De Sabbatsjaren

gedenken

van 2016

2023  2030  2037  2044

 

De vloek breken door gehoorzaamheid

 

 

Jesaja 49:16

Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,

uw muren zijn steeds vóór mij

  

Door

Joseph F. Dumond

5 “Zie, Ik zend tot u de profeet Elijahoe (Elia), voordat de dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende dag. 6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.”

(Maleachi 4:5-6)

16 “en hij zal vele van de Israëlieten bekeren tot ???? hun Elohim. 17 En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elijahoe (Elia), om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor ???? een toegerust volk gereed te maken.” (Lukas 1:16-17)

3 “Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van ???? , maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze Elohim! 4 Alle dalen zullen verhoogd worden, alle bergen en heuvels zullen verlaagd worden; wat krom is, zal recht worden; wat rotsachtig is, zal tot een vlakte worden. 5 De heerlijkheid van ???? zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van ???? heeft gesproken.” (Jesaja 40:3-5)

19 “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van ????, 20 en Hij ????? de Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. 21 Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover Elohim gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. 22 Want Moshe (Mozes) heeft tegen de vaderen gezegd:  ????, uw Elohim, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. 23 En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. 24 En ook al de profeten vanaf Shemu’el (Samuel) en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd.” (Handelingen 3:19-24)

25 “Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden1 en de wet2 te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.” (Daniël 7:25) (Voetnoten: 1 Dit is een ander woord voor feesten. 2 De wet veranderen is een vorm van wetteloosheid)

Velen zien een toekomstige afgedwongen wet op de zondagsviering als vervulling van deze profetie. Wat ze niet beseffen is dat dit al heeft plaatsgevonden. De Feesten en Festivals (bepaalde tijden) zijn al veranderd en de wetten om ze te houden bevorderen en veroorzaken al wetteloosheid. Wat je in dit boek gaat lezen zal schokkend voor je zijn.

Satan heeft de wetten van Yehovah al veranderd en de meeste mensen hebben daar geen idee of besef van. Dit boek getuigt van de terugkeer naar de oorspronkelijke Torah voor hen die oren hebben om te horen en ogen om te zien. Dit omvat onder andere:

  • Het herstel van alle
  • Het herstel van de sabbat.
  • Het herstel van de sabbatsjaren en jubeljaren.
  • Het herstel van de feestdagen zoals aangegeven in Leviticus 23.

Dit fenomeen is niet het werk geweest van één mens, maar van vele gedurende een periode van vele jaren. Ik durf de bewering aan dat de geest van Elia vanwege Yehovah op hen heeft gerust en door hen heeft gesproken. Van alles wat ik in dit boek ter sprake zal brengen hoop ik van harte dat het op krachtige wijze zal illustreren wat de dwalingen van onze (voor)vaderen zijn en hoe die zijn ontstaan. Ik hoop tevens uitgebreid en grondig aan te tonen wat de Torah werkelijk aanreikt als het erom gaat die dwalingen ongedaan te maken en daar een juist begrip voor in de plaats te zetten. Ik wil je niet alleen een stevig fundament aanreiken om het hart van de Torah te kunnen bevatten, maar ook een stevige basis waar het erom gaat te groeien in inzicht hoe de Torah te volgen en wat dat precies allemaal inhoudt.

Voor mijzelf betekent dat bijvoorbeeld, dat, waar ik ooit geloofde dat de Naam van de Schepper God moest worden uitgesproken als Yahweh, ik er nu van overtuigd ben dat Zijn Naam Yehovah is. Niettemin weet ik dat vele anderen geloven dat Zijn Naam gevonden wordt in een brede variatie aan andere spellingen en uitspraken. Dit als direct gevolg van het feit dat onze broeder Juda ervoor kiest Zijn heilige Naam in het geheel niet uit te spreken, maar in plaats daarvan HaShem (De Naam) te zeggen.

Oorspronkelijk was ik van plan alleen de Hebreeuwse spelling van Zijn Naam  “????“ te gebruiken om niemand te kwetsen, maar nadat ik het boek van Nehemia Gordon – Shattering the Conspiricy of Silence (de Samenzwering van Stilte Verbreken) – had gelezen, realiseerde ik me dat ik dan nog steeds schuldig zou zijn aan het verbergen van Zijn Naam, voor zover het mij gegeven is die te begrijpen. Zodra ons iets wordt duidelijk gemaakt, moeten we daar ook trouw aan zijn in ons leven. Daar niet trouw aan zijn of het verbergen is een zonde.

Bovendien was ik bijzonder geraakt door Gordons boek en wil ik niet langer een “mede-samenzweerder” zijn door de machtige Naam van de Schepper te verbergen. Het is goed om díe versie van Zijn Naam te gebruiken waarvan je overtuigd bent dat het de juiste is. Wat mij betreft zal ik in dit boek Yehovah gebruiken, behalve bij aanhalingen uit een bepaalde Bijbelvertaling (bijvoorbeeld de Herziene Statenvertaling 2010) of een aanhaling van iemand anders die een andere versie van Zijn Naam gebruikt. Daarbuiten zal ik niet van deze lijn afwijken.

Ons wordt in Psalmen voorgehouden, dat, als we de Naam van Yehovah vergeten en daarvoor in de plaats een andere naam gebruiken, Hij ons hart zal onderzoeken om erachter te komen met wie wij proberen te communiceren.

21 Als wij de Naam van onze Elohim hadden vergeten en onze handen hadden uitgebreid naar een vreemde god, 22 zou Elohim dat niet onderzoeken? Want Hij weet wat er in het hart verborgen ligt. (Psalm 44:21-22)

In 1 Korinthe wordt ons voorgehouden:

10 De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van Elohim. (1 Korinthe 2:10)

 

Ik wil niet dat er over Zijn bijzondere en apart gezette (heilige) Naam wordt getwist, maar heb kort geleden besloten om niet langer geheim te houden wat ik geloof over Zijn heerlijke Naam. Ons wordt opgedragen Zijn Naam aan te roepen. Als we die niet kennen, kunnen we die ook niet aanroepen. Ik heb me ook ten doel gesteld in dit boek alleen de waarheden die Yehovah mij heeft geopenbaard weer te geven en te bewijzen. Het is niet mijn bedoeling om respectloos te spreken over een bediening, een leraar of een groep mensen die juist díe zaken geloven die ik als vals ontmasker. Stel dat Yehovah “waarheden” bekend zou maken – zoals wat ik in dit boek uiteen ga zetten – en die zouden er toe leiden dat je geestelijk terug zou keren tot de leugens die je vroeger geloofde, dan is dat ronduit slecht. Test en beproef dus mijn woorden. En als je dat hebt gedaan en ze waar hebt bevonden, gehoorzaam ze dan. Mag de Schepper Yehovah Zelf je leiden in de bestudering van deze waarheden. En zoals mijn website duidelijk stelt: Toets alle dingen ….  en ….

Ik, Joseph F. Dumond, ben geboren in 1958 en Rooms Katholiek opgevoed. In 1978 trouwde ik, na te zijn geslaagd aan de Orangeville High School in Ontario, Canada, met de schoolliefde van mijn leven, Barbara. We kregen een dochter in 1981, een zoon in 1982 en later, in 1990, nog een zoon.

In 1982 hoorde ik via mijn autoradio ’s-avonds laat voor het eerst Herbert Armstrong onderwijs geven over de sabbat, toen ik op weg was naar werk in Oost Ontario. Een paar dagen later luisterde ik weer naar hem, toen ik op weg was naar huis na mijn werk. Ik vroeg materiaal aan omdat ik me verplicht voelde te bewijzen dat hij ongelijk had over de sabbat. Ik werkte zeven dagen per week als opzichter over mensen die werkten aan een gaspijpleiding. Het was onmogelijk een dag vrij te nemen om op zaterdag naar de kerk te gaan. Maar uiteindelijk, na zes maanden onafgebroken studeren, kon ik er niet meer omheen: Yehovah is er altijd volkomen helder over geweest dat wij allemaal de sabbat zouden moeten houden. Ik kon niet anders meer dan tot de conclusie komen dat de sabbat, de zevende dag, (zaterdag) nooit was veranderd en dat de Rooms Katholieke Kerk er verantwoordelijk voor was dat de sabbat zaterdag was veranderd in de zondag – een valse sabbat die door alle Christelijke kerken nog steeds gehouden wordt, ook nadat zij het Rooms Katholieke juk van zich afgeworpen hebben.

Zodra Yehovah een deur opende, nam ik deel aan de samenkomsten van de Worldwide Church of God en niet lang daarna hoorde ik over de Feesttijden. Doordat ik over deze feesten – die zonder uitzondering te vinden zijn in Leviticus 23 – hoorde, leerde ik van het goddelijk geïnspireerde plan van Yehovah met de mensheid en hoe dit allemaal in elkaar paste. Daarna dacht ik geruime tijd dat ik Zijn plan wel in zijn geheel kende, tot ik de sabbatsjaren begon te begrijpen – zowel verleden als toekomst. Het laatste sabbatsjaar duurde van Aviv (Maart-April) 2009 tot Aviv 2010. Dat was ook het eerste sabbatsjaar dat ik ooit heb gehouden.

Vanaf dat moment begon ik elke week serieus te studeren en regelmatig naar de kerk te gaan (van 1982 tot 1994). Toen voelde ik me gedwongen de Worldwide Church of God te verlaten, omdat ze – ergens onderweg – steeds meer op de Rooms Katholieke Kerk gingen lijken, die ik in 1982 al verlaten had. In deze tijd werd mij ook verteld dat alles wat de Worldwide Church of God mij geleerd had “verkeerd” was.

Daarom bezocht ik de volgende twee jaar geen enkele kerk meer en ging weer zeven dagen per week werken. Maar in 1996 voelde ik, terwijl de Feesten snel dichterbij kwamen, een diep verlangen om opnieuw de sabbat en de Feesten te gaan houden. Maar ik had in de verste verte geen idee waar ik heen kon of wie ik erover kon vragen, dus begon ik maar met de Feesttijden te houden door mijn auto ergens aan het eind van een doodlopende weg te parkeren en daar te bidden en Yehovah met heel mijn hart aan te roepen.

In die tijd moest ik alles wat ik tot op dat moment als waarheid had omarmd opnieuw overdenken. En dat moest zonder enige kerkelijke literatuur van welke groep dan ook, zonder voorgekauwde preken of geleerde lezingen. Ik moest de sabbat bewijzen uit de Bijbel zelf en uit andere geloofwaardige bronnen, zoals encyclopedieën. Terwijl ik daar intens mee bezig was, hoorde ik van de Ark van Noach, de doortocht door de Rietzee, Jabal Al Lawz in Saoedi Arabië, de echte berg Sinaï en vele andere zaken die in mij een onverzadigbaar geestelijk verlangen wekten om alles wat de Bijbel beweerde als waar te bewijzen.

Een paar jaar later, in september 2001, volgde de aanslagen op het World Trade Centre en vreesde ik dat er oorlog uit zou breken. Maar ik had geen idee welk antwoord wij als individuen of als natie hierop zouden kunnen of zouden moeten geven. Ik hield het niet langer uit en belde een paar vrienden die mij vertelden dat zij de United Church of God bezochten – één van de vele splintergroepen die waren ontstaan uit het uiteenvallen van de Worldwide Church of God. Er zijn inmiddels meer dan 800 Church of God groeperingen, die natuurlijk allemaal beweren de enige “ware” kerk te zijn.

Toen ik de United begon te bezoeken was mijn zoektocht naar de waarheid echter alles behalve voorbij. Ik bleef zonder onderbreking verder zoeken en alles nauwgezet onderzoeken. Met behulp van het Internet, dat net door zijn kinderziektes heen begon te raken, werd het ieder volgend jaar makkelijker om de informatie op te graven waar mijn ziel zo wanhopig naar op zoek was. In deze tijd begon ik korte artikelen te schrijven voor het United Good News (Goed Nieuws) magazine, dat al een wereldwijde lezerskring had gevormd, bestaande uit voornamelijk United Church of God broeders. Daardoor begon ik de “macht van de pen” in te zien en ging ik op meer regelmatige basis artikelen schrijven voor United. In die tijd begonnen ze me erop voor te bereiden ouderling in de kerk te worden.

Maar in 2004 drong het tot me door dat mijn groei tot stilstand was gekomen. Ik stagneerde geestelijk en er was zonde in mijn hart, die ik probeerde te rechtvaardigen en te excuseren. In december 2004 somde ik in een artikel al mijn zonden op en las dat artikel in zijn geheel voor aan mijn toenmalige pastor. Ik besloot vastberaden nooit meer op mijn oude paden terug te keren. Ik deed hetzelfde wat Daniël had gedaan toen hij de zonden van Israël bekende met als enige verschil dat ik mijn eigen zonden opbiechtte.

Direct daarna hoorde ik van de Zichtbare Maan – als alternatief voor de Conjunctie Maan – als de Bijbelse manier van het bepalen van elke nieuwe maand. Dit was voor mij een belangrijk keerpunt, vooral als je bedenkt hoe groot het gewicht is van de keuze waar je voor staat. Een slechte keus kan de kalender van de Feesttijden veranderen. Voor mij betekent dat hetzelfde als wanneer je de sabbat op een zondag zou vieren. Als je de feesttijden op verkeerde dagen zou vieren, zou je nog steeds het doel missen, met andere woorden: zondigen.

Maar ik had nog geen Bijbels bewijs gekregen.

Zelfs nadat ik mezelf een enorme hoeveelheid leesmateriaal en intense studie had opgelegd, kon ik nog steeds niet bewijzen wat de juiste visie was. Dus trok ik mij terug in gebed. Binnen een paar dagen sprongen de Bijbelpassages me bijna van de bladzijden tegemoet en gaven ze me een direct antwoord op deze vraag. Het antwoord dat ik had gezocht stond in Jesaja 7 en Openbaring 12. Maar dat antwoord was tegelijk een test voor mij. Met de hulp van de Heilige Geest had ik voor mezelf zonder ook maar de minste twijfel bewezen dat de Zichtbare Maan DE maan moest zijn die bepaalt wanneer de Feesttijden gehouden moeten worden. Maar Pesach 2005 stond voor de deur toen er een conflict ontstond. Er was een verschil van 30 dagen tussen de Zichtbare Maan kalender en de Hebreeuwse kalender die de meeste groeperingen nu nog steeds gebruiken. Ik raakte daardoor behoorlijk van streek, omdat ik had gehoopt dat, als ik de Zichtbare Maan kalender zou houden, dat bijna ongemerkt aan de United Church of God broeders, die de Hebreeuwse ofwel Conjunctie Maan kalender houden, voorbij zou gaan.

Omdat ik nog niet 100% zeker was, hield ik dat jaar beide kalenders om te zien wat het resultaat zou zijn. Het aanhouden van de Conjunctie Maan (de Hebreeuwse kalender) was berekend op dertig dagen na de Zichtbare Maan kalender. Dus Pesach en de Dagen (het Feest) van de Ongezuurde Broden – volgens het rijp zijn van de gerst en de zichtbare nieuwe maan – zouden een maand vroeger vallen dan de Hebreeuwse of Conjunctie Maan berekende kalender aangaf.

Zodra ik Pesach hield volgens de Zichtbare Maan kalender, gaf de Heilige Geest mij de openbaring over de Sabbatsjaren en de Jubeljaren en hun verband met de vloekuitspraken van Leviticus 26. Ik kon het nauwelijks geloven, maar ik kon het evenmin afwijzen of als vals bewijzen.

Ik begon instinctief al mijn aantekeningen uit te werken volgens wat ik aan het ontdekken was. Dat was geen toeval, want die notities zouden later een integraal deel uitmaken van de nieuwsbrieven op mijn website. Terwijl ik daarmee bezig was begon ik onweerlegbaar bewijs te zien dat overal om mij heen de vervloekingen van Leviticus 26 aan het gebeuren waren, en ik dacht ondertussen dat ik het me allemaal verbeeldde. Ik was ten slotte geen theoloog, geen geleerde of eschatoloog. Evenmin was ik pastor, priester of rabbi. Ik was niets meer dan een gewone arbeidersjongen die greppels graaft. Hoe zou ik ook maar kunnen beginnen te begrijpen wat niemand anders scheen te bevatten of waar niemand ook maar enige kennis van had?

13 Toen zij nu de vrijmoedigheid van Kefas (Petrus) en Yochanan (Johannes) zagen en merkten dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zij zich. (Handelingen 4:13)

27 Maar het dwaze van de wereld heeft Elohim uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft Elohim uitverkoren om het sterke te beschamen.

(1 Korinthe 1:27)

Tijdens het Loofhuttenfeest volgens de Zichtbare Maan kalender dat jaar (2005) vroeg ik de gastheer of ik hem kon spreken over dit nieuwe inzicht dat ik had verkregen over de sabbatsjaren. Hij schreef me terug en zei dat ik onderwijs moest geven over wat mij getoond was aan een hele groep mensen die te gast zou zijn bij Sukkot (Loofhuttenfeest) in New Hampshire dat jaar. Ik had nooit eerder gesproken op een van Yehovah’s feesten en keek er bepaald niet verlangend naar uit. Dat maakte ik de gastheer ook duidelijk, maar hij stond erop dat ik deze leer zou delen met iedereen die dat jaar aanwezig zou zijn.

Om die reden voelde ik opnieuw de behoefte om mij terug te trekken voor gebed. Het was tijdens die gebedstijd dat ik als het ware (als Gideon) een schapenvlies voor Yehovah neerlegde, alsof  ik daarmee zeggen wilde: “Hier ben ik, zend mij”, als het inderdaad waar was dat er niemand anders was die dit leerde. Op dat moment was er bij mij meer openheid en bereidheid te delen wat ik had geleerd, zelfs over de bijbehorende beangstigende profetieën en hun relatie tot het eind van deze tijd. Uiteindelijk was mijn definitieve antwoord: “Ja”, maar alleen als Yehovah werkelijk niemand anders had die bereid was, in staat was en het inzicht had om het te doen, zelfs als dat betekende dat ik het risico liep een dwaas genoemd te worden. Als het inderdaad Zijn bedoeling was dat ik dit zou doen.

Eerlijk gezegd is het nog maar kort geleden dat ik de hele tekst heb gelezen die Yehovah tegen Jesaja uitsprak, toen Jesaja tegen Yehovah zei: “Hier ben ik, zend mij.”

8 Daarna hoorde ik de stem van ????. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. 9 Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. 10 Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe,  en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen. 11 Toen zei ik: Hoelang, ????? Hij zei: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het land verworden is tot een woestenij. 12 Want ???? zal de mensen ver weg doen gaan, en de verlatenheid in het land zal groot zijn. 13 Al zal daarin nog een tiende deel over zijn, het zal weer verwoest worden. Maar zoals van de eik en de haageik na het omhakken een stronk overblijft, zal hun stronk een heilig zaad zijn. (Jesaja 6:8-10)

Yehovah gaat een boodschap sturen die de mensen wel zullen horen, maar niet zullen begrijpen. Ze zullen vet worden van hun kennis, vele dingen leren, maar ze toch niet begrijpen, zodat ze zich zouden bekeren en worden genezen. Met andere woorden: ze zullen precies de mensen zijn die:

7 … altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen. (2 Timotheüs 3:7)

 

Het is bijzonder opmerkelijk wat Yehovah hier zegt. We zouden er goed aan doen hier onze oren te spitsen en ons door Yehovah te laten waarschuwen!

De volgende Schriftplaatsen uit Timotheüs springen mij ook in het oog:

1 En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. 2 Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, 4 verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van Elohim. 5 Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af. 6 Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden. (2 Timotheüs 3:1-6)

12 En ook allen die godvruchtig willen leven in Messias ?????, zullen vervolgd worden.13 Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid. (2 Timotheüs 3:12-13)

5 Want het land is ontheiligd door zijn inwoners: zij overtreden de wetten1, zij veranderen2 elke verordening, zij verbreken het eeuwige verbond3. (Jesaja 24:5) (Voetnoten: 1Torot – meervoud van Torah, instructie. 2Jeremia 23:36. 3Dit is de enige reden die in heel de Schrift staat, waarom de aarde zal worden verbrand in de dag van het gericht. Zie ook: Jesaja 13:9, 13:11, 26:21, 66:24; Micha 5:15; Zefanja 1:2-18)

6 Daarom verteert de vervloeking het land en moeten zijn inwoners boeten. Daarom zullen de inwoners van het land verbrand worden, zodat er weinig stervelingen zullen overblijven. (Jesaja 24:6)

Dat jaar onderwees ik de sabbatsjaren – ook wel ‘Shmita’ genoemd – op het feest in New Hampshire en tevens in Israël, dertig dagen later, vanwege het feit dat ik de Feestdagen van beide kalenders hield: zowel volgens de Zichtbare Maan kalender als volgens de Hebreeuwse kalender. Op deze feesten ontmoette ik voor het eerst de mensen die zichzelf identificeerden met een groeiende beweging: de Hebrew Roots Movement (Hebreeuwse Wortels Beweging) en sprak met hen. Deze beweging was nog maar net ontstaan en begon toen net vorm te krijgen.

In 2006 sprak ik opnieuw over de sabbatsjaren in Windsor, Ontario en daarna in Toronto. De groeperingen in Toronto waren samengesteld uit vroegere leden van de splinterkerken van de Worldwide Church of God en daar kreeg ik te maken met de eerste echte weerstand. Zij wilden niets weten van de sabbatsjaren.

Steeds als mij vragen werden gesteld waar ik geen antwoord op had ging ik daar naar op zoek, zodat ik de volgende keer een goed doortimmerde verdediging zou hebben voor wat de Geest mij wilde laten zeggen in de kerk of bij de aanwezige groep mensen. En als ik ondanks vele uren lezen toch geen antwoord kon vinden, bad ik daarvoor en kreeg ik binnen een dag het antwoord waar ik naar zocht via een of andere studie of zelfs via een christelijke radiozender waar ik naar luisterde.

In juli 2006 wilde de United Church of God dat ik ofwel zou stoppen met spreken over deze zaken ofwel zou vertrekken, dus volgde ik mijn voeten richting de uitgang. Diezelfde week zette ik mijn website op:

http://cdf.72f.myftpupload.com

Ik begon educatieve, informatieve en provocatieve artikelen te schrijven over de Zichtbare Maan versus de Conjunctie Maan kalender en ook over de cycli van de sabbatsjaren en jubeljaren.

Voordat ik definitief vertrok had mijn pastor mij regelmatig gevraagd of ik dacht dat ik Elia was. Elke keer dat hij dat vroeg verzekerde ik hem dat ik dat niet was. Maar zoals de zaken er nu voorstaan geloof ik weldegelijk dat ik het voorrecht geniet door Yehovah gerekend te worden tot hen die leven in de laatste dagen. Samen met talloze anderen mag ik, op z’n Hebreeuws gezegd, het herstel van alle dingen helpen inleiden, inclusief de sabbat en de feesttijden volgens de Zichtbare Maan en de sabbatsjaren.

Op Pesach 2007 begon ik een wekelijkse nieuwsbrief te schrijven met de bedoeling dat zeven weken vol te houden – tot Shavuot (Pinksteren). Sindsdien is die nieuwsbrief niet meer gestopt met uitzondering van mijn afwezigheid gedurende de jaarlijkse Feesttijden. Elke week heb ik hierin trouw uitleg gegeven over de sabbatsjaren en de jubeljaren en de profetieën die zij ons hebben onthuld en nog steeds onthullen. Ik leer wekelijks meer over de sabbatsjaren en de zaken die daar direct mee verbonden zijn, en kan die delen met wie er oprecht in geïnteresseerd zijn en erover willen leren.

Mijn website telde in 2009 meer dan 11.000 lezers en nadert nu in 2012 de 2.000.000 hits.

In maart 2012 opende Yehovah voor mij een deur om in twaalf dagen tien steden in de Verenigde Staten te bezoeken en daar te spreken over de sabbatsjaren en de jubeljaren bij The Prophecy Club. Na afloop van deze tournee produceerden zij een DVD getiteld “The Chronological Order of Prophecies in the Jubilees” (De chronologische volgorde van de profetieën in de jubeljaren). Het werd een van hun bestsellers en de boodschap is nog steeds onweerlegd en onveranderd. De DVD is nog steeds verkrijgbaar via mijn website voor wie meer wil leren over de sabbatsjaren en de vervloekingen die het negeren ervan met zich meebrengt.

Veel van de zaken waarover ik op deze DVD gesproken heb zijn al gebeurd. Hoe wist ik dat dit ging komen? Ik heb me tot het uiterste ingespannen om Schriftplaatsen niet buiten hun context te gebruiken en mij ervan te verzekeren dat ik Schriftteksten nauwkeurig aanhaalde. Ik heb er ook een principe van gemaakt de Schrift de Schrift te laten verklaren, in plaats van mijn eigen Bijbelse interpretaties te gebruiken. Die komen namelijk voort uit mijn eigen beperkte begrip van de Schrift. Wij zien immers ALLE maar ten dele, als in een vage spiegel, in raadselen (1 Korinthe 13:12).

In 2009 stelde iemand van mijn lezers voor om wat ik in mijn nieuwsbrieven had geschreven vast te leggen in een boek. Omdat ik nooit eerder een boek had geschreven, wist ik niet of ik dat wel voor elkaar kon krijgen. Maar mijn lezers drongen erop aan dat ik dit zou doen, omdat zij het gevoel hadden dat mijn informatie van cruciaal belang was voor de tijd waarin wij leven. Ik ontdekte al snel dat ik de waarheden van Yehovah’s Woord het meest effectief kon uitdragen door gebruik te maken van de schematische kaarten over de sabbats- en jubeljarencycli, die ik al eerder had ontwikkeld.

Het grootste deel van 2009 werkte ik dus aan het boek, dat in februari 2010 werd gepubliceerd onder de titel The Prophecies of Abraham (De Profetieën van Abraham). Dat boek werd later voorgedragen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur in 2011, vanwege de vele zaken die ik daarin deelde over de vervloekingen van Leviticus 26 en de komende oorlogen.

Hoewel mijn boek de Nobel Prijs niet heeft gewonnen, vind ik het een eer dat het sowieso genomineerd werd en wil ik nogmaals professor Liebenberg danken voor de nobele inspanningen die hij heeft geleverd om anderen ervan te overtuigen mijn boek in aanmerking te laten komen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur. Op de volgende bladzijde heb ik zijn aanbevelingsbrief voor de nominatie van mijn boek The Prophecies of Abraham opgenomen. Zie Appendix A aan het einde van dit boek voor verder informatie over de inspanningen die professor Lieberman hiervoor heeft geleverd.

Van de ene valkuil naar de andere.

Toen ik voor het eerst iets van de sabbat begon te begrijpen, leek de plaatselijke synagoge mij de beste plaats om er meer over te leren. Maar de dichtstbijzijnde lag op meer dan een uur rijden, en toen ik eindelijk in de gelegenheid was erheen te gaan werd ik niet bepaald met open armen ontvangen.

Ik geloofde in de Messias en geloofde toen dat zijn naam Jezus was. Pas jaren later kwam ik erachter dat Jezus wel de Griekse naam was voor onze Messias, maar dat Hij voor de volle honderd procent Jood was. Het is prachtig en opwindend te beseffen dat zijn echte naam altijd al heeft bestaan in het Hebreeuws en daadwerkelijk ook een betekenis heeft. Volgens Brad Scott is de naam “Jezus” een door de mens geïnspireerde en gefabriceerde naam. De naam Jezus betekent niets, maar de Hebreeuws-Joodse Messias, die Yeh Shua heet, betekent weldegelijk iets en wel iets dat ongelofelijk belangrijk is:

In het Nederlands betekent dit: “YHWH’s redding” of “YHWH redt”. Ook als je ervan overtuigd bent dat de naam van onze Messias en onze Elohim, de Schepper, anders moet worden uitgesproken, dan nog doet het me deugd dat we allebei weten dat zij échte namen hebben, waarmee wij ze aan mogen roepen. Maar ik ga niet in discussie over de “juiste” uitspraak of spelling van hun namen. Tenzij het om een directe aanhaling gaat, gebruik ik in dit boek Yehshua voor de Zoon en Yehovah voor de Vader. Punt. Het is in dit geval niet mogelijk het iedereen naar de zin te maken. Zoals ik al eerder zei, blijf ik bij wat Yehovah mij heeft onthuld en daarom schrijf ik dit boek ook voor Hem en niet voor mensen.

Er zijn sommige mensen die geloven dat Rabbi Menachem Mendel Schneerson de Messias was, in weerwil van het feit dat Schneerson dat zelf scherp afwees. Door de eeuwen heen hebben er Joden geleefd die ervan overtuigd waren, dat één van de mensen uit de lijst hieronder de Messias was.

In het Jodendom was een “messias” oorspronkelijk een door goddelijke aanwijzing aangestelde koning, zoals David, Kores de Grote of Alexander de Grote. Vooral na het falen van de Hasmonese Dynastie (37 voor Chr.) en de Joods-Romeinse oorlogen (66-135 na Chr.) veranderde het beeld van de Joodse Messias in iemand die de Joden zou verlossen van de onderdrukking en die de Olam Haba (“toekomstige wereld”) ofwel het Messiaanse Tijdperk in zou luiden.

  • Jezus van Nazaret (ca. 3 v.Chr. – 31 na Chr.), de leider van een kleine Joodse sekte die werd gekruisigd. Joden die geloofden dat hij de Messias was, waren de eerste Christenen, ook wel Joodse Christenen genoemd.
  • Simon van Perea (ca. 4 v.Chr.), een voormalige slaaf van Herodes de Grote die in opstand kwam en werd gedood door de Romeinen.
  • Athronges (3 na Chr.), een herder die rebellenleider werd.
  • Vespasianus (69 – 79 na Chr.), volgens Josephus.
  • Menachem ben Juda (alias Menachem Ben Hezekiah) (133-135 na Chr.), naar werd beweerd de zoon van een valse messias, Judas de Galileeër, nam deel aan een opstand tegen Agrippa II voordat hij werd vermoord door een rivaliserende Zelotenleider.
  • Simon bar Kochba (ca. 132-135 na Chr.) stichtte een Joodse staat die maar een kort leven beschoren was, voordat hij werd verslagen in de tweede Joods-Romeinse oorlog.
  • Mozes van Kreta (ca. 440-470 na Chr.) overtuigde de Joden van Kreta ervan de zee in te lopen in een poging terug te keren naar Israël; na deze rampzalig verlopen poging verdween hij.
  • Ishak ben Yakub (alias Isa al-Isfahani, Abu ‘Isa, 684-705 na Chr.) leidde een revolte in Perzië tegen de Umajjaden Kalief ‘Abd al Malik ibn Marwan.
  • Yudgan (8e eeuw), een leerling van Abd ‘Isa, die diens geloof voortzette nadat hij was gedood.
  • Serene (ca. 720 na Chr.) beweerde de Messias te zijn. Hij stond de uitdrijving van Moslims voor, en het verzachten van diverse rabbijnse wetten, voordat hij werd gearresteerd. Daarna herriep hij dit.
  • David Alroy (ca. 1160 na Chr.) werd geboren in Koerdistan. Hij kwam in opstand tegen de Kalief, maar werd vermoord.
  • Nissi ben Abraham (ca. 1295 na Chr.)
  • Mozes Botarel (1413 na Chr.) uit Cisneros (Spanje). Hij beweerde een tovenaar te zijn die de Namen van God kon samenvoegen.
  • Asher Lämmlein (1502 na Chr.), een Duitser uit de buurt van Venetië die verkondigde dat hij de voorloper van de Messias was.
  • David Reubeni (1490-1541 na Chr.) en Solomon Molcho (1500-1532 na Chr.), avonturiers die rondreisden in Portugal, Italië en Turkije. Molcho werd uiteindelijk op de brandstapel gezet door de paus.
  • Een onbekend gebleven Tsjechische Jood van rond 1650 na Chr. Een blad uit het Joodse Museum van Praag over Solomon Molcho noemt deze naamloze Tsjechische Jood.
  • Sabbatai Zevi (1626-1676 & 1687 na Chr.), een Ottomaanse Jood die claimde de Messias te zijn, maar zich later bekeerde tot de Islam. Hij heeft tot op de dag van vandaag volgelingen onder de Dönme.
  • Barukhia Russo (Osman Baba) (1695-1740 na Chr.), opvolger van Sabbatai Zevi.
  • Jacob Querido (1690 na Chr.) claimde de nieuwe incarnatie van Sabbatai te zijn, bekeerde zich later tot de Islam en werd leider van de Dönme.
  • Miguel Cardoso (1630-1706 na Chr.), een andere opvolger van Sabbatai, die beweerde dat hij de “Messias ben Efraïm” was.
  • Mordecai Mokia (1650-1729 na Chr. of 1678-1683 na Chr.) “de Terechtwijzer”, weer iemand anders die na de dood van Sabbatai beweerde de Messias te zijn.
  • Löbele Prossnitz (1750 na Chr.) verzamelde enige aanhang uit voormalige volgelingen van Sabbatai, noemde zichzelf de “Messias ben Joseph”. 
  • Jacob Joseph Frank (1726-1791 na Chr.) claimde de reïncarnatie van koning David te zijn

en predikte een vorm van syncretisme tussen Christendom en Jodendom.

  • Menachem Mendel Schneerson (1902-1994 na Chr.) de zevende Chabad Rabbi die

probeerde de “weg te bereiden” voor de Messias. Een onbekend aantal van zijn volgelingen geloofde dat hij de Messias was, hoewel hij dit zelf nooit heeft gezegd en deze claims, die al tijdens zijn leven werden gemaakt, zelfs heeft verworpen.

Ik breng dit ter sprake omdat het Jodendom tegenwoordig openlijk afwijzend reageert op hen die de Torah houden – ofwel alle tien de Geboden in de eerste vijf boeken van de Bijbel – en dan vooral op hen die geen Joden zijn en die geloven in Yehshua als de Messias.

Toch blijf de waarheid recht overeind staan. Vele van ons die zichzelf vroeger “Christen” noemden ontwaken nu voor de Torah en gaan als nooit tevoren verstaan hoezeer wij zijn voorgelogen in de denominaties waaruit we geroepen zijn, onverschillig welke dat nu precies was. Dit ontwaken bracht bij vele van ons een intens verlangen met zich mee om gehoorzaam te worden aan de Torah en deelgenoot te worden van het Ware Verbond met Yehovah, de Schepper.

Helaas gaan we er in onze nieuwe geloofsijver ten onrechte vanuit dat het Jodendom alle antwoorden heeft. Gewapend met deze nieuwe, misplaatste geloofsijver, klimmen wij uit de religieuze valkuil die Christendom heet, om ongelukkig genoeg rechtstreeks terug te vallen in een andere religieuze valkuil, die Orthodox Jodendom heet. Geen van beide volgt in de regel Yehovah. Ja, je leest het goed: geen van beide volgt de Torah die Mozes geschreven heeft en die hem rechtstreeks door Yehovah gegeven is op  de berg Sinaï. En als één van die twee de Torah wel volgt, dan doet zij dat slechts gedeeltelijk. Maar je doet de Torah helemaal óf helemaal niet. Want als je één gebod overtreedt, dan overtreed je ze allemaal (Jakobus 2:10).

Vraag: Welk gebod vormt de ultieme test van Yehovah voor heel de mensheid, om te zien of ze Hem zouden gehoorzamen en volgen?

Antwoord: Het vierde gebod.

4 “Toen zei ???? tegen Moshe (Mozes): Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn Torah wandelt of niet. 5 En op de zesde dag moet het zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen.” (Exodus 16:4-5)

De zevende dag, de sabbat zaterdag, is een wekelijkse test om te zien of wij Yehovah zullen gehoorzamen of niet. Misschien zeg je: “Maar Juda houdt zich toch aan het vierde gebod?” Wij zullen nader onderzoeken of ze dat werkelijk doen, of dat ze de Schrift hebben gecorrumpeerd. Daarin staat Juda beslist niet alleen. Het is overduidelijk dat zij die deel uitmaken van het Christendom het vierde gebod niet houden. Om deze reden zegt Yehshua tegen Christenen:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. 15 Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.” (Mattheüs 7:13-20)

21 “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.” (Mattheüs 7:21-27)

23 “Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheüs 7:23)

4 Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. (1 Johannes 3:4)

Het komt aan op het houden van de Tien Geboden – alle tien. Je houdt de Torah (de Wet) als je de geboden gehoorzaamt, en als je ze niet gehoorzaamt, word je wetteloos genoemd.

Wordt aan Juda hetzelfde voorgehouden? Ik ga je laten zien wat het antwoord van de Torah daarop is, dan kun je daarna zelf vaststellen wie de Wet wel houdt en wie niet. Dan weet je ook of het verstandig is blindelings achter een andere religie aan te lopen.

Ons wordt in de Torah en het Brit Chadasha (het Nieuwe Verbond of Nieuwe Testament) geboden onze broeder erop aan te spreken als wij hem zien zondigen.

17 “U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt.” (Leviticus 19:17)

12 “Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken? 13 En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.14 Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat. 15 Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. 16 Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. 17 Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.” (Mattheüs 18:12-17)

We lezen in Clarke’s Commentary wat deze twee verzen ten diepste betekenen.

Clarke’s Commentary On the Bible (Clarkes Commentaar op de Bijbel)

U zult uw broeder niet haten. Niet alleen mag u hem geen enkele vorm van kwaad aandoen, maar u mag ook in uw hart geen haat tegen hem koesteren. Integendeel, u moet hem liefhebben als uzelf, Leviticus 19:18. Uit onbegrip over de woorden van onze Heer in Johannes 13:34 (Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt, etc.) veronderstellen veel mensen dat je naaste liefhebben als jezelf een gebod is dat pas in het Evangelie werd ingesteld. Dat het “elkaar liefhebben zoals Christus ons heeft liefgehad” (namelijk door ons leven af te leggen voor elkaar) een nieuw gebod zou zijn, uitsluitend op autoriteit van Jezus Christus ontvangen, blijk een ongegrond idee te zijn, zoals al blijkt uit de bovenstaande tekst uit Leviticus.

“zodat u geen zonde op hem laadt” – als u hem ziet zondigen of weet dat hij verslaafd is aan iets dat de veiligheid van zijn ziel in gevaar brengt, moet u hem mild en liefdevol terechtwijzen en in geen geval toestaan dat hij zonder raad en advies voortgaat op de weg naar zijn ondergang. In zeer vele gevallen heeft tijdige vermaning een ziel gered. Spreek hem zo mogelijk onder vier ogen aan; is dat niet mogelijk, schrijf hem dan zodanig aan, dat hij alleen het onder ogen krijgt.

In de Schrift lezen wij:

3 “Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem.” (Lukas 17:3)

9 “Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.” (1 Johannes 2:9)

11 “Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.” (1 Johannes 2:11)

15 “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.” (1 Johannes 3:15)

Als wij onze broeder zijn zonde niet vertellen, zodra we die ontdekken, dan is dat hetzelfde als onze broeder haten en wandelen in duisternis, of hetzelfde alsof wij hem zouden ombrengen.

Het gebod om je broeder te waarschuwen maakt onderdeel uit van de 613 Mitzvot. Samen met enig commentaar ziet dat er zo uit:

(30) Koester geen haat in je hart.

17 “Je mag in je hart je broeder niet haten.” (Leviticus 19:17)

Zitten de rabbijnen hier daadwerkelijk op het goede spoor? Het lijkt een fluitje van een cent, de overweging bij Mitzvah #26, “Je zult je naaste liefhebben als jezelf”. Maar wat volgt klink als het tegenovergestelde: “Je zult je naaste zeker berispen en geen zonde op je laden om hem”. In het licht van dit nauwe contextuele verband moeten we er niet automatisch vanuit gaan dat Mozes een ander onderwerp aansnijdt. Ik geloof juist dat de tweede zin definieert wat “je broeder haten” betekent. En de waarheid, die opduikt als we dit verband leggen, heeft verbazingwekkende relevantie voor onze tijd: wij moeten niet tolerant zijn ten opzichte van valse leer, maar moeten degenen die dwalen “terechtwijzen”. Deze correctie negeren betekent je broeder haten. Denk aan Mizvah #27, dat zegt: “Kijk niet werkeloos toe als een mensenleven in gevaar is”. Dat is de praktische uitwerking van het principe: als je broeder geestelijk dwaalt, als hij leerstellingen omhelst die hem volgens Yahweh’s woord uiteindelijk het leven zullen kosten, dan is het onthouden van terechtwijzing en vermaning hetzelfde als hem haten. Door zijn dwaalleer te tolereren stuur je hem naar de hel (vergelijkbaar met het aanbieden van drank aan een alcoholist of vergelijkbaar met het aanbieden van zoetigheid aan een suikerpatiënt).

“Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.” (Spreuken 14:12, 16:25)

Wat betekent het zonde te “dragen”? Het Hebreeuwse woord ‘nasa’ betekent ‘opheffen’ of ‘dragen’. Het wordt “gebruikt voor het dragen van schuld of straf voor de zonde” en daarvandaan “het representatief of vervangend dragen van schuld van iemand door een ander persoon.”

In de Amplified Bible lezen we:

2 Draag (verdraag) elkaars lasten en problematische morele tekortkomingen, en vervul en houd zo volmaakt de wet van Christus (de Messias) en vul aan wat nog ontbreekt (in je gehoorzaamheid eraan). 3 Want als iemand denkt iets te zijn (te belangrijk om zich te buigen om de last van iemand anders te dragen), terwijl hij niets is (niet superieur behalve in zijn eigen idee), bedriegt (en misleidt) hij zichzelf. 4 Maar laat ieder zichzelf nauwkeurig onderzoeken en testen en zijn eigen gedrag en zijn eigen werk beproeven. (Galaten 6:2-4)

Yahweh stond niet toe dat valse leer werd getolereerd in Israël vanwege de schuld – inclusief de bijbehorende straf – die je op je laadt en die uiteindelijk door de hele natie gedragen zou worden. Hij wilde ze die pijn besparen. Hij wil ons die pijn besparen.

Dit zou dus nieuw licht moeten werpen op Yahshua’s bevestiging van het principe dat het liefhebben van Yahweh en van onze medemens de weg is die naar het leven leidt.

25 “En zie, een wetgeleerde (Torahgeleerde) stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 26 En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Torah geschreven? Wat leest u daar? 27 Hij antwoordde en zei: U zult uw Elohim liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand,  en uw naaste als uzelf. 28 Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven.” (Lukas 10:25-28)

Vrienden, laten we niet ten prooi vallen aan valse leer.

Nu wij, Zijn kinderen, die de Naam van onze Vader op ons nemen, dit weten, krijgt het volgende gebod uit Exodus een veel diepere betekenis:

7 “U zult de Naam van ???? uw Elohim, niet ijdel gebruiken, want ???? zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.” (Exodus 20:7)

Het woord ‘ijdel’ is Stongs # H7723 ??? ??  shav  shawv, shav’

Er is grote overeenkomst met # H7722 in de betekenis van verwoesting; kwaad (als in destructief), letterlijk (puinhoop) of moreel (vooral bedrog); figuurlijk afgoderij (als vals, onderwerpsnaamval) onbruikbaarheid (als misleidend, voorwerpsnaamval; ook bijvoeglijk gebruikt in tevergeefs): vals, leugen(achtig), vergeefs, ijdel.

# H7722 ??? ????  ???   sho’ah   sho’ah   sho’aw

Afkomstig van een niet gebruikte wortel. Betekenis: voorbij snellen; een storm; door implicatie verwoesting: verwoest(ing), vernietigen, destructie, storm, braak.

Wij, de kinderen van Yehovah, zijn niet geroepen om de schijn te wekken dat het aanroepen van zijn Naam hetzelfde is als zonde toestaan of laten heersen in ons leven. Juist de zonde van het breken van het vierde gebod is het onderwerp van dit boek.

Er is een uitspraak: “Het enige dat nodig is om het kwaad te laten overwinnen is dat (goede) mensen toekijken zonder een hand uit te steken of iets te doen.” Wij geven het kwaad de kans te triomferen als we onwillig zijn om, net als Ezechiël, wachters te zijn die onze broeder of zuster waarschuwen als zij in zonde vallen en hun doel missen. Hun bloed kleeft aan onze handen als wij ze niet genoeg liefhebben om ze de waarheid te vertellen.

17 “Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen. 18 Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. 19 Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered. 20 En als een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afwendt en onrecht begaat en Ik een struikelblok voor hem leg, zal híj sterven. Omdat u hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven. Zijn rechtvaardige daden die hij gedaan heeft, zullen niet meer in herinnering gebracht worden, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 21 Maar u, als u de rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondigt, en hij inderdaad niet zondigt, zal hij zeker in leven blijven omdat hij gewaarschuwd is, en hebt ú uw leven gered.” (Ezechiël 3:17-21)

Maar als wij dat doen, dan moeten we er ook op letten dat we dat met de juiste geestelijke instelling doen:

1 “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt.” (Galaten 6:1)

Nog duidelijker zegt de Amplified Bible het:

1 Broeders, als iemand zich misdraagt of tot een of andere zonde vervalt moet jij die geestelijk bent (die luistert naar en wordt geleid door de Geest) hem weer terechtbrengen en herstellen zonder enig superioriteitsgevoel en met zachtmoedigheid, jezelf in het oog houdend, dat je niet ook verleid zou worden. (Galaten 6:1)

Ik heb er altijd mee geworsteld te zien hoe zwaar Juda vervolgd is in de geschiedenis. Want als het houden van de Torah zegen met zich mee hoorde te brengen (en dat geldt nog steeds), waarom zijn dan juist zij die claimen die Torah altijd gehouden te hebben zo zwaar vervolgd in elke generatie? Waarom worden zij zo gehaat door het grootste deel van de wereld? En waarom heeft de rest van de wereld de zegeningen nooit gezien, die de Joden gegeven zouden moeten zijn, omdat zij zonder onderbreking de Torah gehouden hebben? Zou die wereld dan niet ook de Torah hebben willen houden?

Maar zoals de zaken er nu voorstaan hebben wij door de eeuwen heen geen enkele opvallende zegening gezien. En daarom zien wij ook geen reden om de Torah eveneens te gaan houden. En toch is er uit de verte een licht te zien. Te zien, al is dat ook zonder horen. We kunnen de voordelen van het houden van de Torah zien op een manier die zich niet laat ontkennen, wegverklaren of afwijzen, zodat ons niet verteld hoeft worden waarom we dat zouden moeten doen.

13 “U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. 14 U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. 15 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mattheüs 5:13-16)

Laten wij dus nogmaals bekijken wat ons geboden is. Dan kunnen we zien of Juda dat ook doet. Als zij dat niet doen, dan moeten wij niet blindelings dezelfde weg gaan volgen als zij. Wij weten al dat het Christendom doorspekt is met leugens en ernstig tekort schiet wat betreft de waarheid. We gaan nu nader bekijken hoe de waarheid eruit ziet, en hoe dicht je erbij in de buurt zit of hoever je ervan afstaat.

Hieronder staat een ander citaat uit Mitzvot 613, dat verklaart dat we de meerderheid moeten volgen, zelfs als zij ongelijk hebben. Deze Mitzvah zegt:

(248) De meerderheid van stemmen is doorslaggevend waar een besluit genomen moet worden bij een verschil van mening tussen de leden van het Sanhedrin over zaken van de Torah.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Dit is een van die gevallen (gelukkig komt het zelden voor dat ze de plank misslaan) waar de Mitzvah van de rabbijnen lijnrecht tegenovergesteld is aan de Schrift die ze citeren om die te ondersteunen. (In essentie) zeggen zij: “De mening van de meerderheid onder ons, de heersende elite van Israël, zal wet zijn.” Het is hetzelfde systeem dat Amerika gebruikt en dat gepaard gaat met hetzelfde misbruik. En tussen twee haakjes: het is hetzelfde systeem dat het Sanhedrin gebuikte om Yahweh’s Gezalfde te doden – hét bewijs dat het anathema is voor Yahweh. Yahweh Zelf zegt iets totaal anders: Volg de massa niet en misleid haar ook niet.

1 “Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters, 2 maar die zijn vreugde vindt in de wet van ????  “. (Psalm 1:1-2)

Zoek waarheid, genade en rechtvaardigheid, zelfs als je niet meer bent dan “een eenzame stem die roept in de wildernis.“ Yahweh interesseert de mening van de meerderheid hoegenaamd niets. Hij stelt zelfs onomwonden dat de meerderheid verloren is:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.” (Mattheüs 7:13-14)

8 “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt ????  van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw Elohim?” (Micha 6:8)

Als we verdergaan in Mitzvot 613 vervolgt ook de grove verdraaiing van de Schrift door de rabbijnen in (248) zijn weg in (249):

(249) In geval de doodstraf kan worden opgelegd mag niet tot veroordeling worden besloten volgens de meerderheidsvisie, indien zij die veroordeling voorstaan slechts één stem meer vertegenwoordigen dan zij die vrijspraak voorstaan.

Wat in Exodus staat moet echter duidelijk maken dat geen hoger gerechtshof of tribunaal hoe dan ook zichzelf tot wet kan zijn.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Ze zeggen dat een eenvoudige meerderheid niet genoeg is om iemand ter dood te veroordelen. Er moet een verschil van tenminste twee zijn. Sorry mensen, alweer fout. Dit is niet anders dan gebrekkige mensenwijsheid. Bij de belangrijkste rechtszaak uit de hele geschiedenis waren er maar twee tegenstemmers van de zeventig (of onthielden ze zich van stemming?): Nicodemus en Jozef van Arimathea. Blijkbaar is het idee van meerderheidsbeslissing ook niet feilloos. Hoeveel leden van die vergadering zijn overgehaald door de schimpende houding van Annas en Kajafas? Hoeveel werden er met een duwtje in de rug over de lijn gewerkt door de valse getuigen die waren binnengeloodst om tegen Yahshua te getuigen? Aan hoeveel werd het zwijgen opgelegd door het gewicht van groepsdruk?

In het volgende hoofdstuk gaan we ons wat meer richten op de veranderingen die Juda in de Torah heeft aangebracht volgens de stem van de “morele” meerderheid, en die ze nu aanhangen en volgen.

Sabbat  zonsondergang tot zonsondergang

                             Geen drie sterren

In de tekst hieronder wordt ons verteld dat wij de sabbat moeten houden. Deze Feestdag wordt als eerste genoemd, voorafgaand aan alle andere feesten. Het is een dag waarop Yehovah wil dat we al Zijn feesttijden, Zijn heilige, apart gezette dagen, gedenken. Door wekelijks een dag apart te zetten om Hem te ontmoeten, tijd met Hem door te brengen en meer over Hem te leren, worden we erop voorbereid ook de andere aangewezen feesttijden met Hem beter te kunnen houden.

1 “En ???? sprak tot Moshe (Mozes): 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van ????, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen: Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor ????.” (Leviticus 23:1-3)

Hoofdstuk één van Genesis laat ons zien, dat de avond eerst komt en pas daarna de dag. De sabbat begint daarom bij zonsondergang. Het scheppingsverhaal van Genesis vermeldt namelijk: “Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.” Hieruit leiden wij af dat een dag begint met een avond, dus bij zonsondergang. Leviticus 23 vertelt ons dat de Grote Verzoendag valt ‘van avond tot avond’. Met andere woorden: de sabbat duurt van zonsondergang tot zonsondergang. Op het moment dat de zon ondergaat aan de westelijke horizon aan het eind van de zesde dag – op vrijdag – begint de sabbat.

In ‘Het Jodendom 101’ (http://www.jewfaq.org/shabbat.htm) wordt over de sabbat gezegd (nadat is gesteld dat die volgens Genesis 1 begint bij zonsondergang)

De sabbat eindigt als de nacht begint, als er drie sterren zichtbaar zijn, ongeveer veertig minuten na zonsondergang.

Er staat nergens in de Schrift dat het begin of eind van de sabbat samenvalt met het zien van drie sterren. Dit is een verzinsel van de rabbijnen, afkomstig uit de Talmoed. Het is een hek dat zij om de sabbat heen hebben gezet om ervoor te zorgen dat je die niet breekt. Maar nergens in de Torah of de Bijbel begint of eindigt de sabbat met het zien van drie sterren. In Genesis vinden we wel de volgende uitdrukking:

5 En Elohim noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. (Genesis 1:5)

8 En Elohim noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. (Genesis 1:8)

13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag. (Genesis 1:13)

19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1:19)

23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag. (Genesis 1:23)

31 En Elohim zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. (Genesis 1:31)

Nadat dit patroon van avonden en morgens ons helder voor ogen is gezet, vertelt Yehovah ons over de zevende dag, de rustdag.

1 Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht. 2 Toen Elohim op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En Elohim zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat Elohim schiep door het te maken. (Genesis 2:1-3)

En om voor ons nogmaals het belang van het tijdstip van het begin van de dag te benadrukken, zegt Yehovah ons in Leviticus 23 zonder omwegen wanneer de meest heilige dag van het jaar moest beginnen en eindigen, zodat er bij ons geen enkel misverstand over zou bestaan.

27 Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en ???? een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van ????, uw Elohim, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s-Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond. (Leviticus 23:27-32)

In deze laatste dagen zijn er groeperingen die glashard beweren dat de Sabbat uitsluitend overdag valt (tijdens het daglicht van om het even welke periode van vierentwintig uur). Of dat de Sabbat ‘zeven dagen’ na de Nieuwe Maan begint. Maar geen van die groeperingen heeft historisch of Bijbels bewijs van voldoende autoriteit of overtuigingskracht om hun claims kracht bij te zetten. Toch bestaan beide groepen uit een verrassend en alarmerend groot aantal vroegere Christenen die zich hebben bekeerd tot deze dwalingen wat betreft het houden van de Sabbat. In heel de geschiedenis is er niet één groep binnen het Jodendom geweest, die een van beide misvattingen in praktijk heeft gebracht.

De Maansabbat theorie (ik noem het met nadruk theorie) bestaat pas sinds 1998:

Jonathan David Brown was de eerste Sabbatvierder, die de Sabbat telde vanaf de dag van de Nieuwe Maan in plaats van de week van zeven dagen te gebruiken. Hij publiceerde het boek Keeping Yahweh´s Appointments (Yahweh’s Bepaalde Tijden Houden) in 1998, waarin hij dit gebruik uiteenzette. De Maansabbat beweging vindt vooral aanhang onder het Messiaanse Jodendom, Armstrong / Worldwide Church of God en Christian Identity groeperingen.

Gelukkig is en ruimschoots bewijs uit goed gedocumenteerde bronnen, dat aantoont dat beide benaderingen zijn doorspekt van dwaling. Daarnaast hebben wij ook nog ons gezond verstand. Yehovah maakt in de Schrift ondubbelzinnig duidelijk hoe wij ons volgens Zijn inzettingen behoren te gedragen met het oog op de Sabbat. Ik ga hier niet uitgebreid in op deze valse leringen, want die zullen slechts verwarring stichten wanneer u ernstig op zoek ben naar de waarheid van de Torah en hoe die zich verhoudt tot heel de Schrift. Maar ik moest u tenminste bewust maken van het bestaan van deze valse en ongezonde leringen en u waarschuwen voor hun misleidingen, een hellend vlak dat wegleidt van de waarheid, van Yehovah, Zijn Sabbat en al Zijn andere apart gezette dagen.

Sta mij toe een enkel bewijs mee te geven uit een overvloed aan bewijzen. Yehshua is gedood op de 14e dag van de eerste maand. Dat is de dag van de voorbereiding voor het Pesachmaal, die viel op een woensdag. Hij moest voor zonsondergang in het graf liggen, want dan begon een hoogheilige dag: de eerste dag van Ongezuurde Broden. Die dag was dus donderdag, de 15e dag van de eerste maand. Op vrijdag was de voorbereiding van de normale weeksabbat. Op die dag bereidden de vrouwen de specerijen voor om Yehshua na de wekelijkse sabbat fatsoenlijk te begraven. Deze vrijdag was de 16e dag van de eerste maand.

Vrijdagavond was de derde nacht en zaterdag de derde dag dat Yehshua in het graf was. Daarmee vervulde Hij de profetie, tevens het enige teken dat Hij gegeven had dat Hij de Messias was: dat Hij 3 dagen en 3 nachten in het graf zou zijn, zoals Jona 3 dagen en 3 nachten in het ingewand van de vis was geweest.

Zaterdag was de 17e dag van de eerste maand. Nadat de Sabbat ten einde was, kwamen de vrouwen op de eerste dag van de week bij het graf waar Yehshua niet meer was. Het was nog donker, maar al wel de eerste dag van de week: zondag, de 18e dag van de eerste maand. Dit toont aan dat deze dag naast het lichte deel (de dag) ook het donkere deel van de dag (de nacht) omvat. En daarmee is het ongelijk van de ‘alleen overdag – groepen’ aangetoond.

De Maansabbat mensen beweren dat de Sabbat maandelijks op de 7e of de 8e dag van de maand val. Als we even doorrekenen, dan zou de tweede Sabbat van de maand moeten vallen op de 14e of de 15e dag, afhankelijk van welke dag als eerste Sabbat gezien wordt. De derde Sabbat zou dan de 21e of 22e dag zijn.

Maar de Bijbel laat duidelijk zien, dat de vrouwen op de eerste dag van de week – op zondag – bij het graf kwamen en iedereen kan uitrekenen, dat dat op de 18e dag van de maand was. De wekelijkse Sabbat die zij hielden viel dat jaar op de 17e dag van de maand. Er zit duidelijk een gapend gat in de theorie van de Maansabbat mensen. Laat je niet in me deze valse lering.

Als je meer over dit onderwerp wilt weten volgen hier twee bronnen. The Lunar Sabbath Lie (De Leugen van de Maansabbat) op sightedmoon.com en The Lunar Shabbat Calender Issues door Yochanan Zaqantov.

De Dag van de Nieuwe Maan

We zullen ons nu richten op de Nieuwe Maan. Dat is nodig, omdat het begin van de maand wordt bepaald aan de hand van de maan.

Zoals al eerder gezegd, zijn er in onze tijd twee algemeen bekende, gangbare Bijbelse kalenders in gebruik om te bepalen wanneer de Heilige Feestdagen vallen. Dat zijn de Zichtbare Maan kalender en de meer populaire kalender volgens Hillel II, ook wel bekend als de Hebreeuwse Kalender of de Rabbinale Kalender.

Vóór het jaar 70 na Chr., toen de tempel werd vernietigd, werd de Joodse kalender vastgesteld door een zitting van een speciaal daarvoor opgerichte commissie van het Sanhedrin, die bijeenkwam in de tempel. De Nieuwe Maan werd pas afgekondigd als zich twee getuigen hadden gemeld die de zichtbare nieuwe maan aan de commissie konden beschrijven. Buiten het land Israël wachtte de hele Joodse gemeenschap op de officiële bekendmaking van de door het Sanhedrin gesanctioneerde kalender. Die werd essentieel geacht voor het op uniforme wijze houden van de Joodse Heilige Feestdagen. Vanaf de tijd van de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. tot aan Hillel II, die de functie van Nasi (Opperrabbijn) vervulde van 330 – 365 na Chr., ontstond er steeds meer godsdienstige vervolging, zodat het op den duur onmogelijk werd nog verslag te ontvangen van het waarnemen van de maan of van de staat van rijping van de gerst in het land Israël.

Om die reden ontwierp en autoriseerde Hillel II tijdens de diaspora een kalender die iedereen kon gebruiken, niet alleen voor wie nog overgebleven was in Israël, maar, minstens zo belangrijk, voor ieder die in ballingschap was en afgesneden van Israël. Maar door dit te doen sneed hij de banden door die de Joden in de diaspora verenigden met het land Israël en het Sanhedrin. Toch werd deze kalender tijdens de diaspora gezien als essentieel om buiten Israël de Heilige Feestdagen in eenheid te kunnen vieren, samen met wie nog wel in Israël was.

De Hebreeuwse kalender heeft zich door de tijd heen ontwikkeld … De maanden werden vastgesteld door het waarnemen van de nieuwe wassende maan, waarbij elke twee of drie jaar een extra maand werd toegevoegd om Pesach in het voorjaar te houden. Dit wederom gebaseerd op in de natuur zichtbare gebeurtenissen, te weten het rijpen van de gersteoogst, de leeftijd van de lammetjes en jonge duifjes, de groeistaat van de fruitbomen en de relatie met de Tekufah (seizoenen). Dit systeem werd, tijdens de Amoraïsche periode (ca. 200-500 na Chr.), doorlopend in de Geonische tijd (ca. 600-1000 na Chr.), vervangen door een wiskundige berekening. De principes en regels daarvan lijken breed te zijn aanvaard in de tijd dat Maimonides de (Mishneh) Torah compileerde in de 12e eeuw. (https://en.wikipedia.org/wiki/Hebrew_calendar)

Je kunt op het Internet meer te weten komen over de kalender van Hillel II. Let erop in welk jaar deze kalender in gebruik werd genomen. Dat was in 358 na Chr., toen Hillel de berekeningen, die werden gebruikt door het Sanhedrin om de maanden en de Heilige Feestdagen vast te stellen, met anderen deelde. Die berekeningen werden in de geschiedenis verder aangepast tot in de 11e eeuw na Chr., toen het zich had ontwikkeld tot wat het nu nog steeds is (zie de aanhaling hierboven) volgens Maimonides’ veertiendelige Mishneh Torah. Let op: dit is dus een door mensen gemaakte en berekende kalender, en absoluut niet wat Yehovah heeft ingesteld.

Zoals ik zal laten zien, is de oorspronkelijke Bijbelse, niet-rabbinale, Zichtbare Maan Kalender altijd al:

“… rechtstreeks gebaseerd op waarnemingen aan de hemel en de inspectie van de jonge gersteoogst in Israël. Die waarnemingen werden nauwgezet gecatalogiseerd en vastgelegd.  Gewapend met tabellen waarvan de data eeuwen omspannen konden astronomen in de oudheid aan de hand van  wiskundige berekeningen modellen maken die ze in staat stelden de maancycli en andere verschijnselen van hemellichamen ver van tevoren te voorspellen. Dit maakte het mogelijk een nieuwe maand nauwkeurig te berekenen, zelfs wanneer het weer directe waarneming onmogelijk maakte. Echter, de waarneming was de aanjager van de berekening, en niet vice versa.” 

(Na de Diaspora) steunde de Tijdelijke Kalender van het Bet Din (het Sanhedrin) volledig op het berekende model, met uitsluiting zelfs van waarnemingen aan de hemel. Evenmin was er een voorziening getroffen om deze puur mathematische kalender te her-ijken aan de hand van de  hemelverschijnselen.

Tegen de 10e eeuw na Chr. was het duidelijk dat “Hillels Kalender” fijnafstemming nodig had. In 921 na Chr. kondigde Aaron ben Meir, de voorzitter van het Judeese Sanhedrin, een kalender hervorming aan, die de Heilige Feestdagen liet vallen op andere dagen dan die, voorgeschreven volgens Hillels kalender. Duizenden aanvaardden deze hervorming. Maar de Joodse academische gemeenschap van Babylon ageerde met kracht tegen Meirs voorstel. Beide autoriteiten hadden niet te onderschatten invloed; de zaak bedreigde hun cohesie (solidariteit). Uiteindelijk won Babylon en ontwikkelde het Jodendom een sterke weerzin tegen de fragmentatie die gemakkelijk voort kon komen uit een discussie over kalenderhervorming. Men stelde de zaak uit tot de komst van de Messias.

Bewijs uit de Talmoed

De Talmoed is niet de Schrift en de Talmoed is niet geïnspireerd. Desondanks geeft de Talmoed ons een goed historisch verslag van de gedachtegangen van de Joodse rabbijnen in het verleden. Het kan zeer nuttig zijn over deze informatie te beschikken.

De Talmoed laat ons zien dat de rabbijnse kalender niet in gebruik was in de tijd van Yeshua, want de Nieuwe Maan werd nog steeds uitgeroepen na observatie (in plaats van door voorspelling). Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (“Hoofd van het Jaar”) bespreekt bijvoorbeeld hoe getuigen van de Chodesj (“Nieuwe Maan”) op de juiste wijze moeten worden ondervraagd. 

Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (zie citaat hieronder) geeft verslag van een dispuut tussen de rabbijnen over de vraag of een zeker tweetal getuigen, die de Nieuwe Maan hadden waargenomen, een betrouwbare basis vormden voor het officieel uitroepen van de Nieuwe Maan die maand. De passage luidt als volgt:

7 Rabbi Jose (ofwel Yose) zei: “Het gebeurde eens dat Tobiyah (Tobias) de geneesheer de Nieuwe Maan zag in Jeruzalem, samen met zijn zoon en zijn vrijgelaten slaaf, en de priesters aanvaardden zijn getuigenis en dat van zijn zoon (maar sloten dat van zijn slaaf uit). Maar toen zij verschenen voor het (rabbinale) Bet Din, aanvaardden zij wel zijn getuigenis en dat van zijn slaaf, maar sloten dat van zijn zoon uit.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 1:7)

Deze passage verhaalt duidelijk het fysieke waarnemen van de Nieuwe Maan. Het zegt ons dat de Nieuwe Maan werd waargenomen in de tijd van Yeshua. Immers, als de Nieuwe Maan toen al zou zijn berekend (of voorspeld), zou de noodzaak van getuigen niet hebben bestaan.

Hierna vertelt het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana:

7 Of ze nu wel of niet werd gezien binnen haar tijd (dat wil zeggen: op of vóór de 30e dag van de voorafgaande maand), ze werd geheiligd (dat wil zeggen: de Nieuwe Maansdag werd verklaard bij verstek {van getuigen}). Rabbi Eleazer ben (of bar) Tsadoq zegt: “Als zij niet word gezien op haar tijd (dat is: op de 30e), dan heiligen wij (het hof) haar niet, want zij is dan al geheiligd door de hemel.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 2:7)

Verder vertelt het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana ons:

De Halacha (Traditionele Wet) stemt overeen met R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq.

(Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a)

We zien R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq verklaren dat de Nieuwe Maan (nieuwe maand) moest worden uitgeroepen op basis van waarneming (en niet van berekening vooraf). Daarna wordt ons verteld dat de Halacha (de wettige praktijk) overeenstemt met de regel van R. Eleazer.

Omdat de rabbijnse kalender vooraf wordt berekend, kán dit niet de kalender zijn die in de tijd van Yeshua werd gebruikt.

Nog steeds niet overtuigd? Lees door.

Geen berekeningen.

 

U zou er verder op moeten letten dat het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a nergens gewag maakt van berekening of maanconjunctie (of enige andere overweging). In plaats daarvan wordt uitsluitend gerefereerd aan het waarnemen van de Nieuwe Maan Sikkel. Dit toont aan dat het in de periode van de Tweede Tempel (dat is: in de tijd van Yeshua) staande praktijk was de Chodesj (Nieuwe Maan) te verklaren zodra de eerste Sikkel van de Nieuwe Maan fysiek werd waargenomen (en vervolgens gerapporteerd) door ten minste twee betrouwbare getuigen. Dit doet logischerwijs het argument teniet van de zogenaamde “Methode van de Verduisterde Maan” om de Chodesj vast te stellen, aangezien het niet mogelijk is getuigen op te roepen van iets dat niet fysiek waarneembaar is.

Let er bovendien op dat Yeshua een Jood was die leefde in de periode van de Tweede Tempel (na de Babylonische Ballingschap) en die als “modus operandi” hanteerde zich te schikken naar de Halacha uit deze tijd, met uitzondering van die gevallen waarin die Halacha botste met de Torah van zijn Vader.

In het onderhavige geval betekent dat, dat de Nieuwe Maan werd vastgesteld door directe waarneming (en zeker niet door wat voor vorm ook maar van voorspelling). Yeshua heeft zich nooit een tegenstander getoond van deze methode van het afkondigen van de Zichtbare Nieuwe Maan of het “Hoofd van het Jaar” (Nieuwjaar). Blijkbaar was dit een van de (weinige) zaken, die de rabbijnen nog steeds correct uitvoerden in Zijn tijd. De (ketterse) berekende kalender kwam pas in gebruik ver na de dood van Yeshua.

Als Yeshua geen probleem had met de op de Torah gebaseerde kalender die werd gebruik in de Tweede Tempel periode, waarom zou iemand dan iets anders willen gebruiken?

‘Boodschappers’ in de Talmoed.

Nog meer getuigen:  het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana 1:4 vertelt ons dat er boodschappers werden uitgezonden tot wie nog in ballingschap verkeerde, om te berichten wanneer de Nieuwe Maan was waargenomen. Dit lijkt het geval te zijn geweest gedurende de gehele periode van de Tweede Tempel.

Met andere woorden: de rabbijnen … hechtten er belang aan dat wie zich nog in de ballingschap bevond de Feesttijden gelijktijdig kon houden met wie in het Land Israël leefde. Deze werden vastgesteld aan de hand van de Aviv status van de gerst en de Nieuwe Manen in het land. De rabbijnen achtten het zelfs zo belangrijk dat ook de buitengebieden bekend waren met de “juiste” kalender, dat deze boodschappers zelfs in de eerste en zevende maand de sabbat moesten schenden om de inwoners van het verre noorden van Syrië het nieuws te brengen, zodat zij de Feesttijden in die maanden op de juiste tijd konden houden.

De rabbijnen hebben de sabbat altijd uiterst serieus genomen. Dat betekent dat zij het van het allergrootste belang moeten hebben geacht om de ballingen op de hoogte te brengen van de “juiste” kalender, zodat zij zich daaraan konden conformeren.

Dit roept een retorische vraag op. Als de rabbijnen de datum van de Chodesj (Nieuwe Maan) lang van tevoren hadden geweten (door het gebruik van een vooraf berekende kalender i.p.v. te vertrouwen op waarneming), waarom zou het dan noodzakelijk zijn van de boodschappers te eisen, dat zij de Sabbat zouden schenden? Als de rabbijnen gebruik hadden kunnen maken van een vooraf berekende kalender (zoals de moderne rabbijnse kalender), waarom werd de datum dan niet simpelweg maanden (of zelfs jaren) van tevoren berekend, zoals de rabbijnen dat tegenwoordig doen?

Het antwoord is eenvoudig: de rabbijnen in de dagen van Yeshua gebruikten geen berekende kalender om het begin van de Nieuwe Maan of het begin (Hoofd) van het Nieuwe Jaar te bepalen. In plaats daarvan vertrouwden zij nog steeds op fysieke waarneming, zoals geschetst in de Torah.

Als de rabbijnen de kalender nog op de juiste manier vaststelden in de tijd van Yeshua’s  bediening, wanneer en waarom zijn zij daar dan mee gestopt? Het antwoord is kortweg  dat het tijd was voor de volgende fase in het goddelijke plan van YHWH voor de Twee Huizen.

Verderop in het boek, wanneer ik de gebeurtenissen rond de Simon Bar Kochba Opstand bespreek, zal ik uitleggen waarom deze veranderingen plaatsvonden .

Voor het geval u nu nog steeds sceptisch bent, zal ik u ten slotte nog voorzien van een laatste bewijsstuk (in dit hoofdstuk) wat betreft de methode die moet worden gebruikt als uw gids en autoriteit voor het vaststellen van de Nieuwe Maan. Ik deel daartoe met u wat het Israëlische Nieuwe Maan Genootschap (the Israeli New Moon Society) hierover te melden heeft. Zij zijn verbonden met de Tempel Berg Beweging (Temple Mount Movement) in Israël en houden zich bezig met het maandelijks waarnemen van de Nieuwe Maan als voorbereiding op het moment dat het Sanhedrin opnieuw zitting zal houden en bepalingen uit zal doen gaan vanaf de Tempelberg.

Het gebod (Mitzvah) om de maand te heiligen is het eerste gebod dat de kinderen van Israël werd gegeven bij het verlaten van Egypte. Dit gebod is van groot belang, omdat de data van de Feesttijden, inclusief meer dan zestig (toegevoegde) geboden, ervan afhangen. In aanvulling op het heiligen van maanden volgens het verschijnen van de Nieuwe Maan is de Hebreeuwse Kalender tevens afhankelijk van schrikkeljaren (uitgebreid met een extra maand), die afhangen van de positie van de zon, de mate van rijpheid van graansoorten, etc.

Meer dan duizend jaar lang is de Hebreeuwse Kalender vastgesteld door berekening. Tegenwoordig komt de berekende kalender niet overeen met de kalender die wordt vastgesteld door de Maan waar te nemen. Hoewel het gat tussen de twee kalenders blijft groeien, bezitten wij niet de autoriteit om de kalender te veranderen tot het moment dat een nieuw Sanhedrin is ingesteld dat breed wordt erkend. Terwijl het heiligen van de maand door waarneming op dit moment niet plaatsvindt, is het (nog steeds erg) belangrijk om berekeningen uit te voeren en het waarnemen van de Nieuwe Maan in de praktijk te brengen, om klaar te zijn voor het moment dat het Sanhedrin opnieuw wordt ingesteld. Evenzo is er steeds toenemende betrokkenheid bij de Tempel, de Rode Vaars, etc. Uiteraard hebben wij niet de intentie de huidige kalender te veranderen: dat is een taak voor een Sanhedrin dat de autoriteit daartoe bezit. Onze intentie is slechts het vergroten van de betrokkenheid bij- en het verfraaien van de Torah.

Samenvattend heeft u zojuist gelezen hoe de leden van deze gezaghebbende Joodse instantie openlijk toegeven dat de huidige Hebreeuwse Kalender niet strookt met zijn vaste tegenhanger, de waargenomen Maan. Hopelijk ziet u nu in en kunt u er mee instemmen dat de Heilige Feestdagen, die worden vastgesteld aan de hand van de eerste zichtbare Nieuwe Maan Sikkel, soms tot wel drie dagen afwijken van de berekende kalender. U heeft ook gezien dat de berekende Hillel II Kalender zich niet bezighoudt met de mate van rijpheid van de gerst om het jaar te beginnen (wij zullen hier nader op ingaan in hoofdstuk 5, Aviv (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren). In plaats daarvan kent deze kalender een vastgesteld aantal schrikkeljaren in een cyclus van negentien jaar. Dit aspect zal ik in groter detail belichten in hoofdstuk 6, De 360 Daagse Kalender; bestond er ooit zoiets? Naast de al genoemde discrepantie van drie dagen kan er dus zelfs een hele maand verschil zitten tussen de twee systemen van het houden van de Heilige Feestdagen in enig jaar.

In het volgende hoofdstuk leest u hoe de Karaïtische Joden het begin van de maand houden.

Hoofdstuk 4 – De Nieuwe Maan in de Hebreeuwse Bijbel.

De Bijbelse maand begint met eerste zichtbare licht van de Wassende Nieuwe Maansikkel. Het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) betekent letterlijk Nieuwe Maan, maar wordt ook gebruikt voor de periode vanaf de ene Nieuwe Maan tot de volgende.

De Rabbanit Midrash verhaalt dat, toen God tegen Mozes zei: “Deze maand (CHODESH) zal voor u het begin van de maanden zijn” (Exodus 12:2), de Almachtige naar boven wees aan de hemel, naar de Wassende Nieuwe Maan, en zei: “Als je dit ziet, heilig! [roep de Nieuwe Maansdag uit].” Dit rabbijnse sprookje benadrukt een belangrijk punt, namelijk dat de Bijbel nooit rechtstreeks zegt dat wij het begin van maanden moeten baseren op de Nieuwe Maan. De reden hiervoor is dat het woord voor “maand” (Chodesh) zelf al impliceert dat de maand begint met de Wassende Nieuwe Maan. Zoals we zullen zien zou dit volkomen vanzelfsprekend zijn voor elke vroege Israëliet die erbij was toen Mozes de profetieën van Yehovah voor de kinderen van Israël reciteerde. Daarom bestond de noodzaak dit concept te verduidelijken net zo min als bij begrippen als “licht” of “duisternis”. Als gevolg van de langdurige ballingschap hebben wij het gebruik van het Bijbelse Hebreeuws in ons spreken van alledag verloren. Daarom zullen wij de betekenis van Chodesh moeten reconstrueren vanuit het gebruik van het woord in de Bijbelse tekst. Daarbij maken wij gebruik van taalkundige principes.

Hij schiep de Maan voor heilige dagen.

Er kan geen twijfel over bestaan, dat de Bijbelse hoogtijdagen afhankelijk zijn van de maan. Het sterkte bewijs daarvoor is de volgende passage uit de Psalmen:

19 Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden [mo’edim] (Psalm 104:19)

Het Hebreeuwse woord “mo’edim” [vaste of vastgestelde tijden] is hetzelfde woord dat wordt gebruikt voor de Bijbelse feestdagen of hoogtijdagen. Leviticus 23 bevat een opsomming van de Bijbelse Feestdagen. Dit hoofdstuk begint met de verklaring: “De feestdagen [mo’edim, vastgestelde tijden] van Yehovah, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen [mo’edim]”. Als de Psalmist ons dus vertelt dat God de maan schiep voor de mo’edim [vastgestelde tijden], bedoelt hij dat de maan werd geschapen om de tijd van de mo’edim van Yehovah vast te stellen, dat wil zeggen: de Bijbelse Feestdagen.

“Chodesh” is verbonden met de Maan.

Het vers hierboven leert ons duidelijk dat de Heilige Feestdagen verbonden zijn met de maan. Maar toen de Torah werd gegeven, was Psalm 104 nog niet geschreven door de Levitische profeten. De vraag blijft bestaan hoe de vroege Israëlieten dit hadden kunnen weten. Het antwoord is, dat het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) zelf een verband met de maan aangeeft. Dat kunnen we zien aan een aantal gevallen waarbij “chodesh” (maand) uitwisselbaar is met het woord “yerah”, het gebruikelijke Bijbels Hebreeuwse woord voor maan, dat tevens “maand” is gaan betekenen. Enkele voorbeelden:

1. “…in de maand (Yerah) Ziv, dat is de tweede maand (Chodesh) …” (1 Koningen 6:1)

2. “…in de maand (Yerah) Ethanim, dat is de zevende maand (Chodesh).” (1 Koningen 8:2)

Verder bewijs dat Chodesh gerelateerd is aan de maan (Yerah) is de zegswijze: “Een Chodesh (maand) van dagen” [d.w.z. een periode van 29-30 dagen] (Genesis 29:14; Numeri 11:20-21), wat synoniem is met de zegswijze: “Een Yerah (maand) van dagen (Deuteronomium 21:13; 2 Koningen 15:13). Chodesh is duidelijk gerelateerd aan Yerah, dat letterlijk maan betekent.

“Chodesh” betekent Nieuwe Maan(sdag).

De oorspronkelijke betekenis van Chodesh (maand) is eigenlijk “Nieuwe Maan” of “nieuwemaansdag”. Door uitbreiding van de betekenis ging het ook “maand” betekenen, dat is de periode die verstrijkt tussen de ene Nieuwe Maan en de daarop volgende. De oorspronkelijke betekenis hiervan is bewaard gebleven in een aantal passages, zoals 1 Samuel 20:5, waar Jonathan tegen David zegt: “Morgen is het Nieuwe Maan (Chodesh).” In dit vers wordt Chodesh gebruikt om de specifieke dag aan te geven waarmee de maand begint, en niet om de hele maand aan te duiden.

Een andere vindplaats waar Chodesh in de oorspronkelijke betekenis voorkomt is Ezechiël 46:1, waar gesproken wordt over “de dag (yom) van de Nieuwe Maan (ha-Chodesh)”. Het gaat hier duidelijk om een specifieke dag aan het begin van de maand, waarop de Chodesh (Nieuwe Maan) plaatsvindt.

De Bijbelse Nieuwe Maan is de “eerste sikkel”.

Chodesh (Nieuwe Maan) is afgeleid van de wortel Ch.D.Sh (of v.r.n.l. ?.?.? ). Dit betekent “nieuw” of “nieuw maken / vernieuwen”. De Wassende Nieuwe Maan wordt Chodesh genoemd omdat het de eerste keer is dat de maan opnieuw waargenomen of gezien wordt na meerdere dagen verborgen te zijn geweest aan het eind van de maancyclus. Aan het einde van de maanmaand staat de maan dichtbij de zon en bereikt uiteindelijk het punt van “conjunctie”, wanneer zij tussen de zon en de aarde instaat. Als gevolg daarvan is het verlichte deel van de maan van de aarde afgewend ten tijde van de conjunctie en is zij niet zichtbaar door de eindeloos veel sterkere straling van de zon. Nadat de maan de zon is gepasseerd vervolgt zij haar loop naar de tegenovergestelde zijde van de aarde. Hoe meer zij zich verwijdert van de zon, des te groter wordt het percentage van haar oppervlak dat verlicht is en vanaf de aarde zichtbaar is. Dit proces gaat door tot het volle maan is, waarna de maan weer afneemt tot zij weer volledig onzichtbaar is. En dan begint, na een periode van 1,5 – 3,5 dag, het hele proces opnieuw met de maan die weer zichtbaar wordt. Omdat de maan opnieuw zichtbaar werd na een periode van onzichtbaarheid, noemde men dit in de oudheid “Nieuwe Maan” of “Chodesh” (van chadash, wat nieuw betekent).

Wassende Nieuwe Maan versus Astronomische Nieuwe Maan.

Veel mensen zijn misleid door het onnauwkeurige gebruik in moderne talen van de term “Nieuwe Maan”. Moderne astronomen begonnen deze term, die uitsluitend werd gebruikt als verwijzing naar de eerste zichtbare maansikkel, te gebruiken voor de conjunctie (wanneer de maan tussen de aarde en de zon instaat en enige tijd niet zichtbaar is). De astronomen beseften al snel dat dit oneigenlijk gebruik van de term “Nieuwe Maan” voor de conjunctie tot verwarring zou leiden. Daarom maken wetenschappers nu onderscheid tussen de “Astronomische Nieuwe Maan” en de “Wassende Nieuwe Maan”. Daarbij is de “Astronomische Nieuwe Maan” de term voor de Nieuwe Maan zoals de wetenschap die definieert (dus de conjunctie). De “Wassende Nieuwe Maan” behoudt zijn oorspronkelijke betekenis van eerste zichtbare maansikkel. Een goed woordenboek hoort beide betekenissen weer te geven. Het Random House Dictionary bijvoorbeeld, definieert de Nieuwe Maan als

De maan, wanneer die in conjunctie staat met de zon of nadat zij onzichtbaar is geworden [Astronomische Nieuwe Maan] ofwel slechts zichtbaar als een smalle wassende sikkel [Wassende Nieuwe Maan]. (Haken toegevoegd door Nehemia Gordon)

Verondersteld bewijs voor de “Verborgen Maan”.

Sommige mensen zijn op zoek gegaan naar Bijbels bewijs voor de incorrecte betekenis die zij aan de term Nieuwe Maan hebben gehecht, nadat zij daardoor in verwarring waren gebracht. Meestal wordt hierbij Psalm 81:4 aangehaald:

4 Blaas op de bazuin (shofar) voor de Chodesh (Nieuwe Maan),
Op de Keseh (bij Volle Maan) voor de dag van ons Chag (feest). (Psalm 81:4)

Volgens de “Verborgen Maan Theorie” is het woord “Keseh” afgeleid van de wortel K.S.Y. wat betekent: “bedekken” en betekent daarom “Bedekte Maan” ofwel “Verborgen Maan”. Wanneer dit vers zegt op de shofar te blazen op de Keseh, betekent dit volgens deze interpretatie: [Blaas op de shofar] “op de dag van de Verborgen Maan”. De tekst biedt echter nauwelijks ondersteuning voor dit argument, want de tweede helft van dit vers spreekt over de dag van de Keseh als “de dag van ons Feest (Chag)”. In de Bijbel is het woord “Feest” (Chag) altijd de technische term voor één van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten (Matzot, Shavuot of Soekkot; zie Exodus 23, 34:18, 34:22-23). Nieuwe Maansdag wordt nooit een “pelgrimsfeest” genoemd, dus kan Keseh / Chag nooit een synoniem zijn voor Nieuwe Maansdag (Chodesh).

Daarnaast is gesuggereerd dat Keseh verwijst naar de Bijbelse feestdag van Yom Teruah (Dag van Geroep), die altijd samenvalt met de Nieuwe Maansdag. De Bijbel omschrijft Yom Teruah echter als een Mo’ed (Vastgestelde Tijd) en nooit als een Chag (pelgrimsfeest). Daarom kan Keseh / Chag evenmin verwijzen naar Yom Teruah.

Wat betekent Keseh werkelijk?

Waarschijnlijk is “Keseh” verwant met het Aramese woord “Kista” en het Assyrische woord “Kuseu”, die beide “volle maan” betekenen (zie Brown-Driver-Briggs, pag.490b). [Hebreeuws, Aramees en Assyrisch zijn alle drie Semitische talen, die vaak dezelfde wortels van woorden met elkaar gemeen hebben.] Dit past volmaakt bij de beschrijving van Keseh als de Dag van het Chag, omdat twee van de drie Pelgrimsfeesten (Chag HaMatzot en Chag HaSoekkot) vallen op de vijftiende van de maand, rond de tijd van de volle maan!

Meer over de “Verborgen Maan”.

Een ander punt van overweging is, dat er feitelijk geen “dag” van de Verborgen Maan bestaat. De maan blijft in het Midden-Oosten verborgen voor een periode van 1,5 tot 3,5 dag. Er is geopperd dat de dag van de Verborgen Maan slaat op de Dag van de Conjunctie (wanneer de maan zich tussen de aarde en de zon bevindt). Het duurde echtere tot wel 1000 jaar na Mozes, voordat de Babylonische sterrenkundigen ontdekten hoe zij het moment van de conjunctie moesten berekenen. Daarom konden de vroege Israëlieten er onmogelijk weet van hebben wanneer het moment van conjunctie plaatsvond. Zij konden dus niet weten welke dag de “Dag van de Verborgen Maan” was.

Er is ook gesuggereerd dat de vroege Israëlieten naar de “Oude Maan” gekeken kunnen hebben om de dag van de conjunctie vast te stellen, zodra de Oude Maan niet meer zichtbaar was aan de ochtendhemel. Die methode werkt echter niet in het Midden-Oosten, waar de “Verborgen Maan” tot wel 3,5 dag verborgen kan blijven. Het is heel gebruikelijk dat de maan zo’n 2,5 dag verborgen blijft. Hoe zouden de vroege Israëlieten in dat geval hebben kunnen weten welke dag de Dag van de Conjunctie was?

In tegenstelling daarmee waren de vroege Israëlieten zich zeer bewust van de Wassende Nieuwe Maan. In oude beschavingen werkten de mensen van het ochtendgloren tot aan de avondschemering. Zij zullen zeker hebben opgemerkt dat de Oude Maan kleiner en kleiner werd aan de ochtendhemel. Zodra de ochtendmaan was verdwenen, wachtten zij gespannen af tot die 1,5 tot 3,5 dag later opnieuw verscheen aan de avondhemel. Na haar verdwijning verscheidene dagen eerder, zouden zij haar bij haar verschijning aan de vroege avondhemel “Nieuwe Maan” of “Chodesh” noemen (afkomstig van chadash, nieuw).

Hoofdstuk 5 – Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Een andere factor waar de Hebreeuwse Kalender geen rekening mee houdt is de vraag of de gerst al of niet Abib is. Die vraag wordt niet eens gesteld. Toch moet de gerst Abib zijn (bijna klaar om te oogsten) omdat dit, samen met het waarnemen van de eerste Maansikkel, een basisvoorwaarde is om het begin (of het “Hoofd”) van het Jaar vaststellen.

Rosh Hashanah is, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, niet het begin van het jaar. Dat valt in de zevende maand en niet in de eerste. Er is gerst nodig om aan één van de geboden uit Leviticus 23 te kunnen voldoen. Ik deel met u wat de Karaïtische Joden over de gerst te zeggen hebben:

Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Het Bijbelse Jaar begint met de eerste Nieuwe Maan nadat de gerst in Israël de fase van rijpheid heet bereikt die Abib wordt genoemd. De periode tussen een jaar en het volgende jaar duurt ofwel twaalf ofwel dertien maanmaanden. Daarom is het belangrijk de staat van de gersteoogst te controleren tegen het eind van de twaalfde maand. Als de gerst tegen die tijd Abib is, dan heet de volgende Nieuwe Maan Chodesh Ha-Aviv (“Nieuwe Maan van de Abib”). Als de gerst nog niet rijp is, moeten we nog een maand wachten en de gerst controleren tegen het eind van de dertiende maand.

Volgens afspraak wordt een jaar met twaalf maanden een “Regulier Jaar” genoemd, terwijl een jaar met dertien maanden een Schrikkeljaar heet. Dit moet niet verward worden met het schrikkeljaar van de Gregoriaanse (Christelijke) kalender. Die kent  een toevoeging van één enkele dag (29 februari). Het Bijbelse Schrikkeljaar kent echter een toevoeging van een complete maanmaand (“dertiende maand”, Adar Bet genaamd). Over het algemeen kan pas een paar dagen voor het eind van de twaalfde maand worden vastgesteld of het jaar een Schrikkeljaar wordt of niet.

Waar wordt Abib genoemd in de Hebreeuwse Bijbel?

Het verslag van Exodus verhaalt:

4 “Vandaag vertrekt u, in de maand (van de) Abib.” (Exodus 13:4)

Om ons eraan te herinneren dat wij Egypte verlieten in de maand van de Abib wordt ons geleerd in deze tijd van het jaar het Paasoffer te brengen en het feest van Ongezuurde Broden te vieren. In Deuteronomium wordt ons geboden:

1 “Neem de maand Abib in acht en houd het Pascha voor YHWH, uw God, want in de maand Abib heeft YHWH, uw God, u in de nacht uit Egypte geleid.” (Deuteronomium 16:1)

Op dezelfde manier wordt ons in Exodus geboden:

15 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in die maand bent u uit Egypte vertrokken. Maar men mag niet met lege handen voor Mijn aangezicht verschijnen.” (Exodus 23:15)

18 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb,  op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in de maand Abib bent u uit Egypte vertrokken.” (Exodus 34:18)

Wat is Abib?

Abib geeft een fase van ontwikkeling van de gerst aan. Dit wordt duidelijk aan de hand van het Exodus verslag dat de verwoesting door de plaag van de hagel beschrijft:

31 “Het vlas en de gerst waren platgeslagen, want de gerst stond al in de aar (was Abib) en het vlas in de knop (Giv’ol). 32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die zijn later (Afilot, donker, d.w.z. nog groen).” (Exodus 9:31-32)

Uit deze tekst blijkt dat de vlas en de gerst waren vernietigd door de hagel, maar dat de tarwe en de spelt niet waren beschadigd. Om de reden hiervoor te begrijpen moeten we ons verdiepen in de groeicyclus van granen. In de eerste fase van hun ontwikkeling zijn granen flexibel en hebben een donker groene kleur. Naarmate ze meer rijpen, nemen ze een meer gele kleur aan en worden de halmen breekbaarder. De reden dat de gerst was vernietigd, maar de tarwe niet, is, dat de gerst het stadium van Abib had bereikt en daardoor breekbaar genoeg was om te worden beschadigd door de hagel. Maar de tarwe en de spelt waren nog in het beginstadium van hun ontwikkeling en daarom flexibel en niet gevoelig voor beschadiging door de hagel. De beschrijving van de tarwe en spelt als “donker” (Afilot) geeft aan dat ze nog diep groen waren en dat ze nog niet gelig begonnen te worden, de karakteristieke kleur van rijpe granen. In contrast daarmee had de gerst het stadium van Abib bereikt, was niet langer “donker” en had waarschijnlijk al goudgele aren ontwikkeld.

Geroosterde Abib

We weten uit verscheidene passages dat de gerst, die de fase van Abib bereikt heeft, nog niet geheel gerijpt is, maar rijp genoeg om de graankorrels te kunnen eten, als ze geroosterd zijn. Geroosterde gerst werd algemeen gegeten in het oude Israël. Het komt op verscheidene plaatsen in de Hebreeuwse Bijbel voor als Abib geroosterd (Kalui) op vuur (Leviticus 2:14) of in afgekorte vorm als “geroosterd” (Kalui / Kali) (Leviticus 23:14; Jozua 5:11; 1Samuël 17:17, 25:18; 2 Samuël 17:28; Ruth 2:14).

In de vroege fase van ontwikkeling zijn de zaden van de gerst nog niet groot en stevig genoeg om als voedsel te dienen door roosteren. Als de aar nog maar net uit de halm tevoorschijn komt, zijn de zaden nog te onderontwikkeld om op welke manier dan ook tot voedsel te kunnen dienen. In een later stadium, als de zaden zijn gegroeid, vullen ze zich met vloeistof. Als ze in dit stadium worden geroosterd, zullen ze verschrompelen en blijft er alleen een leeg vliesje over. Na verloop van tijd verandert de vloeistof in droge stof. Als er voldoende droge stof is, kan het zaad worden geroosterd.

Abib en de oogst

De maand van de Abib is de maand die begint nadat de gerst het stadium van Abib heeft bereikt. Twee tot drie weken na het begin van de maand is de gerst het stadium van Abib gepasseerd en kan worden aangeboden als “Beweeg-garve” (Hanafat HaOmer). Het aanbieden van de “Beweeg-garve” is een offer dat wordt gebracht van de eerste graanhalmen van de oogst die worden gemaaid. Dit offer wordt aangeboden op de eerste zondag na Pesach in de week van Chag HaMatzot (Feest van Ongezuurde Broden). De aanbieding van de Beweeg-garve wordt beschreven in Leviticus:

10 “Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van YHWH bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10-11)

Hieruit wordt duidelijk, dat de gerst, die aan het begin van de maand Abib was, vijftien tot twintig dagen later (op zondag tijdens Ongezuurde Broden) oogstrijp is. Daarom kan de maand van de Abib niet beginnen tenzij de gerst het stadium heeft bereikt waarin het binnen twee tot drie weken oogstrijp is.

Ook Deuteronomium bevestigt dat de gerst oogstrijp moet zijn binnen twee à drie weken na het begin van de maand:

9 “Zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet de zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren.” (Deuteronomium 16:9)

Uit onderstaande tekst van Leviticus weten wij, dat de zeven weken tussen Ongezuurde Broden (Chag HaMatzot) en Pinksteren (Shavuot) beginnen op de dag dat het Beweegoffer plaatsvindt (d.i. de zondag tijdens Ongezuurde Broden):

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken  zullen het zijn.” (Leviticus 23:15)

Daarom moet het moment “dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren” vallen op zondag tijdens Ongezuurde Broden, dat is: twee tot drie weken na het begin van de maand Abib. Als de gerst nog niet genoeg is ontwikkeld om twee tot drie weken later klaar te zijn om te maaien, kan de maand Abib niet beginnen en moeten we nog een maand wachten.

Nu rijpt niet alle gerst in Israël tegelijkertijd. Het Beweeggarve offer is een nationaal offer, gebracht van het eerste velden die oogstrijp zijn. Maar de eerstelingsoffers van individuele boeren kunnen qua rijpheid variëren van “geroosterd Abib” tot volrijpe gerst, die “gebroken” of “grof gemalen” (Geres) aangeboden mag worden. Dat is wat Leviticus bedoelt als we lezen:

14 “En wanneer u YHWH een graanoffer van de eerste vruchten aanbiedt, moet u in het vuur geroosterde verse aren (Abib) als graanoffer van uw eerste vruchten aanbieden, gebroken korrels (Geres) van vers graan (Karmel).” (Leviticus 2:14)

Karmel is graan dat is uitgehard voorbij het punt van Abib zodat het kan worden “gebroken” of “grof gemalen”.

Alle bovenstaande teksten zijn in de Staten Vertaling direct uit het Hebreeuws vertaald, maar er moet wel worden opgemerkt dat de vertalers daarvan op z’n best slechts minimaal begrip hadden van de betekenis van de verschillende Hebreeuwse landbouwkundige termen. Gedeeltelijk geldt dit ook voor de Herziene Statenvertaling, waaruit de bovenstaande teksten zijn geciteerd. In Leviticus 2:14 vertaalt men bijvoorbeeld “Abib” met “verse aren” en “Geres Karmel” met “gebroken korrels” (Geres = gries) van “vers graan” (Karmel).

Samenvattend kunnen we zeggen dat Gerst in het stadium van Abib drie eigenschappen bezit:

Het is breekbaar genoeg om te worden vernietigd door hagel en begint gelig te worden (is niet meer “donker”).
De zaden bevatten genoeg droog materiaal om geroosterd gegeten te kunnen worden.
Het is voldoende ontwikkeld om binnen twee à drie weken geoogst te kunnen worden.

De Omerceremonie is opgetekend in de Mishna, maar deze is gecorrumpeerd door de rabbijnen. Dit verslag legt zelfs het dispuut vast tussen de Farizeeën en de Sadduceeën over het juiste tijdstip waarop de ceremonie gehouden diende te worden. De Sadduceeën hadden gelijk.

De Omer moest worden gemarkeerd op de avond van de veertiende Aviv (Nissan). Na afloop van de weeksabbat van het Feest van Ongezuurde Broden, moest de Omer (graan of koren) worden gemaaid en naar het Tempelterrein gebracht om te worden bereid voor de Beweeggarve op de ochtend na de weeksabbat. Dit moest plaatsvinden in de nachtelijke uren of de vroege uren van de zondagochtend, tussen zonsondergang op zaterdag en zonsopgang op zondag.  Het was een grootse gebeurtenis, die nu verloren is gegaan in de geschiedenis, maar de betekenis ervan wordt duidelijk, als je begrijpt waar deze ceremonie beeld voor staat en hoe Yehshua die vervulde door zijn opstanding op zondagmorgen.

Om meer te weten te komen over deze grootse gebeurtenis, zie Pentecost’s Hidden Meaning (de Verborgen Betekenis van Pinksteren) op
https://www.sightedmoon.com/?page_id=21

Hoofdstuk 6 – Het kalenderjaar van 360 dagen: heeft er ooit zoiets bestaan?

 

Bij het schrijven van dit boek heeft een aantal mensen vragen gesteld over het kalenderjaar van 360 dagen. Om hier goed antwoord op te kunnen geven moet ik eerst de historische achtergrond tekenen, zodat het “wie, wat, wanneer, waar en waarom” van bepaalde veranderingen begrepen kan worden.

We hebben tegenwoordig te maken met de Gregoriaanse Kalender van 365 dagen en de Hebreeuwse Kalender van 354 dagen, die een toegevoegde dertiende maand kent aan het eind van sommige jaren gedurende een negentienjarige cyclus.

De huidige Hebreeuwse Kalender vindt zijn oorsprong bij Hillel II, die hem creëerde wegens de groeiende vervolging door de Romeinen van alles wat maar Joods was in de 4e eeuw. Hillel II wilde dat Joden over de hele wereld de juiste datum van de Feesten in de eerste en de zevende maand van het jaar konden weten.

Door de steeds toenemende vervolging werd het bijna onmogelijk de Nieuwe Maan in Jeruzalem nog waar te nemen. Boodschappers uitzenden naar de diverse Joodse enclaves in de Diaspora (Ballingschap) was allerminst een gemakkelijke onderneming. Maar toen Hillel II ongeveer in 358 – 359 na Chr. zijn berekeningen publiceerde, konden de Nieuwe Maan van de 1e Nissan en de 1e Tishri  ver van tevoren worden vastgesteld en hoefde slechts te worden bevestigd door de directe waarneming. Na verloop van tijd werd de praktijk van het waarnemen ofwel opgegeven ofwel simpelweg vergeten en werd uitsluitend de berekende methode nog gebruikt.

Let erop dat de directe waarneming aanvankelijk door Hillel II werd gebruikt om het begin van de maand vast te stellen en zijn berekeningen te bevestigen. Dit betekent, dat een maand begon met een Zichtbare Maan en niet met een “Conjunctie Maan” – dat is: een maan die in rechte lijn stond met de aarde en de zon, een maan die dus niet kon worden gezien – met andere woorden: een donkere maan. Destijds werden maanden altijd vastgesteld door het waarnemen van de eerste Zichtbare Maansikkel van de Nieuwe Maan na zonsondergang.

In de berekeningen van Hillel II werd het gebruik van de Babylonische negentienjarige cyclus, die al ik eerder vermeldde, overgenomen. Hillel II stelde vast, dat er een dertiende maand toegevoegd moest worden in vooraf geselecteerde jaren

van deze negentienjarige cyclus (jaar 3, 6, 8, 11, 14, 17 en 19). Dit proces zou daarna

worden herhaald in de volgende cyclus van negentien jaar, evenals in alle daarop volgende negentienjarige cycli.

Je zou de vraag kunnen stellen: “Wat heeft dit met ons te maken?” Als de juiste basis eenmaal is gelegd is het antwoord eenvoudig: in de jaren 2000, 2003, 2005, 2008, 2011, 2014 en 2016 is een extra dertiende maand toegevoegd aan de Hebreeuwse kalender. En dit proces zal worden voortgezet tot er een nieuw Sanhedrin zal zijn (of tot Yehshua terugkeert), geheel los van wat ik heb uitgelegd over de noodzaak van gerst die Abib moet zijn om het jaar te kunnen beginnen. (zie hoofdstuk 5: Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren).

De toevoeging van een dertiende maand gedurende deze jaren (jaar 3, 6, 8, 11, 14, 17, 19) van de negentienjarige cyclus, heeft tot gevolg, dat automatisch alle Feestdagen een maand later in het zonnejaar vallen, om zodoende deze dagen in harmonie te houden met de oogstseizoenen.

De huidige 19-jarige cyclus begon in het Joodse jaar 5758 (het jaar dat begon op 2 oktober 1997).

Om nog wat nader in te gaan op het citaat hierboven: het Joodse jaar begint met de zevende maand Tishri. Tijdens het schrijven van dit boek, in 2012, is het volgens de Joodse jaartelling 5772. Op Tishri 1 – dat was 17 september 2012 – werd het 5773. Op Tishri 1 van het jaar 2016, na het negentiende jaar, zal de huidige cyclus ten einde zijn.

Maar om u een indruk te geven van hoe de joodse gemeenschap geleidelijk begon af te wijken van de kalender van Hillel II heb ik de Tweede- van de Vier Regels toegevoegd die betrekking hebben op Dehioth (Dechiyot), de Uitstelregels, die ik veel uitgebreider in het volgende hoofdstuk, “De Joodse Feestdagen zijn niet ‘Kosher’ ”, zal bespreken.

Ik vond het van belang om u nu al op de hoogte te stellen van de Tweede Regel, zodat u beter gaat begrijpen hoe de Hebreeuwse kalender in zijn huidige vorm werkt. Nogmaals: die kalender heeft niet altijd zo gewerkt. Hillel II ontwierp deze kalender, ervan uitgaande dat het basisuitgangspunt voor het begin van de maand de Waarneembare Maan zou blijven. Dit werd niet alleen als zodanig vermeld in de berekeningen van Hillel II, maar zelfs in Dehioth (Dechiyot): Uitstelregels vinden we de volgende verrassende uitspraak: “Zodat de Maan niet in een ander deel van de wereld wordt gezien voordat zij in Jeruzalem wordt gezien.” Hoewel men niet precies weet wanneer deze Uitstelregels ingevoerd en van kracht werden, bleek door het opnemen van de Vier Regels de kalender van Hillel II alleen nog maar meer af te wijken van de kalender van Yehovah.

Dat is de huidige Hebreeuwse kalender, ontwikkeld door Hillel II in 358 na Chr. inclusief de wijzigingen die er sindsdien in zijn ingevoerd.

Sommige mensen geloven echter dat de enige echte kalender die van 360 dagen is. Regelmatig duikt in dit verband de naam op van Immanuel Velikovsky, die het uiterst controversiële, maar baanbrekende boek Werelden in Botsing (Worlds In Collision).

Werelden in Botsing is geschreven door Immanuel Velikovsky en uitgegeven op 3 april 1950.

Het boek stelde, dat rond de 15e eeuw voor Christus Venus zich afscheidde van Jupiter als een komeet of komeetachtig hemellichaam. Venus passeerde de Aarde van dichtbij (een feitelijke botsing wordt niet genoemd). Zij veranderde de baan van de Aarde en de stand van de aardas, wat leidde tot een groot aantal catastrofes, waarover werd verhaald in oude mythologieën en religies over de hele wereld. Het boek werd na de publicatie zeer  vijandig ontvangen door de wetenschappelijke gemeenschap.

In het hoofdstuk met de titel Het Jaar van 360 Dagen stelde Velikovsky:

Er zijn talloze aanwijzingen bewaard gebleven die aantonen, dat voordat het jaar 365¼ dagen telde, het jaar slechts 360 dagen lang was. Zelfs het jaar van 360 dagen was niet het meest oorspronkelijke: dat was een overgangsvorm tussen een jaar met nog minder dagen en ons huidige jaar.

In de tijdsspanne tussen de catastrofes van de vijftiende eeuw voor Christus en die van de achtste eeuw voor Christus lijkt het jaar slechts 360 dagen lang geweest te zijn.

Ik had voorheen bijzonder weinig waardering voor het werk van Velikovsky. Dat was gebaseerd op wat anderen te zeggen hadden over hem, zijn waarnemingen, zijn bevindingen en zijn publicaties. Geheel voorbarig had ik zijn werk al beoordeeld zonder het in detail te hebben bekeken of het zelf te hebben onderzocht. Ik zal nu een samenvatting weergeven van het werk van Velikovsky: Velikovsky’s Geest keert terug: Het Elektrische Universum (Velikovsky’s Ghost Returns: The Electric Universe), geschreven door Michael Goodspeed.

Om het gebrek aan informatie in te vullen, zal ik het verhaal kort samenvatten.

De in Rusland geboren geleerde was een vriend en collega van Albert Einstein, studeerde bij Freuds eerste leerling Wilhelm Stekel en was de eerste praktiserende psychoanalist in Israël. Enkele van zijn geschriften verschenen in Freuds Imago. In 1930 suggereerde hij in een publicatie dat epilepsie gekenmerkt wordt door afwijkende encefalogrammen. Hij was de oprichter en redacteur van het wetenschappelijke blad Scripta Universitatis, waarin de natuurkundige en wiskundige inhoud werd voorbereid door Einstein.

Bij het bestuderen van een boek over Freud en zijn helden verwonderde Velikovsky zich voor het eerst over de rampen die gepaard gingen met de Hebreeuwse Exodus. Daarbij regende het  vuur en hagelstenen op Egypte, decimeerden aardbevingen de natie en bewoog zich een vuur- en rookkolom langs de hemel. De Bijbelse en andere traditionele Hebreeuwse bronnen schilderen de gebeurtenissen dermate levendig, dat Velikovsky zich begon af te vragen of wellicht een of andere buitengewone natuurramp een rol heeft gespeeld bij de Exodus.

Om dit te onderzoeken zocht Velikovsky naar antieke Egyptische verslagen die hiermee in overeenstemming waren. In een papyrus genaamd Papyrus Ipuwer, dat wordt bewaard in het museum van de Leidse Universiteit, trof hij een opmerkelijke parallel aan. Dit document bevat de een klaaglied van een Egyptische geleerde, die reageert op een grote catastrofe, die Egypte trof, waarbij de rivieren rood werden, vuur langs de hemel raasde en rampspoed en pest het land verwoestte.

Velikovsky vond eveneens verrassende parallellen in Babylonische en Assyrische kleitabletten, Vedische gedichten, Chinese epen en legenden van Noord-Amerikaanse Indianen, Maya’s, Azteken en Peruvianen. Op basis van deze opmerkelijk parallelle verslagen stelde hij de stelling op dat er zich een hemelse catastrofe moet hebben afgespeeld. Hij trok de conclusie dat een zeer groot hemellichaam, mogelijk een ‘komeet’, de aarde op zo geringe afstand passeerde, dat de aardas gewelddadig uit haar stand werd gerukt, dat wereldwijde aardbevingen, stormen en vallend ruimtepuin de vroege beschavingen heeft uitgedund.

Maar voordat Velikovsky zijn reconstructie van de geschiedenis kon voltooien, moest hij een groot raadsel oplossen. In de verslagen van verafgelegen culturen had hij gevonden dat de “komeet” die de drager was van de rampen, werd geïdentificeerd als een planeet. En hoe dieper hij zocht, hoe duidelijker het hem werd, dat deze planeet Venus was. De bijbehorende antieke afbeeldingen zijn o.a. de Babylonische “Toorts-Ster”, de “Bebaarde Ster” Venus, de

Mexicaanse “Rokende Ster” Venus, de Peruviaanse “Langharige Ster” Venus, de Egyptische “Grote Ster” Venus (“die zijn vuur in vlammen verstrooit”) en de wijdverspreide beelden van Venus als een vurige slang of draak in de lucht. In elk van deze gevallen is de taal rond deze “komeet” voor maar één uitleg vatbaar, want de genoemde symbolen staan in deze antieke talen slechts voor Venus en voor Venus alleen.

Door het bewijs te volgen, ontdekte Velikovsky dat Venus een bijzondere plaats wordt toegekend onder de eerste astronomen van de wereld. Zowel in de oude als in de nieuwe wereld bekeken de oude sterrenkundigen Venus met een mengsel van angst en ontzag, terwijl ze haar opkomst en ondergang nauwlettend in de gaten hielden. Zij hielden deze planeet verantwoordelijk voor de bijna-ondergang van de wereld. Velikovsky hield het erop dat deze astronomische tradities hun wortels vinden in een traumatische menselijke ervaring met deze planeet, hoewel de moderne wetenschap altijd heeft aangenomen dat de planeten zich over een periode van miljarden jaren ontwikkelden in betrekkelijke rust en ongestoorde isolatie.

Op basis van uitgebreide vergelijking tussen deze culturen concludeerde Velikovsky dat de planeet Venus voorafgaand aan de vastgelegde geschiedenis op gewelddadige wijze uit de gasreus Jupiter werd losgescheurd en daarbij een spectaculaire komeetachtige staart vertoonde. Toen deze later (rond 1500 voor Chr.) de aarde passeerde met catastrofale gevolgen, vormde dit de achtergrond van de Hebreeuwse Exodus, aldus Velikovsky.

In “Werelden in botsing” (Worlds in Collision) beweerde Velikovsky dat de angstaanjagende ‘goden’ van de oude wereld in werkelijkheid planeten waren – die onopvallende lichtjes die we met de regelmaat van de klok langs de hemel zien bewegen, zonder een spoor van de chaotische rol die ze in het verleden hebben gespeeld. Het boek verhaalde van twee gebeurtenissen waarbij de komeet of protoplaneet Venus de aarde op geringe afstand passeerde. Een groot deel van hetzelfde boek was gewijd aan de oude oorlogsgod, die Velikovsky identificeerde als de planeet Mars. Hij beweerde dat Mars zich eeuwen na de Venus catastrofes bewoog in een onstabiele baan, die de baan van de Aarde sneed, wat leidde tot een serie ontzagwekkende gebeurtenissen op aarde in de zevende en achtste eeuw voor Christus.

Uitgever Macmillan, die het boek had uitgegeven, werd onmiddellijk onder vuur genomen door astronomen en wetenschappers. Maar de verkoop van Worlds In Collision nam een grote vlucht en het boek kwam al snel aan de top van de bestsellerslijst te staan. Dr. Harlow Shapley, directeur van het Harvard Observatorium benoemde het boek, zonder het (zelfs) maar te lezen, als ‘nonsens’ en ‘rijp voor de vuilnisbak’. In brief aan uitgever Macmillan dreigde Shapley met een boycot van het bedrijf. De astronoom Fred Whipple dreigde zijn relatie met de uitgever te verbreken. Onder druk van de wetenschappelijke gemeenschap voelde Macmillan zich gedwongen om de rechten van het boek aan Doubleday over te dragen, hoewel Worlds In Collision op dat moment al de nummer één bestseller in het land was. Redacteur James Putnam, die al vijfentwintig jaar bij Macmillan werkte en had onderhandeld voor het contract van Worlds In Collision, werd kortweg ontslagen.

In de nasleep van Macmillan’s publicatie van Worlds In Collision veroordeelde het ene na het andere wetenschappelijk tijdschrift Velikovsky’s werk. De gerenommeerde astronoom en schrijver Donald Menzel maakte Velikovsky in het openbaar belachelijk. Astronoom Cecilia-Payne Gaposchkin lanceerde een campagne om Velikovsky in diskrediet te brengen, (eveneens) zonder ‘Werelden in Botsing‘ te hebben gelezen. Het Bulletin of Atomic Scientists

gaf een reeks artikelen uit die Velikovsky op grove wijze misrepresenteerde. En Gordon Atwater, curator van het gerespecteerde Hayden Planetarium, werd ontslagen nadat hij in het magazine This Week had geopperd dat het werk van Velikovsky een onbevooroordeelde discussie verdiende.

Velikovsky bleef vele jaren na de publicatie van Worlds In Collision persona non-grata op universiteitscampussen. Hem werd de gelegenheid ontzegd artikelen in wetenschappelijke tijdschriften te publiceren. Als hij probeerde te reageren op kritische artikelen in die tijdschriften, werden zijn reacties afgewezen. De houding van astronomen was kenmerkend voor die van de gevestigde wetenschap in het algemeen. Astronoom Dean McLaughlin uit Michigan riep uit: “Leugens – ja, leugens”. In zijn antwoord aan een correspondent schreef  sterrenkundige Harold Urey: “Mijn advies aan jou is om het boek dicht te slaan en het de rest van je leven nooit meer te openen”.

Voor Velikovsky was dit het begin van een ‘duistere tijd’. Maar opmerkelijk genoeg werd zijn vriendschap met Albert Einstein er niet door beïnvloed. Einstein ontmoette hem vaak en onderhield een uitgebreide correspondentie met hem, waarin hij Velikovksy aanmoedigde om voorbij te zien aan het wangedrag van de wetenschappelijke elite. In zijn discussie met Einstein voorspelde Velikovsky dat Jupiter radiogolven uit moest zenden en hij drong er bij Einstein op aan om zijn invloed te gebruiken om Jupiter te laten onderzoeken op de emissie van radiogolven, hoewel Einstein zelf de redenering van Velikovsky betwistte. Maar in april 1955 werden, tot verrassing van wetenschappers, die meenden dat Jupiter te koud en te inactief was om radiogolven uit te zenden, radio golven ontdekt, afkomstig van Jupiter. Die ontdekking leidde ertoe dat Einstein ermee instemde om Velikovsky bij te staan in het ontwikkelen van nieuwe tests met betrekking tot zijn stelling. De meest prominente wetenschapper van de wereld stierf echter slechts enkele weken later.

Velikovsky verwachtte dat de verkenning van de ruimte nog meer ontdekkingen op zou leveren. Hij stelde dat de planeet Venus extreem heet zou zijn, aangezien zij volgens zijn reconstructie in historische tijden ‘gloeiend heet’ was. In zijn stellingname opperde hij ook de waarschijnlijkheid van een dichte Venusiaanse atmosfeer, een restant van haar vroegere komeetachtige staart. Hij beweerde tevens dat rond de aarde een magnetosfeer ontdekt zou worden, die zich tenminste uit zou strekken tot aan de maan, omdat hij ervan overtuigd was dat de aarde in historische tijden elektrische lading heeft uitgewisseld met andere planetaire lichamen.

Het aanbreken van het tijdperk van de ruimtevaart was voor Velikovsky een kritieke tijd, aangezien onder invloed van de gegevens die werden verzameld van de Maan, van Mars en van Venus de populaire visies over deze hemelse lichamen begonnen te verschuiven. In

In 1959 ontdekte Dr. Van Allen dat de aarde een magnetosfeer heeft. In de vroege jaren zestig, kwamen wetenschappers er tot hun verbazing achter, dat de planeet Venus een oppervlaktetemperatuur heeft tot 900° F (ongeveer 500° C). Dat is heet genoeg om lood te smelten. “De temperatuur is veel hoger dan iemand zou hebben voorspeld”, schreef Cornell Mayer.

Er braken betere tijden aan voor Velikovsky. In 1962, drongen twee wetenschappers, Valentin Bargmann, professor in de natuurkunde in Princeton, en Lloyd Motz, professor in de sterrenkunde in Columbia, erop aan dat Velikovsky’s conclusies “objectief opnieuw zouden worden onderzocht.” Ter ondersteuning voor deze heroverweging citeerden zij zijn voorspellingen over radiogolven van Jupiter, de aardse magnetosfeer en een onverwacht hoge temperatuur van Venus.

In juli 1969, aan de vooravond van de eerste landing op de maan, nodigde de New York Times Velikovsky uit uiteen te zetten welke ontdekkingen hij verwachtte van de Apollo-missies. Velikovsky’s antwoord bevatte een negental “beweringen vooraf”, onder andere “Remanent (resterende, resterende) Magnetisme,” een steil hellende temperatuurverandering, radioactieve hotspots en regelmatige maanbevingen. Al met al bleek dit een opvallend accurate samenvatting van latere bevindingen. Maar de wetenschappelijke gemeenschap hield zich nog steeds muisstil.

Maar in 1972 keerde Velikovsky, op uitnodiging van de Society of Harvard Engineers and Scientists,  terug naar de plaats van waaruit de oorspronkelijke boycot werd gelanceerd. Zijn presentatie leverde een staande ovatie op. “Zoals u kunt zien heb ik het overleefd”, zei hij. “Ik heb tweeëntwintig jaar op deze avond gewacht. Ik kwam hier om het jeugdig enthousiasme te vinden van mannen die een fascinatie hebben voor ontdekkingen.”

Eveneens in 1972 begon een klein studentenblad, genaamd Pensée, in Portland, Oregon, met de publicatie van een serie uitgaven die volledig gewijd waren aan Velikovsky, met bijdragen van de pionier zelf. De Pensée-serie, genaamd Immanuel Velikovsky Reconsidered (Immanuel Velikovsky Heroverwogen), verhaalde over de geschiedenis van de Velikovsky-affaire en leverde internationale aandacht op voor het wetenschappelijke wangedrag dat daarin speelde. Ook werden de bevindingen van Space Age naar voren gebracht, die Velikovsky’s revolutionaire stelling van een interplanetaire catastrofe ondersteunden. Het was duidelijk tijd voor een herbeoordeling van het werk van Velikovsky, en de Pensée-serie gaf de aanzet die het Velikovsky debat nieuw leven in zou blazen. Het eerste nummer werd een bestseller bij verschillende universiteitscampussen en leidde tot artikelen in Reader’s Digest, Analog, Time, Newsweek, Physics Today, de National Observer, en vele andere publicaties.

Velikovsky, nu uiterst optimistisch gestemd, begon talloze uitnodigingen van universiteiten te ontvangen. De British Broadcasting Corporation (BBC) maakte een speciale documentaire over Velikovsky, die werd herhaald wegens de massale interesse. Ook de Canadese Broadcasting Corporation maakte een documentaire over Velikovsky en in Toronto, Ontario, werd een internationaal symposium gehouden. Velikovsky hield ook een toespraak bij het N.A.S.A. Ames Research Center, waarin hij procedures en experimenten voorstelde om zijn claims te testen.

Gedurende twee jaar na het verschijnen van “Immanuel Velikovsky Heroverwegen” hield de wetenschappelijke elite zich akelig stil. De wederopstanding van de “ketter”, die zo lang werd dood gewaand, leek allemaal net iets te gemakkelijk te verlopen.

Toen brak de tegenaanval los van de kant van Amerika’s grootste wetenschappelijke organisatie, de American Association for the Advancement of Science, Zij organiseerde een symposium over Worlds In Collision, met als doel een “open discussie over Velikovsky”. Op het programma van de  “1974 San Francisco A.A.A.S. bijeenkomst” stond o.a. een direct “debat” tussen de populaire astronomen Carl Sagan en Velikovsky.

De bijeenkomst vertoonde al de valstrikken van een media-event, en zoals zo vaak bij dergelijke debatten bracht het geen enkele helderheid over het onderwerp. Toch werd het nog jaren daarna in de grote media te berde gebracht als de “definitieve weerlegging” van Velikovsky.

De A.A.A.S. bijeenkomst was het begin van een meedogenloze lastercampagne tegen Velikovsky. In de daarop volgende jaren, besteedde Sagan een aanzienlijk deel van elk boek dat hij publiceerde aan het ontkrachten van Velikovsky. En aangezien wetenschappelijke redacties van kranten niet langer zelf op onderzoek uitgaan of aan waarheidsvinding doen, werd eenvoudigweg gerapporteerd wat lokale astronomen erover te melden hadden. En dus raakte het Velikovsky-vraagstuk op een dood spoor.

Voordat hij in 1979 overleed, werd Velikovsky uiterst pessimistisch en vertelde ieder in zijn directe omgeving dat de strijd gestreden was, dat de critici hadden gewonnen. De hoofdstroom van de wetenschap zou volgens hem nooit een objectieve bespreking toelaten

over het onderwerp “Worlds In Collision”.

Hoewel ik het niet met Velikovsky eens ben, dat de ‘goden’ van de oudheid de planeten waren, geloof ik wel dat, als deze rampzalige gebeurtenissen plaatsvonden zoals Velikovsky stelt, het Yehovah was die ze liet plaatsvinden. Maar we zijn afgedwaald van het hoofddoel van dit hoofdstuk: bepalen of het kalenderjaar bestaat uit 354 of uit 360 dagen. Ik wilde de theorie en de stellingen van Velikovsky een eerlijke kans geven, aangezien sommigen hem zullen aanhalen in verband met dit onderwerp.

Yair Davidiy neemt ook de 360-dagen theorie van Velikovsky onder de loep als hij die vergelijkt me alle oude beschavingen van dat moment. Ik raad je sterk aan om dit te lezen als je een kans krijgt. Mijn antwoord wordt door de meeste mensen over het hoofd gezien, laat staan dat  ze het meenemen in hun overwegingen.

Veel mensen komen, op grond van de onderstaande Bijbelgedeelten uit Genesis en Daniël, iets te snel tot de conclusie dat het jaar bestaat uit 360 dagen.

11 In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet. 12 En er was regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten. (Genesis 7:11-12)

3 Vervolgens vloeide het water van boven de aarde terug, gaandeweg vloeide het terug. Na verloop van honderdvijftig dagen werd het water minder. 4 En de ark bleef in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, vastzitten op het gebergte van Ararat. 5 En gaandeweg werd het water minder, tot aan de tiende maand. In de tiende maand, op de eerste dag van de maand, werden de toppen van de bergen zichtbaar. (Genesis 8:3-5)

Door het lezen van deze Schriftplaatsen zijn velen met grote stelligheid tot de volgende conclusie gekomen: de vijf maanden tussen de tweede maand van Genesis 7:11 en de zevende maand van Genesis 8:4, gekoppeld aan de aanvullende informatie van de 150 dagen uit Genesis 8:3, vormen het bewijs dat die periode bestond uit vijf maanden van elk dertig dagen.

Dat doet de vraag rijzen of de 150 dagen van de zondvloed uit vijf maanden van dertig dagen bestonden.

Ieder maand draait de Maan rond de aarde in precies 29,53059 dagen (afgerond 29,5 dag). Het is mijn overtuiging dat dit altijd al zo is geweest en niet is veranderd sinds Yehovah de aarde heeft geschapen. Aangezien de theorie van Velikovsky naar verluid betrekking heeft op de tijd van Mozes en de Exodus in de jaren 1386 – 1380 voor Chr., zou het niet onredelijk zijn aan te nemen dat de omstandigheden bij gebeurtenissen van vóór die tijd ook niet zijn veranderd.

De sinds Adam in gebruik zijnde en aan Noach doorgegeven kalender is de kalender die gebruik maakt van de Zichtbare Maan om de maand mee te beginnen. Zoals ik hiervoor al stelde, kost het de Maan precies 29,53059 dagen om één omwenteling om de aarde te voltooien. Dit is afgerond 29,5 dagen per maand, en het is precies dat halve dagdeel dat het scharnierpunt vormt in ons verhaal.

Omdat altijd de mogelijkheid bestaat dat de Nieuwe Maan op de negentwintigste dag wordt waargenomen, is het zeer wel mogelijk dat een maand slechts negenentwintig dagen lang is. Maar voor hetzelfde geld zou de maan in een ander geval pas op de dertigste dag zichtbaar kunnen zijn. Juist deze variatie vormt ons bewijs.

Iedere maand bestaat uit negenentwintig of dertig dagen, afhankelijk van de waarneming van de Nieuwe Maan in een bepaalde maand. In de moderne Hebreeuwse kalender is reeds rekening gehouden met de fluctuatie van maanden van negenentwintig dan wel dertig dagen. Maar zoals ik nog steeds aan u zal aantonen, is de Hebreeuwse kalender niet foutloos. Het vooraf toewijzen van een bepaald aantal dagen aan een maand is een ander punt dat onmogelijk correct kan zijn. De nieuwe maan moest altijd worden waargenomen en dit was slechts mogelijk na negenentwintig dan wel dertig dagen. Maar je wist nooit van tevoren precies wanneer, tot je zelf (of iemand anders) de eerste zichtbare sikkel van de maan zag. (De maand was nooit eenendertig dagen lang – inderdaad: nooit. Dat was het gevolg van de Juliaanse hervormingen op de kalender in 46 voor Chr. door Julius Caesar.  We hebben dat dus aan hem te danken.)

Als ik “De dertig dagen van Noach” uitleg, herinner ik mensen eraan dat de maan een zichtbare maan moet zijn in de Bijbelse zin om het een Nieuwe Maan te mogen noemen. Noach was natuurlijk gedurende de hele periode in de ark opgesloten. Het regende onafgebroken. Als de Maan niet op de negenentwintigste dag zichtbaar is, dan is het automatisch Nieuwe Maan op de dertigste dag. Zoals u inmiddels weet, bestaat er niet zoiets als éénendertig dagen in een maand. Noach kon de Nieuwe Maan niet waarnemen gedurende zijn gehele verblijf in de ark. Pas toen hij uiteindelijk het raam opende en de lucht kon zien, om de raaf los te laten – toen, en niet eerder dan toen, kon Noach de Nieuwe Maan uiteindelijk zien. Maar in de ark kon hij alleen maar elke maand tot dertig tellen.

Zoals de heer Dumond uitlegt: wanneer het overdag op de 29e dag van de maand bewolkt is, en de waarneming van de nieuwe maan die avond dus verborgen is achter de wolken, wordt de volgende dag automatisch afgekondigd als ‘dag 30.’

Nadat het raam van de ark was afgesloten toen het begon te regenen, lezen we niet dat Noach het opnieuw opendoet tot vers zes van Genesis 8. Dat was dus na de 150 dagen waarvan sprake was in vers 3.

6 En het gebeurde na verloop van veertig dagen dat Noach het venster van de ark, dat hij gemaakt had, opendeed. 7 En hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen totdat het water van boven de aarde opgedroogd was. (Genesis 8:6-7)

Terwijl Noach opgesloten zat in de ark, kon hij natuurlijk maandenlang de zichtbare maansikkel niet waarnemen. Hij had geen zicht op de avondhemel tot hij het raam in vers zes opende. Voordat hij daar toestemming voor kreeg, was er al enige tijd verstreken waarin de vloed niet meer toenam en het vloedwater zich begon terug te trekken. Daarvoor regende het onafgebroken gedurende veertig dagen en veertig nachten totdat de Aarde geheel was overstroomd op een schaal die daarvoor of daarna nooit geëvenaard is. Dit alleen al maakt duidelijk dat de hemel door de bewolking volledig aan het oog was onttrokken, zodat het voor Noach, zelfs als er een raam was geweest en dit geopend was, onmogelijk zou zijn geweest ook maar iets waar te nemen.

Een andere Schriftplaats die mensen nogal eens als argument gebruiken is afkomstig uit Daniël 12. Daar staat het volgende:

6 De één zei tegen de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond: Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen? 7 Toen hoorde ik de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen. 8 Ik echter, ik hoorde het wel, maar ik begreep het niet. En ik zei: Mijn Heere, wat zal het einde hiervan zijn? 9 Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde. (Daniël 12:6-9)

 

10 Velen zullen gereinigd, zuiver wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen. 11 Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen. 12 Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt. 13 Maar u, ga heen tot het einde, want u zult rusten, en u zult opstaan in uw bestemming, aan het einde van de dagen. (Daniël 12:10-13)

 

Ik ben ervan overtuigd dat de twee mannen uit het gesprek in Daniël hierboven de twee getuigen zijn waarvan sprake is in Openbaring. Hoewel ik er geen hard bewijs voor heb, ben ik er wel vast van overtuigd. Een van de twee heeft kennis van de sabbatsjaar- en jubeljaarcycli en weet kennelijk wanneer het einde komt.

Maar dit is niet meer dan een noot in de zijlijn.

We lezen nogmaals vers 7:

7 “…een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft.” (Daniël 12:7)

In alle Bijbelse teksten staat “tijd, tijden en een halve tijd ” gelijk aan 3,5 jaar. Ook elders in Daniël lezen wij dezelfde omschrijving:

24 En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (Daniël 7:24-25)

In allebei de gevallen gaat het om 3,5 jaar. Maar we lezen ook in Openbaring van tweeënveertig maanden en 1260 dagen:

2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren. (Openbaring 11:2-3)

6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen. (Openbaring 12:6)

14 En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang. (Openbaring 12:14)

5 En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen. (Openbaring 13:5)

 

De Bijbelverzen die ik hierboven heb aangehaald worden door sommigen gebruikt om te bewijzen dat een maand altijd bestond uit 30 dagen, ongeacht om welke maand het gaat (30 x 42 = 1260). Is dat een terechte conclusie? In de drie Schriftcitaten hieronder kunnen wij lezen dat Yehovah niet verandert. Daarom zullen ook zijn kalender en de wijze waarop Hij de maand laat beginnen nooit wijzigen.

6 Want Ík, ????, ben niet veranderd, ú, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen. (Maleachi 3:6)

 

8 ????? Messias is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. (Hebreeën 13:8)

 

17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. (Jakobus 1:17)

Wat moeten we opmaken uit de hierboven aangehaalde Schriftplaatsen, die,  oppervlakkig gelezen, lijken te zeggen dat elk van de maanden van de laatste 3,5 jaar 30 dagen lang zijn? Zeggen ze dit werkelijk? Een deel van het antwoord is te vinden in wat Yehshua in de Evangeliën aan zijn discipelen uitlegt met betrekking tot de laatste dagen:

 1 En ????? ging weg en vertrok uit de tempel; en Zijn discipelen kwamen naar Hem toe om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. 2 ????? antwoordde en zei tegen hen: Ziet u dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden. 3 Toen Hij op de Olijfberg zat, gingen de discipelen naar Hem toe toen zij alleen waren, en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld? (Mattheüs 24:1-3)

 

Tijdens deze uiteenzetting vertelt Yehshua hen:

 

29 En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. 30 En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. (Mattheüs 24:29-30)

 

Het evangelie naar Markus geeft eenzelfde waarschuwing:

 

23 Maar past u op; zie, Ik heb u alles van tevoren gezegd! 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. 25 En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden. (Markus 13:23-25)

 

In het Oude Testament wordt in Joël over dezelfde periode gesproken. Hier wordt informatie toegevoegd die we nodig hebben om dit raadsel op te lossen. Let erop, dat er rookzuilen zullen zijn en dat de zon verandert in duisternis.

 

29 Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende. ( Joël 2:29-31)

 

Terwijl u mijn boek leest worden over de hele wereld allerlei sluimerende vulkanen weer actief en stijgen hun rookpluimen op naar de hemel. Ook het vuur zien wij bij hun uitbarstingen. Een recent voorbeeld daarvan dit is de uitbarsting van de Eyjafjallajökull van 2010. Eyjafjallajökull betekent “eilandgletsjerberg.” (Voor een aantal foto’s van deze gebeurtenis: zie https://en.wikipedia.org/wiki/2010_eruptions_of_Eyjafjallaj%C3%B6kull ). Voor zover mij bekend is IJsland het enige land waar je, zittend in een warme bron, kunt genieten van het uitzicht op een gletsjer. Warme bronnen staan bekend als broedbakken van jonge vulkanische activiteit, zoals in het geval is bij “Old Faithful” in het Yellowstone National Park in Amerika.

 

De gebeurtenissen van 2010 in IJsland vormen slechts een geringe afspiegeling van de rampspoed die nog zal gaan komen over de wereld waarin wij leven. Over de toekomstige verwoestingen lezen wij onder meer in Jesaja:

 

7 Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, ????, doe al deze dingen. (Jes.45:7)

 

6 Weeklaag, want de dag van ???? is nabij; als een verwoesting van de Almachtige komt hij. 7 Daarom zullen alle handen slap worden en elk hart van stervelingen zal wegsmelten. 8 En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen ineenkrimpen als een barende vrouw. Verbijsterd zullen zij elkaar aanstaren, hun gezichten zullen vlammen. 9 Zie, de dag van ???? komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen. 10 Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. 11 Ik zal de wereld haar slechtheid vergelden, en de goddelozen hun ongerechtigheid. Ik zal de trots van de hoogmoedigen doen ophouden, en de hooghartigheid van de geweldplegers zal Ik vernederen. 12 Ik zal stervelingen schaarser maken dan zuiver goud en mensen zeldzamer dan het fijne goud van Ofir. 13 Daarom zal Ik de hemel doen sidderen, en de aarde zal lostrillen van haar plaats om de verbolgenheid van ???? van de legermachten, en om de dag van Zijn brandende toorn. (Jesaja 13:6-13)

 

In Joël lezen we eveneens dat de zon en de maan hun licht niet geven:

 

14 Menigten, menigten in het dal van de dorsslede, want de dag van ???? is nabij in het dal van de dorsslede. 15 Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken. 16 ???? zal vanaf Tsion (Sion) brullen als een leeuw, vanuit Yerushalayim (Jeruzalem) zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar ???? is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. (Joël 3:14-16)

 

In Openbaring lezen we ook dat de zon en de maan hun licht niet geven. Dit staat direct na het martelaarschap van de heiligen.

 

9 En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden. 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? 11 En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden. 12 En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, 13 en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. 14 En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. 15 En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. 16 En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. 17 Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven? (Openbaring 6:9-17)

 

Jesaja spreekt opnieuw uit dat de hemelen zullen vergaan tijdens deze tijd van grote verdrukking.

 

2 Want de grote toorn van ???? richt zich tegen alle heidenvolken, Zijn grimmigheid tegen heel hun legermacht. Hij heeft hen met de ban geslagen, hen overgegeven ter slachting. 3 Hun gesneuvelden zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opstijgen. De bergen zullen wegsmelten door hun bloed. 4 Heel het sterrenleger aan de hemel zal vergaan. De hemel zal opgerold worden als een boekrol, en heel zijn leger zal vallen, zoals bladeren vallen van een wijnstok, en zoals vijgen vallen van een vijgenboom. 5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in de hemel. Zie, het zal neerdalen op Edom, op het volk dat Ik geslagen heb met de ban, als een oordeel. (Jesaja 34:2-5)

 

Hierboven lezen we dat de zon in een haren zak is veranderd. Wat betekent dit? Het beschrijft een zonsverduistering.

 

Het is duidelijk dat het verduisteren van de zon is (alsof zij in een haren zak zit) en het niet schijnen en in bloed veranderen van de maan verwijzen naar een zonsverduistering en een maanverduisteringen.

 

In het verlengde van wat hierboven vermeld staat, heeft pastor Mark Blitz gevonden dat in 2014 en 2015, VIER totale maansverduisteringen (vier “Bloedmanen”, ook wel een Tetrade genoemd) op rij verschijnen, vergezeld van twee zonsverduisteringen, die allemaal samenvallen met Joodse feesten.

 

Het is buitengewoon zeldzaam dat vier bloedmanen op rij voorkomen. De berekeningen laten zien dat een dergelijk verschijnsel deze eeuw niet meer plaats zal vinden. Pastor Blitz merkte op dat er Tetrades plaatsvonden in 1967-1968, het jaar dat Jeruzalem op wonderbaarlijke wijze in Israëlische handen kwam, en daarvoor in 1949-1950, een jaar nadat Israël haar onafhankelijkheid verklaarde. (Let erop dat de afkondiging plaatsvond op 14 mei 1948 en de Arabisch-Israëlische oorlog, die duurde tot 7 januari 1949, de volgende dag uitbrak)

 

Dat niet alleen, de Tetrade van 1949-1950 viel, evenals die van 2014-2015, precies op

Pascha of het Loofhuttenfeest. Pastor Blitz merkt verder op, dat we terug moeten gaan tot de 16e eeuw om weliswaar zes Tetrades te vinden (wat betekent dat er geen waren tussen de 17e en 20e eeuw), maar geen daarvan viel op Joodse feesten.

 

Ik heb voor u de passages uit de Schrift aangehaald die de zonverduistering beschrijven en dat de maan haar licht niet meer geeft. Daarna heb ik u laten zien wat de Bijbel zegt over de bloedmanen, die altijd een voorteken zijn van naderend onheil.  Voeg daaraan toe het citaat uit Jesaja, waar hij rookzuilen noemt. Het zal u niet verbazen dat we in dit kader meer van hetzelfde ontdekken. In Openbaring wordt de rook beschreven die resulteert uit het verbranden en vernietigen van Babylon:

 

8 “Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is ???? Elohim, Die haar oordeelt. 9 En de koningen van de aarde die hoererij met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben, zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen zien. 10 Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.” (Openbaring 18:8-10)

 

Wij weten dat de Zon en de Maan hun licht niet zullen geven in de laatste dagen en dat Yehovah ons in Daniel zegt de dagen van elke maand te tellen. Dat doen we door aan het begin van de maand te zoeken naar de eerste zichtbare Maansikkel (kortweg de zichtbare maan genoemd). Toch kan het gebeuren, dat het licht van de maan niet gezien kan worden door vulkanische as die de hemel verduistert. Veel naties zullen op dat moment worden vernietigd door oorlogen. Ze gaan in vlammen op. Babylon zal plotseling worden vernietigd en zal ook branden – wellicht nog erger dan de rest, vanwege de schaal van haar ongerechtigheid. De verbranding van Babylon en de vernietiging van andere steden op een wereldwijde schaal, gekoppeld aan de vulkanische activiteit die over de hele wereld plaatsvindt, levert rook op die zo dik is, dat de Zon en de Maan niet langer zichtbaar zijn. Toch hoeven we ons niet geheel in het duister gelaten te voelen, want wij weten nu dat, wanneer de Maan niet zichtbaar is op de negentwintigste dag van de maand als gevolg van rook of van een bewolkte lucht, dat de maand dan standaard tot een maand van dertig dagen wordt.

 

In het boek Daniel staat dat wij 3,5 jaar of 42 maanden lang de maan niet zullen kunnen waarnemen om het begin van de maand te bepalen. Maar hoe moeilijk en zwaar deze tijden ook voor ons en voor de hele mensheid zullen zijn, niettemin wordt van ons verwacht dat we weten wanneer wij de Heilige Dagen in de eerste en zevende maand van elk jaar moeten houden. Yehovah gaat in die tijd machtig optreden en wij moeten ervoor zorgen dat we daar klaar voor zijn.

 

Zoals de maan ten tijde van Noach en de Grote Vloed niet zichtbaar was (en hij dus niet kon zien wanneer de maand begon), zo zal het ook voor ons zijn in de laatste dagen. Het is voor ons dan onmogelijk om met het blote oog of met een telescoop te bepalen wanneer de maand moet beginnen, aangezien de maan geheel verduisterd wordt ofwel door de massief aanwezige rook van vulkanische uitbarstingen ofwel van steden die over de hele wereld op een ongekende schaal in brand staan, erger dan alles wat de mensheid ooit voor of sinds de dagen van Noach heeft meegemaakt. En er wordt niet gezegd hoe ver het gecombineerde effect van stedelijke gebieden door vuur wordt geteisterd en vulkanische activiteit, waardoor de branden op zowel stedelijke als plattelandsgebieden kunnen plaatsvinden.

 

Te veronderstellen dat alle jaren 360 dagen moeten zijn, is niets meer dan een verkeerde veronderstelling gebaseerd op een foutief en onvolledig begrip van dingen. Daniel noemt ons de 1.260, 1.290 en 1.335 dagen met een zeer specifiek doel en om een goede reden, namelijk wegens de mogelijkheid dat de Maan niet altijd zichtbaar zou zijn en omdat de gerst niet beschikbaar zou kunnen zijn om het nieuwe jaar uit te roepen, zoals ik al in de vorige hoofdstuk, Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren, heb uitgelegd.

 

Hoofdstuk 7 – De Joodse rabbijnse Feestdagen zijn niet kosher

 

Met al deze achtergrondinformatie over de kalender (en de verwarring daarover) in gedachten, gaan wij nu vergelijken wat de rabbijnen hebben gedaan met wat er oorspronkelijk was ingesteld. Zodra wij dit verschil goed voor ogen hebben, gaan we inzien waarom het Joodse volk nog steeds zo vervolgd wordt. De reden is, dat zij de Heilige Feestdagen niet houden – dat wil zeggen: niet op de momenten die Yehovah aan hen (evenals aan ons allen) heeft voorgeschreven in de Torah. En toch houden zij deze dagen zo goed mogelijk. Wij als niet-Joden hebben niet eens geprobeerd ze te houden en de wetten van Yehovah na te leven. De straffen die als gevolg daarvan over ons komen, zijn bedoeld om ons tot berouw te brengen en terug te laten keren naar de ware wegen van de Torah.

In Exodus wordt ons verteld wanneer het jaar begint:

2 “Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar.” (Exodus 12:2)

Yehovah sprak tegen Mozes over de maand Aviv – ook bekend als Nissan. In deze maand vindt het Pascha plaats. Het gaat hier niet over het begin van de maand Tisjri, over wat Juda nu Rosj haSjana (Nieuwjaar) noemt. Rosj haSjana houden op de eerste dag van de zevende maand van Tisjri is niets anders dan een daad van rebellie tegen de Schepper.

Leviticus zegt ons, wanneer wij Pesach moeten houden. Wij moeten veertien dagen tellen vanaf de eerste dag van Aviv (de eerste maand). Die dag is het begin of het “hoofd” (rosh) “van het jaar” (hasjana).

 

5 “In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond (letterlijk: tussen de avonden), is het Pascha voor Yehovah.” (Leviticus 23:5)

 

Maar als je, zoals de Hebreeuwse kalender dat doet, de maand begint met het moment van de conjunctie van de maan, dan kan dat één tot drie dagen afwijken van het moment dat de eerste maansikkel wordt waargenomen. Dit is de zoveelste afwijking in de lijst die wij onder de loep nemen. Deze afwijking komt voort uit het gebruiken van de berekende conjunctie maan methode in plaats van de Schriftuurlijke zichtbare maan methode voor het bepalen van het begin van de maand.

6 “En op de vijftiende dag van die maand is het Feest van de ongezuurde broden voor Yehovah. Zeven dagen lang moet u dan ongezuurde broden eten. 7 Op de eerste dag moet u een heilige samenkomst hebben. Geen enkel dienstwerk mag u dan doen.” (Leviticus 23:6,7)

 

In de volgende verzen wordt de afwijking alleen maar duidelijker:

 

10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van Yehovah bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10,11)

 

Precies om deze reden is het absolute noodzaak  dat de gerst rijp is om het “hoofd van het jaar” in te luiden. Als dat niet zo is, dan kun je dit gebod niet eens houden.

De “dag na de sabbat” is de eerste dag van de week. Juda (het Jodendom) beweert met kracht dat het hierbij gaat om de dag na de eerstvolgende hoogheilige dag, dat is de dag na de vijftiende aviv, zoals vermeld in Leviticus 23:6 hierboven. En zij baseren deze bewering op de volgende passage in Jozua:

 

10 “Terwijl de Israëlieten in Gilgal hun kamp hadden opgeslagen, hielden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, in de avond, op de vlakten van Jericho”. (Jozua 5:10)

 

Velen van jullie weten al, dat het Pascha op elke dag van de week kan vallen. In dat jaar viel Pesach, zoals vermeld in Leviticus 23:5, op de wekelijkse sabbatdag. Maar om aan de opvatting vast te houden, dat de beweegschoof plaatsvond op de 16e dag van Aviv, en niet op de dag na de wekelijkse sabbat, moeten de rabbijnen ook de volgende aanvullende passages uit Leviticus negeren:

 

10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen.” (Leviticus 23:10)

 

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. 16 Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u Yehovah een nieuw graanoffer aanbieden”. (Leviticus 23:15,16)

 

De “dag na de zevende sabbat” kan te allen tijde slechts een zondag zijn, ofwel: de eerste dag van om het even welke week. Punt uit. Pinksteren kan niet anders dan op de eerste dag van de week vallen, willen wij gehoorzamen aan wat hierboven uit Leviticus wordt geciteerd.

Maar Juda kiest ervoor om hieraan niet te gehoorzamen en houdt liever vast aan de valse leer van de zesde Sivan, op basis van de verkeerd toegepaste visie op Jozua 5:10, die ik eerder aanhaalde. Door volgens hun methode het tellen te starten op de vijftiende Nissan, kan het niet anders dan dat je uitkomt op de zesde dag van Sivan (de derde maand), een datum die op elke willekeurige dag van de week kan vallen, wat niet voldoet aan “tot de dag na de zevende sabbat telt u vijftig dagen”.

De volgende passages uit Leviticus vertellen ons, wat we moeten weten met betrekking tot de Heilige Feestdagen in de herfst:

 

24 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst”. (Leviticus 23:24)

 

Nergens in Zijn Woord zegt Yehovah ons dat dit het begin van het jaar moet zijn. Het is de zevende maand, niet de eerste maand. Toch beweren de rabbijnen dat Rosj haSjana het begin (“hoofd”) van het jaar is.

 

27 “Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en Yehovah een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van Yehovah, uw God, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond”. (Leviticus 23:27-32)

 

Deze dag geldt als de allerheiligste dag van het jaar in Juda, die loopt van zonsondergang tot zonsondergang. Deze dag wordt als zo bijzonder beschouwd, dat het hele leven tot stilstand komt. Maar, zoals ik zal aantonen, hebben ze opnieuw het gebod om de juiste dag te houden overtreden.

 

34 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen lang Loofhuttenfeest voor Yehovah. 35 Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen. 36 Zeven dagen lang moet u Yehovah vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en Yehovah een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen”. (Leviticus 23:34-36)

 

Vanaf het begin heb ik laten zien dat Yehovah het zonde noemt als je een van deze Heilige Feestdagen, die genoemd worden in Leviticus 23, houdt op de verkeerde  dag. De Hebreeuwse kalender zorgt ervoor dat iedereen, die zich daaraan houdt, zondigt door elke Heilige Feestdag op de verkeerde dag te vieren, soms wel met een afwijking van drie dagen, vanwege het gebruik van de conjunctie-maan als begin van de maand versus de zichtbare maan. Het niet houden van de Heilige Feestdagen (vastgestelde tijden) op de door Yehovah in Leviticus 23 bevolen dagen is hetzelfde als het houden van de wekelijkse sabbat op een andere dag van de week dan op de zevende dag (zaterdag). Het is echter verkeerd en een zonde dit te doen en men overtreedt er het vierde gebod mee.

Door dus om te beginnen het verkeerde beginpunt van de conjunctie maan te gebruiken in plaats van de waarneembare maan, vervalt ieder die de Hebreeuwse kalender volgt tot zonde door de Heilige Feestdagen jaarlijks op de verkeerde dag te houden, tot wel drie dagen verwijderd van de juiste dag. Maar alsof dat nog niet genoeg is, doen de rabbijnen daar nog een schepje bovenop wat betreft de Heilige Feestdagen in de herfst, wat de afwijking alleen nog maar groter maakt.

Naast de lange-termijnafwijking van de populaire Joodse kalender weg van het hemelse uurwerk, heeft deze andere eigenschappen waar wij een probleem mee hebben.

Daarbij horen ondermeer de zogenaamde dachiyot (dehioth) of uitstelregels. Deze vertragen kunstmatig datums om tegemoet te komen aan de gevoeligheden van bepaalde mondelinge tradities. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat Yom haKippurim (Jom Kippoer) op een vrijdag of een zondag kan plaatsvinden om de uitdagingen te omzeilen die verband houden met de wekelijkse Sabbat. De laatste dag van Soekot mag niet op een Sabbat vallen. Om dit te voorkomen  wordt Yom Teru’ah (algemeen bekend als Rosj haSjana) standaard vastgesteld op een zondag, een woensdag of een vrijdag. Omdat Yom Teru’ah de eerste dag is van de maand Tishrei (Tisjri), de zevende maand, verschuift deze afspraak de kalendermaand weg van de

natuurlijke maanmaand. Zulke niet in de Bijbel voorgeschreven aanpassingen zijn voor ons onaanvaardbaar.

(http://yahoshuafoundation.org/calendararticle.pdf)

Zoals al eerder gezegd, wordt elk van de Heilige Feestdagen in de herfst uitgesteld of verplaatst tot maar liefst drie dagen toe. Deze uitstelregels worden niet toegepast op de Heilige Feestdagen in het voorjaar.

Ik nodig je uit de “Dehioth: De Uitstelregels” (The Rules of Postponement) nu zelf te lezen. Let daarbij vooral op de tweede regel, waarin de nieuwe maan genoemd wordt. (Oorspronkelijke tekst: http://www.ironsharpeningiron.com/postponements2.htm)

 

Dehioth: De Uitstelregels

 

Laten we beginnen met wat achtergrondinformatie over het uitstel en waarom sommige Joodse leiders zich genoodzaakt voelden om Gods heilige dagen uit te stellen. De Heilige Dag-regeling voor het jaar is bepaald door regels die zijn ontworpen om te voorkomen dat Jom Kippoer (verzoendag) direct voor of na de sabbat valt. Zij veranderden Gods Heilige Feestdagen om tegemoet te komen aan hun eigen behoeften, zoals die in die periode van de geschiedenis in de samenleving bestonden.

 

Er zijn zeven uitstelregels, maar wij (zullen alleen maar kijken naar) de eerste vier.

 

DE EERSTE REGEL

 

Deze regel legt uit dat Bazuinendag (Rosj haSjana), de eerste dag van het (joodse) nieuwjaar,

niet mag vallen op zondag, woensdag of vrijdag. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op zondag zou vallen, dan zou Hosha’na Rabbah (de zevende dag van het Loofhuttenfeest) op zaterdag vallen en dit moet worden vermeden omdat het de juiste viering van dit “Festival van de Wilgen” (laatste dag Loofhuttenfeest) zou voorkomen. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op woensdag zou vallen, dan zou Grote Verzoendag (Jom Kippoer) op een vrijdag vallen, wat onnodige moeilijkheden zou veroorzaken, omdat er dan twee opeenvolgende dagen zouden zijn met serieuze inperkingen. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op een vrijdag zou vallen, dan zou Grote Verzoendag (Jom Kippoer) op zondag vallen. Ook dan zouden we twee opeenvolgende dagen hebben met serieuze inperkingen. Om die reden wordt, wanneer de Nieuwe Maan (Molad) op zondag, woensdag of vrijdag valt, de eerste dag van Tisjri (de zevende maand) uitgesteld tot de volgende dag.

 

DE TWEEDE REGEL

 

Als de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri (de zevende maand) op het middaguur of later verschijnt, wordt de volgende dag tot Nieuwe Maan (Rosj Chodesj) uitgeroepen. Als de Molad (Nieuwe Maan) bijvoorbeeld maandag op het middaguur of later valt, dan wordt dinsdag verklaard tot Rosj Chodesj (Nieuwe Maan). De reden is dat als de Molad (Nieuwe Maan) vóór de middag valt, het zeker is, dat de Nieuwe Maan dan in een deel van de wereld voor zonsondergang van dezelfde dag zichtbaar zal zijn. Als echter de Nieuwe Maan (Molad) na het middaguur plaatsvindt, is de Nieuwe Maan elders niet zichtbaar voor zonsondergang van dezelfde dag. Als de volgende dag de zondag, woensdag of vrijdag is, waarop de eerste dag van Tisjri mogelijk niet mag plaatsvinden, wordt deze verder uitgesteld tot de volgende dag, zodat de eerste van Tisjri de derde dag is vanaf – en inclusief – de dag van de Molad (Nieuwe Maan).

 

DE DERDE REGEL

 

Als de Molad van Tisjri in een gewoon jaar op dinsdag om 3:00 uur plus 204/1080 deel van een uur van de voormiddag of later is, wordt de eerste dag van Tisjri uitgesteld tot donderdag. Het kan niet op dinsdag zijn, want dan zou de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri van het volgende jaar op zaterdagmiddag vallen en de Nieuwe Maan (Rosj Chodesj) zou dan moeten worden uitgesteld tot zondag. Dit zou het betreffende jaar 356 dagen lang maken, dat wil zeggen: meer dan de vastgestelde limiet van 355 dagen.

 

DE VIERDE REGEL

 

Deze regel is van kracht als de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri, in een jaar volgend op een Schrikkeljaar valt op een maandag na 9.00 uur en 589/1080 deel van een uur (d.w.z. het vijftiende uur vanaf het begin van de dag op de avond ervoor). Als dit jaar zou beginnen op maandag, dan zou Bazuinendag (Rosj haSjanah) van het voorgaande jaar zijn gevallen op dinsdagmiddag en zou zijn uitgesteld tot woensdag. Dat zou het huidige jaar 382 dagen lang hebben gemaakt, wat minder is dan het vastgestelde minimum van 383 dagen.

 

Voor meer en uitgebreider onderzoek naar dit onderwerp verwijs ik naar “Conjunctie of Waarneembare Maan – Welke van de twee?” (“Conjunction or Sighted Which”? – Zie http://www.sightedmoon.com/?page_id=22) en “De wederkomst van Yehshua” (“The Return of Yehshua” – Zie http://www.sightedmoon.com/?page_id=20).

 

Nergens in de Torah vinden we ook maar een aanwijzing of hint van Yehovah die zou suggereren dat we alle herfstfeesten kunnen uitstellen om te voorkomen dat een Heilige Feestdag zou vallen op een dag direct grenzend aan de wekelijkse sabbat.

Voor het voorjaar bestaan er geen uitstelregels om te voorkomen dat de hoogheilige dagen van Ongezuurde Broden onmiddellijk voor of na de wekelijkse sabbat vallen. Wij weten al van tevoren dat dit voor Pinksteren altijd een feit is: de wekelijkse sabbat gevolgd door de Heilige Feestdag van Pinksteren op zondag. Deze door de mens gemaakte uitstelregels zijn niet afkomstig van Yehovah. Wij moeten ze niet volgen, want daarmee veranderen wij de werkelijke Heilige Feestdagen en creëren daarmee andere feesten.

 

Wij zien dat Juda keer op keer gestraft wordt in de geschiedenis omdat zij de Heilige Feestdagen niet op het juiste moment houden. Dat gebeurt om hen ertoe aan te zetten om terug te keren naar de waarheid. De opdracht de Heilige Feestdagen te houden wordt ons gegeven in Leviticus 23. Daar staat geen opdracht bij om uitzonderingen te maken of uitstel in te voeren.

Voorbald

De Sabbatsjaren

gedenken

van 2016

2023  2030  2037  2044

 

De vloek breken door gehoorzaamheid

 

 

Jesaja 49:16

Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,

uw muren zijn steeds vóór mij

  

Door

Joseph F. Dumond

Voorwoord

5 “Zie, Ik zend tot u de profeet Elijahoe (Elia), voordat de dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende dag. 6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.”

(Maleachi 4:5-6)

16 “en hij zal vele van de Israëlieten bekeren tot ???? hun Elohim. 17 En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elijahoe (Elia), om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor ???? een toegerust volk gereed te maken.” (Lukas 1:16-17)

3 “Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van ???? , maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze Elohim! 4 Alle dalen zullen verhoogd worden, alle bergen en heuvels zullen verlaagd worden; wat krom is, zal recht worden; wat rotsachtig is, zal tot een vlakte worden. 5 De heerlijkheid van ???? zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van ???? heeft gesproken.” (Jesaja 40:3-5)

19 “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van ????, 20 en Hij ????? de Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. 21 Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover Elohim gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. 22 Want Moshe (Mozes) heeft tegen de vaderen gezegd:  ????, uw Elohim, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. 23 En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. 24 En ook al de profeten vanaf Shemu’el (Samuel) en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd.” (Handelingen 3:19-24)

25 “Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden1 en de wet2 te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.” (Daniël 7:25) (Voetnoten: 1 Dit is een ander woord voor feesten. 2 De wet veranderen is een vorm van wetteloosheid)

Velen zien een toekomstige afgedwongen wet op de zondagsviering als vervulling van deze profetie. Wat ze niet beseffen is dat dit al heeft plaatsgevonden. De Feesten en Festivals (bepaalde tijden) zijn al veranderd en de wetten om ze te houden bevorderen en veroorzaken al wetteloosheid. Wat je in dit boek gaat lezen zal schokkend voor je zijn.

Satan heeft de wetten van Yehovah al veranderd en de meeste mensen hebben daar geen idee of besef van. Dit boek getuigt van de terugkeer naar de oorspronkelijke Torah voor hen die oren hebben om te horen en ogen om te zien. Dit omvat onder andere:

  • Het herstel van alle
  • Het herstel van de sabbat.
  • Het herstel van de sabbatsjaren en jubeljaren.
  • Het herstel van de feestdagen zoals aangegeven in Leviticus 23.

Dit fenomeen is niet het werk geweest van één mens, maar van vele gedurende een periode van vele jaren. Ik durf de bewering aan dat de geest van Elia vanwege Yehovah op hen heeft gerust en door hen heeft gesproken. Van alles wat ik in dit boek ter sprake zal brengen hoop ik van harte dat het op krachtige wijze zal illustreren wat de dwalingen van onze (voor)vaderen zijn en hoe die zijn ontstaan. Ik hoop tevens uitgebreid en grondig aan te tonen wat de Torah werkelijk aanreikt als het erom gaat die dwalingen ongedaan te maken en daar een juist begrip voor in de plaats te zetten. Ik wil je niet alleen een stevig fundament aanreiken om het hart van de Torah te kunnen bevatten, maar ook een stevige basis waar het erom gaat te groeien in inzicht hoe de Torah te volgen en wat dat precies allemaal inhoudt.

Voor mijzelf betekent dat bijvoorbeeld, dat, waar ik ooit geloofde dat de Naam van de Schepper God moest worden uitgesproken als Yahweh, ik er nu van overtuigd ben dat Zijn Naam Yehovah is. Niettemin weet ik dat vele anderen geloven dat Zijn Naam gevonden wordt in een brede variatie aan andere spellingen en uitspraken. Dit als direct gevolg van het feit dat onze broeder Juda ervoor kiest Zijn heilige Naam in het geheel niet uit te spreken, maar in plaats daarvan HaShem (De Naam) te zeggen.

Oorspronkelijk was ik van plan alleen de Hebreeuwse spelling van Zijn Naam  “????“ te gebruiken om niemand te kwetsen, maar nadat ik het boek van Nehemia Gordon – Shattering the Conspiricy of Silence (de Samenzwering van Stilte Verbreken) – had gelezen, realiseerde ik me dat ik dan nog steeds schuldig zou zijn aan het verbergen van Zijn Naam, voor zover het mij gegeven is die te begrijpen. Zodra ons iets wordt duidelijk gemaakt, moeten we daar ook trouw aan zijn in ons leven. Daar niet trouw aan zijn of het verbergen is een zonde.

Bovendien was ik bijzonder geraakt door Gordons boek en wil ik niet langer een “mede-samenzweerder” zijn door de machtige Naam van de Schepper te verbergen. Het is goed om díe versie van Zijn Naam te gebruiken waarvan je overtuigd bent dat het de juiste is. Wat mij betreft zal ik in dit boek Yehovah gebruiken, behalve bij aanhalingen uit een bepaalde Bijbelvertaling (bijvoorbeeld de Herziene Statenvertaling 2010) of een aanhaling van iemand anders die een andere versie van Zijn Naam gebruikt. Daarbuiten zal ik niet van deze lijn afwijken.

Ons wordt in Psalmen voorgehouden, dat, als we de Naam van Yehovah vergeten en daarvoor in de plaats een andere naam gebruiken, Hij ons hart zal onderzoeken om erachter te komen met wie wij proberen te communiceren.

21 Als wij de Naam van onze Elohim hadden vergeten en onze handen hadden uitgebreid naar een vreemde god, 22 zou Elohim dat niet onderzoeken? Want Hij weet wat er in het hart verborgen ligt. (Psalm 44:21-22)

In 1 Korinthe wordt ons voorgehouden:

10 De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van Elohim. (1 Korinthe 2:10)

 

Ik wil niet dat er over Zijn bijzondere en apart gezette (heilige) Naam wordt getwist, maar heb kort geleden besloten om niet langer geheim te houden wat ik geloof over Zijn heerlijke Naam. Ons wordt opgedragen Zijn Naam aan te roepen. Als we die niet kennen, kunnen we die ook niet aanroepen. Ik heb me ook ten doel gesteld in dit boek alleen de waarheden die Yehovah mij heeft geopenbaard weer te geven en te bewijzen. Het is niet mijn bedoeling om respectloos te spreken over een bediening, een leraar of een groep mensen die juist díe zaken geloven die ik als vals ontmasker. Stel dat Yehovah “waarheden” bekend zou maken – zoals wat ik in dit boek uiteen ga zetten – en die zouden er toe leiden dat je geestelijk terug zou keren tot de leugens die je vroeger geloofde, dan is dat ronduit slecht. Test en beproef dus mijn woorden. En als je dat hebt gedaan en ze waar hebt bevonden, gehoorzaam ze dan. Mag de Schepper Yehovah Zelf je leiden in de bestudering van deze waarheden. En zoals mijn website duidelijk stelt: Toets alle dingen ….  en ….

Inleiding

Ik, Joseph F. Dumond, ben geboren in 1958 en Rooms Katholiek opgevoed. In 1978 trouwde ik, na te zijn geslaagd aan de Orangeville High School in Ontario, Canada, met de schoolliefde van mijn leven, Barbara. We kregen een dochter in 1981, een zoon in 1982 en later, in 1990, nog een zoon.

In 1982 hoorde ik via mijn autoradio ’s-avonds laat voor het eerst Herbert Armstrong onderwijs geven over de sabbat, toen ik op weg was naar werk in Oost Ontario. Een paar dagen later luisterde ik weer naar hem, toen ik op weg was naar huis na mijn werk. Ik vroeg materiaal aan omdat ik me verplicht voelde te bewijzen dat hij ongelijk had over de sabbat. Ik werkte zeven dagen per week als opzichter over mensen die werkten aan een gaspijpleiding. Het was onmogelijk een dag vrij te nemen om op zaterdag naar de kerk te gaan. Maar uiteindelijk, na zes maanden onafgebroken studeren, kon ik er niet meer omheen: Yehovah is er altijd volkomen helder over geweest dat wij allemaal de sabbat zouden moeten houden. Ik kon niet anders meer dan tot de conclusie komen dat de sabbat, de zevende dag, (zaterdag) nooit was veranderd en dat de Rooms Katholieke Kerk er verantwoordelijk voor was dat de sabbat zaterdag was veranderd in de zondag – een valse sabbat die door alle Christelijke kerken nog steeds gehouden wordt, ook nadat zij het Rooms Katholieke juk van zich afgeworpen hebben.

Zodra Yehovah een deur opende, nam ik deel aan de samenkomsten van de Worldwide Church of God en niet lang daarna hoorde ik over de Feesttijden. Doordat ik over deze feesten – die zonder uitzondering te vinden zijn in Leviticus 23 – hoorde, leerde ik van het goddelijk geïnspireerde plan van Yehovah met de mensheid en hoe dit allemaal in elkaar paste. Daarna dacht ik geruime tijd dat ik Zijn plan wel in zijn geheel kende, tot ik de sabbatsjaren begon te begrijpen – zowel verleden als toekomst. Het laatste sabbatsjaar duurde van Aviv (Maart-April) 2009 tot Aviv 2010. Dat was ook het eerste sabbatsjaar dat ik ooit heb gehouden.

Vanaf dat moment begon ik elke week serieus te studeren en regelmatig naar de kerk te gaan (van 1982 tot 1994). Toen voelde ik me gedwongen de Worldwide Church of God te verlaten, omdat ze – ergens onderweg – steeds meer op de Rooms Katholieke Kerk gingen lijken, die ik in 1982 al verlaten had. In deze tijd werd mij ook verteld dat alles wat de Worldwide Church of God mij geleerd had “verkeerd” was.

Daarom bezocht ik de volgende twee jaar geen enkele kerk meer en ging weer zeven dagen per week werken. Maar in 1996 voelde ik, terwijl de Feesten snel dichterbij kwamen, een diep verlangen om opnieuw de sabbat en de Feesten te gaan houden. Maar ik had in de verste verte geen idee waar ik heen kon of wie ik erover kon vragen, dus begon ik maar met de Feesttijden te houden door mijn auto ergens aan het eind van een doodlopende weg te parkeren en daar te bidden en Yehovah met heel mijn hart aan te roepen.

In die tijd moest ik alles wat ik tot op dat moment als waarheid had omarmd opnieuw overdenken. En dat moest zonder enige kerkelijke literatuur van welke groep dan ook, zonder voorgekauwde preken of geleerde lezingen. Ik moest de sabbat bewijzen uit de Bijbel zelf en uit andere geloofwaardige bronnen, zoals encyclopedieën. Terwijl ik daar intens mee bezig was, hoorde ik van de Ark van Noach, de doortocht door de Rietzee, Jabal Al Lawz in Saoedi Arabië, de echte berg Sinaï en vele andere zaken die in mij een onverzadigbaar geestelijk verlangen wekten om alles wat de Bijbel beweerde als waar te bewijzen.

Een paar jaar later, in september 2001, volgde de aanslagen op het World Trade Centre en vreesde ik dat er oorlog uit zou breken. Maar ik had geen idee welk antwoord wij als individuen of als natie hierop zouden kunnen of zouden moeten geven. Ik hield het niet langer uit en belde een paar vrienden die mij vertelden dat zij de United Church of God bezochten – één van de vele splintergroepen die waren ontstaan uit het uiteenvallen van de Worldwide Church of God. Er zijn inmiddels meer dan 800 Church of God groeperingen, die natuurlijk allemaal beweren de enige “ware” kerk te zijn.

Toen ik de United begon te bezoeken was mijn zoektocht naar de waarheid echter alles behalve voorbij. Ik bleef zonder onderbreking verder zoeken en alles nauwgezet onderzoeken. Met behulp van het Internet, dat net door zijn kinderziektes heen begon te raken, werd het ieder volgend jaar makkelijker om de informatie op te graven waar mijn ziel zo wanhopig naar op zoek was. In deze tijd begon ik korte artikelen te schrijven voor het United Good News (Goed Nieuws) magazine, dat al een wereldwijde lezerskring had gevormd, bestaande uit voornamelijk United Church of God broeders. Daardoor begon ik de “macht van de pen” in te zien en ging ik op meer regelmatige basis artikelen schrijven voor United. In die tijd begonnen ze me erop voor te bereiden ouderling in de kerk te worden.

Maar in 2004 drong het tot me door dat mijn groei tot stilstand was gekomen. Ik stagneerde geestelijk en er was zonde in mijn hart, die ik probeerde te rechtvaardigen en te excuseren. In december 2004 somde ik in een artikel al mijn zonden op en las dat artikel in zijn geheel voor aan mijn toenmalige pastor. Ik besloot vastberaden nooit meer op mijn oude paden terug te keren. Ik deed hetzelfde wat Daniël had gedaan toen hij de zonden van Israël bekende met als enige verschil dat ik mijn eigen zonden opbiechtte.

Direct daarna hoorde ik van de Zichtbare Maan – als alternatief voor de Conjunctie Maan – als de Bijbelse manier van het bepalen van elke nieuwe maand. Dit was voor mij een belangrijk keerpunt, vooral als je bedenkt hoe groot het gewicht is van de keuze waar je voor staat. Een slechte keus kan de kalender van de Feesttijden veranderen. Voor mij betekent dat hetzelfde als wanneer je de sabbat op een zondag zou vieren. Als je de feesttijden op verkeerde dagen zou vieren, zou je nog steeds het doel missen, met andere woorden: zondigen.

Maar ik had nog geen Bijbels bewijs gekregen.

Zelfs nadat ik mezelf een enorme hoeveelheid leesmateriaal en intense studie had opgelegd, kon ik nog steeds niet bewijzen wat de juiste visie was. Dus trok ik mij terug in gebed. Binnen een paar dagen sprongen de Bijbelpassages me bijna van de bladzijden tegemoet en gaven ze me een direct antwoord op deze vraag. Het antwoord dat ik had gezocht stond in Jesaja 7 en Openbaring 12. Maar dat antwoord was tegelijk een test voor mij. Met de hulp van de Heilige Geest had ik voor mezelf zonder ook maar de minste twijfel bewezen dat de Zichtbare Maan DE maan moest zijn die bepaalt wanneer de Feesttijden gehouden moeten worden. Maar Pesach 2005 stond voor de deur toen er een conflict ontstond. Er was een verschil van 30 dagen tussen de Zichtbare Maan kalender en de Hebreeuwse kalender die de meeste groeperingen nu nog steeds gebruiken. Ik raakte daardoor behoorlijk van streek, omdat ik had gehoopt dat, als ik de Zichtbare Maan kalender zou houden, dat bijna ongemerkt aan de United Church of God broeders, die de Hebreeuwse ofwel Conjunctie Maan kalender houden, voorbij zou gaan.

Omdat ik nog niet 100% zeker was, hield ik dat jaar beide kalenders om te zien wat het resultaat zou zijn. Het aanhouden van de Conjunctie Maan (de Hebreeuwse kalender) was berekend op dertig dagen na de Zichtbare Maan kalender. Dus Pesach en de Dagen (het Feest) van de Ongezuurde Broden – volgens het rijp zijn van de gerst en de zichtbare nieuwe maan – zouden een maand vroeger vallen dan de Hebreeuwse of Conjunctie Maan berekende kalender aangaf.

Zodra ik Pesach hield volgens de Zichtbare Maan kalender, gaf de Heilige Geest mij de openbaring over de Sabbatsjaren en de Jubeljaren en hun verband met de vloekuitspraken van Leviticus 26. Ik kon het nauwelijks geloven, maar ik kon het evenmin afwijzen of als vals bewijzen.

Ik begon instinctief al mijn aantekeningen uit te werken volgens wat ik aan het ontdekken was. Dat was geen toeval, want die notities zouden later een integraal deel uitmaken van de nieuwsbrieven op mijn website. Terwijl ik daarmee bezig was begon ik onweerlegbaar bewijs te zien dat overal om mij heen de vervloekingen van Leviticus 26 aan het gebeuren waren, en ik dacht ondertussen dat ik het me allemaal verbeeldde. Ik was ten slotte geen theoloog, geen geleerde of eschatoloog. Evenmin was ik pastor, priester of rabbi. Ik was niets meer dan een gewone arbeidersjongen die greppels graaft. Hoe zou ik ook maar kunnen beginnen te begrijpen wat niemand anders scheen te bevatten of waar niemand ook maar enige kennis van had?

13 Toen zij nu de vrijmoedigheid van Kefas (Petrus) en Yochanan (Johannes) zagen en merkten dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zij zich. (Handelingen 4:13)

27 Maar het dwaze van de wereld heeft Elohim uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft Elohim uitverkoren om het sterke te beschamen.

(1 Korinthe 1:27)

Tijdens het Loofhuttenfeest volgens de Zichtbare Maan kalender dat jaar (2005) vroeg ik de gastheer of ik hem kon spreken over dit nieuwe inzicht dat ik had verkregen over de sabbatsjaren. Hij schreef me terug en zei dat ik onderwijs moest geven over wat mij getoond was aan een hele groep mensen die te gast zou zijn bij Sukkot (Loofhuttenfeest) in New Hampshire dat jaar. Ik had nooit eerder gesproken op een van Yehovah’s feesten en keek er bepaald niet verlangend naar uit. Dat maakte ik de gastheer ook duidelijk, maar hij stond erop dat ik deze leer zou delen met iedereen die dat jaar aanwezig zou zijn.

Om die reden voelde ik opnieuw de behoefte om mij terug te trekken voor gebed. Het was tijdens die gebedstijd dat ik als het ware (als Gideon) een schapenvlies voor Yehovah neerlegde, alsof  ik daarmee zeggen wilde: “Hier ben ik, zend mij”, als het inderdaad waar was dat er niemand anders was die dit leerde. Op dat moment was er bij mij meer openheid en bereidheid te delen wat ik had geleerd, zelfs over de bijbehorende beangstigende profetieën en hun relatie tot het eind van deze tijd. Uiteindelijk was mijn definitieve antwoord: “Ja”, maar alleen als Yehovah werkelijk niemand anders had die bereid was, in staat was en het inzicht had om het te doen, zelfs als dat betekende dat ik het risico liep een dwaas genoemd te worden. Als het inderdaad Zijn bedoeling was dat ik dit zou doen.

Eerlijk gezegd is het nog maar kort geleden dat ik de hele tekst heb gelezen die Yehovah tegen Jesaja uitsprak, toen Jesaja tegen Yehovah zei: “Hier ben ik, zend mij.”

8 Daarna hoorde ik de stem van ????. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. 9 Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. 10 Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe,  en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen. 11 Toen zei ik: Hoelang, ????? Hij zei: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het land verworden is tot een woestenij. 12 Want ???? zal de mensen ver weg doen gaan, en de verlatenheid in het land zal groot zijn. 13 Al zal daarin nog een tiende deel over zijn, het zal weer verwoest worden. Maar zoals van de eik en de haageik na het omhakken een stronk overblijft, zal hun stronk een heilig zaad zijn. (Jesaja 6:8-10)

Yehovah gaat een boodschap sturen die de mensen wel zullen horen, maar niet zullen begrijpen. Ze zullen vet worden van hun kennis, vele dingen leren, maar ze toch niet begrijpen, zodat ze zich zouden bekeren en worden genezen. Met andere woorden: ze zullen precies de mensen zijn die:

7 … altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen. (2 Timotheüs 3:7)

 

Het is bijzonder opmerkelijk wat Yehovah hier zegt. We zouden er goed aan doen hier onze oren te spitsen en ons door Yehovah te laten waarschuwen!

De volgende Schriftplaatsen uit Timotheüs springen mij ook in het oog:

1 En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. 2 Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, 4 verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van Elohim. 5 Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af. 6 Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden. (2 Timotheüs 3:1-6)

12 En ook allen die godvruchtig willen leven in Messias ?????, zullen vervolgd worden.13 Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid. (2 Timotheüs 3:12-13)

5 Want het land is ontheiligd door zijn inwoners: zij overtreden de wetten1, zij veranderen2 elke verordening, zij verbreken het eeuwige verbond3. (Jesaja 24:5) (Voetnoten: 1Torot – meervoud van Torah, instructie. 2Jeremia 23:36. 3Dit is de enige reden die in heel de Schrift staat, waarom de aarde zal worden verbrand in de dag van het gericht. Zie ook: Jesaja 13:9, 13:11, 26:21, 66:24; Micha 5:15; Zefanja 1:2-18)

6 Daarom verteert de vervloeking het land en moeten zijn inwoners boeten. Daarom zullen de inwoners van het land verbrand worden, zodat er weinig stervelingen zullen overblijven. (Jesaja 24:6)

Dat jaar onderwees ik de sabbatsjaren – ook wel ‘Shmita’ genoemd – op het feest in New Hampshire en tevens in Israël, dertig dagen later, vanwege het feit dat ik de Feestdagen van beide kalenders hield: zowel volgens de Zichtbare Maan kalender als volgens de Hebreeuwse kalender. Op deze feesten ontmoette ik voor het eerst de mensen die zichzelf identificeerden met een groeiende beweging: de Hebrew Roots Movement (Hebreeuwse Wortels Beweging) en sprak met hen. Deze beweging was nog maar net ontstaan en begon toen net vorm te krijgen.

In 2006 sprak ik opnieuw over de sabbatsjaren in Windsor, Ontario en daarna in Toronto. De groeperingen in Toronto waren samengesteld uit vroegere leden van de splinterkerken van de Worldwide Church of God en daar kreeg ik te maken met de eerste echte weerstand. Zij wilden niets weten van de sabbatsjaren.

Steeds als mij vragen werden gesteld waar ik geen antwoord op had ging ik daar naar op zoek, zodat ik de volgende keer een goed doortimmerde verdediging zou hebben voor wat de Geest mij wilde laten zeggen in de kerk of bij de aanwezige groep mensen. En als ik ondanks vele uren lezen toch geen antwoord kon vinden, bad ik daarvoor en kreeg ik binnen een dag het antwoord waar ik naar zocht via een of andere studie of zelfs via een christelijke radiozender waar ik naar luisterde.

In juli 2006 wilde de United Church of God dat ik ofwel zou stoppen met spreken over deze zaken ofwel zou vertrekken, dus volgde ik mijn voeten richting de uitgang. Diezelfde week zette ik mijn website op:

http://cdf.72f.myftpupload.com

Ik begon educatieve, informatieve en provocatieve artikelen te schrijven over de Zichtbare Maan versus de Conjunctie Maan kalender en ook over de cycli van de sabbatsjaren en jubeljaren.

Voordat ik definitief vertrok had mijn pastor mij regelmatig gevraagd of ik dacht dat ik Elia was. Elke keer dat hij dat vroeg verzekerde ik hem dat ik dat niet was. Maar zoals de zaken er nu voorstaan geloof ik weldegelijk dat ik het voorrecht geniet door Yehovah gerekend te worden tot hen die leven in de laatste dagen. Samen met talloze anderen mag ik, op z’n Hebreeuws gezegd, het herstel van alle dingen helpen inleiden, inclusief de sabbat en de feesttijden volgens de Zichtbare Maan en de sabbatsjaren.

Op Pesach 2007 begon ik een wekelijkse nieuwsbrief te schrijven met de bedoeling dat zeven weken vol te houden – tot Shavuot (Pinksteren). Sindsdien is die nieuwsbrief niet meer gestopt met uitzondering van mijn afwezigheid gedurende de jaarlijkse Feesttijden. Elke week heb ik hierin trouw uitleg gegeven over de sabbatsjaren en de jubeljaren en de profetieën die zij ons hebben onthuld en nog steeds onthullen. Ik leer wekelijks meer over de sabbatsjaren en de zaken die daar direct mee verbonden zijn, en kan die delen met wie er oprecht in geïnteresseerd zijn en erover willen leren.

Mijn website telde in 2009 meer dan 11.000 lezers en nadert nu in 2012 de 2.000.000 hits.

In maart 2012 opende Yehovah voor mij een deur om in twaalf dagen tien steden in de Verenigde Staten te bezoeken en daar te spreken over de sabbatsjaren en de jubeljaren bij The Prophecy Club. Na afloop van deze tournee produceerden zij een DVD getiteld “The Chronological Order of Prophecies in the Jubilees” (De chronologische volgorde van de profetieën in de jubeljaren). Het werd een van hun bestsellers en de boodschap is nog steeds onweerlegd en onveranderd. De DVD is nog steeds verkrijgbaar via mijn website voor wie meer wil leren over de sabbatsjaren en de vervloekingen die het negeren ervan met zich meebrengt.

Veel van de zaken waarover ik op deze DVD gesproken heb zijn al gebeurd. Hoe wist ik dat dit ging komen? Ik heb me tot het uiterste ingespannen om Schriftplaatsen niet buiten hun context te gebruiken en mij ervan te verzekeren dat ik Schriftteksten nauwkeurig aanhaalde. Ik heb er ook een principe van gemaakt de Schrift de Schrift te laten verklaren, in plaats van mijn eigen Bijbelse interpretaties te gebruiken. Die komen namelijk voort uit mijn eigen beperkte begrip van de Schrift. Wij zien immers ALLE maar ten dele, als in een vage spiegel, in raadselen (1 Korinthe 13:12).

In 2009 stelde iemand van mijn lezers voor om wat ik in mijn nieuwsbrieven had geschreven vast te leggen in een boek. Omdat ik nooit eerder een boek had geschreven, wist ik niet of ik dat wel voor elkaar kon krijgen. Maar mijn lezers drongen erop aan dat ik dit zou doen, omdat zij het gevoel hadden dat mijn informatie van cruciaal belang was voor de tijd waarin wij leven. Ik ontdekte al snel dat ik de waarheden van Yehovah’s Woord het meest effectief kon uitdragen door gebruik te maken van de schematische kaarten over de sabbats- en jubeljarencycli, die ik al eerder had ontwikkeld.

Het grootste deel van 2009 werkte ik dus aan het boek, dat in februari 2010 werd gepubliceerd onder de titel The Prophecies of Abraham (De Profetieën van Abraham). Dat boek werd later voorgedragen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur in 2011, vanwege de vele zaken die ik daarin deelde over de vervloekingen van Leviticus 26 en de komende oorlogen.

Hoewel mijn boek de Nobel Prijs niet heeft gewonnen, vind ik het een eer dat het sowieso genomineerd werd en wil ik nogmaals professor Liebenberg danken voor de nobele inspanningen die hij heeft geleverd om anderen ervan te overtuigen mijn boek in aanmerking te laten komen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur. Op de volgende bladzijde heb ik zijn aanbevelingsbrief voor de nominatie van mijn boek The Prophecies of Abraham opgenomen. Zie Appendix A aan het einde van dit boek voor verder informatie over de inspanningen die professor Lieberman hiervoor heeft geleverd.

1

Van de ene valkuil naar de andere.

Toen ik voor het eerst iets van de sabbat begon te begrijpen, leek de plaatselijke synagoge mij de beste plaats om er meer over te leren. Maar de dichtstbijzijnde lag op meer dan een uur rijden, en toen ik eindelijk in de gelegenheid was erheen te gaan werd ik niet bepaald met open armen ontvangen.

Ik geloofde in de Messias en geloofde toen dat zijn naam Jezus was. Pas jaren later kwam ik erachter dat Jezus wel de Griekse naam was voor onze Messias, maar dat Hij voor de volle honderd procent Jood was. Het is prachtig en opwindend te beseffen dat zijn echte naam altijd al heeft bestaan in het Hebreeuws en daadwerkelijk ook een betekenis heeft. Volgens Brad Scott is de naam “Jezus” een door de mens geïnspireerde en gefabriceerde naam. De naam Jezus betekent niets, maar de Hebreeuws-Joodse Messias, die Yeh Shua heet, betekent weldegelijk iets en wel iets dat ongelofelijk belangrijk is:

In het Nederlands betekent dit: “YHWH’s redding” of “YHWH redt”. Ook als je ervan overtuigd bent dat de naam van onze Messias en onze Elohim, de Schepper, anders moet worden uitgesproken, dan nog doet het me deugd dat we allebei weten dat zij échte namen hebben, waarmee wij ze aan mogen roepen. Maar ik ga niet in discussie over de “juiste” uitspraak of spelling van hun namen. Tenzij het om een directe aanhaling gaat, gebruik ik in dit boek Yehshua voor de Zoon en Yehovah voor de Vader. Punt. Het is in dit geval niet mogelijk het iedereen naar de zin te maken. Zoals ik al eerder zei, blijf ik bij wat Yehovah mij heeft onthuld en daarom schrijf ik dit boek ook voor Hem en niet voor mensen.

Er zijn sommige mensen die geloven dat Rabbi Menachem Mendel Schneerson de Messias was, in weerwil van het feit dat Schneerson dat zelf scherp afwees. Door de eeuwen heen hebben er Joden geleefd die ervan overtuigd waren, dat één van de mensen uit de lijst hieronder de Messias was.

In het Jodendom was een “messias” oorspronkelijk een door goddelijke aanwijzing aangestelde koning, zoals David, Kores de Grote of Alexander de Grote. Vooral na het falen van de Hasmonese Dynastie (37 voor Chr.) en de Joods-Romeinse oorlogen (66-135 na Chr.) veranderde het beeld van de Joodse Messias in iemand die de Joden zou verlossen van de onderdrukking en die de Olam Haba (“toekomstige wereld”) ofwel het Messiaanse Tijdperk in zou luiden.

  • Jezus van Nazaret (ca. 3 v.Chr. – 31 na Chr.), de leider van een kleine Joodse sekte die werd gekruisigd. Joden die geloofden dat hij de Messias was, waren de eerste Christenen, ook wel Joodse Christenen genoemd.
  • Simon van Perea (ca. 4 v.Chr.), een voormalige slaaf van Herodes de Grote die in opstand kwam en werd gedood door de Romeinen.
  • Athronges (3 na Chr.), een herder die rebellenleider werd.
  • Vespasianus (69 – 79 na Chr.), volgens Josephus.
  • Menachem ben Juda (alias Menachem Ben Hezekiah) (133-135 na Chr.), naar werd beweerd de zoon van een valse messias, Judas de Galileeër, nam deel aan een opstand tegen Agrippa II voordat hij werd vermoord door een rivaliserende Zelotenleider.
  • Simon bar Kochba (ca. 132-135 na Chr.) stichtte een Joodse staat die maar een kort leven beschoren was, voordat hij werd verslagen in de tweede Joods-Romeinse oorlog.
  • Mozes van Kreta (ca. 440-470 na Chr.) overtuigde de Joden van Kreta ervan de zee in te lopen in een poging terug te keren naar Israël; na deze rampzalig verlopen poging verdween hij.
  • Ishak ben Yakub (alias Isa al-Isfahani, Abu ‘Isa, 684-705 na Chr.) leidde een revolte in Perzië tegen de Umajjaden Kalief ‘Abd al Malik ibn Marwan.
  • Yudgan (8e eeuw), een leerling van Abd ‘Isa, die diens geloof voortzette nadat hij was gedood.
  • Serene (ca. 720 na Chr.) beweerde de Messias te zijn. Hij stond de uitdrijving van Moslims voor, en het verzachten van diverse rabbijnse wetten, voordat hij werd gearresteerd. Daarna herriep hij dit.
  • David Alroy (ca. 1160 na Chr.) werd geboren in Koerdistan. Hij kwam in opstand tegen de Kalief, maar werd vermoord.
  • Nissi ben Abraham (ca. 1295 na Chr.)
  • Mozes Botarel (1413 na Chr.) uit Cisneros (Spanje). Hij beweerde een tovenaar te zijn die de Namen van God kon samenvoegen.
  • Asher Lämmlein (1502 na Chr.), een Duitser uit de buurt van Venetië die verkondigde dat hij de voorloper van de Messias was.
  • David Reubeni (1490-1541 na Chr.) en Solomon Molcho (1500-1532 na Chr.), avonturiers die rondreisden in Portugal, Italië en Turkije. Molcho werd uiteindelijk op de brandstapel gezet door de paus.
  • Een onbekend gebleven Tsjechische Jood van rond 1650 na Chr. Een blad uit het Joodse Museum van Praag over Solomon Molcho noemt deze naamloze Tsjechische Jood.
  • Sabbatai Zevi (1626-1676 & 1687 na Chr.), een Ottomaanse Jood die claimde de Messias te zijn, maar zich later bekeerde tot de Islam. Hij heeft tot op de dag van vandaag volgelingen onder de Dönme.
  • Barukhia Russo (Osman Baba) (1695-1740 na Chr.), opvolger van Sabbatai Zevi.
  • Jacob Querido (1690 na Chr.) claimde de nieuwe incarnatie van Sabbatai te zijn, bekeerde zich later tot de Islam en werd leider van de Dönme.
  • Miguel Cardoso (1630-1706 na Chr.), een andere opvolger van Sabbatai, die beweerde dat hij de “Messias ben Efraïm” was.
  • Mordecai Mokia (1650-1729 na Chr. of 1678-1683 na Chr.) “de Terechtwijzer”, weer iemand anders die na de dood van Sabbatai beweerde de Messias te zijn.
  • Löbele Prossnitz (1750 na Chr.) verzamelde enige aanhang uit voormalige volgelingen van Sabbatai, noemde zichzelf de “Messias ben Joseph”. 
  • Jacob Joseph Frank (1726-1791 na Chr.) claimde de reïncarnatie van koning David te zijn

en predikte een vorm van syncretisme tussen Christendom en Jodendom.

  • Menachem Mendel Schneerson (1902-1994 na Chr.) de zevende Chabad Rabbi die

probeerde de “weg te bereiden” voor de Messias. Een onbekend aantal van zijn volgelingen geloofde dat hij de Messias was, hoewel hij dit zelf nooit heeft gezegd en deze claims, die al tijdens zijn leven werden gemaakt, zelfs heeft verworpen.

Ik breng dit ter sprake omdat het Jodendom tegenwoordig openlijk afwijzend reageert op hen die de Torah houden – ofwel alle tien de Geboden in de eerste vijf boeken van de Bijbel – en dan vooral op hen die geen Joden zijn en die geloven in Yehshua als de Messias.

Toch blijf de waarheid recht overeind staan. Vele van ons die zichzelf vroeger “Christen” noemden ontwaken nu voor de Torah en gaan als nooit tevoren verstaan hoezeer wij zijn voorgelogen in de denominaties waaruit we geroepen zijn, onverschillig welke dat nu precies was. Dit ontwaken bracht bij vele van ons een intens verlangen met zich mee om gehoorzaam te worden aan de Torah en deelgenoot te worden van het Ware Verbond met Yehovah, de Schepper.

Helaas gaan we er in onze nieuwe geloofsijver ten onrechte vanuit dat het Jodendom alle antwoorden heeft. Gewapend met deze nieuwe, misplaatste geloofsijver, klimmen wij uit de religieuze valkuil die Christendom heet, om ongelukkig genoeg rechtstreeks terug te vallen in een andere religieuze valkuil, die Orthodox Jodendom heet. Geen van beide volgt in de regel Yehovah. Ja, je leest het goed: geen van beide volgt de Torah die Mozes geschreven heeft en die hem rechtstreeks door Yehovah gegeven is op  de berg Sinaï. En als één van die twee de Torah wel volgt, dan doet zij dat slechts gedeeltelijk. Maar je doet de Torah helemaal óf helemaal niet. Want als je één gebod overtreedt, dan overtreed je ze allemaal (Jakobus 2:10).

Vraag: Welk gebod vormt de ultieme test van Yehovah voor heel de mensheid, om te zien of ze Hem zouden gehoorzamen en volgen?

Antwoord: Het vierde gebod.

4 “Toen zei ???? tegen Moshe (Mozes): Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn Torah wandelt of niet. 5 En op de zesde dag moet het zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen.” (Exodus 16:4-5)

De zevende dag, de sabbat zaterdag, is een wekelijkse test om te zien of wij Yehovah zullen gehoorzamen of niet. Misschien zeg je: “Maar Juda houdt zich toch aan het vierde gebod?” Wij zullen nader onderzoeken of ze dat werkelijk doen, of dat ze de Schrift hebben gecorrumpeerd. Daarin staat Juda beslist niet alleen. Het is overduidelijk dat zij die deel uitmaken van het Christendom het vierde gebod niet houden. Om deze reden zegt Yehshua tegen Christenen:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. 15 Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.” (Mattheüs 7:13-20)

21 “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.” (Mattheüs 7:21-27)

23 “Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheüs 7:23)

4 Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. (1 Johannes 3:4)

Het komt aan op het houden van de Tien Geboden – alle tien. Je houdt de Torah (de Wet) als je de geboden gehoorzaamt, en als je ze niet gehoorzaamt, word je wetteloos genoemd.

Wordt aan Juda hetzelfde voorgehouden? Ik ga je laten zien wat het antwoord van de Torah daarop is, dan kun je daarna zelf vaststellen wie de Wet wel houdt en wie niet. Dan weet je ook of het verstandig is blindelings achter een andere religie aan te lopen.

Ons wordt in de Torah en het Brit Chadasha (het Nieuwe Verbond of Nieuwe Testament) geboden onze broeder erop aan te spreken als wij hem zien zondigen.

17 “U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt.” (Leviticus 19:17)

12 “Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken? 13 En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.14 Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat. 15 Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. 16 Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. 17 Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.” (Mattheüs 18:12-17)

We lezen in Clarke’s Commentary wat deze twee verzen ten diepste betekenen.

Clarke’s Commentary On the Bible (Clarkes Commentaar op de Bijbel)

U zult uw broeder niet haten. Niet alleen mag u hem geen enkele vorm van kwaad aandoen, maar u mag ook in uw hart geen haat tegen hem koesteren. Integendeel, u moet hem liefhebben als uzelf, Leviticus 19:18. Uit onbegrip over de woorden van onze Heer in Johannes 13:34 (Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt, etc.) veronderstellen veel mensen dat je naaste liefhebben als jezelf een gebod is dat pas in het Evangelie werd ingesteld. Dat het “elkaar liefhebben zoals Christus ons heeft liefgehad” (namelijk door ons leven af te leggen voor elkaar) een nieuw gebod zou zijn, uitsluitend op autoriteit van Jezus Christus ontvangen, blijk een ongegrond idee te zijn, zoals al blijkt uit de bovenstaande tekst uit Leviticus.

“zodat u geen zonde op hem laadt” – als u hem ziet zondigen of weet dat hij verslaafd is aan iets dat de veiligheid van zijn ziel in gevaar brengt, moet u hem mild en liefdevol terechtwijzen en in geen geval toestaan dat hij zonder raad en advies voortgaat op de weg naar zijn ondergang. In zeer vele gevallen heeft tijdige vermaning een ziel gered. Spreek hem zo mogelijk onder vier ogen aan; is dat niet mogelijk, schrijf hem dan zodanig aan, dat hij alleen het onder ogen krijgt.

In de Schrift lezen wij:

3 “Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem.” (Lukas 17:3)

9 “Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.” (1 Johannes 2:9)

11 “Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.” (1 Johannes 2:11)

15 “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.” (1 Johannes 3:15)

Als wij onze broeder zijn zonde niet vertellen, zodra we die ontdekken, dan is dat hetzelfde als onze broeder haten en wandelen in duisternis, of hetzelfde alsof wij hem zouden ombrengen.

Het gebod om je broeder te waarschuwen maakt onderdeel uit van de 613 Mitzvot. Samen met enig commentaar ziet dat er zo uit:

(30) Koester geen haat in je hart.

17 “Je mag in je hart je broeder niet haten.” (Leviticus 19:17)

Zitten de rabbijnen hier daadwerkelijk op het goede spoor? Het lijkt een fluitje van een cent, de overweging bij Mitzvah #26, “Je zult je naaste liefhebben als jezelf”. Maar wat volgt klink als het tegenovergestelde: “Je zult je naaste zeker berispen en geen zonde op je laden om hem”. In het licht van dit nauwe contextuele verband moeten we er niet automatisch vanuit gaan dat Mozes een ander onderwerp aansnijdt. Ik geloof juist dat de tweede zin definieert wat “je broeder haten” betekent. En de waarheid, die opduikt als we dit verband leggen, heeft verbazingwekkende relevantie voor onze tijd: wij moeten niet tolerant zijn ten opzichte van valse leer, maar moeten degenen die dwalen “terechtwijzen”. Deze correctie negeren betekent je broeder haten. Denk aan Mizvah #27, dat zegt: “Kijk niet werkeloos toe als een mensenleven in gevaar is”. Dat is de praktische uitwerking van het principe: als je broeder geestelijk dwaalt, als hij leerstellingen omhelst die hem volgens Yahweh’s woord uiteindelijk het leven zullen kosten, dan is het onthouden van terechtwijzing en vermaning hetzelfde als hem haten. Door zijn dwaalleer te tolereren stuur je hem naar de hel (vergelijkbaar met het aanbieden van drank aan een alcoholist of vergelijkbaar met het aanbieden van zoetigheid aan een suikerpatiënt).

“Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.” (Spreuken 14:12, 16:25)

Wat betekent het zonde te “dragen”? Het Hebreeuwse woord ‘nasa’ betekent ‘opheffen’ of ‘dragen’. Het wordt “gebruikt voor het dragen van schuld of straf voor de zonde” en daarvandaan “het representatief of vervangend dragen van schuld van iemand door een ander persoon.”

In de Amplified Bible lezen we:

2 Draag (verdraag) elkaars lasten en problematische morele tekortkomingen, en vervul en houd zo volmaakt de wet van Christus (de Messias) en vul aan wat nog ontbreekt (in je gehoorzaamheid eraan). 3 Want als iemand denkt iets te zijn (te belangrijk om zich te buigen om de last van iemand anders te dragen), terwijl hij niets is (niet superieur behalve in zijn eigen idee), bedriegt (en misleidt) hij zichzelf. 4 Maar laat ieder zichzelf nauwkeurig onderzoeken en testen en zijn eigen gedrag en zijn eigen werk beproeven. (Galaten 6:2-4)

Yahweh stond niet toe dat valse leer werd getolereerd in Israël vanwege de schuld – inclusief de bijbehorende straf – die je op je laadt en die uiteindelijk door de hele natie gedragen zou worden. Hij wilde ze die pijn besparen. Hij wil ons die pijn besparen.

Dit zou dus nieuw licht moeten werpen op Yahshua’s bevestiging van het principe dat het liefhebben van Yahweh en van onze medemens de weg is die naar het leven leidt.

25 “En zie, een wetgeleerde (Torahgeleerde) stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 26 En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Torah geschreven? Wat leest u daar? 27 Hij antwoordde en zei: U zult uw Elohim liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand,  en uw naaste als uzelf. 28 Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven.” (Lukas 10:25-28)

Vrienden, laten we niet ten prooi vallen aan valse leer.

Nu wij, Zijn kinderen, die de Naam van onze Vader op ons nemen, dit weten, krijgt het volgende gebod uit Exodus een veel diepere betekenis:

7 “U zult de Naam van ???? uw Elohim, niet ijdel gebruiken, want ???? zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.” (Exodus 20:7)

Het woord ‘ijdel’ is Stongs # H7723 ??? ??  shav  shawv, shav’

Er is grote overeenkomst met # H7722 in de betekenis van verwoesting; kwaad (als in destructief), letterlijk (puinhoop) of moreel (vooral bedrog); figuurlijk afgoderij (als vals, onderwerpsnaamval) onbruikbaarheid (als misleidend, voorwerpsnaamval; ook bijvoeglijk gebruikt in tevergeefs): vals, leugen(achtig), vergeefs, ijdel.

# H7722 ??? ????  ???   sho’ah   sho’ah   sho’aw

Afkomstig van een niet gebruikte wortel. Betekenis: voorbij snellen; een storm; door implicatie verwoesting: verwoest(ing), vernietigen, destructie, storm, braak.

Wij, de kinderen van Yehovah, zijn niet geroepen om de schijn te wekken dat het aanroepen van zijn Naam hetzelfde is als zonde toestaan of laten heersen in ons leven. Juist de zonde van het breken van het vierde gebod is het onderwerp van dit boek.

Er is een uitspraak: “Het enige dat nodig is om het kwaad te laten overwinnen is dat (goede) mensen toekijken zonder een hand uit te steken of iets te doen.” Wij geven het kwaad de kans te triomferen als we onwillig zijn om, net als Ezechiël, wachters te zijn die onze broeder of zuster waarschuwen als zij in zonde vallen en hun doel missen. Hun bloed kleeft aan onze handen als wij ze niet genoeg liefhebben om ze de waarheid te vertellen.

17 “Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen. 18 Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. 19 Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered. 20 En als een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afwendt en onrecht begaat en Ik een struikelblok voor hem leg, zal híj sterven. Omdat u hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven. Zijn rechtvaardige daden die hij gedaan heeft, zullen niet meer in herinnering gebracht worden, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 21 Maar u, als u de rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondigt, en hij inderdaad niet zondigt, zal hij zeker in leven blijven omdat hij gewaarschuwd is, en hebt ú uw leven gered.” (Ezechiël 3:17-21)

Maar als wij dat doen, dan moeten we er ook op letten dat we dat met de juiste geestelijke instelling doen:

1 “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt.” (Galaten 6:1)

Nog duidelijker zegt de Amplified Bible het:

1 Broeders, als iemand zich misdraagt of tot een of andere zonde vervalt moet jij die geestelijk bent (die luistert naar en wordt geleid door de Geest) hem weer terechtbrengen en herstellen zonder enig superioriteitsgevoel en met zachtmoedigheid, jezelf in het oog houdend, dat je niet ook verleid zou worden. (Galaten 6:1)

Ik heb er altijd mee geworsteld te zien hoe zwaar Juda vervolgd is in de geschiedenis. Want als het houden van de Torah zegen met zich mee hoorde te brengen (en dat geldt nog steeds), waarom zijn dan juist zij die claimen die Torah altijd gehouden te hebben zo zwaar vervolgd in elke generatie? Waarom worden zij zo gehaat door het grootste deel van de wereld? En waarom heeft de rest van de wereld de zegeningen nooit gezien, die de Joden gegeven zouden moeten zijn, omdat zij zonder onderbreking de Torah gehouden hebben? Zou die wereld dan niet ook de Torah hebben willen houden?

Maar zoals de zaken er nu voorstaan hebben wij door de eeuwen heen geen enkele opvallende zegening gezien. En daarom zien wij ook geen reden om de Torah eveneens te gaan houden. En toch is er uit de verte een licht te zien. Te zien, al is dat ook zonder horen. We kunnen de voordelen van het houden van de Torah zien op een manier die zich niet laat ontkennen, wegverklaren of afwijzen, zodat ons niet verteld hoeft worden waarom we dat zouden moeten doen.

13 “U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. 14 U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. 15 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mattheüs 5:13-16)

Laten wij dus nogmaals bekijken wat ons geboden is. Dan kunnen we zien of Juda dat ook doet. Als zij dat niet doen, dan moeten wij niet blindelings dezelfde weg gaan volgen als zij. Wij weten al dat het Christendom doorspekt is met leugens en ernstig tekort schiet wat betreft de waarheid. We gaan nu nader bekijken hoe de waarheid eruit ziet, en hoe dicht je erbij in de buurt zit of hoever je ervan afstaat.

Hieronder staat een ander citaat uit Mitzvot 613, dat verklaart dat we de meerderheid moeten volgen, zelfs als zij ongelijk hebben. Deze Mitzvah zegt:

(248) De meerderheid van stemmen is doorslaggevend waar een besluit genomen moet worden bij een verschil van mening tussen de leden van het Sanhedrin over zaken van de Torah.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Dit is een van die gevallen (gelukkig komt het zelden voor dat ze de plank misslaan) waar de Mitzvah van de rabbijnen lijnrecht tegenovergesteld is aan de Schrift die ze citeren om die te ondersteunen. (In essentie) zeggen zij: “De mening van de meerderheid onder ons, de heersende elite van Israël, zal wet zijn.” Het is hetzelfde systeem dat Amerika gebruikt en dat gepaard gaat met hetzelfde misbruik. En tussen twee haakjes: het is hetzelfde systeem dat het Sanhedrin gebuikte om Yahweh’s Gezalfde te doden – hét bewijs dat het anathema is voor Yahweh. Yahweh Zelf zegt iets totaal anders: Volg de massa niet en misleid haar ook niet.

1 “Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters, 2 maar die zijn vreugde vindt in de wet van ????  “. (Psalm 1:1-2)

Zoek waarheid, genade en rechtvaardigheid, zelfs als je niet meer bent dan “een eenzame stem die roept in de wildernis.“ Yahweh interesseert de mening van de meerderheid hoegenaamd niets. Hij stelt zelfs onomwonden dat de meerderheid verloren is:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.” (Mattheüs 7:13-14)

8 “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt ????  van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw Elohim?” (Micha 6:8)

Als we verdergaan in Mitzvot 613 vervolgt ook de grove verdraaiing van de Schrift door de rabbijnen in (248) zijn weg in (249):

(249) In geval de doodstraf kan worden opgelegd mag niet tot veroordeling worden besloten volgens de meerderheidsvisie, indien zij die veroordeling voorstaan slechts één stem meer vertegenwoordigen dan zij die vrijspraak voorstaan.

Wat in Exodus staat moet echter duidelijk maken dat geen hoger gerechtshof of tribunaal hoe dan ook zichzelf tot wet kan zijn.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Ze zeggen dat een eenvoudige meerderheid niet genoeg is om iemand ter dood te veroordelen. Er moet een verschil van tenminste twee zijn. Sorry mensen, alweer fout. Dit is niet anders dan gebrekkige mensenwijsheid. Bij de belangrijkste rechtszaak uit de hele geschiedenis waren er maar twee tegenstemmers van de zeventig (of onthielden ze zich van stemming?): Nicodemus en Jozef van Arimathea. Blijkbaar is het idee van meerderheidsbeslissing ook niet feilloos. Hoeveel leden van die vergadering zijn overgehaald door de schimpende houding van Annas en Kajafas? Hoeveel werden er met een duwtje in de rug over de lijn gewerkt door de valse getuigen die waren binnengeloodst om tegen Yahshua te getuigen? Aan hoeveel werd het zwijgen opgelegd door het gewicht van groepsdruk?

In het volgende hoofdstuk gaan we ons wat meer richten op de veranderingen die Juda in de Torah heeft aangebracht volgens de stem van de “morele” meerderheid, en die ze nu aanhangen en volgen.

2

Sabbat  zonsondergang tot zonsondergang

                             Geen drie sterren

In de tekst hieronder wordt ons verteld dat wij de sabbat moeten houden. Deze Feestdag wordt als eerste genoemd, voorafgaand aan alle andere feesten. Het is een dag waarop Yehovah wil dat we al Zijn feesttijden, Zijn heilige, apart gezette dagen, gedenken. Door wekelijks een dag apart te zetten om Hem te ontmoeten, tijd met Hem door te brengen en meer over Hem te leren, worden we erop voorbereid ook de andere aangewezen feesttijden met Hem beter te kunnen houden.

1 “En ???? sprak tot Moshe (Mozes): 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van ????, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen: Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor ????.” (Leviticus 23:1-3)

Hoofdstuk één van Genesis laat ons zien, dat de avond eerst komt en pas daarna de dag. De sabbat begint daarom bij zonsondergang. Het scheppingsverhaal van Genesis vermeldt namelijk: “Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.” Hieruit leiden wij af dat een dag begint met een avond, dus bij zonsondergang. Leviticus 23 vertelt ons dat de Grote Verzoendag valt ‘van avond tot avond’. Met andere woorden: de sabbat duurt van zonsondergang tot zonsondergang. Op het moment dat de zon ondergaat aan de westelijke horizon aan het eind van de zesde dag – op vrijdag – begint de sabbat.

In ‘Het Jodendom 101’ (http://www.jewfaq.org/shabbat.htm) wordt over de sabbat gezegd (nadat is gesteld dat die volgens Genesis 1 begint bij zonsondergang)

De sabbat eindigt als de nacht begint, als er drie sterren zichtbaar zijn, ongeveer veertig minuten na zonsondergang.

Er staat nergens in de Schrift dat het begin of eind van de sabbat samenvalt met het zien van drie sterren. Dit is een verzinsel van de rabbijnen, afkomstig uit de Talmoed. Het is een hek dat zij om de sabbat heen hebben gezet om ervoor te zorgen dat je die niet breekt. Maar nergens in de Torah of de Bijbel begint of eindigt de sabbat met het zien van drie sterren. In Genesis vinden we wel de volgende uitdrukking:

5 En Elohim noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. (Genesis 1:5)

8 En Elohim noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. (Genesis 1:8)

13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag. (Genesis 1:13)

19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1:19)

23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag. (Genesis 1:23)

31 En Elohim zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. (Genesis 1:31)

Nadat dit patroon van avonden en morgens ons helder voor ogen is gezet, vertelt Yehovah ons over de zevende dag, de rustdag.

1 Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht. 2 Toen Elohim op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En Elohim zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat Elohim schiep door het te maken. (Genesis 2:1-3)

En om voor ons nogmaals het belang van het tijdstip van het begin van de dag te benadrukken, zegt Yehovah ons in Leviticus 23 zonder omwegen wanneer de meest heilige dag van het jaar moest beginnen en eindigen, zodat er bij ons geen enkel misverstand over zou bestaan.

27 Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en ???? een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van ????, uw Elohim, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s-Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond. (Leviticus 23:27-32)

In deze laatste dagen zijn er groeperingen die glashard beweren dat de Sabbat uitsluitend overdag valt (tijdens het daglicht van om het even welke periode van vierentwintig uur). Of dat de Sabbat ‘zeven dagen’ na de Nieuwe Maan begint. Maar geen van die groeperingen heeft historisch of Bijbels bewijs van voldoende autoriteit of overtuigingskracht om hun claims kracht bij te zetten. Toch bestaan beide groepen uit een verrassend en alarmerend groot aantal vroegere Christenen die zich hebben bekeerd tot deze dwalingen wat betreft het houden van de Sabbat. In heel de geschiedenis is er niet één groep binnen het Jodendom geweest, die een van beide misvattingen in praktijk heeft gebracht.

De Maansabbat theorie (ik noem het met nadruk theorie) bestaat pas sinds 1998:

Jonathan David Brown was de eerste Sabbatvierder, die de Sabbat telde vanaf de dag van de Nieuwe Maan in plaats van de week van zeven dagen te gebruiken. Hij publiceerde het boek Keeping Yahweh´s Appointments (Yahweh’s Bepaalde Tijden Houden) in 1998, waarin hij dit gebruik uiteenzette. De Maansabbat beweging vindt vooral aanhang onder het Messiaanse Jodendom, Armstrong / Worldwide Church of God en Christian Identity groeperingen.

Gelukkig is en ruimschoots bewijs uit goed gedocumenteerde bronnen, dat aantoont dat beide benaderingen zijn doorspekt van dwaling. Daarnaast hebben wij ook nog ons gezond verstand. Yehovah maakt in de Schrift ondubbelzinnig duidelijk hoe wij ons volgens Zijn inzettingen behoren te gedragen met het oog op de Sabbat. Ik ga hier niet uitgebreid in op deze valse leringen, want die zullen slechts verwarring stichten wanneer u ernstig op zoek ben naar de waarheid van de Torah en hoe die zich verhoudt tot heel de Schrift. Maar ik moest u tenminste bewust maken van het bestaan van deze valse en ongezonde leringen en u waarschuwen voor hun misleidingen, een hellend vlak dat wegleidt van de waarheid, van Yehovah, Zijn Sabbat en al Zijn andere apart gezette dagen.

Sta mij toe een enkel bewijs mee te geven uit een overvloed aan bewijzen. Yehshua is gedood op de 14e dag van de eerste maand. Dat is de dag van de voorbereiding voor het Pesachmaal, die viel op een woensdag. Hij moest voor zonsondergang in het graf liggen, want dan begon een hoogheilige dag: de eerste dag van Ongezuurde Broden. Die dag was dus donderdag, de 15e dag van de eerste maand. Op vrijdag was de voorbereiding van de normale weeksabbat. Op die dag bereidden de vrouwen de specerijen voor om Yehshua na de wekelijkse sabbat fatsoenlijk te begraven. Deze vrijdag was de 16e dag van de eerste maand.

Vrijdagavond was de derde nacht en zaterdag de derde dag dat Yehshua in het graf was. Daarmee vervulde Hij de profetie, tevens het enige teken dat Hij gegeven had dat Hij de Messias was: dat Hij 3 dagen en 3 nachten in het graf zou zijn, zoals Jona 3 dagen en 3 nachten in het ingewand van de vis was geweest.

Zaterdag was de 17e dag van de eerste maand. Nadat de Sabbat ten einde was, kwamen de vrouwen op de eerste dag van de week bij het graf waar Yehshua niet meer was. Het was nog donker, maar al wel de eerste dag van de week: zondag, de 18e dag van de eerste maand. Dit toont aan dat deze dag naast het lichte deel (de dag) ook het donkere deel van de dag (de nacht) omvat. En daarmee is het ongelijk van de ‘alleen overdag – groepen’ aangetoond.

De Maansabbat mensen beweren dat de Sabbat maandelijks op de 7e of de 8e dag van de maand val. Als we even doorrekenen, dan zou de tweede Sabbat van de maand moeten vallen op de 14e of de 15e dag, afhankelijk van welke dag als eerste Sabbat gezien wordt. De derde Sabbat zou dan de 21e of 22e dag zijn.

Maar de Bijbel laat duidelijk zien, dat de vrouwen op de eerste dag van de week – op zondag – bij het graf kwamen en iedereen kan uitrekenen, dat dat op de 18e dag van de maand was. De wekelijkse Sabbat die zij hielden viel dat jaar op de 17e dag van de maand. Er zit duidelijk een gapend gat in de theorie van de Maansabbat mensen. Laat je niet in me deze valse lering.

Als je meer over dit onderwerp wilt weten volgen hier twee bronnen. The Lunar Sabbath Lie (De Leugen van de Maansabbat) op sightedmoon.com en The Lunar Shabbat Calender Issues door Yochanan Zaqantov.

3

De Dag van de Nieuwe Maan

We zullen ons nu richten op de Nieuwe Maan. Dat is nodig, omdat het begin van de maand wordt bepaald aan de hand van de maan.

Zoals al eerder gezegd, zijn er in onze tijd twee algemeen bekende, gangbare Bijbelse kalenders in gebruik om te bepalen wanneer de Heilige Feestdagen vallen. Dat zijn de Zichtbare Maan kalender en de meer populaire kalender volgens Hillel II, ook wel bekend als de Hebreeuwse Kalender of de Rabbinale Kalender.

Vóór het jaar 70 na Chr., toen de tempel werd vernietigd, werd de Joodse kalender vastgesteld door een zitting van een speciaal daarvoor opgerichte commissie van het Sanhedrin, die bijeenkwam in de tempel. De Nieuwe Maan werd pas afgekondigd als zich twee getuigen hadden gemeld die de zichtbare nieuwe maan aan de commissie konden beschrijven. Buiten het land Israël wachtte de hele Joodse gemeenschap op de officiële bekendmaking van de door het Sanhedrin gesanctioneerde kalender. Die werd essentieel geacht voor het op uniforme wijze houden van de Joodse Heilige Feestdagen. Vanaf de tijd van de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. tot aan Hillel II, die de functie van Nasi (Opperrabbijn) vervulde van 330 – 365 na Chr., ontstond er steeds meer godsdienstige vervolging, zodat het op den duur onmogelijk werd nog verslag te ontvangen van het waarnemen van de maan of van de staat van rijping van de gerst in het land Israël.

Om die reden ontwierp en autoriseerde Hillel II tijdens de diaspora een kalender die iedereen kon gebruiken, niet alleen voor wie nog overgebleven was in Israël, maar, minstens zo belangrijk, voor ieder die in ballingschap was en afgesneden van Israël. Maar door dit te doen sneed hij de banden door die de Joden in de diaspora verenigden met het land Israël en het Sanhedrin. Toch werd deze kalender tijdens de diaspora gezien als essentieel om buiten Israël de Heilige Feestdagen in eenheid te kunnen vieren, samen met wie nog wel in Israël was.

De Hebreeuwse kalender heeft zich door de tijd heen ontwikkeld … De maanden werden vastgesteld door het waarnemen van de nieuwe wassende maan, waarbij elke twee of drie jaar een extra maand werd toegevoegd om Pesach in het voorjaar te houden. Dit wederom gebaseerd op in de natuur zichtbare gebeurtenissen, te weten het rijpen van de gersteoogst, de leeftijd van de lammetjes en jonge duifjes, de groeistaat van de fruitbomen en de relatie met de Tekufah (seizoenen). Dit systeem werd, tijdens de Amoraïsche periode (ca. 200-500 na Chr.), doorlopend in de Geonische tijd (ca. 600-1000 na Chr.), vervangen door een wiskundige berekening. De principes en regels daarvan lijken breed te zijn aanvaard in de tijd dat Maimonides de (Mishneh) Torah compileerde in de 12e eeuw. (https://en.wikipedia.org/wiki/Hebrew_calendar)

Je kunt op het Internet meer te weten komen over de kalender van Hillel II. Let erop in welk jaar deze kalender in gebruik werd genomen. Dat was in 358 na Chr., toen Hillel de berekeningen, die werden gebruikt door het Sanhedrin om de maanden en de Heilige Feestdagen vast te stellen, met anderen deelde. Die berekeningen werden in de geschiedenis verder aangepast tot in de 11e eeuw na Chr., toen het zich had ontwikkeld tot wat het nu nog steeds is (zie de aanhaling hierboven) volgens Maimonides’ veertiendelige Mishneh Torah. Let op: dit is dus een door mensen gemaakte en berekende kalender, en absoluut niet wat Yehovah heeft ingesteld.

Zoals ik zal laten zien, is de oorspronkelijke Bijbelse, niet-rabbinale, Zichtbare Maan Kalender altijd al:

“… rechtstreeks gebaseerd op waarnemingen aan de hemel en de inspectie van de jonge gersteoogst in Israël. Die waarnemingen werden nauwgezet gecatalogiseerd en vastgelegd.  Gewapend met tabellen waarvan de data eeuwen omspannen konden astronomen in de oudheid aan de hand van  wiskundige berekeningen modellen maken die ze in staat stelden de maancycli en andere verschijnselen van hemellichamen ver van tevoren te voorspellen. Dit maakte het mogelijk een nieuwe maand nauwkeurig te berekenen, zelfs wanneer het weer directe waarneming onmogelijk maakte. Echter, de waarneming was de aanjager van de berekening, en niet vice versa.” 

(Na de Diaspora) steunde de Tijdelijke Kalender van het Bet Din (het Sanhedrin) volledig op het berekende model, met uitsluiting zelfs van waarnemingen aan de hemel. Evenmin was er een voorziening getroffen om deze puur mathematische kalender te her-ijken aan de hand van de  hemelverschijnselen.

Tegen de 10e eeuw na Chr. was het duidelijk dat “Hillels Kalender” fijnafstemming nodig had. In 921 na Chr. kondigde Aaron ben Meir, de voorzitter van het Judeese Sanhedrin, een kalender hervorming aan, die de Heilige Feestdagen liet vallen op andere dagen dan die, voorgeschreven volgens Hillels kalender. Duizenden aanvaardden deze hervorming. Maar de Joodse academische gemeenschap van Babylon ageerde met kracht tegen Meirs voorstel. Beide autoriteiten hadden niet te onderschatten invloed; de zaak bedreigde hun cohesie (solidariteit). Uiteindelijk won Babylon en ontwikkelde het Jodendom een sterke weerzin tegen de fragmentatie die gemakkelijk voort kon komen uit een discussie over kalenderhervorming. Men stelde de zaak uit tot de komst van de Messias.

Bewijs uit de Talmoed

De Talmoed is niet de Schrift en de Talmoed is niet geïnspireerd. Desondanks geeft de Talmoed ons een goed historisch verslag van de gedachtegangen van de Joodse rabbijnen in het verleden. Het kan zeer nuttig zijn over deze informatie te beschikken.

De Talmoed laat ons zien dat de rabbijnse kalender niet in gebruik was in de tijd van Yeshua, want de Nieuwe Maan werd nog steeds uitgeroepen na observatie (in plaats van door voorspelling). Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (“Hoofd van het Jaar”) bespreekt bijvoorbeeld hoe getuigen van de Chodesj (“Nieuwe Maan”) op de juiste wijze moeten worden ondervraagd. 

Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (zie citaat hieronder) geeft verslag van een dispuut tussen de rabbijnen over de vraag of een zeker tweetal getuigen, die de Nieuwe Maan hadden waargenomen, een betrouwbare basis vormden voor het officieel uitroepen van de Nieuwe Maan die maand. De passage luidt als volgt:

7 Rabbi Jose (ofwel Yose) zei: “Het gebeurde eens dat Tobiyah (Tobias) de geneesheer de Nieuwe Maan zag in Jeruzalem, samen met zijn zoon en zijn vrijgelaten slaaf, en de priesters aanvaardden zijn getuigenis en dat van zijn zoon (maar sloten dat van zijn slaaf uit). Maar toen zij verschenen voor het (rabbinale) Bet Din, aanvaardden zij wel zijn getuigenis en dat van zijn slaaf, maar sloten dat van zijn zoon uit.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 1:7)

Deze passage verhaalt duidelijk het fysieke waarnemen van de Nieuwe Maan. Het zegt ons dat de Nieuwe Maan werd waargenomen in de tijd van Yeshua. Immers, als de Nieuwe Maan toen al zou zijn berekend (of voorspeld), zou de noodzaak van getuigen niet hebben bestaan.

Hierna vertelt het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana:

7 Of ze nu wel of niet werd gezien binnen haar tijd (dat wil zeggen: op of vóór de 30e dag van de voorafgaande maand), ze werd geheiligd (dat wil zeggen: de Nieuwe Maansdag werd verklaard bij verstek {van getuigen}). Rabbi Eleazer ben (of bar) Tsadoq zegt: “Als zij niet word gezien op haar tijd (dat is: op de 30e), dan heiligen wij (het hof) haar niet, want zij is dan al geheiligd door de hemel.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 2:7)

Verder vertelt het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana ons:

De Halacha (Traditionele Wet) stemt overeen met R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq.

(Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a)

We zien R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq verklaren dat de Nieuwe Maan (nieuwe maand) moest worden uitgeroepen op basis van waarneming (en niet van berekening vooraf). Daarna wordt ons verteld dat de Halacha (de wettige praktijk) overeenstemt met de regel van R. Eleazer.

Omdat de rabbijnse kalender vooraf wordt berekend, kán dit niet de kalender zijn die in de tijd van Yeshua werd gebruikt.

Nog steeds niet overtuigd? Lees door.

Geen berekeningen.

 

U zou er verder op moeten letten dat het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a nergens gewag maakt van berekening of maanconjunctie (of enige andere overweging). In plaats daarvan wordt uitsluitend gerefereerd aan het waarnemen van de Nieuwe Maan Sikkel. Dit toont aan dat het in de periode van de Tweede Tempel (dat is: in de tijd van Yeshua) staande praktijk was de Chodesj (Nieuwe Maan) te verklaren zodra de eerste Sikkel van de Nieuwe Maan fysiek werd waargenomen (en vervolgens gerapporteerd) door ten minste twee betrouwbare getuigen. Dit doet logischerwijs het argument teniet van de zogenaamde “Methode van de Verduisterde Maan” om de Chodesj vast te stellen, aangezien het niet mogelijk is getuigen op te roepen van iets dat niet fysiek waarneembaar is.

Let er bovendien op dat Yeshua een Jood was die leefde in de periode van de Tweede Tempel (na de Babylonische Ballingschap) en die als “modus operandi” hanteerde zich te schikken naar de Halacha uit deze tijd, met uitzondering van die gevallen waarin die Halacha botste met de Torah van zijn Vader.

In het onderhavige geval betekent dat, dat de Nieuwe Maan werd vastgesteld door directe waarneming (en zeker niet door wat voor vorm ook maar van voorspelling). Yeshua heeft zich nooit een tegenstander getoond van deze methode van het afkondigen van de Zichtbare Nieuwe Maan of het “Hoofd van het Jaar” (Nieuwjaar). Blijkbaar was dit een van de (weinige) zaken, die de rabbijnen nog steeds correct uitvoerden in Zijn tijd. De (ketterse) berekende kalender kwam pas in gebruik ver na de dood van Yeshua.

Als Yeshua geen probleem had met de op de Torah gebaseerde kalender die werd gebruik in de Tweede Tempel periode, waarom zou iemand dan iets anders willen gebruiken?

‘Boodschappers’ in de Talmoed.

Nog meer getuigen:  het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana 1:4 vertelt ons dat er boodschappers werden uitgezonden tot wie nog in ballingschap verkeerde, om te berichten wanneer de Nieuwe Maan was waargenomen. Dit lijkt het geval te zijn geweest gedurende de gehele periode van de Tweede Tempel.

Met andere woorden: de rabbijnen … hechtten er belang aan dat wie zich nog in de ballingschap bevond de Feesttijden gelijktijdig kon houden met wie in het Land Israël leefde. Deze werden vastgesteld aan de hand van de Aviv status van de gerst en de Nieuwe Manen in het land. De rabbijnen achtten het zelfs zo belangrijk dat ook de buitengebieden bekend waren met de “juiste” kalender, dat deze boodschappers zelfs in de eerste en zevende maand de sabbat moesten schenden om de inwoners van het verre noorden van Syrië het nieuws te brengen, zodat zij de Feesttijden in die maanden op de juiste tijd konden houden.

De rabbijnen hebben de sabbat altijd uiterst serieus genomen. Dat betekent dat zij het van het allergrootste belang moeten hebben geacht om de ballingen op de hoogte te brengen van de “juiste” kalender, zodat zij zich daaraan konden conformeren.

Dit roept een retorische vraag op. Als de rabbijnen de datum van de Chodesj (Nieuwe Maan) lang van tevoren hadden geweten (door het gebruik van een vooraf berekende kalender i.p.v. te vertrouwen op waarneming), waarom zou het dan noodzakelijk zijn van de boodschappers te eisen, dat zij de Sabbat zouden schenden? Als de rabbijnen gebruik hadden kunnen maken van een vooraf berekende kalender (zoals de moderne rabbijnse kalender), waarom werd de datum dan niet simpelweg maanden (of zelfs jaren) van tevoren berekend, zoals de rabbijnen dat tegenwoordig doen?

Het antwoord is eenvoudig: de rabbijnen in de dagen van Yeshua gebruikten geen berekende kalender om het begin van de Nieuwe Maan of het begin (Hoofd) van het Nieuwe Jaar te bepalen. In plaats daarvan vertrouwden zij nog steeds op fysieke waarneming, zoals geschetst in de Torah.

Als de rabbijnen de kalender nog op de juiste manier vaststelden in de tijd van Yeshua’s  bediening, wanneer en waarom zijn zij daar dan mee gestopt? Het antwoord is kortweg  dat het tijd was voor de volgende fase in het goddelijke plan van YHWH voor de Twee Huizen.

Verderop in het boek, wanneer ik de gebeurtenissen rond de Simon Bar Kochba Opstand bespreek, zal ik uitleggen waarom deze veranderingen plaatsvonden .

Voor het geval u nu nog steeds sceptisch bent, zal ik u ten slotte nog voorzien van een laatste bewijsstuk (in dit hoofdstuk) wat betreft de methode die moet worden gebruikt als uw gids en autoriteit voor het vaststellen van de Nieuwe Maan. Ik deel daartoe met u wat het Israëlische Nieuwe Maan Genootschap (the Israeli New Moon Society) hierover te melden heeft. Zij zijn verbonden met de Tempel Berg Beweging (Temple Mount Movement) in Israël en houden zich bezig met het maandelijks waarnemen van de Nieuwe Maan als voorbereiding op het moment dat het Sanhedrin opnieuw zitting zal houden en bepalingen uit zal doen gaan vanaf de Tempelberg.

Het gebod (Mitzvah) om de maand te heiligen is het eerste gebod dat de kinderen van Israël werd gegeven bij het verlaten van Egypte. Dit gebod is van groot belang, omdat de data van de Feesttijden, inclusief meer dan zestig (toegevoegde) geboden, ervan afhangen. In aanvulling op het heiligen van maanden volgens het verschijnen van de Nieuwe Maan is de Hebreeuwse Kalender tevens afhankelijk van schrikkeljaren (uitgebreid met een extra maand), die afhangen van de positie van de zon, de mate van rijpheid van graansoorten, etc.

Meer dan duizend jaar lang is de Hebreeuwse Kalender vastgesteld door berekening. Tegenwoordig komt de berekende kalender niet overeen met de kalender die wordt vastgesteld door de Maan waar te nemen. Hoewel het gat tussen de twee kalenders blijft groeien, bezitten wij niet de autoriteit om de kalender te veranderen tot het moment dat een nieuw Sanhedrin is ingesteld dat breed wordt erkend. Terwijl het heiligen van de maand door waarneming op dit moment niet plaatsvindt, is het (nog steeds erg) belangrijk om berekeningen uit te voeren en het waarnemen van de Nieuwe Maan in de praktijk te brengen, om klaar te zijn voor het moment dat het Sanhedrin opnieuw wordt ingesteld. Evenzo is er steeds toenemende betrokkenheid bij de Tempel, de Rode Vaars, etc. Uiteraard hebben wij niet de intentie de huidige kalender te veranderen: dat is een taak voor een Sanhedrin dat de autoriteit daartoe bezit. Onze intentie is slechts het vergroten van de betrokkenheid bij- en het verfraaien van de Torah.

Samenvattend heeft u zojuist gelezen hoe de leden van deze gezaghebbende Joodse instantie openlijk toegeven dat de huidige Hebreeuwse Kalender niet strookt met zijn vaste tegenhanger, de waargenomen Maan. Hopelijk ziet u nu in en kunt u er mee instemmen dat de Heilige Feestdagen, die worden vastgesteld aan de hand van de eerste zichtbare Nieuwe Maan Sikkel, soms tot wel drie dagen afwijken van de berekende kalender. U heeft ook gezien dat de berekende Hillel II Kalender zich niet bezighoudt met de mate van rijpheid van de gerst om het jaar te beginnen (wij zullen hier nader op ingaan in hoofdstuk 5, Aviv (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren). In plaats daarvan kent deze kalender een vastgesteld aantal schrikkeljaren in een cyclus van negentien jaar. Dit aspect zal ik in groter detail belichten in hoofdstuk 6, De 360 Daagse Kalender; bestond er ooit zoiets? Naast de al genoemde discrepantie van drie dagen kan er dus zelfs een hele maand verschil zitten tussen de twee systemen van het houden van de Heilige Feestdagen in enig jaar.

In het volgende hoofdstuk leest u hoe de Karaïtische Joden het begin van de maand houden.

4

Hoofdstuk 4 – De Nieuwe Maan in de Hebreeuwse Bijbel.

De Bijbelse maand begint met eerste zichtbare licht van de Wassende Nieuwe Maansikkel. Het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) betekent letterlijk Nieuwe Maan, maar wordt ook gebruikt voor de periode vanaf de ene Nieuwe Maan tot de volgende.

De Rabbanit Midrash verhaalt dat, toen God tegen Mozes zei: “Deze maand (CHODESH) zal voor u het begin van de maanden zijn” (Exodus 12:2), de Almachtige naar boven wees aan de hemel, naar de Wassende Nieuwe Maan, en zei: “Als je dit ziet, heilig! [roep de Nieuwe Maansdag uit].” Dit rabbijnse sprookje benadrukt een belangrijk punt, namelijk dat de Bijbel nooit rechtstreeks zegt dat wij het begin van maanden moeten baseren op de Nieuwe Maan. De reden hiervoor is dat het woord voor “maand” (Chodesh) zelf al impliceert dat de maand begint met de Wassende Nieuwe Maan. Zoals we zullen zien zou dit volkomen vanzelfsprekend zijn voor elke vroege Israëliet die erbij was toen Mozes de profetieën van Yehovah voor de kinderen van Israël reciteerde. Daarom bestond de noodzaak dit concept te verduidelijken net zo min als bij begrippen als “licht” of “duisternis”. Als gevolg van de langdurige ballingschap hebben wij het gebruik van het Bijbelse Hebreeuws in ons spreken van alledag verloren. Daarom zullen wij de betekenis van Chodesh moeten reconstrueren vanuit het gebruik van het woord in de Bijbelse tekst. Daarbij maken wij gebruik van taalkundige principes.

Hij schiep de Maan voor heilige dagen.

Er kan geen twijfel over bestaan, dat de Bijbelse hoogtijdagen afhankelijk zijn van de maan. Het sterkte bewijs daarvoor is de volgende passage uit de Psalmen:

19 Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden [mo’edim] (Psalm 104:19)

Het Hebreeuwse woord “mo’edim” [vaste of vastgestelde tijden] is hetzelfde woord dat wordt gebruikt voor de Bijbelse feestdagen of hoogtijdagen. Leviticus 23 bevat een opsomming van de Bijbelse Feestdagen. Dit hoofdstuk begint met de verklaring: “De feestdagen [mo’edim, vastgestelde tijden] van Yehovah, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen [mo’edim]”. Als de Psalmist ons dus vertelt dat God de maan schiep voor de mo’edim [vastgestelde tijden], bedoelt hij dat de maan werd geschapen om de tijd van de mo’edim van Yehovah vast te stellen, dat wil zeggen: de Bijbelse Feestdagen.

“Chodesh” is verbonden met de Maan.

Het vers hierboven leert ons duidelijk dat de Heilige Feestdagen verbonden zijn met de maan. Maar toen de Torah werd gegeven, was Psalm 104 nog niet geschreven door de Levitische profeten. De vraag blijft bestaan hoe de vroege Israëlieten dit hadden kunnen weten. Het antwoord is, dat het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) zelf een verband met de maan aangeeft. Dat kunnen we zien aan een aantal gevallen waarbij “chodesh” (maand) uitwisselbaar is met het woord “yerah”, het gebruikelijke Bijbels Hebreeuwse woord voor maan, dat tevens “maand” is gaan betekenen. Enkele voorbeelden:

1. “…in de maand (Yerah) Ziv, dat is de tweede maand (Chodesh) …” (1 Koningen 6:1)

2. “…in de maand (Yerah) Ethanim, dat is de zevende maand (Chodesh).” (1 Koningen 8:2)

Verder bewijs dat Chodesh gerelateerd is aan de maan (Yerah) is de zegswijze: “Een Chodesh (maand) van dagen” [d.w.z. een periode van 29-30 dagen] (Genesis 29:14; Numeri 11:20-21), wat synoniem is met de zegswijze: “Een Yerah (maand) van dagen (Deuteronomium 21:13; 2 Koningen 15:13). Chodesh is duidelijk gerelateerd aan Yerah, dat letterlijk maan betekent.

“Chodesh” betekent Nieuwe Maan(sdag).

De oorspronkelijke betekenis van Chodesh (maand) is eigenlijk “Nieuwe Maan” of “nieuwemaansdag”. Door uitbreiding van de betekenis ging het ook “maand” betekenen, dat is de periode die verstrijkt tussen de ene Nieuwe Maan en de daarop volgende. De oorspronkelijke betekenis hiervan is bewaard gebleven in een aantal passages, zoals 1 Samuel 20:5, waar Jonathan tegen David zegt: “Morgen is het Nieuwe Maan (Chodesh).” In dit vers wordt Chodesh gebruikt om de specifieke dag aan te geven waarmee de maand begint, en niet om de hele maand aan te duiden.

Een andere vindplaats waar Chodesh in de oorspronkelijke betekenis voorkomt is Ezechiël 46:1, waar gesproken wordt over “de dag (yom) van de Nieuwe Maan (ha-Chodesh)”. Het gaat hier duidelijk om een specifieke dag aan het begin van de maand, waarop de Chodesh (Nieuwe Maan) plaatsvindt.

De Bijbelse Nieuwe Maan is de “eerste sikkel”.

Chodesh (Nieuwe Maan) is afgeleid van de wortel Ch.D.Sh (of v.r.n.l. ?.?.? ). Dit betekent “nieuw” of “nieuw maken / vernieuwen”. De Wassende Nieuwe Maan wordt Chodesh genoemd omdat het de eerste keer is dat de maan opnieuw waargenomen of gezien wordt na meerdere dagen verborgen te zijn geweest aan het eind van de maancyclus. Aan het einde van de maanmaand staat de maan dichtbij de zon en bereikt uiteindelijk het punt van “conjunctie”, wanneer zij tussen de zon en de aarde instaat. Als gevolg daarvan is het verlichte deel van de maan van de aarde afgewend ten tijde van de conjunctie en is zij niet zichtbaar door de eindeloos veel sterkere straling van de zon. Nadat de maan de zon is gepasseerd vervolgt zij haar loop naar de tegenovergestelde zijde van de aarde. Hoe meer zij zich verwijdert van de zon, des te groter wordt het percentage van haar oppervlak dat verlicht is en vanaf de aarde zichtbaar is. Dit proces gaat door tot het volle maan is, waarna de maan weer afneemt tot zij weer volledig onzichtbaar is. En dan begint, na een periode van 1,5 – 3,5 dag, het hele proces opnieuw met de maan die weer zichtbaar wordt. Omdat de maan opnieuw zichtbaar werd na een periode van onzichtbaarheid, noemde men dit in de oudheid “Nieuwe Maan” of “Chodesh” (van chadash, wat nieuw betekent).

Wassende Nieuwe Maan versus Astronomische Nieuwe Maan.

Veel mensen zijn misleid door het onnauwkeurige gebruik in moderne talen van de term “Nieuwe Maan”. Moderne astronomen begonnen deze term, die uitsluitend werd gebruikt als verwijzing naar de eerste zichtbare maansikkel, te gebruiken voor de conjunctie (wanneer de maan tussen de aarde en de zon instaat en enige tijd niet zichtbaar is). De astronomen beseften al snel dat dit oneigenlijk gebruik van de term “Nieuwe Maan” voor de conjunctie tot verwarring zou leiden. Daarom maken wetenschappers nu onderscheid tussen de “Astronomische Nieuwe Maan” en de “Wassende Nieuwe Maan”. Daarbij is de “Astronomische Nieuwe Maan” de term voor de Nieuwe Maan zoals de wetenschap die definieert (dus de conjunctie). De “Wassende Nieuwe Maan” behoudt zijn oorspronkelijke betekenis van eerste zichtbare maansikkel. Een goed woordenboek hoort beide betekenissen weer te geven. Het Random House Dictionary bijvoorbeeld, definieert de Nieuwe Maan als

De maan, wanneer die in conjunctie staat met de zon of nadat zij onzichtbaar is geworden [Astronomische Nieuwe Maan] ofwel slechts zichtbaar als een smalle wassende sikkel [Wassende Nieuwe Maan]. (Haken toegevoegd door Nehemia Gordon)

Verondersteld bewijs voor de “Verborgen Maan”.

Sommige mensen zijn op zoek gegaan naar Bijbels bewijs voor de incorrecte betekenis die zij aan de term Nieuwe Maan hebben gehecht, nadat zij daardoor in verwarring waren gebracht. Meestal wordt hierbij Psalm 81:4 aangehaald:

4 Blaas op de bazuin (shofar) voor de Chodesh (Nieuwe Maan),
Op de Keseh (bij Volle Maan) voor de dag van ons Chag (feest). (Psalm 81:4)

Volgens de “Verborgen Maan Theorie” is het woord “Keseh” afgeleid van de wortel K.S.Y. wat betekent: “bedekken” en betekent daarom “Bedekte Maan” ofwel “Verborgen Maan”. Wanneer dit vers zegt op de shofar te blazen op de Keseh, betekent dit volgens deze interpretatie: [Blaas op de shofar] “op de dag van de Verborgen Maan”. De tekst biedt echter nauwelijks ondersteuning voor dit argument, want de tweede helft van dit vers spreekt over de dag van de Keseh als “de dag van ons Feest (Chag)”. In de Bijbel is het woord “Feest” (Chag) altijd de technische term voor één van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten (Matzot, Shavuot of Soekkot; zie Exodus 23, 34:18, 34:22-23). Nieuwe Maansdag wordt nooit een “pelgrimsfeest” genoemd, dus kan Keseh / Chag nooit een synoniem zijn voor Nieuwe Maansdag (Chodesh).

Daarnaast is gesuggereerd dat Keseh verwijst naar de Bijbelse feestdag van Yom Teruah (Dag van Geroep), die altijd samenvalt met de Nieuwe Maansdag. De Bijbel omschrijft Yom Teruah echter als een Mo’ed (Vastgestelde Tijd) en nooit als een Chag (pelgrimsfeest). Daarom kan Keseh / Chag evenmin verwijzen naar Yom Teruah.

Wat betekent Keseh werkelijk?

Waarschijnlijk is “Keseh” verwant met het Aramese woord “Kista” en het Assyrische woord “Kuseu”, die beide “volle maan” betekenen (zie Brown-Driver-Briggs, pag.490b). [Hebreeuws, Aramees en Assyrisch zijn alle drie Semitische talen, die vaak dezelfde wortels van woorden met elkaar gemeen hebben.] Dit past volmaakt bij de beschrijving van Keseh als de Dag van het Chag, omdat twee van de drie Pelgrimsfeesten (Chag HaMatzot en Chag HaSoekkot) vallen op de vijftiende van de maand, rond de tijd van de volle maan!

Meer over de “Verborgen Maan”.

Een ander punt van overweging is, dat er feitelijk geen “dag” van de Verborgen Maan bestaat. De maan blijft in het Midden-Oosten verborgen voor een periode van 1,5 tot 3,5 dag. Er is geopperd dat de dag van de Verborgen Maan slaat op de Dag van de Conjunctie (wanneer de maan zich tussen de aarde en de zon bevindt). Het duurde echtere tot wel 1000 jaar na Mozes, voordat de Babylonische sterrenkundigen ontdekten hoe zij het moment van de conjunctie moesten berekenen. Daarom konden de vroege Israëlieten er onmogelijk weet van hebben wanneer het moment van conjunctie plaatsvond. Zij konden dus niet weten welke dag de “Dag van de Verborgen Maan” was.

Er is ook gesuggereerd dat de vroege Israëlieten naar de “Oude Maan” gekeken kunnen hebben om de dag van de conjunctie vast te stellen, zodra de Oude Maan niet meer zichtbaar was aan de ochtendhemel. Die methode werkt echter niet in het Midden-Oosten, waar de “Verborgen Maan” tot wel 3,5 dag verborgen kan blijven. Het is heel gebruikelijk dat de maan zo’n 2,5 dag verborgen blijft. Hoe zouden de vroege Israëlieten in dat geval hebben kunnen weten welke dag de Dag van de Conjunctie was?

In tegenstelling daarmee waren de vroege Israëlieten zich zeer bewust van de Wassende Nieuwe Maan. In oude beschavingen werkten de mensen van het ochtendgloren tot aan de avondschemering. Zij zullen zeker hebben opgemerkt dat de Oude Maan kleiner en kleiner werd aan de ochtendhemel. Zodra de ochtendmaan was verdwenen, wachtten zij gespannen af tot die 1,5 tot 3,5 dag later opnieuw verscheen aan de avondhemel. Na haar verdwijning verscheidene dagen eerder, zouden zij haar bij haar verschijning aan de vroege avondhemel “Nieuwe Maan” of “Chodesh” noemen (afkomstig van chadash, nieuw).

5

Hoofdstuk 5 – Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Een andere factor waar de Hebreeuwse Kalender geen rekening mee houdt is de vraag of de gerst al of niet Abib is. Die vraag wordt niet eens gesteld. Toch moet de gerst Abib zijn (bijna klaar om te oogsten) omdat dit, samen met het waarnemen van de eerste Maansikkel, een basisvoorwaarde is om het begin (of het “Hoofd”) van het Jaar vaststellen.

Rosh Hashanah is, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, niet het begin van het jaar. Dat valt in de zevende maand en niet in de eerste. Er is gerst nodig om aan één van de geboden uit Leviticus 23 te kunnen voldoen. Ik deel met u wat de Karaïtische Joden over de gerst te zeggen hebben:

Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Het Bijbelse Jaar begint met de eerste Nieuwe Maan nadat de gerst in Israël de fase van rijpheid heet bereikt die Abib wordt genoemd. De periode tussen een jaar en het volgende jaar duurt ofwel twaalf ofwel dertien maanmaanden. Daarom is het belangrijk de staat van de gersteoogst te controleren tegen het eind van de twaalfde maand. Als de gerst tegen die tijd Abib is, dan heet de volgende Nieuwe Maan Chodesh Ha-Aviv (“Nieuwe Maan van de Abib”). Als de gerst nog niet rijp is, moeten we nog een maand wachten en de gerst controleren tegen het eind van de dertiende maand.

Volgens afspraak wordt een jaar met twaalf maanden een “Regulier Jaar” genoemd, terwijl een jaar met dertien maanden een Schrikkeljaar heet. Dit moet niet verward worden met het schrikkeljaar van de Gregoriaanse (Christelijke) kalender. Die kent  een toevoeging van één enkele dag (29 februari). Het Bijbelse Schrikkeljaar kent echter een toevoeging van een complete maanmaand (“dertiende maand”, Adar Bet genaamd). Over het algemeen kan pas een paar dagen voor het eind van de twaalfde maand worden vastgesteld of het jaar een Schrikkeljaar wordt of niet.

Waar wordt Abib genoemd in de Hebreeuwse Bijbel?

Het verslag van Exodus verhaalt:

4 “Vandaag vertrekt u, in de maand (van de) Abib.” (Exodus 13:4)

Om ons eraan te herinneren dat wij Egypte verlieten in de maand van de Abib wordt ons geleerd in deze tijd van het jaar het Paasoffer te brengen en het feest van Ongezuurde Broden te vieren. In Deuteronomium wordt ons geboden:

1 “Neem de maand Abib in acht en houd het Pascha voor YHWH, uw God, want in de maand Abib heeft YHWH, uw God, u in de nacht uit Egypte geleid.” (Deuteronomium 16:1)

Op dezelfde manier wordt ons in Exodus geboden:

15 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in die maand bent u uit Egypte vertrokken. Maar men mag niet met lege handen voor Mijn aangezicht verschijnen.” (Exodus 23:15)

18 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb,  op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in de maand Abib bent u uit Egypte vertrokken.” (Exodus 34:18)

Wat is Abib?

Abib geeft een fase van ontwikkeling van de gerst aan. Dit wordt duidelijk aan de hand van het Exodus verslag dat de verwoesting door de plaag van de hagel beschrijft:

31 “Het vlas en de gerst waren platgeslagen, want de gerst stond al in de aar (was Abib) en het vlas in de knop (Giv’ol). 32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die zijn later (Afilot, donker, d.w.z. nog groen).” (Exodus 9:31-32)

Uit deze tekst blijkt dat de vlas en de gerst waren vernietigd door de hagel, maar dat de tarwe en de spelt niet waren beschadigd. Om de reden hiervoor te begrijpen moeten we ons verdiepen in de groeicyclus van granen. In de eerste fase van hun ontwikkeling zijn granen flexibel en hebben een donker groene kleur. Naarmate ze meer rijpen, nemen ze een meer gele kleur aan en worden de halmen breekbaarder. De reden dat de gerst was vernietigd, maar de tarwe niet, is, dat de gerst het stadium van Abib had bereikt en daardoor breekbaar genoeg was om te worden beschadigd door de hagel. Maar de tarwe en de spelt waren nog in het beginstadium van hun ontwikkeling en daarom flexibel en niet gevoelig voor beschadiging door de hagel. De beschrijving van de tarwe en spelt als “donker” (Afilot) geeft aan dat ze nog diep groen waren en dat ze nog niet gelig begonnen te worden, de karakteristieke kleur van rijpe granen. In contrast daarmee had de gerst het stadium van Abib bereikt, was niet langer “donker” en had waarschijnlijk al goudgele aren ontwikkeld.

Geroosterde Abib

We weten uit verscheidene passages dat de gerst, die de fase van Abib bereikt heeft, nog niet geheel gerijpt is, maar rijp genoeg om de graankorrels te kunnen eten, als ze geroosterd zijn. Geroosterde gerst werd algemeen gegeten in het oude Israël. Het komt op verscheidene plaatsen in de Hebreeuwse Bijbel voor als Abib geroosterd (Kalui) op vuur (Leviticus 2:14) of in afgekorte vorm als “geroosterd” (Kalui / Kali) (Leviticus 23:14; Jozua 5:11; 1Samuël 17:17, 25:18; 2 Samuël 17:28; Ruth 2:14).

In de vroege fase van ontwikkeling zijn de zaden van de gerst nog niet groot en stevig genoeg om als voedsel te dienen door roosteren. Als de aar nog maar net uit de halm tevoorschijn komt, zijn de zaden nog te onderontwikkeld om op welke manier dan ook tot voedsel te kunnen dienen. In een later stadium, als de zaden zijn gegroeid, vullen ze zich met vloeistof. Als ze in dit stadium worden geroosterd, zullen ze verschrompelen en blijft er alleen een leeg vliesje over. Na verloop van tijd verandert de vloeistof in droge stof. Als er voldoende droge stof is, kan het zaad worden geroosterd.

Abib en de oogst

De maand van de Abib is de maand die begint nadat de gerst het stadium van Abib heeft bereikt. Twee tot drie weken na het begin van de maand is de gerst het stadium van Abib gepasseerd en kan worden aangeboden als “Beweeg-garve” (Hanafat HaOmer). Het aanbieden van de “Beweeg-garve” is een offer dat wordt gebracht van de eerste graanhalmen van de oogst die worden gemaaid. Dit offer wordt aangeboden op de eerste zondag na Pesach in de week van Chag HaMatzot (Feest van Ongezuurde Broden). De aanbieding van de Beweeg-garve wordt beschreven in Leviticus:

10 “Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van YHWH bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10-11)

Hieruit wordt duidelijk, dat de gerst, die aan het begin van de maand Abib was, vijftien tot twintig dagen later (op zondag tijdens Ongezuurde Broden) oogstrijp is. Daarom kan de maand van de Abib niet beginnen tenzij de gerst het stadium heeft bereikt waarin het binnen twee tot drie weken oogstrijp is.

Ook Deuteronomium bevestigt dat de gerst oogstrijp moet zijn binnen twee à drie weken na het begin van de maand:

9 “Zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet de zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren.” (Deuteronomium 16:9)

Uit onderstaande tekst van Leviticus weten wij, dat de zeven weken tussen Ongezuurde Broden (Chag HaMatzot) en Pinksteren (Shavuot) beginnen op de dag dat het Beweegoffer plaatsvindt (d.i. de zondag tijdens Ongezuurde Broden):

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken  zullen het zijn.” (Leviticus 23:15)

Daarom moet het moment “dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren” vallen op zondag tijdens Ongezuurde Broden, dat is: twee tot drie weken na het begin van de maand Abib. Als de gerst nog niet genoeg is ontwikkeld om twee tot drie weken later klaar te zijn om te maaien, kan de maand Abib niet beginnen en moeten we nog een maand wachten.

Nu rijpt niet alle gerst in Israël tegelijkertijd. Het Beweeggarve offer is een nationaal offer, gebracht van het eerste velden die oogstrijp zijn. Maar de eerstelingsoffers van individuele boeren kunnen qua rijpheid variëren van “geroosterd Abib” tot volrijpe gerst, die “gebroken” of “grof gemalen” (Geres) aangeboden mag worden. Dat is wat Leviticus bedoelt als we lezen:

14 “En wanneer u YHWH een graanoffer van de eerste vruchten aanbiedt, moet u in het vuur geroosterde verse aren (Abib) als graanoffer van uw eerste vruchten aanbieden, gebroken korrels (Geres) van vers graan (Karmel).” (Leviticus 2:14)

Karmel is graan dat is uitgehard voorbij het punt van Abib zodat het kan worden “gebroken” of “grof gemalen”.

Alle bovenstaande teksten zijn in de Staten Vertaling direct uit het Hebreeuws vertaald, maar er moet wel worden opgemerkt dat de vertalers daarvan op z’n best slechts minimaal begrip hadden van de betekenis van de verschillende Hebreeuwse landbouwkundige termen. Gedeeltelijk geldt dit ook voor de Herziene Statenvertaling, waaruit de bovenstaande teksten zijn geciteerd. In Leviticus 2:14 vertaalt men bijvoorbeeld “Abib” met “verse aren” en “Geres Karmel” met “gebroken korrels” (Geres = gries) van “vers graan” (Karmel).

Samenvattend kunnen we zeggen dat Gerst in het stadium van Abib drie eigenschappen bezit:

Het is breekbaar genoeg om te worden vernietigd door hagel en begint gelig te worden (is niet meer “donker”).
De zaden bevatten genoeg droog materiaal om geroosterd gegeten te kunnen worden.
Het is voldoende ontwikkeld om binnen twee à drie weken geoogst te kunnen worden.

De Omerceremonie is opgetekend in de Mishna, maar deze is gecorrumpeerd door de rabbijnen. Dit verslag legt zelfs het dispuut vast tussen de Farizeeën en de Sadduceeën over het juiste tijdstip waarop de ceremonie gehouden diende te worden. De Sadduceeën hadden gelijk.

De Omer moest worden gemarkeerd op de avond van de veertiende Aviv (Nissan). Na afloop van de weeksabbat van het Feest van Ongezuurde Broden, moest de Omer (graan of koren) worden gemaaid en naar het Tempelterrein gebracht om te worden bereid voor de Beweeggarve op de ochtend na de weeksabbat. Dit moest plaatsvinden in de nachtelijke uren of de vroege uren van de zondagochtend, tussen zonsondergang op zaterdag en zonsopgang op zondag.  Het was een grootse gebeurtenis, die nu verloren is gegaan in de geschiedenis, maar de betekenis ervan wordt duidelijk, als je begrijpt waar deze ceremonie beeld voor staat en hoe Yehshua die vervulde door zijn opstanding op zondagmorgen.

Om meer te weten te komen over deze grootse gebeurtenis, zie Pentecost’s Hidden Meaning (de Verborgen Betekenis van Pinksteren) op
https://www.sightedmoon.com/?page_id=21

6

Hoofdstuk 6 – Het kalenderjaar van 360 dagen: heeft er ooit zoiets bestaan?

 

Bij het schrijven van dit boek heeft een aantal mensen vragen gesteld over het kalenderjaar van 360 dagen. Om hier goed antwoord op te kunnen geven moet ik eerst de historische achtergrond tekenen, zodat het “wie, wat, wanneer, waar en waarom” van bepaalde veranderingen begrepen kan worden.

We hebben tegenwoordig te maken met de Gregoriaanse Kalender van 365 dagen en de Hebreeuwse Kalender van 354 dagen, die een toegevoegde dertiende maand kent aan het eind van sommige jaren gedurende een negentienjarige cyclus.

De huidige Hebreeuwse Kalender vindt zijn oorsprong bij Hillel II, die hem creëerde wegens de groeiende vervolging door de Romeinen van alles wat maar Joods was in de 4e eeuw. Hillel II wilde dat Joden over de hele wereld de juiste datum van de Feesten in de eerste en de zevende maand van het jaar konden weten.

Door de steeds toenemende vervolging werd het bijna onmogelijk de Nieuwe Maan in Jeruzalem nog waar te nemen. Boodschappers uitzenden naar de diverse Joodse enclaves in de Diaspora (Ballingschap) was allerminst een gemakkelijke onderneming. Maar toen Hillel II ongeveer in 358 – 359 na Chr. zijn berekeningen publiceerde, konden de Nieuwe Maan van de 1e Nissan en de 1e Tishri  ver van tevoren worden vastgesteld en hoefde slechts te worden bevestigd door de directe waarneming. Na verloop van tijd werd de praktijk van het waarnemen ofwel opgegeven ofwel simpelweg vergeten en werd uitsluitend de berekende methode nog gebruikt.

Let erop dat de directe waarneming aanvankelijk door Hillel II werd gebruikt om het begin van de maand vast te stellen en zijn berekeningen te bevestigen. Dit betekent, dat een maand begon met een Zichtbare Maan en niet met een “Conjunctie Maan” – dat is: een maan die in rechte lijn stond met de aarde en de zon, een maan die dus niet kon worden gezien – met andere woorden: een donkere maan. Destijds werden maanden altijd vastgesteld door het waarnemen van de eerste Zichtbare Maansikkel van de Nieuwe Maan na zonsondergang.

In de berekeningen van Hillel II werd het gebruik van de Babylonische negentienjarige cyclus, die al ik eerder vermeldde, overgenomen. Hillel II stelde vast, dat er een dertiende maand toegevoegd moest worden in vooraf geselecteerde jaren

van deze negentienjarige cyclus (jaar 3, 6, 8, 11, 14, 17 en 19). Dit proces zou daarna

worden herhaald in de volgende cyclus van negentien jaar, evenals in alle daarop volgende negentienjarige cycli.

Je zou de vraag kunnen stellen: “Wat heeft dit met ons te maken?” Als de juiste basis eenmaal is gelegd is het antwoord eenvoudig: in de jaren 2000, 2003, 2005, 2008, 2011, 2014 en 2016 is een extra dertiende maand toegevoegd aan de Hebreeuwse kalender. En dit proces zal worden voortgezet tot er een nieuw Sanhedrin zal zijn (of tot Yehshua terugkeert), geheel los van wat ik heb uitgelegd over de noodzaak van gerst die Abib moet zijn om het jaar te kunnen beginnen. (zie hoofdstuk 5: Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren).

De toevoeging van een dertiende maand gedurende deze jaren (jaar 3, 6, 8, 11, 14, 17, 19) van de negentienjarige cyclus, heeft tot gevolg, dat automatisch alle Feestdagen een maand later in het zonnejaar vallen, om zodoende deze dagen in harmonie te houden met de oogstseizoenen.

De huidige 19-jarige cyclus begon in het Joodse jaar 5758 (het jaar dat begon op 2 oktober 1997).

Om nog wat nader in te gaan op het citaat hierboven: het Joodse jaar begint met de zevende maand Tishri. Tijdens het schrijven van dit boek, in 2012, is het volgens de Joodse jaartelling 5772. Op Tishri 1 – dat was 17 september 2012 – werd het 5773. Op Tishri 1 van het jaar 2016, na het negentiende jaar, zal de huidige cyclus ten einde zijn.

Maar om u een indruk te geven van hoe de joodse gemeenschap geleidelijk begon af te wijken van de kalender van Hillel II heb ik de Tweede- van de Vier Regels toegevoegd die betrekking hebben op Dehioth (Dechiyot), de Uitstelregels, die ik veel uitgebreider in het volgende hoofdstuk, “De Joodse Feestdagen zijn niet ‘Kosher’ ”, zal bespreken.

Ik vond het van belang om u nu al op de hoogte te stellen van de Tweede Regel, zodat u beter gaat begrijpen hoe de Hebreeuwse kalender in zijn huidige vorm werkt. Nogmaals: die kalender heeft niet altijd zo gewerkt. Hillel II ontwierp deze kalender, ervan uitgaande dat het basisuitgangspunt voor het begin van de maand de Waarneembare Maan zou blijven. Dit werd niet alleen als zodanig vermeld in de berekeningen van Hillel II, maar zelfs in Dehioth (Dechiyot): Uitstelregels vinden we de volgende verrassende uitspraak: “Zodat de Maan niet in een ander deel van de wereld wordt gezien voordat zij in Jeruzalem wordt gezien.” Hoewel men niet precies weet wanneer deze Uitstelregels ingevoerd en van kracht werden, bleek door het opnemen van de Vier Regels de kalender van Hillel II alleen nog maar meer af te wijken van de kalender van Yehovah.

Dat is de huidige Hebreeuwse kalender, ontwikkeld door Hillel II in 358 na Chr. inclusief de wijzigingen die er sindsdien in zijn ingevoerd.

Sommige mensen geloven echter dat de enige echte kalender die van 360 dagen is. Regelmatig duikt in dit verband de naam op van Immanuel Velikovsky, die het uiterst controversiële, maar baanbrekende boek Werelden in Botsing (Worlds In Collision).

Werelden in Botsing is geschreven door Immanuel Velikovsky en uitgegeven op 3 april 1950.

Het boek stelde, dat rond de 15e eeuw voor Christus Venus zich afscheidde van Jupiter als een komeet of komeetachtig hemellichaam. Venus passeerde de Aarde van dichtbij (een feitelijke botsing wordt niet genoemd). Zij veranderde de baan van de Aarde en de stand van de aardas, wat leidde tot een groot aantal catastrofes, waarover werd verhaald in oude mythologieën en religies over de hele wereld. Het boek werd na de publicatie zeer  vijandig ontvangen door de wetenschappelijke gemeenschap.

In het hoofdstuk met de titel Het Jaar van 360 Dagen stelde Velikovsky:

Er zijn talloze aanwijzingen bewaard gebleven die aantonen, dat voordat het jaar 365¼ dagen telde, het jaar slechts 360 dagen lang was. Zelfs het jaar van 360 dagen was niet het meest oorspronkelijke: dat was een overgangsvorm tussen een jaar met nog minder dagen en ons huidige jaar.

In de tijdsspanne tussen de catastrofes van de vijftiende eeuw voor Christus en die van de achtste eeuw voor Christus lijkt het jaar slechts 360 dagen lang geweest te zijn.

Ik had voorheen bijzonder weinig waardering voor het werk van Velikovsky. Dat was gebaseerd op wat anderen te zeggen hadden over hem, zijn waarnemingen, zijn bevindingen en zijn publicaties. Geheel voorbarig had ik zijn werk al beoordeeld zonder het in detail te hebben bekeken of het zelf te hebben onderzocht. Ik zal nu een samenvatting weergeven van het werk van Velikovsky: Velikovsky’s Geest keert terug: Het Elektrische Universum (Velikovsky’s Ghost Returns: The Electric Universe), geschreven door Michael Goodspeed.

Om het gebrek aan informatie in te vullen, zal ik het verhaal kort samenvatten.

De in Rusland geboren geleerde was een vriend en collega van Albert Einstein, studeerde bij Freuds eerste leerling Wilhelm Stekel en was de eerste praktiserende psychoanalist in Israël. Enkele van zijn geschriften verschenen in Freuds Imago. In 1930 suggereerde hij in een publicatie dat epilepsie gekenmerkt wordt door afwijkende encefalogrammen. Hij was de oprichter en redacteur van het wetenschappelijke blad Scripta Universitatis, waarin de natuurkundige en wiskundige inhoud werd voorbereid door Einstein.

Bij het bestuderen van een boek over Freud en zijn helden verwonderde Velikovsky zich voor het eerst over de rampen die gepaard gingen met de Hebreeuwse Exodus. Daarbij regende het  vuur en hagelstenen op Egypte, decimeerden aardbevingen de natie en bewoog zich een vuur- en rookkolom langs de hemel. De Bijbelse en andere traditionele Hebreeuwse bronnen schilderen de gebeurtenissen dermate levendig, dat Velikovsky zich begon af te vragen of wellicht een of andere buitengewone natuurramp een rol heeft gespeeld bij de Exodus.

Om dit te onderzoeken zocht Velikovsky naar antieke Egyptische verslagen die hiermee in overeenstemming waren. In een papyrus genaamd Papyrus Ipuwer, dat wordt bewaard in het museum van de Leidse Universiteit, trof hij een opmerkelijke parallel aan. Dit document bevat de een klaaglied van een Egyptische geleerde, die reageert op een grote catastrofe, die Egypte trof, waarbij de rivieren rood werden, vuur langs de hemel raasde en rampspoed en pest het land verwoestte.

Velikovsky vond eveneens verrassende parallellen in Babylonische en Assyrische kleitabletten, Vedische gedichten, Chinese epen en legenden van Noord-Amerikaanse Indianen, Maya’s, Azteken en Peruvianen. Op basis van deze opmerkelijk parallelle verslagen stelde hij de stelling op dat er zich een hemelse catastrofe moet hebben afgespeeld. Hij trok de conclusie dat een zeer groot hemellichaam, mogelijk een ‘komeet’, de aarde op zo geringe afstand passeerde, dat de aardas gewelddadig uit haar stand werd gerukt, dat wereldwijde aardbevingen, stormen en vallend ruimtepuin de vroege beschavingen heeft uitgedund.

Maar voordat Velikovsky zijn reconstructie van de geschiedenis kon voltooien, moest hij een groot raadsel oplossen. In de verslagen van verafgelegen culturen had hij gevonden dat de “komeet” die de drager was van de rampen, werd geïdentificeerd als een planeet. En hoe dieper hij zocht, hoe duidelijker het hem werd, dat deze planeet Venus was. De bijbehorende antieke afbeeldingen zijn o.a. de Babylonische “Toorts-Ster”, de “Bebaarde Ster” Venus, de

Mexicaanse “Rokende Ster” Venus, de Peruviaanse “Langharige Ster” Venus, de Egyptische “Grote Ster” Venus (“die zijn vuur in vlammen verstrooit”) en de wijdverspreide beelden van Venus als een vurige slang of draak in de lucht. In elk van deze gevallen is de taal rond deze “komeet” voor maar één uitleg vatbaar, want de genoemde symbolen staan in deze antieke talen slechts voor Venus en voor Venus alleen.

Door het bewijs te volgen, ontdekte Velikovsky dat Venus een bijzondere plaats wordt toegekend onder de eerste astronomen van de wereld. Zowel in de oude als in de nieuwe wereld bekeken de oude sterrenkundigen Venus met een mengsel van angst en ontzag, terwijl ze haar opkomst en ondergang nauwlettend in de gaten hielden. Zij hielden deze planeet verantwoordelijk voor de bijna-ondergang van de wereld. Velikovsky hield het erop dat deze astronomische tradities hun wortels vinden in een traumatische menselijke ervaring met deze planeet, hoewel de moderne wetenschap altijd heeft aangenomen dat de planeten zich over een periode van miljarden jaren ontwikkelden in betrekkelijke rust en ongestoorde isolatie.

Op basis van uitgebreide vergelijking tussen deze culturen concludeerde Velikovsky dat de planeet Venus voorafgaand aan de vastgelegde geschiedenis op gewelddadige wijze uit de gasreus Jupiter werd losgescheurd en daarbij een spectaculaire komeetachtige staart vertoonde. Toen deze later (rond 1500 voor Chr.) de aarde passeerde met catastrofale gevolgen, vormde dit de achtergrond van de Hebreeuwse Exodus, aldus Velikovsky.

In “Werelden in botsing” (Worlds in Collision) beweerde Velikovsky dat de angstaanjagende ‘goden’ van de oude wereld in werkelijkheid planeten waren – die onopvallende lichtjes die we met de regelmaat van de klok langs de hemel zien bewegen, zonder een spoor van de chaotische rol die ze in het verleden hebben gespeeld. Het boek verhaalde van twee gebeurtenissen waarbij de komeet of protoplaneet Venus de aarde op geringe afstand passeerde. Een groot deel van hetzelfde boek was gewijd aan de oude oorlogsgod, die Velikovsky identificeerde als de planeet Mars. Hij beweerde dat Mars zich eeuwen na de Venus catastrofes bewoog in een onstabiele baan, die de baan van de Aarde sneed, wat leidde tot een serie ontzagwekkende gebeurtenissen op aarde in de zevende en achtste eeuw voor Christus.

Uitgever Macmillan, die het boek had uitgegeven, werd onmiddellijk onder vuur genomen door astronomen en wetenschappers. Maar de verkoop van Worlds In Collision nam een grote vlucht en het boek kwam al snel aan de top van de bestsellerslijst te staan. Dr. Harlow Shapley, directeur van het Harvard Observatorium benoemde het boek, zonder het (zelfs) maar te lezen, als ‘nonsens’ en ‘rijp voor de vuilnisbak’. In brief aan uitgever Macmillan dreigde Shapley met een boycot van het bedrijf. De astronoom Fred Whipple dreigde zijn relatie met de uitgever te verbreken. Onder druk van de wetenschappelijke gemeenschap voelde Macmillan zich gedwongen om de rechten van het boek aan Doubleday over te dragen, hoewel Worlds In Collision op dat moment al de nummer één bestseller in het land was. Redacteur James Putnam, die al vijfentwintig jaar bij Macmillan werkte en had onderhandeld voor het contract van Worlds In Collision, werd kortweg ontslagen.

In de nasleep van Macmillan’s publicatie van Worlds In Collision veroordeelde het ene na het andere wetenschappelijk tijdschrift Velikovsky’s werk. De gerenommeerde astronoom en schrijver Donald Menzel maakte Velikovsky in het openbaar belachelijk. Astronoom Cecilia-Payne Gaposchkin lanceerde een campagne om Velikovsky in diskrediet te brengen, (eveneens) zonder ‘Werelden in Botsing‘ te hebben gelezen. Het Bulletin of Atomic Scientists

gaf een reeks artikelen uit die Velikovsky op grove wijze misrepresenteerde. En Gordon Atwater, curator van het gerespecteerde Hayden Planetarium, werd ontslagen nadat hij in het magazine This Week had geopperd dat het werk van Velikovsky een onbevooroordeelde discussie verdiende.

Velikovsky bleef vele jaren na de publicatie van Worlds In Collision persona non-grata op universiteitscampussen. Hem werd de gelegenheid ontzegd artikelen in wetenschappelijke tijdschriften te publiceren. Als hij probeerde te reageren op kritische artikelen in die tijdschriften, werden zijn reacties afgewezen. De houding van astronomen was kenmerkend voor die van de gevestigde wetenschap in het algemeen. Astronoom Dean McLaughlin uit Michigan riep uit: “Leugens – ja, leugens”. In zijn antwoord aan een correspondent schreef  sterrenkundige Harold Urey: “Mijn advies aan jou is om het boek dicht te slaan en het de rest van je leven nooit meer te openen”.

Voor Velikovsky was dit het begin van een ‘duistere tijd’. Maar opmerkelijk genoeg werd zijn vriendschap met Albert Einstein er niet door beïnvloed. Einstein ontmoette hem vaak en onderhield een uitgebreide correspondentie met hem, waarin hij Velikovksy aanmoedigde om voorbij te zien aan het wangedrag van de wetenschappelijke elite. In zijn discussie met Einstein voorspelde Velikovsky dat Jupiter radiogolven uit moest zenden en hij drong er bij Einstein op aan om zijn invloed te gebruiken om Jupiter te laten onderzoeken op de emissie van radiogolven, hoewel Einstein zelf de redenering van Velikovsky betwistte. Maar in april 1955 werden, tot verrassing van wetenschappers, die meenden dat Jupiter te koud en te inactief was om radiogolven uit te zenden, radio golven ontdekt, afkomstig van Jupiter. Die ontdekking leidde ertoe dat Einstein ermee instemde om Velikovsky bij te staan in het ontwikkelen van nieuwe tests met betrekking tot zijn stelling. De meest prominente wetenschapper van de wereld stierf echter slechts enkele weken later.

Velikovsky verwachtte dat de verkenning van de ruimte nog meer ontdekkingen op zou leveren. Hij stelde dat de planeet Venus extreem heet zou zijn, aangezien zij volgens zijn reconstructie in historische tijden ‘gloeiend heet’ was. In zijn stellingname opperde hij ook de waarschijnlijkheid van een dichte Venusiaanse atmosfeer, een restant van haar vroegere komeetachtige staart. Hij beweerde tevens dat rond de aarde een magnetosfeer ontdekt zou worden, die zich tenminste uit zou strekken tot aan de maan, omdat hij ervan overtuigd was dat de aarde in historische tijden elektrische lading heeft uitgewisseld met andere planetaire lichamen.

Het aanbreken van het tijdperk van de ruimtevaart was voor Velikovsky een kritieke tijd, aangezien onder invloed van de gegevens die werden verzameld van de Maan, van Mars en van Venus de populaire visies over deze hemelse lichamen begonnen te verschuiven. In

In 1959 ontdekte Dr. Van Allen dat de aarde een magnetosfeer heeft. In de vroege jaren zestig, kwamen wetenschappers er tot hun verbazing achter, dat de planeet Venus een oppervlaktetemperatuur heeft tot 900° F (ongeveer 500° C). Dat is heet genoeg om lood te smelten. “De temperatuur is veel hoger dan iemand zou hebben voorspeld”, schreef Cornell Mayer.

Er braken betere tijden aan voor Velikovsky. In 1962, drongen twee wetenschappers, Valentin Bargmann, professor in de natuurkunde in Princeton, en Lloyd Motz, professor in de sterrenkunde in Columbia, erop aan dat Velikovsky’s conclusies “objectief opnieuw zouden worden onderzocht.” Ter ondersteuning voor deze heroverweging citeerden zij zijn voorspellingen over radiogolven van Jupiter, de aardse magnetosfeer en een onverwacht hoge temperatuur van Venus.

In juli 1969, aan de vooravond van de eerste landing op de maan, nodigde de New York Times Velikovsky uit uiteen te zetten welke ontdekkingen hij verwachtte van de Apollo-missies. Velikovsky’s antwoord bevatte een negental “beweringen vooraf”, onder andere “Remanent (resterende, resterende) Magnetisme,” een steil hellende temperatuurverandering, radioactieve hotspots en regelmatige maanbevingen. Al met al bleek dit een opvallend accurate samenvatting van latere bevindingen. Maar de wetenschappelijke gemeenschap hield zich nog steeds muisstil.

Maar in 1972 keerde Velikovsky, op uitnodiging van de Society of Harvard Engineers and Scientists,  terug naar de plaats van waaruit de oorspronkelijke boycot werd gelanceerd. Zijn presentatie leverde een staande ovatie op. “Zoals u kunt zien heb ik het overleefd”, zei hij. “Ik heb tweeëntwintig jaar op deze avond gewacht. Ik kwam hier om het jeugdig enthousiasme te vinden van mannen die een fascinatie hebben voor ontdekkingen.”

Eveneens in 1972 begon een klein studentenblad, genaamd Pensée, in Portland, Oregon, met de publicatie van een serie uitgaven die volledig gewijd waren aan Velikovsky, met bijdragen van de pionier zelf. De Pensée-serie, genaamd Immanuel Velikovsky Reconsidered (Immanuel Velikovsky Heroverwogen), verhaalde over de geschiedenis van de Velikovsky-affaire en leverde internationale aandacht op voor het wetenschappelijke wangedrag dat daarin speelde. Ook werden de bevindingen van Space Age naar voren gebracht, die Velikovsky’s revolutionaire stelling van een interplanetaire catastrofe ondersteunden. Het was duidelijk tijd voor een herbeoordeling van het werk van Velikovsky, en de Pensée-serie gaf de aanzet die het Velikovsky debat nieuw leven in zou blazen. Het eerste nummer werd een bestseller bij verschillende universiteitscampussen en leidde tot artikelen in Reader’s Digest, Analog, Time, Newsweek, Physics Today, de National Observer, en vele andere publicaties.

Velikovsky, nu uiterst optimistisch gestemd, begon talloze uitnodigingen van universiteiten te ontvangen. De British Broadcasting Corporation (BBC) maakte een speciale documentaire over Velikovsky, die werd herhaald wegens de massale interesse. Ook de Canadese Broadcasting Corporation maakte een documentaire over Velikovsky en in Toronto, Ontario, werd een internationaal symposium gehouden. Velikovsky hield ook een toespraak bij het N.A.S.A. Ames Research Center, waarin hij procedures en experimenten voorstelde om zijn claims te testen.

Gedurende twee jaar na het verschijnen van “Immanuel Velikovsky Heroverwegen” hield de wetenschappelijke elite zich akelig stil. De wederopstanding van de “ketter”, die zo lang werd dood gewaand, leek allemaal net iets te gemakkelijk te verlopen.

Toen brak de tegenaanval los van de kant van Amerika’s grootste wetenschappelijke organisatie, de American Association for the Advancement of Science, Zij organiseerde een symposium over Worlds In Collision, met als doel een “open discussie over Velikovsky”. Op het programma van de  “1974 San Francisco A.A.A.S. bijeenkomst” stond o.a. een direct “debat” tussen de populaire astronomen Carl Sagan en Velikovsky.

De bijeenkomst vertoonde al de valstrikken van een media-event, en zoals zo vaak bij dergelijke debatten bracht het geen enkele helderheid over het onderwerp. Toch werd het nog jaren daarna in de grote media te berde gebracht als de “definitieve weerlegging” van Velikovsky.

De A.A.A.S. bijeenkomst was het begin van een meedogenloze lastercampagne tegen Velikovsky. In de daarop volgende jaren, besteedde Sagan een aanzienlijk deel van elk boek dat hij publiceerde aan het ontkrachten van Velikovsky. En aangezien wetenschappelijke redacties van kranten niet langer zelf op onderzoek uitgaan of aan waarheidsvinding doen, werd eenvoudigweg gerapporteerd wat lokale astronomen erover te melden hadden. En dus raakte het Velikovsky-vraagstuk op een dood spoor.

Voordat hij in 1979 overleed, werd Velikovsky uiterst pessimistisch en vertelde ieder in zijn directe omgeving dat de strijd gestreden was, dat de critici hadden gewonnen. De hoofdstroom van de wetenschap zou volgens hem nooit een objectieve bespreking toelaten

over het onderwerp “Worlds In Collision”.

Hoewel ik het niet met Velikovsky eens ben, dat de ‘goden’ van de oudheid de planeten waren, geloof ik wel dat, als deze rampzalige gebeurtenissen plaatsvonden zoals Velikovsky stelt, het Yehovah was die ze liet plaatsvinden. Maar we zijn afgedwaald van het hoofddoel van dit hoofdstuk: bepalen of het kalenderjaar bestaat uit 354 of uit 360 dagen. Ik wilde de theorie en de stellingen van Velikovsky een eerlijke kans geven, aangezien sommigen hem zullen aanhalen in verband met dit onderwerp.

Yair Davidiy neemt ook de 360-dagen theorie van Velikovsky onder de loep als hij die vergelijkt me alle oude beschavingen van dat moment. Ik raad je sterk aan om dit te lezen als je een kans krijgt. Mijn antwoord wordt door de meeste mensen over het hoofd gezien, laat staan dat  ze het meenemen in hun overwegingen.

Veel mensen komen, op grond van de onderstaande Bijbelgedeelten uit Genesis en Daniël, iets te snel tot de conclusie dat het jaar bestaat uit 360 dagen.

11 In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet. 12 En er was regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten. (Genesis 7:11-12)

3 Vervolgens vloeide het water van boven de aarde terug, gaandeweg vloeide het terug. Na verloop van honderdvijftig dagen werd het water minder. 4 En de ark bleef in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, vastzitten op het gebergte van Ararat. 5 En gaandeweg werd het water minder, tot aan de tiende maand. In de tiende maand, op de eerste dag van de maand, werden de toppen van de bergen zichtbaar. (Genesis 8:3-5)

Door het lezen van deze Schriftplaatsen zijn velen met grote stelligheid tot de volgende conclusie gekomen: de vijf maanden tussen de tweede maand van Genesis 7:11 en de zevende maand van Genesis 8:4, gekoppeld aan de aanvullende informatie van de 150 dagen uit Genesis 8:3, vormen het bewijs dat die periode bestond uit vijf maanden van elk dertig dagen.

Dat doet de vraag rijzen of de 150 dagen van de zondvloed uit vijf maanden van dertig dagen bestonden.

Ieder maand draait de Maan rond de aarde in precies 29,53059 dagen (afgerond 29,5 dag). Het is mijn overtuiging dat dit altijd al zo is geweest en niet is veranderd sinds Yehovah de aarde heeft geschapen. Aangezien de theorie van Velikovsky naar verluid betrekking heeft op de tijd van Mozes en de Exodus in de jaren 1386 – 1380 voor Chr., zou het niet onredelijk zijn aan te nemen dat de omstandigheden bij gebeurtenissen van vóór die tijd ook niet zijn veranderd.

De sinds Adam in gebruik zijnde en aan Noach doorgegeven kalender is de kalender die gebruik maakt van de Zichtbare Maan om de maand mee te beginnen. Zoals ik hiervoor al stelde, kost het de Maan precies 29,53059 dagen om één omwenteling om de aarde te voltooien. Dit is afgerond 29,5 dagen per maand, en het is precies dat halve dagdeel dat het scharnierpunt vormt in ons verhaal.

Omdat altijd de mogelijkheid bestaat dat de Nieuwe Maan op de negentwintigste dag wordt waargenomen, is het zeer wel mogelijk dat een maand slechts negenentwintig dagen lang is. Maar voor hetzelfde geld zou de maan in een ander geval pas op de dertigste dag zichtbaar kunnen zijn. Juist deze variatie vormt ons bewijs.

Iedere maand bestaat uit negenentwintig of dertig dagen, afhankelijk van de waarneming van de Nieuwe Maan in een bepaalde maand. In de moderne Hebreeuwse kalender is reeds rekening gehouden met de fluctuatie van maanden van negenentwintig dan wel dertig dagen. Maar zoals ik nog steeds aan u zal aantonen, is de Hebreeuwse kalender niet foutloos. Het vooraf toewijzen van een bepaald aantal dagen aan een maand is een ander punt dat onmogelijk correct kan zijn. De nieuwe maan moest altijd worden waargenomen en dit was slechts mogelijk na negenentwintig dan wel dertig dagen. Maar je wist nooit van tevoren precies wanneer, tot je zelf (of iemand anders) de eerste zichtbare sikkel van de maan zag. (De maand was nooit eenendertig dagen lang – inderdaad: nooit. Dat was het gevolg van de Juliaanse hervormingen op de kalender in 46 voor Chr. door Julius Caesar.  We hebben dat dus aan hem te danken.)

Als ik “De dertig dagen van Noach” uitleg, herinner ik mensen eraan dat de maan een zichtbare maan moet zijn in de Bijbelse zin om het een Nieuwe Maan te mogen noemen. Noach was natuurlijk gedurende de hele periode in de ark opgesloten. Het regende onafgebroken. Als de Maan niet op de negenentwintigste dag zichtbaar is, dan is het automatisch Nieuwe Maan op de dertigste dag. Zoals u inmiddels weet, bestaat er niet zoiets als éénendertig dagen in een maand. Noach kon de Nieuwe Maan niet waarnemen gedurende zijn gehele verblijf in de ark. Pas toen hij uiteindelijk het raam opende en de lucht kon zien, om de raaf los te laten – toen, en niet eerder dan toen, kon Noach de Nieuwe Maan uiteindelijk zien. Maar in de ark kon hij alleen maar elke maand tot dertig tellen.

Zoals de heer Dumond uitlegt: wanneer het overdag op de 29e dag van de maand bewolkt is, en de waarneming van de nieuwe maan die avond dus verborgen is achter de wolken, wordt de volgende dag automatisch afgekondigd als ‘dag 30.’

Nadat het raam van de ark was afgesloten toen het begon te regenen, lezen we niet dat Noach het opnieuw opendoet tot vers zes van Genesis 8. Dat was dus na de 150 dagen waarvan sprake was in vers 3.

6 En het gebeurde na verloop van veertig dagen dat Noach het venster van de ark, dat hij gemaakt had, opendeed. 7 En hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen totdat het water van boven de aarde opgedroogd was. (Genesis 8:6-7)

Terwijl Noach opgesloten zat in de ark, kon hij natuurlijk maandenlang de zichtbare maansikkel niet waarnemen. Hij had geen zicht op de avondhemel tot hij het raam in vers zes opende. Voordat hij daar toestemming voor kreeg, was er al enige tijd verstreken waarin de vloed niet meer toenam en het vloedwater zich begon terug te trekken. Daarvoor regende het onafgebroken gedurende veertig dagen en veertig nachten totdat de Aarde geheel was overstroomd op een schaal die daarvoor of daarna nooit geëvenaard is. Dit alleen al maakt duidelijk dat de hemel door de bewolking volledig aan het oog was onttrokken, zodat het voor Noach, zelfs als er een raam was geweest en dit geopend was, onmogelijk zou zijn geweest ook maar iets waar te nemen.

Een andere Schriftplaats die mensen nogal eens als argument gebruiken is afkomstig uit Daniël 12. Daar staat het volgende:

6 De één zei tegen de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond: Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen? 7 Toen hoorde ik de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen. 8 Ik echter, ik hoorde het wel, maar ik begreep het niet. En ik zei: Mijn Heere, wat zal het einde hiervan zijn? 9 Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde. (Daniël 12:6-9)

 

10 Velen zullen gereinigd, zuiver wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen. 11 Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen. 12 Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt. 13 Maar u, ga heen tot het einde, want u zult rusten, en u zult opstaan in uw bestemming, aan het einde van de dagen. (Daniël 12:10-13)

 

Ik ben ervan overtuigd dat de twee mannen uit het gesprek in Daniël hierboven de twee getuigen zijn waarvan sprake is in Openbaring. Hoewel ik er geen hard bewijs voor heb, ben ik er wel vast van overtuigd. Een van de twee heeft kennis van de sabbatsjaar- en jubeljaarcycli en weet kennelijk wanneer het einde komt.

Maar dit is niet meer dan een noot in de zijlijn.

We lezen nogmaals vers 7:

7 “…een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft.” (Daniël 12:7)

In alle Bijbelse teksten staat “tijd, tijden en een halve tijd ” gelijk aan 3,5 jaar. Ook elders in Daniël lezen wij dezelfde omschrijving:

24 En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (Daniël 7:24-25)

In allebei de gevallen gaat het om 3,5 jaar. Maar we lezen ook in Openbaring van tweeënveertig maanden en 1260 dagen:

2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren. (Openbaring 11:2-3)

6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen. (Openbaring 12:6)

14 En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang. (Openbaring 12:14)

5 En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen. (Openbaring 13:5)

 

De Bijbelverzen die ik hierboven heb aangehaald worden door sommigen gebruikt om te bewijzen dat een maand altijd bestond uit 30 dagen, ongeacht om welke maand het gaat (30 x 42 = 1260). Is dat een terechte conclusie? In de drie Schriftcitaten hieronder kunnen wij lezen dat Yehovah niet verandert. Daarom zullen ook zijn kalender en de wijze waarop Hij de maand laat beginnen nooit wijzigen.

6 Want Ík, ????, ben niet veranderd, ú, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen. (Maleachi 3:6)

 

8 ????? Messias is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. (Hebreeën 13:8)

 

17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. (Jakobus 1:17)

Wat moeten we opmaken uit de hierboven aangehaalde Schriftplaatsen, die,  oppervlakkig gelezen, lijken te zeggen dat elk van de maanden van de laatste 3,5 jaar 30 dagen lang zijn? Zeggen ze dit werkelijk? Een deel van het antwoord is te vinden in wat Yehshua in de Evangeliën aan zijn discipelen uitlegt met betrekking tot de laatste dagen:

 1 En ????? ging weg en vertrok uit de tempel; en Zijn discipelen kwamen naar Hem toe om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. 2 ????? antwoordde en zei tegen hen: Ziet u dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden. 3 Toen Hij op de Olijfberg zat, gingen de discipelen naar Hem toe toen zij alleen waren, en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld? (Mattheüs 24:1-3)

 

Tijdens deze uiteenzetting vertelt Yehshua hen:

 

29 En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. 30 En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. (Mattheüs 24:29-30)

 

Het evangelie naar Markus geeft eenzelfde waarschuwing:

 

23 Maar past u op; zie, Ik heb u alles van tevoren gezegd! 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. 25 En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden. (Markus 13:23-25)

 

In het Oude Testament wordt in Joël over dezelfde periode gesproken. Hier wordt informatie toegevoegd die we nodig hebben om dit raadsel op te lossen. Let erop, dat er rookzuilen zullen zijn en dat de zon verandert in duisternis.

 

29 Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende. ( Joël 2:29-31)

 

Terwijl u mijn boek leest worden over de hele wereld allerlei sluimerende vulkanen weer actief en stijgen hun rookpluimen op naar de hemel. Ook het vuur zien wij bij hun uitbarstingen. Een recent voorbeeld daarvan dit is de uitbarsting van de Eyjafjallajökull van 2010. Eyjafjallajökull betekent “eilandgletsjerberg.” (Voor een aantal foto’s van deze gebeurtenis: zie https://en.wikipedia.org/wiki/2010_eruptions_of_Eyjafjallaj%C3%B6kull ). Voor zover mij bekend is IJsland het enige land waar je, zittend in een warme bron, kunt genieten van het uitzicht op een gletsjer. Warme bronnen staan bekend als broedbakken van jonge vulkanische activiteit, zoals in het geval is bij “Old Faithful” in het Yellowstone National Park in Amerika.

 

De gebeurtenissen van 2010 in IJsland vormen slechts een geringe afspiegeling van de rampspoed die nog zal gaan komen over de wereld waarin wij leven. Over de toekomstige verwoestingen lezen wij onder meer in Jesaja:

 

7 Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, ????, doe al deze dingen. (Jes.45:7)

 

6 Weeklaag, want de dag van ???? is nabij; als een verwoesting van de Almachtige komt hij. 7 Daarom zullen alle handen slap worden en elk hart van stervelingen zal wegsmelten. 8 En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen ineenkrimpen als een barende vrouw. Verbijsterd zullen zij elkaar aanstaren, hun gezichten zullen vlammen. 9 Zie, de dag van ???? komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen. 10 Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. 11 Ik zal de wereld haar slechtheid vergelden, en de goddelozen hun ongerechtigheid. Ik zal de trots van de hoogmoedigen doen ophouden, en de hooghartigheid van de geweldplegers zal Ik vernederen. 12 Ik zal stervelingen schaarser maken dan zuiver goud en mensen zeldzamer dan het fijne goud van Ofir. 13 Daarom zal Ik de hemel doen sidderen, en de aarde zal lostrillen van haar plaats om de verbolgenheid van ???? van de legermachten, en om de dag van Zijn brandende toorn. (Jesaja 13:6-13)

 

In Joël lezen we eveneens dat de zon en de maan hun licht niet geven:

 

14 Menigten, menigten in het dal van de dorsslede, want de dag van ???? is nabij in het dal van de dorsslede. 15 Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken. 16 ???? zal vanaf Tsion (Sion) brullen als een leeuw, vanuit Yerushalayim (Jeruzalem) zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar ???? is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. (Joël 3:14-16)

 

In Openbaring lezen we ook dat de zon en de maan hun licht niet geven. Dit staat direct na het martelaarschap van de heiligen.

 

9 En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden. 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? 11 En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden. 12 En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, 13 en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. 14 En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. 15 En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. 16 En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. 17 Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven? (Openbaring 6:9-17)

 

Jesaja spreekt opnieuw uit dat de hemelen zullen vergaan tijdens deze tijd van grote verdrukking.

 

2 Want de grote toorn van ???? richt zich tegen alle heidenvolken, Zijn grimmigheid tegen heel hun legermacht. Hij heeft hen met de ban geslagen, hen overgegeven ter slachting. 3 Hun gesneuvelden zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opstijgen. De bergen zullen wegsmelten door hun bloed. 4 Heel het sterrenleger aan de hemel zal vergaan. De hemel zal opgerold worden als een boekrol, en heel zijn leger zal vallen, zoals bladeren vallen van een wijnstok, en zoals vijgen vallen van een vijgenboom. 5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in de hemel. Zie, het zal neerdalen op Edom, op het volk dat Ik geslagen heb met de ban, als een oordeel. (Jesaja 34:2-5)

 

Hierboven lezen we dat de zon in een haren zak is veranderd. Wat betekent dit? Het beschrijft een zonsverduistering.

 

Het is duidelijk dat het verduisteren van de zon is (alsof zij in een haren zak zit) en het niet schijnen en in bloed veranderen van de maan verwijzen naar een zonsverduistering en een maanverduisteringen.

 

In het verlengde van wat hierboven vermeld staat, heeft pastor Mark Blitz gevonden dat in 2014 en 2015, VIER totale maansverduisteringen (vier “Bloedmanen”, ook wel een Tetrade genoemd) op rij verschijnen, vergezeld van twee zonsverduisteringen, die allemaal samenvallen met Joodse feesten.

 

Het is buitengewoon zeldzaam dat vier bloedmanen op rij voorkomen. De berekeningen laten zien dat een dergelijk verschijnsel deze eeuw niet meer plaats zal vinden. Pastor Blitz merkte op dat er Tetrades plaatsvonden in 1967-1968, het jaar dat Jeruzalem op wonderbaarlijke wijze in Israëlische handen kwam, en daarvoor in 1949-1950, een jaar nadat Israël haar onafhankelijkheid verklaarde. (Let erop dat de afkondiging plaatsvond op 14 mei 1948 en de Arabisch-Israëlische oorlog, die duurde tot 7 januari 1949, de volgende dag uitbrak)

 

Dat niet alleen, de Tetrade van 1949-1950 viel, evenals die van 2014-2015, precies op

Pascha of het Loofhuttenfeest. Pastor Blitz merkt verder op, dat we terug moeten gaan tot de 16e eeuw om weliswaar zes Tetrades te vinden (wat betekent dat er geen waren tussen de 17e en 20e eeuw), maar geen daarvan viel op Joodse feesten.

 

Ik heb voor u de passages uit de Schrift aangehaald die de zonverduistering beschrijven en dat de maan haar licht niet meer geeft. Daarna heb ik u laten zien wat de Bijbel zegt over de bloedmanen, die altijd een voorteken zijn van naderend onheil.  Voeg daaraan toe het citaat uit Jesaja, waar hij rookzuilen noemt. Het zal u niet verbazen dat we in dit kader meer van hetzelfde ontdekken. In Openbaring wordt de rook beschreven die resulteert uit het verbranden en vernietigen van Babylon:

 

8 “Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is ???? Elohim, Die haar oordeelt. 9 En de koningen van de aarde die hoererij met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben, zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen zien. 10 Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.” (Openbaring 18:8-10)

 

Wij weten dat de Zon en de Maan hun licht niet zullen geven in de laatste dagen en dat Yehovah ons in Daniel zegt de dagen van elke maand te tellen. Dat doen we door aan het begin van de maand te zoeken naar de eerste zichtbare Maansikkel (kortweg de zichtbare maan genoemd). Toch kan het gebeuren, dat het licht van de maan niet gezien kan worden door vulkanische as die de hemel verduistert. Veel naties zullen op dat moment worden vernietigd door oorlogen. Ze gaan in vlammen op. Babylon zal plotseling worden vernietigd en zal ook branden – wellicht nog erger dan de rest, vanwege de schaal van haar ongerechtigheid. De verbranding van Babylon en de vernietiging van andere steden op een wereldwijde schaal, gekoppeld aan de vulkanische activiteit die over de hele wereld plaatsvindt, levert rook op die zo dik is, dat de Zon en de Maan niet langer zichtbaar zijn. Toch hoeven we ons niet geheel in het duister gelaten te voelen, want wij weten nu dat, wanneer de Maan niet zichtbaar is op de negentwintigste dag van de maand als gevolg van rook of van een bewolkte lucht, dat de maand dan standaard tot een maand van dertig dagen wordt.

 

In het boek Daniel staat dat wij 3,5 jaar of 42 maanden lang de maan niet zullen kunnen waarnemen om het begin van de maand te bepalen. Maar hoe moeilijk en zwaar deze tijden ook voor ons en voor de hele mensheid zullen zijn, niettemin wordt van ons verwacht dat we weten wanneer wij de Heilige Dagen in de eerste en zevende maand van elk jaar moeten houden. Yehovah gaat in die tijd machtig optreden en wij moeten ervoor zorgen dat we daar klaar voor zijn.

 

Zoals de maan ten tijde van Noach en de Grote Vloed niet zichtbaar was (en hij dus niet kon zien wanneer de maand begon), zo zal het ook voor ons zijn in de laatste dagen. Het is voor ons dan onmogelijk om met het blote oog of met een telescoop te bepalen wanneer de maand moet beginnen, aangezien de maan geheel verduisterd wordt ofwel door de massief aanwezige rook van vulkanische uitbarstingen ofwel van steden die over de hele wereld op een ongekende schaal in brand staan, erger dan alles wat de mensheid ooit voor of sinds de dagen van Noach heeft meegemaakt. En er wordt niet gezegd hoe ver het gecombineerde effect van stedelijke gebieden door vuur wordt geteisterd en vulkanische activiteit, waardoor de branden op zowel stedelijke als plattelandsgebieden kunnen plaatsvinden.

 

Te veronderstellen dat alle jaren 360 dagen moeten zijn, is niets meer dan een verkeerde veronderstelling gebaseerd op een foutief en onvolledig begrip van dingen. Daniel noemt ons de 1.260, 1.290 en 1.335 dagen met een zeer specifiek doel en om een goede reden, namelijk wegens de mogelijkheid dat de Maan niet altijd zichtbaar zou zijn en omdat de gerst niet beschikbaar zou kunnen zijn om het nieuwe jaar uit te roepen, zoals ik al in de vorige hoofdstuk, Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren, heb uitgelegd.

 

7

Hoofdstuk 7 – De Joodse rabbijnse Feestdagen zijn niet kosher

 

Met al deze achtergrondinformatie over de kalender (en de verwarring daarover) in gedachten, gaan wij nu vergelijken wat de rabbijnen hebben gedaan met wat er oorspronkelijk was ingesteld. Zodra wij dit verschil goed voor ogen hebben, gaan we inzien waarom het Joodse volk nog steeds zo vervolgd wordt. De reden is, dat zij de Heilige Feestdagen niet houden – dat wil zeggen: niet op de momenten die Yehovah aan hen (evenals aan ons allen) heeft voorgeschreven in de Torah. En toch houden zij deze dagen zo goed mogelijk. Wij als niet-Joden hebben niet eens geprobeerd ze te houden en de wetten van Yehovah na te leven. De straffen die als gevolg daarvan over ons komen, zijn bedoeld om ons tot berouw te brengen en terug te laten keren naar de ware wegen van de Torah.

In Exodus wordt ons verteld wanneer het jaar begint:

2 “Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar.” (Exodus 12:2)

Yehovah sprak tegen Mozes over de maand Aviv – ook bekend als Nissan. In deze maand vindt het Pascha plaats. Het gaat hier niet over het begin van de maand Tisjri, over wat Juda nu Rosj haSjana (Nieuwjaar) noemt. Rosj haSjana houden op de eerste dag van de zevende maand van Tisjri is niets anders dan een daad van rebellie tegen de Schepper.

Leviticus zegt ons, wanneer wij Pesach moeten houden. Wij moeten veertien dagen tellen vanaf de eerste dag van Aviv (de eerste maand). Die dag is het begin of het “hoofd” (rosh) “van het jaar” (hasjana).

 

5 “In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond (letterlijk: tussen de avonden), is het Pascha voor Yehovah.” (Leviticus 23:5)

 

Maar als je, zoals de Hebreeuwse kalender dat doet, de maand begint met het moment van de conjunctie van de maan, dan kan dat één tot drie dagen afwijken van het moment dat de eerste maansikkel wordt waargenomen. Dit is de zoveelste afwijking in de lijst die wij onder de loep nemen. Deze afwijking komt voort uit het gebruiken van de berekende conjunctie maan methode in plaats van de Schriftuurlijke zichtbare maan methode voor het bepalen van het begin van de maand.

6 “En op de vijftiende dag van die maand is het Feest van de ongezuurde broden voor Yehovah. Zeven dagen lang moet u dan ongezuurde broden eten. 7 Op de eerste dag moet u een heilige samenkomst hebben. Geen enkel dienstwerk mag u dan doen.” (Leviticus 23:6,7)

 

In de volgende verzen wordt de afwijking alleen maar duidelijker:

 

10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van Yehovah bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10,11)

 

Precies om deze reden is het absolute noodzaak  dat de gerst rijp is om het “hoofd van het jaar” in te luiden. Als dat niet zo is, dan kun je dit gebod niet eens houden.

De “dag na de sabbat” is de eerste dag van de week. Juda (het Jodendom) beweert met kracht dat het hierbij gaat om de dag na de eerstvolgende hoogheilige dag, dat is de dag na de vijftiende aviv, zoals vermeld in Leviticus 23:6 hierboven. En zij baseren deze bewering op de volgende passage in Jozua:

 

10 “Terwijl de Israëlieten in Gilgal hun kamp hadden opgeslagen, hielden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, in de avond, op de vlakten van Jericho”. (Jozua 5:10)

 

Velen van jullie weten al, dat het Pascha op elke dag van de week kan vallen. In dat jaar viel Pesach, zoals vermeld in Leviticus 23:5, op de wekelijkse sabbatdag. Maar om aan de opvatting vast te houden, dat de beweegschoof plaatsvond op de 16e dag van Aviv, en niet op de dag na de wekelijkse sabbat, moeten de rabbijnen ook de volgende aanvullende passages uit Leviticus negeren:

 

10 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen.” (Leviticus 23:10)

 

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. 16 Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u Yehovah een nieuw graanoffer aanbieden”. (Leviticus 23:15,16)

 

De “dag na de zevende sabbat” kan te allen tijde slechts een zondag zijn, ofwel: de eerste dag van om het even welke week. Punt uit. Pinksteren kan niet anders dan op de eerste dag van de week vallen, willen wij gehoorzamen aan wat hierboven uit Leviticus wordt geciteerd.

Maar Juda kiest ervoor om hieraan niet te gehoorzamen en houdt liever vast aan de valse leer van de zesde Sivan, op basis van de verkeerd toegepaste visie op Jozua 5:10, die ik eerder aanhaalde. Door volgens hun methode het tellen te starten op de vijftiende Nissan, kan het niet anders dan dat je uitkomt op de zesde dag van Sivan (de derde maand), een datum die op elke willekeurige dag van de week kan vallen, wat niet voldoet aan “tot de dag na de zevende sabbat telt u vijftig dagen”.

De volgende passages uit Leviticus vertellen ons, wat we moeten weten met betrekking tot de Heilige Feestdagen in de herfst:

 

24 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst”. (Leviticus 23:24)

 

Nergens in Zijn Woord zegt Yehovah ons dat dit het begin van het jaar moet zijn. Het is de zevende maand, niet de eerste maand. Toch beweren de rabbijnen dat Rosj haSjana het begin (“hoofd”) van het jaar is.

 

27 “Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en Yehovah een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van Yehovah, uw God, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond”. (Leviticus 23:27-32)

 

Deze dag geldt als de allerheiligste dag van het jaar in Juda, die loopt van zonsondergang tot zonsondergang. Deze dag wordt als zo bijzonder beschouwd, dat het hele leven tot stilstand komt. Maar, zoals ik zal aantonen, hebben ze opnieuw het gebod om de juiste dag te houden overtreden.

 

34 “Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen lang Loofhuttenfeest voor Yehovah. 35 Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen. 36 Zeven dagen lang moet u Yehovah vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en Yehovah een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen”. (Leviticus 23:34-36)

 

Vanaf het begin heb ik laten zien dat Yehovah het zonde noemt als je een van deze Heilige Feestdagen, die genoemd worden in Leviticus 23, houdt op de verkeerde  dag. De Hebreeuwse kalender zorgt ervoor dat iedereen, die zich daaraan houdt, zondigt door elke Heilige Feestdag op de verkeerde dag te vieren, soms wel met een afwijking van drie dagen, vanwege het gebruik van de conjunctie-maan als begin van de maand versus de zichtbare maan. Het niet houden van de Heilige Feestdagen (vastgestelde tijden) op de door Yehovah in Leviticus 23 bevolen dagen is hetzelfde als het houden van de wekelijkse sabbat op een andere dag van de week dan op de zevende dag (zaterdag). Het is echter verkeerd en een zonde dit te doen en men overtreedt er het vierde gebod mee.

Door dus om te beginnen het verkeerde beginpunt van de conjunctie maan te gebruiken in plaats van de waarneembare maan, vervalt ieder die de Hebreeuwse kalender volgt tot zonde door de Heilige Feestdagen jaarlijks op de verkeerde dag te houden, tot wel drie dagen verwijderd van de juiste dag. Maar alsof dat nog niet genoeg is, doen de rabbijnen daar nog een schepje bovenop wat betreft de Heilige Feestdagen in de herfst, wat de afwijking alleen nog maar groter maakt.

Naast de lange-termijnafwijking van de populaire Joodse kalender weg van het hemelse uurwerk, heeft deze andere eigenschappen waar wij een probleem mee hebben.

Daarbij horen ondermeer de zogenaamde dachiyot (dehioth) of uitstelregels. Deze vertragen kunstmatig datums om tegemoet te komen aan de gevoeligheden van bepaalde mondelinge tradities. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat Yom haKippurim (Jom Kippoer) op een vrijdag of een zondag kan plaatsvinden om de uitdagingen te omzeilen die verband houden met de wekelijkse Sabbat. De laatste dag van Soekot mag niet op een Sabbat vallen. Om dit te voorkomen  wordt Yom Teru’ah (algemeen bekend als Rosj haSjana) standaard vastgesteld op een zondag, een woensdag of een vrijdag. Omdat Yom Teru’ah de eerste dag is van de maand Tishrei (Tisjri), de zevende maand, verschuift deze afspraak de kalendermaand weg van de

natuurlijke maanmaand. Zulke niet in de Bijbel voorgeschreven aanpassingen zijn voor ons onaanvaardbaar.

(http://yahoshuafoundation.org/calendararticle.pdf)

Zoals al eerder gezegd, wordt elk van de Heilige Feestdagen in de herfst uitgesteld of verplaatst tot maar liefst drie dagen toe. Deze uitstelregels worden niet toegepast op de Heilige Feestdagen in het voorjaar.

Ik nodig je uit de “Dehioth: De Uitstelregels” (The Rules of Postponement) nu zelf te lezen. Let daarbij vooral op de tweede regel, waarin de nieuwe maan genoemd wordt. (Oorspronkelijke tekst: http://www.ironsharpeningiron.com/postponements2.htm)

 

Dehioth: De Uitstelregels

 

Laten we beginnen met wat achtergrondinformatie over het uitstel en waarom sommige Joodse leiders zich genoodzaakt voelden om Gods heilige dagen uit te stellen. De Heilige Dag-regeling voor het jaar is bepaald door regels die zijn ontworpen om te voorkomen dat Jom Kippoer (verzoendag) direct voor of na de sabbat valt. Zij veranderden Gods Heilige Feestdagen om tegemoet te komen aan hun eigen behoeften, zoals die in die periode van de geschiedenis in de samenleving bestonden.

 

Er zijn zeven uitstelregels, maar wij (zullen alleen maar kijken naar) de eerste vier.

 

DE EERSTE REGEL

 

Deze regel legt uit dat Bazuinendag (Rosj haSjana), de eerste dag van het (joodse) nieuwjaar,

niet mag vallen op zondag, woensdag of vrijdag. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op zondag zou vallen, dan zou Hosha’na Rabbah (de zevende dag van het Loofhuttenfeest) op zaterdag vallen en dit moet worden vermeden omdat het de juiste viering van dit “Festival van de Wilgen” (laatste dag Loofhuttenfeest) zou voorkomen. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op woensdag zou vallen, dan zou Grote Verzoendag (Jom Kippoer) op een vrijdag vallen, wat onnodige moeilijkheden zou veroorzaken, omdat er dan twee opeenvolgende dagen zouden zijn met serieuze inperkingen. Als Bazuinendag (Rosj haSjana) op een vrijdag zou vallen, dan zou Grote Verzoendag (Jom Kippoer) op zondag vallen. Ook dan zouden we twee opeenvolgende dagen hebben met serieuze inperkingen. Om die reden wordt, wanneer de Nieuwe Maan (Molad) op zondag, woensdag of vrijdag valt, de eerste dag van Tisjri (de zevende maand) uitgesteld tot de volgende dag.

 

DE TWEEDE REGEL

 

Als de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri (de zevende maand) op het middaguur of later verschijnt, wordt de volgende dag tot Nieuwe Maan (Rosj Chodesj) uitgeroepen. Als de Molad (Nieuwe Maan) bijvoorbeeld maandag op het middaguur of later valt, dan wordt dinsdag verklaard tot Rosj Chodesj (Nieuwe Maan). De reden is dat als de Molad (Nieuwe Maan) vóór de middag valt, het zeker is, dat de Nieuwe Maan dan in een deel van de wereld voor zonsondergang van dezelfde dag zichtbaar zal zijn. Als echter de Nieuwe Maan (Molad) na het middaguur plaatsvindt, is de Nieuwe Maan elders niet zichtbaar voor zonsondergang van dezelfde dag. Als de volgende dag de zondag, woensdag of vrijdag is, waarop de eerste dag van Tisjri mogelijk niet mag plaatsvinden, wordt deze verder uitgesteld tot de volgende dag, zodat de eerste van Tisjri de derde dag is vanaf – en inclusief – de dag van de Molad (Nieuwe Maan).

 

DE DERDE REGEL

 

Als de Molad van Tisjri in een gewoon jaar op dinsdag om 3:00 uur plus 204/1080 deel van een uur van de voormiddag of later is, wordt de eerste dag van Tisjri uitgesteld tot donderdag. Het kan niet op dinsdag zijn, want dan zou de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri van het volgende jaar op zaterdagmiddag vallen en de Nieuwe Maan (Rosj Chodesj) zou dan moeten worden uitgesteld tot zondag. Dit zou het betreffende jaar 356 dagen lang maken, dat wil zeggen: meer dan de vastgestelde limiet van 355 dagen.

 

DE VIERDE REGEL

 

Deze regel is van kracht als de Nieuwe Maan (Molad) van Tisjri, in een jaar volgend op een Schrikkeljaar valt op een maandag na 9.00 uur en 589/1080 deel van een uur (d.w.z. het vijftiende uur vanaf het begin van de dag op de avond ervoor). Als dit jaar zou beginnen op maandag, dan zou Bazuinendag (Rosj haSjanah) van het voorgaande jaar zijn gevallen op dinsdagmiddag en zou zijn uitgesteld tot woensdag. Dat zou het huidige jaar 382 dagen lang hebben gemaakt, wat minder is dan het vastgestelde minimum van 383 dagen.

 

Voor meer en uitgebreider onderzoek naar dit onderwerp verwijs ik naar “Conjunctie of Waarneembare Maan – Welke van de twee?” (“Conjunction or Sighted Which”? – Zie http://www.sightedmoon.com/?page_id=22) en “De wederkomst van Yehshua” (“The Return of Yehshua” – Zie http://www.sightedmoon.com/?page_id=20).

 

Nergens in de Torah vinden we ook maar een aanwijzing of hint van Yehovah die zou suggereren dat we alle herfstfeesten kunnen uitstellen om te voorkomen dat een Heilige Feestdag zou vallen op een dag direct grenzend aan de wekelijkse sabbat.

Voor het voorjaar bestaan er geen uitstelregels om te voorkomen dat de hoogheilige dagen van Ongezuurde Broden onmiddellijk voor of na de wekelijkse sabbat vallen. Wij weten al van tevoren dat dit voor Pinksteren altijd een feit is: de wekelijkse sabbat gevolgd door de Heilige Feestdag van Pinksteren op zondag. Deze door de mens gemaakte uitstelregels zijn niet afkomstig van Yehovah. Wij moeten ze niet volgen, want daarmee veranderen wij de werkelijke Heilige Feestdagen en creëren daarmee andere feesten.

 

Wij zien dat Juda keer op keer gestraft wordt in de geschiedenis omdat zij de Heilige Feestdagen niet op het juiste moment houden. Dat gebeurt om hen ertoe aan te zetten om terug te keren naar de waarheid. De opdracht de Heilige Feestdagen te houden wordt ons gegeven in Leviticus 23. Daar staat geen opdracht bij om uitzonderingen te maken of uitstel in te voeren.

8