht, die Yehovah Mozes geboden had. 7 Yehovah was met hem. Overal waarheen hij uittrok, handelde hij verstandig. Bovendien kwam hij in opstand tegen de koning van Assyrië en diende hem niet meer. 8 Hij was het die de Filistijnen versloeg, tot Gaza toe, en de bijbehorende gebieden veroverde, van de wachttoren af tot de versterkte steden toe. (2 Koningen 18:1-8)

 

13 In het veertiende jaar van koning Hizkia trok Sanherib, de koning van Assyrië, op tegen alle versterkte steden van Juda en nam ze in. 14 Toen stuurde Hizkia, de koning van Juda, deze boodschap naar de koning van Assyrië, naar Lachis: “Ik heb gezondigd, keer van mij af; wat u mij zult opleggen, zal ik dragen.” Toen legde de koning van Assyrië Hizkia, de koning van Juda, driehonderd talent zilver en dertig talent goud op. 15 Hizkia gaf al het zilver dat in het huis van Yehovah gevonden werd, en in de schatkamers van het huis van de koning. (2 Koningen 18:13-15)

 

16 In die tijd sneed Hizkia het goud af van de deuren en de deurposten van de tempel van Yehovah. Hizkia, de koning van Juda, had die met goud laten overtrekken. Hij gaf dat goud aan de koning van Assyrië. 17 Maar de koning van Assyrië stuurde de opperbevelhebber, de bevelhebber van de hofhouding en de commandant van Lachis naar Jeruzalem, naar koning Hizkia, met een sterke legermacht. Zij trokken op en kwamen naar Jeruzalem. Nadat zij opgetrokken en daar aangekomen waren, stelden zij zich op bij de waterloop van de bovenvijver, op de hoofdweg naar het Blekersveld. (2 Koningen 18:16-17)

 

18 Toen zij om de koning riepen, ging Eljakim, de zoon van Hilkia, het hoofd van de hofhouding, de stad uit naar hen toe, met Sebna, de schrijver, en Joah, de zoon van Asaf, de kanselier. 19 Daarop zei de commandant tegen hen: “Zeg toch tegen Hizkia: ‘Dit zegt de grote koning, de koning van Assyrië:’ “Wat is dit voor vertrouwen dat u koestert? 20 U zegt (maar het is lippentaal): Er is beraad en gevechtskracht voor de oorlog. Op wie stelt u nu uw vertrouwen, dat u tegen mij in opstand komt? 21 Nu, zie, u vertrouwt voor uzelf op die geknakte rietstaf, op Egypte. Maar als iemand daarop leunt, dringt hij in zijn hand en doorboort die. Zo is de farao, de koning van Egypte, voor allen die op hem vertrouwen. 22 En als u tegen mij zegt: ‘Wij vertrouwen op Yehovah, onze God’ – is Hij het niet van Wie Hizkia de offerhoogten en altaren verwijderd heeft? En heeft Hizkia niet tegen Juda en tegen Jeruzalem gezegd: ‘Voor dit altaar in Jeruzalem moet u zich neerbuigen?’ 23 Welnu, ga toch een weddenschap aan met mijn heer, de koning van Assyrië: ik geef u tweeduizend paarden, als u van uw kant daarvoor de ruiters kunt leveren!” (2 Koningen 18:18-23)

 

24 “En hoe zou u ooit een aanval kunnen keren van een enkele landvoogd van de geringste dienaren van mijn heer? U vertrouwt voor uzelf echter op Egypte vanwege zijn strijdwagens en vanwege zijn ruiters. 25 Nu dan, ben ik buiten de wil van Yehovah tegen deze plaats opgetrokken om die te gronde te richten? Yehovah heeft tegen mij gezegd: ‘Trek op tegen dit land en richt het te gronde!’” 26 Toen zeiden Eljakim, de zoon van Hilkia, Sebna en Joah tegen de commandant: “Spreek toch Aramees tegen uw dienaren, want dat verstaan wij. Spreek met ons geen Judees ten aanhoren van het volk dat op de stadsmuur is.” 27 Maar de commandant zei tegen hen: “Heeft mijn heer mij alleen naar uw héér en naar ú gestuurd om deze woorden te spreken? Is het ook niet naar de mannen die daar op de muur zitten, om hun te zeggen dat zij met u hun eigen uitwerpselen zullen eten en hun eigen urine drinken?” (2 Koningen 18:24-27)

 

28 En de commandant stelde zich op, riep met luide stem in het Judees, en hij sprak en zei: “Luister naar de woorden van de grote koning, de koning van Assyrië!” 29 Dit zegt de koning: “Laat Hizkia u niet bedriegen, want hij zal u niet uit zijn hand kunnen redden. 30 Laat Hizkia u ook niet doen vertrouwen op Yehovah door te zeggen: ‘Yehovah zal ons zeker redden, en deze stad zal niet gegeven worden in de hand van de koning van Assyrië.’” 31 “Luister niet naar Hizkia”, want dit zegt de koning van Assyrië: “Geef u aan mij over, kom de stad uit, naar mij toe. Dan mag ieder eten van zijn eigen wijnstok en ieder van zijn eigen vijgenboom, en ieder water drinken uit zijn eigen put, 32 totdat ik kom en u meevoer naar een land als uw eigen land, een land van koren en nieuwe wijn, een land van brood en wijngaarden, een land van olijven, van olie en van honing. Dan zult u leven en niet sterven. Luister niet naar Hizkia, want hij misleidt u door te zeggen: ‘Yehovah zal ons redden.’ 33 Hebben de goden van de volken ieder zijn eigen land ooit gered uit de hand van de koning van Assyrië?” (2 Koningen 18:28-33)

 

34 “Waar zijn de goden van Hamath en Arpad? Waar zijn de goden van Sefarvaïm, Hena en Ivva? Hebben zij Samaria soms uit mijn hand gered?  35 ‘Wie onder al de goden van de landen zijn er die hun land uit mijn hand gered hebben? Zou Yehovah dan wél Jeruzalem uit mijn hand redden?’” 36 Maar het volk zweeg en antwoordde hem met geen woord, want het gebod van de koning was dit: “U mag hem niet antwoorden.” 37 Toen kwam Eljakim, de zoon van Hilkia, het hoofd van de hofhouding, met Sebna, de schrijver, en Joah, de zoon van Asaf, de kanselier, in gescheurde kleren naar Hizkia toe. Zij vertelden hem de woorden van de commandant. (2 Koningen 18:34-37)

 

1 Zodra koning Hizkia dat hoorde, gebeurde het dat hij zijn kleren scheurde, zich in een rouwgewaad hulde en het huis van Yehovah binnenging. 2 Verder stuurde hij Eljakim, het hoofd van de hofhouding, Sebna, de schrijver, en de oudsten van de priesters, gehuld in rouwgewaden, naar Jesaja, de profeet, de zoon van Amoz. 3 Zij zeiden tegen hem: “Dit zegt Hizkia: ‘Deze dag is een dag van benauwdheid, bestraffing en belediging; ja, de kinderen staan op het punt geboren te worden, maar er is geen kracht om te baren. 4 Misschien zal Yehovah, uw God, al de woorden horen van de commandant, die zijn heer, de koning van Assyrië, gestuurd heeft om de levende God te honen, en zal Hij hem straffen om de woorden die Yehovah, uw God, gehoord heeft. Wilt u dan een gebed opzenden voor het overblijfsel dat er nog te vinden is?’” (2 Koningen 19:1-4)

 

5 Toen kwamen de dienaren van koning Hizkia bij Jesaja. 6 En Jesaja zei tegen hen: “Dit moet u tegen uw heer zeggen”: ‘Zo zegt Yehovah’: “Wees niet bevreesd voor de woorden die u gehoord hebt, de woorden waarmee de knechten van de koning van Assyrië Mij gelasterd hebben. 7 Zie, Ik geef een geest in hem, dat hij een gerucht zal horen en zal terugkeren naar zijn land. Dan zal Ik hem in zijn land door het zwaard neervellen.” 8 Toen keerde de commandant terug en trof de koning van Assyrië aan, in strijd gewikkeld met Libna. Hij had namelijk gehoord dat hij uit Lachis was vertrokken. 9 Toen Sanherib over Tirhaka, de koning van Cusj, hoorde zeggen: “Zie, hij is uitgetrokken om tegen u te strijden”, stuurde hij opnieuw gezanten naar Hizkia om te zeggen: 10 “Dit moet u tegen Hizkia, de koning van Juda, zeggen”: ‘Laat uw God, op Wie u vertrouwt, u niet bedriegen door te zeggen’: “Jeruzalem zal niet in de hand van de koning van Assyrië gegeven worden.” (2 Koningen 19:5-10)

 

11 “Zie, u hebt zelf gehoord wat de koningen van Assyrië met al de landen hebben gedaan door ze met de ban te slaan. En zou ú dan gered worden? 12 ‘Hebben de goden van de volken die mijn vaderen te gronde gericht hebben, hen gered: Gozan, Haran, Rezef en de zonen van Eden die in Telassar waren? 13 Waar is de koning van Hamath, de koning van Arpad, de koning van de stad Sefarvaïm, van Hena en van Ivva?’” 14 Toen Hizkia de brieven uit de hand van de gezanten had ontvangen en die had gelezen, ging hij naar het huis van Yehovah. Vervolgens spreidde Hizkia die brieven uit voor het aangezicht van Yehovah, 15 en Hizkia bad voor het aangezicht van Yehovah en zei: “Yehovah, God van Israël, Die tussen de cherubs troont, U bent het, U alleen bent de God van alle koninkrijken van de aarde, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt. 16 Neig, Yehovah, Uw oor en luister; open, Yehovah, Uw ogen en zie. Hoor de woorden van Sanherib, die hij gestuurd heeft om de levende God te honen. 17 Het is waar, Yehovah, de koningen van Assyrië hebben die heidenvolken en hun land verwoest, 18 en hun goden hebben zij prijsgegeven aan het vuur. Het waren immers geen goden, maar het was het werk van mensenhanden, hout en steen. Daarom hebben zij die vernield. 19 Nu dan, Yehovah, onze God, verlos ons toch uit zijn hand. Dan zullen alle koninkrijken van de aarde weten dat U, Yehovah, alleen God bent.” (2 Koningen 19:11-19)

 

21 Toen stuurde Jesaja, de zoon van Amoz, deze boodschap naar Hizkia: “Zo zegt Yehovah, de God van Israël: ‘Wat u tot Mij gebeden hebt met betrekking tot Sanherib, de koning van Assyrië, heb Ik gehoord. 22 Dit is het woord dat Yehovah over hem gesproken heeft’: “De maagd, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u. 23 Wie hebt u gehoond en gelasterd? Tegen Wie hebt u de stem verheven en uw ogen hoogmoedig opgeheven? Tegen de Heilige van Israël! 24 Door uw dienaren hebt u de Heere gehoond en gezegd: ‘Met mijn talrijke strijdwagens heb ík de hoge bergen bestegen, de flanken van de Libanon. Ik hak zijn statige ceders, zijn mooiste cipressen om. Ik kom tot op zijn hoogste top, tot in zijn weelderig groeiend woud. 25 Ík heb gegraven en water gedronken, ik heb met mijn voetzolen alle rivieren van de belegerde plaatsen drooggelegd.’ 26 Hebt u dan niet gehoord dat Ik dit lang tevoren gedaan heb, en dat Ik dit vanaf de dagen van weleer heb bewerkstelligd? Nu heb Ik het doen komen: u bent er om de versterkte steden tot puinhopen te verwoesten.” (Jesaja 37:21-26)

 

27 “Daarom waren hun inwoners machteloos, waren zij ontsteld en beschaamd, werden zij als gras op het veld of groene grasscheutjes, als gras op de daken, of een veld koren voordat het overeind staat. 28 Maar uw zitten, uw uitgaan, uw thuiskomen ken Ik, en uw tekeergaan tegen Mij. 29 Omdat u tegen Mij tekeer bent gegaan, en uw hoogmoed is opgeklommen tot in Mijn oren – zal Ik Mijn haak in uw neus slaan en Mijn bit tussen uw lippen, en Ik zal u doen terugkeren langs de weg waarover u bent gekomen. 30 En dit zal voor u het teken zijn: men zal dit jaar eten wat vanzelf gegroeid is, in het tweede jaar wat daarvan weer opkomt; in het derde jaar moet u zaaien en maaien, en wijngaarden planten en de vruchten daarvan eten, 31 want opnieuw zal wat ontkomen, wat overgebleven is van het huis van Juda, wortel schieten naar beneden toe en vrucht dragen de hoogte in, 32 want van Jeruzalem zal uitgaan wat overgebleven is, en wat ontkomen is, van de berg Sion. De na-ijver van Yehovah van de legermachten zal dit doen. 33 Daarom, zo zegt Yehovah over de koning van Assyrië: ‘Hij zal deze stad niet binnenkomen, daar geen pijl in schieten, haar met geen schild tegemoetkomen, en tegen haar geen belegeringsdam opwerpen. 34 Langs de weg waarover hij gekomen is, zal hij terugkeren, maar deze stad zal hij niet binnenkomen’, spreekt Yehovah. 35 ‘Want Ik zal deze stad beschermen door haar te verlossen, omwille van Mijzelf en omwille van David, Mijn dienaar.’” 36 Toen trok de engel van Yehovah ten strijde en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend man neer. Toen men de volgende morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen. 37 Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde naar zijn land terug; en hij bleef in Ninevé. (Jesaja 37:27-37)

 

Wat Jesaja zojuist heeft verteld, wordt herhaald en bevestigd in 2 Koningen 19: 29-30.

 

29 En dit zal voor u het teken zijn: men zal dit jaar eten wat vanzelf gegroeid is, in het tweede jaar wat daarvan weer opkomt; in het derde jaar moet u zaaien en maaien, en wijngaarden planten en de vruchten daarvan eten, 30 want opnieuw zal wat ontkomen, wat overgebleven is van het huis van Juda, wortel schieten naar beneden toe en vrucht dragen de hoogte in. (2 Koningen 19:29-30)

 

1 In die dagen werd Hizkia ziek, tot stervens toe. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, bij hem en zei tegen hem: “Zo zegt Yehovah: ‘Regel de zaken van uw huis, want u zult sterven en niet leven.’” 2 Daarop keerde hij zijn gezicht naar de muur en bad tot Yehovah: 3 “Och Yehovah, bedenk toch dat ik in trouw en met een volkomen hart voor Uw aangezicht gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in Uw ogen.” En Hizkia huilde erg. 4 Het gebeurde nu, toen Jesaja nog niet uit de middelste voorhof gegaan was, dat het woord van Yehovah tot hem kwam: 5 “Keer terug en zeg tegen Hizkia, de vorst van Mijn volk: ‘Dit zegt Yehovah, de God van uw vader David’: “Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien. Zie, Ik ga u gezond maken; op de derde dag zult u naar het huis van Yehovah gaan. 6 En Ik zal vijftien jaar aan uw levensdagen toevoegen, en zal u uit de hand van de koning van Assyrië redden, evenals deze stad; Ik zal deze stad beschermen omwille van Mij en omwille van Mijn dienaar David.” (2 Koningen 20:1-6)

 

7 Daarna zei Jesaja: “Neem een klomp vijgen.” Zij namen die en legden die op de zweer; en hij werd genezen. 8 Hizkia nu had tegen Jesaja gezegd: “Wat is het teken dat Yehovah mij gezond zal maken en dat ik op de derde dag naar het huis van Yehovah zal gaan?” 9 Jesaja zei: “Dit zal voor u een teken van Yehovah zijn dat Yehovah het woord dat Hij gesproken heeft, doen zal: Moet de schaduw tien treden verdergaan of tien treden teruggaan?” 10 Toen zei Hizkia: “Het is voor de schaduw gemakkelijk om tien treden verder te gaan. Nee, laat de schaduw tien treden teruggaan.” 11 En Jesaja, de profeet, riep Yehovah aan, en Hij deed de schaduw tien treden teruggaan van de treden die zij op de treden van Achaz’ zonnewijzer naar beneden was gegaan. (2 Koningen 20:7-11)

 

Dit is het volledige verslag van de gebeurtenissen rondom koning Hizkia en de aanval van Juda door de Assyriërs.

 

De belangrijkste passage van de Schrift in deze sectie die we zojuist hebben gelezen, is in 2 Koningen 19:29. Ik zal u nu aanmoedigen om dit vers punt voor punt met mij te bekijken om de betekenis ervan nader te bekijken.

 

En dit is het teken voor jou:

 

  • Dit jaar eet je wat uit zichzelf groeit,
  • En in het tweede jaar wat daaruit voortkomt,
  • En zaai en oogst en plant in het derde jaar wijngaarden en eet hun fruit.

 

We krijgen een zeer duidelijke aanwijzing in de eerste regel. “Dit is het teken voor jou.”

 

U zult in het volgende hoofdstuk lezen wat het teken van Yehovah is. Voor nu, weet gewoon dat het teken van Yehovah Zijn sabbatten is en dat hij hier aan koning Hizkia suggereert dat Zijn teken voor hem iets te maken heeft met de Sabbatten. Houd in gedachten dat we het teken van Yehovah al besproken hebben, wat Zijn Wekelijkse en Jaarlijkse Sabbatten en Heilige Dagen zijn. De Sabbatsjaren maken ook deel uit van die tekens die degenen identificeren die ze als de Zijne houden. We hebben ook met u gedeeld wat Satans (merk-)teken was. Het zijn andere dagen of feestdagen die niet in de bijbel worden genoemd.

 

Yehovah zegt Hizkia dat dit teken iets te maken heeft met deze Heilige Afspraken waarover we in Leviticus 23 en 25 hebben geleerd.

 

“Dit jaar eet je wat uit zichzelf groeit”, vertelt ons dat niemand dit eerste jaar heeft geplant of geoogst.

 

“… en in het tweede jaar, wat daaruit voortkomt” laat ons zien dat we twee jaar achter elkaar geen gewassen planten of oogsten. Voor de meeste mensen is dit heel merkwaardig tenzij – nou ja, tenzij je bekend bent met de Sabbat Cycli van Yehovah.

 

“… en in het derde jaar, zaai en oogst en plant wijngaarden en eet hun fruit.” Met deze slotregel in Yehovah’s belofte aan Hizkia zien we dat ze nu gewassen kunnen planten, zaaien en oogsten.

 

Wat je zojuist hebt gelezen, is het bevel van Yehovah dat ze twee jaar lang het bevel hadden gekregen om niet te planten of te oogsten en dat er maar twee jaar in een Sabbatcyclus zijn wanneer je niet kunt planten of oogsten en dat is de negenenveertigste en vijftigste jaar van de Jubelcyclus.

 

Maar wat betreft de opener van 2 Koningen 19:29: “En dit is het teken voor u”, dit spreekt over de Sabbats- en Jubeljaren, die deel uitmaken van de Sabbatten en Heilige Dagen die deel uitmaken van het houden van het Vierde Gebod – een teken dat we van Hem zijn.

 

Maar wat betreft wat de opener volgt, betrekking heeft op elke tijdlijn of chronologie, zal ik nu uitleggen:

 

“Dit jaar eet je wat uit zichzelf groeit.”

 

Het jaar dat Sanherib Jeruzalem en Hizkia aanviel, was, zoals ik je heb getoond, een van de meest gedocumenteerde en onbetwistbare jaren in de geschiedenis. Het was 701 v.Chr.

 

“… in het tweede jaar wat daarvan weer opkomt”

 

Wetende in welk jaar Sennacherib aanvalt, maakt deze tweede regel dan het jaar 700 v. Chr.

 

“… in het derde jaar moet u zaaien en maaien, en wijngaarden planten en de vruchten daarvan eten.”

 

De logische conclusie is dus dat dit derde jaar 699 v.Chr. is.

 

Zoals ik al heb aangetoond, zijn dit bewezen historische jaren die overeenkomen met andere bekende chronologische geschiedenissen.

 

701 v.Chr. is een bewezen historische datum die met succes kan worden bevestigd met een bewezen Assyrische datum. We kunnen nu de opeenvolging van Hebreeuwse koningen koppelen aan een bekende chronologie. Wat nog belangrijker is, we kunnen deze exacte datum ook gebruiken om te weten wanneer een Sabbatjaar was, dat werd gevolgd door een ander Sabbatjaar, dat in feite een Jubeljaar was.

 

Deze informatie is echt baanbrekend en zo cruciaal, maar niemand wil ernaar kijken of erkennen.

 

Slechts weinigen lijken te werken vanuit de overtuiging hoe belangrijk de Sabbat- en Jubel Jaren zijn met betrekking tot de bijbelse geschiedenis en profetie, maar hun belang is niet te ontkennen en ze kunnen in de hele Bijbel worden gevonden als je weet hoe en waar je naar hen moet zoeken.

 

Hoe belangrijk zijn de Sabbat- en Jubel Jaren voor Yehovah? Doen ze er zelfs toe? Heeft iemand ze zelfs gehouden? We lezen ze toch niet in de Bijbel? Maar als we dat doen, waarom zijn ze dan belangrijk?

 

De onderstaande passages (en de antwoorden daarin) staan centraal om inzicht te krijgen in en inzicht te krijgen in de gerichte vragen die ik zojuist heb gesteld.

 

19 Zij verbrandden het huis van God, en braken de muur van Jeruzalem af. Ook alle paleizen van Jeruzalem verbrandden zij met vuur, zodat alle kostbare voorwerpen ervan te gronde werden gericht. 20 En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, tot het koninkrijk van Perzië ging regeren, 21 om het woord van Yehovah, bij monde van Jeremia gesproken, te vervullen, totdat het land behagen zou scheppen in zijn sabbatsjaren. Het rustte al de dagen van de verwoesting, totdat de zeventig jaar vervuld waren. (2 Kronieken 36:19-21)

 

11 “Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen. 12 Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk” – spreekt Yehovah – “hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen. 13 Ik zal over dat land al de woorden brengen die Ik daarover gesproken heb, al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.” (Jeremia 25:11-13)

 

10 Want zo zegt Yehovah: “Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats. 11 Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester”, spreekt Yehovah. “Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. 12 Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. 13 U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart.”1 (Jeremia 29:10-13 | Voetnoot: 1Deuteronomium 4:29, Joel 2:12)

 

Dus ik vraag je ngmaals, DOEN de sabbat- en Jubeljaren er zelfs toe? Jeremia waarschuwde hen dat ze zeventig jaar gevangene zouden worden en 2 Kronieken legt uit waarom – omdat ze, voorafgaand aan deze uitkomst, geen zeventig sabbatjaren hielden.

 

Deze gevangenschap vond plaats in 586 v.Chr. U moet er rekening mee houden dat u rekening houdt met de Jubeljaren wanneer u de Sabbatjaren telt – de zeventig Sabbatjaren zijn niet anders. Dus zeventig Sabbatjaren vanaf 586 v.Chr. neemt je op zijn minst ver genoeg terug naar de tijd dat David koning werd in 1010 v.Chr. 115 Als de Israëlieten sommige van de Sabbatjaren gehouden hebben en anderen niet, dan kunnen we speculeren dat ze ze nooit hebben bewaard uit de tijd van Joshua, die drieënvijftig Sabbatjaren vóór Koning David was.

 

Wat we hier zien, is het feit dat, als niemand anders de Sabbat- en Jubeljaren bijgehouden heeft, Yehovah dat deed. Hij hield precies bij hoeveel Sabbatjaren de aarde verschuldigd was. Toch is dit wat Yehovah op ons in zijn Woord indruk maakt, ook al blijft het op dovemansoren vallen. Maar de simpele waarheid is de volgende: elk jaar moet de aarde werken terwijl ze je eten op de sabbat verbouwt terwijl je rust. Het mist hierdoor tweeënvijftig Sabbatten per jaar. In tegenstelling tot ons is het voor de aarde niet mogelijk om eenmaal per week te stoppen met het verbouwen van uw voedsel om de wekelijkse sabbatsrust in acht te nemen.

 

Wanneer je 52 weken x 7 jaar vermenigvuldigt, krijg je 364 sabbatdagen die de aarde mist, of:

 

52 x 7 = 364

 

In het sabbatjaar mag de aarde eindelijk rusten en alle Sabbatten goedmaken die nodig waren om je voedsel op de wekelijkse sabbat te laten groeien.

 

Zijn deze jaren die zo essentieel zijn voor het voortdurende, algehele welzijn van de aarde van belang voor Yehovah? Reken maar dat ze dat doen. En als u wilt blijven profiteren van het feit dat de aarde in staat is om haar levensonderhoud voort te zetten, dan moeten deze jaren ook belangrijk voor u zijn – net zo belangrijk.

 

Het is nadat Juda terugkeerde naar het land Israël, dat we de Joden begonnen  met het in acht nemen en houden van de Sabbatjaren – samen met de andere Heilige Dagen en de wekelijkse Sabbat; iets dat ze vóór hun gevangenschap niet gedaan hebben. Ze worden nu ijverig om het te gehoorzamen. En het is pas na deze tijd dat we in feite in staat zijn om verwijzingen te vinden naar de Sabbatjaren in de bijbelse geschiedenis.

 

Nadat Juda zeventig jaar in gevangenschap was gegaan, keerden de Joden terug naar het land en waren ze ijveriger dan ooit om de Sabbatjaren, de wekelijkse Sabbat en de Heilige Dagen te houden dan vóór hun gevangenschap toen ze weinig of geen moeite deden om ze te houden. Dus nogmaals, het is pas na hun gevangenschap dat we artefacten en verslagen vinden van Juda die de Sabbatjaren houdt. Maar je zult ook merken dat we na de Bar Koch bah Revolt geen vermeldingen hebben. We zullen dit in de volgende hoofdstukken toelichten.

 

17 Toen ging het volk eropuit en ze haalden loof en ze maakten loofhutten voor zichzelf, ieder op zijn dak, en in hun voorhoven en in de voorhoven van het huis van God, en op het plein van de Waterpoort en op het plein van de Efraïmpoort. 18 De hele gemeente van hen die uit de gevangenschap waren teruggekeerd, maakte loofhutten en woonde in die loofhutten, want zo hadden de Israëlieten niet meer gedaan vanaf de dagen van Jozua, de zoon van Nun, tot op deze dag. Er was zeer grote blijdschap. (Nehemia 8:17-18)

 

 

115http://www.aboutbibleprophecy.com/e8.htm

 

De volgende zijn historisch geregistreerde Sabbatjaren, met de laatste vier artefacten die een Sabbatjaar vermelden.

 

Historisch geregistreerde sabbatjaren
701 v. Chr Sanherib valt Juda aan 2 Koningen 19:29
700 v. Chr 2 Koningen 19:29 Een Jubeljaar
456 v. Chr Nehemia 8:18
162 v. Chr 1 Makkabeeën 16:14 & Josephus Antiquities
134 v. Chr 1 Makkabeeën & Josephus Antiquities
43 v. Chr Julius Caesar & Josephus Antiquities
36 v. Chr Josephus Antiquities 14:16:2
22 v. Chr Josephus Antiquities 15:9:1
42 n. Chr Josephus Antiquities 18
56 n. Chr Een opmerking over schulden in de tijd van Nero.
70 n. Chr Het sabbatjaar van 70/71 n. Chr
133 n. Chr Huurcontracten vóór Bar Koch bah Revolt
140 n. Chr Huurcontracten vóór Bar Koch bah Revolt

 

Vanaf de dagen van Jozua tot Nehemia hadden ze het Loofhuttenfeest niet gehouden. Als ze Sukkot dan nooit hebben gehouden, hoe zouden ze dan weten of onthouden om de Sabbat- en Jubeljaren te houden?

 

10 En Mozes gebood hun: “Na verloop van zeven jaar, op de vastgestelde tijd van het jaar van de kwijtschelding, op het Loofhuttenfeest, 11 als heel Israël komt om te verschijnen voor het aangezicht van Yehovah, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen, moet u deze Torah ten aanhoren van heel Israël voorlezen. 12 Roep het volk bijeen, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en de vreemdeling die binnen uw poorten is, om te horen, en om te leren Yehovah, uw God, te vrezen en alle woorden van deze Torah nauwlettend te houden. 13 Zodat hun kinderen die het niet weten, het ook horen, en leren Yehovah, uw God, te vrezen, al de dagen dat u leeft in het land waarvoor u de Jordaan oversteekt om het in bezit te nemen.” (Deuteronomium 31:10-13)

 

Mozes gaf opdracht aan de Israëlieten om de Torah elk zevende jaar te lezen tijdens Soekot. En dit was ook wat Nehemia deed. Dit was het “Jaar van vrijgave”.

 

Qadesh La Yahweh Press onderzoeken in hun boek, The Sabbath and Jubilee Cycle116, de theorieën die voortkomen uit de Zuckermann-Schurer school van denken en de Marcus-Wacholder interpretatiemethode, evenals van anderen in extreem detail. Dit boek is 445 pagina’s en is gratis te downloaden en te lezen van hun website. Ik raad dit boek ten zeerste aan. We zullen gaan kijken naar enkele van de theorieën die deze mannen naar voren hebben gebracht en laten zien waar ze zich hebben vergist in hun begrip van de Sabbat- en Jubeljaren.

 

116 http://www.yahweh.org/yahweh2.html

Hoofdstuk 19 | Het Teken van het Beest

 

In het vorige hoofdstuk citeerde ik 2 Koningen 19:29: “En dit is het teken voor u” dit is een verwijzing naar de sabbat en het merkteken van Yehovah. Ik zal je nu verder op dit pad leiden en je precies laten zien hoe dit het teken van Yehovah is en hoe Zijn Sabbatten een teken zijn tussen Hem en ons.

 

Laten we een eenvoudige bijbelstudie doen.117 Ga eerst naar een concordantie en kijk naar: “teken van”. Ik gebruik Crosswalk.com en de HSV in dit hoofdstuk. Ik zorg er echter voor dat De Naam heilig blijft.

 

Let in het boek Job op hoe we worden gekenmerkt door Yehovah als we zondigen.

 

14 Als ik zondig, merkt U mij op, en vanwege mijn ongerechtigheid houdt U mij niet voor onschuldig. (Job 10:14)

 

Merk in de Psalmen op hoe de oprechte man ook is gemarkeerd:

 

37 Let op de vrome en zie naar de oprechte, want het einde van die man zal vrede zijn. (Psalm 37:37)

 

Vervolgens vinden we in Ezechiël:

 

4 … En Yehovah zei tegen Hem: “Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden.” (Ezechiël 9:4)

 

Merk opnieuw op dat een merkteken op het voorhoofd aangebracht wordt door Yehovah op degenen die treuren over al het kwaad dat wordt gedaan.

 

In Openbaring vinden we iets waardevols over het teken:

 

17 en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam. (Openbaring 13:17)

 

11 En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt. (Openbaring 14:11)

 

2 En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God. (Openbaring 15:2)

 

20 En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. (Openbaring 19:20)

 

 

117Ontleend aan het artikel, Het Teken van het Beest http://www.sightedmoon.com/?page_id=17

 

4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Yehshua en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. (Openbaring 20:4)

 

Vervolgens gaan we het woord ‘tekenen’ opzoeken. Er waren drieëntachtig Bijbelvers zoekresultaten en uit die drieëntachtig zocht ik naar tekens die strikt verband hielden met handen en voorhoofd.

 

In Exodus wordt door Yehovah gezegd:

 

1 Toen sprak Yehovah tot Mozes: 2 “Heilig voor Mij alle eerstgeborenen: alles wat de baarmoeder opent onder de Israëlieten, van de mensen en van het vee, dat behoort Mij toe.” 3 Daarna zei Mozes tegen het volk: “Gedenk deze dag, waarop u uit Egypte, uit het slavenhuis, vertrokken bent, want Yehovah heeft u met sterke hand vanhier uitgeleid. Daarom mag wat gezuurd is, niet gegeten worden. 4 Vandaag vertrekt u, in de maand Abib. 5 Het zal gebeuren, als Yehovah u gebracht heeft in het land van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Hevieten en Jebusieten, dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land overvloeiend van melk en honing, dat u dan in deze maand dit dienstwerk zult verrichten: 6 Zeven dagen moet u ongezuurde broden eten, en op de zevende dag zal er een feest zijn voor Yehovah. 7 Zeven dagen lang moeten er ongezuurde broden gegeten worden. Wat gezuurd is, mag bij u niet gezien worden, ja, geen zuurdeeg mag er in heel uw gebied bij u gezien worden. 8 En op die dag moet u uw zoon vertellen: ‘Dit gebeurt om wat Yehovah voor mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte vertrok.’ 9 En het moet voor u als een teken op uw hand zijn, en als een herinnering tussen uw ogen, opdat de wet van Yehovah op uw lippen is, want Yehovah heeft u met sterke hand uit Egypte geleid. 10 Daarom moet u deze verordening in acht nemen op de daarvoor vastgestelde tijd, van jaar tot jaar.” (Exodus 13:1-10)

 

Hier hebben we een teken dat op onze hand zou zijn en een gedenkteken op ons voorhoofd (tussen onze ogen). Wat is dat teken? Het is het houden van Pesach, waarnaar wordt verwezen in hoofdstukken 12 en 13 van het boek Exodus. Het is het houden van de Dagen der Ongezuurde Broden – een teken dat we van jaar tot jaar moeten houden.

 

Ook in Exodus gaat Yehovah dan verder door te zeggen:

 

12 Verder zei Yehovah tegen Mozes: 13 “U dan, spreek tot de Israëlieten en zeg: ‘U moet zeker Mijn sabbatten in acht nemen, want dat is een teken tussen Mij en u, al uw generaties door, zodat men weet dat Ik Yehovah ben, Die u heiligt. 14 Ja, u moet de sabbat in acht nemen, want die is voor u heilig. Wie hem ontheiligt, moet zeker gedood worden, ja, ieder die op die dag werk verricht, die persoon moet uitgeroeid worden uit het midden van zijn volksgenoten. 15 Zes dagen zal er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, heilig voor Yehovah. Ieder die op de sabbatdag werk verricht, moet zeker gedood worden. 16 Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond. 17 Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want Yehovah heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt.’” 18 En toen Yehovah geëindigd had met hem te spreken op de berg Sinaï, gaf Hij Mozes de twee tafelen van de getuigenis, tafelen van steen, beschreven met de vinger van God. (Exodus 31:12-18)

 

1 “Dit zijn de geboden, de verordeningen en de bepalingen die Yehovah, uw God, geboden heeft u te leren, om ze te doen in het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, 2 opdat u Yehovah, uw God, vreest door al Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u gebied, in acht te nemen: u, uw kind en uw kleinkind, alle dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden. 3 Luister dan, Israël, en neem ze nauwlettend in acht! Dan zal het u goed gaan en zult u zeer talrijk worden – zoals Yehovah, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft – ‘in het land dat overvloeit van melk en honing.’” (Deuteronomium 6:1-3)

 

4 “Luister, Israël! Yehovah, onze God, Yehovah is één! 5 Daarom zult u Yehovah, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. 6 Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. 7 U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat. 8 U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. 9 U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.” (Deuteronomium 6:4-9)

 

1 “Daarom moet u Yehovah, uw God, liefhebben en Zijn voorschriften, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen. 18 Daarom moet u deze woorden van mij in uw hart en in uw ziel prenten. Bind ze als een teken op uw hand, en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. 19 En leer ze aan uw kinderen door erover te spreken als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat; 20 en schrijf ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten,

21 opdat uw dagen en de dagen van uw kinderen in het land waarvan Yehovah uw vaderen gezworen heeft het hun te geven, zo talrijk worden als de dagen dat de hemel boven de aarde staat. 22 Want als u al deze  geboden die ik u gebied, nauwlettend in acht neemt door ze te houden, door Yehovah, uw God, lief te hebben, door in al Zijn wegen te gaan en u aan Hem vast te houden, 23 dan zal Yehovah al deze volken van voor uw ogen uit hun bezit verdrijven, en zult u het land van volken die groter en machtiger zijn dan u, in bezit nemen. 24 Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn en de Libanon, vanaf de rivier, de rivier de Eufraat, tot aan de zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken. 25 Niemand zal tegenover u standhouden; Yehovah, uw God, zal over heel het land dat u zult betreden, angst en vrees voor u geven,

zoals Hij tot u gesproken heeft.” (Deuteronomium 11:1, 18-25)

 

10 “Ik leidde hen uit het land Egypte en bracht hen in de woestijn. 11 Ik gaf hun Mijn verordeningen en maakte hun Mijn bepalingen bekend: ‘de mens die ze doet, zal erdoor leven.’ 12 Ook heb Ik hun Mijn sabbatten gegeven, om een teken te zijn tussen Mij en hen, zodat zij zouden weten dat Ik Yehovah ben Die hen heiligt. 13 Maar in de woestijn werd het huis van Israël Mij ongehoorzaam. Zij gingen niet in Mijn verordeningen en verwierpen Mijn bepalingen – ‘de mens die ze doet, zal erdoor leven.’ Verder ontheiligden zij Mijn sabbatten zeer, zodat Ik zei dat Ik Mijn grimmigheid over hen in de woestijn zou uitstorten door een einde aan hen te maken. 14 Ik handelde ter wille van Mijn Naam, zodat Die niet ontheiligd werd voor de ogen van de heidenvolken. Ik had hen immers voor hun ogen uit Egypte geleid. 15 Ik heb echter ook in de woestijn Mijn hand voor hen opgeheven, dat Ik hen niet in het land brengen zou dat Ik hun gegeven had, een land dat ‘overvloeit van melk en honing’ – het is een sieraad onder alle landen –

16 omdat zij Mijn bepalingen verworpen hadden, niet in Mijn verordeningen waren gegaan en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, want hun hart ging hun stinkgoden achterna. 17 Maar Ik ontzag hen, zodat Ik hen niet te gronde gericht heb en geen vernietigend einde aan hen gemaakt heb in de woestijn. 18 Ik zei tegen hun kinderen in de woestijn: ‘Ga niet in de verordeningen van uw vaderen, neem hun bepalingen niet in acht en verontreinig u niet met hun stinkgoden.’” (Ezechiël 20:10-18)

 

19 “Ik ben Yehovah, uw God: ‘ga in Mijn verordeningen, neem Mijn bepalingen in acht en houd die. 20 Heilig Mijn sabbatten, zodat ze tot een teken zijn tussen Mij en u, zodat u weet dat Ik, Yehovah, uw God ben.’ 21 Maar die kinderen waren Mij ook ongehoorzaam. Zij gingen niet in Mijn verordeningen, en Mijn bepalingen – ‘de mens die ze doet, zal erdoor leven’ – voerden zij niet nauwlettend uit. Zij ontheiligden Mijn sabbatten, zodat Ik zei dat Ik Mijn grimmigheid over hen zou uitstorten door in de woestijn Mijn toorn tegen hen ten uitvoer te brengen. 22 Maar Ik heb Mijn hand afgekeerd en handelde ter wille van Mijn Naam, zodat Die niet ontheiligd werd voor de ogen van de heidenvolken. Ik had hen immers voor hun ogen uit Egypte geleid. 23 Ik heb ook in de woestijn Mijn hand voor hen  opgeheven om hen te verspreiden onder de heidenvolken en hen te verstrooien in de landen, 24 omdat zij Mijn bepalingen niet uitgevoerd hadden, Mijn verordeningen verworpen hadden en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, zodat hun ogen de stinkgoden van hun vaderen volgden. 25 Toen heb Ik hun ook verordeningen gegeven die niet goed waren, en bepalingen waardoor zij niet leven zouden. 26 Ik verontreinigde hen door hun eigen geschenken, doordat zij alles wat de baarmoeder opent door het vuur lieten gaan, opdat Ik hen verwoesten zou, zodat zij zouden weten dat Ik Yehovah ben.” (Ezechiël 20:19-26)

 

Met de voorgaande verzen kunt u gemakkelijk zien dat het merkteken van Yehovah het houden van Zijn Wetten, Sabbatten en Heilige Dagen is. Wanneer we ze bewaren, worden ze een teken op onze hand en een teken tussen onze ogen, of in onze geest, wat ook dat is wat op ons hart is geschreven. ‘De hand’ betekent de manier waarop we leven – onze manier van leven, de manier waarop we werken of onszelf gedragen. ‘Tussen onze ogen’ betekent de manier waarop we denken en hoe we anderen behandelen. Het is ons hart, ons diepste wezen en onze gedachten.

 

Degenen die De Wetten en Sabbatten van Yehovah niet zullen houden, hebben het merkteken van het beest als een teken op hun handen en op hun voorhoofd.

 

Terugkerend naar Openbaring lezen we:

 

3 … Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. (Openbaring 7:3)

 

4 En tegen hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden. (Openbaring 9:4)

 

16 En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, (Openbaring 13:16)

 

1 En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. (Openbaring 14:1)

 

4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Yehshua en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. (Openbaring 20:4)

 

4 en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. (Openbaring 22:4)

 

1 En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heere Yehshua en onze vereniging met Hem, 2 dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn. 3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, 4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet. 5 Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was? 6 En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. 7 Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. Yehovah zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst; 9 hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, 10 en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, 12 opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid. (2 Thessalonicenzen 2:1-12)

 

Merk hier in Tessalonicenzen op dat het “mysterie van wetteloosheid” (het niet houden van de Wetten van Yehovah) aan het werk is. De wetteloze is Satan die wonderlijke tekenen uitvoert, valse wonderen en onrechtvaardige bedrog over degenen die de waarheid van Yehovah niet willen liefhebben en Zijn Wetten niet willen houden. Op hen zal Yehovah een krachtige dwaling sturen dat ze moeten blijven geloven in een leugen.

 

Welke leugen? Satan, die de ‘vader van alle leugens’ is.

 

44 U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen. (Johannes 8:44)

 

Als je De Geboden niet houdt, ben je een leugenaar als je, in dezelfde ademtocht, beweert dat je Yehovah gehoorzaamt.

 

4 Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn Geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. (1 Johannes 2:4)

 

Maar nogmaals, wat is precies het “merkteken van het beest?” Ik heb u duidelijk laten zien door passages in de Schrift te gebruiken wat het merkteken van Yehovah is en hoe het op onze HAND en TUSSEN ONZE OGEN is of op onze voorhoofden. Dus ik weet zeker dat je nu een behoorlijk goed idee hebt van wat ik ga aanwijzen als het merkteken van het beest. Maar ik moet het je bewijzen zonder enige ruimte te laten voor twijfel.

 

Dit jaar (2012) wordt niet alleen voorspeld dat de wereldbevolking de grens van zeven miljard zal overschrijden. Gedurende de afgelopen 6.000 jaar in de menselijke geschiedenis zijn er veel miljarden mensen geweest.

 

Vandaag, net als in het verleden, is de overgrote meerderheid van Europa en zowel Noord- als Zuid-Amerika Katholiek of Protestants. Het Midden-Oosten is het grootste deel van de afgelopen 1500 jaar overwegend Moslim geweest. Azië is zowel Moslim als Hindoe met een mix van Boeddhisme en Confucianisme. Rusland maakt deel uit van Europa en is overwegend Katholiek. Welk deel van de wereld bestaat voornamelijk uit Sabbatshouders? Tot 1948, niemand … geloof het of niet. Toen werd de staat Israël opnieuw geboren. Ter vergelijking was er ook een aanzienlijk oneindig klein aantal joden en andere sabbatshouders verspreid over Europa en Noord-Amerika. Ik denk dat we het hier allemaal eens kunnen zijn.

 

Er is zelfs geschreven dat een van de belangrijkste redenen waarom Yehovah Abraham koos en zijn nakomelingen die nu Israël worden genoemd, om Zijn “uitverkorenen” te zijn, waren omdat ze het minste in aantal waren:

 

7 Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft Yehovah liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. (Deuteronomium 7:7)

 

Verdergaand in Openbaring vinden we:

 

9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. (Openbaring 12:9)

 

Johannes zei dat Satan de hele wereld bedriegt. De HELE WERELD. Niet slechts een paar. Yehshua zelf waarschuwde de apostelen en ons in Mattheüs:

 

4 “Pas op dat niemand u misleidt. 5 Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: ‘Ik ben Yehshua’, en zij zullen velen misleiden.” (Mattheüs 24:4-5)

 

We weten nu dat Satan de hele wereld misleidt, en Yehshua waarschuwt Zijn discipelen en iedereen die oren heeft om te horen hoeveel er in Zijn naam zullen komen en velen misleiden.

 

Let op in Openbaring waar staat:

 

2 En ik zag en zie, een wit paard, en hij die erop zat, had een boog. En hem was een kroon gegeven en hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. (Openbaring 6:2)

 

U moet er rekening mee houden dat; Yehshua in Mattheüs 24 interpreteert de Vier Ruiters van de Ondergang in Openbaring. Het eerste paard, hoewel wit en representatief voor religie, is niet Yehshua, noch is het representatief voor de enige ware religie die de Vader aanvaardt, die zuivere, onbevlekte religie is. In plaats daarvan symboliseert het valse religie. Deze valse religies veroverden hun weg met geweld.

 

De verzen in het volgende hoofdstuk van Mattheus is waar de meeste gelovigen wel bekend mee zijn:

 

7 “Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. 8 Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden. 9 Of is er iemand onder u die zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt? 10 Of als hij hem om een vis vraagt, zal hij hem een slang geven? 11 Als u, die slecht bent, uw kinderen dan goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven aan hen die tot Hem bidden. 12 Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten. 13 Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. 15 Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels?” (Mattheüs 7:7-16)

 

17 “Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. 21 Niet ieder die tegen Mij zegt: ‘Heere, Heere’, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: ‘Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan?’ 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!’ 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot. 28 Toen Yehshua deze woorden had geëindigd, gebeurde het dat de menigte versteld stond van Zijn onderricht, 29 want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.” (Mattheüs 7:17-29)

 

Wat betreft het merkteken van het beest, moeten we uitkijken naar een merkteken dat ervoor zou zorgen dat we de Wetten van Yehovah niet gehoorzamen.

 

Als het merkteken van Yehovah de Sabbat en de Feestdagen is zoals ons getoond in Leviticus 23 en de Sabbatsjaren van Lev 25, dan is Satans merkteken degene die ons laat rusten op een andere dag behalve de Sabbat en aanbidden op andere heilige dagen behalve de Feestdagen die Yehovah heeft verordend in Leviticus 23 en andere landrustjaren gehouden die niet overeenkomen met de bekende en aantoonbare Sabbatsjaren. Kortom, dit is het merkteken van het beest: andere dagen heiligen die niet apart zijn gezet door Yehovah en ons eigen plezier doen op de sabbat of een van de andere aangestelde tijden en het land niet laten rusten wordt in feite het merkteken van Satan op ons geplaatst.

 

9 hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, 10 en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. (2 Thessalonicenzen 2:9-10)

Hier zien we dat Satan helemaal wetteloos is en allesbehalve een bewaarder van de Wetten van Yehovah. Hij toont zijn kracht door middel van leugenachtige wonderen en onrechtvaardige misleidingen.

 

25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de Wet te veranderen. (Daniel 7:25)

 

Ook hier hebben we Satan die het merkteken van Yehovah verandert door de tijden en de Wetten van Yehovah te veranderen. De dagen waarop we Yehovah moeten aanbidden worden veranderd in andere dagen en dan wordt ons verteld om op deze nieuwe dagen Yehovah te aanbidden. De dagen dat Yehovah Heilig wordt genoemd, zijn afgeschaft en nieuwe feestdagen zijn ingevoerd. De Sabbatsjaren die Yehovah ons vertelde te houden, zijn dat niet en dan houden mensen op ze helemaal of op het verkeerde moment te houden of laten ze delen van het land het ene jaar rusten en een ander deel het volgende, wat ons niet wordt opgedragen.

 

Ik heb anderen vaak gevraagd, en zelfs tot op deze late datum, om me een enkele verzen in de Schrift te laten zien die een van de volgende ondersteunt: Zondagverering, Kerstmis, Pasen, Vastentijd, Goede Vrijdag, Palmzondag of een andere dag dat de ‘christelijke’ of ‘moslimwereld’ een punt  van maakt om te houden of te vieren. Geen enkele persoon, hoe geleerd ook, heeft me enige schriftuurlijke basis voor het bovenstaande kunnen geven. Is het niet vanzelfsprekend dat dit duidelijk dagen zijn die hun enige inspiratie halen uit het merkteken van het beest en Satan zelf?! Het zijn de dagen dat de hele wereld zijn goden eert, waardoor het een teken op hun handen en een teken tussen hun ogen of op hun voorhoofd wordt.

 

Toch is het merkteken van Yehovah niets anders dan Zijn sabbatten en Zijn Heilige Dagen.

 

Satan echter, die de hele wereld heeft bedrogen, is er al lang in geslaagd om de tijden en de Wetten van Yehovah te veranderen met het uitdrukkelijke doel om de hele wereld te laten geloven in, te observeren en deel te nemen aan heidense religieuze overtuigingen, terwijl hij het merk ernstig misliep toen het komt erop neer kwam te geloven in, te observeren en deel te nemen aan die dingen die neerkomen op het aanbidden van Yehovah in geest en waarheid, omdat Hij veel moeite heeft gedaan om ons in Zijn Woord te schetsen. Maar door zijn Sabbatten, Heilige Dagen, Sabbatsjaren en Jubelcycli te houden, aanbidden we Yehovah op een manier die Hem behaagt, die Satan niet kan aanraken, en op een manier waarop we nooit in staat zouden zijn anders, apart om Yehovah’s Gezette Tijden te houden. Door dit te doen worden we gemarkeerd door Yehovah en verzegeld door Hem.

 

Zoals het er nu uitziet, en zoals ik al heb aangegeven, heeft Satan met succes de hele wereld misleid en heeft de hele wereld de leugen geloofd. En jij? Ik kan je veel bewijzen geven waaruit blijkt dat Kerstmis, Pasen en andere zogenaamde ‘heilige dagen’ heidens zijn, maar misschien geloof je me niet. Maar voor degenen die de waarheid willen, zoek elke heilige dag op in een gerenommeerde encyclopedie en je zult het snel zien. Satan heeft de hele wereld (en jou ook) misleid door de Heilige Dagen van Yehovah (zoals uiteengezet in Leviticus) te veranderen in andere dagen en die dan in een positie van macht en invloed te krijgen om de wereld ervan te overtuigen dat ze de Apart-Gezette Dagen van Yehovah zijn.

 

Luister naar wat Yehovah te zeggen heeft in het boek Amos:

 

21 “Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten, 22 want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in. En het dankoffer van uw gemest vee: Ik wil het niet aanzien. 23 Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren! 24 Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek. 25 Hebt u Mij slachtoffers en graanoffers gebracht in de woestijn, veertig jaar lang, huis van Israël? 26 U hebt Sikkut, uw koning, rondgedragen, en Kewan, uw beelden, de sterren, uw goden, die u voor uzelf hebt gemaakt! 27 Daarom zal Ik u in ballingschap voeren, verder dan Damascus,” zegt Yehovah; God van de legermachten is Zijn Naam. (Amos 5:21-27)

 

Doe een studie over Sikkuth en Chiun. Ze zijn Molech (de god waaraan baby’s werden geofferd) en Ishtar, of Kerstmis en Pasen. Als een aandachtspunt, is het dat je misschien weet dat Israël deze goden aanbad lang voordat Yehshua ooit werd geboren.

 

Alexander Hislop legt al deze leugens van Satan bloot met veelvoudige bewijzen in zijn boek, The Two Babylons. Ter afsluiting raad ik u ten zeerste aan om niet alleen The Two Babylons118 te lezen, maar ook The Papal Worship Proved To Be the Worship of Nimrod and His Wife – beide geschreven door wijlen Dominee Alexander Hislop.

 

 

118http://www.biblebelievers.com/babylon/

Hoofdstuk 20 | “Eén Dag is Als Duizend Jaar” en de Profetische Betekenis Ervan119

 

Wat betekent dit?

 

Wat wordt geïmpliceerd als Petrus schrijft: “één dag is als duizend jaar” (2 Petrus 3:8)? Is dit een letterlijke (1.000) jaar? Ons is geleerd dat te geloven. Ik heb het bijvoorbeeld nooit eerder in twijfel getrokken. We moeten ook de context bepalen en hoe breed we deze kunnen toepassen. Deze studie begon als een snelle opzoeking van deze zin, maar, terwijl ik het bestudeerde, realiseerde ik me dat het een sleutel is om een aantal van de bijbelprofetieën te begrijpen.

 

 

3 Dit moet u allereerst weten, dat er in het laatste der dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen 4 en zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag dat de vaderen ontslapen zijn, blijven alle dingen zoals vanaf het begin van de schepping.” 5 Want willens en wetens is het hun onbekend dat door het Woord van Yehovah de hemelen er reeds lang geweest zijn, evenals de aarde, die uit water oprijst en in water vaststaat. 6 Daardoor is de wereld die er toen was, vergaan, overspoeld door het water. 7 Maar de hemelen die er nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de Dag van het Oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen. 8 Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij YHVH is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9 YHVH vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. 10 Maar de dag van YHVH zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. (2 Petrus 3:3-10)

 

De discussie in deze passage gaat over de komst van de Messias aan het einde van het tijdperk. Mensen verwachtten dat het in hun tijd zou zijn. Ze bespotten het nu, omdat het nog niet gebeurd is. A. Robertson legt het goed uit als hij zegt:

 

Petrus past de taal van Psalm 90:4 over de eeuwigheid van YHVH en de kortheid van het menselijk leven toe op ‘het ongeduld van menselijke verwachtingen’ (Bigg) over de Wederkomst van Christus. ‘De dag des Oordeels’ is nabij (1 Petrus 4:7). Het kan morgen komen; maar wat is morgen? Wat bedoelt YHVH met een dag? Het kán duizend jaar duren. Precies hetzelfde argument is van toepassing op degenen die pleiten voor een letterlijke interpretatie van het duizend jaar (tijdsbestek) genoemd in Openbaring 20: 4-6. Het kan een dag zijn of een dag kan duizend jaar zijn. YHVH’s klok wordt niet bepaald door onze uurwerken. De spotters spotten onwetend.120

 

Om het verder uit te leggen, moeten we kijken naar de betekenis van het woord ‘als’.

 

  1. hos (??, 5613) betekent meestal “als”. In combinatie met cijfers betekent het “over,” (v.b., Markus 5:13, 8:9; Johannes 1:40, 6:19, 11:18; Handelingen 1:15; Openbaring 8:1).

 

  1. hosei (????, 5616), “alsof,” voor cijfers, duidt op “over, bijna, zoiets als,” met misschien een indicatie van grotere onbepaaldheid dan Nr. 4 (v.b., Mattheüs 14:21; Lukas 3:23, 9:14, 28; Handelingen 2:41; met een mate van ruimte, Lukas 22:41, “over een steenworp.” Zie ALS.121

 

 

119Met Toestemming van Schalk & Elsa Klee http://www.setapartpeople.com/day-thousand-years-prophetic-significance-2

120Robertson, A (1997). Word Pictures In the New Testament (2 Petrus 3:8). Oak Harbor: Logos Research Systems.

 

Als we kijken naar alle andere teksten waar dit woord met cijfers werd gebruikt, werd het vertaald als “ongeveer”.

 

(Ik neem Johannes 1:40 niet mee in de onderstaande voorbeelden, omdat het een ander Grieks woord “heis” gebruikt).

 

13 En Yeshua stond het hun meteen toe. En toen de onreine geesten uit de man weggegaan waren, gingen zij in de varkens; en de kudde stortte van de steilte af de zee in (het waren er ongeveer (hos) tweeduizend), en ze verdronken in de zee. (Markus 5:13)

 

9 Het waren er ongeveer (hos) vierduizend; en Hij stuurde hen weg. (Markus 8:9)

 

19 En toen zij ongeveer (hos) vijfentwintig of dertig stadiën geroeid hadden, zagen zij Yeshua op de zee lopen en dicht bij het schip komen, en zij werden bevreesd. (Johannes 6:19)

 

18 Bethanië nu lag dicht bij Jeruzalem, ongeveer (hos) vijftien stadiën daarvandaan. (Johannes 11:18)

 

15 En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen – er was namelijk een menigte bijeen van ongeveer (hosei) honderdtwintig personen. (Handelingen 1:15)

 

1 En toen het Lam het zevende zegel geopend had, kwam er een stilte in de hemel van ongeveer (hos) een halfuur. (Openbaring 8:1)

 

10 Maar de dag van YHVH zal komen als (hos) een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. (2 Petrus 3:10)

 

121Vine, W.E., Unger, M.F., & White, W. (1996). Vol. 2: Vine’s Complete Expository Dictionary of Old & New Testament Words. Nashville, TN: T. Nelson.

Ik heb de laatste tekst opgenomen om u te laten zien dat het woord “like” (hos) bedoeld is als een vergelijkende zin. Het betekent niet dat Y’shua letterlijk zal komen als een dief om te stelen, maar het betekent dat Hij onverwacht zal komen. De uitdrukking “als duizend jaar” is evenmin letterlijk bedoeld. Het verwijst naar een tijdsperiode, vergeleken met “duizend jaar”. Er is een vergelijkbare passage die “duizend jaar” vergelijkt met een dag in (de volgende Psalm):

 

4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht. 5 U spoelt hen weg, zij zijn als de slaap. In de morgen zijn zij als het gras dat opkomt: 6 in de morgen bloeit het en komt het op, ‘s avonds wordt het afgesneden en het verdort. (Psalm 90:4-6)

 

In deze tekst wordt “duizend jaar” vergeleken met twee dingen:

 

  • Gisteren
  • Een Nachtwacht

 

Gisteren

 

919 ???(???·môl):adv.; Strong’s 865; TWOT 2521—1. LN 67.201–67.208 gisteren, [i.e., de dag voor vandaag (Psalm 90:4+)], zie ook 9453; 2. LN 67.17–67.64 laatst, voor, voorheen, [i.e., een periode voorafgaand aan een andere tijd, of kort of lang (Jesaja 30:33; Micha 2:8+)]; 3. LN 67.17–67.64 unit: ??(???·môl šil·šôm) eerder, voor, vroeger, i.e., eerder, gisteren en de dag ervoor, [i.e., met betrekking tot een tijdstip in de tijd voor een ander tijdstip (1 Samuel 4:7, 10:11, 14:21, 19:7+)]; 4. LN 67.17–67.64 unit: (g?m ???·môl g?m šil·šôm) voorheen, eerder, vroeger, [i.e., formeel, gisteren en de dag ervoor, i.e., met betrekking tot een tijdstip in de tijd voor een ander tijdstip (2 Samuel 5:2+)]122

 

Het woord “gisteren” kan verwijzen naar een periode voorafgaand aan een andere tijd (kort of lang), of naar het verleden.

 

Een Nachtwacht

 

Een wacht in de nacht was ongeveer vier uur (Judas 7:19 verwijst naar een middelste wacht, die drie periodes suggereert). Zo’n deel van de nacht, wanneer de mens slaapt, is kort.123

 

We kunnen hetzelfde concluderen voor deze passage in Psalmen als voor de passage in 2 Petrus. Deze tijdsperioden hoeven geen letterlijke 1.000 jaar te zijn, hoewel (ze) dat wel zouden kunnen zijn.

 

Hoe passen we dit toe op de interpretatie van Bijbelse Profetie?

 

Om dit (profetische) principe van “één dag is als duizend jaar” toe te passen, moeten we eerst bewijs in de Schrift vinden. In het tweede hoofdstuk Genesis vinden we (een) goed voorbeeld van de profetische toepassing en vervulling van dit principe:

17 “… maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.” (Genesis 2:17)

 

Het is geen toeval dat degenen die vóór De Vloed leefden, vlak voor 1000-jarige leeftijd stierven. Dus, figuurlijk gesproken, stierven Adam en al zijn nakomelingen vóór De Vloed binnen een “dag” – dat wil zeggen binnen 1.000 jaar.124

 

Kunnen we aannemen dat wanneer het woord “dag” wordt gebruikt, dit 1.000 jaar kan betekenen? Ik denk van niet. Het is complexer dan dat. Zoals altijd is context koning bij het interpreteren van de Schrift. Laten we eens kijken naar enkele verzen die dit punt beter weergeven.

 

De Bijbel zegt dat de wereld in zes dagen is geschapen. Is de wereld eigenlijk in 6000 jaar geschapen? Ik zou niet zo ver gaan om dat te zeggen. Planten werden vóór de zon gemaakt en zouden zonder fotosynthese geen 1000 jaar kunnen overleven. Daarom steun ik een letterlijke zesdaagse schepping.

 

Een ander voorbeeld zou de tijd zijn die Yeshua in het graf doorbracht. Dat waren letterlijk drie dagen en drie nachten. We kunnen nog veel meer voorbeelden vinden.

 

Beide verzen uit Psalm 90 en 2 Petrus 3 spreken over de terugkeer van onze Messias. Daarom kunnen we concluderen: de uitdrukking “één dag is als duizend jaar” kan alleen in een profetische context worden toegepast.

 

Er wordt vaak gezegd dat Genesis 6:3 verwijst naar een profetische tijdsperiode. Het verwijst naar de periode van de mens op aarde voordat Yeshua terugkeert. De berekening is als volgt:

 

120 x 50 = 6.000

 

De ‘50’ verwijst naar het aantal jaren (in) een Jubelcyclus.

 

3 Toen zei YHVH: “Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.” (Genesis 6:3)

 

Het (hoofdzakelijke) probleem (hiermee) is dat een Jubelcyclus is (in waarheid) slechts negenenveertig jaar. Zullen we dit nader onderzoeken?

 

 

 

 

 

122Dictionary of Biblical Languages with Semantic Domains: Hebrew (Old Testament) (electronic ed.) by Swanson, J. (1997). Oak Harbor: Logos Research Systems, Inc.

123The Bible Knowledge Commentary: An Exposition of the Scriptures (Psalm 90:1-6) by Walvoord, J.F.,Zuck, R.B., & Dallas Theological Seminary. (1983-).Wheaton, IL: Victor Books.

124http://www.1260-1290-days-bible-prophecy.org/day-year-principle.html

Hoe lang is een Jubileum?

 

 

10 “U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is Jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie. 11 Elk vijftigste jaar moet Jubeljaar voor u zijn. U mag dan niet zaaien, niet oogsten wat er na uw laatste oogst nog opkomt, en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken.” (Leviticus 25:10-11)

 

Uit de bovenstaande Schrift is duidelijk het vijftigste jaar het Jubeljaar. Waarom zeg ik negenenveertig jaar?

 

Hoe berekenen we een jubileum?

 

We berekenen het Jubeljaar op dezelfde manier zoals we de vijftig dagen voor Shavuot berekenen.

 

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. 16 Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u YHVH een nieuw graanoffer aanbieden.” (Leviticus 23:15-16)

 

  • We moeten tellen vanaf de dag na de wekelijkse sabbat – de eerste dag van de week.
  • Er zullen zeven complete sabbatten zijn.
  • U zult vijftig dagen tellen tot de dag na de zevende sabbat – de eerste dag van de week.

 

Het is erg belangrijk om de instructies zorgvuldig te volgen. We beginnen met tellen op de eerste dag van de week en eindigen de telling op de eerste dag van de week. Let op: de vijftigste dag is ook de eerste dag van de wekelijkse cyclus. Dit is een patroon voor ons voor de berekening van de Jubeljaren. Het vijftigste jaar – het Jubileumjaar – is dus ook het eerste jaar van de volgende Sabbatscyclus. Vind je het niet geweldig om te zien hoe YHVH hetzelfde patroon gebruikt?

 

 

Ik wil dit alleen toevoegen ter verduidelijking: als een Jubelcyclus vijftig jaar is, dan zou (tussen) het laatste jaar van de eerste cyclus en het eerste Sabbatsjaar van de volgende cyclus (in totaal) acht jaar zijn (om te komen tot) een Jubeljaar. Dit kan niet zijn zoals ons in de Bijbel wordt verteld dat een sabbatscyclus zeven jaar is.

 

Hoe passen we alles toe wat we in deze studie hebben geleerd?

 

We hebben zojuist uit de Schrift bewezen dat de Jubelcyclus negenenveertig jaar is in plaats van vijftig jaar. We hebben ook de profetische Tekst in Genesis 6:3. Als we toepassen wat we hebben geleerd, zou onze berekening van profetische jaren als volgt zijn:

 

120 x 49 = 5880

 

We kunnen concluderen dat: “een dag is als 980 jaar.”

 

12 Leer ons zó onze dagen tellen, dat wij een wijs hart verkrijgen. 13 Keer terug, Yehovah, hoelang nog? Laat het U berouwen over Uw dienaren. (Psalm 90:12-13)

 

We kunnen YHVH alleen om Zijn wijsheid vragen om ons leven volgens Zijn plan te leven. Tijd is kort. We moeten onze dagen tellen.

Hoofdstuk 21 | Hoe Houden We Nu Het Sabbatjaar?

 

Net voordat de Israëlieten het Beloofde Land binnengingen, wat dus een Jubeljaar was, legde Mozes de regels vast waaraan zij zich moesten houden tijdens een Sabbats- en een Jubeljaar.

 

Dezelfde regels zijn vandaag op ons van toepassing. Veel te veel blijven echter tot op de dag van vandaag volledig onwetend van deze Geboden, terwijl velen die ze kennen, niet eens proberen deze Geboden te gehoorzamen en dan de inherente zegeningen mislopen die voortvloeien uit het houden van deze Geboden als gevolg.

 

Maar door de Sabbatten, de Gezette Tijden, de Sabbatsjaren en de Jubeljaren te houden, zullen we niet alleen door Yehovah zelf gezegend worden, maar ook een zegen voor anderen zijn. Want ik geloof dat hoe meer geboden we van hem houden, des te meer zijn zegeningen aan ons worden geschonken en samen worden geschud.

 

Ik heb je al laten zien wanneer de Sabbats- en Jubeljaren zijn, zodat je kunt weten (en je kunt voorbereiden) wanneer ze eraan komen.

 

Het laatste Jubileumjaar was 1996 van Abib tot Abib. Sindsdien hebben er twee Sabbatsjaren plaatsgevonden – een in 2002 en een in 2009 van Abib tot Abib. Op het moment van dit schrijven is er een aankomend sabbatjaar in 2016. De resterende Zevende Jaar Sabbatjaar van Rust in deze Jubelcyclus zijn 2023, 2030, 2037 en 2044 – met 2045 als het volgende Jubeljaar.

 

Laten we nu eens kijken hoe we de Sabbats- en Jubeljaren moeten houden wanneer we met ze te maken krijgen.

 

1 Yehovah sprak tot Mozes bij de berg Sinaï: 2 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: ‘Wanneer u gekomen bent in het land dat Ik u geven zal, dan moet het land rust krijgen, een sabbat voor Yehovah. 3 Zes jaar mag u uw akker bezaaien, zes jaar mag u uw wijngaard snoeien en de opbrengst ervan inzamelen. 4 Maar in het zevende jaar moet het voor het land sabbat zijn, een periode van volledige rust, een sabbat voor Yehovah. Uw akker mag u niet bezaaien en uw wijngaard mag u niet snoeien. 5 Wat er na uw laatste oogst nog opkomt, mag u niet oogsten, en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken. Het is een jaar van volkomen rust voor het land. 6 De opbrengst van de sabbat van het land zal voor u als voedsel dienen: voor u en uw slaaf en uw slavin, uw dagloner en uw bijwoner, die bij u als vreemdeling verblijven. 7 Ook voor uw vee en voor de wilde dieren die in uw land leven, mag heel de opbrengst ervan als voedsel dienen. 8 Verder moet u voor uzelf zeven sabbatsjaren tellen, zeven keer zeven jaar, zodat de perioden van de zeven sabbatsjaren negenenveertig jaar voor u zijn. 9 Dan moet u in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.’” (Leviticus 25:1-9)

 

10 “U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is Jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie. 11 Elk vijftigste jaar moet Jubeljaar voor u zijn. U mag dan niet zaaien, niet oogsten wat er na uw laatste oogst nog opkomt, en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken, 12 want het is Jubeljaar. Het moet heilig voor u zijn. U mag van de akker eten wat hij uit zichzelf opbrengt. 13 In dit Jubeljaar mag u terugkeren, ieder naar zijn eigen bezit. 14 Wanneer u dan aan uw naaste iets verkoopt wat verkocht kan worden, of iets uit het bezit van uw naaste koopt, mag u elkaar niet uitbuiten. 15 Overeenkomstig het aantal jaren vanaf het Jubeljaar moet u van uw naaste kopen en overeenkomstig het aantal opbrengstjaren moet hij het aan u verkopen. 16 Bij een groot aantal jaren moet u de prijs ervan hoger stellen, en bij een klein aantal jaren moet u de prijs ervan verlagen, want hij verkoopt u het aantal opbrengsten. 17 En niemand mag zijn naaste uitbuiten. Vrees echter uw God, want Ik ben Yehovah, uw God. 18 U moet Mijn verordeningen houden en Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden. Dan zult u onbezorgd in het land wonen. 19 En het land zal zijn vruchten geven, zodat u tot verzadiging toe kunt eten. U zult er onbezorgd kunnen wonen.” (Leviticus 25:10-19)

 

20 “En wanneer u zegt: ‘Wat moeten wij in het zevende jaar eten? Zie, wij mogen niet zaaien en onze opbrengst niet inzamelen!’ – 21 dan zal Ik Mijn zegen over u in het zesde jaar gebieden, zodat het een opbrengst geeft, genoeg voor drie jaar, 22 zodat u het achtste jaar opnieuw kunt zaaien, terwijl u van de oude opbrengst kunt eten tot het negende jaar toe. Tot de nieuwe opbrengst van het land binnenkomt, kunt u van de oude eten. 23 Verder mag het land niet voor altijd verkocht worden, want het land behoort Mij toe. U bent immers vreemdelingen en bijwoners bij Mij. 24 In heel het land dat u bezit, moet u de loskoping van het land toestaan. 25 Wanneer uw broeder in armoede raakt en een deel van zijn bezit moet verkopen, dan moet zijn losser komen die nauw aan hem verwant is, en vrijkopen wat zijn broeder heeft verkocht. 26 En wanneer iemand geen losser heeft en zijn vermogen toereikend is, zodat hij over voldoende middelen beschikt voor zijn loskoping, 27 dan moet hij de jaren berekenen dat het verkocht is geweest, en het verschil vergoeden aan de man aan wie hij het verkocht had. Dan zal hij naar zijn bezit terugkeren. 28 Maar als hij over onvoldoende middelen beschikt om hem te vergoeden, dan blijft het verkochte in handen van de koper ervan, tot het jubeljaar toe. Maar in het jubeljaar komt het vrij en keert hij terug naar zijn bezit.” (Leviticus 25:20-28)

 

29 “En wanneer iemand een woonhuis verkoopt in een ommuurde stad, dan geldt het recht op loskoping ervan tot het jaar na de verkoop ervan voorbij is. Al die dagen geldt zijn recht op loskoping. 30 Maar als het niet ingelost wordt voordat het volledige jaar voor hem voorbij is, dan behoort het huis dat in de ommuurde stad staat, voor altijd hem toe die het gekocht heeft, al zijn generaties door. Het mag ook in het Jubeljaar niet vrijkomen. 31 De huizen in de dorpen die niet ommuurd zijn, moeten echter tot het akkerland gerekend worden. Hiervoor geldt het recht op loskoping, en in het Jubeljaar komt het vrij. 32 Wat de steden van de Levieten betreft, de huizen die zij in die steden in bezit hebben, daarvoor geldt voor de Levieten een eeuwig recht op loskoping. 33 Als iemand van de Levieten het vrijkoopt, dan moet het huis dat verkocht is in de stad waar zijn bezit is, in het Jubeljaar vrijkomen, want de huizen van de steden van de Levieten gelden als hun bezit in het midden van de Israëlieten. 34 De weidegrond die bij hun steden hoort, mag niet verkocht worden, want die is voor hen een eeuwig bezit.” (Leviticus 25:29-34)

 

35 “En wanneer uw broeder in armoede raakt en met lege handen staat, dan moet u hem steunen, ook als hij een vreemdeling en bijwoner is, zodat hij bij u in leven blijft. 36 U mag geen rente of winst van hem nemen, maar u moet uw God vrezen, zodat uw broeder bij u in leven blijft. 37 U mag uw geld niet met rente aan hem lenen en u mag uw voedsel niet tegen winst geven. 38 ‘Ik ben Yehovah, uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft om u het land Kanaän te geven om u tot een God te zijn. 39 En wanneer uw broeder bij u in armoede raakt en zich aan u verkocht heeft, dan mag u hem geen slavenarbeid laten verrichten. 40 Als een dagloner, als een bijwoner moet hij bij u zijn. Tot het jubeljaar is hij bij u in dienst. 41 Dan mag hij bij u vertrekken, hij en zijn kinderen met hem, en hij mag naar zijn familie terugkeren en terugkeren naar het bezit van zijn vaderen. 42 Want zij zijn Mijn dienaren, die Ik uit het land Egypte heb geleid. Zij mogen niet verkocht worden zoals men een slaaf verkoopt. 43 U mag niet met harde hand over hem heersen, maar u moet uw God vrezen.’” (Leviticus 25:35-43)

 

44 “Wat uw slaaf of uw slavin betreft die u toebehoren, zij moeten afkomstig zijn uit de heidenvolken die rondom u zijn. Van hen mag u een slaaf of slavin kopen. 45 U mag hen verder ook kopen van de nakomelingen van de bijwoners die bij u als vreemdeling verblijven, uit hen die bij u zijn en uit hun familie, die zij in uw land verwekt hebben. Zij mogen voor u als bezit dienen. 46 U mag hen als erfbezit aan uw kinderen na u nalaten om hen als bezit te erven. U moet hen voor altijd laten dienen, maar over uw broeders, de Israëlieten, mag u niet – de een over de ander – met harde hand heersen. 47 En wanneer voor een vreemdeling of een bijwoner die bij u is, het vermogen toereikend is geworden, en uw eigen broeder die bij hem is, in armoede raakt, zodat hij zich heeft moeten verkopen aan de vreemdeling, de bijwoner die bij u is, of aan een afstammeling van de familie van de vreemdeling, 48 dan geldt voor hem het recht op loskoping, nadat hij zich heeft verkocht. Een van zijn broers mag hem vrijkopen, 49 of zijn oom of een zoon van zijn oom mag hem vrijkopen, of een van zijn naaste bloedverwanten, uit zijn eigen familie, mag hem vrijkopen, of hij mag zichzelf vrijkopen als zijn eigen vermogen toereikend is.” (Leviticus 25:44-49)

 

50 “Hij moet dan samen met hem die hem gekocht heeft, het aantal jaren berekenen vanaf het jaar dat hij zich aan hem verkocht heeft, tot het Jubeljaar. Zijn verkoopsom moet namelijk overeenkomstig het aantal jaren zijn. Als de dagen van een dagloner zal het bij hem zijn. 51 Als er nog vele jaren zijn, moet hij dienovereenkomstig zijn loskoping vergoeden van het geld waarvoor hij was verkocht. 52 En als er nog weinig jaren overblijven tot het Jubeljaar, dan moet hij dat met hem berekenen. Overeenkomstig zijn jaren moet hij zijn loskoping vergoeden. 53 Hij moet als een dagloner jaar op jaar bij hem blijven. Men mag onder uw ogen niet met harde hand over hem heersen. 54 Maar als hij op deze manier niet kan worden vrijgekocht, dan mag hij in het Jubeljaar vertrekken, hij en zijn kinderen met hem. 55 Want de Israëlieten behoren Mij als dienaren toe. Zij zijn Mijn dienaren, die Ik uit het land Egypte geleid heb. Ik ben Yehovah, uw God.” (Leviticus 25:50-55)

 

In Leviticus 25 vind ik het noodzakelijk om het volgende opnieuw te benadrukken:

 

4 “… Maar in het zevende jaar moet het voor het land sabbat zijn, een periode van volledige rust, een sabbat voor Yehovah. Uw akker mag u niet bezaaien en uw wijngaard mag u niet snoeien. 5 Wat er na uw laatste oogst nog opkomt, mag u niet oogsten, en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken. Het is een jaar van volkomen rust voor het land.” (Leviticus 25:4-5)

 

 

 

Tijdens het Sabbatjaar, van Abib tot Abib (Abib is de eerste maand van het jaar waarin het Pesach plaatsvindt), mogen we niets planten, of oogsten in en van het land. Maar wat het land zelf produceert, dat kunnen we eten. We kunnen gewoon niets oogsten, opslaan of bevriezen aan het einde van de zomer om ons door de winter te helpen. Maar als we voedsel vinden dat in onze tuin groeit, wat wij zelf niet hebben geplant, daarvan kunnen we plukken en ervan eten. Wanneer onze fruitbomen vrucht dragen, kunnen we kiezen wat we die dag of die week kunnen eten. Maar we kunnen niets plukken, inblikken of invriezen om het langere tijd op te bergen, want dat wordt beschouwd als oogsten.

 

We kunnen echter eten wat we vinden, en dat is OK. Alles wat groeit zonder enige inspanning van onze kant is voor iedereen om te eten. Het is gedurende deze tijd dat uw buren, evenals de vreemdeling op uw land mogen doorzoeken en op dezelfde manier mag u doorzoeken op het land van anderen. Gedurende deze tijd mag u ook geen door u geplante tuin afsluiten en zo uw eigen dieren of wilde dieren verbieden deel te nemen aan de producten. Je moet je tuin open en toegankelijk houden voor alle levende wezens, zodat ze tijdens elk Sabbatjaar van de vruchten van het land kunnen genieten.

 

6 “De opbrengst van de sabbat van het land zal voor u als voedsel dienen: voor u en uw slaaf en uw slavin, uw dagloner en uw bijwoner, die bij u als vreemdeling verblijven. 7 Ook voor uw vee en voor de wilde dieren die in uw land leven, mag heel de opbrengst ervan als voedsel dienen.” (Leviticus 25:6-7)

 

Dus wat kunnen we dan doen om voedsel te verkrijgen tijdens het Sabbatsjaar?

 

20 “En wanneer u zegt: ‘Wat moeten wij in het zevende jaar eten? Zie, wij mogen niet zaaien en onze opbrengst niet inzamelen!’ – 21 dan zal Ik Mijn zegen over u in het zesde jaar gebieden, zodat het een opbrengst geeft, genoeg voor drie jaar, 22 zodat u het achtste jaar opnieuw kunt zaaien, terwijl u van de oude opbrengst kunt eten tot het negende jaar toe. Tot de nieuwe opbrengst van het land binnenkomt, kunt u van de oude eten. (Leviticus 25:20-22)

 

In dit vers wordt ons verteld dat we voedsel moeten opslaan in het zesde jaar. In feite moeten we voldoende voedsel opslaan om ons te kunnen voorzien tot de nieuwe oogst wat in het negende jaar komt.

 

Ik hield het Sabbatsjaar in 2009. Het was de eerste keer dat ik het deed. Ik zou dit ook alleen moeten doen, omdat mijn vrouw me helemaal niet zou helpen. Dus ik heb wat eenvoudige berekeningen gedaan. Ik berekende dat ik 365 ontbijten, 365 lunches en 365 avondeten ging eten. Ik plakte daar nog eens 180 dagen aan vast om dit te kunnen doen tot de volgende herfst, toen de volgende oogst van voedsel zou worden geoogst en verkrijgbaar zou zijn in de lokale winkels.

 

Ik kocht de volgende dingen: soep, bonen, sauzen, kruiden en ingeblikt fruit van zoveel mogelijk verschillende soorten fruit die ik kon vinden. Ik heb ook zakken gekocht van het volgende: spaghetti-noedels, rijst en diepvriesgroenten. Ik kocht ook de kruiden die ik dacht nodig te hebben en bewaarde zelfs het junkfood dat ik het hele jaar door wilde eten.

 

Maar er was een andere situatie die ik moest plannen. Ik zou dit jaar drie keer naar Israël gaan en moest zorgen voor wat ik ging eten terwijl ik op de vliegtuigen reisde en terwijl ik in het land Israël was, omdat ik een plechtige gelofte had gedaan aan Yehovah; Ik zou niets eten uit een winkel of restaurant waar voedsel van het land zou worden verbouwd tijdens dat Sabbatsjaar. Alles wat ik kon en zou eten zou alleen dat zijn wat ik had opgeslagen in het zesde jaar zoals mij werd bevolen.

 

Ik zou overal vlees kunnen eten omdat vlees niet door het land wordt geproduceerd en omdat we niet worden bevolen vlees op te slaan. Deze opdracht is alleen van toepassing op het afzien van het consumeren, oogsten en opslaan van de groenten en fruit die gedurende een bepaald Sabbatsjaar van het land zouden worden geteeld.

 

Dit zou ook betekenen dat boeren die op dezelfde manier Yehovah willen gehoorzamen, genoeg hooi en gewassen voor hun dieren moeten bewaren, niet alleen voor het Sabbatsjaar, maar tot de nieuwe oogst klaar om te worden geoogst het volgende jaar, of in sommige gevallen, twee jaar later.

 

Ik was van plan om tweeënvijftig broden te hebben voor mijn lunches, dus ik kocht ze en bevroor ze direct na de Dagen van Ongezuurde Broden, dat is tijdens het Pesach wanneer je geen zuurdesem in je huis hebt. Een week na de Dagen der Ongezuurde Broden kocht ik brood en bevroor het. Het jaar daarop, toen de Dagen der Ongezuurde Broden opnieuw kwamen, hoefde ik slechts twee broden weg te gooien. Maar vanaf dat moment moest ik matzes eten tot Pinksteren, toen de tarweoogst zou worden opgenomen. Dus na Pinksteren kon ik weer beginnen  met brood te eten. Maar ik moest ook een voorraad matzes voor twee jaar hebben.

 

Ik had vaak roerbakgerechten en rijst als avondeten, maar werd afgewisseld met soepen en stoofschotels. Door dit alles heb ik het hele jaar nooit tekort gehad, noch is er ooit iets bedorven, afgezien van de twee broden die ik moest weggooien. In feite heb ik dit voedsel tot ver in 2012 kunnen gebruiken sinds het jaar 2008 toen ik het opsloeg. Nogmaals, niet alleen voor het beoogde jaar, maar in de jaren die volgden tot op heden, werd het voedsel dat ik in 2008 van tevoren opsloeg nooit bedorven. We aten het meeste en hadden zelfs wat over om weg te geven. Zelfs jaren later hebben we nog steeds voedsel uit 2008 en we eten het nog steeds. Ik hoop echt dat het grondig zal worden geconsumeerd voordat het jaar voorbij is. Maar er is niets bedorven.

 

Ik deel dit met je zodat je weet dat het mogelijk is om te doen. Het enige dat nodig is, is een zorgvuldige, doordachte planning en geloof. En het is uw geloof dat hier wordt getest.

 

Hieronder is een ander commando tijdens het Sabbatsjaar waar we ons van bewust moeten zijn en doen:

 

1 “Na verloop van zeven jaar moet u kwijtschelding verlenen. 2 Dit nu is wat de kwijtschelding inhoudt: iedere schuldeiser die iets aan zijn naaste geleend heeft, moet hem dat kwijtschelden. Hij mag van zijn naaste of zijn broeder geen betaling eisen, aangezien men een kwijtschelding heeft uitgeroepen voor Yehovah. 3 Van een buitenlander mag u betaling eisen, maar wat er van u bij uw broeder is, moet u kwijtschelden. 4 Overigens hoeft er onder u geen arme te zijn, want Yehovah zal u overvloedig zegenen in het land dat Yehovah, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, 5 als u tenminste de stem van Yehovah, uw God, nauwgezet gehoorzaamt, door al deze geboden die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen. 6 Wanneer Yehovah, uw God, u gezegend heeft, zoals Hij tot u gesproken heeft, dan zult u aan vele volken leningen verstrekken, maar zelf zult u niets hoeven te lenen; en u zult over vele volken heersen, maar over u zullen zij niet heersen. 7 Maar als er onder u een arme zal zijn, iemand uit uw broeders, binnen een van uw poorten, in uw land, dat Yehovah, uw God, u geven zal, dan mag u uw hart niet verstokken, of uw hand sluiten voor uw broeder die arm is. 8 Integendeel, u moet uw hand wijd voor hem opendoen en hem overvloedig lenen, genoeg voor wat hem ontbreekt. 9 Wees op uw hoede dat niet de verderfelijke gedachte in uw hart opkomt dat ‘het zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding, naderbij komt’ – waardoor u uw broeder die arm is niets gunt en hem niets geeft, en hij over u tot Yehovah roept en er zonde in u is.” (Deuteronomium 15:1-9)

 

10 “U moet hem overvloedig geven, en laat uw hart niet verdrietig zijn als u hem geeft. Want vanwege deze zaak zal Yehovah, uw God, u zegenen in al uw werk en in alles wat u ter hand neemt. 11 Want armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: ‘U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land.’ 12 Als uw broeder, een Hebreeuwse man of Hebreeuwse vrouw, aan u verkocht is, dan zal hij u zes jaar dienen; maar in het zevende jaar moet u hem vrij van u laten weggaan. 13 En als u hem vrij van u laat weggaan, mag u hem niet met lege handen laten gaan. 14 U moet hem overvloedig geven van uw kleinvee, uw dorsvloer en uw perskuip; van dat waarmee Yehovah, uw God, u gezegend heeft, moet u hem geven. 15 En u moet bedenken dat u een slaaf geweest bent in het land Egypte, en dat Yehovah, uw God, u verlost heeft; daarom gebied ik u heden deze zaak. 16 Maar het moet zó zijn, als hij tegen u zegt: ‘Ik wil niet bij u weggaan’, omdat hij u en uw gezin liefheeft, omdat hij het goed bij u heeft, 17 dat u een priem neemt en die door zijn oor en in de deur steekt; dan zal hij voor altijd uw slaaf zijn. Ook bij uw slavin moet u zo doen. 18 Laat het niet moeilijk zijn in uw ogen als u hem vrij van u laat weggaan, want hij heeft u zes jaar dubbel zoveel opgeleverd als een dagloner. Dan zal Yehovah, uw God, u zegenen in alles wat u doet.” (Deuteronomium 15:10-18)

 

Ik moet toegeven dat ik dit gebod niet leuk vond. En dit is degene die ik niet wilde gehoorzamen. Als iemand je een paar honderd dollar schuldig is, dan is het niet zo moeilijk om uit te voeren, maar ik was duizenden dollars schuldig en probeerde het al een tijdje te innen.

 

Het was met dit Gebod in gedachten dat ik degenen schreef die mij verschuldigd waren en vertelde dat hun schulden aan mij volledig waren kwijtgescholden. Ze waren verbluft, op zijn zachtst gezegd, omdat niemand dat ooit eerder voor hen had gedaan. Ze drongen toen aan dat ze me onmiddellijk zouden betalen en ik moest hen vertellen dat ik de betaling van hen onder geen enkele voorwaarde kon accepteren, zelfs als ze wel betaalden. Zoals ik al zei, ik vond dit Gebod niet leuk.

 

 

Naast het opzij zetten van van voedsel in 2008 voor het Sabbatsjaar 2009, in mijn De Chronologische Volgorde van Profetie125-dvd, die uitkwam in maart 2008, maakte ik een specifiek punt om heel duidelijk te laten zien dat teruggaan in de tijd – inclusief industriële revolutie – men kan gemakkelijk de recessies en depressies heel nauw zien gebeuren naast alle Sabbats- en Jubeljaren door de geschiedenis heen. Ik geloof dat daar een duidelijke oorzaak en gevolg-dynamiek was; een duidelijke correlatie, om zeker te zijn.

 

 

Op de volgende twee grafieken (de eerste hieronder en de tweede op de volgende pagina), presenteer ik u opnieuw de grafieken die ik op mijn dvd van maart 2008 heb opgenomen met de toeneming van de schulden op dat moment samen met de recessiejaren voor dit jaar. Ik laat ook zien hoe het jaar 2009 inderdaad een ander recessiejaar en tevens een Sabbatsjaar was.

 

 

Nogmaals, wat ik door dit alles ben gaan begrijpen, is dat veel van de Sabbatsjaren gepaard gaan met recessies of depressies die min of meer aaneensluitend of zelfs tegelijkertijd voorkomen. Ik ben al een tijdje van de overtuiging dat dit gebeurt omdat we onze buren de schulden die ze hebben opgelopen niet zullen vergeven. Als we dat zouden doen, zou iedereen een nieuwe start krijgen en deze economische recessies en depressies die we zien, zouden zich niet voordoen – en hyperinflatie trouwens ook niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

125Je kunt deze DVD bestellen via: http://sightedmoon.com

126http://research.stlouisfed.org/fred2/series/BORROW

 

127

 

127http://research.stlouisfed.org/fred2/series/BORROW

De Federal Reserve Bank of St. Louis bezit auteursrechten voor alle andere inhoud die in de Review is gepubliceerd en verleent gratis toestemming om deze artikelen te herdrukken. Er is geen schriftelijke toestemming nodig als artikelen volledig en zonder aanpassing worden herdrukt.

Deze grafieken getuigen van het feit dat ik tijdens deze recessie van 2008-2011 in loondienst was en bezig werd gehouden in de woningbouw, nota bene in de nieuwbouw – de industrie die het meest werd getroffen. Ik kan het niet helpen, maar vraag me af wat er zou zijn gebeurd als ik dit Gebod niet had gehoorzaamd en hen de schulden had kwijtgescholden die me duizenden dollars verschuldigd waren. Ja, ik geloof dat Yehovah voor me zorgde omdat ik gehoorzaam was.

 

Maar er is nog een ander Gebod waarvan ik wil dat je goed kijkt en er sterk op aandringt om te gehoorzamen en niet uit te stellen of te verwaarlozen tijdens het Sabbatsjaar.

 

10 En Mozes gebood hun: “Na verloop van zeven jaar, op de vastgestelde tijd van het jaar van de kwijtschelding, op het Loofhuttenfeest, 11 als heel Israël komt om te verschijnen voor het aangezicht van Yehovah, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen, moet u deze wet ten aanhoren van heel Israël voorlezen. 12 Roep het volk bijeen, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en de vreemdeling die binnen uw poorten is, om te horen, en om te leren Yehovah, uw God, te vrezen en alle woorden van deze wet nauwlettend te houden. 13 Zodat hun kinderen die het niet weten, het ook horen, en leren Yehovah, uw God, te vrezen, al de dagen dat u leeft in het land waarvoor u de Jordaan oversteekt om het in bezit te nemen.” (Deuteronomium 31:10-13)

 

Op het Loofhuttenfeest, het festival van een week in de herfst, wordt ons geboden de Torah hardop te lezen zodat iedereen het kan horen en begrijpen wat het zegt tijdens een gegeven Sabbatsjaar. Drie andere mannen en ik gingen naar de Gihon Spring in de Stad van David en gingen vervolgens de hele Wet hardop voorlezen terwijl duizenden toeristen op weg naar Hizkia’s tunnel voorbijgingen. Het kostte ons ongeveer vier uur om alles te doen en ieder las een hoofdstuk en toen nam de volgende het over terwijl we allemaal luisterden.

 

We hebben gedaan wat ons was opgrdragen. We hebben misschien niet precies begrepen hoe we moesten doen wat ons werd verteld, maar we hebben ons best gedaan met het begrip dat we toen hadden. Mijn begrip is sindsdien echter zoveel gegroeid en ik ben erg opgewonden om de nieuwe dingen die ik sindsdien heb gezien, in dit boek met jullie te delen.

 

Kortom, ik smeek u om zo goed mogelijk te doen met wat u hebt, volledig te gehoorzamen aan Yehovah met betrekking tot wat Hij van u verlangt, en in die gevallen waarin u slechts gedeeltelijk kunt gehoorzamen, volledig op Yehovah te vertrouwen dat Hij voor de rest zal zorgen.

Hoofdstuk 22 | Opkomst van de Valse Leer; Waar het allemaal begon

 

Ik heb je net alle historisch geregistreerde Sabbatsjaren laten zien. Bijna iedereen is het ermee eens dat dit de juiste jaren zijn.

 

Wat ze niet eens lijken te zijn, is wanneer een bepaald sabbatjaar begint en daarom proberen ze de historische verslagen te verdraaien om hun eigen fouten te evenaren – zelfs tot het punt om kritieke informatie weg te laten (zoals die gevonden in 2 Koningen 19:29 ) om hun eigen leer voort te zetten.

 

Volgens deze leraren zal het volgende Sabbatsjaar zijn van Tishri 2014 – Tishri 2015. Maar dit veronderstelde Sabbatsjaar komt niet overeen met een van de bekende die ik onder uw aandacht heb gebracht, noch komt het overeen met 2 Koningen 19:29.

 

Ons wordt door de Heilige bevolen “voor Hem te wandelen en volmaakt te zijn.”

 

1 “Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.” (Genesis 17:1)

 

Een wandeling kan volmaakt worden geacht volgens de normen van een mensenraad, maar wanneer die wandeling in werkelijkheid niet volgens de standaard van Het Woord van de Heilige is, het waardeert of behaagt de Heilige niet. Dat soort wandeling acht alleen ‘zelf’, ijdelheid en bedrog.

 

Op dit uitgangspunt zal ik de komende paar pagina’s verder bouwen. Ik ga het fundament blootleggen waarop het Jodendom hun Sabbatsjaar berust.

 

Hoe zijn de Sabbats- en Jubeljaren verloren gegaan en waarom zijn ze nu zo moeilijk om correct te bepalen en vast te pinnen?

 

De rabbijnen van vandaag leren dat het volgende Shmita-jaar in 2014-2015 zal plaatsvinden. Als gevolg hiervan houden ze een Shmita-jaar een heel jaar eerder dan het herstelde Sabbatsjaar / Jubeljaar-schema zou doen. De vraag die we ons allemaal zouden moeten stellen is: “Waarom?”

 

Ik ga je meenemen wanneer deze dingen zijn begonnen (en met wie), en geef je een paar van de belangrijkste redenen waarom. Om al deze dingen voor u zinvol te maken, moet men teruggaan naar de bron van waar en / of met wie het allemaal begon. In dit geval is het “wie” doorzoekbaarder dan het “waar”. De “wie” waren de Tannaïm.

 

Wie waren precies de Tannaïm en welke rol hebben zij in het Jodendom gespeeld?

 

Het Maken van de Mishnah & De Talmoed128

 

Het woord (“tanna”) is Aramees voor een memorizer en verteller van tradities.

 

Tanna betekent ook “onderwijzen” en andere bronnen beweren dat het “herhalen” betekent. Hoe dan ook, de Tannaïm waren een groep leraren (ook bekend als wijzen) van de Mishna, of de ‘mondelinge wet’ die in een specifieke periode in de geschiedenis bestond (40 v.Chr – 220 n. Chr.). In de 1ste eeuw van dit gemeenschappelijke tijdperk waren er religieuze mannen die veel van de gelovige gemeenschap nu vergelijken met en zich associëren met de Sadduceeën of Farizeeën van de Bijbel, die leraren waren van een soort wet die mondeling werd doorgegeven aan opeenvolgende generaties.

 

Dit was iets heel anders dan de geschreven wet die aan Mozes was gegeven door Yehovah. Later werden de mondelinge leringen van deze religieuze mannen opgeschreven en werden ze bekend als de Mishna en de Baraita. De mondelinge tradities die door deze mannen in deze tijd werden verspreidt, werden bekend als het Rabbijns Jodendom. Deze leraren van de mondelinge tradities bleven gedurende de eerste eeuw tot aan het huidige tijdperk bestaan.

 

Deze leraren waren bekend onder de volgende namen tijdens de aangegeven periodes:

 

Zugot – 515 v. Chr. – 70 n. Chr. (Tweetal van Tannaim)

 

In het Hebreeuws duidt het woord “Zugot” op een meervoud van twee identieke objecten. (In het Nederlands: “paren.”) De naam werd gegeven aan de twee leidende leraren van de wet tijdens elke opeenvolgende generatie tijdens de periode. Volgens de overlevering stonden twee van hen altijd aan het hoofd van het Sanhedrin; één als president (“Nasi”) en de andere als vice-president of vader van de rechtbank (“Av Beit Din”; zie Sanhedrin).129

 

Tannaim – 10–220 n. Chr. (Wijzen van de Mishnah)

 

De Mishnah of Mishna [Hebreeuws: ????, “herhaling” van het werkwoord ‘shanah’ ???, of “om te bestuderen en te beoordelen”, ook “secundair” (afgeleid van de adj. ‘Shani’]) ??? is het eerste grote geschreven hoofdartikel van de joodse mondelinge tradities die de ‘Mondelinge Torah’ worden genoemd. Het is ook het eerste belangrijke werk van het rabbijnse Jodendom.

 

Het werd (in) 220 n.Chr. Geredigeerd door Rabbi Yehuda haNasi toen, volgens de Talmoed, de Jodenvervolging en het verstrijken van de tijd de mogelijkheid opriepen dat de details van de orale tradities uit de Farizeïsche tijd dateren (536 v.Chr. – 70 n.Chr.) zou worden vergeten. Het is dus genoemd als zijnde de enige geschreven autoriteit (codex) secundair (alleen) aan de Tenach als basis voor het vellen van oordeel, een bron en een hulpmiddel voor het maken van wetten, en de eerste van vele boeken die de Bijbel aanvullen in een bepaald aspect.

 

De Mishnah wordt ook Shas genoemd (een acroniem voor Shisha Sedarim – de “zes orden”), met verwijzing naar zijn zes hoofddivisies. Rabbijnse commentaren op de Mishnah in de komende drie eeuwen werden bewerkt als de Gemara, die, in combinatie met de Mishnah, de Talmoed omvat.

 

De Mishnah weerspiegelt debatten van 1e eeuw v.Chr. – 2 e eeuw n.Chr. door de groep rabbijnse wijzen die bekend staan als de Tannaïm.130

 

De Tannaim [Hebreeuws: ????? (meervoud)], en Tanna [Hebreeuws: ??? (enkelvoud)] (of) “herhalers”, “leraren” waren de rabbijnse wijzen wiens opvattingen werden vastgelegd in de Mishnah … De periode van de Tannaïm, ook wel de Misjnaïsche periode genoemd … kwam na de periode van de Zugot (“paren”), en werd onmiddellijk gevolgd door de periode van de Amoraïm (“tolken”).

 

De wortel ‘tanna’ (???) is het Aramese equivalent voor de Hebreeuwse wortel ‘shanah’ (???), wat ook het wortelwoord van Mishna is. Het werkwoord shanah  (???) betekent letterlijk “herhalen (wat men heeft geleerd)” en wordt gebruikt als “leren”.131

 

 

128http://printingthetalmud.org/essays/1.pdf, The Making of the Mishnah & the Talmud door Lawrence H. Schiffman

129https://nl.wikipedia.org/wiki/Zugot

130https://nl.wikipedia.org/wiki/Misjna

131http://en.wikipedia.org/wiki/Tannaim

 

Amoraim — 220 C.E. – 500 C.E. (Wijzen van de Talmoed)

 

Amoraim (“uitleggers”): Verwijst naar de wijzen van de Talmoed die actief waren tijdens het einde van het tijdperk van de verzegeling van de Mishna, en tot de tijd van de verzegeling van de Talmoed (220 – 500 n. Chr.). De Amoraim-wijzen waren actief in twee gebieden, het land Israël en Babylon. Naast de Babylonische Talmoed en de Jeruzalem Talmoed werden hun geschriften ook bewaard in Midrashes zoals Midrash Rabba. 132

 

Savoraim—500 C.E.–650 C.E. (Redenaars van de Torah studieplaatsen in Babylon)

 

Savoraim (“redenaars”): Verwijst naar de wijzen van Beth Midrash (Torah studieplaatsen) in Babylon vanaf het einde van het tijdperk van de Amoraim (5e eeuw) en tot het begin van het tijdperk van de Geonim (vanaf het einde van de 6e eeuw of in het midden van de 7e eeuw). 133

 

Geonim — 650 C.E. – 1050 C.E.

 

“… waren de presidenten van de twee grote Babylonische, Talmoedische Academies van Sura en Pumbedita, in het Abbasidische kalifaat, en waren de algemeen aanvaarde spirituele leiders van de Joodse gemeenschap wereldwijd in het vroege middeleeuwse tijdperk, in tegenstelling tot de Resh Galuta ( Exilarch) die seculier gezag uitoefende over de Joden in islamitische landen. ”

 

Geonim is het meervoud van ???? (Gaon ’), wat ‘trots’ of ‘pracht’ betekent in bijbels Hebreeuws en sinds de 19e eeuw ‘genie’ zoals in modern Hebreeuws. Als titel van een Babylonische universiteitspresident betekende het zoiets als: “Zijne Excellentie.” 134

 

Rishonim – 1050 C.E – 1500 C.E. (de eersten)

 

Rishonim or Rishon

 

“… waren de leidende rabbijnen en Poskim die ongeveer leefden in de 11e-15e eeuw, in het tijdperk vóór het schrijven van de Shulkhan Arukh (Hebreeuws: ???????? ??????,” gedekte tafel “, een code van de Joodse wet , 1563 CE) en volgens de Geonim (589 CE-1038 CE). Rabbijnse geleerden na de Shulkhan Arukh staan in het algemeen bekend als Acharonim (‘de laatste’). 135

 

Acharonim – 1500 C.E. tot heden (de laatste of laatsten)

 

Acharonim

 

“… is een term die wordt gebruikt in de Joodse wet en geschiedenis, om de leidende Rabbijnen en Poskim (Joodse wettelijke beslissers) aan te duiden die van ongeveer de 16e eeuw tot heden leven, en meer specifiek sinds het schrijven van de Shulkhan Arukh (Hebreeuws: ???????? ??????, “Set Table.” Een code van Joodse wet.) In 1563 CE 136

 

 

132http://en.wikipedia.org/wiki/Chazal

133http://en.wikipedia.org/wiki/Chazal

134http://en.wikipedia.org/wiki/Geonim

135http://en.wikipedia.org/wiki/Rishonim

136http://en.wikipedia.org/wiki/Acharonim

 

Van de Joodse Encyclopedie

 

De periode van de Tannaïm, die ongeveer 210 jaar duurde (10 C.E. – 220 C.E.), wordt over het algemeen door joodse geleerden verdeeld in vijf of zes secties of generaties, met het doel van een dergelijke verdeling om aan te tonen welke leraren hun hoofdactiviteit tegelijkertijd ontwikkelden. Sommige Tannaïm waren echter actief in meer dan één generatie. Het volgende is een opsomming van de eerste drie generaties en van de meer prominente Tannaim die respectievelijk bij hen horen:

 

Eerste Generatie ( 10 C.E.-80 C.E.)

 

Hoofd Tannaïm: De Shammaites en de Hillelites, Akabya b. Mahalaleel, Rabban Gamaliel de Oude, Hanina, hoofd van de priesters (‘segan ha-kohanim’), Simeon b. Gamaliel en Johanan b. Zakkai.

 

Tweede Generatie (80 C.E. – 120 C.E.)

 

Hoofd Tannaïm: Rabban Gamaliel II. (van Jabnesh), Zadok, Dosa geb. Harkinas, Eliezer b. Jacob, Eliezer g. Hyrcanus, Joshua b. Hanaiah, Eleazar b. Azaria, Juda b. Bathvra.

 

Derde Generatie (120 C.E. – 140 C.E.)

 

Hoofd Tannaim: Tarfon, Ishmael, Akiba, Johanan g. Nuri, Jose ha-Gelili, Simeon g. Nanos, Judah b. Baba en Johanan b. Baroka. Verschillende hiervan bloeiden in de voorafgaande periode. 137

 

Dus nu weet je over wie je leest in de Messiaanse geschriften over de Farizeeën in de 1e eeuw. Ze waren verantwoordelijk voor het schrijven van omvangrijke tradities als “geboden”, en vroegen veel gedetailleerde voorschriften aan mensen die veel verder gingen dan wat door Yehovah in steen was geschreven en aan Mozes was gegeven. Sommigen hadden het in gedachten om de mensen te “beschermen” tegen het overtreden van geboden, maar door dit te doen, gingen de Farizeeën in feite in tegen de geschreven Torah. Yehovah heeft ons bevolen niet toe te voegen aan of weg te nemen en de mondelinge Torah op een plaats van belang te stellen die op gelijke voet staat met de geschreven Torah. De Tannaïm legde ook een zware last op de mensen – een last waarvan ze geen vinger ophieven om te verlichten.

 

Ik zal nu op de kern van de zaak ingaan en u een korte geschiedenis geven over hoe het huidige Jodendom zich ontwikkelde zoals wij het kennen, hoeveel dingen zijn veranderd en waarom.

 

Houd er rekening mee dat de Tempel van Herodes in 70 C.E. was vernietigd.

 

Na de verwoesting van de Tweede Tempel in 70 C.E. werd het Sanhedrin opnieuw gevestigd in Yavneh met verminderd gezag. De keizerlijke regering en wetgeving van Rome erkende het als het Palestijnse Patriarchaat, de ultieme autoriteit in Joodse religieuze aangelegenheden. De zetel van de P.P. verhuisde naar Usha onder het presidentschap van Gamaliel II in 80 C.E. In 116 C.E. keerde het terug naar Yavneh en vervolgens weer terug naar Usha. Vervolgens verhuisde het naar Shefaram in 140 C.E. onder het presidentschap van Shimon ben Gamaliel II, en naar Beit Shearim en Sephoris in 163 C.E. onder het presidentschap van Juda I. Uiteindelijk verhuisde het naar Tiberias in 193 C.E., onder het presidentschap van Gamaliel III (193 C.E. – 230 C.E.), oudste zoon van Simeon 138 ben Judah ha-Nasi en gerenommeerde redacteur van de Mishna, 139, waar het meer een consistorie werd, maar behield nog steeds, onder het presidentschap van Juda II (230 CE – 270 CE), de kracht van excommunicatie.

 

 

137http://www.jewishencyclopedia.com/articles/14240-tannaim-and-amoraim

138http://www.jewishencyclopedia.com/articles/13700-simeon-ben-judah-ha-nasi-i

139http://www.britannica.com/Ebchecked/topic/224739/Gamaliel-III

 

Tijdens het presidentschap van Gamaliel IV (270 C.E. – 290 C.E.), vanwege Romeinse vervolging, liet het de naam Sanhedrin vallen; en zijn gezaghebbende beslissingen werden vervolgens uitgegeven onder de naam Beth HaMidrash.

 

Als reactie op Julians pro-joodse houding verbood Theodosius I het Sanhedrin om zich te verzamelen en verklaarde de wijding illegaal. De doodstraf werd voorgeschreven voor elke rabbijn die de wijding ontving en de volledige vernietiging van de stad waar de wijding plaatsvond.140

 

Omdat de Hebreeuwse Kalender echter werd bepaald door observaties op basis van ooggetuigenverklaringen die veel te gevaarlijk waren geworden om te ondernemen, beval Hillel II de wijziging aan van een wiskundig gebaseerde kalender die werd aangenomen (tijdens) een clandestiene en misschien laatste bijeenkomst in 358 C.E. Dit markeerde de laatste gezaghebbende beslissing van dat orgaan.

 

Gamaliel VI (400 C.E. – 425 C.E.) was de laatste president van het Sanhedrin. Met zijn dood in 425 C.E.,141 geëxecuteerd door Theodosius II voor het oprichten van nieuwe synagogen in strijd met het imperiale besluit, werd de titel Nasi, de laatste overblijfselen van het oude Sanhedrin, illegaal. Een keizerlijk besluit in 426 C.E. leidde de belasting van de patriarchen (post excessum patriarchorum) af naar de keizerlijke schatkist.142

 

Vóór deze datum is het verstandig om rekening te houden met wat andere dynamiek aan het werk was.

 

Constantijn werd … een Romeinse keizer (en uitgevaardigd) het Edict van Milaan in 313 C.E., dat het christendom in het Romeinse rijk voor het eerst volledig legaliseerde en de Raad van Nicaea in 325 C.E. die hij voorzat. (Zijn) acties veranderden de omstandigheden waaronder christenen leefden volledig.

 

Christenen onderschreven vóór deze datum een mix van heidense religies, terwijl ze ook gedeeltelijk het enige ware Nazarener geloof omarmden. De Nazareners waren echter degenen die de Torah volgden in geest en waarheid en waren in alle opzichten aanhangers van het Joodse geloof – het enige verschil was dat zij Yehshua volgden.

 

Constantijn maakte een einde aan 300 jaar vervolging, gedurende welke christenen in het geheim moesten aanbidden … geconfronteerd met willekeurige arrestatie en (leefde onder de constante dreiging van) martelaarschap in de Coliseums. Hij huldigde een nieuw tijdperk in waarin christenen genoten van de macht en het beschermheerschap van de Romeinse staat.

 

De reputatie van Constantijn als de ‘eerste christelijke keizer’ is tot nu toe bekendgemaakt door historici van Lactantius en Eusebius van Caesarea; hoewel er discussie is geweest over de oprechtheid van zijn geloof sinds hij alleen op zijn sterfbed werd gedoopt. Er is beweerd dat hij de zonnegod heeft samengevoegd met de Christelijke God. Zijn steun voor het christendom was echter oprecht en weerspiegeld in zijn beleid. De kerk kon nu land bezitten, Christenen konden openlijk aanbidden en keizerlijke patronage resulteerde in de bevestiging van een enkel credo. Nu echter bisschoppen keizerlijke steun hadden, konden degenen die het eens waren met het dominante of heersende concept van orthodoxie of othopraxis [een term afgeleid van het Grieks (??????????) wat betekent “juiste actie / activiteit”] worden gestraft. Het Christendom werd dus veranderd van een vrij losse en diverse groep gelovigen in een orthodoxie op basis van een uniform geloof met een gedisciplineerde hiërarchische instelling op basis van het Romeinse patroon.

 

Christenen, die voorheen terughoudend waren in militaire actie, vochten zich nu bij het leger en namen geweld op in hun geloof. Nadat het Christendom eenmaal de staatsgodsdienst was geworden in de jaren na Constantijn, begon de staat het Christendom aan iedereen op te leggen en afwijkende meningen te vervolgen, net zoals het ooit Christenen had vervolgd vóór de bekering van Constantijn. Christelijke leiders maakten snel gebruik van hun macht om alle waargenomen ketters, heidenen en Joden te straffen, nu ondersteund door de dwingende macht van de staat.143

 

 

140A History of the Jewish People, by Hayim Ben-Sasson, Harvard University Press (October 15, 1985), ISBN 978-0-674-39731-6

141http://tinyurl.com/bp2kcet (“C.E.” geverifieerd)

142http://nl.wikipedia.org/wiki/Sanhedrin_(gerechtshof)

 

Het is kritisch en ironisch om op te merken dat vanaf het moment dat de vervolging van christenen begon te verdwijnen (zowel in frequentie als intensiteit), de Jodenvervolging of antisemitisme volledig in het spel kwam. Dit was geen kleine zaak, want het Sanhedrin moest ophouden te bestaan in enige vorm van officiële hoedanigheid uit angst om gedood te worden.

 

Je kunt in de Schrift lezen hoe duizenden Joden tijdens deze overgangsfase Yehshua begonnen te volgen. Dit kwam omdat de meeste van Zijn leringen hen terugbrachten naar de waarheid van de Torah. Naderhand, toen het christendom de dominante religie werd, zie je helemaal geen Joodse bekeerlingen meer. Waarom? Omdat het Christendom geleidelijk evolueerde naar een heidense religie die mensen wegleidde van de Torah die Yehshua belichaamde, illustreerde, handhaafde en tot leven bracht voor de mensen.

 

Nadat Yehshua stierf, waren er Joden die rondgingen met het doden en stenigen van degenen die volgden en predikten over Yehshua. De apostel Paulus was één. Toch vonden er duizenden Joodse bekeringen plaats.

 

Afgezien van Paulus was de moord op Stefanus in Handelingen 6:8-8:1 een van de ontelbare martelingen waarover je kunt lezen.

 

Foxe’s Boek van Martelaren (Book of Martyrs) kan u een veel diepgaandere behandeling van het onderwerp martelaarschap bieden, als u hier meer over wilt weten. Deze haat voor alle volgers van Yehshua was een van de bijdragende factoren om Simon Bar Kochba 100 jaar later te onderschrijven en te promoten als de Joodse Messias.

 

Een andere bijdragende factor die ertoe zou leiden dat sommigen Simon de Messias zouden beschouwen, was een boek gepubliceerd in 101 C.E. getiteld het Boek van Elchasai, dat profeteerde dat de jaren in die tijd de laatste 3 1/2 jaar waren.

 

Oorsprong en verspreiding: volgens zijn eigen rekening … Elchasai kwam met zijn boodschap in het derde jaar van Trajanus; hij lijkt zijn boek te hebben samengesteld tijdens het bewind van dezelfde keizer, zoals wordt gesuggereerd door de profetie … maar niet vervuld, van een universeel conflict dat drie jaar na de Parthische oorlog oplaait, maar nog steeds onder het bewind van Trajanus.144

 

Tegen de Joodse Christenen die in Judea woonden, was Simon Bar (Kochba) vijandig, omdat ze als afvalligen werden beschouwd en vooral als informanten en spionnen. De haat tegen de Joodse Christenen werd versterkt toen ze weigerden deel te nemen aan de nationale oorlog, en bleef onverschillig toeschouwers van dit angstige (historische) drama. In de herstelde staat waar alle wetten weer van kracht werden, voelden de Judese tribunalen zich gerechtvaardigd om de leden van hun natie bijeen te roepen die niet alleen de Wet ontkenden, maar zelfs minachten. De doodstraf werd hen echter nooit opgelegd, zoals later Christelijke kroniekschrijvers beweerden. (Maar), om haat tegen de Judeeërs op te wekken, werden ze gegeseld. Zelfs onder de Nazareners waren er echter patriotten die de nationale zaak omarmden en die de leden van hun (eigen) sekte (s) die zich schuldig maakten aan verraad aan de tribunalen overhandigden. Een paar uitspraken in De Evangeliën, die op dat moment werden gecomponeerd, (brengen) de onenigheid onder de Christenen van Palestina die tijdens deze oorlog heersten, en de angst waaronder zij werkten.145

 

 

143http://www.newworldencyclopedia.org/entry/Constantine_I

144http://www.earlychristianwritings.com/elchasai.html

145http://www.globalsecurity.org/military/world/israel/akiva-ben-joseph.htm

 

Al het volgende vond zijn volledige uitdrukking in de Simon Bar Kochba Opstand – Simon de verwachte (zij het valse) Messias vanwege de valse profetie van Elchasai dat het de laatste 3 1/2 jaar was, de haat tegen degenen die Nazareners waren die al beweerde de Messias Yehshua te hebben gekend, en de staat van oorlog voeren in Judea met Rome.

 

De eerste opstand begon in 66 C.E. en eindigde met de tempel die werd verwoest in 70 C.E. Even later namen de Romeinen het fort Masada in 74 C.E. eindigend in de zelfmoorden van de laatste leden van de opstand.

 

Eenenveertig jaar later in 115 C.E. kwamen de Levantijnse Joden in opstand tegen keizer Trajanus:

 

De Romeinse keizer Trajanus had besloten voor eens en voor altijd vrede te brengen in de oostelijke grenzen van zijn rijk. Daarom viel hij in 115 C.E. Armenië en het koninkrijk der Parthen aan. Zijn operaties waren een briljant succes en hij zou de enige Romeinse keizer zijn die op de Perzische Golf zeilde. Nadat hij echter nieuwe provincies had gecreëerd – Armenië, Mesopotamië en Assyrië – en geloofde dat hij de overwinning had behaald; verschillende Messiaanse opstanden braken tegelijkertijd uit. De redenen zijn ons niet duidelijk, maar de verschijning van een komeet, een Messiaans symbool, kan de verklaring zijn; er wordt naar verwezen in Chinese bronnen (en misschien Juvenal, Satires, 6.407). De diasporische Joden van Egypte, Cyrenaica en Cyprus behoorden tot de rebellen, maar de nieuw veroverde regio van Mesopotamië was ook onrustig.

 

Cyrenaica

 

Hun opstand begon in Cyrene, waar één Lukuas – soms Andreas genoemd – de Joden opdracht gaf de heidense tempels van Apollo, Artemis, Hecate, Demeter, Isis en Pluto te vernietigen en de aanbidders te bestormen. De laatste vluchtten naar Alexandrië, waar ze vele Joden gevangen namen en vermoorden. (Met een bevolking van ongeveer 150.000 Joden was Alexandrië de grootste Joodse stad.) In 116 C.E. organiseerden de Joden zich en hadden wraak. De tempels van goden zoals Nemesis, Hecate en Apollo werden vernietigd; hetzelfde lot overkwam het graf van Pompeius, de Romeinse generaal die Jeruzalem bijna twee eeuwen eerder had veroverd.

 

Ondertussen plunderden de Cyrenaicaanse Joden het Egyptische platteland en bereikten Thebe, 600 kilometer stroomopwaarts. De toekomstige historicus Appian van Alexandrië meldt dat hij een onvoorziene ontsnapping uit een groep Joden maakte die hem achtervolgde in de moerassen van de Nijl. De Romeinse gouverneur, Marcus Rutilius Lupus, kon niets doen, hoewel hij een legioen (III Cyrenaica of XXII Deiotariana) stuurde om de inwoners van Memphis te beschermen.

 

Trajan stuurde twee expeditietroepen uit. Eén, bestaande uit VII Claudia, herstelde de orde op Cyprus; de andere was om de rebellen van Lukuas aan te vallen en stond onder bevel van Quintus Marcius Turbo. De Romeinse generaal voer naar Alexandrië, versloeg de Joden in verschillende veldslagen en doodde duizenden vijanden, niet alleen die in Egypte maar ook die van Cyrene. Het is onduidelijk wat er van Lukuas is geworden, behalve het feit dat hij volgens onze Griekse bron Eusebius zichzelf ‘koning’ (Messias?) had gestileerd. Na deze oorlog moest een groot deel van Noord-Afrika opnieuw worden bevolkt. Keizer Trajanus en zijn opvolger Hadrianus namen Joodse bezittingen in beslag om de wederopbouw van de verwoeste tempels te betalen.

 

Trajanus was bang dat deze opstand zich zou verspreiden naar de Joden in de opstandige oostelijke provincies. Misschien was er een reden voor zijn angstgevoelens. Na het einde van de opstand in Mesopotamië had iemand het Boek van Elchasai geschreven, waarin het einde van de wereld binnen (ongeveer) drie jaar werd voorspeld. Natuurlijk heeft Trajan dit boek niet gelezen, maar hij heeft misschien het gevoel gehad dat de Joden rusteloos bleven.

 

Daarom beval hij de commandant van zijn Mauritaanse hulptroepen, Lusius Quietus, om de verdachten uit deze gebieden te zuiveren. Quietus organiseerde een troepenmacht en doodde vele Cypriote, Mesopotamische en Syrische joden – die hen in feite wegvaagden. Als beloning werd hij benoemd tot gouverneur van Judea. (Hij is een van de weinige zwarten waarvan bekend is dat hij carrière heeft gemaakt in de Romeinse dienst.) Hij was verantwoordelijk voor een gedwongen politiek van heling. Als reactie gaven de rabbijnen de Joodse vaders de opdracht om hun zonen geen Grieks te leren.146

 

Ondertussen had Trajanus zijn militaire doelen bereikt en keerde hij terug naar huis. Op de terugweg werd hij ziek en niet veel later stierf hij (8 augustus 117 C.E.). Zijn opvolger, Hadrianus, gaf de nieuw veroverde landen op en ontsloeg Lusius Quietus, die werd gedood in de zomer van 118 C.E.147

 

Toen keizer Hadrianus besnijdenis verbood in 132 C.E., begon Simon Bar Kochba een Messiaanse oorlog.

 

Simon Bar Kochba Opstand

 

De eerste opstand duurde 5 jaar en werd geleid door Simon Bar Giora. De tweede opstand duurde 2 1/2 jaar en werd geleid door Simon Bar Kochba tijdens de 2e eeuw C.E. Simon Bar Kochba was een militant figuur en riep herstel en bevrijding uit van het Joodse volk uit Romeinse heerschappij door militair verzet en opstand.

 

Laten we beginnen met terug te gaan naar de Eerste Opstand en iets te bekijken dat ik eerder niet met u heb besproken. De eerste opstand begon in het twaalfde jaar van Nero en duurde vijf jaar.

 

Gedrukte munten en de geschriften van Josephus getuigen van dit feit voor zowel de lengte van de opstand als de datering van de regel met de standaard Nisan-Aviv berekening, die op zijn beurt onthult dat de opstand begon in de Hebreeuwse maand Iyar (April-Mei):

 

De 1e Opstand
Jaar 1 66 C.E.
Jaar 2 67 C.E.
Jaar 3 68 C.E.
Jaar 4 69 C.E.
Jaar 5 70 C.E.

 

 

146Mishna Sota 9.14

147http://www.livius.org/ja-jn/jewish_wars/jwar06.html

 

Naast gedrukte munten en Josephus – die eigenlijk in Judea woonde op het moment dat deze dingen plaatsvonden (waardoor zijn geschriften niet van horen zeggen, maar getuigenissen uit de eerste hand zijn) – was er nog een getuige genaamd Publius Cornelius Tacitus.

 

Tacitus leefde rond 56 C.E. – circa 117 C.E. en was ook een ooggetuige van deze zaken. Hij was een van de belangrijke historici van de Romeinse oudheid. Twee van zijn grote werken getiteld Annals and Histories overleven hem. In Histories, hoofdstuk 4:39-5:13, schreef Tacitus over hoe de Judese opstand vijf jaar duurde. Hij zei ook:

 

“… de eerste januari van het jaar dat Vespasianus veronderstelde dat het consulaire kantoor 70 C.E. was, gekozen door zijn vader Titus om de onderwerping van Judea te voltooien en (hoe) later datzelfde jaar 70 C.E. – Jeruzalem viel.”

 

Dus hier kunt u ten minste drie ooggetuigen van het verslag van de Eerste Opstand zien – die allemaal de data en duur van deze opstand bevestigen. Waarom is dit belangrijk voor onze correcte naleving van een Sabbatsjaar in 2016 en niet 2014? Ten eerste stelt de chronologie en de juiste datering van deze opstand me nu in staat om u te bevestigen dat er inderdaad een Sabbatsjaar plaatsvond tijdens 56 C.E.- 57 C.E! Ik zal dit in de volgende paragrafen aan u uitleggen.

 

Bovendien vond het eerste jaar van de Eerste Opstand plaats in het jaar 66 C.E. en het was het twaalfde jaar van het bewind van Nero. Wetende dat het jaar 66 C.E. het twaalfde jaar van het bewind van Nero was, stelt iemand in staat een bekende Sabbatsjaar af te leiden zoals vastgelegd op een artefact dat in een Judese grot is gevonden. De Aantekening van Schuld werd ook gevonden in een grot in Wadi Murabba, die dat jaar als een Sabbatsjaar voor de Joden is vastgelegd.

 

Hier is de inscriptie op de notitie geschreven in het Hebreeuws, maar hieronder getypt in het Nederlands:

 

Jaar twee van Nero Caesar, in Tzyah; verklaard door Abshalom bar Khanin van Tzyah, in zijn aanwezigheid, uit eigen vrije wil, dat ik, Zachariah bar Yahukhanan … woonachtig in Keslon, zilveren geldstukken twintig … koop … ik … niet verkopen tot de deze keer zal ik je in vijf en mogelijk in zijn geheel dit jaar van Shemitah (Shmita) betalen, en als dat niet zo is, zal ik een betaling aan je doen vanuit mijn eigendommen, en die (dingen) die ik later zal kopen zal u als hypotheek worden toegezegd.148

 

Als we wat eenvoudige berekeningen doen, als het twaalfde regeringsjaar van Nero 66 C.E. was, dan was het tweede jaar van het bewind van Nero tien jaar eerder dan 66 C.E., wat een bewijs is voor een Shmita (Sabbatsjaar) van 56 C.E. Simpelweg vooruit gaan in de geschiedenis, tellen met intervallen van zeven jaar, zal je naar de tijd brengen waarin we nu zijn, wat ons naar het volgende Shmita-jaar brengt dat in 2016 plaatsvindt, niet in 2014.

 

Maar als jeweer terug in de tijd zou gaan met zevens, zou je (voor jezelf) elk Sabbats of Shmita-jaar kunnen bewijzen dat ik je al heb laten zien. Als je met zeven telt, zul je merken dat je aankomt bij elk van deze historisch vastgelegde Sabbatsjaren.

 

 

148http://yahweh.org/publications/sjc/sj23Chap.pdf; p.287

Een Rustjaar voor het Land vond plaats in 701 v.Chr. zoals geschreven in de Bijbel in 2 Koningen 19:29, Jesaja 37 en 2 Kronieken 32. In de onderstaande tabel wordt het nog meer opgesplitst:

 

Historisch Geregistreerde Sabbatsjaren
701 v.Chr Sanherib valt Juda aan 2 Koningen 19:29
700 v.Chr. 2 Koningen 19:29 Een Jubel Jaar
456 v.Chr. Nehemia 8:18
162 v.Chr. I Makkabeeën 16:14 & Josephus Antiquities
134 v.Chr. I Makkabeeën & Josephus Antiquities
43 v.Chr. Julius Caesar & Josephus Antiquities
36 v. Chr. Josephus Antiquities 14:16:2
22 v.Chr. Josephus Antiquities 15:9:1
42 n.Chr. Josephus Antiquities 18
56 n.Chr. Een Notitie over Schulden in de tijd van Nero.
70 n. Chr. Het Sabbatsjaar van 70/71 C.E.
133 n.Chr. Huurcontracten voor Bar Kochbah Opstand
140 n.Chr. Huurcontracten voor Bar Kochbah Opstand

 

 

De Tweede Opstand

 

De jaren die volgden op de Eerste Opstand waren bezaaid met kleinere weerstanden tegen de steeds toenemende Romeinse heerschappij over het land Judea en de Romeinen wilden zeker geen herhaling van wat er gebeurde in de aanloop naar 70 C.E. Hadrianus regeerde over de mensen in deze tijd. Het was duidelijk dat de Tempel was verwoest en dat de Joodse religieuze leiders het “tijdperk van de rabbijnse leer” waren begonnen. De Mishnaïsche periode duurde ongeveer 130 jaar en begon in 70 C.E. met de Taanaim.

 

De prominente rabbi van de Taanaim in de tijd en het tijdperk van de Simon Bar Kochba-opstand was Rabbi Akiva.

 

“Bar Kochbah, zoon van de Ster.”

 

Hij verkondigde de profetie die goed bekend was bij de mensen in het Boek Numeri:

 

17 Er zal een ster uit Jakob voortkomen. (Numeri 24:17)

 

Toen Rabbi Aqiba Bar Kozeba aanschouwde (aka, Kochba, Kosiba, Cocheba), riep hij uit: “Dit is de koning Messias!” Rabbi Johanan ben Torta antwoordde: “Aqiba, gras groeit op je wangen en hij zal nog steeds niet komen!”

 

Deze beroemde uitwisseling is ook te vinden in de Talmoed waar Rabbi Simeon ben Yohai onderwees:

 

“Aqiba, mijn meester, gebruikte altijd een ster die uitgaat van Jacob terwijl Kozeba uitgaat van Jacob.” Rabbi Aqiba zei toen hij Bar Kozeba zag: “Dit is de koning Messias!” Rabbi Johanan ben Torta zei tegen hem: “Aqiba! Gras groeit op je wangen en toch komt de zoon van David niet!”149 (Palestine Talmud | Ta’anit 4.5)

 

Simon Bar Kochba liep met deze gedachte en deed niets om de proclamatie te verdrijven dat hij in feite de Beloofde Messias was die was gekozen om het Koninkrijk te bevrijden en te herstellen.

 

Een van de discipelen van Rabbi Akiva was een Rabbi Yose (ook bekend als Jose).150 Tijdens hun voortdurende inspanningen om Simon Bar Kochba in hun profetische constructie te laten passen, werden verschillende datums in de geschiedenis gewijzigd om Daniel, hoofdstuk 9, in lijn te brengen met Simon Bar Kochba.

 

Gezien het feit dat Rabbi Akiva het hoofd was van de schrijvers van de Mishnah (mondelinge traditie) in deze tijd en hij volhardde dat Simon Bar Kochba de “beloofde Messias” was – deze ideeën werden onderdeel van de Mishnah om hen te helpen bij de interpretatie van de Bijbelse profetie in feit “bewijzen” Simon Bar Kochba was de “Messias”.

 

De reden waarom deze verkeerde informatie tegenwoordig zo populair is, is vanwege het werk van Benedict Zuckermann151 in 1857 en Emil Schürer met betrekking tot zijn werk getiteld Geschiedenis van het Joodse Volk (1901).

 

Na bestudering blijken hun argumenten bijna volledig te berusten op een uitspraak van het midden tot het einde van de tweede eeuw na Christus. Joods werk getiteld Seder Olam (hoofdstuk 30), geschreven door de chronograaf Rabbi Jose (Yose) ben Khalaphta. Jose (getuigt) dat het jaar daarvoor, zowel voor de vernietiging van de eerste tempel als voor de vernietiging van de tweede tempel, een sabbat (sabbatjaar) was. De meningen die in de tekst van Rabbi Jose werden geuit, werden de mening van talloze Talmoedische schrijvers (die) hem volgden. Het was de traditie van de Geonim en het was de weloverwogen mening van onder andere Moses Maimonides, een gerespecteerde talmoedist uit de 12e eeuw C.E.152

 

“… alle meningen van Talmoedische Joodse schrijvers uit de late 2e eeuw eeuw C.E. en verder worden verder gekleurd (met) enkele flagrante en fundamentele chronologische fouten. Met behulp van een vervormde interpretatie van de profetie in Daniël 9: 24-27 (waarvan wordt begrepen dat zeventig weken zeventig weken van jaren betekent, dat wil zeggen 490 jaar), was hun chronologie gebaseerd op de veronderstelling dat de Tweede Tempel 420 jaar stond en werd vernietigd in het 421e jaar.

 

Onder deze constructie begon de tweede tempel te worden gebouwd in 351 v.Chr. Het is duidelijk uit het lezen van de Seder Olam (p. 29-30) dat de chronologie van Rabbi Jose volledig is gebaseerd op de rabbijnse interpretatie van deze profetie van Daniel en dat hij met opzet de vernietiging maakt van de tempels gebouwd door Salomo en Herodes (de Eerste en Tweede tempels) voldoen aan deze voorafgaande stelling.

 

Volgens de profetie van Daniël zouden 69 weken (zeven weken plus tweeënzestig weken) voorbijgaan vóór de verschijning van de Messias, waarvan werd begrepen dat het 483 jaar betekende (d.w.z. de Messias zou in het 484e jaar verschijnen). Het 421e jaar van deze chronologie brengt ons bij de vernietiging van de Tweede Tempel in 70 G.T. Het 484e jaar wordt 133 G.T., het eigenlijke begin van de opstand van Bar Kochba. Tijdens deze opstand verklaarden sommige prominente rabbijnen uit die periode Simeon (Simon) Bar Kochba als de ‘messias’. De afwijking van dit bewijsmateriaal doet iemand vermoeden dat de chronologie bepleit door rabbijn Jose was in werkelijkheid oorspronkelijk bedacht om de bewering van Bar Kochba als de messias te ondersteunen. Nadat Bar Kochba faalde, stierf zijn bewering als de messias, maar de chronologie die destijds populair was gemaakt, ging door, een eigen leven leiden.153

 

 

149Midrash Rabbah Lamentations 2.2§4

150https://en.wikipedia.org/wiki/Jose_ben_Halafta

151Ueber Sabbatjahrcyclus and Jobelperiode, Jahresbericht des juedisch-theologischen Seminars Fraenckelscher Stiftung (Breslau, 1857).

152Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/publications/sjc/sj01Chap.pdf; p.9

 

Helaas is de opstelling van Rabbi Jose onmogelijk omdat het boek Ezra de voltooiing van de Tweede Tempel plaatst in het zesde jaar van koning Darius van Perzië (515 v.Chr.)

 

14 En de oudsten van de Joden bouwden en maakten goede vorderingen onder de profetie van Haggaï, de profeet, en Zacharia, de zoon van Iddo. Ze bouwden en voltooiden het overeenkomstig het bevel van de God van Israël en overeenkomstig het bevel van Kores en Darius en Arthahsasta, de koning van Perzië. 15 En dit huis werd voltooid op de derde dag van de maand Adar; het was het zesde regeringsjaar van koning Darius. 16 En de Israëlieten, de priesters, de Levieten en de overige ballingen verrichtten de inwijding van dit huis van God met vreugde. (Ezra 6:14-16)

 

Ezra en Nehemia, bekend om hun betrokkenheid bij de activiteiten van de Tweede Tempel leefden in de 5e eeuw voor Christus, lang voor 351 voor Christus. Verder, zoals de geschiedenis onthult, was Bar Kochba niet de Messias, zoals veel andere rabbijnen van die tijd zelf hadden betoogd. Desondanks ging de chronologie door alsof deze geldig was geweest.154

Ik heb alle bekende Sabbatsjaren in de geschiedenis al met je gedeeld. Als je dat wat ik je heb getoond op de proef stelt en het zelf uitwerkt, ontdek je het jaar 586 v.Chr. (toen de Eerste Tempel viel) was in feite het derde jaar van de derde Sabbatscyclus. Het was geen Sabbatsjaar – noch het jaar ervoor, zoals Rabbi Jose ten onrechte beweerde, of het jaar daarna.

 

Nogmaals, met behulp van dezelfde bekende Sabbatsjaren, kun je ook tellen door zevens van het ene bekende Sabbatsjaar naar het volgende om te zien hoe het jaar 70 CE, toen de Tempel van Koning Herodes werd vernietigd, in feite een Sabbatjaar was en niet het jaar daarvoor zoals Rabbi Yose beweerde. Maar dit lost slechts een deel van het probleem op.

 

Vandaag de dag zullen Juda en veel Messianen het Sabbatsjaar houden vanwege de verkeerde informatie van Rabbi Yose, die niet slechts een jaar te vroeg is. Ze houden het 1 1/2 jaar eerder! Dit komt omdat ze het jaar beginnen in de zevende maand van Tishri en niet Abib.

 

2 Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar. (Exodus 12:2)

 

Yehovah heeft duidelijk gezegd dat het begin van het jaar zal plaatsvinden wanneer de maand wanneer het Pesach is, dat wil zeggen de maand Abib – ook bekend als Nisan (maart-april). Nergens zegt Hij om het jaar in de zevende maand te beginnen.

 

Men kan deze voor de hand liggende fout niet zomaar verwerpen, maar als je hier dieper op ingaat, zul je zien hoe deze fout ook tot stand kwam in de 2e eeuw en vanwege de Sabbatsjaren.

 

Lees opnieuw wat Qadesh La Yahweh Press over dit onderwerp te zeggen heeft:

 

Vervolgens begonnen joodse schrijvers, beginnend in het laatste deel van de 2e eeuw C.E., de eerste van Tishri van de zevende maand in het zesde jaar van de Sabbatscyclus ten onrechte als het begin van het Sabbatsjaar. Door dit te doen, verlieten ze de eerste van Abib (door de Babyloniërs en post-exiliaanse Joden “Nisan” genoemd), als de eerste maand (maart-april) in de kalender die oorspronkelijk door de Israëlieten werd gebruikt. 155Deze regeling was de uitgroei van eeuwenlange traditie met de bedoeling om “een hek rond de Wet” te bouwen. 156Door de voorschriften van het Sabbatsjaar op te stellen in de maanden voorafgaand aan het daadwerkelijke begin van het Sabbatsjaar, geloofden de religieuze leiders van Judea dat ze verhinderden dat hun volgelingen onbedoeld de Wet overtreden. Deze interpretatie creëerde eerst een Sabbatsjaar dat zich uitstrekte van Tishri van het zesde jaar tot de laatste dag van Adar, de twaalfde maand (februari-maart), van het zevende jaar. In de 2e eeuw C.E. werd zelfs dit ingekort zodat het jaar eindigde met de komst van Tishri in het zevende jaar. Het achtste jaar (of het eerste jaar van de volgende cyclus) werd op zijn beurt gemaakt om op de eerste dag van Tishri van het zevende jaar te beginnen.157

 

 

Moderne chronologen zijn ervan uitgegaan dat dit eerste begin van Tishri werd gebruikt als het officiële begin van het Sabbatsjaar, niet alleen vanaf de tijd van de Mishnah, toen de mondelinge wetten van de Talmoedisten voor het eerst werden opgeschreven (ongeveer 200 CE en verder) maar in de Halakoth (mondelinge wetten) periode, die begon rond het midden van de 2e eeuw V.Chr. en ging door tot ongeveer 200 n.Chr. Velen passen het inderdaad niet alleen toe op het sabbatjaar, maar op elk jaar in de post-verbanning periode. Maar toch … bewijs uit het tijdperk van voor de vernietiging (dwz voordat Jeruzalem werd verwoest in 70 CE) en zelfs zo laat als de Bar Kochba Revolt (133 v.Chr.-135 v.Chr.) bewijst dat de vroege Joden van Judea een Abib (Nisan) 1 observeerden beginnend voor al hun jaren, inclusief het Sabbatsjaar.158

 

153Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/publications/sjc/sj01Chap.pdf; pp.10-11

154Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/publications/sjc/sj01Chap.pdf; pp.11

155Zie bijvoorbeeld R.Sh., 1:1 and B.A. Zar., 10a.

156Ab., 1: 1-5. Als C.K. Barrett merkt op dat de Joden begrepen dat ze door dit hekwerk moesten maken om: “aanvullende geboden moesten maken om de oorspronkelijke geboden te beschermen; bijvoorbeeld, bepaalde handelingen moeten worden vermeden in de aanloop naar Vrijdagavond, opdat men ze vergeet en onbedoeld blijft doen op de Sabbat ”(TNTB, p.149).

157Bijv. Sot., 7:

158Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/publications/sjc/sj01Chap.pdf; p.12

 

Een ander probleem of argument dat wordt gebruikt om het begin van het jaar in de zevende maand te rechtvaardigen, is het Jubeljaar. Er zijn aanwijzingen dat veel joden de Jubeljaren lang na de val van Jeruzalem in 70 C.E. bleven houden – een feit dat duidelijk wordt aangegeven door de Babylonische Rosh Hashanah:

 

Alsof hij vastte op zowel de negende als de tiende dag. 1 Onze Rabbijnen leerden: Het is een Jubileum 2 – ‘Een jubileum’ 3 ook al hebben ze het vrijgeven van velden niet in acht genomen, ook al hebben ze het blazen van de trompet niet in acht genomen. 4 Ik zou kunnen zeggen (dat het nog steeds een jubileum is), hoewel ze het ontslag van slaven niet in acht hebben genomen. Daarom staat er ‘het is’. 5 Dus R. Juda. R. Jose heeft gezegd: ‘Het is een Jubileum’ — ‘Een jubileum’ 3 ook al hebben ze het vrijgeven van velden niet in acht genomen, ook al hebben ze het blazen van de trompet niet in acht genomen. 4 Ik zou kunnen zeggen (dat het nog steeds een jubileum is), hoewel ze het ontslag van slaven niet in acht hebben genomen. Daarom staat er ‘het is’. 6 omdat de ene tekst sommige gevallen onder de regel brengt en een andere tekst anderen ervan uitsluit, waarom zou ik toelichten: ‘Een jubileum’ 7 ook al hebben ze niet afgedaan, maar het is geen Jubileum tenzij ze op de trompet bliezen? ’Omdat het mogelijk is dat er geen (gelegenheid voor is) 8 om slaven te ontslaan, maar het is niet mogelijk dat er geen (gelegenheid tot) blazen op de trompet is. 9 Een andere verklaring is dat de prestaties van de laatste afhankelijk zijn van de Beth Din, maar de prestaties van de eerste niet afhankelijk zijn van de Beth Din. 10 Welke behoefte is er aan de alternatieve verklaring? – Omdat je zou kunnen beweren dat het onmogelijk is dat er in een deel van de wereld niemand is die geen slaaf heeft om te ontslaan. Daarom zeg ik dat de ene van de Beth Din afhangt, maar de andere niet afhangt van de Beth Din.159

 

De Babylonische Rosh Hashanah geeft niet alleen meningen over hoe een Jubileumjaar moet worden gehouden, maar beweert dat “… het buiten Palestina moet worden gehouden.”160

 

159Talmud—Masoretic Rosh HaShana 9b, http://juchre.org/talmud/rosh/rosh1.htm#8b

160Qadesh La Yahweh Press, http://yahweh.org/publications/sjc/sj01Chap.pdf, p.17

 

Zoals ik eerder heb gezegd, is de veronderstelling dat het Sabbatsjaar officieel op Tishri 1 begon, afkomstig van de leer van Rabbi Akiva en door de geschriften van Rabbi Yose in de 2e eeuw na Christus en met behulp van andere voorstanders van de Talmoedische leer.

 

De Talmoedisten interpreteerden Leviticus 25: 8-13 verkeerd om te betekenen dat de vieringen van rituelen van het Jubileum die voor de zevende maand waren aangewezen, tot het negenenveertigste jaar van de cyclus behoorden. Niettemin bewijst een zorgvuldige lezing dat de zevende maand waarover gesproken wordt feitelijk tot het vijftigste jaar behoort, niet de negenenveertigste.

 

Deze bijbeltekst stelt duidelijk dat negenenveertig jaar al waren geteld voordat men de zevende maand zou overwegen, en daarmee de zevende maand in het vijftigste jaar plaatste. Bovendien voegt deze zelfde tekst aan de plichten van de zevende maand de uitdrukking toe: “… en u zult dit jaar, het vijftigste jaar heilig maken, en u zult vrijheid in het land aan al zijn bewoners verkondigen.” Ook moest op de tiende dag van de zevende maand, de Verzoendag, de ramshoorn of de trompet klinken. Deze tekst houdt geenszins in dat de trompetten zouden klinken omdat het de komst van het Jubeljaar aankondigde, dat nog zes maanden weg was. Het moest eerder klinken omdat iemand in de zevende maand van het Jubeljaar was en de natie “vrijheid” verkondigde. Bovendien toont het feit dat de zevende maand wordt vermeld zonder een kwalificerende verklaring, zoals “… zijnde de eerste maand van het Sabbatsjaar …” aan dat deze zevende maand tot een reeds lopend jaar behoorde.

 

Het Jubileum (Hebreeuws yovel) ???? Jaar betekent letterlijk: “… de stoot van een hoorn (van zijn ononderbroken geluid).” In Strong’s vinden we:

 

H3104 ???? ?????

yôbêl yôbêl yo-bale’, yo-bale’

 

Het Jubeljaar is daarom vernoemd naar het jaar waarin de trompetten worden geblazen. Het is niet logisch als de trompetten in het midden van het negenenveertigste jaar zouden worden geblazen, want in dat geval zou het negenenveertigste jaar het Jubeljaar zijn (trompetblazen).

 

Josephus verklaarde dienovereenkomstig dat:

 

“… het vijftigste jaar wordt door de Hebreeën “Jubil.” genoemd. Tijdens dat seizoen worden schuldenaren van hun schulden vrijgesteld en worden slaven in vrijheid gesteld.”

 

Josephus zegt vervolgens:

 

En waarlijk gaf Mozes hun al deze voorschriften, zoals die tijdens zijn eigen leven werden nageleefd; maar hoewel hij nu in de wildernis leefde, voorzag hij toch in de mogelijkheid om dezelfde wetten na te leven als zij het land Kanaän hadden moeten innemen.

 

Hij gaf hun rust aan het land door te ploegen en te planten om de zeven jaar, zoals hij hun had voorgeschreven om te rusten om elke zevende dag te werken; en beval, dat wat dan uit eigen beweging groeide uit de aarde gemeengoed zou moeten zijn aan allen die het graag gebruiken, zonder in dat opzicht een onderscheid te maken tussen hun eigen landgenoten en buitenlanders: en hij verordende dat zij hetzelfde moesten doen na zeven keer zeven jaar, wat in totaal vijftig jaar is; en dat vijftigste jaar wordt door de Hebreeën het Jubeljaar genoemd, waarin schuldenaren van hun schulden worden bevrijd en slaven in vrijheid worden gesteld; welke slaven zo werden, hoewel ze van dezelfde afkomst waren, door sommige van die wetten te overtreden waarvan de straf niet kapitaal was, maar ze werden gestraft door deze methode van slavernij.

 

Dit jaar herstelt het land ook aan zijn voormalige bezitters op de volgende manier: Wanneer het Jubeljaar is gekomen, welke naam vrijheid betekent, komt degene die het land heeft verkocht, en die het heeft gekocht, samen, en maakt een schatting, aan de ene kant, van de verzamelde vruchten; en anderzijds van de kosten die erop worden gelegd. Als de verzamelde vruchten meer bedragen dan de gemaakte kosten, neemt hij die het heeft verkocht het land weer op; maar als de kosten meer blijken te zijn dan de vruchten, ontvangt de huidige bezitter van de vorige eigenaar het verschil dat hij wilde, en liet het land aan hem over; en als de ontvangen vruchten en de gemaakte kosten gelijk aan elkaar blijken te zijn, doet de huidige bezitter afstand aan de vorige eigenaars. Mozes zou dezelfde wet willen verkrijgen als die huizen die ook in dorpen werden verkocht; maar hij maakte een andere wet voor hen die in een stad werden verkocht; want als hij die het verkocht de koper binnen een jaar opnieuw zijn geld aanbood, werd hij gedwongen het te herstellen; maar in het geval dat een heel jaar was tussengekomen, moest de koper genieten van wat hij had gekocht. Dit was de samenstelling van de wetten die Mozes van God leerde toen het kamp onder de berg Sinaï lag, en dit gaf hij schriftelijk aan de Hebreeën.161

 

Philo voegt verduidelijking toe door op te merken hoe Yehovah:

 

“… het hele vijftigste jaar heiligt.”162

 

Er wordt niets gezegd over het inwijden van de laatste zes maanden van het negenenveertigste jaar als het begin van het Jubeljaar.

 

De onhandigheid gecreëerd door de verklaring dat het Jubeljaar begon met de zevende maand van het negenenveertigste jaar in de cyclus, wordt verder verergerd door het feit dat veel van de Talmoedische Joden dit jaar eigenlijk niet begonnen met de eerste dag van de zevende maand maar met de tiende dag – de dag waarop de trompetten van het Jubeljaar daadwerkelijk werden geblazen.

De Babylonische Rosh Hashanah beweert bijvoorbeeld:

 

“… (is het nieuwe jaar voor) Jubeljaren op de eerste van Tishri?” Zeker (het nieuwe jaar voor) Jubeljaren is op de tiende van Tishri, zoals er staat geschreven, op de Grote Verzoendag zal (u) proclameren met de hoorn.163

 

Echter, Qadesh La Yahweh Press zegt dit:

 

Het is duidelijk dat het oorspronkelijke schema van de Jubel- en Sabbatscycli werd verdoezeld door de inventieve overinterpretaties van latere, slecht geïnformeerde theologen.164

 

In het volgende citaat ga je lezen hoe Benedict Zuckermann en later Emil Schürer Rabbi Yose’s Seder Olam las en concludeerde dat Tishri (september-oktober) 1, 68 C.E. – Tishri 1, 69 C.E. het Sabbatsjaar was vóórdat de Tempel viel. Je zult ook lezen waar Ralph Marcus en Zion Wacholder hetzelfde voorstellen en met een verschil van één jaar komen – dat verschil is Tishri 1, 69 C.E. – Tishri 1, 70 C.E. Maar beide blijven ten onrechte bedienen vanuit het verkeerde uitgangspunt dat het jaar begint met Tishri – wat begon pas na de 2e eeuw na Christus wat ik zojuist heb laten zien.

 

Er zijn twee mogelijke datums voor de Sabbatsjaren in de Tweede Tempelperiode, één door Benedict Zuckermann in 1857 en de andere door Ben Zion Wacholder in 1973. Zuckermann vertaalde een regel Seder Olam Rabbah 30, ?????? ????? (we-motsa’e shebi’it; zie ook b. Arakin 11b, t. Taanit 3: 9), wat betekent dat de twee vernietigingen van Jeruzalem, eerst in bijbelse tijden en vervolgens opnieuw in de zomer van 70 na Christus, was “na een zevende jaar” (dwz een Sabbatsjaar). Het jaar dat begon in de herfst van 68 na Christus was dus een Sabbatsjaar; het jaar dat begon in de herfst van 69 na Christus en dat de volgende zomer doorging was een post-Sabbatsjaar. Vanaf 68 na Christus kan men daarom in veelvouden van zeven jaar achteruit of vooruit tellen om andere Sabbatsjaren te vinden.

 

Honderd jaar later bedoelde Wacholder met deze uitdrukking in plaats daarvan dat Jeruzalem aan de Romeinen viel aan het einde van een Sabbatsjaar. Dus bedacht Wacholder data een jaar later dan die van Zuckermann, gebaseerd op het jaar dat begon in de herfst van 69 na Christus als een Sabbatsjaar. De datums van Zuckermann worden als conventioneel of ‘orthodox’ beschouwd – ze vormen de basis voor de telling van het Sabbatsjaar die vandaag in Israël wordt gebruikt. De data van Wacholder genieten echter brede acceptatie onder wetenschappers.165

 

Niet alleen hebben deze vooraanstaande geleerden in de Sabbatical en Jubilee Years in onze moderne tijd hun theorieën gebaseerd op het valse uitgangspunt van Rabbi Yose, ze hebben ook iets anders gedaan dat iedereen die de waarheid zoekt zou moeten vullen met rechtvaardige verontwaardiging. Toen ze een aantal historische feiten ontdekten die hun eigen theorie onjuist bewezen, wijzigden ze hun beweringen helemaal niet om aan de nieuwe feiten tegemoet te komen. Nee, wat ze deden was de feiten verbergen of afwijzen terwijl ze hun eigen theorieën bleven verspreiden. Voorstanders van deze verschillende theorieën zijn vaak gedwongen om harde kritiek op oude geschriften, zoals die van Josephus en uit de Makkabeeën-boeken, te uiten, omdat de historische gegevens niet consistent zijn met de huidige theorie.

 

Robert North neemt Josephus bijvoorbeeld mee naar zijn taak door zijn historische jaar als uitdaging aan te nemen:

 

“… interne tegenstrijdigheden die hun gebruik voor chronologie onbruikbaar maken.”

 

North besluit met handhaving van:

 

Het zou overduidelijk moeten zijn dat de Sabbatsjaren van Josephus ofwel voelbaar onevenredig zijn, of anders onoplosbaar onduidelijk zijn.

 

Volgens een studie getiteld, The Sabbath & Jubilee Cycle from Qadesh La Yahweh Press, zien we hoe flagrant degenen die de leugen willen voortzetten werkelijk zijn:

 

Deze studie is het er niet mee eens. Het is niet Josephus of enig ander oud rapport (van vóór) 2e eeuw C.E. dat de bron van verwarring is. Inderdaad, we vinden ze allemaal opmerkelijk nauwkeurig. Het is eerder de poging om deze vroege verslagen te dwingen zich te conformeren aan (een van) de drie foutieve theorieën over de Sabbatscyclus die nu heersen en die een illusie van historische fouten heeft gecreëerd.166

 

 

161Josephus Antiquities 3:12:3     3.

162Philo Special Laws 2:22

163Talmud—Masoretic Rosh HaShana 8b, http://juchre.org/talmud/rosh/rosh1.htm#8b

164Qadesh La Yahweh Press, http://yahweh.org/publications/sjc/sj02Chap.pdf, p.20

165http://pursiful.com/2010/05/sabbatical-years-in-the-second-temple-period/

166Qadesh La Yahweh Press, http://www.yahweh.org/yahweh2.html, Introduction

 

Ik laat je nu zien naar twee duidelijke voorbeelden, waarvan ongetwijfeld het geval is dat er geknoeid is met de waarheid door toonaangevende moderne chronologen.

 

De belegering van Bethzura (Beth-Zur) & Jeruzalem 162 v.Chr. – 161 v.Chr.

 

Het 150e Seleucidjaar past gewoon niet in de voorgestelde Sabbatcycli die door (deze) systemen worden aangeboden. Als gevolg hiervan is de eerste poging van de voorstanders van deze systemen geweest om te beweren dat de verslagen over de gebeurtenissen rond het beleg van Bethzura en Jeruzalem door Antiochus (V) Eupator en geassocieerd met het 150e Seleucid-jaar in conflict zijn met elkaar , zijn verkeerd geïnformeerd of zijn gewoon verkeerd. Wacholder stelt bijvoorbeeld:

 

I en II Maccabees verschillen echter wat betreft de datum van Antiochus V’s mars naar Judea. II Makkabeeën 13:1 dateert de mars in het 149e jaar van het Seleuciaanse tijdperk, I Makkabeeën 6:20, herhaald door Josephus, in het 150e jaar. 167

Wacholder verklaart vervolgens dat I Makkabeeën en Josephus een vergissing hebben begaan en dat het 149e Seleucid-jaar het echte Sabbatsjaar was. Zuckermann gaat zelfs zo ver om I Makkabeeën, 6:53 opnieuw te vertalen, zodat het impliceert: “Er was een Sabbatsjaar geweest in het voorafgaande 149e Seleuciaanse Jaar” in plaats van in het vermelde 150e jaar. 168 North leest I Makkabeeën, 6:53, als: “… omdat de gevolgen van het Sabbatsjaar toen gevoeld werd”, 169 en concludeert de data in Josephus: “… zijn ofwel onevenredig tastbaar of anders onoplosbaar onduidelijk.” 170

 

Gebaseerd op het onvermogen van deze chronologen om al het bewijsmateriaal in hun gewenste Sabbat Cyclus-systemen te laten passen, extrapoleren ze dat het 149e Seleucid Year het juiste getal is en dat het 150e (Seleucid) Year op de een of andere manier als een fout moet zijn geïntroduceerd, verkeerd wordt begrepen, of weerspiegelt eenvoudig een slechte vorm van Griekse grammatica die in de bronteksten wordt gebruikt (theoretisch dat de ware bedoeling van deze auteurs was om uit te drukken dat het 149e jaar een Sabbatsjaar was).

 

In tegenstelling tot deze meningen bewijst nauwgezet onderzoek van deze archieven dat de relevante verslagen in I & II Makkabeeën, de Oudheden van (Antiquities of) Josephus, allemaal zeer in harmonie zijn en dat het Grieks van deze teksten vrij precies is in de betekenis ervan. De overtuiging dat de bronnen in conflict zijn, is een geforceerde interpretatie, gebaseerd op een valse bewering dat het Joodse jaar in deze vroege periode begon met de maand Tishri (september-oktober). Het is gebouwd op een verlangen om enige rechtvaardiging te hebben om het 149e Seleucide Jaar het sabbatjaar te laten omvatten, bedoeld door het verhaal in plaats van het 150e jaar. 171

 

U kunt de rest van het bewijs lezen bij Qadesh La Yahweh Press. 172

 

 

167HUCA, 44, p.161

168TSCJ, pp.47f.

169Bib., 34, p.507

170Ibid., p.511.

171Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/publications/sjc/sj13Chap.pdf; p.181

172Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/yahweh2.html

Sabbatsjaren (Shemitot) In de Tweede Tempel Periode173

 

Het eerste moderne verhandeling gewijd aan de Sabbats (en Jubel) Cycli was dat van Benedict Zuckermann.174 Zuckermann drong erop aan dat voor de Sabbatsjaren na de ballingschap, “het is noodzakelijk om aan te nemen dat een nieuw startpunt is begonnen, omdat de wetten van de Sabbats- en Jubeljaren in vergetelheid raakten tijdens de Babylonische ballingschap, toen een vreemde natie het land in bezit had van Kanaän … We kunnen het daarom niet eens zijn met chronologen die uitgaan van een ononderbroken continuïteit van zevenvoudige sabbatten en jubeljaren.” 175

 

Dit is een diepgaande verklaring van Zuckermann. Ik hoop dat je begrijpt wat hij zojuist heeft gedaan. Hij weet met zekerheid dat de Sabbatscycli na de 2e eeuw C.E. niet in lijn liggen met die van vóór die tijd. Toch gaat hij over tot het maken van een van die voor de fout van Rabbi Yose in lijn met die na de veronderstelde vernietiging in 68 C.E. – 69 C.E. om zijn eigen theorie en die van Rabbi Yose te rechtvaardigen. Zorg ervoor dat je dit punt begrijpt, want hij zal, zoals ik zojuist heb aangetoond en opnieuw zal doen, de lijn van de waarheid vervagen om bij zijn eigen theorie te blijven.

 

Om verder te gaan:

 

De eerste keer dat een Sabbatsjaar door Zuckermann werd behandeld, was de belegering van Herodes de Grote in Jeruzalem, zoals beschreven door Josephus.176 Zuckermann heeft dit toegewezen aan (het jaar van) 38 v.Chr. – 37 v.Chr. (d.w.z. dat hij van mening was dat een Sabbatsjaar begon in Tishri van 38 v.Chr.). Vervolgens overwoog hij de belegering van John Hyrcanus door Ptolemaeus in het fort van Dagon, dat zowel in Oudheden van Josephus (13:8:1; Oorlogen van de Joden 1:2:4) als in Makkabeeën (16:14-16) wordt beschreven, en tijdens welke een Sabbatsjaar begon; uit de chronologische informatie in deze teksten concludeerde Zuckermann dat 136 v.Chr. – 135 v.Chr. een Sabbatsjaar was.

 

Nogmaals, dit is een behoorlijke uitspraak die de meeste vluchtig zouden doorlopen. “Zuckermann concludeerde …” wat betekent dat hij de informatie niet in zijn theorie kon laten passen, hij nu de geschiedenis verandert om deze op een rij te krijgen. Ik zal u deze informatie binnenkort aanreiken.

 

Maar voor nu volstaat het om te zeggen dat zowel Zuckermann als Wacholder problemen hebben met dit deel van de geschiedenis en met de Sabbatsjaren van 162 v.Chr. – 161 v.Chr. en 134 v.Chr.-133 v.Chr. omdat ze aanhouden dat de ze in de maand Tishri begonnen en weigeren te erkennen dat ze eigenlijk in Nisan begonnen – ook bekend als Abib (maart-april).

Vervolgens:

 

De volgende gebeurtenis … (gezien hun behandeling) was de belegering van Antiochus Eupator van het fort Beth-Zur (Antiquities 12.9.6; I Makkabeeën 6:53), gedateerd door Zuckermann (als het jaar) 163 v.Chr.- 162 v.Chr. Hij heeft echter ook gewezen op de moeilijkheden die deze gestalte met zich meebrengt in de tekst in Makkabeeën, die een jaar later de belegering lijkt te dateren, en daarom besloot hij het buiten beschouwing te laten.177 De definitieve tekst die door Zuckermann wordt beschouwd, was een passage in de Seder Olam die de verwoesting van de Tweede Tempel in verband brengt met een Sabbatsjaar, een gebeurtenis waarvan bekend is dat deze in de zomer van 70 C.E. uit de seculiere geschiedenis heeft plaatsgevonden. Zuckermann interpreteerde de Seder Olam-tekst als stellend dat dit gebeurde in een jaar na een Sabbatsjaar en plaatste daarmee het Sabbatsjaar in 68 C.E. – 69 C.E.

 

 

173http://en.wikipedia.org/wiki/Historical_Sabbatical_Years

174Benedict Zuckermann, Verhandeling over de Sabbats Cycle & het Jubel, vert. A Löwy; (New York: Hermon, 1974); oorspronkelijk gepubliceerd als “Ueber Sabbatjahrcyclus und Jobelperiode,” in Jarhesbericht des jüdisch-theologischen Seminars Fraenckelscher Stiftung” (Breslau, 1857).

175Zuckermann, Verhandeling., p.31.

176Antiquities 14.16.2; 15.1.2.

177Zuckermann, Verhandeling, pp.47-48.

 

Op dit moment heeft Zuckermann nu geschiedenis genomen, opzij gezet en afgewezen, zo niet helemaal weggegooid om het nastreven en onderschrijven van zijn eigen theorie te blijven rechtvaardigen en te versterken wat Rabbi Yose naar voren heeft gebracht, wat dan ook is wat al de wijzen van het Jodendom hebben ingestemd sinds de tijd van Yose tot nu toe. Maar om dit te doen, moeten ze allemaal een oogje dichtknijpen voor datgene wat een gevestigde historische vermelding is, inclusief de verwoesting van de Tweede Tempel in 70 C.E.

 

Verder lezedn vinden we:

 

Alle (van) deze datums zoals berekend door Zuckermann worden gescheiden door een gehele veelvoud van zeven jaar, behalve de datum die verband houdt met de belegering van Beth-Zur. Bovendien is zijn chronologie samenhangend met wat geaccepteerd is door de Geonim (middeleeuwse Joodse geleerden) en de kalender van Sabbatsjaren die in het huidige Israël wordt gebruikt.

 

Ik heb je net laten zien hoe deze belegering van Beth-Zur correct wordt vermeld door Josephus en nauwkeurig wordt beschreven in Makkabeeën I en II. Ik heb je net laten zien hoe Zuckermann weigert rekening te houden met de vernietiging van de Tweede Tempel in 70 C.E. Zuckermann kiest er vervolgens voor om te negeren wat Josephus en I en II Makkabeeën hierover te zeggen hebben en geeft de voorkeur aan zijn eigen theorie om deze te laten aansluiten bij en te door te klinken wat alle gerenommeerde wijzen en Geonim de afgelopen 2000 jaar allemaal te kennen hebben gegeven over de valse leer van Rabbi Yose en de Seder Olam. Ik benadruk dit zodat je het begrijpt. Lees deze verklaringen niet alleen door zonder na te denken.

 

Dit alles lijkt sterk bewijs te zijn voor het plan van Zuckermann. Desalniettemin zijn er enkele problemen erkend, meer dan alleen de kwestie van de belegering van Beth-Zur, die een jaar te laat was voor de Kalender van Zuckermann. Een samenhangend probleem is de dubbelzinnigheid die in sommige passages wordt beweerd, met name van Josephus, waar het bijvoorbeeld in twijfel werd getrokken wanneer Josephus de regeringsjaren van Herodes begon vast te leggen. Daarom hebben veel moderne geleerden een Sabbatsjaar-kalender aangenomen voor de Tweede Tempelperiode die een jaar later is, hoewel er veel prominente geleerden zijn die nog steeds een cyclus handhaven die sasmenhangend is met de conclusie van Zuckermann van 38 v.Chr.-37 v.Chr. Het Sabbatsjaar, waarvan de Josephus-tekst, in samenwerking met Appian, Dio Cassius, Plutarch en Velleius Paterculus, waarschijnlijker zou zijn. Onder degenen die voor een aanpassing hebben gepleit, zijn de meest uitgebreide studies in zijn voordeel van Ben Zion Wacholder geweest.178 Wacholder had toegang tot rechtsgeldige documenten uit de tijd van de Bar Kochba-opstand die Zuckermann niet had. De argumenten van Wacholder en anderen om de kalender een jaar later dan die van Zuckermann te ondersteunen, zijn nogal technisch en zullen hier niet worden gepresenteerd, behalve voor één item waaraan Zuckermann, Wacholder en andere geleerden veel belang hebben gehecht: de getuigenis van de Seder Olam relateert de vernietiging van de Tweede Tempel aan een Sabbatsjaar.

 

Ik heb je nu laten zien wat Wacholder concludeert uit dezelfde lectuur die Zuckermann las in het werk van Rabbi Yose, de Seder Olam, en hoe Wacholder concludeerde dat het een jaar later was. Zuckermann zegt dat de Tweede Tempel werd verwoest in 68 C.E. – 69 C.E. van Tishri tot Tishri. Wacholder zegt dan nee, het was van 69 C.E. – 70 C.E., opnieuw van Tishri – Tishri.

 

Wacholder heeft een deel van het jaar goed en kan een aantal van de historisch vastgelegde Sabbatsjaren correct opstellen, maar ze hebben allebei moeite met de geschiedenis van John Hyrcanus omdat ze hetzelfde standpunt innemen (dat pas in de 2e eeuw begon) dat het jaar begon met Tishri en eindigde met Tishri.

 

 

178Ben Zion Wacholder, The Calendar of Sabbatical Cycles During the Second Temple & the Early Rabbinic Period, Hebrew Union College Annual (HUCA) 44 (1973), pp 53-196; Chronomessianism: The Timing of Messianic Movements & the Calendar of Sabbatical Cycles, HUCA 46 (1975), pp.201-218; The Calendar of Sabbath Years During the Second Temple Era: A Response, HUCA 54 (1983), pp.123-133.

 

En zo is het vandaag de dag dat je groepen mensen zult vinden, samen met het grootste deel van Juda, die het volgende Sabbatjaar in 2014 houden; van Tishri 2014 – Tishri 2015. En dan zul je anderen vinden die 2015 zullen houden als het Sabbatsjaar en dat zullen ze ook doen vanaf Tishri 2015 – Tishri 2016. En zodat je het weet, ik pleit er sterk voor dat het jaar begint zoals ik je heb laten zien – van Abib tot Abib en dat het volgende Sabbatsjaar van Abib 2016 – Abib 2017 is. Abib of Aviv zijnde van maart / april.

 

Laten we nu eens goed kijken naar dat ene historische document dat zowel Wacholder als Zuckermann veel problemen bezorgde – de geschiedenis van John Hyrcanus.

 

Ik zou graag het hele hoofdstuk van Qadesh La Yahweh Press’s boek The Sabbath and Jubilee Cycle,179 willen citeren, maar je kunt zelf hoofdstuk 14180 gaan lezen en daardoor gezegend te worden. Je wordt om de oren geslingerd met data, dus het is het beste om het daar te lezen. Maar laat me het hier voor je samenvatten:

 

(Tijdens de dagen van de Makkabeeën) kwam de hogepriester Simon aan de macht na de gevangenneming en dood van zijn broer Jonathan door het Syrische Griekse rijk.

 

Ons wordt dan verteld in I Makkabeeën 16:14 dat Simon wordt gedood door Ptolemy (ook bekend als Ptolemaeus) in de maand She?at. Let op: She?at is de elfde maand (d.w.z. Januari-Februari). Deze elfde maand wordt bevestigd in Zacharia 1: 7 op de vierentwintigste dag van de elfde maand, dat is de maand She?at.

 

Na Simon te hebben gedood, nam Ptolemaus de vrouw en twee zonen van Simon, Mattathias en Judas gevangen en stuurde vervolgens mannen om zijn derde zoon, John Hyrcanus, te doden.

 

John ontsnapte en maakte vervolgens plannen om Ptolemaeus aan te vallen in Dagon, een stad net ten noorden van Jericho.

 

Ik zal nu wijlen Josephus laten uitleggen wat er daarna gebeurde:

 

(230) Dus trok Ptolemaeus (ook bekend als Ptolemy) zich terug in een van de forten die boven Jericho lag, die Dagon heette. Maar Hyrcanus nam het hogepriesterschap dat eerder zijn vaders was geweest op zich; en in de eerste plaats verzoende hij met Yehovah door offers; hij maakte toen een tocht tegen Ptolemaeus; en wanneer hij de plaats aanviel, op andere punten was hij te sterk voor hem, maar werd zwakker gemaakt dan hij, door het medelijden dat hij had voor zijn moeder en broeders, en alleen daardoor. (231) want Ptolemaeus bracht hen op de muur en martelde hen voor de ogen van iedereen en dreigde dat hij hen halsoverkop zou neerwerpen, tenzij Hyrcanus de belegering zou staken. En terwijl hij dacht dat voor zover hij zich ontspande wat betreft de belegering en het innemen van de plaats, zoveel gunst betoonde aan degenen die hem het dierbaarst waren door hun ellende te voorkomen, was zijn ijver erover gekoeld. (232) Zijn moeder spreidde echter haar handen uit en smeekte hem dat hij niet nalatig zou worden vanwege haar rekening, maar des te meer zijn verontwaardiging zou uiten, en dat hij zijn uiterste best zou doen om de plaats snel in te nemen, om hun vijand onder zijn macht te krijgen, en dan op hem te wreken wat hij hen heeft aangedaan aan hen die hem dierbaar waren; want die dood zou haar lief zijn, zij het met marteling, als die vijand van hen maar voor de straf zou kunnen worden gebracht voor zijn slechte omgang met hen. (233) Toen zijn moeder dat zei, besloot hij het fort onmiddellijk in te nemen; maar toen hij haar geslagen en aan stukken gescheurd zag, faalde zijn moed hem, en hij kon niet anders dan meevoelen met wat zijn moeder leed, en werd daardoor overwonnen. (234) En toen de belegering op deze manier in lengte werd uitgerekt, begon dat jaar waarop de Joden rustten; want de Joden houden deze rust elk zevende jaar, zoals zij elke zevende dag doen; (235) zodat Ptolemaeus, om deze reden bevrijd was van de oorlog, hij de broeders van Hyrcanus en zijn moeder doodde; en toen hij dat had gedaan, vluchtte hij naar Zenon, die Cotylas heette, die toen de tiran was van de stad Philadelphia.181

 

John Hyrcanus kon zijn moeder en broers niet redden omdat een Sabbatsjaar naderde. Het was de elfde maand en dus moest de belegering worden gestaakt. Het was de elfde maand van She?at, niet de zesde maand die Elul werd genoemd en niet één maand vóór de zevende maand van Tishri. De twaalfde maand is Adar en de eerste maand is Aviv.

 

John Hyrcanus probeerde de dood van zijn vader en broers te wreken voordat het Sabbatsjaar binnen slechts een maand zou beginnen. Hij was emotioneel toen zijn moeder en twee andere broers werden gemarteld op de muur voor het hele Joodse leger. Maar John faalde om het fort te veroveren en omdat het Sabbatsjaar naderde, moest hij zich terugtrekken en toen werd zijn moeder gedood.

 

De Joodse wet verbiedt hen om militaire expedities uit te voeren in een Sabbatsjaar, net zoals het verboden is om dit te doen op een Sabbatsdag.

 

Ik heb de daadwerkelijke wet niet kunnen vinden die stelt dat je in een Sabbatsjaar geen oorlog mag voeren. Het werd gewoon niet gedaan ten tijde van deMakkabeeën. Toch kunnen we lezen hoe Joshua die in een Jubeljaar in het Beloofde Land aankwam herhaaldelijk oorlog voerde en dit was inderdaad een Jubeljaar. Ik geloof dat deze wet van niet-oorlog voeren tijdens een Sabbatsjaar een traditie is meer nog dan een bindende wet.

 

Zuckermann slaagt er niet in deze datum in zijn berekeningen op te nemen, omdat het aangeeft dat het jaar begint in Nisan / Aviv en niet in Tishri. U kunt nu zien hoe deze gerenommeerde chronologen relevante en relevante historische informatie weglaten die bewijst wanneer het jaar begint – bij Abib. Ze doen dit om hun eigen gepredisponeerde theorieën te rechtvaardigen.

 

Wacholder gebruikt het, dat is de reden waarom zijn berekeningen een jaar verschillen van Zuckermann, maar Wacholder houdt nog steeds vast aan Tishri als het begin van het jaar en niet aan Abib.

 

Beginnend met een onjuiste basis, zijn ze allebei tot verkeerde conclusies gekomen.

 

We hebben rabbijn Akiba die Simon Bar Kochba onderschrijft om te bewijzen dat Yehshua niet de Messias was en liet rabbijn Yose de Seder Olam schrijven met onjuiste chronologie en vervalste historische datums die werden gebruikt om hun positie te rechtvaardigen – die allemaal vals bleken te zijn.

 

We hebben later de gerespecteerde Geonim (de wijzen) de valse messias, Simon Bar Kochba, afwijzen, maar vasthouden aan de
foutieve chronologie en de valse leer van Rabbi Yose over de 70 weken van Daniël.

 

 

179Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/yahweh2.html

180Qadesh La Yahweh Press http://yahweh.org/publications/sjc/sj14Chap.pdf

181Josephus Antiquities 13.8.

 

Zuckermann zou zijn onderzoek opnieuw baseren op de veronderstelde feiten van de Seder Olam. Wacholder zou de Seder Olam ook als uitgangspunt gebruiken, maar deze met een jaar wijzigen op basis van een andere vertaling van hoofdstuk 30. De Seder Olam geeft het jaar aan dat beide tempels werden vernietigd als ve-motsae sheviit (??????) ?????. Guggenheimers recente vertaling182 geeft deze uitdrukking weer als “… aan het einde van een Sabbatsjaar”, waarmee ondubbelzinnig de Wacholder-kalender wordt ondersteund waarmee een Sabbatsjaar begint in de herfst van 69 C.E. Het probleem is echter dat veel vertalingen van de Seder Olam de uitdrukking weergeven als “… in het jaar na een Sabbatsjaar” of iets vergelijkbaars daaraan. Dit was de betekenis die Zuckermann overnam toen hij de Seder Olam citeerde als ondersteunening voor zijn kalender van Sabbatsjaren.

 

Je hebt dus alle onderzoekers die hun onderzoek tot op zekere hoogte baseren op Rabbi Yose die de geschiedenis herschreef om Rabbi Akiba en de Simon Bar Kochba Opstand te steunen.

 

 

Historisch geregistreerde sabbatjaren
701 v. Chr Sanherib valt Juda aan 2 Koningen 19:29
700 v. Chr 2 Koningen 19:29 Een Jubeljaar
456 v. Chr Nehemia 8:18
162 v. Chr 1 Makkabeeën 16:14 & Josephus Antiquities
134 v. Chr 1 Makkabeeën & Josephus Antiquities
43 v. Chr Julius Caesar & Josephus Antiquities
36 v. Chr Josephus Antiquities 14:16:2
22 v. Chr Josephus Antiquities 15:9:1
42 n. Chr Josephus Antiquities 18
56 n. Chr Een opmerking over schulden in de tijd van Nero.
70 n. Chr Het sabbatjaar van 70/71 n. Chr
133 n. Chr Huurcontracten vóór Bar Kochba Opstand
140 n. Chr Huurcontracten vóór Bar Kochba Opstand

 

Je kunt echter wel weten uit 2 Koningen 19:29, toen de Sabbats- en Juibeljaren in de Bijbel werden vastgelegd en je kunt ook nauwkeurig bepalen welk jaar dit was gebaseerd op Assyrische verslagen.

 

Vervolgens hoef je alleen maar te tellen door zevens uit 701 v.Chr. om te komen tot bekende en / of nog niet bekende Sabbatsjaren. Hierboven staan alle bekende Sabbatsjaren. De jaren die we kennen als Landrustjaren en Jubeljaren zijn zoals aangegeven in de grafiek op de vorige pagina. Ontleend aan Qadesh La Yahweh Press.183

 

182Seder Olam, hoofdstuk 30, vertaald door Heinrich W. Guggenheimer, Seder Olam: De Rabbijnse Kijk op de Bijbelse Chronologie (Lanham, MD: Rowman and Littlefield,2005).

183Qadesh La Yahweh Press, http://yahweh.org/yahweh2.html

 

Qadesh La Yahweh Press gaat tot het uiterste om te bewijzen dat deze datums correct zijn en doet veel moeite om aan te tonen hoe de andere theorieën afdwalen. Bewijs alle dingen! Want zij hebben dit gedaan.

Hoofdstuk 23 | Nog Een Leer Die Bekend Staat als de Tijdlijn van Daniel

 

Dit is niet Daniël, de bijbelse profeet, maar een moderne leer die tegenwoordig wordt gebruikt en bekend staat als Daniëls tijdlijn 184 onder Messiaanse gelovigen.

 

De vele Messiaanse gelovigen die deze valse leer hebben omarmd, hebben de jaren in kwestie nooit gecontroleerd om er zeker van te zijn dat ze in feite Jubeljaren zijn. De man die dit leidt, doet dit in alle oprechtheid, geloof ik en is hoogstwaarschijnlijk een eerlijke man – want ik weet zeker dat alle andere leraren zijn die deze leer blijven volgen, wat gelukkig vrij gemakkelijk te bewijzen is dat het niet klopt.

 

Ik heb nu met u vastgesteld dat een Jubeljaar negenenveertig jaar is en het vijftigste jaar hetzelfde is als het eerste jaar. Dit is exact dezelfde manier waarop we tot Pinksteren of Shavuot tellen. De vijftigste dag is hetzelfde als de eerste dag van de week.

 

Ik heb je ook in The Prophecies of Abraham185 alle bekende en vastgelegde Sabbatsjaren laten zien, en ik ga die grafieken niet dupliceren in dit boek. Als je een brandend verlangen in je hebt om meer te weten, raad ik je aan om een exemplaar van dat boek te krijgen en dieper in te gaan op het onderwerp over de sabbat. Je kunt de recensies voor The Prophecies of Abraham lezen op
Amazon.com.186

 

Als we een bekende tekst uit 2 Koningen opnieuw bekijken, worden we eraan herinnerd:

 

29 “En dit zal voor u het teken zijn: men zal dit jaar eten wat vanzelf gegroeid is, in het tweede jaar wat daarvan weer opkomt; in het derde jaar moet u zaaien en maaien, en wijngaarden planten en de vruchten daarvan eten.” 2 Koningen 19:29

 

Dat eerste jaar in 2 Koningen was van 701 v.Chr. tot 700 v.Chr. en samen met dat jaar heb ik je sindsdien de andere bekende Sabbatsjaren laten zien, die in de geschiedenis zijn vastgelegd. Het goede nieuws is dat je nu elk Sabbats- en Jubeljaar door de geschiedenis heen kunt weten.

 

De leer van Daniel’s tijdlijn begint met de Balfour-verklaring in 1917 als een Jubeljaar. Degenen die deze dwalende leer verkondigen, hebben nooit gecontroleerd of het echt een Jubeljaar was. In plaats daarvan speculeerden ze gewoon dat dit inderdaad het geval was en op basis van dit vermoeden begonnen ze de verkeerde leer.

 

Deze gok werd letterlijk uit de lucht gehaald, en zoveel anderen, zoals “schapen” die verdwaald zijn, hebben gewoon aangenomen dat het waar was, en hebben nooit één keer gecontroleerd om erachter te komen — meer dan degenen die dit onderwijzen gedaan hebben – dat, in feite, 1917 een echt Jubeljaar was. Dat was het niet. 1917 is in plaats daarvan het zesde jaar van de derde cyclus.

 

 

184http://www.danielstimeline.com/

185http://bookstore.authorhouse.com/Products/SKU-000366309/The-Prophecies-of-Abraham.aspx

186 http://www.amazon.com/The-Prophecies-Abraham-Declaring-beginning/product-reviews/1449047521/ref=cm_cr_dp_see_all_btm?ie=UTF8&showViewpoints=1&sortBy=bySubmissionDateDescending

 

Vijftig jaar na 1917 is 1967. Het is het jaar van de Zesdaagse Oorlog. Het is geen Jubeljaar zoals Daniel’s tijdlijn suggereert. Maar het is een Sabbatsjaar. Maar vanwege deze twee belangrijke wereldgebeurtenissen – de Balfour-verklaring en de Zesdaagse oorlog die vijftig jaar uit elkaar liggen – gaan deze goedbedoelende, maar toch slecht geïnformeerde leraren en degenen die zich, uit pure onwetendheid, houden aan deze leer ervan uit dat het waar moet zijn; dat 1917 en 1967 Jubeljaren moeten zijn. Het toevoegen van nog eens vijftig jaar tot 1967 brengt je naar 2017 en dit is wanneer ze aannemen dat de Messias zal komen – tijdens dit valse Jubeljaar. 2017 is echter geen Jubeljaar. Dus, waarom is dit jaar van 2017 het jaar dat de Messias terug moet komen en niet het volgende Jubeljaar volgens hun berekeningsmethode die het 2067 zou maken? Ze weten het niet. Ze houden vol dat dit de tijd van de wederkomst van de Messias moet zijn en baseren dit op Daniel’s tijdlijn, die ik zojuist aan u heb beschreven. Het heeft geen andere logica of feit dan wat we zojuist hebben gezegd.

 

Ze hebben niet berekend hoeveel Jubeljaren of cycli zijn gekomen en gegaan. Ze zijn er niet achter gekomen waar we in die Jubelcycli zijn om te weten of dit inderdaad de laatste is. Ze hebben niets van dit werk gedaan. Het enige dat ze hebben gedaan, is gespeculeerd en alle anderen volgen dat omdat het er goed uitziet. Maar niemand heeft onderzoek gedaan, geen!

 

Ook suggereert niemand van degenen die deze valse leer onderwijzen ooit dat je het jaar 2016 als een Sabbatsjaar moet houden. In plaats daarvan richten ze zich op de potentiële terugkeer in 2017 en niet op het gehoorzamen van de Sabbatsjaren in 2016 heilig te houden. Als het vijftigste jaar, of het Jubeljaar 2017 was, zou het negenenveertigste Sabbatsjaar 2016 moeten zijn. Toch hebben ze geen opzettelijke intentie om het heilig te houden op basis van hoe Yehovah wil dat ze het heilig houden, zoals uiteengezet in Torah.

 

Daniëls tijdlijn blijkt automatisch vals te zijn, alleen wetende wanneer de ware Jubeljaren zijn (die Yehovah ons verplicht te houden) – zoals ik al in 2 Koningen 19:29 heb aangehaald. Wanneer je vooruit telt vanaf 700 v.Chr. met 49 eindig je in 1996 voor het laatste Jubeljaar, 1947 als het Jubeljaar daarvoor, 1898 als het Jubeljaar daarvoor, enzovoort. Het is vrij simpel. Het enige wat u hoeft te doen is toevoegen en ook door het juiste uitgangspunt te hebben. 2 Koningen 19:29 is dat uitgangspunt.

 

Omdat de leer van Daniëls 70 Weken zo’n omvangrijke leer is, zullen we dit in ons volgende boek bespreken, dat binnenkort klaar zou moeten zijn. Zoek naar “Daniel’s 70 Weken Worden Alleen Onthuld in de Laatste Dagen; We Zijn Nu in die Laatste Dagen ” wat in 2013 gepubliceerd wordt.

Hoofdstuk 24 | De Controversie van 2 Koningen 17 & 18

 

Tot dusverre hebben we de volledigheid van ons begrip van de Sabbats- en Jubeljaren op het tijdsbestek van 701 v.Chr. – 700 v.Chr. als het negenenveertigste en vijftigste jaar in een Jubelcyclus in overeenstemming met 2 Koningen 19:29 en hoe dit overeenkomt met de bekende chronologie van Assyrië.

 

Gebaseerd op het onderzoek van Qadesh La Yahweh Press in hun boek The Sabbath and Jubilee Cycle, 187 Edwin R. Thiele’s The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings 188 en Jack Finegan’s The Handbook of Biblical Chronology, 189 kunnen we veilig concluderen dat we absolute referentiejaren hebben waardoor we de Israëlische koningen binden met een bekende en acceptabele chronologie die we door de jaren heen tot op de dag van vandaag kunnen traceren.

 

Ik heb je in dit boek laten zien hoe die jaren van 701 v.Chr. – 700 v.Chr. Perfect aansluit bij alle andere bekende historisch geregistreerde Sabbatsjaren.

 

Als je niet gelooft dat 701 v.Chr. – 700 v.Chr. de referentiejaren zijn die ik heb bepaald, dan moet je empirisch bewijzen dat elk van de andere Sabbatsjaren zoals vastgelegd in de geschiedenis ook niet kloppen, wat bijna onmogelijk is om te doen – hoewel sommigen dat hebben geprobeerd zoals ik eerder heb aangegeven.

 

Toch zijn er vandaag de dag nog steeds die beweren dat koning Hizkia twaalf jaar eerder regeerde dan wat ik heb gezegd. En ze zullen dit baseren op 2 Koningen 17-18. Ze zullen dan overgaan tot het citeren van de beroemde en veel te veel gebruikte Schrift in 2 Timotheüs: “Alle Schrift wordt door Elohim ingegeven en nuttig voor het onderwijs.”

 

14 Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, 15 en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Messias Yehshua is. 16 Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, 17 opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust. (2 Timotheüs 3:14-17)

 

We lezen het volgende uit Clarke’s commentaar 190 over dit vers:

 

16 De hele Schrift wordt gegeven door de inspiratie van God. (2 Timotheüs 3:16)

 

Deze zin is niet goed vertaald; het origineel ???? ????? ??????????? ???????? ???? ???????????, ?. ?. ?. Moet worden weergegeven als: Elk schrift dat goddelijk geïnspireerd is, is nuttig voor de leer … (het gedeelte ??? of “en”) wordt door bijna alle versies en veel van de vaders weggelaten en is het zeker niet goed eens met de tekst. De apostel spreekt hier, buiten alle controverse, over de geschriften van het Oude Testament, die, omdat ze door goddelijke inspiratie kwamen, de Heilige Geschriften noemt, 2 Timotheüs 3:15; en het is van hen alleen dat deze passage moet worden begrepen; en hoewel het hele Nieuwe Testament even inspiratie kreeg als het Oude, kon de apostel daar geen verwijzing naar hebben, omdat het toen nog niet was verzameld en niet volledig was.

 

187http://yahweh.org/PDF_index2.html

188http://www.amazon.com/The-Mysterious-Numbers-Hebrew-Kings/dp/082543825X

189http://www.chapters.indigo.ca/books/Handbook-Biblical-Chronology-PRINCIPLES-TIME-Jack-Finegan/9781565631434-item.html?cookieCheck=1

190http://www.godrules.net/library/clarke/clarke2tim3.htm

 

Zelfs Yehshua vertelt ons precies wat die geschriften in Lukas zijn; zij zijn de Torah, de eerste vijf boeken, De Profeten en de Psalmen. Het is niet en was niet wat vandaag het Nieuwe Testament wordt genoemd, noch omvat dit de historische boeken van Koningen en Kronieken.

 

44 En Hij zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen. 45 Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen. (Lukas 24:44-45)

 

Dit wetende, kunnen we de boeken van Kronieken en Koningen dan strikt beschouwen als historische documenten – documenten waarvan alle gerenommeerde chronologen erkennen en erkennen dat er enkele contextuele en algemene fouten in deze teksten zijn – waarvan ik u zal vragen een terwijl ik het deel dat verkeerd is, nader toelicht.

 

We lezen in 2 Koningen hoe Koning Hoshea regeerde in het twintigste jaar van Jotham:

 

30 En Hosea, de zoon van Ela, smeedde een samenzwering tegen Pekah, de zoon van Remalia; hij sloeg hem neer, doodde hem en werd koning in zijn plaats in het twintigste jaar van Jotham, de zoon van Uzzia. (2 Koningen 15:30)

 

Maar we lezen ook in 2 Koningen 17 dat Koning Hoshea zijn regering begon in het twaalfde jaar van Ahaz:

 

1 In het twaalfde jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël in Samaria en hij regeerde negen jaar. (2 Koningen 17:1)

 

Als 2 Koningen 17:1 juist is, wie regeerde dan over Israël in de periode tussen het vierde en twaalfde jaar van Ahaz? Hoe kan deze laatste synchronisatie worden gemaakt om overeen te stemmen met de vorige synchronisatie van Hoshea’s toetreding in het twaalfde jaar van Jotham waar de laatste slechts zestien jaar regeerde?191

 

Edwin R. Thiele beantwoordt deze vraag in zijn boek The Mysterious Number of the Hebrew Kings192. Zijn boek is een reconstructie van de chronologie van de koninkrijken van Israël en Juda. Het boek was oorspronkelijk zijn proefschrift en wordt algemeen beschouwd als het definitieve werk over de chronologie van de Hebreeuwse koningen. Het boek wordt beschouwd als het klassieke en uitgebreide werk bij het berekenen van de toetreding van koningen, kalenders en co-regentiteiten, gebaseerd op bijbelse en buitenbijbelse bronnen.

 

David Rohl193 is een wereldberoemde Egyptoloog die talloze boeken heeft geschreven over de oude geschiedenis van het Midden-Oosten en is een leidende figuur in de oude chronologie. Hij staat er vooral om bekend dat hij de Egyptische chronologie met 300 jaar heeft verkort om nauwkeuriger overeen te komen met het verhaal van de bijbel.

 

 

191The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings by Edwin Thiele, p.38

192The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings by Edwin Thiele, (1 ed.; New York: Macmillan, 1951; 2 ed.; Grand Rapids: Eerdman’s, 1965; 3 ed.; Grand Rapids: Zondervan/Kregel, 1983). ISBN 0-8254-3825-X, 9780825438257

193The Lost Testament van David Rohl (gepubliceerd in het Verenigd Koninkrijk in 2002, opnieuw gepubliceerd als From Eden To Exile in the USA in 2009) en andere chronologie boeken van het oude Egypte.

 

Ik schreef David Rohl aan en vroeg hem hoe betrouwbaar hij het boek van Edwin R. Thiele vond. Hij reageerde en zei dat alle gerenommeerde chronologen het eens zijn met Thiele en zijn werk onberispelijk vinden.

 

Om het probleem van 2 Koningen 17-18 op te lossen, heb ik het boek The Mysterious Number of the Hebrew Kings van Edwin R. Thiele bekeken.

 

Een correct begrip van Hoshea (Hosea) is van vitaal belang voor een correct begrip van de Hebreeuwse geschiedenis van deze belangrijke tijd.

 

Dit begrip is gebaseerd op de erkenning van dubbele dating voor Pekah. Tenzij dit wordt begrepen, en tenzij wordt gezien dat Pekah zijn twintig jaar in 752 v.Chr. begon, werpt dit misverstand Hoshea twaalf jaar voorbij zijn ware positie in de geschiedenis en twaalf jaar uit lijn met de heersers van Juda.

 

Toen de editors van Koningen de definitieve vorm van de twee delen afrondden, begrepen ze de dubbele datering voor Pekah niet; en deze dynamiek was verantwoordelijk voor de synchronisaties van 2 Koningen 17-18. In 2 Koningen 17:1 wordt de toetreding van Hoshea geplaatst in het twaalfde jaar van Ahaz. Dat is echter twaalf jaar in strijd met 2 Koningen 15:30, waar ons wordt verteld dat Hoshea Pekah heeft vermoord en “… hem vervolgens als koning opvolgde in het twintigste jaar van Jotham.” De synchronisatie van 2 Koningen 17:1, die de toetreding van Hoshea in het twaalfde jaar van Ahaz plaatst, onthult deze twaalf jaar misplaatsing van Hoshea.

 

Hoshea begon niet te regeren in 720 v.Chr. maar in 732 v.Chr., dat was het twintigste jaar van Jotham en het begin van de zestien jaar van Ahaz. In het jaar van 752 v.Chr. begonnen twee koningen te regeren in Israël; Menahem in Samaria en Pekah in Gilead. De eerste twaalf van Pekah’s twintig jaar, van 752 v.Chr. – 740 v.Chr., overlappen de tien jaar van Menahem en de twee jaar van Pekahiah. Van 740 v.Chr. – 732 v.Chr. Had Pekah een regeerperiode van acht jaar.

 

Dat begon in het tweeënvijftigste en laatste jaar van Azaria in overeenstemming met 2 Koningen 15:27. Dit alles is in overeenstemming met dubbele datering voor Pekah en met het plaatje in Hosea 5:5.

 

Alleen in overeenstemming met deze regeling komt de toetreding van Hoshea in het twintigste jaar van Jotham in overeenstemming met 2 Koningen 15:30. En daarom is dit de enige echte historische berekening en correcte weergave van die periode.

 

Het twintigste jaar van de regering van Jotham was 732 v.Chr. – twaalf jaar vóór 720 v.Chr. En het begin van Pekah’s regering was 752 v.Chr. – twaalf jaar vóór het tweeënvijftigste jaar van Azaria’s regering, 740 v.Chr. Dus ook het begin van Hoshea’s regering was 732 v.Chr. – twaalf jaar vóór 720 v.Chr. en zijn einde kwam in 723 v.Chr. Er was echter geen overlap met Hizkia, die begon in 716 v.Chr.

 

Een zorgvuldig onderzoek van het verslag van Hizkia’s regering toont aan dat toen Hosea zijn regering begon, Hosea en de natie Israël verdwenen waren. Samaria viel in 723 v.Chr., dus tijdens het bewind van Shalmaneser V (727 v.Chr. – 722 v.Chr.). Maar Sargon II (722 v.Chr. – 705 v.Chr.) beweert dat hij Samaria heeft ingenomen. Vanwege dit, het jaar van 722 v.Chr. werd gezien als de datum van de val van Samaria.

 

Zoals eerder vermeld, hebben een aantal uitstekende wetenschappers het onderwerp zorgvuldig bestudeerd en geconcludeerd dat Samaria in 723 voor Christus viel. Onder deze zijn de beroemde Assyriologist Professor A.T. Olmstead van de Universiteit van Chicago en professor Hayim Tadmor van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.194

 

We hebben u op deze fout in II Koningen 17-18 gewezen, omdat sommigen dit zullen gebruiken om het bewind van Hizkia met 12 jaar te verplaatsen. Daarbij zullen zij ook het jaar in 2 Koningen 19:29 verplaatsen van 701 v.Chr. naar 713 v.Chr. Als je dit eenmaal hebt gedaan, heb je het jaar veranderd dat Yehovah ons vertelt dat het een 49e jaar is en het jaar dat Yehovah ons vertelt dat het een Jubeljaar is.

 

Als we dan het jaar van 713 v.Chr. Gebruiken als het 49ste jaar zoals sommigen zeggen dat het zou moeten zijn, dan sluit geen van de bekende Sabbats-jaren in de geschiedenis aan. Kijk nogmaals naar de onderstaande tabel, die alle bekende en bewezen Sabbatsjaren bevat en verander de eerste twee naar 713 v.Chr., 712 v.Chr. en tel met 7 vanaf 713 v.Chr. naar het volgende Sabbatsjaar van 456 v.Chr.

 

 

Historisch geregistreerde sabbatjaren
701 v. Chr Sanherib valt Juda aan 2 Koningen 19:29
700 v. Chr 2 Koningen 19:29 Een Jubeljaar
456 v. Chr Nehemia 8:18
162 v. Chr 1 Makkabeeën 16:14 & Josephus Antiquities
134 v. Chr 1 Makkabeeën & Josephus Antiquities
43 v. Chr Julius Caesar & Josephus Antiquities
36 v. Chr Josephus Antiquities 14:16:2
22 v. Chr Josephus Antiquities 15:9:1
42 n. Chr Josephus Antiquities 18
56 n. Chr Een opmerking over schulden in de tijd van Nero.
70 n. Chr Het sabbatjaar van 70/71 n. Chr
133 n. Chr Huurcontracten vóór Bar Koch bah Revolt
140 n. Chr Huurcontracten vóór Bar Koch bah Revolt

 

Wanneer je de berekening doet, zul je zien dat geen van de bekende Sabbatsjaren overeen komt. Je moet dan concluderen dat er iets mis is, en dat iets precies is wat we je zojuist hebben uitgelegd over 2 Koningen 17 en 18 met het misverstand van de regeerperiode van Hoshea.

 

Hizkia’s 14e jaar was 701 v.Chr. Dit was het jaar waarin Senacherib Jeruzalem aanvalt, zoals we je hebben laten zien uit de Limmu-lijsten. Opnieuw, zoals we dit jaar van 701 v.Chr. hebben gezegd, is de meest onbetwiste datum in chronologie door alle gerenommeerde Chronologen. Maar omdat sommigen zullen proberen u deze andere theorie te tonen dat Hizkia 12 jaar eerder regeerde om te weerleggen wat wij met u delen, hebben wij dit onder uw aandacht gebracht.

 

194The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings by Edwin Thiele, pp. 134-135, 137

Hoofdstuk 25 | De 480 Jaren Uitgelegd

Bij het schrijven van dit boek in 2012, wanneer u alle bekende chronologie optelt, zult u zich realiseren dat we ons in de 119e Jubelcyclus bevinden. Wanneer deze Jubelcyclus ten einde loopt, bevinden we ons in de 120e Jubelcyclus en het begin van het Zevende Millennium – degene waarin de Messias over de hele Aarde zal regeren.

Pas nadat je alle jaren in de geschiedenis correct hebt opgeteld, kun je aangeven in welk jaar we sinds de schepping van Adam zijn. Ik heb de jaren van Adam tot de Exodus voor u al samengevat en verder naar de intrede van de Israëlieten in het Beloofde Land in hoofdstuk 15 van dit boek. Voel je vrij om dat hoofdstuk te herzien als je wilt. Het tijdsbestek dat loopt van Adam tot de Exodus en van Adam tot de ingang van de Israëlieten in het Beloofde Land is respectievelijk 2458 jaar en 2500 jaar.

Bovendien heb ik de Assyrische chronologie met u besproken en aangegeven hoe het de enige manier is om de lege plekken in te vullen met betrekking tot een bekende en betrouwbare chronologie van de Hebreeuwse koningen. Edwin R. Thiele,195, zoals ik al heb gezegd, heeft dit echt opmerkelijk gedaan.

Door dit te weten, weet je ook dat koning Solomon stierf in het jaar 930 v.Chr. En dat hij veertig jaar vóór zijn dood regeerde. 196 Dit geeft ons 970 v.Chr. als het jaar dat hij op de troon kwam.
Er is slechts één overgebleven vers waarvan ik heb bepaald dat het nog moet worden verweven met de oude geschiedenis en chronologie van Adam tot de Exodus tot het bewind van koning Salomo. Van koning Salomo kan men dan berekenen tot op heden. Dit vers is te vinden in 1 Koningen:

1 Het gebeurde nu in het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte, in het vierde jaar van het koningschap van Salomo over Israël, in de maand Ziv (dat is de tweede maand), dat hij het huis van Yehovah bouwde. 1 Koningen 6:1

Dus vanaf het jaar 2458 na de schepping, toen de Exodus plaatsvond tot het vierde jaar van Salomo was 480 jaar. Je neemt nu vier jaar weg vanaf het jaar 970 v.Chr., toen Solomon zijn regering begon en je dan het 4e jaar van koning Salomo nauwkeurig kunt concluderen dat dit vierde jaar 966 v.Chr. Is nadat hij op de troon kwam. Nu hoeft u alleen maar een eenvoudige optelling te doen om te weten waar we ons bevinden in de geschiedenis van de wereld.

2458 + 480 + 966 + 2012 (huidig jaar) = 5,916 Eindtotaal

Nu zullen velen hiernaar kijken en uitroepen dat we nog vierentachtig jaar te gaan hebben tot het jaar 6000, wat het begin is van het Zevende Millennium. Maar ze zouden het mis hebben.

195The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings door Edwin Thiele
1961 Koningen 11:42 | De tijd nu dat Salomo in Jeruzalem over heel Israël regeerde, was veertig jaar.

Hoe komt dat? Ik heb je al uitgelegd dat elke Sabbatscyclus uit negenenveertig jaar bestaat. Het vijftigste jaar is dan het eerste jaar van de volgende cyclus. De cijfers ‘50’ en ‘1’ zijn hetzelfde jaar – net zoals Pinksteren de vijftigste dag en toch ook de eerste dag van de week is die aftelt naar de volgende Sabbat. Ik heb dit al een aantal keren aan je bewezen in dit boek.

De eerste keer dat de Sabbatsjaren worden genoemd, is in Genesis. We hebben de onderstaande passage al bekeken, maar dit is een opfrisser:

3 Toen zei Yehovah: “Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.” (Genesis 6:3)

Het woord hier voor jaren is “shaneh.”

H8141 ?????? ?????? shâneh shânâh shaw-neh’, shaw-naw’

(De eerste vorm is alleen in het meervoud, de tweede vorm is vrouwelijk); van H8138; een jaar (als een omwenteling van tijd): + hele leeftijd, X lang, + oud, jaar (X -lijks).

Dus deze eerste vermelding zou je moeten vertellen dat de mens 120 “perioden van tijd” zal krijgen. Het is de enige plaats waar dit wordt gezegd. Veel mensen gebruiken dit om vervolgens de verkeerde conclusie te trekken dat:

120 x 50 = 6000 Jaar

Ik zal verderop uitleggen waarom dit niet het geval is. Anderen concluderen dat Noach 120 jaar moet hebben gepredikt. In een vorig hoofdstuk hebben we al uitgelegd waarom dit niet het geval was.

De 120 tijdsperioden of 120 Jubelcycli zoals hierboven weergegeven, zijn niet 6000 jaar, hoewel het bovenstaande totaal is wat de meeste mensen ten onrechte geloven, het is in plaats en in waarheid:

120 x 49 = 5880 Jaar

Je weet zeker dat het tijdsbestek van:

Adam tot De Exodus = 2458 Jaar

Je weet nu ook dat het geen 6000 jaar is, maar nogmaals:

120 x 49 = 5880 Jaar

Dit betreft het totale aantal jaren dat al is verstreken voordat het Zevende Millennium begint met de Messias als onze heerser. En u weet met zekerheid het aantal jaren vanaf Solomon tot onze tijd.

Maar als we dit allemaal optellen, hebben we een totaal dat hoger is dan 5880. Waarom? Nou, er is duidelijk iets mis, maar wat?

2458 + 480 + 966 + 2012 (huidig jaar) = 5916 jaar Eindtotaal

Iets anders waar we absoluut op moeten letten, is dat 2 Koningen 19:29 verwijst naar wanneer een Jubeljaar plaatsvond en dit is toevallig het meest onbetwiste jaar in de chronologie, geloof het of niet! Dat wil zeggen, het jaar waarin Sanherib tegen koning Hizkia ten strijde trok. Dat jaar was 701 v.Chr. en het Jubeljaar was 700 v.Chr!

Als je vooruit telt naar onze tijd, zul je ontdekken dat 1996 n.Chr. het laatste Jubeljaar was. En het volgende Jubeljaar zal 2045 zijn. Dit betekent nu dat we nog 33 jaar moeten optellen bij ons totaal van 5916 om ons naar het Jubeljaar en het 7e Millennium te brengen. Ons totaal is nu 5949, maar vergeet het jaar nul niet. Er is geen jaar nul vanaf 1 v.Chr. tot 1 n.Chr. Dit betekent dat we nog een jaar moeten toevoegen om een totaal van 5950 te krijgen. Dit is 70 jaar meer dan de 5880 die we zouden moeten hebben. En als je je herinnert, als we de andere 60 jaar optelden dat Terah 130 was bij de geboorte van Abraham, zouden we zoveel meer jaren hebben.

Als je vanaf 1996 terugtelt, moet je dat op een dusdanige manier doen dat het jaar dat Jozua Het Land van Israël binnenkomt overeenkomt met een van de Jubeljaren.

U weet nu dat 2458 klopt en niet gewijzigd hoeft te worden of opnieuw bekeken. Je weet nu ook dat het jaar 966 v.Chr. klopt en het huidige jaar 2012 overduidelijk klopt. Dit laat het enige cijfer van 480 over als het potentiële probleem.

Nogmaals, ik ga herhalen wat ik in hoofdstuk 23 heb gezegd, gezien het feit dat ik op het punt sta om een schriftuurlijke passage in de Bijbel opnieuw ter discussie te stellen dat veel mensen, hoogstwaarschijnlijk, zeer boos zullen zijn omdat ik dat heb gedaan. Zoals ik al eerder zei, de neiging om de beroemde en al te royaal toegepaste Tekst in 2 Timotheüs te citeren:”Heel de Schrift is door Elohim ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen” leeft nog steeds.

14 Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, 15 en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is. 16 Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, 17 opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust. (2 Timotheüs 3:14-17)

Maar nogmaals, je zou er goed aan doen om herinnerd te worden aan Clarke’s Commentaar op dit vers.

2 Timotheüs 3:16

De hele Schrift is door inspiratie van God gegeven – deze zin is niet goed vertaald; het origineel ???? ????? ??????????? ???????? ???? ???????????, ?. ?. ?. zal vertaald moeten worden met: Elk schrift dat Goddelijk geïnspireerd is, is nuttig voor de leer, enz. Het gedeelte ???, en, wordt weggelaten door bijna alle versies en veel van de vaders, en is het zeker niet eens met de tekst. De apostel spreekt hier, buiten alle controverse, over de geschriften van het Oude Testament, die, omdat ze door Goddelijke inspiratie zijn gegeven, de Heilige Geschriften noemt, 2 Timotheüs 3:15; en het is van hen alleen dat deze passage moet worden begrepen; en hoewel het hele Nieuwe Testament evenveel inspiratie kreeg als het Oude (Testament), kon de apostel er geen verwijzing naar maken, omdat het toen nog niet was verzameld en niet compleet was.

Zelfs Yehshua vertelt ons precies in het Evangelie van Lukas welke Geschriften dit zijn. Zij zijn de Torah (de eerste vijf boeken), de Profeten en de Psalmen. Ze zijn en waren niet wat tegenwoordig het Nieuwe Testament wordt genoemd, noch omvat dit de historische boeken van 1 en 2 Koningen of 1 en 2 Kronieken.

44 En Hij zei tegen hen: “Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen.” 45 Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen. Lukas 24:44-45

Dit wetende, kunnen we beide boeken van Koningen eenvoudigweg bekijken als historische documenten, waarvan alle gerenommeerde chronologen het eens zijn dat er enkele bestaande contextuele fouten zijn met betrekking tot chrononlogie – nog een waarvan ik op het punt sta het te benoemen en aan je uit te leggen.

Dat gezegd hebbende, laten we nu nader kijken naar wat betreft het tijdsbestek van 480 jaar. Allereerst hebben we maar één getuige. Er is geen ander vers in de Bijbel om dit specifieke vers te ondersteunen.

Joshua begon Israël te dienen net voordat hij de Jordaan overstak toen Mozes stierf, maar het eerste jaar van Joshua zou de Aviv zijn wat plaatsvond nadat hij de Jordaan was overgestoken.

We hebben aangetoond dat dit jaar waarin hij de Jordaan overstak 2500 na de schepping of 1337 v.Chr. was – wat dus zowel een Jubeljaar is als het eerste jaar van de volgende Jubelcyclus.

In Richteren, hoofdstuk 3 ons wordt verteld hoe sommige Kanaänieten naast Israël leefden. En dan, in vers 6, wordt ons verteld hoe Israël trouwden met de Kanaänieten en, als gevolg daarvan, hun goden begon te dienen. We krijgen dan steeds weer te horen hoe Yehovah, in zijn grote ongenoegen, Israël in de handen van deze koning of die koning gaf en vervolgens bij verschillende gelegenheden Rechters liet opstaan om hen uit hun gevangenschap te bevrijden. Maar het is gedurende deze periode vanaf het moment dat Joshua stierf tot de tijd dat koning Saul werd gekozen als koning die veel chronologen in een dilemma heeft.

Ik heb er al op gewezen dat Jozua de Jordaan in 2500 A.C. is overgestoken, dat is 1337 v.Chr. Daarentegen, het vierde jaar van Solomon is 2.870 A.C. of 967 v.Chr., een verschil van 370 jaar. Echter, in Handelingen wordt ons verteld:

20 En daarna gaf Hij hun ongeveer vierhonderdvijftig jaar richters, tot aan de profeet Samuel. (Handelingen 13:20)

Ons wordt ook verteld in 1 Koningen:

1 Het gebeurde nu in het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte, in het vierde jaar van het koningschap van Salomo over Israël, in de maand Ziv (dat is de tweede maand), dat hij het huis van Yehovah bouwde. (1 Koningen 6:1)

Betreffende dit vers heeft Clarkes Commentaar het volgende daarover te zeggen;

In het vierhonderdtachtigste jaar – De Septuagint heeft het als vierhonderdveertigste jaar. Het hoeft nauwelijks opgemerkt te worden dat er onder chronologen een groot verschil van mening is over dit tijdvak. Glycas heeft 330 jaar; Melchior Canus, 590 jaar; Josephus, 592 jaar; Sulpicius Severus, 588; Clemens Alexandrinus, 570; Cedrenus, 672; Codomanus, 598; Vossius en Capellus, 580; Serarius, 680; Nicholas Abraham, 527; Maestlinus, 592; Petavius en Valtherus, 520. Hier zijn meer dan een dozijn verschillende meningen; en tenslotte is dat in de gemeenschappelijke Hebreeuwse tekst net zo waarschijnlijk de ware is als een van de anderen.

De Septuagint stelt dat er 440 jaar zijn en veel andere chroloog hebben met veel andere totalen voor deze periode afgesloten zoals je kunt zien. De bovenstaande passage in I Koningen 6:1 NBG vertelt ons dat de bouw van de Tempel van Salomo werd begonnen in het 480e jaar na het vertrek van de Israëlieten uit Egypte. Het was tijdens het vierde jaar van het bewind van Salomo.

Josephus wijst erop dat van De Exodus tot de bouw van de Tempel 592 jaar duurde.197 Vanaf 592 trek je af: twee jaar op de berg Sinaï, veertig jaar doelloos ronddwalen in de wildernis, achtentwintig jaar onder Jozua’s heerschappij,198 veertig jaar onder het bewind van koning Saul (Handelingen 13:2), veertig jaar onder het bewind van koning David, en ten slotte, de eerste vier jaar onder het bewind van koning Salomo (I Koningen 6:1). Wat overblijft is slechts 462 jaar – en we hebben nog steeds geen definitieve conclusie.

K.A. Kitchen 199 geeft ons een uitgebreide discussie hierover en concludeert dat de 480 jaar is:

“… een soort overlappende periodes die (ongeveer) 300 jaar omvatten.”

Op basis van de gegevens uit mijn Sabbats- en Jubel-diagrammen uit mijn vorige boek, 200 bekijk nogmaals de tabel op de volgende pagina. Vanaf het jaar dat Jozua Kanaän binnenging tot het vierde jaar van de regering van koning Salomo is 370 jaar. Wanneer je hieraan de veertig jaar in de wildernis en de twee jaar bij de Berg Sinaï toevoegt, kom je uit op 412 jaar als het totale aantal jaren vanaf de Exodus tot het 4e jaar van Salomo.

Dit tijdsbestek van 450 jaar, dat je kunt optellen uit de grafiek op de volgende pagina, komt overeen met wat er wordt gezegd in Handelingen 13:20. Om erachter te komen hoeveel tijd er is verstreken tussen binnenkomst in Kanaän en het vierde jaar van koning Solomon, moet men aan deze 450 jaar (hierboven vermeld) het volgende toevoegen:

Het Richterschap van Jozua
Het Richterschap van Samuel
Het Koningschap van Saul
Het Koningschap van David
Koning Salomo’s 1e Vier Jaar

Hoewel er duidelijke bijbelse, chronologische referenties bestaan met betrekking tot koning David en koning Salomo, er zijn alleen bijbelse verslagen waar we ons op kunnen beroepen om de tijdsperioden van Jozua, Samuel en Saul te bepalen. Deze gegevens geven aan dat Jozua tot achtentwintig jaar rechter was, Samuel voor dertig jaar en dat koning Saul tot tweeëntwintig jaar regeerde – en dat komt neer op een totaal van achtenzestig jaar.

197Antiquities door JOSEPHUS, 8.3.1
198Antiquities door JOSEPHUS, 5.1.29
199Ancient Orient & Old Testament, 1966, pp.72-75
200The Prophecies of Abraham door Joseph F. Dumond | Authorhouse | 1-25-2010 | ISBN:978-1-4490-4752-8

Richters: Bijbelse gegevens:
Richters Geen tijdschema voor Jozua
Richteren 3:8 – 8 Jaar Jaren doorgebracht in het dienen
van Chushan-Rishathaim
Richteren 3:11 – 40 Jaar Rust verzorgd door Othniel
Richteren 3:14 – 18 Jaar Dienen van Moab
Richteren 3:30 – 80 Jaar Rust gedurende de levensduur van Ehud
Richteren 4:4 – 20 Jaar Onderdrukking
Richteren 5:31 – 40 Jaar Deborah
Richteren 6:1 – 7 Jaar Midianitische Onderdrukking
Richteren 8:28 – 40 Jaar Gideon
Richteren 9:22 – 3 Jaar Abimelech
Richteren 10:2 – 23 Jaar Tola
Richteren 10:3 – 22 Jaar Jair
Richteren 10:8 – 18 Jaar Onderdrukking
Richteren 12:6 – 6 Jaar Jefta
Richteren 12:7 – 7 Jaar Ebzan
Richteren 12:10 – 10 Jaar Elon
Richteren 12:13 – 8 Jaar Abdon
Richteren 13:1 – 40 Jaar Filistijnse Onderdrukking
Richteren 16:31 – 20 Jaar Samson
Richteren – Samuel Geen tijdschema voor Samuel
1 Samuel 4:18 – 40 Jaar Eli
TOTAAL TIJDSCHEMA 450 Jaar

Dit maakt dat het 450-jarig totaal waarnaar hierboven wordt verwezen binnen de marge valt van 510-530 jaar.

Hieraan moeten de veertig jaar voor het bewind van koning David en de eerste vier jaar van het bewind van koning Salomo worden toegevoegd. Dit onthult dat er in totaal 554-574 jaar zijn verstreken tussen de binnenkomst van de Israëlieten in Kanaän tot het vierde jaar van het bewind van koning Salomo.

Als de periode van de rechters 554-574 jaar was, dan is er duidelijk iets mis met de verwijzing in 1 Koningen 6:1 naar een periode van 440 jaar zoals vermeld in de Septuagint of 480 jaar zoals vermeld in de Bijbel.

Het is duidelijk dat sommige verhalen in het Boek van Rechters, zoals de Evangeliën, niet in chronologische volgorde zijn gerangschikt en niet alle perioden vergezeld gaan van de uitdrukking “en daarna”. Er is overlap te zien in de twintig jaar van Samson die uitdrukkelijk “in de dagen van de Filistijnen” waren (Richteren 15:11, 20).

Er bestaat een opvatting dat de 480 jaar nauwkeurig is, maar dat het niet betekent om de jaren van onderdrukking op te nemen of in aanmerking te komen die zijn vermeld in het boek Richteren. Deze manier van denken had voorrang in het oude Egyptische en Nabije Oosten gedachtegoed. Egyptische lijsten van koningen zouden bijvoorbeeld opzettelijk de dynastieën en regeringen van in het buitenland geboren koningen weglaten, omdat deze door de inheemse Egyptenaren als een nationale schande werden beschouwd.

Het toevoegen van de 111 Jaar van Onderdrukking gedurende de tijd van de Rechters zou het totaal van 480 jaar verhogen tot 591 jaar. Het boek Handelingen lijkt deze redenering te ondersteunen. Handelingen 13:19-20 lijkt erop te wijzen dat de periode van de rechters alleen al 450 jaar was (waarin andere periodes van de geschiedenis moeten worden opgenomen om rekening te houden met wanneer het bewind van koning Solomon in het spel komt). Het totaal van 450 jaar in Handelingen zou overeenkomen met de 111 Jaar van Onderdrukking in Richteren toegevoegd aan de 339 jaar van rechtspraak en vrede.

In 1 Koningen 6:1 staat dat De Exodus 480 jaar was voordat de Tempel van Salomo werd gebouwd, maar Josephus zegt duidelijk 592 jaar in zijn boek, De Oudheid van de Joden. Het verschil lijkt te liggen in de manier waarop de heerschappij van De Rechters werd berekend. Josephus lijkt zowel de Onderdrukkingen evenals de Rechters te omvatten, terwijl de schrijver van Koningen de Heerschappij van Onderdrukkers uitsluit, zoals destijds gebruikelijk was.201 Dit zou neerkomen op ongeveer een verschil van 111 jaar.

Dus nu, alles bij elkaar genomen, laten we het nu allemaal eens proberen. Ik heb u twee verwijzingen gegeven naar het feit dat de Jaren van Onderdrukking niet mee werden gerekend gedurende deze periode. Laten we zeggen dat de 480 jaar inclusief de Jaren van Onderdrukking waren. Dan zou je ze moeten aftrekken en niet optellen zoals deze andere commentatoren bleken te doen.

Eerder heb ik gezegd dat tussen de toegang tot het Land van Kanaän en het vierde jaar van de regering van koning Salomo 370 jaar is. (De intocht in het Beloofde Land was in 1337 v.Chr. En het vierde jaar van koning Salomo was 967 v.Chr.).

201Jackson & Lake, 1979, p.151

Als je hier de 111 Jaar van Onderdrukking aan toevoegt, zoals vermeld in het commentaar hierboven, kom je uit op 481 jaar. Dit gezegd hebbende, ben ik nu van mening dat dit raadsel is opgelost, met slechts één jaar dat mist.

Maar ik heb het berekend vanaf de tijd dat Jozua Het Land binnenging en niet vanaf De Exodus – dat is wat I Koningen doet. Om vanaf De Exoduste rekenen, voeg tweeënveertig jaar toe en nu werkt net helemaal niet.

De 480 jaar genoemd in 1 Koningen 6:1 omvat de Jaren van Onderdrukking. Josephus, in plaats van deze 111 jaar van onderdrukking af te trekken, voegde hij ze toe en kwam tot 592 jaar. Als hij ze had afgetrokken, zou hij op 370 jaar zijn uitgekomen, net als ik met een afwijking van één jaar.202

Ik weet dat ik je op dit moment heel goed in de war kan brengen en zoveel getallen tegelijk naar je gooi, maar neem gewoon de tijd en werk ze uit op een stuk papier. De reden dat ik je dit laat zien, is omdat het zo verwarrend IS.

Er is echter een andere manier om dit allemaal uit te werken. We weten dat in Genesis staat:

3 Toen zei Yehovah: “Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.” (Genesis 6:3)

Het woord “jaren” duidt op “tijdsperioden” en laat ook weten dat dit niet verwijst naar de prediking van Noach. Deze passage vertelt ons in feite dat er 120 Jubel Cycli zullen zijn of:

120 x 49 = 5880 Jaar

Ik heb je ook aangetoond dat toen Jozua het Beloofde Land binnenging, het de 51e Jubelcyclus was. En wanneer men alle bekende jaren optelt, komt men uit op 5.916 jaar (wat nog steeds zesendertig jaar te veel is) en dat dit alleen is met betrekking tot onze tijd nu, momenteel het jaar 2012. Maar als u in het jaar 1996 een Jubileumjaar meent – wat betekent dat de volgende in 2045 zal zijn – dat is nog steeds 33 jaar vanaf nu, dit brengt ons tot een bijna verdubbeld verschil van negenenzestig jaar te veel of:

36 + 33 = 69 Jaar

Hoe kunnen we dit dan in overeenstemming brengen? Nogmaals, dit is wat we wel weten:

2.458 jaar (Adam – Exodus) + 480 (onbekende variabele) + 966 v.Chr. 4e jaar van Salomo + 2012 C.E. (huidig jaar) moeten allemaal optellen tot en gelijk zijn aan 5.880 jaar (120 Jubel Cycli uit Genesis 6:3 x 49). En vergeet niet dat een Jubelcycli 49 jaar is, geen 50. Vanaf 5.880 trekt u 2012 af (ons huidige jaar vanaf 1 C.E.) U trekt vervolgens 32 jaar af (het verschil tussen 2012 C.E. – 2044 C.E. of hetzelfde jaar als 5880 A.C. En … u moet ook een jaar aftrekken voor het jaar “0” omdat het vanaf 1 v.Chr. Tot 1 A.D. gaat. Technisch gezien is er geen jaar “0.” Vervolgens trek je daar 966 jaar af, dat is het jaar waarin koning Salomo in 966 v.Chr. de tempel begon te bouwen. Als laatste, maar daarom niet minder belangrijk, trek je 2.458 af – wat weer de tijd is van Adam tot De Exodus. Uiteindelijk blijft er nog 411 jaar over.

202The Edomites Begin To Unite & the World Financial Picture Continues To Crumble
http://www.sightedmoonnl.com/?page_id=647, 5 Juni, 2010

Het aantal jaren vanaf de Exodus tot het vierde jaar van het bewind van koning Salomo is 411 jaar en niet 480 jaar. Wanneer je alle bekende variabelen uiteenzet en ze in een constructie van 120 x 49 jaar of binnen een tijdsbestek van 5.880 jaar inkapselt en wanneer je precies weet wanneer de Jubeljaren zijn, kun je veel gemakkelijker tot de conclusie komen dat er 410 jaar zijn tussen de uittocht en het vierde jaar van koning Salomo versus het 480-jarige cijfer. Maar je moet het allemaal in kaart brengen om dit zelf te ontdekken – of het nu via een grafiek of een tabel is.

5880 A.C. Het totale aantal toegestane jaren in het 6e millennium.
120 X 49 = 5880

– 2.458 A.C. Het jaar van de Uittocht, vanaf de schepping van Adam
–966 v.Chr. v.Chr. het vierde jaar van Salomo toen hij de Tempel begon te bouwen
–2044 C.E. Het 49e jaar in deze laatste Jubelcyclus. 2045 is het Jubeljaar gebruikmakend van 2 Koningen 19:29 om te bepalen wanneer een Jubeljaar in 700 v.Chr. was. en vanaf dat jaar met 49 afgeteld tot onze tijd en terug
-1 Er is geen jaar nul, dus we moeten een jaar wegnemen
411 Totaal. Dit is het totale aantal resterende jaren om de 5880 te voltooien en om deze hoeveelheid tijd niet te overschrijden.

Het enige getal dat werkt voor al deze verwarring, is dat in plaats van het getal in 1 Koningen 6:1 dat 480 jaar is, het in feite 411 jaar is, zoals we u zojuist hebben laten zien. 111 jaar onderdrukking en 300 jaar heerschappij en vrede. Dit laat dan 285 jaar over nadat u de 4 jaar voor Salomo en de 40 jaar van Koning David en de 40 jaar van Koning Saul hebt afgetrokken, en de 2 jaar dat Israël op de berg Sinaï was en de 40 jaar dat ze in de woestijn waren.

Dit betekent dat Jozua en de tijd van de Richters in totaal slechts 285 jaar konden zijn.

U kunt lezen over de moeilijkheden die vele anderen hebben ondervonden om dit op te lossen. 203 Zoals je net hebt gezien, is het een uiterst lastig onderwerp. Dus in plaats van uit te zoeken wat de meesten niet hebben kunnen bereiken en waar iedereen het mee eens is, hebben we de 480 jaar gelaten als een variabele in onze vergelijking.

120 Jubelcycli zijn in totaal 5880 jaar. Dat is 120 X 49 = 5880

5880 – 2458 van Adam tot de Exodus – 966 wat het totale aantal jaren voor Christus is en het 4e jaar van Solomons koningschap – 2044, dat is het 49e jaar van deze laatste Jubelcyclus vanaf jaar 1 van deze Gebruikelijke Telling, G.T. – 1 voor het jaar nul tussen 1 v.Chr. en 1 G.T.

5880 – 2458 – 966 – 2044 – 1 = 411 als het totale aantal jaren dat 1 Koningen 6:1 had moeten melden.

Hoofdstuk 26 | De Ontbrekende 76 Jaar

 

Deze volgende Abib, die samenvalt met het begin van het nieuwe jaar in overeenstemming met de kalender van Yehovah, die begint in de lente van het jaar rond maart / april in het Gregoriaanse jaar 2013, zal overeenkomen met het jaar 5849 sinds de schepping van Adam.

 

Maar Juda beweert dat het in die tijd 5773 na de schepping zal zijn. Welke kalender is juist? Is het 5773 A.C. of is het 5849 A.C.?

 

In het Evangelie van Mattheüs ontdekken we het antwoord:

 

7 Salomo verwekte Rehabeam, Rehabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa; 8 Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia; 9 Uzzia verwekte Jotham, Jotham verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia; (Mattheüs 1:7-9)

 

Zie je het antwoord? Het staat hier boven in Mattheüs 1:8.

 

Eigenlijk, als je tussen de regels door leest, is dat niet het antwoord. Tussen Joram (aka, Joram) en Uzziah (aka, Azariah) zijn er vier koningen die ontbreken.

 

Die vier ontbrekende koningen zijn Ahazia die in 841 v.Chr. een jaar regeerde,204 Athalia die zes jaar regeerde van 841 v.Chr. – 835 v.Chr., Jehoash die veertig jaar regeerde van 835 v.Chr. – 796 v.Chr. en Amazia die negenentwintig jaar regeerde van 796 v.Chr. – 767 v.Chr. – die allemaal ontbreken in de chronologie.

 

Er zijn in totaal zesenzeventig jaar wanneer je de jaren optelt die ze regeerden. Vanaf het jaar 841 v.Chr. – 767 v.Chr. kunt u zien dat het slechts vierenzeventig jaar is. Maar als je de jaren optelt die elk van hen werkelijk regeerde, kom je op een totaal van zesenzeventig jaar. Athalia, vrouw van koning Joram van Juda, en later koningin van Juda,205 beweerde het jaar dat Ahazia stierf, dus volgens sommige chronologen krijgt ze zeven jaar,206 en niet zes. Als resultaat krijgt u:

 

7 + 40 + 29 = 76

 

Dus hoe is dit het antwoord wat je je zou af kunnen vragen? We lezen in Deuteronomium over een vreemde vloek, maar we zien nergens in de Bijbel enig bewijs dat het is gebeurd.

 

16 Want u weet zelf hoe wij in het land Egypte gewoond hebben, en hoe wij midden door het gebied van de volken kwamen waar u doorheen trok. 17 U hebt hun afschuwelijke afgoden en stinkgoden gezien die zij hadden: hout en steen, zilver en goud. 18 Laat onder u geen man of vrouw, gezin of stam zijn die zijn hart heden van Yehovah, onze God, afkeert, om de goden van deze volken te gaan dienen. Laat onder u geen wortel zijn die gal en alsem voortbrengt. 19 En het zal gebeuren, als hij bij het horen van de woorden van deze vervloeking zichzelf in zijn hart zegent door te zeggen: Ik zal vrede hebben, ook wanneer ik mijn verharde hart volg; de overvloed zal de dorst wegnemen, (Deuteronomium 29:16-19)

 

 

20 dat Yehovah hem niet zal willen vergeven; dan zal de toorn van Yehovah en Zijn na-ijver tegen die man ontbranden, en alle vervloekingen die in dit boek geschreven zijn, zullen op hem rusten. Yehovah zal zijn naam van onder de hemel uitwissen. (Deuteronomium 29:20)

 

 

204The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings door Edwin Thiele

205https://nl.wikipedia.org/wiki/Atalja

206The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings door Edwin Thiele, p.107

 

Wat hebben deze koningen gedaan waardoor ze Yehovah zo kwaad maakte? We lezen in Deuteronomium 29:20 waar Yehovah dreigde de namen uit te wissen van degenen die andere goden dienden. Yehovah geeft ook een zeer duidelijke waarschuwing in het Tweede Gebod hieronder:

 

3 “U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. 4 U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. 5 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, Yehovah, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.” (Exodus 20:3-6)

 

In het geval je het gemist hebt, er staat in Exodus 20:5 hoe de zonden van de vaders zullen worden bezocht aan de derde en vierde generaties van degenen die Hem haten.

 

Welke goddeloze koning kan dit zijn? We lezen in Kronieken:

 

7 Want wat Athalia, die goddeloze vrouw, betreft, haar zonen hadden het huis van God opengebroken, ja, zelfs alle geheiligde dingen van het huis van Yehovah voor de Baäls gebruikt. (2 Kronieken 24:7)

 

Vanwege deze godslastering kwam de stad Libna in opstand tegen Joram.

 

22 Toch kwam Edom in opstand tegen het gezag van Juda tot op deze dag; toen kwam Libna in opstand. (2 Koningen 8:22)

 

Libna was een van de steden van de Aäronische Priesters.

 

13 Zo gaven zij aan de nakomelingen van de priester Aäron de vrijstad voor hem die een doodslag begaan had, Hebron met zijn weidegronden en Libna met zijn weidegronden. (Jozua 21:13)

 

Het was duidelijk dat ze hevig bezwaar maakten tegen Jorams ontheiliging van Salomo’s tempel. Voor Jorams godslastering veroordeelde Yehovah niet alleen zijn vrouw Athalia, maar ook zijn zoon Ahazia en kleinzoon Jehash (Joash) en achterkleinzoon Amazia.

 

24 En Jehoram ging te ruste bij zijn vaderen en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van David, en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats. 25 In het twaalfde jaar van Joram, de zoon van Achab, de koning van Israël, begon Ahazia, de zoon van Jehoram, de koning van Juda, te regeren. 26 Ahazia was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd en hij regeerde één jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Athalia, de dochter van Omri, de koning van Israël. 27 En hij ging in de weg van het huis van Achab en deed wat slecht was in de ogen van Yehovah, zoals het huis van Achab; hij was immers een schoonzoon van het huis van Achab. (2 Koningen 8:24-27)

 

1 Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag dat haar zoon dood was, stond zij op en bracht zij heel het koninklijk nageslacht om. 2 Maar Joseba, de dochter van koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, de zoon van Ahazia, en nam hem weg uit het m