De Sabbatsjaren

gedenken

van 2016

2023  2030  2037  2044

 

De vloek breken door gehoorzaamheid

 

 

Jesaja 49:16

Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,

uw muren zijn steeds vóór mij

  

Door

Joseph F. Dumond

5 “Zie, Ik zend tot u de profeet Elijahoe (Elia), voordat de dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende dag. 6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.”

(Maleachi 4:5-6)

16 “en hij zal vele van de Israëlieten bekeren tot ???? hun Elohim. 17 En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elijahoe (Elia), om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor ???? een toegerust volk gereed te maken.” (Lukas 1:16-17)

3 “Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van ???? , maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze Elohim! 4 Alle dalen zullen verhoogd worden, alle bergen en heuvels zullen verlaagd worden; wat krom is, zal recht worden; wat rotsachtig is, zal tot een vlakte worden. 5 De heerlijkheid van ???? zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van ???? heeft gesproken.” (Jesaja 40:3-5)

19 “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van ????, 20 en Hij ????? de Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. 21 Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover Elohim gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. 22 Want Moshe (Mozes) heeft tegen de vaderen gezegd:  ????, uw Elohim, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. 23 En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. 24 En ook al de profeten vanaf Shemu’el (Samuel) en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd.” (Handelingen 3:19-24)

25 “Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden1 en de wet2 te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.” (Daniël 7:25) (Voetnoten: 1 Dit is een ander woord voor feesten. 2 De wet veranderen is een vorm van wetteloosheid)

Velen zien een toekomstige afgedwongen wet op de zondagsviering als vervulling van deze profetie. Wat ze niet beseffen is dat dit al heeft plaatsgevonden. De Feesten en Festivals (bepaalde tijden) zijn al veranderd en de wetten om ze te houden bevorderen en veroorzaken al wetteloosheid. Wat je in dit boek gaat lezen zal schokkend voor je zijn.

Satan heeft de wetten van Yehovah al veranderd en de meeste mensen hebben daar geen idee of besef van. Dit boek getuigt van de terugkeer naar de oorspronkelijke Torah voor hen die oren hebben om te horen en ogen om te zien. Dit omvat onder andere:

  • Het herstel van alle
  • Het herstel van de sabbat.
  • Het herstel van de sabbatsjaren en jubeljaren.
  • Het herstel van de feestdagen zoals aangegeven in Leviticus 23.

Dit fenomeen is niet het werk geweest van één mens, maar van vele gedurende een periode van vele jaren. Ik durf de bewering aan dat de geest van Elia vanwege Yehovah op hen heeft gerust en door hen heeft gesproken. Van alles wat ik in dit boek ter sprake zal brengen hoop ik van harte dat het op krachtige wijze zal illustreren wat de dwalingen van onze (voor)vaderen zijn en hoe die zijn ontstaan. Ik hoop tevens uitgebreid en grondig aan te tonen wat de Torah werkelijk aanreikt als het erom gaat die dwalingen ongedaan te maken en daar een juist begrip voor in de plaats te zetten. Ik wil je niet alleen een stevig fundament aanreiken om het hart van de Torah te kunnen bevatten, maar ook een stevige basis waar het erom gaat te groeien in inzicht hoe de Torah te volgen en wat dat precies allemaal inhoudt.

Voor mijzelf betekent dat bijvoorbeeld, dat, waar ik ooit geloofde dat de Naam van de Schepper God moest worden uitgesproken als Yahweh, ik er nu van overtuigd ben dat Zijn Naam Yehovah is. Niettemin weet ik dat vele anderen geloven dat Zijn Naam gevonden wordt in een brede variatie aan andere spellingen en uitspraken. Dit als direct gevolg van het feit dat onze broeder Juda ervoor kiest Zijn heilige Naam in het geheel niet uit te spreken, maar in plaats daarvan HaShem (De Naam) te zeggen.

Oorspronkelijk was ik van plan alleen de Hebreeuwse spelling van Zijn Naam  “????“ te gebruiken om niemand te kwetsen, maar nadat ik het boek van Nehemia Gordon – Shattering the Conspiricy of Silence (de Samenzwering van Stilte Verbreken) – had gelezen, realiseerde ik me dat ik dan nog steeds schuldig zou zijn aan het verbergen van Zijn Naam, voor zover het mij gegeven is die te begrijpen. Zodra ons iets wordt duidelijk gemaakt, moeten we daar ook trouw aan zijn in ons leven. Daar niet trouw aan zijn of het verbergen is een zonde.

Bovendien was ik bijzonder geraakt door Gordons boek en wil ik niet langer een “mede-samenzweerder” zijn door de machtige Naam van de Schepper te verbergen. Het is goed om díe versie van Zijn Naam te gebruiken waarvan je overtuigd bent dat het de juiste is. Wat mij betreft zal ik in dit boek Yehovah gebruiken, behalve bij aanhalingen uit een bepaalde Bijbelvertaling (bijvoorbeeld de Herziene Statenvertaling 2010) of een aanhaling van iemand anders die een andere versie van Zijn Naam gebruikt. Daarbuiten zal ik niet van deze lijn afwijken.

Ons wordt in Psalmen voorgehouden, dat, als we de Naam van Yehovah vergeten en daarvoor in de plaats een andere naam gebruiken, Hij ons hart zal onderzoeken om erachter te komen met wie wij proberen te communiceren.

21 Als wij de Naam van onze Elohim hadden vergeten en onze handen hadden uitgebreid naar een vreemde god, 22 zou Elohim dat niet onderzoeken? Want Hij weet wat er in het hart verborgen ligt. (Psalm 44:21-22)

In 1 Korinthe wordt ons voorgehouden:

10 De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van Elohim. (1 Korinthe 2:10)

 

Ik wil niet dat er over Zijn bijzondere en apart gezette (heilige) Naam wordt getwist, maar heb kort geleden besloten om niet langer geheim te houden wat ik geloof over Zijn heerlijke Naam. Ons wordt opgedragen Zijn Naam aan te roepen. Als we die niet kennen, kunnen we die ook niet aanroepen. Ik heb me ook ten doel gesteld in dit boek alleen de waarheden die Yehovah mij heeft geopenbaard weer te geven en te bewijzen. Het is niet mijn bedoeling om respectloos te spreken over een bediening, een leraar of een groep mensen die juist díe zaken geloven die ik als vals ontmasker. Stel dat Yehovah “waarheden” bekend zou maken – zoals wat ik in dit boek uiteen ga zetten – en die zouden er toe leiden dat je geestelijk terug zou keren tot de leugens die je vroeger geloofde, dan is dat ronduit slecht. Test en beproef dus mijn woorden. En als je dat hebt gedaan en ze waar hebt bevonden, gehoorzaam ze dan. Mag de Schepper Yehovah Zelf je leiden in de bestudering van deze waarheden. En zoals mijn website duidelijk stelt: Toets alle dingen ….  en ….

Ik, Joseph F. Dumond, ben geboren in 1958 en Rooms Katholiek opgevoed. In 1978 trouwde ik, na te zijn geslaagd aan de Orangeville High School in Ontario, Canada, met de schoolliefde van mijn leven, Barbara. We kregen een dochter in 1981, een zoon in 1982 en later, in 1990, nog een zoon.

In 1982 hoorde ik via mijn autoradio ’s-avonds laat voor het eerst Herbert Armstrong onderwijs geven over de sabbat, toen ik op weg was naar werk in Oost Ontario. Een paar dagen later luisterde ik weer naar hem, toen ik op weg was naar huis na mijn werk. Ik vroeg materiaal aan omdat ik me verplicht voelde te bewijzen dat hij ongelijk had over de sabbat. Ik werkte zeven dagen per week als opzichter over mensen die werkten aan een gaspijpleiding. Het was onmogelijk een dag vrij te nemen om op zaterdag naar de kerk te gaan. Maar uiteindelijk, na zes maanden onafgebroken studeren, kon ik er niet meer omheen: Yehovah is er altijd volkomen helder over geweest dat wij allemaal de sabbat zouden moeten houden. Ik kon niet anders meer dan tot de conclusie komen dat de sabbat, de zevende dag, (zaterdag) nooit was veranderd en dat de Rooms Katholieke Kerk er verantwoordelijk voor was dat de sabbat zaterdag was veranderd in de zondag – een valse sabbat die door alle Christelijke kerken nog steeds gehouden wordt, ook nadat zij het Rooms Katholieke juk van zich afgeworpen hebben.

Zodra Yehovah een deur opende, nam ik deel aan de samenkomsten van de Worldwide Church of God en niet lang daarna hoorde ik over de Feesttijden. Doordat ik over deze feesten – die zonder uitzondering te vinden zijn in Leviticus 23 – hoorde, leerde ik van het goddelijk geïnspireerde plan van Yehovah met de mensheid en hoe dit allemaal in elkaar paste. Daarna dacht ik geruime tijd dat ik Zijn plan wel in zijn geheel kende, tot ik de sabbatsjaren begon te begrijpen – zowel verleden als toekomst. Het laatste sabbatsjaar duurde van Aviv (Maart-April) 2009 tot Aviv 2010. Dat was ook het eerste sabbatsjaar dat ik ooit heb gehouden.

Vanaf dat moment begon ik elke week serieus te studeren en regelmatig naar de kerk te gaan (van 1982 tot 1994). Toen voelde ik me gedwongen de Worldwide Church of God te verlaten, omdat ze – ergens onderweg – steeds meer op de Rooms Katholieke Kerk gingen lijken, die ik in 1982 al verlaten had. In deze tijd werd mij ook verteld dat alles wat de Worldwide Church of God mij geleerd had “verkeerd” was.

Daarom bezocht ik de volgende twee jaar geen enkele kerk meer en ging weer zeven dagen per week werken. Maar in 1996 voelde ik, terwijl de Feesten snel dichterbij kwamen, een diep verlangen om opnieuw de sabbat en de Feesten te gaan houden. Maar ik had in de verste verte geen idee waar ik heen kon of wie ik erover kon vragen, dus begon ik maar met de Feesttijden te houden door mijn auto ergens aan het eind van een doodlopende weg te parkeren en daar te bidden en Yehovah met heel mijn hart aan te roepen.

In die tijd moest ik alles wat ik tot op dat moment als waarheid had omarmd opnieuw overdenken. En dat moest zonder enige kerkelijke literatuur van welke groep dan ook, zonder voorgekauwde preken of geleerde lezingen. Ik moest de sabbat bewijzen uit de Bijbel zelf en uit andere geloofwaardige bronnen, zoals encyclopedieën. Terwijl ik daar intens mee bezig was, hoorde ik van de Ark van Noach, de doortocht door de Rietzee, Jabal Al Lawz in Saoedi Arabië, de echte berg Sinaï en vele andere zaken die in mij een onverzadigbaar geestelijk verlangen wekten om alles wat de Bijbel beweerde als waar te bewijzen.

Een paar jaar later, in september 2001, volgde de aanslagen op het World Trade Centre en vreesde ik dat er oorlog uit zou breken. Maar ik had geen idee welk antwoord wij als individuen of als natie hierop zouden kunnen of zouden moeten geven. Ik hield het niet langer uit en belde een paar vrienden die mij vertelden dat zij de United Church of God bezochten – één van de vele splintergroepen die waren ontstaan uit het uiteenvallen van de Worldwide Church of God. Er zijn inmiddels meer dan 800 Church of God groeperingen, die natuurlijk allemaal beweren de enige “ware” kerk te zijn.

Toen ik de United begon te bezoeken was mijn zoektocht naar de waarheid echter alles behalve voorbij. Ik bleef zonder onderbreking verder zoeken en alles nauwgezet onderzoeken. Met behulp van het Internet, dat net door zijn kinderziektes heen begon te raken, werd het ieder volgend jaar makkelijker om de informatie op te graven waar mijn ziel zo wanhopig naar op zoek was. In deze tijd begon ik korte artikelen te schrijven voor het United Good News (Goed Nieuws) magazine, dat al een wereldwijde lezerskring had gevormd, bestaande uit voornamelijk United Church of God broeders. Daardoor begon ik de “macht van de pen” in te zien en ging ik op meer regelmatige basis artikelen schrijven voor United. In die tijd begonnen ze me erop voor te bereiden ouderling in de kerk te worden.

Maar in 2004 drong het tot me door dat mijn groei tot stilstand was gekomen. Ik stagneerde geestelijk en er was zonde in mijn hart, die ik probeerde te rechtvaardigen en te excuseren. In december 2004 somde ik in een artikel al mijn zonden op en las dat artikel in zijn geheel voor aan mijn toenmalige pastor. Ik besloot vastberaden nooit meer op mijn oude paden terug te keren. Ik deed hetzelfde wat Daniël had gedaan toen hij de zonden van Israël bekende met als enige verschil dat ik mijn eigen zonden opbiechtte.

Direct daarna hoorde ik van de Zichtbare Maan – als alternatief voor de Conjunctie Maan – als de Bijbelse manier van het bepalen van elke nieuwe maand. Dit was voor mij een belangrijk keerpunt, vooral als je bedenkt hoe groot het gewicht is van de keuze waar je voor staat. Een slechte keus kan de kalender van de Feesttijden veranderen. Voor mij betekent dat hetzelfde als wanneer je de sabbat op een zondag zou vieren. Als je de feesttijden op verkeerde dagen zou vieren, zou je nog steeds het doel missen, met andere woorden: zondigen.

Maar ik had nog geen Bijbels bewijs gekregen.

Zelfs nadat ik mezelf een enorme hoeveelheid leesmateriaal en intense studie had opgelegd, kon ik nog steeds niet bewijzen wat de juiste visie was. Dus trok ik mij terug in gebed. Binnen een paar dagen sprongen de Bijbelpassages me bijna van de bladzijden tegemoet en gaven ze me een direct antwoord op deze vraag. Het antwoord dat ik had gezocht stond in Jesaja 7 en Openbaring 12. Maar dat antwoord was tegelijk een test voor mij. Met de hulp van de Heilige Geest had ik voor mezelf zonder ook maar de minste twijfel bewezen dat de Zichtbare Maan DE maan moest zijn die bepaalt wanneer de Feesttijden gehouden moeten worden. Maar Pesach 2005 stond voor de deur toen er een conflict ontstond. Er was een verschil van 30 dagen tussen de Zichtbare Maan kalender en de Hebreeuwse kalender die de meeste groeperingen nu nog steeds gebruiken. Ik raakte daardoor behoorlijk van streek, omdat ik had gehoopt dat, als ik de Zichtbare Maan kalender zou houden, dat bijna ongemerkt aan de United Church of God broeders, die de Hebreeuwse ofwel Conjunctie Maan kalender houden, voorbij zou gaan.

Omdat ik nog niet 100% zeker was, hield ik dat jaar beide kalenders om te zien wat het resultaat zou zijn. Het aanhouden van de Conjunctie Maan (de Hebreeuwse kalender) was berekend op dertig dagen na de Zichtbare Maan kalender. Dus Pesach en de Dagen (het Feest) van de Ongezuurde Broden – volgens het rijp zijn van de gerst en de zichtbare nieuwe maan – zouden een maand vroeger vallen dan de Hebreeuwse of Conjunctie Maan berekende kalender aangaf.

Zodra ik Pesach hield volgens de Zichtbare Maan kalender, gaf de Heilige Geest mij de openbaring over de Sabbatsjaren en de Jubeljaren en hun verband met de vloekuitspraken van Leviticus 26. Ik kon het nauwelijks geloven, maar ik kon het evenmin afwijzen of als vals bewijzen.

Ik begon instinctief al mijn aantekeningen uit te werken volgens wat ik aan het ontdekken was. Dat was geen toeval, want die notities zouden later een integraal deel uitmaken van de nieuwsbrieven op mijn website. Terwijl ik daarmee bezig was begon ik onweerlegbaar bewijs te zien dat overal om mij heen de vervloekingen van Leviticus 26 aan het gebeuren waren, en ik dacht ondertussen dat ik het me allemaal verbeeldde. Ik was ten slotte geen theoloog, geen geleerde of eschatoloog. Evenmin was ik pastor, priester of rabbi. Ik was niets meer dan een gewone arbeidersjongen die greppels graaft. Hoe zou ik ook maar kunnen beginnen te begrijpen wat niemand anders scheen te bevatten of waar niemand ook maar enige kennis van had?

13 Toen zij nu de vrijmoedigheid van Kefas (Petrus) en Yochanan (Johannes) zagen en merkten dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zij zich. (Handelingen 4:13)

27 Maar het dwaze van de wereld heeft Elohim uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft Elohim uitverkoren om het sterke te beschamen.

(1 Korinthe 1:27)

Tijdens het Loofhuttenfeest volgens de Zichtbare Maan kalender dat jaar (2005) vroeg ik de gastheer of ik hem kon spreken over dit nieuwe inzicht dat ik had verkregen over de sabbatsjaren. Hij schreef me terug en zei dat ik onderwijs moest geven over wat mij getoond was aan een hele groep mensen die te gast zou zijn bij Sukkot (Loofhuttenfeest) in New Hampshire dat jaar. Ik had nooit eerder gesproken op een van Yehovah’s feesten en keek er bepaald niet verlangend naar uit. Dat maakte ik de gastheer ook duidelijk, maar hij stond erop dat ik deze leer zou delen met iedereen die dat jaar aanwezig zou zijn.

Om die reden voelde ik opnieuw de behoefte om mij terug te trekken voor gebed. Het was tijdens die gebedstijd dat ik als het ware (als Gideon) een schapenvlies voor Yehovah neerlegde, alsof  ik daarmee zeggen wilde: “Hier ben ik, zend mij”, als het inderdaad waar was dat er niemand anders was die dit leerde. Op dat moment was er bij mij meer openheid en bereidheid te delen wat ik had geleerd, zelfs over de bijbehorende beangstigende profetieën en hun relatie tot het eind van deze tijd. Uiteindelijk was mijn definitieve antwoord: “Ja”, maar alleen als Yehovah werkelijk niemand anders had die bereid was, in staat was en het inzicht had om het te doen, zelfs als dat betekende dat ik het risico liep een dwaas genoemd te worden. Als het inderdaad Zijn bedoeling was dat ik dit zou doen.

Eerlijk gezegd is het nog maar kort geleden dat ik de hele tekst heb gelezen die Yehovah tegen Jesaja uitsprak, toen Jesaja tegen Yehovah zei: “Hier ben ik, zend mij.”

8 Daarna hoorde ik de stem van ????. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. 9 Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. 10 Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe,  en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen. 11 Toen zei ik: Hoelang, ????? Hij zei: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het land verworden is tot een woestenij. 12 Want ???? zal de mensen ver weg doen gaan, en de verlatenheid in het land zal groot zijn. 13 Al zal daarin nog een tiende deel over zijn, het zal weer verwoest worden. Maar zoals van de eik en de haageik na het omhakken een stronk overblijft, zal hun stronk een heilig zaad zijn. (Jesaja 6:8-10)

Yehovah gaat een boodschap sturen die de mensen wel zullen horen, maar niet zullen begrijpen. Ze zullen vet worden van hun kennis, vele dingen leren, maar ze toch niet begrijpen, zodat ze zich zouden bekeren en worden genezen. Met andere woorden: ze zullen precies de mensen zijn die:

7 … altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen. (2 Timotheüs 3:7)

 

Het is bijzonder opmerkelijk wat Yehovah hier zegt. We zouden er goed aan doen hier onze oren te spitsen en ons door Yehovah te laten waarschuwen!

De volgende Schriftplaatsen uit Timotheüs springen mij ook in het oog:

1 En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. 2 Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, 4 verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van Elohim. 5 Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af. 6 Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden. (2 Timotheüs 3:1-6)

12 En ook allen die godvruchtig willen leven in Messias ?????, zullen vervolgd worden.13 Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid. (2 Timotheüs 3:12-13)

5 Want het land is ontheiligd door zijn inwoners: zij overtreden de wetten1, zij veranderen2 elke verordening, zij verbreken het eeuwige verbond3. (Jesaja 24:5) (Voetnoten: 1Torot – meervoud van Torah, instructie. 2Jeremia 23:36. 3Dit is de enige reden die in heel de Schrift staat, waarom de aarde zal worden verbrand in de dag van het gericht. Zie ook: Jesaja 13:9, 13:11, 26:21, 66:24; Micha 5:15; Zefanja 1:2-18)

6 Daarom verteert de vervloeking het land en moeten zijn inwoners boeten. Daarom zullen de inwoners van het land verbrand worden, zodat er weinig stervelingen zullen overblijven. (Jesaja 24:6)

Dat jaar onderwees ik de sabbatsjaren – ook wel ‘Shmita’ genoemd – op het feest in New Hampshire en tevens in Israël, dertig dagen later, vanwege het feit dat ik de Feestdagen van beide kalenders hield: zowel volgens de Zichtbare Maan kalender als volgens de Hebreeuwse kalender. Op deze feesten ontmoette ik voor het eerst de mensen die zichzelf identificeerden met een groeiende beweging: de Hebrew Roots Movement (Hebreeuwse Wortels Beweging) en sprak met hen. Deze beweging was nog maar net ontstaan en begon toen net vorm te krijgen.

In 2006 sprak ik opnieuw over de sabbatsjaren in Windsor, Ontario en daarna in Toronto. De groeperingen in Toronto waren samengesteld uit vroegere leden van de splinterkerken van de Worldwide Church of God en daar kreeg ik te maken met de eerste echte weerstand. Zij wilden niets weten van de sabbatsjaren.

Steeds als mij vragen werden gesteld waar ik geen antwoord op had ging ik daar naar op zoek, zodat ik de volgende keer een goed doortimmerde verdediging zou hebben voor wat de Geest mij wilde laten zeggen in de kerk of bij de aanwezige groep mensen. En als ik ondanks vele uren lezen toch geen antwoord kon vinden, bad ik daarvoor en kreeg ik binnen een dag het antwoord waar ik naar zocht via een of andere studie of zelfs via een christelijke radiozender waar ik naar luisterde.

In juli 2006 wilde de United Church of God dat ik ofwel zou stoppen met spreken over deze zaken ofwel zou vertrekken, dus volgde ik mijn voeten richting de uitgang. Diezelfde week zette ik mijn website op:

http://cdf.72f.myftpupload.com

Ik begon educatieve, informatieve en provocatieve artikelen te schrijven over de Zichtbare Maan versus de Conjunctie Maan kalender en ook over de cycli van de sabbatsjaren en jubeljaren.

Voordat ik definitief vertrok had mijn pastor mij regelmatig gevraagd of ik dacht dat ik Elia was. Elke keer dat hij dat vroeg verzekerde ik hem dat ik dat niet was. Maar zoals de zaken er nu voorstaan geloof ik weldegelijk dat ik het voorrecht geniet door Yehovah gerekend te worden tot hen die leven in de laatste dagen. Samen met talloze anderen mag ik, op z’n Hebreeuws gezegd, het herstel van alle dingen helpen inleiden, inclusief de sabbat en de feesttijden volgens de Zichtbare Maan en de sabbatsjaren.

Op Pesach 2007 begon ik een wekelijkse nieuwsbrief te schrijven met de bedoeling dat zeven weken vol te houden – tot Shavuot (Pinksteren). Sindsdien is die nieuwsbrief niet meer gestopt met uitzondering van mijn afwezigheid gedurende de jaarlijkse Feesttijden. Elke week heb ik hierin trouw uitleg gegeven over de sabbatsjaren en de jubeljaren en de profetieën die zij ons hebben onthuld en nog steeds onthullen. Ik leer wekelijks meer over de sabbatsjaren en de zaken die daar direct mee verbonden zijn, en kan die delen met wie er oprecht in geïnteresseerd zijn en erover willen leren.

Mijn website telde in 2009 meer dan 11.000 lezers en nadert nu in 2012 de 2.000.000 hits.

In maart 2012 opende Yehovah voor mij een deur om in twaalf dagen tien steden in de Verenigde Staten te bezoeken en daar te spreken over de sabbatsjaren en de jubeljaren bij The Prophecy Club. Na afloop van deze tournee produceerden zij een DVD getiteld “The Chronological Order of Prophecies in the Jubilees” (De chronologische volgorde van de profetieën in de jubeljaren). Het werd een van hun bestsellers en de boodschap is nog steeds onweerlegd en onveranderd. De DVD is nog steeds verkrijgbaar via mijn website voor wie meer wil leren over de sabbatsjaren en de vervloekingen die het negeren ervan met zich meebrengt.

Veel van de zaken waarover ik op deze DVD gesproken heb zijn al gebeurd. Hoe wist ik dat dit ging komen? Ik heb me tot het uiterste ingespannen om Schriftplaatsen niet buiten hun context te gebruiken en mij ervan te verzekeren dat ik Schriftteksten nauwkeurig aanhaalde. Ik heb er ook een principe van gemaakt de Schrift de Schrift te laten verklaren, in plaats van mijn eigen Bijbelse interpretaties te gebruiken. Die komen namelijk voort uit mijn eigen beperkte begrip van de Schrift. Wij zien immers ALLE maar ten dele, als in een vage spiegel, in raadselen (1 Korinthe 13:12).

In 2009 stelde iemand van mijn lezers voor om wat ik in mijn nieuwsbrieven had geschreven vast te leggen in een boek. Omdat ik nooit eerder een boek had geschreven, wist ik niet of ik dat wel voor elkaar kon krijgen. Maar mijn lezers drongen erop aan dat ik dit zou doen, omdat zij het gevoel hadden dat mijn informatie van cruciaal belang was voor de tijd waarin wij leven. Ik ontdekte al snel dat ik de waarheden van Yehovah’s Woord het meest effectief kon uitdragen door gebruik te maken van de schematische kaarten over de sabbats- en jubeljarencycli, die ik al eerder had ontwikkeld.

Het grootste deel van 2009 werkte ik dus aan het boek, dat in februari 2010 werd gepubliceerd onder de titel The Prophecies of Abraham (De Profetieën van Abraham). Dat boek werd later voorgedragen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur in 2011, vanwege de vele zaken die ik daarin deelde over de vervloekingen van Leviticus 26 en de komende oorlogen.

Hoewel mijn boek de Nobel Prijs niet heeft gewonnen, vind ik het een eer dat het sowieso genomineerd werd en wil ik nogmaals professor Liebenberg danken voor de nobele inspanningen die hij heeft geleverd om anderen ervan te overtuigen mijn boek in aanmerking te laten komen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur. Op de volgende bladzijde heb ik zijn aanbevelingsbrief voor de nominatie van mijn boek The Prophecies of Abraham opgenomen. Zie Appendix A aan het einde van dit boek voor verder informatie over de inspanningen die professor Lieberman hiervoor heeft geleverd.

Van de ene valkuil naar de andere.

Toen ik voor het eerst iets van de sabbat begon te begrijpen, leek de plaatselijke synagoge mij de beste plaats om er meer over te leren. Maar de dichtstbijzijnde lag op meer dan een uur rijden, en toen ik eindelijk in de gelegenheid was erheen te gaan werd ik niet bepaald met open armen ontvangen.

Ik geloofde in de Messias en geloofde toen dat zijn naam Jezus was. Pas jaren later kwam ik erachter dat Jezus wel de Griekse naam was voor onze Messias, maar dat Hij voor de volle honderd procent Jood was. Het is prachtig en opwindend te beseffen dat zijn echte naam altijd al heeft bestaan in het Hebreeuws en daadwerkelijk ook een betekenis heeft. Volgens Brad Scott is de naam “Jezus” een door de mens geïnspireerde en gefabriceerde naam. De naam Jezus betekent niets, maar de Hebreeuws-Joodse Messias, die Yeh Shua heet, betekent weldegelijk iets en wel iets dat ongelofelijk belangrijk is:

In het Nederlands betekent dit: “YHWH’s redding” of “YHWH redt”. Ook als je ervan overtuigd bent dat de naam van onze Messias en onze Elohim, de Schepper, anders moet worden uitgesproken, dan nog doet het me deugd dat we allebei weten dat zij échte namen hebben, waarmee wij ze aan mogen roepen. Maar ik ga niet in discussie over de “juiste” uitspraak of spelling van hun namen. Tenzij het om een directe aanhaling gaat, gebruik ik in dit boek Yehshua voor de Zoon en Yehovah voor de Vader. Punt. Het is in dit geval niet mogelijk het iedereen naar de zin te maken. Zoals ik al eerder zei, blijf ik bij wat Yehovah mij heeft onthuld en daarom schrijf ik dit boek ook voor Hem en niet voor mensen.

Er zijn sommige mensen die geloven dat Rabbi Menachem Mendel Schneerson de Messias was, in weerwil van het feit dat Schneerson dat zelf scherp afwees. Door de eeuwen heen hebben er Joden geleefd die ervan overtuigd waren, dat één van de mensen uit de lijst hieronder de Messias was.

In het Jodendom was een “messias” oorspronkelijk een door goddelijke aanwijzing aangestelde koning, zoals David, Kores de Grote of Alexander de Grote. Vooral na het falen van de Hasmonese Dynastie (37 voor Chr.) en de Joods-Romeinse oorlogen (66-135 na Chr.) veranderde het beeld van de Joodse Messias in iemand die de Joden zou verlossen van de onderdrukking en die de Olam Haba (“toekomstige wereld”) ofwel het Messiaanse Tijdperk in zou luiden.

  • Jezus van Nazaret (ca. 3 v.Chr. – 31 na Chr.), de leider van een kleine Joodse sekte die werd gekruisigd. Joden die geloofden dat hij de Messias was, waren de eerste Christenen, ook wel Joodse Christenen genoemd.
  • Simon van Perea (ca. 4 v.Chr.), een voormalige slaaf van Herodes de Grote die in opstand kwam en werd gedood door de Romeinen.
  • Athronges (3 na Chr.), een herder die rebellenleider werd.
  • Vespasianus (69 – 79 na Chr.), volgens Josephus.
  • Menachem ben Juda (alias Menachem Ben Hezekiah) (133-135 na Chr.), naar werd beweerd de zoon van een valse messias, Judas de Galileeër, nam deel aan een opstand tegen Agrippa II voordat hij werd vermoord door een rivaliserende Zelotenleider.
  • Simon bar Kochba (ca. 132-135 na Chr.) stichtte een Joodse staat die maar een kort leven beschoren was, voordat hij werd verslagen in de tweede Joods-Romeinse oorlog.
  • Mozes van Kreta (ca. 440-470 na Chr.) overtuigde de Joden van Kreta ervan de zee in te lopen in een poging terug te keren naar Israël; na deze rampzalig verlopen poging verdween hij.
  • Ishak ben Yakub (alias Isa al-Isfahani, Abu ‘Isa, 684-705 na Chr.) leidde een revolte in Perzië tegen de Umajjaden Kalief ‘Abd al Malik ibn Marwan.
  • Yudgan (8e eeuw), een leerling van Abd ‘Isa, die diens geloof voortzette nadat hij was gedood.
  • Serene (ca. 720 na Chr.) beweerde de Messias te zijn. Hij stond de uitdrijving van Moslims voor, en het verzachten van diverse rabbijnse wetten, voordat hij werd gearresteerd. Daarna herriep hij dit.
  • David Alroy (ca. 1160 na Chr.) werd geboren in Koerdistan. Hij kwam in opstand tegen de Kalief, maar werd vermoord.
  • Nissi ben Abraham (ca. 1295 na Chr.)
  • Mozes Botarel (1413 na Chr.) uit Cisneros (Spanje). Hij beweerde een tovenaar te zijn die de Namen van God kon samenvoegen.
  • Asher Lämmlein (1502 na Chr.), een Duitser uit de buurt van Venetië die verkondigde dat hij de voorloper van de Messias was.
  • David Reubeni (1490-1541 na Chr.) en Solomon Molcho (1500-1532 na Chr.), avonturiers die rondreisden in Portugal, Italië en Turkije. Molcho werd uiteindelijk op de brandstapel gezet door de paus.
  • Een onbekend gebleven Tsjechische Jood van rond 1650 na Chr. Een blad uit het Joodse Museum van Praag over Solomon Molcho noemt deze naamloze Tsjechische Jood.
  • Sabbatai Zevi (1626-1676 & 1687 na Chr.), een Ottomaanse Jood die claimde de Messias te zijn, maar zich later bekeerde tot de Islam. Hij heeft tot op de dag van vandaag volgelingen onder de Dönme.
  • Barukhia Russo (Osman Baba) (1695-1740 na Chr.), opvolger van Sabbatai Zevi.
  • Jacob Querido (1690 na Chr.) claimde de nieuwe incarnatie van Sabbatai te zijn, bekeerde zich later tot de Islam en werd leider van de Dönme.
  • Miguel Cardoso (1630-1706 na Chr.), een andere opvolger van Sabbatai, die beweerde dat hij de “Messias ben Efraïm” was.
  • Mordecai Mokia (1650-1729 na Chr. of 1678-1683 na Chr.) “de Terechtwijzer”, weer iemand anders die na de dood van Sabbatai beweerde de Messias te zijn.
  • Löbele Prossnitz (1750 na Chr.) verzamelde enige aanhang uit voormalige volgelingen van Sabbatai, noemde zichzelf de “Messias ben Joseph”. 
  • Jacob Joseph Frank (1726-1791 na Chr.) claimde de reïncarnatie van koning David te zijn

en predikte een vorm van syncretisme tussen Christendom en Jodendom.

  • Menachem Mendel Schneerson (1902-1994 na Chr.) de zevende Chabad Rabbi die

probeerde de “weg te bereiden” voor de Messias. Een onbekend aantal van zijn volgelingen geloofde dat hij de Messias was, hoewel hij dit zelf nooit heeft gezegd en deze claims, die al tijdens zijn leven werden gemaakt, zelfs heeft verworpen.

Ik breng dit ter sprake omdat het Jodendom tegenwoordig openlijk afwijzend reageert op hen die de Torah houden – ofwel alle tien de Geboden in de eerste vijf boeken van de Bijbel – en dan vooral op hen die geen Joden zijn en die geloven in Yehshua als de Messias.

Toch blijf de waarheid recht overeind staan. Vele van ons die zichzelf vroeger “Christen” noemden ontwaken nu voor de Torah en gaan als nooit tevoren verstaan hoezeer wij zijn voorgelogen in de denominaties waaruit we geroepen zijn, onverschillig welke dat nu precies was. Dit ontwaken bracht bij vele van ons een intens verlangen met zich mee om gehoorzaam te worden aan de Torah en deelgenoot te worden van het Ware Verbond met Yehovah, de Schepper.

Helaas gaan we er in onze nieuwe geloofsijver ten onrechte vanuit dat het Jodendom alle antwoorden heeft. Gewapend met deze nieuwe, misplaatste geloofsijver, klimmen wij uit de religieuze valkuil die Christendom heet, om ongelukkig genoeg rechtstreeks terug te vallen in een andere religieuze valkuil, die Orthodox Jodendom heet. Geen van beide volgt in de regel Yehovah. Ja, je leest het goed: geen van beide volgt de Torah die Mozes geschreven heeft en die hem rechtstreeks door Yehovah gegeven is op  de berg Sinaï. En als één van die twee de Torah wel volgt, dan doet zij dat slechts gedeeltelijk. Maar je doet de Torah helemaal óf helemaal niet. Want als je één gebod overtreedt, dan overtreed je ze allemaal (Jakobus 2:10).

Vraag: Welk gebod vormt de ultieme test van Yehovah voor heel de mensheid, om te zien of ze Hem zouden gehoorzamen en volgen?

Antwoord: Het vierde gebod.

4 “Toen zei ???? tegen Moshe (Mozes): Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn Torah wandelt of niet. 5 En op de zesde dag moet het zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen.” (Exodus 16:4-5)

De zevende dag, de sabbat zaterdag, is een wekelijkse test om te zien of wij Yehovah zullen gehoorzamen of niet. Misschien zeg je: “Maar Juda houdt zich toch aan het vierde gebod?” Wij zullen nader onderzoeken of ze dat werkelijk doen, of dat ze de Schrift hebben gecorrumpeerd. Daarin staat Juda beslist niet alleen. Het is overduidelijk dat zij die deel uitmaken van het Christendom het vierde gebod niet houden. Om deze reden zegt Yehshua tegen Christenen:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. 15 Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.” (Mattheüs 7:13-20)

21 “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.” (Mattheüs 7:21-27)

23 “Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheüs 7:23)

4 Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. (1 Johannes 3:4)

Het komt aan op het houden van de Tien Geboden – alle tien. Je houdt de Torah (de Wet) als je de geboden gehoorzaamt, en als je ze niet gehoorzaamt, word je wetteloos genoemd.

Wordt aan Juda hetzelfde voorgehouden? Ik ga je laten zien wat het antwoord van de Torah daarop is, dan kun je daarna zelf vaststellen wie de Wet wel houdt en wie niet. Dan weet je ook of het verstandig is blindelings achter een andere religie aan te lopen.

Ons wordt in de Torah en het Brit Chadasha (het Nieuwe Verbond of Nieuwe Testament) geboden onze broeder erop aan te spreken als wij hem zien zondigen.

17 “U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt.” (Leviticus 19:17)

12 “Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken? 13 En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.14 Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat. 15 Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. 16 Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. 17 Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.” (Mattheüs 18:12-17)

We lezen in Clarke’s Commentary wat deze twee verzen ten diepste betekenen.

Clarke’s Commentary On the Bible (Clarkes Commentaar op de Bijbel)

U zult uw broeder niet haten. Niet alleen mag u hem geen enkele vorm van kwaad aandoen, maar u mag ook in uw hart geen haat tegen hem koesteren. Integendeel, u moet hem liefhebben als uzelf, Leviticus 19:18. Uit onbegrip over de woorden van onze Heer in Johannes 13:34 (Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt, etc.) veronderstellen veel mensen dat je naaste liefhebben als jezelf een gebod is dat pas in het Evangelie werd ingesteld. Dat het “elkaar liefhebben zoals Christus ons heeft liefgehad” (namelijk door ons leven af te leggen voor elkaar) een nieuw gebod zou zijn, uitsluitend op autoriteit van Jezus Christus ontvangen, blijk een ongegrond idee te zijn, zoals al blijkt uit de bovenstaande tekst uit Leviticus.

“zodat u geen zonde op hem laadt” – als u hem ziet zondigen of weet dat hij verslaafd is aan iets dat de veiligheid van zijn ziel in gevaar brengt, moet u hem mild en liefdevol terechtwijzen en in geen geval toestaan dat hij zonder raad en advies voortgaat op de weg naar zijn ondergang. In zeer vele gevallen heeft tijdige vermaning een ziel gered. Spreek hem zo mogelijk onder vier ogen aan; is dat niet mogelijk, schrijf hem dan zodanig aan, dat hij alleen het onder ogen krijgt.

In de Schrift lezen wij:

3 “Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem.” (Lukas 17:3)

9 “Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.” (1 Johannes 2:9)

11 “Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.” (1 Johannes 2:11)

15 “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.” (1 Johannes 3:15)

Als wij onze broeder zijn zonde niet vertellen, zodra we die ontdekken, dan is dat hetzelfde als onze broeder haten en wandelen in duisternis, of hetzelfde alsof wij hem zouden ombrengen.

Het gebod om je broeder te waarschuwen maakt onderdeel uit van de 613 Mitzvot. Samen met enig commentaar ziet dat er zo uit:

(30) Koester geen haat in je hart.

17 “Je mag in je hart je broeder niet haten.” (Leviticus 19:17)

Zitten de rabbijnen hier daadwerkelijk op het goede spoor? Het lijkt een fluitje van een cent, de overweging bij Mitzvah #26, “Je zult je naaste liefhebben als jezelf”. Maar wat volgt klink als het tegenovergestelde: “Je zult je naaste zeker berispen en geen zonde op je laden om hem”. In het licht van dit nauwe contextuele verband moeten we er niet automatisch vanuit gaan dat Mozes een ander onderwerp aansnijdt. Ik geloof juist dat de tweede zin definieert wat “je broeder haten” betekent. En de waarheid, die opduikt als we dit verband leggen, heeft verbazingwekkende relevantie voor onze tijd: wij moeten niet tolerant zijn ten opzichte van valse leer, maar moeten degenen die dwalen “terechtwijzen”. Deze correctie negeren betekent je broeder haten. Denk aan Mizvah #27, dat zegt: “Kijk niet werkeloos toe als een mensenleven in gevaar is”. Dat is de praktische uitwerking van het principe: als je broeder geestelijk dwaalt, als hij leerstellingen omhelst die hem volgens Yahweh’s woord uiteindelijk het leven zullen kosten, dan is het onthouden van terechtwijzing en vermaning hetzelfde als hem haten. Door zijn dwaalleer te tolereren stuur je hem naar de hel (vergelijkbaar met het aanbieden van drank aan een alcoholist of vergelijkbaar met het aanbieden van zoetigheid aan een suikerpatiënt).

“Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.” (Spreuken 14:12, 16:25)

Wat betekent het zonde te “dragen”? Het Hebreeuwse woord ‘nasa’ betekent ‘opheffen’ of ‘dragen’. Het wordt “gebruikt voor het dragen van schuld of straf voor de zonde” en daarvandaan “het representatief of vervangend dragen van schuld van iemand door een ander persoon.”

In de Amplified Bible lezen we:

2 Draag (verdraag) elkaars lasten en problematische morele tekortkomingen, en vervul en houd zo volmaakt de wet van Christus (de Messias) en vul aan wat nog ontbreekt (in je gehoorzaamheid eraan). 3 Want als iemand denkt iets te zijn (te belangrijk om zich te buigen om de last van iemand anders te dragen), terwijl hij niets is (niet superieur behalve in zijn eigen idee), bedriegt (en misleidt) hij zichzelf. 4 Maar laat ieder zichzelf nauwkeurig onderzoeken en testen en zijn eigen gedrag en zijn eigen werk beproeven. (Galaten 6:2-4)

Yahweh stond niet toe dat valse leer werd getolereerd in Israël vanwege de schuld – inclusief de bijbehorende straf – die je op je laadt en die uiteindelijk door de hele natie gedragen zou worden. Hij wilde ze die pijn besparen. Hij wil ons die pijn besparen.

Dit zou dus nieuw licht moeten werpen op Yahshua’s bevestiging van het principe dat het liefhebben van Yahweh en van onze medemens de weg is die naar het leven leidt.

25 “En zie, een wetgeleerde (Torahgeleerde) stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 26 En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Torah geschreven? Wat leest u daar? 27 Hij antwoordde en zei: U zult uw Elohim liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand,  en uw naaste als uzelf. 28 Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven.” (Lukas 10:25-28)

Vrienden, laten we niet ten prooi vallen aan valse leer.

Nu wij, Zijn kinderen, die de Naam van onze Vader op ons nemen, dit weten, krijgt het volgende gebod uit Exodus een veel diepere betekenis:

7 “U zult de Naam van ???? uw Elohim, niet ijdel gebruiken, want ???? zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.” (Exodus 20:7)

Het woord ‘ijdel’ is Stongs # H7723 ??? ??  shav  shawv, shav’

Er is grote overeenkomst met # H7722 in de betekenis van verwoesting; kwaad (als in destructief), letterlijk (puinhoop) of moreel (vooral bedrog); figuurlijk afgoderij (als vals, onderwerpsnaamval) onbruikbaarheid (als misleidend, voorwerpsnaamval; ook bijvoeglijk gebruikt in tevergeefs): vals, leugen(achtig), vergeefs, ijdel.

# H7722 ??? ????  ???   sho’ah   sho’ah   sho’aw

Afkomstig van een niet gebruikte wortel. Betekenis: voorbij snellen; een storm; door implicatie verwoesting: verwoest(ing), vernietigen, destructie, storm, braak.

Wij, de kinderen van Yehovah, zijn niet geroepen om de schijn te wekken dat het aanroepen van zijn Naam hetzelfde is als zonde toestaan of laten heersen in ons leven. Juist de zonde van het breken van het vierde gebod is het onderwerp van dit boek.

Er is een uitspraak: “Het enige dat nodig is om het kwaad te laten overwinnen is dat (goede) mensen toekijken zonder een hand uit te steken of iets te doen.” Wij geven het kwaad de kans te triomferen als we onwillig zijn om, net als Ezechiël, wachters te zijn die onze broeder of zuster waarschuwen als zij in zonde vallen en hun doel missen. Hun bloed kleeft aan onze handen als wij ze niet genoeg liefhebben om ze de waarheid te vertellen.

17 “Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen. 18 Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. 19 Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered. 20 En als een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afwendt en onrecht begaat en Ik een struikelblok voor hem leg, zal híj sterven. Omdat u hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven. Zijn rechtvaardige daden die hij gedaan heeft, zullen niet meer in herinnering gebracht worden, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 21 Maar u, als u de rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondigt, en hij inderdaad niet zondigt, zal hij zeker in leven blijven omdat hij gewaarschuwd is, en hebt ú uw leven gered.” (Ezechiël 3:17-21)

Maar als wij dat doen, dan moeten we er ook op letten dat we dat met de juiste geestelijke instelling doen:

1 “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt.” (Galaten 6:1)

Nog duidelijker zegt de Amplified Bible het:

1 Broeders, als iemand zich misdraagt of tot een of andere zonde vervalt moet jij die geestelijk bent (die luistert naar en wordt geleid door de Geest) hem weer terechtbrengen en herstellen zonder enig superioriteitsgevoel en met zachtmoedigheid, jezelf in het oog houdend, dat je niet ook verleid zou worden. (Galaten 6:1)

Ik heb er altijd mee geworsteld te zien hoe zwaar Juda vervolgd is in de geschiedenis. Want als het houden van de Torah zegen met zich mee hoorde te brengen (en dat geldt nog steeds), waarom zijn dan juist zij die claimen die Torah altijd gehouden te hebben zo zwaar vervolgd in elke generatie? Waarom worden zij zo gehaat door het grootste deel van de wereld? En waarom heeft de rest van de wereld de zegeningen nooit gezien, die de Joden gegeven zouden moeten zijn, omdat zij zonder onderbreking de Torah gehouden hebben? Zou die wereld dan niet ook de Torah hebben willen houden?

Maar zoals de zaken er nu voorstaan hebben wij door de eeuwen heen geen enkele opvallende zegening gezien. En daarom zien wij ook geen reden om de Torah eveneens te gaan houden. En toch is er uit de verte een licht te zien. Te zien, al is dat ook zonder horen. We kunnen de voordelen van het houden van de Torah zien op een manier die zich niet laat ontkennen, wegverklaren of afwijzen, zodat ons niet verteld hoeft worden waarom we dat zouden moeten doen.

13 “U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. 14 U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. 15 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mattheüs 5:13-16)

Laten wij dus nogmaals bekijken wat ons geboden is. Dan kunnen we zien of Juda dat ook doet. Als zij dat niet doen, dan moeten wij niet blindelings dezelfde weg gaan volgen als zij. Wij weten al dat het Christendom doorspekt is met leugens en ernstig tekort schiet wat betreft de waarheid. We gaan nu nader bekijken hoe de waarheid eruit ziet, en hoe dicht je erbij in de buurt zit of hoever je ervan afstaat.

Hieronder staat een ander citaat uit Mitzvot 613, dat verklaart dat we de meerderheid moeten volgen, zelfs als zij ongelijk hebben. Deze Mitzvah zegt:

(248) De meerderheid van stemmen is doorslaggevend waar een besluit genomen moet worden bij een verschil van mening tussen de leden van het Sanhedrin over zaken van de Torah.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Dit is een van die gevallen (gelukkig komt het zelden voor dat ze de plank misslaan) waar de Mitzvah van de rabbijnen lijnrecht tegenovergesteld is aan de Schrift die ze citeren om die te ondersteunen. (In essentie) zeggen zij: “De mening van de meerderheid onder ons, de heersende elite van Israël, zal wet zijn.” Het is hetzelfde systeem dat Amerika gebruikt en dat gepaard gaat met hetzelfde misbruik. En tussen twee haakjes: het is hetzelfde systeem dat het Sanhedrin gebuikte om Yahweh’s Gezalfde te doden – hét bewijs dat het anathema is voor Yahweh. Yahweh Zelf zegt iets totaal anders: Volg de massa niet en misleid haar ook niet.

1 “Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters, 2 maar die zijn vreugde vindt in de wet van ????  “. (Psalm 1:1-2)

Zoek waarheid, genade en rechtvaardigheid, zelfs als je niet meer bent dan “een eenzame stem die roept in de wildernis.“ Yahweh interesseert de mening van de meerderheid hoegenaamd niets. Hij stelt zelfs onomwonden dat de meerderheid verloren is:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.” (Mattheüs 7:13-14)

8 “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt ????  van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw Elohim?” (Micha 6:8)

Als we verdergaan in Mitzvot 613 vervolgt ook de grove verdraaiing van de Schrift door de rabbijnen in (248) zijn weg in (249):

(249) In geval de doodstraf kan worden opgelegd mag niet tot veroordeling worden besloten volgens de meerderheidsvisie, indien zij die veroordeling voorstaan slechts één stem meer vertegenwoordigen dan zij die vrijspraak voorstaan.

Wat in Exodus staat moet echter duidelijk maken dat geen hoger gerechtshof of tribunaal hoe dan ook zichzelf tot wet kan zijn.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Ze zeggen dat een eenvoudige meerderheid niet genoeg is om iemand ter dood te veroordelen. Er moet een verschil van tenminste twee zijn. Sorry mensen, alweer fout. Dit is niet anders dan gebrekkige mensenwijsheid. Bij de belangrijkste rechtszaak uit de hele geschiedenis waren er maar twee tegenstemmers van de zeventig (of onthielden ze zich van stemming?): Nicodemus en Jozef van Arimathea. Blijkbaar is het idee van meerderheidsbeslissing ook niet feilloos. Hoeveel leden van die vergadering zijn overgehaald door de schimpende houding van Annas en Kajafas? Hoeveel werden er met een duwtje in de rug over de lijn gewerkt door de valse getuigen die waren binnengeloodst om tegen Yahshua te getuigen? Aan hoeveel werd het zwijgen opgelegd door het gewicht van groepsdruk?

In het volgende hoofdstuk gaan we ons wat meer richten op de veranderingen die Juda in de Torah heeft aangebracht volgens de stem van de “morele” meerderheid, en die ze nu aanhangen en volgen.

Sabbat  zonsondergang tot zonsondergang

                             Geen drie sterren

In de tekst hieronder wordt ons verteld dat wij de sabbat moeten houden. Deze Feestdag wordt als eerste genoemd, voorafgaand aan alle andere feesten. Het is een dag waarop Yehovah wil dat we al Zijn feesttijden, Zijn heilige, apart gezette dagen, gedenken. Door wekelijks een dag apart te zetten om Hem te ontmoeten, tijd met Hem door te brengen en meer over Hem te leren, worden we erop voorbereid ook de andere aangewezen feesttijden met Hem beter te kunnen houden.

1 “En ???? sprak tot Moshe (Mozes): 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van ????, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen: Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor ????.” (Leviticus 23:1-3)

Hoofdstuk één van Genesis laat ons zien, dat de avond eerst komt en pas daarna de dag. De sabbat begint daarom bij zonsondergang. Het scheppingsverhaal van Genesis vermeldt namelijk: “Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.” Hieruit leiden wij af dat een dag begint met een avond, dus bij zonsondergang. Leviticus 23 vertelt ons dat de Grote Verzoendag valt ‘van avond tot avond’. Met andere woorden: de sabbat duurt van zonsondergang tot zonsondergang. Op het moment dat de zon ondergaat aan de westelijke horizon aan het eind van de zesde dag – op vrijdag – begint de sabbat.

In ‘Het Jodendom 101’ (http://www.jewfaq.org/shabbat.htm) wordt over de sabbat gezegd (nadat is gesteld dat die volgens Genesis 1 begint bij zonsondergang)

De sabbat eindigt als de nacht begint, als er drie sterren zichtbaar zijn, ongeveer veertig minuten na zonsondergang.

Er staat nergens in de Schrift dat het begin of eind van de sabbat samenvalt met het zien van drie sterren. Dit is een verzinsel van de rabbijnen, afkomstig uit de Talmoed. Het is een hek dat zij om de sabbat heen hebben gezet om ervoor te zorgen dat je die niet breekt. Maar nergens in de Torah of de Bijbel begint of eindigt de sabbat met het zien van drie sterren. In Genesis vinden we wel de volgende uitdrukking:

5 En Elohim noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. (Genesis 1:5)

8 En Elohim noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. (Genesis 1:8)

13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag. (Genesis 1:13)

19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1:19)

23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag. (Genesis 1:23)

31 En Elohim zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. (Genesis 1:31)

Nadat dit patroon van avonden en morgens ons helder voor ogen is gezet, vertelt Yehovah ons over de zevende dag, de rustdag.

1 Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht. 2 Toen Elohim op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En Elohim zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat Elohim schiep door het te maken. (Genesis 2:1-3)

En om voor ons nogmaals het belang van het tijdstip van het begin van de dag te benadrukken, zegt Yehovah ons in Leviticus 23 zonder omwegen wanneer de meest heilige dag van het jaar moest beginnen en eindigen, zodat er bij ons geen enkel misverstand over zou bestaan.

27 Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en ???? een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van ????, uw Elohim, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s-Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond. (Leviticus 23:27-32)

In deze laatste dagen zijn er groeperingen die glashard beweren dat de Sabbat uitsluitend overdag valt (tijdens het daglicht van om het even welke periode van vierentwintig uur). Of dat de Sabbat ‘zeven dagen’ na de Nieuwe Maan begint. Maar geen van die groeperingen heeft historisch of Bijbels bewijs van voldoende autoriteit of overtuigingskracht om hun claims kracht bij te zetten. Toch bestaan beide groepen uit een verrassend en alarmerend groot aantal vroegere Christenen die zich hebben bekeerd tot deze dwalingen wat betreft het houden van de Sabbat. In heel de geschiedenis is er niet één groep binnen het Jodendom geweest, die een van beide misvattingen in praktijk heeft gebracht.

De Maansabbat theorie (ik noem het met nadruk theorie) bestaat pas sinds 1998:

Jonathan David Brown was de eerste Sabbatvierder, die de Sabbat telde vanaf de dag van de Nieuwe Maan in plaats van de week van zeven dagen te gebruiken. Hij publiceerde het boek Keeping Yahweh´s Appointments (Yahweh’s Bepaalde Tijden Houden) in 1998, waarin hij dit gebruik uiteenzette. De Maansabbat beweging vindt vooral aanhang onder het Messiaanse Jodendom, Armstrong / Worldwide Church of God en Christian Identity groeperingen.

Gelukkig is en ruimschoots bewijs uit goed gedocumenteerde bronnen, dat aantoont dat beide benaderingen zijn doorspekt van dwaling. Daarnaast hebben wij ook nog ons gezond verstand. Yehovah maakt in de Schrift ondubbelzinnig duidelijk hoe wij ons volgens Zijn inzettingen behoren te gedragen met het oog op de Sabbat. Ik ga hier niet uitgebreid in op deze valse leringen, want die zullen slechts verwarring stichten wanneer u ernstig op zoek ben naar de waarheid van de Torah en hoe die zich verhoudt tot heel de Schrift. Maar ik moest u tenminste bewust maken van het bestaan van deze valse en ongezonde leringen en u waarschuwen voor hun misleidingen, een hellend vlak dat wegleidt van de waarheid, van Yehovah, Zijn Sabbat en al Zijn andere apart gezette dagen.

Sta mij toe een enkel bewijs mee te geven uit een overvloed aan bewijzen. Yehshua is gedood op de 14e dag van de eerste maand. Dat is de dag van de voorbereiding voor het Pesachmaal, die viel op een woensdag. Hij moest voor zonsondergang in het graf liggen, want dan begon een hoogheilige dag: de eerste dag van Ongezuurde Broden. Die dag was dus donderdag, de 15e dag van de eerste maand. Op vrijdag was de voorbereiding van de normale weeksabbat. Op die dag bereidden de vrouwen de specerijen voor om Yehshua na de wekelijkse sabbat fatsoenlijk te begraven. Deze vrijdag was de 16e dag van de eerste maand.

Vrijdagavond was de derde nacht en zaterdag de derde dag dat Yehshua in het graf was. Daarmee vervulde Hij de profetie, tevens het enige teken dat Hij gegeven had dat Hij de Messias was: dat Hij 3 dagen en 3 nachten in het graf zou zijn, zoals Jona 3 dagen en 3 nachten in het ingewand van de vis was geweest.

Zaterdag was de 17e dag van de eerste maand. Nadat de Sabbat ten einde was, kwamen de vrouwen op de eerste dag van de week bij het graf waar Yehshua niet meer was. Het was nog donker, maar al wel de eerste dag van de week: zondag, de 18e dag van de eerste maand. Dit toont aan dat deze dag naast het lichte deel (de dag) ook het donkere deel van de dag (de nacht) omvat. En daarmee is het ongelijk van de ‘alleen overdag – groepen’ aangetoond.

De Maansabbat mensen beweren dat de Sabbat maandelijks op de 7e of de 8e dag van de maand val. Als we even doorrekenen, dan zou de tweede Sabbat van de maand moeten vallen op de 14e of de 15e dag, afhankelijk van welke dag als eerste Sabbat gezien wordt. De derde Sabbat zou dan de 21e of 22e dag zijn.

Maar de Bijbel laat duidelijk zien, dat de vrouwen op de eerste dag van de week – op zondag – bij het graf kwamen en iedereen kan uitrekenen, dat dat op de 18e dag van de maand was. De wekelijkse Sabbat die zij hielden viel dat jaar op de 17e dag van de maand. Er zit duidelijk een gapend gat in de theorie van de Maansabbat mensen. Laat je niet in me deze valse lering.

Als je meer over dit onderwerp wilt weten volgen hier twee bronnen. The Lunar Sabbath Lie (De Leugen van de Maansabbat) op sightedmoon.com en The Lunar Shabbat Calender Issues door Yochanan Zaqantov.

De Dag van de Nieuwe Maan

We zullen ons nu richten op de Nieuwe Maan. Dat is nodig, omdat het begin van de maand wordt bepaald aan de hand van de maan.

Zoals al eerder gezegd, zijn er in onze tijd twee algemeen bekende, gangbare Bijbelse kalenders in gebruik om te bepalen wanneer de Heilige Feestdagen vallen. Dat zijn de Zichtbare Maan kalender en de meer populaire kalender volgens Hillel II, ook wel bekend als de Hebreeuwse Kalender of de Rabbinale Kalender.

Vóór het jaar 70 na Chr., toen de tempel werd vernietigd, werd de Joodse kalender vastgesteld door een zitting van een speciaal daarvoor opgerichte commissie van het Sanhedrin, die bijeenkwam in de tempel. De Nieuwe Maan werd pas afgekondigd als zich twee getuigen hadden gemeld die de zichtbare nieuwe maan aan de commissie konden beschrijven. Buiten het land Israël wachtte de hele Joodse gemeenschap op de officiële bekendmaking van de door het Sanhedrin gesanctioneerde kalender. Die werd essentieel geacht voor het op uniforme wijze houden van de Joodse Heilige Feestdagen. Vanaf de tijd van de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. tot aan Hillel II, die de functie van Nasi (Opperrabbijn) vervulde van 330 – 365 na Chr., ontstond er steeds meer godsdienstige vervolging, zodat het op den duur onmogelijk werd nog verslag te ontvangen van het waarnemen van de maan of van de staat van rijping van de gerst in het land Israël.

Om die reden ontwierp en autoriseerde Hillel II tijdens de diaspora een kalender die iedereen kon gebruiken, niet alleen voor wie nog overgebleven was in Israël, maar, minstens zo belangrijk, voor ieder die in ballingschap was en afgesneden van Israël. Maar door dit te doen sneed hij de banden door die de Joden in de diaspora verenigden met het land Israël en het Sanhedrin. Toch werd deze kalender tijdens de diaspora gezien als essentieel om buiten Israël de Heilige Feestdagen in eenheid te kunnen vieren, samen met wie nog wel in Israël was.

De Hebreeuwse kalender heeft zich door de tijd heen ontwikkeld … De maanden werden vastgesteld door het waarnemen van de nieuwe wassende maan, waarbij elke twee of drie jaar een extra maand werd toegevoegd om Pesach in het voorjaar te houden. Dit wederom gebaseerd op in de natuur zichtbare gebeurtenissen, te weten het rijpen van de gersteoogst, de leeftijd van de lammetjes en jonge duifjes, de groeistaat van de fruitbomen en de relatie met de Tekufah (seizoenen). Dit systeem werd, tijdens de Amoraïsche periode (ca. 200-500 na Chr.), doorlopend in de Geonische tijd (ca. 600-1000 na Chr.), vervangen door een wiskundige berekening. De principes en regels daarvan lijken breed te zijn aanvaard in de tijd dat Maimonides de (Mishneh) Torah compileerde in de 12e eeuw. (https://en.wikipedia.org/wiki/Hebrew_calendar)

Je kunt op het Internet meer te weten komen over de kalender van Hillel II. Let erop in welk jaar deze kalender in gebruik werd genomen. Dat was in 358 na Chr., toen Hillel de berekeningen, die werden gebruikt door het Sanhedrin om de maanden en de Heilige Feestdagen vast te stellen, met anderen deelde. Die berekeningen werden in de geschiedenis verder aangepast tot in de 11e eeuw na Chr., toen het zich had ontwikkeld tot wat het nu nog steeds is (zie de aanhaling hierboven) volgens Maimonides’ veertiendelige Mishneh Torah. Let op: dit is dus een door mensen gemaakte en berekende kalender, en absoluut niet wat Yehovah heeft ingesteld.

Zoals ik zal laten zien, is de oorspronkelijke Bijbelse, niet-rabbinale, Zichtbare Maan Kalender altijd al:

“… rechtstreeks gebaseerd op waarnemingen aan de hemel en de inspectie van de jonge gersteoogst in Israël. Die waarnemingen werden nauwgezet gecatalogiseerd en vastgelegd.  Gewapend met tabellen waarvan de data eeuwen omspannen konden astronomen in de oudheid aan de hand van  wiskundige berekeningen modellen maken die ze in staat stelden de maancycli en andere verschijnselen van hemellichamen ver van tevoren te voorspellen. Dit maakte het mogelijk een nieuwe maand nauwkeurig te berekenen, zelfs wanneer het weer directe waarneming onmogelijk maakte. Echter, de waarneming was de aanjager van de berekening, en niet vice versa.” 

(Na de Diaspora) steunde de Tijdelijke Kalender van het Bet Din (het Sanhedrin) volledig op het berekende model, met uitsluiting zelfs van waarnemingen aan de hemel. Evenmin was er een voorziening getroffen om deze puur mathematische kalender te her-ijken aan de hand van de  hemelverschijnselen.

Tegen de 10e eeuw na Chr. was het duidelijk dat “Hillels Kalender” fijnafstemming nodig had. In 921 na Chr. kondigde Aaron ben Meir, de voorzitter van het Judeese Sanhedrin, een kalender hervorming aan, die de Heilige Feestdagen liet vallen op andere dagen dan die, voorgeschreven volgens Hillels kalender. Duizenden aanvaardden deze hervorming. Maar de Joodse academische gemeenschap van Babylon ageerde met kracht tegen Meirs voorstel. Beide autoriteiten hadden niet te onderschatten invloed; de zaak bedreigde hun cohesie (solidariteit). Uiteindelijk won Babylon en ontwikkelde het Jodendom een sterke weerzin tegen de fragmentatie die gemakkelijk voort kon komen uit een discussie over kalenderhervorming. Men stelde de zaak uit tot de komst van de Messias.

Bewijs uit de Talmoed

De Talmoed is niet de Schrift en de Talmoed is niet geïnspireerd. Desondanks geeft de Talmoed ons een goed historisch verslag van de gedachtegangen van de Joodse rabbijnen in het verleden. Het kan zeer nuttig zijn over deze informatie te beschikken.

De Talmoed laat ons zien dat de rabbijnse kalender niet in gebruik was in de tijd van Yeshua, want de Nieuwe Maan werd nog steeds uitgeroepen na observatie (in plaats van door voorspelling). Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (“Hoofd van het Jaar”) bespreekt bijvoorbeeld hoe getuigen van de Chodesj (“Nieuwe Maan”) op de juiste wijze moeten worden ondervraagd. 

Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (zie citaat hieronder) geeft verslag van een dispuut tussen de rabbijnen over de vraag of een zeker tweetal getuigen, die de Nieuwe Maan hadden waargenomen, een betrouwbare basis vormden voor het officieel uitroepen van de Nieuwe Maan die maand. De passage luidt als volgt:

7 Rabbi Jose (ofwel Yose) zei: “Het gebeurde eens dat Tobiyah (Tobias) de geneesheer de Nieuwe Maan zag in Jeruzalem, samen met zijn zoon en zijn vrijgelaten slaaf, en de priesters aanvaardden zijn getuigenis en dat van zijn zoon (maar sloten dat van zijn slaaf uit). Maar toen zij verschenen voor het (rabbinale) Bet Din, aanvaardden zij wel zijn getuigenis en dat van zijn slaaf, maar sloten dat van zijn zoon uit.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 1:7)

Deze passage verhaalt duidelijk het fysieke waarnemen van de Nieuwe Maan. Het zegt ons dat de Nieuwe Maan werd waargenomen in de tijd van Yeshua. Immers, als de Nieuwe Maan toen al zou zijn berekend (of voorspeld), zou de noodzaak van getuigen niet hebben bestaan.

Hierna vertelt het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana:

7 Of ze nu wel of niet werd gezien binnen haar tijd (dat wil zeggen: op of vóór de 30e dag van de voorafgaande maand), ze werd geheiligd (dat wil zeggen: de Nieuwe Maansdag werd verklaard bij verstek {van getuigen}). Rabbi Eleazer ben (of bar) Tsadoq zegt: “Als zij niet word gezien op haar tijd (dat is: op de 30e), dan heiligen wij (het hof) haar niet, want zij is dan al geheiligd door de hemel.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 2:7)

Verder vertelt het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana ons:

De Halacha (Traditionele Wet) stemt overeen met R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq.

(Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a)

We zien R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq verklaren dat de Nieuwe Maan (nieuwe maand) moest worden uitgeroepen op basis van waarneming (en niet van berekening vooraf). Daarna wordt ons verteld dat de Halacha (de wettige praktijk) overeenstemt met de regel van R. Eleazer.

Omdat de rabbijnse kalender vooraf wordt berekend, kán dit niet de kalender zijn die in de tijd van Yeshua werd gebruikt.

Nog steeds niet overtuigd? Lees door.

Geen berekeningen.

 

U zou er verder op moeten letten dat het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a nergens gewag maakt van berekening of maanconjunctie (of enige andere overweging). In plaats daarvan wordt uitsluitend gerefereerd aan het waarnemen van de Nieuwe Maan Sikkel. Dit toont aan dat het in de periode van de Tweede Tempel (dat is: in de tijd van Yeshua) staande praktijk was de Chodesj (Nieuwe Maan) te verklaren zodra de eerste Sikkel van de Nieuwe Maan fysiek werd waargenomen (en vervolgens gerapporteerd) door ten minste twee betrouwbare getuigen. Dit doet logischerwijs het argument teniet van de zogenaamde “Methode van de Verduisterde Maan” om de Chodesj vast te stellen, aangezien het niet mogelijk is getuigen op te roepen van iets dat niet fysiek waarneembaar is.

Let er bovendien op dat Yeshua een Jood was die leefde in de periode van de Tweede Tempel (na de Babylonische Ballingschap) en die als “modus operandi” hanteerde zich te schikken naar de Halacha uit deze tijd, met uitzondering van die gevallen waarin die Halacha botste met de Torah van zijn Vader.

In het onderhavige geval betekent dat, dat de Nieuwe Maan werd vastgesteld door directe waarneming (en zeker niet door wat voor vorm ook maar van voorspelling). Yeshua heeft zich nooit een tegenstander getoond van deze methode van het afkondigen van de Zichtbare Nieuwe Maan of het “Hoofd van het Jaar” (Nieuwjaar). Blijkbaar was dit een van de (weinige) zaken, die de rabbijnen nog steeds correct uitvoerden in Zijn tijd. De (ketterse) berekende kalender kwam pas in gebruik ver na de dood van Yeshua.

Als Yeshua geen probleem had met de op de Torah gebaseerde kalender die werd gebruik in de Tweede Tempel periode, waarom zou iemand dan iets anders willen gebruiken?

‘Boodschappers’ in de Talmoed.

Nog meer getuigen:  het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana 1:4 vertelt ons dat er boodschappers werden uitgezonden tot wie nog in ballingschap verkeerde, om te berichten wanneer de Nieuwe Maan was waargenomen. Dit lijkt het geval te zijn geweest gedurende de gehele periode van de Tweede Tempel.

Met andere woorden: de rabbijnen … hechtten er belang aan dat wie zich nog in de ballingschap bevond de Feesttijden gelijktijdig kon houden met wie in het Land Israël leefde. Deze werden vastgesteld aan de hand van de Aviv status van de gerst en de Nieuwe Manen in het land. De rabbijnen achtten het zelfs zo belangrijk dat ook de buitengebieden bekend waren met de “juiste” kalender, dat deze boodschappers zelfs in de eerste en zevende maand de sabbat moesten schenden om de inwoners van het verre noorden van Syrië het nieuws te brengen, zodat zij de Feesttijden in die maanden op de juiste tijd konden houden.

De rabbijnen hebben de sabbat altijd uiterst serieus genomen. Dat betekent dat zij het van het allergrootste belang moeten hebben geacht om de ballingen op de hoogte te brengen van de “juiste” kalender, zodat zij zich daaraan konden conformeren.

Dit roept een retorische vraag op. Als de rabbijnen de datum van de Chodesj (Nieuwe Maan) lang van tevoren hadden geweten (door het gebruik van een vooraf berekende kalender i.p.v. te vertrouwen op waarneming), waarom zou het dan noodzakelijk zijn van de boodschappers te eisen, dat zij de Sabbat zouden schenden? Als de rabbijnen gebruik hadden kunnen maken van een vooraf berekende kalender (zoals de moderne rabbijnse kalender), waarom werd de datum dan niet simpelweg maanden (of zelfs jaren) van tevoren berekend, zoals de rabbijnen dat tegenwoordig doen?

Het antwoord is eenvoudig: de rabbijnen in de dagen van Yeshua gebruikten geen berekende kalender om het begin van de Nieuwe Maan of het begin (Hoofd) van het Nieuwe Jaar te bepalen. In plaats daarvan vertrouwden zij nog steeds op fysieke waarneming, zoals geschetst in de Torah.

Als de rabbijnen de kalender nog op de juiste manier vaststelden in de tijd van Yeshua’s  bediening, wanneer en waarom zijn zij daar dan mee gestopt? Het antwoord is kortweg  dat het tijd was voor de volgende fase in het goddelijke plan van YHWH voor de Twee Huizen.

Verderop in het boek, wanneer ik de gebeurtenissen rond de Simon Bar Kochba Opstand bespreek, zal ik uitleggen waarom deze veranderingen plaatsvonden .

Voor het geval u nu nog steeds sceptisch bent, zal ik u ten slotte nog voorzien van een laatste bewijsstuk (in dit hoofdstuk) wat betreft de methode die moet worden gebruikt als uw gids en autoriteit voor het vaststellen van de Nieuwe Maan. Ik deel daartoe met u wat het Israëlische Nieuwe Maan Genootschap (the Israeli New Moon Society) hierover te melden heeft. Zij zijn verbonden met de Tempel Berg Beweging (Temple Mount Movement) in Israël en houden zich bezig met het maandelijks waarnemen van de Nieuwe Maan als voorbereiding op het moment dat het Sanhedrin opnieuw zitting zal houden en bepalingen uit zal doen gaan vanaf de Tempelberg.

Het gebod (Mitzvah) om de maand te heiligen is het eerste gebod dat de kinderen van Israël werd gegeven bij het verlaten van Egypte. Dit gebod is van groot belang, omdat de data van de Feesttijden, inclusief meer dan zestig (toegevoegde) geboden, ervan afhangen. In aanvulling op het heiligen van maanden volgens het verschijnen van de Nieuwe Maan is de Hebreeuwse Kalender tevens afhankelijk van schrikkeljaren (uitgebreid met een extra maand), die afhangen van de positie van de zon, de mate van rijpheid van graansoorten, etc.

Meer dan duizend jaar lang is de Hebreeuwse Kalender vastgesteld door berekening. Tegenwoordig komt de berekende kalender niet overeen met de kalender die wordt vastgesteld door de Maan waar te nemen. Hoewel het gat tussen de twee kalenders blijft groeien, bezitten wij niet de autoriteit om de kalender te veranderen tot het moment dat een nieuw Sanhedrin is ingesteld dat breed wordt erkend. Terwijl het heiligen van de maand door waarneming op dit moment niet plaatsvindt, is het (nog steeds erg) belangrijk om berekeningen uit te voeren en het waarnemen van de Nieuwe Maan in de praktijk te brengen, om klaar te zijn voor het moment dat het Sanhedrin opnieuw wordt ingesteld. Evenzo is er steeds toenemende betrokkenheid bij de Tempel, de Rode Vaars, etc. Uiteraard hebben wij niet de intentie de huidige kalender te veranderen: dat is een taak voor een Sanhedrin dat de autoriteit daartoe bezit. Onze intentie is slechts het vergroten van de betrokkenheid bij- en het verfraaien van de Torah.

Samenvattend heeft u zojuist gelezen hoe de leden van deze gezaghebbende Joodse instantie openlijk toegeven dat de huidige Hebreeuwse Kalender niet strookt met zijn vaste tegenhanger, de waargenomen Maan. Hopelijk ziet u nu in en kunt u er mee instemmen dat de Heilige Feestdagen, die worden vastgesteld aan de hand van de eerste zichtbare Nieuwe Maan Sikkel, soms tot wel drie dagen afwijken van de berekende kalender. U heeft ook gezien dat de berekende Hillel II Kalender zich niet bezighoudt met de mate van rijpheid van de gerst om het jaar te beginnen (wij zullen hier nader op ingaan in hoofdstuk 5, Aviv (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren). In plaats daarvan kent deze kalender een vastgesteld aantal schrikkeljaren in een cyclus van negentien jaar. Dit aspect zal ik in groter detail belichten in hoofdstuk 6, De 360 Daagse Kalender; bestond er ooit zoiets? Naast de al genoemde discrepantie van drie dagen kan er dus zelfs een hele maand verschil zitten tussen de twee systemen van het houden van de Heilige Feestdagen in enig jaar.

In het volgende hoofdstuk leest u hoe de Karaïtische Joden het begin van de maand houden.

Hoofdstuk 4 – De Nieuwe Maan in de Hebreeuwse Bijbel.

De Bijbelse maand begint met eerste zichtbare licht van de Wassende Nieuwe Maansikkel. Het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) betekent letterlijk Nieuwe Maan, maar wordt ook gebruikt voor de periode vanaf de ene Nieuwe Maan tot de volgende.

De Rabbanit Midrash verhaalt dat, toen God tegen Mozes zei: “Deze maand (CHODESH) zal voor u het begin van de maanden zijn” (Exodus 12:2), de Almachtige naar boven wees aan de hemel, naar de Wassende Nieuwe Maan, en zei: “Als je dit ziet, heilig! [roep de Nieuwe Maansdag uit].” Dit rabbijnse sprookje benadrukt een belangrijk punt, namelijk dat de Bijbel nooit rechtstreeks zegt dat wij het begin van maanden moeten baseren op de Nieuwe Maan. De reden hiervoor is dat het woord voor “maand” (Chodesh) zelf al impliceert dat de maand begint met de Wassende Nieuwe Maan. Zoals we zullen zien zou dit volkomen vanzelfsprekend zijn voor elke vroege Israëliet die erbij was toen Mozes de profetieën van Yehovah voor de kinderen van Israël reciteerde. Daarom bestond de noodzaak dit concept te verduidelijken net zo min als bij begrippen als “licht” of “duisternis”. Als gevolg van de langdurige ballingschap hebben wij het gebruik van het Bijbelse Hebreeuws in ons spreken van alledag verloren. Daarom zullen wij de betekenis van Chodesh moeten reconstrueren vanuit het gebruik van het woord in de Bijbelse tekst. Daarbij maken wij gebruik van taalkundige principes.

Hij schiep de Maan voor heilige dagen.

Er kan geen twijfel over bestaan, dat de Bijbelse hoogtijdagen afhankelijk zijn van de maan. Het sterkte bewijs daarvoor is de volgende passage uit de Psalmen:

19 Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden [mo’edim] (Psalm 104:19)

Het Hebreeuwse woord “mo’edim” [vaste of vastgestelde tijden] is hetzelfde woord dat wordt gebruikt voor de Bijbelse feestdagen of hoogtijdagen. Leviticus 23 bevat een opsomming van de Bijbelse Feestdagen. Dit hoofdstuk begint met de verklaring: “De feestdagen [mo’edim, vastgestelde tijden] van Yehovah, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen [mo’edim]”. Als de Psalmist ons dus vertelt dat God de maan schiep voor de mo’edim [vastgestelde tijden], bedoelt hij dat de maan werd geschapen om de tijd van de mo’edim van Yehovah vast te stellen, dat wil zeggen: de Bijbelse Feestdagen.

“Chodesh” is verbonden met de Maan.

Het vers hierboven leert ons duidelijk dat de Heilige Feestdagen verbonden zijn met de maan. Maar toen de Torah werd gegeven, was Psalm 104 nog niet geschreven door de Levitische profeten. De vraag blijft bestaan hoe de vroege Israëlieten dit hadden kunnen weten. Het antwoord is, dat het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) zelf een verband met de maan aangeeft. Dat kunnen we zien aan een aantal gevallen waarbij “chodesh” (maand) uitwisselbaar is met het woord “yerah”, het gebruikelijke Bijbels Hebreeuwse woord voor maan, dat tevens “maand” is gaan betekenen. Enkele voorbeelden:

1. “…in de maand (Yerah) Ziv, dat is de tweede maand (Chodesh) …” (1 Koningen 6:1)

2. “…in de maand (Yerah) Ethanim, dat is de zevende maand (Chodesh).” (1 Koningen 8:2)

Verder bewijs dat Chodesh gerelateerd is aan de maan (Yerah) is de zegswijze: “Een Chodesh (maand) van dagen” [d.w.z. een periode van 29-30 dagen] (Genesis 29:14; Numeri 11:20-21), wat synoniem is met de zegswijze: “Een Yerah (maand) van dagen (Deuteronomium 21:13; 2 Koningen 15:13). Chodesh is duidelijk gerelateerd aan Yerah, dat letterlijk maan betekent.

“Chodesh” betekent Nieuwe Maan(sdag).

De oorspronkelijke betekenis van Chodesh (maand) is eigenlijk “Nieuwe Maan” of “nieuwemaansdag”. Door uitbreiding van de betekenis ging het ook “maand” betekenen, dat is de periode die verstrijkt tussen de ene Nieuwe Maan en de daarop volgende. De oorspronkelijke betekenis hiervan is bewaard gebleven in een aantal passages, zoals 1 Samuel 20:5, waar Jonathan tegen David zegt: “Morgen is het Nieuwe Maan (Chodesh).” In dit vers wordt Chodesh gebruikt om de specifieke dag aan te geven waarmee de maand begint, en niet om de hele maand aan te duiden.

Een andere vindplaats waar Chodesh in de oorspronkelijke betekenis voorkomt is Ezechiël 46:1, waar gesproken wordt over “de dag (yom) van de Nieuwe Maan (ha-Chodesh)”. Het gaat hier duidelijk om een specifieke dag aan het begin van de maand, waarop de Chodesh (Nieuwe Maan) plaatsvindt.

De Bijbelse Nieuwe Maan is de “eerste sikkel”.

Chodesh (Nieuwe Maan) is afgeleid van de wortel Ch.D.Sh (of v.r.n.l. ?.?.? ). Dit betekent “nieuw” of “nieuw maken / vernieuwen”. De Wassende Nieuwe Maan wordt Chodesh genoemd omdat het de eerste keer is dat de maan opnieuw waargenomen of gezien wordt na meerdere dagen verborgen te zijn geweest aan het eind van de maancyclus. Aan het einde van de maanmaand staat de maan dichtbij de zon en bereikt uiteindelijk het punt van “conjunctie”, wanneer zij tussen de zon en de aarde instaat. Als gevolg daarvan is het verlichte deel van de maan van de aarde afgewend ten tijde van de conjunctie en is zij niet zichtbaar door de eindeloos veel sterkere straling van de zon. Nadat de maan de zon is gepasseerd vervolgt zij haar loop naar de tegenovergestelde zijde van de aarde. Hoe meer zij zich verwijdert van de zon, des te groter wordt het percentage van haar oppervlak dat verlicht is en vanaf de aarde zichtbaar is. Dit proces gaat door tot het volle maan is, waarna de maan weer afneemt tot zij weer volledig onzichtbaar is. En dan begint, na een periode van 1,5 – 3,5 dag, het hele proces opnieuw met de maan die weer zichtbaar wordt. Omdat de maan opnieuw zichtbaar werd na een periode van onzichtbaarheid, noemde men dit in de oudheid “Nieuwe Maan” of “Chodesh” (van chadash, wat nieuw betekent).

Wassende Nieuwe Maan versus Astronomische Nieuwe Maan.

Veel mensen zijn misleid door het onnauwkeurige gebruik in moderne talen van de term “Nieuwe Maan”. Moderne astronomen begonnen deze term, die uitsluitend werd gebruikt als verwijzing naar de eerste zichtbare maansikkel, te gebruiken voor de conjunctie (wanneer de maan tussen de aarde en de zon instaat en enige tijd niet zichtbaar is). De astronomen beseften al snel dat dit oneigenlijk gebruik van de term “Nieuwe Maan” voor de conjunctie tot verwarring zou leiden. Daarom maken wetenschappers nu onderscheid tussen de “Astronomische Nieuwe Maan” en de “Wassende Nieuwe Maan”. Daarbij is de “Astronomische Nieuwe Maan” de term voor de Nieuwe Maan zoals de wetenschap die definieert (dus de conjunctie). De “Wassende Nieuwe Maan” behoudt zijn oorspronkelijke betekenis van eerste zichtbare maansikkel. Een goed woordenboek hoort beide betekenissen weer te geven. Het Random House Dictionary bijvoorbeeld, definieert de Nieuwe Maan als

De maan, wanneer die in conjunctie staat met de zon of nadat zij onzichtbaar is geworden [Astronomische Nieuwe Maan] ofwel slechts zichtbaar als een smalle wassende sikkel [Wassende Nieuwe Maan]. (Haken toegevoegd door Nehemia Gordon)

Verondersteld bewijs voor de “Verborgen Maan”.

Sommige mensen zijn op zoek gegaan naar Bijbels bewijs voor de incorrecte betekenis die zij aan de term Nieuwe Maan hebben gehecht, nadat zij daardoor in verwarring waren gebracht. Meestal wordt hierbij Psalm 81:4 aangehaald:

4 Blaas op de bazuin (shofar) voor de Chodesh (Nieuwe Maan),
Op de Keseh (bij Volle Maan) voor de dag van ons Chag (feest). (Psalm 81:4)

Volgens de “Verborgen Maan Theorie” is het woord “Keseh” afgeleid van de wortel K.S.Y. wat betekent: “bedekken” en betekent daarom “Bedekte Maan” ofwel “Verborgen Maan”. Wanneer dit vers zegt op de shofar te blazen op de Keseh, betekent dit volgens deze interpretatie: [Blaas op de shofar] “op de dag van de Verborgen Maan”. De tekst biedt echter nauwelijks ondersteuning voor dit argument, want de tweede helft van dit vers spreekt over de dag van de Keseh als “de dag van ons Feest (Chag)”. In de Bijbel is het woord “Feest” (Chag) altijd de technische term voor één van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten (Matzot, Shavuot of Soekkot; zie Exodus 23, 34:18, 34:22-23). Nieuwe Maansdag wordt nooit een “pelgrimsfeest” genoemd, dus kan Keseh / Chag nooit een synoniem zijn voor Nieuwe Maansdag (Chodesh).

Daarnaast is gesuggereerd dat Keseh verwijst naar de Bijbelse feestdag van Yom Teruah (Dag van Geroep), die altijd samenvalt met de Nieuwe Maansdag. De Bijbel omschrijft Yom Teruah echter als een Mo’ed (Vastgestelde Tijd) en nooit als een Chag (pelgrimsfeest). Daarom kan Keseh / Chag evenmin verwijzen naar Yom Teruah.

Wat betekent Keseh werkelijk?

Waarschijnlijk is “Keseh” verwant met het Aramese woord “Kista” en het Assyrische woord “Kuseu”, die beide “volle maan” betekenen (zie Brown-Driver-Briggs, pag.490b). [Hebreeuws, Aramees en Assyrisch zijn alle drie Semitische talen, die vaak dezelfde wortels van woorden met elkaar gemeen hebben.] Dit past volmaakt bij de beschrijving van Keseh als de Dag van het Chag, omdat twee van de drie Pelgrimsfeesten (Chag HaMatzot en Chag HaSoekkot) vallen op de vijftiende van de maand, rond de tijd van de volle maan!

Meer over de “Verborgen Maan”.

Een ander punt van overweging is, dat er feitelijk geen “dag” van de Verborgen Maan bestaat. De maan blijft in het Midden-Oosten verborgen voor een periode van 1,5 tot 3,5 dag. Er is geopperd dat de dag van de Verborgen Maan slaat op de Dag van de Conjunctie (wanneer de maan zich tussen de aarde en de zon bevindt). Het duurde echtere tot wel 1000 jaar na Mozes, voordat de Babylonische sterrenkundigen ontdekten hoe zij het moment van de conjunctie moesten berekenen. Daarom konden de vroege Israëlieten er onmogelijk weet van hebben wanneer het moment van conjunctie plaatsvond. Zij konden dus niet weten welke dag de “Dag van de Verborgen Maan” was.

Er is ook gesuggereerd dat de vroege Israëlieten naar de “Oude Maan” gekeken kunnen hebben om de dag van de conjunctie vast te stellen, zodra de Oude Maan niet meer zichtbaar was aan de ochtendhemel. Die methode werkt echter niet in het Midden-Oosten, waar de “Verborgen Maan” tot wel 3,5 dag verborgen kan blijven. Het is heel gebruikelijk dat de maan zo’n 2,5 dag verborgen blijft. Hoe zouden de vroege Israëlieten in dat geval hebben kunnen weten welke dag de Dag van de Conjunctie was?

In tegenstelling daarmee waren de vroege Israëlieten zich zeer bewust van de Wassende Nieuwe Maan. In oude beschavingen werkten de mensen van het ochtendgloren tot aan de avondschemering. Zij zullen zeker hebben opgemerkt dat de Oude Maan kleiner en kleiner werd aan de ochtendhemel. Zodra de ochtendmaan was verdwenen, wachtten zij gespannen af tot die 1,5 tot 3,5 dag later opnieuw verscheen aan de avondhemel. Na haar verdwijning verscheidene dagen eerder, zouden zij haar bij haar verschijning aan de vroege avondhemel “Nieuwe Maan” of “Chodesh” noemen (afkomstig van chadash, nieuw).

Hoofdstuk 5 – Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Een andere factor waar de Hebreeuwse Kalender geen rekening mee houdt is de vraag of de gerst al of niet Abib is. Die vraag wordt niet eens gesteld. Toch moet de gerst Abib zijn (bijna klaar om te oogsten) omdat dit, samen met het waarnemen van de eerste Maansikkel, een basisvoorwaarde is om het begin (of het “Hoofd”) van het Jaar vaststellen.

Rosh Hashanah is, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, niet het begin van het jaar. Dat valt in de zevende maand en niet in de eerste. Er is gerst nodig om aan één van de geboden uit Leviticus 23 te kunnen voldoen. Ik deel met u wat de Karaïtische Joden over de gerst te zeggen hebben:

Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Het Bijbelse Jaar begint met de eerste Nieuwe Maan nadat de gerst in Israël de fase van rijpheid heet bereikt die Abib wordt genoemd. De periode tussen een jaar en het volgende jaar duurt ofwel twaalf ofwel dertien maanmaanden. Daarom is het belangrijk de staat van de gersteoogst te controleren tegen het eind van de twaalfde maand. Als de gerst tegen die tijd Abib is, dan heet de volgende Nieuwe Maan Chodesh Ha-Aviv (“Nieuwe Maan van de Abib”). Als de gerst nog niet rijp is, moeten we nog een maand wachten en de gerst controleren tegen het eind van de dertiende maand.

Volgens afspraak wordt een jaar met twaalf maanden een “Regulier Jaar” genoemd, terwijl een jaar met dertien maanden een Schrikkeljaar heet. Dit moet niet verward worden met het schrikkeljaar van de Gregoriaanse (Christelijke) kalender. Die kent  een toevoeging van één enkele dag (29 februari). Het Bijbelse Schrikkeljaar kent echter een toevoeging van een complete maanmaand (“dertiende maand”, Adar Bet genaamd). Over het algemeen kan pas een paar dagen voor het eind van de twaalfde maand worden vastgesteld of het jaar een Schrikkeljaar wordt of niet.

Waar wordt Abib genoemd in de Hebreeuwse Bijbel?

Het verslag van Exodus verhaalt:

4 “Vandaag vertrekt u, in de maand (van de) Abib.” (Exodus 13:4)

Om ons eraan te herinneren dat wij Egypte verlieten in de maand van de Abib wordt ons geleerd in deze tijd van het jaar het Paasoffer te brengen en het feest van Ongezuurde Broden te vieren. In Deuteronomium wordt ons geboden:

1 “Neem de maand Abib in acht en houd het Pascha voor YHWH, uw God, want in de maand Abib heeft YHWH, uw God, u in de nacht uit Egypte geleid.” (Deuteronomium 16:1)

Op dezelfde manier wordt ons in Exodus geboden:

15 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in die maand bent u uit Egypte vertrokken. Maar men mag niet met lege handen voor Mijn aangezicht verschijnen.” (Exodus 23:15)

18 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb,  op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in de maand Abib bent u uit Egypte vertrokken.” (Exodus 34:18)

Wat is Abib?

Abib geeft een fase van ontwikkeling van de gerst aan. Dit wordt duidelijk aan de hand van het Exodus verslag dat de verwoesting door de plaag van de hagel beschrijft:

31 “Het vlas en de gerst waren platgeslagen, want de gerst stond al in de aar (was Abib) en het vlas in de knop (Giv’ol). 32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die zijn later (Afilot, donker, d.w.z. nog groen).” (Exodus 9:31-32)

Uit deze tekst blijkt dat de vlas en de gerst waren vernietigd door de hagel, maar dat de tarwe en de spelt niet waren beschadigd. Om de reden hiervoor te begrijpen moeten we ons verdiepen in de groeicyclus van granen. In de eerste fase van hun ontwikkeling zijn granen flexibel en hebben een donker groene kleur. Naarmate ze meer rijpen, nemen ze een meer gele kleur aan en worden de halmen breekbaarder. De reden dat de gerst was vernietigd, maar de tarwe niet, is, dat de gerst het stadium van Abib had bereikt en daardoor breekbaar genoeg was om te worden beschadigd door de hagel. Maar de tarwe en de spelt waren nog in het beginstadium van hun ontwikkeling en daarom flexibel en niet gevoelig voor beschadiging door de hagel. De beschrijving van de tarwe en spelt als “donker” (Afilot) geeft aan dat ze nog diep groen waren en dat ze nog niet gelig begonnen te worden, de karakteristieke kleur van rijpe granen. In contrast daarmee had de gerst het stadium van Abib bereikt, was niet langer “donker” en had waarschijnlijk al goudgele aren ontwikkeld.

Geroosterde Abib

We weten uit verscheidene passages dat de gerst, die de fase van Abib bereikt heeft, nog niet geheel gerijpt is, maar rijp genoeg om de graankorrels te kunnen eten, als ze geroosterd zijn. Geroosterde gerst werd algemeen gegeten in het oude Israël. Het komt op verscheidene plaatsen in de Hebreeuwse Bijbel voor als Abib geroosterd (Kalui) op vuur (Leviticus 2:14) of in afgekorte vorm als “geroosterd” (Kalui / Kali) (Leviticus 23:14; Jozua 5:11; 1Samuël 17:17, 25:18; 2 Samuël 17:28; Ruth 2:14).

In de vroege fase van ontwikkeling zijn de zaden van de gerst nog niet groot en stevig genoeg om als voedsel te dienen door roosteren. Als de aar nog maar net uit de halm tevoorschijn komt, zijn de zaden nog te onderontwikkeld om op welke manier dan ook tot voedsel te kunnen dienen. In een later stadium, als de zaden zijn gegroeid, vullen ze zich met vloeistof. Als ze in dit stadium worden geroosterd, zullen ze verschrompelen en blijft er alleen een leeg vliesje over. Na verloop van tijd verandert de vloeistof in droge stof. Als er voldoende droge stof is, kan het zaad worden geroosterd.

Abib en de oogst

De maand van de Abib is de maand die begint nadat de gerst het stadium van Abib heeft bereikt. Twee tot drie weken na het begin van de maand is de gerst het stadium van Abib gepasseerd en kan worden aangeboden als “Beweeg-garve” (Hanafat HaOmer). Het aanbieden van de “Beweeg-garve” is een offer dat wordt gebracht van de eerste graanhalmen van de oogst die worden gemaaid. Dit offer wordt aangeboden op de eerste zondag na Pesach in de week van Chag HaMatzot (Feest van Ongezuurde Broden). De aanbieding van de Beweeg-garve wordt beschreven in Leviticus:

10 “Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van YHWH bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10-11)

Hieruit wordt duidelijk, dat de gerst, die aan het begin van de maand Abib was, vijftien tot twintig dagen later (op zondag tijdens Ongezuurde Broden) oogstrijp is. Daarom kan de maand van de Abib niet beginnen tenzij de gerst het stadium heeft bereikt waarin het binnen twee tot drie weken oogstrijp is.

Ook Deuteronomium bevestigt dat de gerst oogstrijp moet zijn binnen twee à drie weken na het begin van de maand:

9 “Zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet de zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren.” (Deuteronomium 16:9)

Uit onderstaande tekst van Leviticus weten wij, dat de zeven weken tussen Ongezuurde Broden (Chag HaMatzot) en Pinksteren (Shavuot) beginnen op de dag dat het Beweegoffer plaatsvindt (d.i. de zondag tijdens Ongezuurde Broden):

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken  zullen het zijn.” (Leviticus 23:15)

Daarom moet het moment “dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren” vallen op zondag tijdens Ongezuurde Broden, dat is: twee tot drie weken na het begin van de maand Abib. Als de gerst nog niet genoeg is ontwikkeld om twee tot drie weken later klaar te zijn om te maaien, kan de maand Abib niet beginnen en moeten we nog een maand wachten.

Nu rijpt niet alle gerst in Israël tegelijkertijd. Het Beweeggarve offer is een nationaal offer, gebracht van het eerste velden die oogstrijp zijn. Maar de eerstelingsoffers van individuele boeren kunnen qua rijpheid variëren van “geroosterd Abib” tot volrijpe gerst, die “gebroken” of “grof gemalen” (Geres) aangeboden mag worden. Dat is wat Leviticus bedoelt als we lezen:

14 “En wanneer u YHWH een graanoffer van de eerste vruchten aanbiedt, moet u in het vuur geroosterde verse aren (Abib) als graanoffer van uw eerste vruchten aanbieden, gebroken korrels (Geres) van vers graan (Karmel).” (Leviticus 2:14)

Karmel is graan dat is uitgehard voorbij het punt van Abib zodat het kan worden “gebroken” of “grof gemalen”.

Alle bovenstaande teksten zijn in de Staten Vertaling direct uit het Hebreeuws vertaald, maar er moet wel worden opgemerkt dat de vertalers daarvan op z’n best slechts minimaal begrip hadden van de betekenis van de verschillende Hebreeuwse landbouwkundige termen. Gedeeltelijk geldt dit ook voor de Herziene Statenvertaling, waaruit de bovenstaande teksten zijn geciteerd. In Leviticus 2:14 vertaalt men bijvoorbeeld “Abib” met “verse aren” en “Geres Karmel” met “gebroken korrels” (Geres = gries) van “vers graan” (Karmel).

Samenvattend kunnen we zeggen dat Gerst in het stadium van Abib drie eigenschappen bezit:

Het is breekbaar genoeg om te worden vernietigd door hagel en begint gelig te worden (is niet meer “donker”).
De zaden bevatten genoeg droog materiaal om geroosterd gegeten te kunnen worden.
Het is voldoende ontwikkeld om binnen twee à drie weken geoogst te kunnen worden.

De Omerceremonie is opgetekend in de Mishna, maar deze is gecorrumpeerd door de rabbijnen. Dit verslag legt zelfs het dispuut vast tussen de Farizeeën en de Sadduceeën over het juiste tijdstip waarop de ceremonie gehouden diende te worden. De Sadduceeën hadden gelijk.

De Omer moest worden gemarkeerd op de avond van de veertiende Aviv (Nissan). Na afloop van de weeksabbat van het Feest van Ongezuurde Broden, moest de Omer (graan of koren) worden gemaaid en naar het Tempelterrein gebracht om te worden bereid voor de Beweeggarve op de ochtend na de weeksabbat. Dit moest plaatsvinden in de nachtelijke uren of de vroege uren van de zondagochtend, tussen zonsondergang op zaterdag en zonsopgang op zondag.  Het was een grootse gebeurtenis, die nu verloren is gegaan in de geschiedenis, maar de betekenis ervan wordt duidelijk, als je begrijpt waar deze ceremonie beeld voor staat en hoe Yehshua die vervulde door zijn opstanding op zondagmorgen.

Om meer te weten te komen over deze grootse gebeurtenis, zie Pentecost’s Hidden Meaning (de Verborgen Betekenis van Pinksteren) op
https://www.sightedmoon.com/?page_id=21

Voorbald

De Sabbatsjaren

gedenken

van 2016

2023  2030  2037  2044

 

De vloek breken door gehoorzaamheid

 

 

Jesaja 49:16

Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,

uw muren zijn steeds vóór mij

  

Door

Joseph F. Dumond

Voorwoord

5 “Zie, Ik zend tot u de profeet Elijahoe (Elia), voordat de dag van ???? komt, die grote en ontzagwekkende dag. 6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.”

(Maleachi 4:5-6)

16 “en hij zal vele van de Israëlieten bekeren tot ???? hun Elohim. 17 En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elijahoe (Elia), om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor ???? een toegerust volk gereed te maken.” (Lukas 1:16-17)

3 “Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van ???? , maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze Elohim! 4 Alle dalen zullen verhoogd worden, alle bergen en heuvels zullen verlaagd worden; wat krom is, zal recht worden; wat rotsachtig is, zal tot een vlakte worden. 5 De heerlijkheid van ???? zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van ???? heeft gesproken.” (Jesaja 40:3-5)

19 “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van ????, 20 en Hij ????? de Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. 21 Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover Elohim gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. 22 Want Moshe (Mozes) heeft tegen de vaderen gezegd:  ????, uw Elohim, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. 23 En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. 24 En ook al de profeten vanaf Shemu’el (Samuel) en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd.” (Handelingen 3:19-24)

25 “Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden1 en de wet2 te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.” (Daniël 7:25) (Voetnoten: 1 Dit is een ander woord voor feesten. 2 De wet veranderen is een vorm van wetteloosheid)

Velen zien een toekomstige afgedwongen wet op de zondagsviering als vervulling van deze profetie. Wat ze niet beseffen is dat dit al heeft plaatsgevonden. De Feesten en Festivals (bepaalde tijden) zijn al veranderd en de wetten om ze te houden bevorderen en veroorzaken al wetteloosheid. Wat je in dit boek gaat lezen zal schokkend voor je zijn.

Satan heeft de wetten van Yehovah al veranderd en de meeste mensen hebben daar geen idee of besef van. Dit boek getuigt van de terugkeer naar de oorspronkelijke Torah voor hen die oren hebben om te horen en ogen om te zien. Dit omvat onder andere:

  • Het herstel van alle
  • Het herstel van de sabbat.
  • Het herstel van de sabbatsjaren en jubeljaren.
  • Het herstel van de feestdagen zoals aangegeven in Leviticus 23.

Dit fenomeen is niet het werk geweest van één mens, maar van vele gedurende een periode van vele jaren. Ik durf de bewering aan dat de geest van Elia vanwege Yehovah op hen heeft gerust en door hen heeft gesproken. Van alles wat ik in dit boek ter sprake zal brengen hoop ik van harte dat het op krachtige wijze zal illustreren wat de dwalingen van onze (voor)vaderen zijn en hoe die zijn ontstaan. Ik hoop tevens uitgebreid en grondig aan te tonen wat de Torah werkelijk aanreikt als het erom gaat die dwalingen ongedaan te maken en daar een juist begrip voor in de plaats te zetten. Ik wil je niet alleen een stevig fundament aanreiken om het hart van de Torah te kunnen bevatten, maar ook een stevige basis waar het erom gaat te groeien in inzicht hoe de Torah te volgen en wat dat precies allemaal inhoudt.

Voor mijzelf betekent dat bijvoorbeeld, dat, waar ik ooit geloofde dat de Naam van de Schepper God moest worden uitgesproken als Yahweh, ik er nu van overtuigd ben dat Zijn Naam Yehovah is. Niettemin weet ik dat vele anderen geloven dat Zijn Naam gevonden wordt in een brede variatie aan andere spellingen en uitspraken. Dit als direct gevolg van het feit dat onze broeder Juda ervoor kiest Zijn heilige Naam in het geheel niet uit te spreken, maar in plaats daarvan HaShem (De Naam) te zeggen.

Oorspronkelijk was ik van plan alleen de Hebreeuwse spelling van Zijn Naam  “????“ te gebruiken om niemand te kwetsen, maar nadat ik het boek van Nehemia Gordon – Shattering the Conspiricy of Silence (de Samenzwering van Stilte Verbreken) – had gelezen, realiseerde ik me dat ik dan nog steeds schuldig zou zijn aan het verbergen van Zijn Naam, voor zover het mij gegeven is die te begrijpen. Zodra ons iets wordt duidelijk gemaakt, moeten we daar ook trouw aan zijn in ons leven. Daar niet trouw aan zijn of het verbergen is een zonde.

Bovendien was ik bijzonder geraakt door Gordons boek en wil ik niet langer een “mede-samenzweerder” zijn door de machtige Naam van de Schepper te verbergen. Het is goed om díe versie van Zijn Naam te gebruiken waarvan je overtuigd bent dat het de juiste is. Wat mij betreft zal ik in dit boek Yehovah gebruiken, behalve bij aanhalingen uit een bepaalde Bijbelvertaling (bijvoorbeeld de Herziene Statenvertaling 2010) of een aanhaling van iemand anders die een andere versie van Zijn Naam gebruikt. Daarbuiten zal ik niet van deze lijn afwijken.

Ons wordt in Psalmen voorgehouden, dat, als we de Naam van Yehovah vergeten en daarvoor in de plaats een andere naam gebruiken, Hij ons hart zal onderzoeken om erachter te komen met wie wij proberen te communiceren.

21 Als wij de Naam van onze Elohim hadden vergeten en onze handen hadden uitgebreid naar een vreemde god, 22 zou Elohim dat niet onderzoeken? Want Hij weet wat er in het hart verborgen ligt. (Psalm 44:21-22)

In 1 Korinthe wordt ons voorgehouden:

10 De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van Elohim. (1 Korinthe 2:10)

 

Ik wil niet dat er over Zijn bijzondere en apart gezette (heilige) Naam wordt getwist, maar heb kort geleden besloten om niet langer geheim te houden wat ik geloof over Zijn heerlijke Naam. Ons wordt opgedragen Zijn Naam aan te roepen. Als we die niet kennen, kunnen we die ook niet aanroepen. Ik heb me ook ten doel gesteld in dit boek alleen de waarheden die Yehovah mij heeft geopenbaard weer te geven en te bewijzen. Het is niet mijn bedoeling om respectloos te spreken over een bediening, een leraar of een groep mensen die juist díe zaken geloven die ik als vals ontmasker. Stel dat Yehovah “waarheden” bekend zou maken – zoals wat ik in dit boek uiteen ga zetten – en die zouden er toe leiden dat je geestelijk terug zou keren tot de leugens die je vroeger geloofde, dan is dat ronduit slecht. Test en beproef dus mijn woorden. En als je dat hebt gedaan en ze waar hebt bevonden, gehoorzaam ze dan. Mag de Schepper Yehovah Zelf je leiden in de bestudering van deze waarheden. En zoals mijn website duidelijk stelt: Toets alle dingen ….  en ….

Inleiding

Ik, Joseph F. Dumond, ben geboren in 1958 en Rooms Katholiek opgevoed. In 1978 trouwde ik, na te zijn geslaagd aan de Orangeville High School in Ontario, Canada, met de schoolliefde van mijn leven, Barbara. We kregen een dochter in 1981, een zoon in 1982 en later, in 1990, nog een zoon.

In 1982 hoorde ik via mijn autoradio ’s-avonds laat voor het eerst Herbert Armstrong onderwijs geven over de sabbat, toen ik op weg was naar werk in Oost Ontario. Een paar dagen later luisterde ik weer naar hem, toen ik op weg was naar huis na mijn werk. Ik vroeg materiaal aan omdat ik me verplicht voelde te bewijzen dat hij ongelijk had over de sabbat. Ik werkte zeven dagen per week als opzichter over mensen die werkten aan een gaspijpleiding. Het was onmogelijk een dag vrij te nemen om op zaterdag naar de kerk te gaan. Maar uiteindelijk, na zes maanden onafgebroken studeren, kon ik er niet meer omheen: Yehovah is er altijd volkomen helder over geweest dat wij allemaal de sabbat zouden moeten houden. Ik kon niet anders meer dan tot de conclusie komen dat de sabbat, de zevende dag, (zaterdag) nooit was veranderd en dat de Rooms Katholieke Kerk er verantwoordelijk voor was dat de sabbat zaterdag was veranderd in de zondag – een valse sabbat die door alle Christelijke kerken nog steeds gehouden wordt, ook nadat zij het Rooms Katholieke juk van zich afgeworpen hebben.

Zodra Yehovah een deur opende, nam ik deel aan de samenkomsten van de Worldwide Church of God en niet lang daarna hoorde ik over de Feesttijden. Doordat ik over deze feesten – die zonder uitzondering te vinden zijn in Leviticus 23 – hoorde, leerde ik van het goddelijk geïnspireerde plan van Yehovah met de mensheid en hoe dit allemaal in elkaar paste. Daarna dacht ik geruime tijd dat ik Zijn plan wel in zijn geheel kende, tot ik de sabbatsjaren begon te begrijpen – zowel verleden als toekomst. Het laatste sabbatsjaar duurde van Aviv (Maart-April) 2009 tot Aviv 2010. Dat was ook het eerste sabbatsjaar dat ik ooit heb gehouden.

Vanaf dat moment begon ik elke week serieus te studeren en regelmatig naar de kerk te gaan (van 1982 tot 1994). Toen voelde ik me gedwongen de Worldwide Church of God te verlaten, omdat ze – ergens onderweg – steeds meer op de Rooms Katholieke Kerk gingen lijken, die ik in 1982 al verlaten had. In deze tijd werd mij ook verteld dat alles wat de Worldwide Church of God mij geleerd had “verkeerd” was.

Daarom bezocht ik de volgende twee jaar geen enkele kerk meer en ging weer zeven dagen per week werken. Maar in 1996 voelde ik, terwijl de Feesten snel dichterbij kwamen, een diep verlangen om opnieuw de sabbat en de Feesten te gaan houden. Maar ik had in de verste verte geen idee waar ik heen kon of wie ik erover kon vragen, dus begon ik maar met de Feesttijden te houden door mijn auto ergens aan het eind van een doodlopende weg te parkeren en daar te bidden en Yehovah met heel mijn hart aan te roepen.

In die tijd moest ik alles wat ik tot op dat moment als waarheid had omarmd opnieuw overdenken. En dat moest zonder enige kerkelijke literatuur van welke groep dan ook, zonder voorgekauwde preken of geleerde lezingen. Ik moest de sabbat bewijzen uit de Bijbel zelf en uit andere geloofwaardige bronnen, zoals encyclopedieën. Terwijl ik daar intens mee bezig was, hoorde ik van de Ark van Noach, de doortocht door de Rietzee, Jabal Al Lawz in Saoedi Arabië, de echte berg Sinaï en vele andere zaken die in mij een onverzadigbaar geestelijk verlangen wekten om alles wat de Bijbel beweerde als waar te bewijzen.

Een paar jaar later, in september 2001, volgde de aanslagen op het World Trade Centre en vreesde ik dat er oorlog uit zou breken. Maar ik had geen idee welk antwoord wij als individuen of als natie hierop zouden kunnen of zouden moeten geven. Ik hield het niet langer uit en belde een paar vrienden die mij vertelden dat zij de United Church of God bezochten – één van de vele splintergroepen die waren ontstaan uit het uiteenvallen van de Worldwide Church of God. Er zijn inmiddels meer dan 800 Church of God groeperingen, die natuurlijk allemaal beweren de enige “ware” kerk te zijn.

Toen ik de United begon te bezoeken was mijn zoektocht naar de waarheid echter alles behalve voorbij. Ik bleef zonder onderbreking verder zoeken en alles nauwgezet onderzoeken. Met behulp van het Internet, dat net door zijn kinderziektes heen begon te raken, werd het ieder volgend jaar makkelijker om de informatie op te graven waar mijn ziel zo wanhopig naar op zoek was. In deze tijd begon ik korte artikelen te schrijven voor het United Good News (Goed Nieuws) magazine, dat al een wereldwijde lezerskring had gevormd, bestaande uit voornamelijk United Church of God broeders. Daardoor begon ik de “macht van de pen” in te zien en ging ik op meer regelmatige basis artikelen schrijven voor United. In die tijd begonnen ze me erop voor te bereiden ouderling in de kerk te worden.

Maar in 2004 drong het tot me door dat mijn groei tot stilstand was gekomen. Ik stagneerde geestelijk en er was zonde in mijn hart, die ik probeerde te rechtvaardigen en te excuseren. In december 2004 somde ik in een artikel al mijn zonden op en las dat artikel in zijn geheel voor aan mijn toenmalige pastor. Ik besloot vastberaden nooit meer op mijn oude paden terug te keren. Ik deed hetzelfde wat Daniël had gedaan toen hij de zonden van Israël bekende met als enige verschil dat ik mijn eigen zonden opbiechtte.

Direct daarna hoorde ik van de Zichtbare Maan – als alternatief voor de Conjunctie Maan – als de Bijbelse manier van het bepalen van elke nieuwe maand. Dit was voor mij een belangrijk keerpunt, vooral als je bedenkt hoe groot het gewicht is van de keuze waar je voor staat. Een slechte keus kan de kalender van de Feesttijden veranderen. Voor mij betekent dat hetzelfde als wanneer je de sabbat op een zondag zou vieren. Als je de feesttijden op verkeerde dagen zou vieren, zou je nog steeds het doel missen, met andere woorden: zondigen.

Maar ik had nog geen Bijbels bewijs gekregen.

Zelfs nadat ik mezelf een enorme hoeveelheid leesmateriaal en intense studie had opgelegd, kon ik nog steeds niet bewijzen wat de juiste visie was. Dus trok ik mij terug in gebed. Binnen een paar dagen sprongen de Bijbelpassages me bijna van de bladzijden tegemoet en gaven ze me een direct antwoord op deze vraag. Het antwoord dat ik had gezocht stond in Jesaja 7 en Openbaring 12. Maar dat antwoord was tegelijk een test voor mij. Met de hulp van de Heilige Geest had ik voor mezelf zonder ook maar de minste twijfel bewezen dat de Zichtbare Maan DE maan moest zijn die bepaalt wanneer de Feesttijden gehouden moeten worden. Maar Pesach 2005 stond voor de deur toen er een conflict ontstond. Er was een verschil van 30 dagen tussen de Zichtbare Maan kalender en de Hebreeuwse kalender die de meeste groeperingen nu nog steeds gebruiken. Ik raakte daardoor behoorlijk van streek, omdat ik had gehoopt dat, als ik de Zichtbare Maan kalender zou houden, dat bijna ongemerkt aan de United Church of God broeders, die de Hebreeuwse ofwel Conjunctie Maan kalender houden, voorbij zou gaan.

Omdat ik nog niet 100% zeker was, hield ik dat jaar beide kalenders om te zien wat het resultaat zou zijn. Het aanhouden van de Conjunctie Maan (de Hebreeuwse kalender) was berekend op dertig dagen na de Zichtbare Maan kalender. Dus Pesach en de Dagen (het Feest) van de Ongezuurde Broden – volgens het rijp zijn van de gerst en de zichtbare nieuwe maan – zouden een maand vroeger vallen dan de Hebreeuwse of Conjunctie Maan berekende kalender aangaf.

Zodra ik Pesach hield volgens de Zichtbare Maan kalender, gaf de Heilige Geest mij de openbaring over de Sabbatsjaren en de Jubeljaren en hun verband met de vloekuitspraken van Leviticus 26. Ik kon het nauwelijks geloven, maar ik kon het evenmin afwijzen of als vals bewijzen.

Ik begon instinctief al mijn aantekeningen uit te werken volgens wat ik aan het ontdekken was. Dat was geen toeval, want die notities zouden later een integraal deel uitmaken van de nieuwsbrieven op mijn website. Terwijl ik daarmee bezig was begon ik onweerlegbaar bewijs te zien dat overal om mij heen de vervloekingen van Leviticus 26 aan het gebeuren waren, en ik dacht ondertussen dat ik het me allemaal verbeeldde. Ik was ten slotte geen theoloog, geen geleerde of eschatoloog. Evenmin was ik pastor, priester of rabbi. Ik was niets meer dan een gewone arbeidersjongen die greppels graaft. Hoe zou ik ook maar kunnen beginnen te begrijpen wat niemand anders scheen te bevatten of waar niemand ook maar enige kennis van had?

13 Toen zij nu de vrijmoedigheid van Kefas (Petrus) en Yochanan (Johannes) zagen en merkten dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zij zich. (Handelingen 4:13)

27 Maar het dwaze van de wereld heeft Elohim uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft Elohim uitverkoren om het sterke te beschamen.

(1 Korinthe 1:27)

Tijdens het Loofhuttenfeest volgens de Zichtbare Maan kalender dat jaar (2005) vroeg ik de gastheer of ik hem kon spreken over dit nieuwe inzicht dat ik had verkregen over de sabbatsjaren. Hij schreef me terug en zei dat ik onderwijs moest geven over wat mij getoond was aan een hele groep mensen die te gast zou zijn bij Sukkot (Loofhuttenfeest) in New Hampshire dat jaar. Ik had nooit eerder gesproken op een van Yehovah’s feesten en keek er bepaald niet verlangend naar uit. Dat maakte ik de gastheer ook duidelijk, maar hij stond erop dat ik deze leer zou delen met iedereen die dat jaar aanwezig zou zijn.

Om die reden voelde ik opnieuw de behoefte om mij terug te trekken voor gebed. Het was tijdens die gebedstijd dat ik als het ware (als Gideon) een schapenvlies voor Yehovah neerlegde, alsof  ik daarmee zeggen wilde: “Hier ben ik, zend mij”, als het inderdaad waar was dat er niemand anders was die dit leerde. Op dat moment was er bij mij meer openheid en bereidheid te delen wat ik had geleerd, zelfs over de bijbehorende beangstigende profetieën en hun relatie tot het eind van deze tijd. Uiteindelijk was mijn definitieve antwoord: “Ja”, maar alleen als Yehovah werkelijk niemand anders had die bereid was, in staat was en het inzicht had om het te doen, zelfs als dat betekende dat ik het risico liep een dwaas genoemd te worden. Als het inderdaad Zijn bedoeling was dat ik dit zou doen.

Eerlijk gezegd is het nog maar kort geleden dat ik de hele tekst heb gelezen die Yehovah tegen Jesaja uitsprak, toen Jesaja tegen Yehovah zei: “Hier ben ik, zend mij.”

8 Daarna hoorde ik de stem van ????. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. 9 Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. 10 Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe,  en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen. 11 Toen zei ik: Hoelang, ????? Hij zei: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het land verworden is tot een woestenij. 12 Want ???? zal de mensen ver weg doen gaan, en de verlatenheid in het land zal groot zijn. 13 Al zal daarin nog een tiende deel over zijn, het zal weer verwoest worden. Maar zoals van de eik en de haageik na het omhakken een stronk overblijft, zal hun stronk een heilig zaad zijn. (Jesaja 6:8-10)

Yehovah gaat een boodschap sturen die de mensen wel zullen horen, maar niet zullen begrijpen. Ze zullen vet worden van hun kennis, vele dingen leren, maar ze toch niet begrijpen, zodat ze zich zouden bekeren en worden genezen. Met andere woorden: ze zullen precies de mensen zijn die:

7 … altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen. (2 Timotheüs 3:7)

 

Het is bijzonder opmerkelijk wat Yehovah hier zegt. We zouden er goed aan doen hier onze oren te spitsen en ons door Yehovah te laten waarschuwen!

De volgende Schriftplaatsen uit Timotheüs springen mij ook in het oog:

1 En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. 2 Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, 4 verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van Elohim. 5 Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af. 6 Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden. (2 Timotheüs 3:1-6)

12 En ook allen die godvruchtig willen leven in Messias ?????, zullen vervolgd worden.13 Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid. (2 Timotheüs 3:12-13)

5 Want het land is ontheiligd door zijn inwoners: zij overtreden de wetten1, zij veranderen2 elke verordening, zij verbreken het eeuwige verbond3. (Jesaja 24:5) (Voetnoten: 1Torot – meervoud van Torah, instructie. 2Jeremia 23:36. 3Dit is de enige reden die in heel de Schrift staat, waarom de aarde zal worden verbrand in de dag van het gericht. Zie ook: Jesaja 13:9, 13:11, 26:21, 66:24; Micha 5:15; Zefanja 1:2-18)

6 Daarom verteert de vervloeking het land en moeten zijn inwoners boeten. Daarom zullen de inwoners van het land verbrand worden, zodat er weinig stervelingen zullen overblijven. (Jesaja 24:6)

Dat jaar onderwees ik de sabbatsjaren – ook wel ‘Shmita’ genoemd – op het feest in New Hampshire en tevens in Israël, dertig dagen later, vanwege het feit dat ik de Feestdagen van beide kalenders hield: zowel volgens de Zichtbare Maan kalender als volgens de Hebreeuwse kalender. Op deze feesten ontmoette ik voor het eerst de mensen die zichzelf identificeerden met een groeiende beweging: de Hebrew Roots Movement (Hebreeuwse Wortels Beweging) en sprak met hen. Deze beweging was nog maar net ontstaan en begon toen net vorm te krijgen.

In 2006 sprak ik opnieuw over de sabbatsjaren in Windsor, Ontario en daarna in Toronto. De groeperingen in Toronto waren samengesteld uit vroegere leden van de splinterkerken van de Worldwide Church of God en daar kreeg ik te maken met de eerste echte weerstand. Zij wilden niets weten van de sabbatsjaren.

Steeds als mij vragen werden gesteld waar ik geen antwoord op had ging ik daar naar op zoek, zodat ik de volgende keer een goed doortimmerde verdediging zou hebben voor wat de Geest mij wilde laten zeggen in de kerk of bij de aanwezige groep mensen. En als ik ondanks vele uren lezen toch geen antwoord kon vinden, bad ik daarvoor en kreeg ik binnen een dag het antwoord waar ik naar zocht via een of andere studie of zelfs via een christelijke radiozender waar ik naar luisterde.

In juli 2006 wilde de United Church of God dat ik ofwel zou stoppen met spreken over deze zaken ofwel zou vertrekken, dus volgde ik mijn voeten richting de uitgang. Diezelfde week zette ik mijn website op:

http://cdf.72f.myftpupload.com

Ik begon educatieve, informatieve en provocatieve artikelen te schrijven over de Zichtbare Maan versus de Conjunctie Maan kalender en ook over de cycli van de sabbatsjaren en jubeljaren.

Voordat ik definitief vertrok had mijn pastor mij regelmatig gevraagd of ik dacht dat ik Elia was. Elke keer dat hij dat vroeg verzekerde ik hem dat ik dat niet was. Maar zoals de zaken er nu voorstaan geloof ik weldegelijk dat ik het voorrecht geniet door Yehovah gerekend te worden tot hen die leven in de laatste dagen. Samen met talloze anderen mag ik, op z’n Hebreeuws gezegd, het herstel van alle dingen helpen inleiden, inclusief de sabbat en de feesttijden volgens de Zichtbare Maan en de sabbatsjaren.

Op Pesach 2007 begon ik een wekelijkse nieuwsbrief te schrijven met de bedoeling dat zeven weken vol te houden – tot Shavuot (Pinksteren). Sindsdien is die nieuwsbrief niet meer gestopt met uitzondering van mijn afwezigheid gedurende de jaarlijkse Feesttijden. Elke week heb ik hierin trouw uitleg gegeven over de sabbatsjaren en de jubeljaren en de profetieën die zij ons hebben onthuld en nog steeds onthullen. Ik leer wekelijks meer over de sabbatsjaren en de zaken die daar direct mee verbonden zijn, en kan die delen met wie er oprecht in geïnteresseerd zijn en erover willen leren.

Mijn website telde in 2009 meer dan 11.000 lezers en nadert nu in 2012 de 2.000.000 hits.

In maart 2012 opende Yehovah voor mij een deur om in twaalf dagen tien steden in de Verenigde Staten te bezoeken en daar te spreken over de sabbatsjaren en de jubeljaren bij The Prophecy Club. Na afloop van deze tournee produceerden zij een DVD getiteld “The Chronological Order of Prophecies in the Jubilees” (De chronologische volgorde van de profetieën in de jubeljaren). Het werd een van hun bestsellers en de boodschap is nog steeds onweerlegd en onveranderd. De DVD is nog steeds verkrijgbaar via mijn website voor wie meer wil leren over de sabbatsjaren en de vervloekingen die het negeren ervan met zich meebrengt.

Veel van de zaken waarover ik op deze DVD gesproken heb zijn al gebeurd. Hoe wist ik dat dit ging komen? Ik heb me tot het uiterste ingespannen om Schriftplaatsen niet buiten hun context te gebruiken en mij ervan te verzekeren dat ik Schriftteksten nauwkeurig aanhaalde. Ik heb er ook een principe van gemaakt de Schrift de Schrift te laten verklaren, in plaats van mijn eigen Bijbelse interpretaties te gebruiken. Die komen namelijk voort uit mijn eigen beperkte begrip van de Schrift. Wij zien immers ALLE maar ten dele, als in een vage spiegel, in raadselen (1 Korinthe 13:12).

In 2009 stelde iemand van mijn lezers voor om wat ik in mijn nieuwsbrieven had geschreven vast te leggen in een boek. Omdat ik nooit eerder een boek had geschreven, wist ik niet of ik dat wel voor elkaar kon krijgen. Maar mijn lezers drongen erop aan dat ik dit zou doen, omdat zij het gevoel hadden dat mijn informatie van cruciaal belang was voor de tijd waarin wij leven. Ik ontdekte al snel dat ik de waarheden van Yehovah’s Woord het meest effectief kon uitdragen door gebruik te maken van de schematische kaarten over de sabbats- en jubeljarencycli, die ik al eerder had ontwikkeld.

Het grootste deel van 2009 werkte ik dus aan het boek, dat in februari 2010 werd gepubliceerd onder de titel The Prophecies of Abraham (De Profetieën van Abraham). Dat boek werd later voorgedragen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur in 2011, vanwege de vele zaken die ik daarin deelde over de vervloekingen van Leviticus 26 en de komende oorlogen.

Hoewel mijn boek de Nobel Prijs niet heeft gewonnen, vind ik het een eer dat het sowieso genomineerd werd en wil ik nogmaals professor Liebenberg danken voor de nobele inspanningen die hij heeft geleverd om anderen ervan te overtuigen mijn boek in aanmerking te laten komen voor de Nobel Prijs voor de Literatuur. Op de volgende bladzijde heb ik zijn aanbevelingsbrief voor de nominatie van mijn boek The Prophecies of Abraham opgenomen. Zie Appendix A aan het einde van dit boek voor verder informatie over de inspanningen die professor Lieberman hiervoor heeft geleverd.

1

Van de ene valkuil naar de andere.

Toen ik voor het eerst iets van de sabbat begon te begrijpen, leek de plaatselijke synagoge mij de beste plaats om er meer over te leren. Maar de dichtstbijzijnde lag op meer dan een uur rijden, en toen ik eindelijk in de gelegenheid was erheen te gaan werd ik niet bepaald met open armen ontvangen.

Ik geloofde in de Messias en geloofde toen dat zijn naam Jezus was. Pas jaren later kwam ik erachter dat Jezus wel de Griekse naam was voor onze Messias, maar dat Hij voor de volle honderd procent Jood was. Het is prachtig en opwindend te beseffen dat zijn echte naam altijd al heeft bestaan in het Hebreeuws en daadwerkelijk ook een betekenis heeft. Volgens Brad Scott is de naam “Jezus” een door de mens geïnspireerde en gefabriceerde naam. De naam Jezus betekent niets, maar de Hebreeuws-Joodse Messias, die Yeh Shua heet, betekent weldegelijk iets en wel iets dat ongelofelijk belangrijk is:

In het Nederlands betekent dit: “YHWH’s redding” of “YHWH redt”. Ook als je ervan overtuigd bent dat de naam van onze Messias en onze Elohim, de Schepper, anders moet worden uitgesproken, dan nog doet het me deugd dat we allebei weten dat zij échte namen hebben, waarmee wij ze aan mogen roepen. Maar ik ga niet in discussie over de “juiste” uitspraak of spelling van hun namen. Tenzij het om een directe aanhaling gaat, gebruik ik in dit boek Yehshua voor de Zoon en Yehovah voor de Vader. Punt. Het is in dit geval niet mogelijk het iedereen naar de zin te maken. Zoals ik al eerder zei, blijf ik bij wat Yehovah mij heeft onthuld en daarom schrijf ik dit boek ook voor Hem en niet voor mensen.

Er zijn sommige mensen die geloven dat Rabbi Menachem Mendel Schneerson de Messias was, in weerwil van het feit dat Schneerson dat zelf scherp afwees. Door de eeuwen heen hebben er Joden geleefd die ervan overtuigd waren, dat één van de mensen uit de lijst hieronder de Messias was.

In het Jodendom was een “messias” oorspronkelijk een door goddelijke aanwijzing aangestelde koning, zoals David, Kores de Grote of Alexander de Grote. Vooral na het falen van de Hasmonese Dynastie (37 voor Chr.) en de Joods-Romeinse oorlogen (66-135 na Chr.) veranderde het beeld van de Joodse Messias in iemand die de Joden zou verlossen van de onderdrukking en die de Olam Haba (“toekomstige wereld”) ofwel het Messiaanse Tijdperk in zou luiden.

  • Jezus van Nazaret (ca. 3 v.Chr. – 31 na Chr.), de leider van een kleine Joodse sekte die werd gekruisigd. Joden die geloofden dat hij de Messias was, waren de eerste Christenen, ook wel Joodse Christenen genoemd.
  • Simon van Perea (ca. 4 v.Chr.), een voormalige slaaf van Herodes de Grote die in opstand kwam en werd gedood door de Romeinen.
  • Athronges (3 na Chr.), een herder die rebellenleider werd.
  • Vespasianus (69 – 79 na Chr.), volgens Josephus.
  • Menachem ben Juda (alias Menachem Ben Hezekiah) (133-135 na Chr.), naar werd beweerd de zoon van een valse messias, Judas de Galileeër, nam deel aan een opstand tegen Agrippa II voordat hij werd vermoord door een rivaliserende Zelotenleider.
  • Simon bar Kochba (ca. 132-135 na Chr.) stichtte een Joodse staat die maar een kort leven beschoren was, voordat hij werd verslagen in de tweede Joods-Romeinse oorlog.
  • Mozes van Kreta (ca. 440-470 na Chr.) overtuigde de Joden van Kreta ervan de zee in te lopen in een poging terug te keren naar Israël; na deze rampzalig verlopen poging verdween hij.
  • Ishak ben Yakub (alias Isa al-Isfahani, Abu ‘Isa, 684-705 na Chr.) leidde een revolte in Perzië tegen de Umajjaden Kalief ‘Abd al Malik ibn Marwan.
  • Yudgan (8e eeuw), een leerling van Abd ‘Isa, die diens geloof voortzette nadat hij was gedood.
  • Serene (ca. 720 na Chr.) beweerde de Messias te zijn. Hij stond de uitdrijving van Moslims voor, en het verzachten van diverse rabbijnse wetten, voordat hij werd gearresteerd. Daarna herriep hij dit.
  • David Alroy (ca. 1160 na Chr.) werd geboren in Koerdistan. Hij kwam in opstand tegen de Kalief, maar werd vermoord.
  • Nissi ben Abraham (ca. 1295 na Chr.)
  • Mozes Botarel (1413 na Chr.) uit Cisneros (Spanje). Hij beweerde een tovenaar te zijn die de Namen van God kon samenvoegen.
  • Asher Lämmlein (1502 na Chr.), een Duitser uit de buurt van Venetië die verkondigde dat hij de voorloper van de Messias was.
  • David Reubeni (1490-1541 na Chr.) en Solomon Molcho (1500-1532 na Chr.), avonturiers die rondreisden in Portugal, Italië en Turkije. Molcho werd uiteindelijk op de brandstapel gezet door de paus.
  • Een onbekend gebleven Tsjechische Jood van rond 1650 na Chr. Een blad uit het Joodse Museum van Praag over Solomon Molcho noemt deze naamloze Tsjechische Jood.
  • Sabbatai Zevi (1626-1676 & 1687 na Chr.), een Ottomaanse Jood die claimde de Messias te zijn, maar zich later bekeerde tot de Islam. Hij heeft tot op de dag van vandaag volgelingen onder de Dönme.
  • Barukhia Russo (Osman Baba) (1695-1740 na Chr.), opvolger van Sabbatai Zevi.
  • Jacob Querido (1690 na Chr.) claimde de nieuwe incarnatie van Sabbatai te zijn, bekeerde zich later tot de Islam en werd leider van de Dönme.
  • Miguel Cardoso (1630-1706 na Chr.), een andere opvolger van Sabbatai, die beweerde dat hij de “Messias ben Efraïm” was.
  • Mordecai Mokia (1650-1729 na Chr. of 1678-1683 na Chr.) “de Terechtwijzer”, weer iemand anders die na de dood van Sabbatai beweerde de Messias te zijn.
  • Löbele Prossnitz (1750 na Chr.) verzamelde enige aanhang uit voormalige volgelingen van Sabbatai, noemde zichzelf de “Messias ben Joseph”. 
  • Jacob Joseph Frank (1726-1791 na Chr.) claimde de reïncarnatie van koning David te zijn

en predikte een vorm van syncretisme tussen Christendom en Jodendom.

  • Menachem Mendel Schneerson (1902-1994 na Chr.) de zevende Chabad Rabbi die

probeerde de “weg te bereiden” voor de Messias. Een onbekend aantal van zijn volgelingen geloofde dat hij de Messias was, hoewel hij dit zelf nooit heeft gezegd en deze claims, die al tijdens zijn leven werden gemaakt, zelfs heeft verworpen.

Ik breng dit ter sprake omdat het Jodendom tegenwoordig openlijk afwijzend reageert op hen die de Torah houden – ofwel alle tien de Geboden in de eerste vijf boeken van de Bijbel – en dan vooral op hen die geen Joden zijn en die geloven in Yehshua als de Messias.

Toch blijf de waarheid recht overeind staan. Vele van ons die zichzelf vroeger “Christen” noemden ontwaken nu voor de Torah en gaan als nooit tevoren verstaan hoezeer wij zijn voorgelogen in de denominaties waaruit we geroepen zijn, onverschillig welke dat nu precies was. Dit ontwaken bracht bij vele van ons een intens verlangen met zich mee om gehoorzaam te worden aan de Torah en deelgenoot te worden van het Ware Verbond met Yehovah, de Schepper.

Helaas gaan we er in onze nieuwe geloofsijver ten onrechte vanuit dat het Jodendom alle antwoorden heeft. Gewapend met deze nieuwe, misplaatste geloofsijver, klimmen wij uit de religieuze valkuil die Christendom heet, om ongelukkig genoeg rechtstreeks terug te vallen in een andere religieuze valkuil, die Orthodox Jodendom heet. Geen van beide volgt in de regel Yehovah. Ja, je leest het goed: geen van beide volgt de Torah die Mozes geschreven heeft en die hem rechtstreeks door Yehovah gegeven is op  de berg Sinaï. En als één van die twee de Torah wel volgt, dan doet zij dat slechts gedeeltelijk. Maar je doet de Torah helemaal óf helemaal niet. Want als je één gebod overtreedt, dan overtreed je ze allemaal (Jakobus 2:10).

Vraag: Welk gebod vormt de ultieme test van Yehovah voor heel de mensheid, om te zien of ze Hem zouden gehoorzamen en volgen?

Antwoord: Het vierde gebod.

4 “Toen zei ???? tegen Moshe (Mozes): Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn Torah wandelt of niet. 5 En op de zesde dag moet het zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen.” (Exodus 16:4-5)

De zevende dag, de sabbat zaterdag, is een wekelijkse test om te zien of wij Yehovah zullen gehoorzamen of niet. Misschien zeg je: “Maar Juda houdt zich toch aan het vierde gebod?” Wij zullen nader onderzoeken of ze dat werkelijk doen, of dat ze de Schrift hebben gecorrumpeerd. Daarin staat Juda beslist niet alleen. Het is overduidelijk dat zij die deel uitmaken van het Christendom het vierde gebod niet houden. Om deze reden zegt Yehshua tegen Christenen:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. 15 Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.” (Mattheüs 7:13-20)

21 “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.” (Mattheüs 7:21-27)

23 “Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheüs 7:23)

4 Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. (1 Johannes 3:4)

Het komt aan op het houden van de Tien Geboden – alle tien. Je houdt de Torah (de Wet) als je de geboden gehoorzaamt, en als je ze niet gehoorzaamt, word je wetteloos genoemd.

Wordt aan Juda hetzelfde voorgehouden? Ik ga je laten zien wat het antwoord van de Torah daarop is, dan kun je daarna zelf vaststellen wie de Wet wel houdt en wie niet. Dan weet je ook of het verstandig is blindelings achter een andere religie aan te lopen.

Ons wordt in de Torah en het Brit Chadasha (het Nieuwe Verbond of Nieuwe Testament) geboden onze broeder erop aan te spreken als wij hem zien zondigen.

17 “U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt.” (Leviticus 19:17)

12 “Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken? 13 En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.14 Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat. 15 Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. 16 Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. 17 Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.” (Mattheüs 18:12-17)

We lezen in Clarke’s Commentary wat deze twee verzen ten diepste betekenen.

Clarke’s Commentary On the Bible (Clarkes Commentaar op de Bijbel)

U zult uw broeder niet haten. Niet alleen mag u hem geen enkele vorm van kwaad aandoen, maar u mag ook in uw hart geen haat tegen hem koesteren. Integendeel, u moet hem liefhebben als uzelf, Leviticus 19:18. Uit onbegrip over de woorden van onze Heer in Johannes 13:34 (Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt, etc.) veronderstellen veel mensen dat je naaste liefhebben als jezelf een gebod is dat pas in het Evangelie werd ingesteld. Dat het “elkaar liefhebben zoals Christus ons heeft liefgehad” (namelijk door ons leven af te leggen voor elkaar) een nieuw gebod zou zijn, uitsluitend op autoriteit van Jezus Christus ontvangen, blijk een ongegrond idee te zijn, zoals al blijkt uit de bovenstaande tekst uit Leviticus.

“zodat u geen zonde op hem laadt” – als u hem ziet zondigen of weet dat hij verslaafd is aan iets dat de veiligheid van zijn ziel in gevaar brengt, moet u hem mild en liefdevol terechtwijzen en in geen geval toestaan dat hij zonder raad en advies voortgaat op de weg naar zijn ondergang. In zeer vele gevallen heeft tijdige vermaning een ziel gered. Spreek hem zo mogelijk onder vier ogen aan; is dat niet mogelijk, schrijf hem dan zodanig aan, dat hij alleen het onder ogen krijgt.

In de Schrift lezen wij:

3 “Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem.” (Lukas 17:3)

9 “Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.” (1 Johannes 2:9)

11 “Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.” (1 Johannes 2:11)

15 “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.” (1 Johannes 3:15)

Als wij onze broeder zijn zonde niet vertellen, zodra we die ontdekken, dan is dat hetzelfde als onze broeder haten en wandelen in duisternis, of hetzelfde alsof wij hem zouden ombrengen.

Het gebod om je broeder te waarschuwen maakt onderdeel uit van de 613 Mitzvot. Samen met enig commentaar ziet dat er zo uit:

(30) Koester geen haat in je hart.

17 “Je mag in je hart je broeder niet haten.” (Leviticus 19:17)

Zitten de rabbijnen hier daadwerkelijk op het goede spoor? Het lijkt een fluitje van een cent, de overweging bij Mitzvah #26, “Je zult je naaste liefhebben als jezelf”. Maar wat volgt klink als het tegenovergestelde: “Je zult je naaste zeker berispen en geen zonde op je laden om hem”. In het licht van dit nauwe contextuele verband moeten we er niet automatisch vanuit gaan dat Mozes een ander onderwerp aansnijdt. Ik geloof juist dat de tweede zin definieert wat “je broeder haten” betekent. En de waarheid, die opduikt als we dit verband leggen, heeft verbazingwekkende relevantie voor onze tijd: wij moeten niet tolerant zijn ten opzichte van valse leer, maar moeten degenen die dwalen “terechtwijzen”. Deze correctie negeren betekent je broeder haten. Denk aan Mizvah #27, dat zegt: “Kijk niet werkeloos toe als een mensenleven in gevaar is”. Dat is de praktische uitwerking van het principe: als je broeder geestelijk dwaalt, als hij leerstellingen omhelst die hem volgens Yahweh’s woord uiteindelijk het leven zullen kosten, dan is het onthouden van terechtwijzing en vermaning hetzelfde als hem haten. Door zijn dwaalleer te tolereren stuur je hem naar de hel (vergelijkbaar met het aanbieden van drank aan een alcoholist of vergelijkbaar met het aanbieden van zoetigheid aan een suikerpatiënt).

“Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.” (Spreuken 14:12, 16:25)

Wat betekent het zonde te “dragen”? Het Hebreeuwse woord ‘nasa’ betekent ‘opheffen’ of ‘dragen’. Het wordt “gebruikt voor het dragen van schuld of straf voor de zonde” en daarvandaan “het representatief of vervangend dragen van schuld van iemand door een ander persoon.”

In de Amplified Bible lezen we:

2 Draag (verdraag) elkaars lasten en problematische morele tekortkomingen, en vervul en houd zo volmaakt de wet van Christus (de Messias) en vul aan wat nog ontbreekt (in je gehoorzaamheid eraan). 3 Want als iemand denkt iets te zijn (te belangrijk om zich te buigen om de last van iemand anders te dragen), terwijl hij niets is (niet superieur behalve in zijn eigen idee), bedriegt (en misleidt) hij zichzelf. 4 Maar laat ieder zichzelf nauwkeurig onderzoeken en testen en zijn eigen gedrag en zijn eigen werk beproeven. (Galaten 6:2-4)

Yahweh stond niet toe dat valse leer werd getolereerd in Israël vanwege de schuld – inclusief de bijbehorende straf – die je op je laadt en die uiteindelijk door de hele natie gedragen zou worden. Hij wilde ze die pijn besparen. Hij wil ons die pijn besparen.

Dit zou dus nieuw licht moeten werpen op Yahshua’s bevestiging van het principe dat het liefhebben van Yahweh en van onze medemens de weg is die naar het leven leidt.

25 “En zie, een wetgeleerde (Torahgeleerde) stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 26 En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Torah geschreven? Wat leest u daar? 27 Hij antwoordde en zei: U zult uw Elohim liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand,  en uw naaste als uzelf. 28 Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven.” (Lukas 10:25-28)

Vrienden, laten we niet ten prooi vallen aan valse leer.

Nu wij, Zijn kinderen, die de Naam van onze Vader op ons nemen, dit weten, krijgt het volgende gebod uit Exodus een veel diepere betekenis:

7 “U zult de Naam van ???? uw Elohim, niet ijdel gebruiken, want ???? zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.” (Exodus 20:7)

Het woord ‘ijdel’ is Stongs # H7723 ??? ??  shav  shawv, shav’

Er is grote overeenkomst met # H7722 in de betekenis van verwoesting; kwaad (als in destructief), letterlijk (puinhoop) of moreel (vooral bedrog); figuurlijk afgoderij (als vals, onderwerpsnaamval) onbruikbaarheid (als misleidend, voorwerpsnaamval; ook bijvoeglijk gebruikt in tevergeefs): vals, leugen(achtig), vergeefs, ijdel.

# H7722 ??? ????  ???   sho’ah   sho’ah   sho’aw

Afkomstig van een niet gebruikte wortel. Betekenis: voorbij snellen; een storm; door implicatie verwoesting: verwoest(ing), vernietigen, destructie, storm, braak.

Wij, de kinderen van Yehovah, zijn niet geroepen om de schijn te wekken dat het aanroepen van zijn Naam hetzelfde is als zonde toestaan of laten heersen in ons leven. Juist de zonde van het breken van het vierde gebod is het onderwerp van dit boek.

Er is een uitspraak: “Het enige dat nodig is om het kwaad te laten overwinnen is dat (goede) mensen toekijken zonder een hand uit te steken of iets te doen.” Wij geven het kwaad de kans te triomferen als we onwillig zijn om, net als Ezechiël, wachters te zijn die onze broeder of zuster waarschuwen als zij in zonde vallen en hun doel missen. Hun bloed kleeft aan onze handen als wij ze niet genoeg liefhebben om ze de waarheid te vertellen.

17 “Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen. 18 Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. 19 Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered. 20 En als een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afwendt en onrecht begaat en Ik een struikelblok voor hem leg, zal híj sterven. Omdat u hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven. Zijn rechtvaardige daden die hij gedaan heeft, zullen niet meer in herinnering gebracht worden, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 21 Maar u, als u de rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondigt, en hij inderdaad niet zondigt, zal hij zeker in leven blijven omdat hij gewaarschuwd is, en hebt ú uw leven gered.” (Ezechiël 3:17-21)

Maar als wij dat doen, dan moeten we er ook op letten dat we dat met de juiste geestelijke instelling doen:

1 “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt.” (Galaten 6:1)

Nog duidelijker zegt de Amplified Bible het:

1 Broeders, als iemand zich misdraagt of tot een of andere zonde vervalt moet jij die geestelijk bent (die luistert naar en wordt geleid door de Geest) hem weer terechtbrengen en herstellen zonder enig superioriteitsgevoel en met zachtmoedigheid, jezelf in het oog houdend, dat je niet ook verleid zou worden. (Galaten 6:1)

Ik heb er altijd mee geworsteld te zien hoe zwaar Juda vervolgd is in de geschiedenis. Want als het houden van de Torah zegen met zich mee hoorde te brengen (en dat geldt nog steeds), waarom zijn dan juist zij die claimen die Torah altijd gehouden te hebben zo zwaar vervolgd in elke generatie? Waarom worden zij zo gehaat door het grootste deel van de wereld? En waarom heeft de rest van de wereld de zegeningen nooit gezien, die de Joden gegeven zouden moeten zijn, omdat zij zonder onderbreking de Torah gehouden hebben? Zou die wereld dan niet ook de Torah hebben willen houden?

Maar zoals de zaken er nu voorstaan hebben wij door de eeuwen heen geen enkele opvallende zegening gezien. En daarom zien wij ook geen reden om de Torah eveneens te gaan houden. En toch is er uit de verte een licht te zien. Te zien, al is dat ook zonder horen. We kunnen de voordelen van het houden van de Torah zien op een manier die zich niet laat ontkennen, wegverklaren of afwijzen, zodat ons niet verteld hoeft worden waarom we dat zouden moeten doen.

13 “U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. 14 U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. 15 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mattheüs 5:13-16)

Laten wij dus nogmaals bekijken wat ons geboden is. Dan kunnen we zien of Juda dat ook doet. Als zij dat niet doen, dan moeten wij niet blindelings dezelfde weg gaan volgen als zij. Wij weten al dat het Christendom doorspekt is met leugens en ernstig tekort schiet wat betreft de waarheid. We gaan nu nader bekijken hoe de waarheid eruit ziet, en hoe dicht je erbij in de buurt zit of hoever je ervan afstaat.

Hieronder staat een ander citaat uit Mitzvot 613, dat verklaart dat we de meerderheid moeten volgen, zelfs als zij ongelijk hebben. Deze Mitzvah zegt:

(248) De meerderheid van stemmen is doorslaggevend waar een besluit genomen moet worden bij een verschil van mening tussen de leden van het Sanhedrin over zaken van de Torah.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Dit is een van die gevallen (gelukkig komt het zelden voor dat ze de plank misslaan) waar de Mitzvah van de rabbijnen lijnrecht tegenovergesteld is aan de Schrift die ze citeren om die te ondersteunen. (In essentie) zeggen zij: “De mening van de meerderheid onder ons, de heersende elite van Israël, zal wet zijn.” Het is hetzelfde systeem dat Amerika gebruikt en dat gepaard gaat met hetzelfde misbruik. En tussen twee haakjes: het is hetzelfde systeem dat het Sanhedrin gebuikte om Yahweh’s Gezalfde te doden – hét bewijs dat het anathema is voor Yahweh. Yahweh Zelf zegt iets totaal anders: Volg de massa niet en misleid haar ook niet.

1 “Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters, 2 maar die zijn vreugde vindt in de wet van ????  “. (Psalm 1:1-2)

Zoek waarheid, genade en rechtvaardigheid, zelfs als je niet meer bent dan “een eenzame stem die roept in de wildernis.“ Yahweh interesseert de mening van de meerderheid hoegenaamd niets. Hij stelt zelfs onomwonden dat de meerderheid verloren is:

13 “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.” (Mattheüs 7:13-14)

8 “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt ????  van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw Elohim?” (Micha 6:8)

Als we verdergaan in Mitzvot 613 vervolgt ook de grove verdraaiing van de Schrift door de rabbijnen in (248) zijn weg in (249):

(249) In geval de doodstraf kan worden opgelegd mag niet tot veroordeling worden besloten volgens de meerderheidsvisie, indien zij die veroordeling voorstaan slechts één stem meer vertegenwoordigen dan zij die vrijspraak voorstaan.

Wat in Exodus staat moet echter duidelijk maken dat geen hoger gerechtshof of tribunaal hoe dan ook zichzelf tot wet kan zijn.

1 “U mag geen vals gerucht verspreiden, en u mag een schuldige niet uw hand reiken door een misdadige getuige te zijn. 2 U mag de meerderheid niet volgen in het kwaad, en u mag in een rechtszaak niet zo antwoorden dat u zich schikt naar de meerderheid om zo het recht te buigen.” (Exodus 23:1-2)

Ze zeggen dat een eenvoudige meerderheid niet genoeg is om iemand ter dood te veroordelen. Er moet een verschil van tenminste twee zijn. Sorry mensen, alweer fout. Dit is niet anders dan gebrekkige mensenwijsheid. Bij de belangrijkste rechtszaak uit de hele geschiedenis waren er maar twee tegenstemmers van de zeventig (of onthielden ze zich van stemming?): Nicodemus en Jozef van Arimathea. Blijkbaar is het idee van meerderheidsbeslissing ook niet feilloos. Hoeveel leden van die vergadering zijn overgehaald door de schimpende houding van Annas en Kajafas? Hoeveel werden er met een duwtje in de rug over de lijn gewerkt door de valse getuigen die waren binnengeloodst om tegen Yahshua te getuigen? Aan hoeveel werd het zwijgen opgelegd door het gewicht van groepsdruk?

In het volgende hoofdstuk gaan we ons wat meer richten op de veranderingen die Juda in de Torah heeft aangebracht volgens de stem van de “morele” meerderheid, en die ze nu aanhangen en volgen.

2

Sabbat  zonsondergang tot zonsondergang

                             Geen drie sterren

In de tekst hieronder wordt ons verteld dat wij de sabbat moeten houden. Deze Feestdag wordt als eerste genoemd, voorafgaand aan alle andere feesten. Het is een dag waarop Yehovah wil dat we al Zijn feesttijden, Zijn heilige, apart gezette dagen, gedenken. Door wekelijks een dag apart te zetten om Hem te ontmoeten, tijd met Hem door te brengen en meer over Hem te leren, worden we erop voorbereid ook de andere aangewezen feesttijden met Hem beter te kunnen houden.

1 “En ???? sprak tot Moshe (Mozes): 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van ????, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen: Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor ????.” (Leviticus 23:1-3)

Hoofdstuk één van Genesis laat ons zien, dat de avond eerst komt en pas daarna de dag. De sabbat begint daarom bij zonsondergang. Het scheppingsverhaal van Genesis vermeldt namelijk: “Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.” Hieruit leiden wij af dat een dag begint met een avond, dus bij zonsondergang. Leviticus 23 vertelt ons dat de Grote Verzoendag valt ‘van avond tot avond’. Met andere woorden: de sabbat duurt van zonsondergang tot zonsondergang. Op het moment dat de zon ondergaat aan de westelijke horizon aan het eind van de zesde dag – op vrijdag – begint de sabbat.

In ‘Het Jodendom 101’ (http://www.jewfaq.org/shabbat.htm) wordt over de sabbat gezegd (nadat is gesteld dat die volgens Genesis 1 begint bij zonsondergang)

De sabbat eindigt als de nacht begint, als er drie sterren zichtbaar zijn, ongeveer veertig minuten na zonsondergang.

Er staat nergens in de Schrift dat het begin of eind van de sabbat samenvalt met het zien van drie sterren. Dit is een verzinsel van de rabbijnen, afkomstig uit de Talmoed. Het is een hek dat zij om de sabbat heen hebben gezet om ervoor te zorgen dat je die niet breekt. Maar nergens in de Torah of de Bijbel begint of eindigt de sabbat met het zien van drie sterren. In Genesis vinden we wel de volgende uitdrukking:

5 En Elohim noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. (Genesis 1:5)

8 En Elohim noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. (Genesis 1:8)

13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag. (Genesis 1:13)

19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1:19)

23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag. (Genesis 1:23)

31 En Elohim zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. (Genesis 1:31)

Nadat dit patroon van avonden en morgens ons helder voor ogen is gezet, vertelt Yehovah ons over de zevende dag, de rustdag.

1 Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht. 2 Toen Elohim op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En Elohim zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat Elohim schiep door het te maken. (Genesis 2:1-3)

En om voor ons nogmaals het belang van het tijdstip van het begin van de dag te benadrukken, zegt Yehovah ons in Leviticus 23 zonder omwegen wanneer de meest heilige dag van het jaar moest beginnen en eindigen, zodat er bij ons geen enkel misverstand over zou bestaan.

27 Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en ???? een vuuroffer aanbieden. 28 Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van ????, uw Elohim, verzoening voor u te doen. 29 Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30 En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31 U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. 32 Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. ‘s-Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond. (Leviticus 23:27-32)

In deze laatste dagen zijn er groeperingen die glashard beweren dat de Sabbat uitsluitend overdag valt (tijdens het daglicht van om het even welke periode van vierentwintig uur). Of dat de Sabbat ‘zeven dagen’ na de Nieuwe Maan begint. Maar geen van die groeperingen heeft historisch of Bijbels bewijs van voldoende autoriteit of overtuigingskracht om hun claims kracht bij te zetten. Toch bestaan beide groepen uit een verrassend en alarmerend groot aantal vroegere Christenen die zich hebben bekeerd tot deze dwalingen wat betreft het houden van de Sabbat. In heel de geschiedenis is er niet één groep binnen het Jodendom geweest, die een van beide misvattingen in praktijk heeft gebracht.

De Maansabbat theorie (ik noem het met nadruk theorie) bestaat pas sinds 1998:

Jonathan David Brown was de eerste Sabbatvierder, die de Sabbat telde vanaf de dag van de Nieuwe Maan in plaats van de week van zeven dagen te gebruiken. Hij publiceerde het boek Keeping Yahweh´s Appointments (Yahweh’s Bepaalde Tijden Houden) in 1998, waarin hij dit gebruik uiteenzette. De Maansabbat beweging vindt vooral aanhang onder het Messiaanse Jodendom, Armstrong / Worldwide Church of God en Christian Identity groeperingen.

Gelukkig is en ruimschoots bewijs uit goed gedocumenteerde bronnen, dat aantoont dat beide benaderingen zijn doorspekt van dwaling. Daarnaast hebben wij ook nog ons gezond verstand. Yehovah maakt in de Schrift ondubbelzinnig duidelijk hoe wij ons volgens Zijn inzettingen behoren te gedragen met het oog op de Sabbat. Ik ga hier niet uitgebreid in op deze valse leringen, want die zullen slechts verwarring stichten wanneer u ernstig op zoek ben naar de waarheid van de Torah en hoe die zich verhoudt tot heel de Schrift. Maar ik moest u tenminste bewust maken van het bestaan van deze valse en ongezonde leringen en u waarschuwen voor hun misleidingen, een hellend vlak dat wegleidt van de waarheid, van Yehovah, Zijn Sabbat en al Zijn andere apart gezette dagen.

Sta mij toe een enkel bewijs mee te geven uit een overvloed aan bewijzen. Yehshua is gedood op de 14e dag van de eerste maand. Dat is de dag van de voorbereiding voor het Pesachmaal, die viel op een woensdag. Hij moest voor zonsondergang in het graf liggen, want dan begon een hoogheilige dag: de eerste dag van Ongezuurde Broden. Die dag was dus donderdag, de 15e dag van de eerste maand. Op vrijdag was de voorbereiding van de normale weeksabbat. Op die dag bereidden de vrouwen de specerijen voor om Yehshua na de wekelijkse sabbat fatsoenlijk te begraven. Deze vrijdag was de 16e dag van de eerste maand.

Vrijdagavond was de derde nacht en zaterdag de derde dag dat Yehshua in het graf was. Daarmee vervulde Hij de profetie, tevens het enige teken dat Hij gegeven had dat Hij de Messias was: dat Hij 3 dagen en 3 nachten in het graf zou zijn, zoals Jona 3 dagen en 3 nachten in het ingewand van de vis was geweest.

Zaterdag was de 17e dag van de eerste maand. Nadat de Sabbat ten einde was, kwamen de vrouwen op de eerste dag van de week bij het graf waar Yehshua niet meer was. Het was nog donker, maar al wel de eerste dag van de week: zondag, de 18e dag van de eerste maand. Dit toont aan dat deze dag naast het lichte deel (de dag) ook het donkere deel van de dag (de nacht) omvat. En daarmee is het ongelijk van de ‘alleen overdag – groepen’ aangetoond.

De Maansabbat mensen beweren dat de Sabbat maandelijks op de 7e of de 8e dag van de maand val. Als we even doorrekenen, dan zou de tweede Sabbat van de maand moeten vallen op de 14e of de 15e dag, afhankelijk van welke dag als eerste Sabbat gezien wordt. De derde Sabbat zou dan de 21e of 22e dag zijn.

Maar de Bijbel laat duidelijk zien, dat de vrouwen op de eerste dag van de week – op zondag – bij het graf kwamen en iedereen kan uitrekenen, dat dat op de 18e dag van de maand was. De wekelijkse Sabbat die zij hielden viel dat jaar op de 17e dag van de maand. Er zit duidelijk een gapend gat in de theorie van de Maansabbat mensen. Laat je niet in me deze valse lering.

Als je meer over dit onderwerp wilt weten volgen hier twee bronnen. The Lunar Sabbath Lie (De Leugen van de Maansabbat) op sightedmoon.com en The Lunar Shabbat Calender Issues door Yochanan Zaqantov.

3

De Dag van de Nieuwe Maan

We zullen ons nu richten op de Nieuwe Maan. Dat is nodig, omdat het begin van de maand wordt bepaald aan de hand van de maan.

Zoals al eerder gezegd, zijn er in onze tijd twee algemeen bekende, gangbare Bijbelse kalenders in gebruik om te bepalen wanneer de Heilige Feestdagen vallen. Dat zijn de Zichtbare Maan kalender en de meer populaire kalender volgens Hillel II, ook wel bekend als de Hebreeuwse Kalender of de Rabbinale Kalender.

Vóór het jaar 70 na Chr., toen de tempel werd vernietigd, werd de Joodse kalender vastgesteld door een zitting van een speciaal daarvoor opgerichte commissie van het Sanhedrin, die bijeenkwam in de tempel. De Nieuwe Maan werd pas afgekondigd als zich twee getuigen hadden gemeld die de zichtbare nieuwe maan aan de commissie konden beschrijven. Buiten het land Israël wachtte de hele Joodse gemeenschap op de officiële bekendmaking van de door het Sanhedrin gesanctioneerde kalender. Die werd essentieel geacht voor het op uniforme wijze houden van de Joodse Heilige Feestdagen. Vanaf de tijd van de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. tot aan Hillel II, die de functie van Nasi (Opperrabbijn) vervulde van 330 – 365 na Chr., ontstond er steeds meer godsdienstige vervolging, zodat het op den duur onmogelijk werd nog verslag te ontvangen van het waarnemen van de maan of van de staat van rijping van de gerst in het land Israël.

Om die reden ontwierp en autoriseerde Hillel II tijdens de diaspora een kalender die iedereen kon gebruiken, niet alleen voor wie nog overgebleven was in Israël, maar, minstens zo belangrijk, voor ieder die in ballingschap was en afgesneden van Israël. Maar door dit te doen sneed hij de banden door die de Joden in de diaspora verenigden met het land Israël en het Sanhedrin. Toch werd deze kalender tijdens de diaspora gezien als essentieel om buiten Israël de Heilige Feestdagen in eenheid te kunnen vieren, samen met wie nog wel in Israël was.

De Hebreeuwse kalender heeft zich door de tijd heen ontwikkeld … De maanden werden vastgesteld door het waarnemen van de nieuwe wassende maan, waarbij elke twee of drie jaar een extra maand werd toegevoegd om Pesach in het voorjaar te houden. Dit wederom gebaseerd op in de natuur zichtbare gebeurtenissen, te weten het rijpen van de gersteoogst, de leeftijd van de lammetjes en jonge duifjes, de groeistaat van de fruitbomen en de relatie met de Tekufah (seizoenen). Dit systeem werd, tijdens de Amoraïsche periode (ca. 200-500 na Chr.), doorlopend in de Geonische tijd (ca. 600-1000 na Chr.), vervangen door een wiskundige berekening. De principes en regels daarvan lijken breed te zijn aanvaard in de tijd dat Maimonides de (Mishneh) Torah compileerde in de 12e eeuw. (https://en.wikipedia.org/wiki/Hebrew_calendar)

Je kunt op het Internet meer te weten komen over de kalender van Hillel II. Let erop in welk jaar deze kalender in gebruik werd genomen. Dat was in 358 na Chr., toen Hillel de berekeningen, die werden gebruikt door het Sanhedrin om de maanden en de Heilige Feestdagen vast te stellen, met anderen deelde. Die berekeningen werden in de geschiedenis verder aangepast tot in de 11e eeuw na Chr., toen het zich had ontwikkeld tot wat het nu nog steeds is (zie de aanhaling hierboven) volgens Maimonides’ veertiendelige Mishneh Torah. Let op: dit is dus een door mensen gemaakte en berekende kalender, en absoluut niet wat Yehovah heeft ingesteld.

Zoals ik zal laten zien, is de oorspronkelijke Bijbelse, niet-rabbinale, Zichtbare Maan Kalender altijd al:

“… rechtstreeks gebaseerd op waarnemingen aan de hemel en de inspectie van de jonge gersteoogst in Israël. Die waarnemingen werden nauwgezet gecatalogiseerd en vastgelegd.  Gewapend met tabellen waarvan de data eeuwen omspannen konden astronomen in de oudheid aan de hand van  wiskundige berekeningen modellen maken die ze in staat stelden de maancycli en andere verschijnselen van hemellichamen ver van tevoren te voorspellen. Dit maakte het mogelijk een nieuwe maand nauwkeurig te berekenen, zelfs wanneer het weer directe waarneming onmogelijk maakte. Echter, de waarneming was de aanjager van de berekening, en niet vice versa.” 

(Na de Diaspora) steunde de Tijdelijke Kalender van het Bet Din (het Sanhedrin) volledig op het berekende model, met uitsluiting zelfs van waarnemingen aan de hemel. Evenmin was er een voorziening getroffen om deze puur mathematische kalender te her-ijken aan de hand van de  hemelverschijnselen.

Tegen de 10e eeuw na Chr. was het duidelijk dat “Hillels Kalender” fijnafstemming nodig had. In 921 na Chr. kondigde Aaron ben Meir, de voorzitter van het Judeese Sanhedrin, een kalender hervorming aan, die de Heilige Feestdagen liet vallen op andere dagen dan die, voorgeschreven volgens Hillels kalender. Duizenden aanvaardden deze hervorming. Maar de Joodse academische gemeenschap van Babylon ageerde met kracht tegen Meirs voorstel. Beide autoriteiten hadden niet te onderschatten invloed; de zaak bedreigde hun cohesie (solidariteit). Uiteindelijk won Babylon en ontwikkelde het Jodendom een sterke weerzin tegen de fragmentatie die gemakkelijk voort kon komen uit een discussie over kalenderhervorming. Men stelde de zaak uit tot de komst van de Messias.

Bewijs uit de Talmoed

De Talmoed is niet de Schrift en de Talmoed is niet geïnspireerd. Desondanks geeft de Talmoed ons een goed historisch verslag van de gedachtegangen van de Joodse rabbijnen in het verleden. Het kan zeer nuttig zijn over deze informatie te beschikken.

De Talmoed laat ons zien dat de rabbijnse kalender niet in gebruik was in de tijd van Yeshua, want de Nieuwe Maan werd nog steeds uitgeroepen na observatie (in plaats van door voorspelling). Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (“Hoofd van het Jaar”) bespreekt bijvoorbeeld hoe getuigen van de Chodesj (“Nieuwe Maan”) op de juiste wijze moeten worden ondervraagd. 

Het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana (zie citaat hieronder) geeft verslag van een dispuut tussen de rabbijnen over de vraag of een zeker tweetal getuigen, die de Nieuwe Maan hadden waargenomen, een betrouwbare basis vormden voor het officieel uitroepen van de Nieuwe Maan die maand. De passage luidt als volgt:

7 Rabbi Jose (ofwel Yose) zei: “Het gebeurde eens dat Tobiyah (Tobias) de geneesheer de Nieuwe Maan zag in Jeruzalem, samen met zijn zoon en zijn vrijgelaten slaaf, en de priesters aanvaardden zijn getuigenis en dat van zijn zoon (maar sloten dat van zijn slaaf uit). Maar toen zij verschenen voor het (rabbinale) Bet Din, aanvaardden zij wel zijn getuigenis en dat van zijn slaaf, maar sloten dat van zijn zoon uit.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 1:7)

Deze passage verhaalt duidelijk het fysieke waarnemen van de Nieuwe Maan. Het zegt ons dat de Nieuwe Maan werd waargenomen in de tijd van Yeshua. Immers, als de Nieuwe Maan toen al zou zijn berekend (of voorspeld), zou de noodzaak van getuigen niet hebben bestaan.

Hierna vertelt het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana:

7 Of ze nu wel of niet werd gezien binnen haar tijd (dat wil zeggen: op of vóór de 30e dag van de voorafgaande maand), ze werd geheiligd (dat wil zeggen: de Nieuwe Maansdag werd verklaard bij verstek {van getuigen}). Rabbi Eleazer ben (of bar) Tsadoq zegt: “Als zij niet word gezien op haar tijd (dat is: op de 30e), dan heiligen wij (het hof) haar niet, want zij is dan al geheiligd door de hemel.” (Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 2:7)

Verder vertelt het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana ons:

De Halacha (Traditionele Wet) stemt overeen met R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq.

(Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a)

We zien R. Eleazer ben (ofwel bar) R. Tsadoq verklaren dat de Nieuwe Maan (nieuwe maand) moest worden uitgeroepen op basis van waarneming (en niet van berekening vooraf). Daarna wordt ons verteld dat de Halacha (de wettige praktijk) overeenstemt met de regel van R. Eleazer.

Omdat de rabbijnse kalender vooraf wordt berekend, kán dit niet de kalender zijn die in de tijd van Yeshua werd gebruikt.

Nog steeds niet overtuigd? Lees door.

Geen berekeningen.

 

U zou er verder op moeten letten dat het Babylonische Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 24a nergens gewag maakt van berekening of maanconjunctie (of enige andere overweging). In plaats daarvan wordt uitsluitend gerefereerd aan het waarnemen van de Nieuwe Maan Sikkel. Dit toont aan dat het in de periode van de Tweede Tempel (dat is: in de tijd van Yeshua) staande praktijk was de Chodesj (Nieuwe Maan) te verklaren zodra de eerste Sikkel van de Nieuwe Maan fysiek werd waargenomen (en vervolgens gerapporteerd) door ten minste twee betrouwbare getuigen. Dit doet logischerwijs het argument teniet van de zogenaamde “Methode van de Verduisterde Maan” om de Chodesj vast te stellen, aangezien het niet mogelijk is getuigen op te roepen van iets dat niet fysiek waarneembaar is.

Let er bovendien op dat Yeshua een Jood was die leefde in de periode van de Tweede Tempel (na de Babylonische Ballingschap) en die als “modus operandi” hanteerde zich te schikken naar de Halacha uit deze tijd, met uitzondering van die gevallen waarin die Halacha botste met de Torah van zijn Vader.

In het onderhavige geval betekent dat, dat de Nieuwe Maan werd vastgesteld door directe waarneming (en zeker niet door wat voor vorm ook maar van voorspelling). Yeshua heeft zich nooit een tegenstander getoond van deze methode van het afkondigen van de Zichtbare Nieuwe Maan of het “Hoofd van het Jaar” (Nieuwjaar). Blijkbaar was dit een van de (weinige) zaken, die de rabbijnen nog steeds correct uitvoerden in Zijn tijd. De (ketterse) berekende kalender kwam pas in gebruik ver na de dood van Yeshua.

Als Yeshua geen probleem had met de op de Torah gebaseerde kalender die werd gebruik in de Tweede Tempel periode, waarom zou iemand dan iets anders willen gebruiken?

‘Boodschappers’ in de Talmoed.

Nog meer getuigen:  het Talmoed Misjna Traktaat Rosj Hasjana 1:4 vertelt ons dat er boodschappers werden uitgezonden tot wie nog in ballingschap verkeerde, om te berichten wanneer de Nieuwe Maan was waargenomen. Dit lijkt het geval te zijn geweest gedurende de gehele periode van de Tweede Tempel.

Met andere woorden: de rabbijnen … hechtten er belang aan dat wie zich nog in de ballingschap bevond de Feesttijden gelijktijdig kon houden met wie in het Land Israël leefde. Deze werden vastgesteld aan de hand van de Aviv status van de gerst en de Nieuwe Manen in het land. De rabbijnen achtten het zelfs zo belangrijk dat ook de buitengebieden bekend waren met de “juiste” kalender, dat deze boodschappers zelfs in de eerste en zevende maand de sabbat moesten schenden om de inwoners van het verre noorden van Syrië het nieuws te brengen, zodat zij de Feesttijden in die maanden op de juiste tijd konden houden.

De rabbijnen hebben de sabbat altijd uiterst serieus genomen. Dat betekent dat zij het van het allergrootste belang moeten hebben geacht om de ballingen op de hoogte te brengen van de “juiste” kalender, zodat zij zich daaraan konden conformeren.

Dit roept een retorische vraag op. Als de rabbijnen de datum van de Chodesj (Nieuwe Maan) lang van tevoren hadden geweten (door het gebruik van een vooraf berekende kalender i.p.v. te vertrouwen op waarneming), waarom zou het dan noodzakelijk zijn van de boodschappers te eisen, dat zij de Sabbat zouden schenden? Als de rabbijnen gebruik hadden kunnen maken van een vooraf berekende kalender (zoals de moderne rabbijnse kalender), waarom werd de datum dan niet simpelweg maanden (of zelfs jaren) van tevoren berekend, zoals de rabbijnen dat tegenwoordig doen?

Het antwoord is eenvoudig: de rabbijnen in de dagen van Yeshua gebruikten geen berekende kalender om het begin van de Nieuwe Maan of het begin (Hoofd) van het Nieuwe Jaar te bepalen. In plaats daarvan vertrouwden zij nog steeds op fysieke waarneming, zoals geschetst in de Torah.

Als de rabbijnen de kalender nog op de juiste manier vaststelden in de tijd van Yeshua’s  bediening, wanneer en waarom zijn zij daar dan mee gestopt? Het antwoord is kortweg  dat het tijd was voor de volgende fase in het goddelijke plan van YHWH voor de Twee Huizen.

Verderop in het boek, wanneer ik de gebeurtenissen rond de Simon Bar Kochba Opstand bespreek, zal ik uitleggen waarom deze veranderingen plaatsvonden .

Voor het geval u nu nog steeds sceptisch bent, zal ik u ten slotte nog voorzien van een laatste bewijsstuk (in dit hoofdstuk) wat betreft de methode die moet worden gebruikt als uw gids en autoriteit voor het vaststellen van de Nieuwe Maan. Ik deel daartoe met u wat het Israëlische Nieuwe Maan Genootschap (the Israeli New Moon Society) hierover te melden heeft. Zij zijn verbonden met de Tempel Berg Beweging (Temple Mount Movement) in Israël en houden zich bezig met het maandelijks waarnemen van de Nieuwe Maan als voorbereiding op het moment dat het Sanhedrin opnieuw zitting zal houden en bepalingen uit zal doen gaan vanaf de Tempelberg.

Het gebod (Mitzvah) om de maand te heiligen is het eerste gebod dat de kinderen van Israël werd gegeven bij het verlaten van Egypte. Dit gebod is van groot belang, omdat de data van de Feesttijden, inclusief meer dan zestig (toegevoegde) geboden, ervan afhangen. In aanvulling op het heiligen van maanden volgens het verschijnen van de Nieuwe Maan is de Hebreeuwse Kalender tevens afhankelijk van schrikkeljaren (uitgebreid met een extra maand), die afhangen van de positie van de zon, de mate van rijpheid van graansoorten, etc.

Meer dan duizend jaar lang is de Hebreeuwse Kalender vastgesteld door berekening. Tegenwoordig komt de berekende kalender niet overeen met de kalender die wordt vastgesteld door de Maan waar te nemen. Hoewel het gat tussen de twee kalenders blijft groeien, bezitten wij niet de autoriteit om de kalender te veranderen tot het moment dat een nieuw Sanhedrin is ingesteld dat breed wordt erkend. Terwijl het heiligen van de maand door waarneming op dit moment niet plaatsvindt, is het (nog steeds erg) belangrijk om berekeningen uit te voeren en het waarnemen van de Nieuwe Maan in de praktijk te brengen, om klaar te zijn voor het moment dat het Sanhedrin opnieuw wordt ingesteld. Evenzo is er steeds toenemende betrokkenheid bij de Tempel, de Rode Vaars, etc. Uiteraard hebben wij niet de intentie de huidige kalender te veranderen: dat is een taak voor een Sanhedrin dat de autoriteit daartoe bezit. Onze intentie is slechts het vergroten van de betrokkenheid bij- en het verfraaien van de Torah.

Samenvattend heeft u zojuist gelezen hoe de leden van deze gezaghebbende Joodse instantie openlijk toegeven dat de huidige Hebreeuwse Kalender niet strookt met zijn vaste tegenhanger, de waargenomen Maan. Hopelijk ziet u nu in en kunt u er mee instemmen dat de Heilige Feestdagen, die worden vastgesteld aan de hand van de eerste zichtbare Nieuwe Maan Sikkel, soms tot wel drie dagen afwijken van de berekende kalender. U heeft ook gezien dat de berekende Hillel II Kalender zich niet bezighoudt met de mate van rijpheid van de gerst om het jaar te beginnen (wij zullen hier nader op ingaan in hoofdstuk 5, Aviv (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren). In plaats daarvan kent deze kalender een vastgesteld aantal schrikkeljaren in een cyclus van negentien jaar. Dit aspect zal ik in groter detail belichten in hoofdstuk 6, De 360 Daagse Kalender; bestond er ooit zoiets? Naast de al genoemde discrepantie van drie dagen kan er dus zelfs een hele maand verschil zitten tussen de twee systemen van het houden van de Heilige Feestdagen in enig jaar.

In het volgende hoofdstuk leest u hoe de Karaïtische Joden het begin van de maand houden.

4

Hoofdstuk 4 – De Nieuwe Maan in de Hebreeuwse Bijbel.

De Bijbelse maand begint met eerste zichtbare licht van de Wassende Nieuwe Maansikkel. Het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) betekent letterlijk Nieuwe Maan, maar wordt ook gebruikt voor de periode vanaf de ene Nieuwe Maan tot de volgende.

De Rabbanit Midrash verhaalt dat, toen God tegen Mozes zei: “Deze maand (CHODESH) zal voor u het begin van de maanden zijn” (Exodus 12:2), de Almachtige naar boven wees aan de hemel, naar de Wassende Nieuwe Maan, en zei: “Als je dit ziet, heilig! [roep de Nieuwe Maansdag uit].” Dit rabbijnse sprookje benadrukt een belangrijk punt, namelijk dat de Bijbel nooit rechtstreeks zegt dat wij het begin van maanden moeten baseren op de Nieuwe Maan. De reden hiervoor is dat het woord voor “maand” (Chodesh) zelf al impliceert dat de maand begint met de Wassende Nieuwe Maan. Zoals we zullen zien zou dit volkomen vanzelfsprekend zijn voor elke vroege Israëliet die erbij was toen Mozes de profetieën van Yehovah voor de kinderen van Israël reciteerde. Daarom bestond de noodzaak dit concept te verduidelijken net zo min als bij begrippen als “licht” of “duisternis”. Als gevolg van de langdurige ballingschap hebben wij het gebruik van het Bijbelse Hebreeuws in ons spreken van alledag verloren. Daarom zullen wij de betekenis van Chodesh moeten reconstrueren vanuit het gebruik van het woord in de Bijbelse tekst. Daarbij maken wij gebruik van taalkundige principes.

Hij schiep de Maan voor heilige dagen.

Er kan geen twijfel over bestaan, dat de Bijbelse hoogtijdagen afhankelijk zijn van de maan. Het sterkte bewijs daarvoor is de volgende passage uit de Psalmen:

19 Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden [mo’edim] (Psalm 104:19)

Het Hebreeuwse woord “mo’edim” [vaste of vastgestelde tijden] is hetzelfde woord dat wordt gebruikt voor de Bijbelse feestdagen of hoogtijdagen. Leviticus 23 bevat een opsomming van de Bijbelse Feestdagen. Dit hoofdstuk begint met de verklaring: “De feestdagen [mo’edim, vastgestelde tijden] van Yehovah, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen [mo’edim]”. Als de Psalmist ons dus vertelt dat God de maan schiep voor de mo’edim [vastgestelde tijden], bedoelt hij dat de maan werd geschapen om de tijd van de mo’edim van Yehovah vast te stellen, dat wil zeggen: de Bijbelse Feestdagen.

“Chodesh” is verbonden met de Maan.

Het vers hierboven leert ons duidelijk dat de Heilige Feestdagen verbonden zijn met de maan. Maar toen de Torah werd gegeven, was Psalm 104 nog niet geschreven door de Levitische profeten. De vraag blijft bestaan hoe de vroege Israëlieten dit hadden kunnen weten. Het antwoord is, dat het Hebreeuwse woord voor maand (Chodesh) zelf een verband met de maan aangeeft. Dat kunnen we zien aan een aantal gevallen waarbij “chodesh” (maand) uitwisselbaar is met het woord “yerah”, het gebruikelijke Bijbels Hebreeuwse woord voor maan, dat tevens “maand” is gaan betekenen. Enkele voorbeelden:

1. “…in de maand (Yerah) Ziv, dat is de tweede maand (Chodesh) …” (1 Koningen 6:1)

2. “…in de maand (Yerah) Ethanim, dat is de zevende maand (Chodesh).” (1 Koningen 8:2)

Verder bewijs dat Chodesh gerelateerd is aan de maan (Yerah) is de zegswijze: “Een Chodesh (maand) van dagen” [d.w.z. een periode van 29-30 dagen] (Genesis 29:14; Numeri 11:20-21), wat synoniem is met de zegswijze: “Een Yerah (maand) van dagen (Deuteronomium 21:13; 2 Koningen 15:13). Chodesh is duidelijk gerelateerd aan Yerah, dat letterlijk maan betekent.

“Chodesh” betekent Nieuwe Maan(sdag).

De oorspronkelijke betekenis van Chodesh (maand) is eigenlijk “Nieuwe Maan” of “nieuwemaansdag”. Door uitbreiding van de betekenis ging het ook “maand” betekenen, dat is de periode die verstrijkt tussen de ene Nieuwe Maan en de daarop volgende. De oorspronkelijke betekenis hiervan is bewaard gebleven in een aantal passages, zoals 1 Samuel 20:5, waar Jonathan tegen David zegt: “Morgen is het Nieuwe Maan (Chodesh).” In dit vers wordt Chodesh gebruikt om de specifieke dag aan te geven waarmee de maand begint, en niet om de hele maand aan te duiden.

Een andere vindplaats waar Chodesh in de oorspronkelijke betekenis voorkomt is Ezechiël 46:1, waar gesproken wordt over “de dag (yom) van de Nieuwe Maan (ha-Chodesh)”. Het gaat hier duidelijk om een specifieke dag aan het begin van de maand, waarop de Chodesh (Nieuwe Maan) plaatsvindt.

De Bijbelse Nieuwe Maan is de “eerste sikkel”.

Chodesh (Nieuwe Maan) is afgeleid van de wortel Ch.D.Sh (of v.r.n.l. ?.?.? ). Dit betekent “nieuw” of “nieuw maken / vernieuwen”. De Wassende Nieuwe Maan wordt Chodesh genoemd omdat het de eerste keer is dat de maan opnieuw waargenomen of gezien wordt na meerdere dagen verborgen te zijn geweest aan het eind van de maancyclus. Aan het einde van de maanmaand staat de maan dichtbij de zon en bereikt uiteindelijk het punt van “conjunctie”, wanneer zij tussen de zon en de aarde instaat. Als gevolg daarvan is het verlichte deel van de maan van de aarde afgewend ten tijde van de conjunctie en is zij niet zichtbaar door de eindeloos veel sterkere straling van de zon. Nadat de maan de zon is gepasseerd vervolgt zij haar loop naar de tegenovergestelde zijde van de aarde. Hoe meer zij zich verwijdert van de zon, des te groter wordt het percentage van haar oppervlak dat verlicht is en vanaf de aarde zichtbaar is. Dit proces gaat door tot het volle maan is, waarna de maan weer afneemt tot zij weer volledig onzichtbaar is. En dan begint, na een periode van 1,5 – 3,5 dag, het hele proces opnieuw met de maan die weer zichtbaar wordt. Omdat de maan opnieuw zichtbaar werd na een periode van onzichtbaarheid, noemde men dit in de oudheid “Nieuwe Maan” of “Chodesh” (van chadash, wat nieuw betekent).

Wassende Nieuwe Maan versus Astronomische Nieuwe Maan.

Veel mensen zijn misleid door het onnauwkeurige gebruik in moderne talen van de term “Nieuwe Maan”. Moderne astronomen begonnen deze term, die uitsluitend werd gebruikt als verwijzing naar de eerste zichtbare maansikkel, te gebruiken voor de conjunctie (wanneer de maan tussen de aarde en de zon instaat en enige tijd niet zichtbaar is). De astronomen beseften al snel dat dit oneigenlijk gebruik van de term “Nieuwe Maan” voor de conjunctie tot verwarring zou leiden. Daarom maken wetenschappers nu onderscheid tussen de “Astronomische Nieuwe Maan” en de “Wassende Nieuwe Maan”. Daarbij is de “Astronomische Nieuwe Maan” de term voor de Nieuwe Maan zoals de wetenschap die definieert (dus de conjunctie). De “Wassende Nieuwe Maan” behoudt zijn oorspronkelijke betekenis van eerste zichtbare maansikkel. Een goed woordenboek hoort beide betekenissen weer te geven. Het Random House Dictionary bijvoorbeeld, definieert de Nieuwe Maan als

De maan, wanneer die in conjunctie staat met de zon of nadat zij onzichtbaar is geworden [Astronomische Nieuwe Maan] ofwel slechts zichtbaar als een smalle wassende sikkel [Wassende Nieuwe Maan]. (Haken toegevoegd door Nehemia Gordon)

Verondersteld bewijs voor de “Verborgen Maan”.

Sommige mensen zijn op zoek gegaan naar Bijbels bewijs voor de incorrecte betekenis die zij aan de term Nieuwe Maan hebben gehecht, nadat zij daardoor in verwarring waren gebracht. Meestal wordt hierbij Psalm 81:4 aangehaald:

4 Blaas op de bazuin (shofar) voor de Chodesh (Nieuwe Maan),
Op de Keseh (bij Volle Maan) voor de dag van ons Chag (feest). (Psalm 81:4)

Volgens de “Verborgen Maan Theorie” is het woord “Keseh” afgeleid van de wortel K.S.Y. wat betekent: “bedekken” en betekent daarom “Bedekte Maan” ofwel “Verborgen Maan”. Wanneer dit vers zegt op de shofar te blazen op de Keseh, betekent dit volgens deze interpretatie: [Blaas op de shofar] “op de dag van de Verborgen Maan”. De tekst biedt echter nauwelijks ondersteuning voor dit argument, want de tweede helft van dit vers spreekt over de dag van de Keseh als “de dag van ons Feest (Chag)”. In de Bijbel is het woord “Feest” (Chag) altijd de technische term voor één van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten (Matzot, Shavuot of Soekkot; zie Exodus 23, 34:18, 34:22-23). Nieuwe Maansdag wordt nooit een “pelgrimsfeest” genoemd, dus kan Keseh / Chag nooit een synoniem zijn voor Nieuwe Maansdag (Chodesh).

Daarnaast is gesuggereerd dat Keseh verwijst naar de Bijbelse feestdag van Yom Teruah (Dag van Geroep), die altijd samenvalt met de Nieuwe Maansdag. De Bijbel omschrijft Yom Teruah echter als een Mo’ed (Vastgestelde Tijd) en nooit als een Chag (pelgrimsfeest). Daarom kan Keseh / Chag evenmin verwijzen naar Yom Teruah.

Wat betekent Keseh werkelijk?

Waarschijnlijk is “Keseh” verwant met het Aramese woord “Kista” en het Assyrische woord “Kuseu”, die beide “volle maan” betekenen (zie Brown-Driver-Briggs, pag.490b). [Hebreeuws, Aramees en Assyrisch zijn alle drie Semitische talen, die vaak dezelfde wortels van woorden met elkaar gemeen hebben.] Dit past volmaakt bij de beschrijving van Keseh als de Dag van het Chag, omdat twee van de drie Pelgrimsfeesten (Chag HaMatzot en Chag HaSoekkot) vallen op de vijftiende van de maand, rond de tijd van de volle maan!

Meer over de “Verborgen Maan”.

Een ander punt van overweging is, dat er feitelijk geen “dag” van de Verborgen Maan bestaat. De maan blijft in het Midden-Oosten verborgen voor een periode van 1,5 tot 3,5 dag. Er is geopperd dat de dag van de Verborgen Maan slaat op de Dag van de Conjunctie (wanneer de maan zich tussen de aarde en de zon bevindt). Het duurde echtere tot wel 1000 jaar na Mozes, voordat de Babylonische sterrenkundigen ontdekten hoe zij het moment van de conjunctie moesten berekenen. Daarom konden de vroege Israëlieten er onmogelijk weet van hebben wanneer het moment van conjunctie plaatsvond. Zij konden dus niet weten welke dag de “Dag van de Verborgen Maan” was.

Er is ook gesuggereerd dat de vroege Israëlieten naar de “Oude Maan” gekeken kunnen hebben om de dag van de conjunctie vast te stellen, zodra de Oude Maan niet meer zichtbaar was aan de ochtendhemel. Die methode werkt echter niet in het Midden-Oosten, waar de “Verborgen Maan” tot wel 3,5 dag verborgen kan blijven. Het is heel gebruikelijk dat de maan zo’n 2,5 dag verborgen blijft. Hoe zouden de vroege Israëlieten in dat geval hebben kunnen weten welke dag de Dag van de Conjunctie was?

In tegenstelling daarmee waren de vroege Israëlieten zich zeer bewust van de Wassende Nieuwe Maan. In oude beschavingen werkten de mensen van het ochtendgloren tot aan de avondschemering. Zij zullen zeker hebben opgemerkt dat de Oude Maan kleiner en kleiner werd aan de ochtendhemel. Zodra de ochtendmaan was verdwenen, wachtten zij gespannen af tot die 1,5 tot 3,5 dag later opnieuw verscheen aan de avondhemel. Na haar verdwijning verscheidene dagen eerder, zouden zij haar bij haar verschijning aan de vroege avondhemel “Nieuwe Maan” of “Chodesh” noemen (afkomstig van chadash, nieuw).

5

Hoofdstuk 5 – Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Een andere factor waar de Hebreeuwse Kalender geen rekening mee houdt is de vraag of de gerst al of niet Abib is. Die vraag wordt niet eens gesteld. Toch moet de gerst Abib zijn (bijna klaar om te oogsten) omdat dit, samen met het waarnemen van de eerste Maansikkel, een basisvoorwaarde is om het begin (of het “Hoofd”) van het Jaar vaststellen.

Rosh Hashanah is, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, niet het begin van het jaar. Dat valt in de zevende maand en niet in de eerste. Er is gerst nodig om aan één van de geboden uit Leviticus 23 te kunnen voldoen. Ik deel met u wat de Karaïtische Joden over de gerst te zeggen hebben:

Abib (Gerst) Bijbelse Schrikkeljaren.

Het Bijbelse Jaar begint met de eerste Nieuwe Maan nadat de gerst in Israël de fase van rijpheid heet bereikt die Abib wordt genoemd. De periode tussen een jaar en het volgende jaar duurt ofwel twaalf ofwel dertien maanmaanden. Daarom is het belangrijk de staat van de gersteoogst te controleren tegen het eind van de twaalfde maand. Als de gerst tegen die tijd Abib is, dan heet de volgende Nieuwe Maan Chodesh Ha-Aviv (“Nieuwe Maan van de Abib”). Als de gerst nog niet rijp is, moeten we nog een maand wachten en de gerst controleren tegen het eind van de dertiende maand.

Volgens afspraak wordt een jaar met twaalf maanden een “Regulier Jaar” genoemd, terwijl een jaar met dertien maanden een Schrikkeljaar heet. Dit moet niet verward worden met het schrikkeljaar van de Gregoriaanse (Christelijke) kalender. Die kent  een toevoeging van één enkele dag (29 februari). Het Bijbelse Schrikkeljaar kent echter een toevoeging van een complete maanmaand (“dertiende maand”, Adar Bet genaamd). Over het algemeen kan pas een paar dagen voor het eind van de twaalfde maand worden vastgesteld of het jaar een Schrikkeljaar wordt of niet.

Waar wordt Abib genoemd in de Hebreeuwse Bijbel?

Het verslag van Exodus verhaalt:

4 “Vandaag vertrekt u, in de maand (van de) Abib.” (Exodus 13:4)

Om ons eraan te herinneren dat wij Egypte verlieten in de maand van de Abib wordt ons geleerd in deze tijd van het jaar het Paasoffer te brengen en het feest van Ongezuurde Broden te vieren. In Deuteronomium wordt ons geboden:

1 “Neem de maand Abib in acht en houd het Pascha voor YHWH, uw God, want in de maand Abib heeft YHWH, uw God, u in de nacht uit Egypte geleid.” (Deuteronomium 16:1)

Op dezelfde manier wordt ons in Exodus geboden:

15 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in die maand bent u uit Egypte vertrokken. Maar men mag niet met lege handen voor Mijn aangezicht verschijnen.” (Exodus 23:15)

18 “Het Feest van de ongezuurde broden moet u in acht nemen. Zeven dagen lang moet u ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb,  op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in de maand Abib bent u uit Egypte vertrokken.” (Exodus 34:18)

Wat is Abib?

Abib geeft een fase van ontwikkeling van de gerst aan. Dit wordt duidelijk aan de hand van het Exodus verslag dat de verwoesting door de plaag van de hagel beschrijft:

31 “Het vlas en de gerst waren platgeslagen, want de gerst stond al in de aar (was Abib) en het vlas in de knop (Giv’ol). 32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die zijn later (Afilot, donker, d.w.z. nog groen).” (Exodus 9:31-32)

Uit deze tekst blijkt dat de vlas en de gerst waren vernietigd door de hagel, maar dat de tarwe en de spelt niet waren beschadigd. Om de reden hiervoor te begrijpen moeten we ons verdiepen in de groeicyclus van granen. In de eerste fase van hun ontwikkeling zijn granen flexibel en hebben een donker groene kleur. Naarmate ze meer rijpen, nemen ze een meer gele kleur aan en worden de halmen breekbaarder. De reden dat de gerst was vernietigd, maar de tarwe niet, is, dat de gerst het stadium van Abib had bereikt en daardoor breekbaar genoeg was om te worden beschadigd door de hagel. Maar de tarwe en de spelt waren nog in het beginstadium van hun ontwikkeling en daarom flexibel en niet gevoelig voor beschadiging door de hagel. De beschrijving van de tarwe en spelt als “donker” (Afilot) geeft aan dat ze nog diep groen waren en dat ze nog niet gelig begonnen te worden, de karakteristieke kleur van rijpe granen. In contrast daarmee had de gerst het stadium van Abib bereikt, was niet langer “donker” en had waarschijnlijk al goudgele aren ontwikkeld.

Geroosterde Abib

We weten uit verscheidene passages dat de gerst, die de fase van Abib bereikt heeft, nog niet geheel gerijpt is, maar rijp genoeg om de graankorrels te kunnen eten, als ze geroosterd zijn. Geroosterde gerst werd algemeen gegeten in het oude Israël. Het komt op verscheidene plaatsen in de Hebreeuwse Bijbel voor als Abib geroosterd (Kalui) op vuur (Leviticus 2:14) of in afgekorte vorm als “geroosterd” (Kalui / Kali) (Leviticus 23:14; Jozua 5:11; 1Samuël 17:17, 25:18; 2 Samuël 17:28; Ruth 2:14).

In de vroege fase van ontwikkeling zijn de zaden van de gerst nog niet groot en stevig genoeg om als voedsel te dienen door roosteren. Als de aar nog maar net uit de halm tevoorschijn komt, zijn de zaden nog te onderontwikkeld om op welke manier dan ook tot voedsel te kunnen dienen. In een later stadium, als de zaden zijn gegroeid, vullen ze zich met vloeistof. Als ze in dit stadium worden geroosterd, zullen ze verschrompelen en blijft er alleen een leeg vliesje over. Na verloop van tijd verandert de vloeistof in droge stof. Als er voldoende droge stof is, kan het zaad worden geroosterd.

Abib en de oogst

De maand van de Abib is de maand die begint nadat de gerst het stadium van Abib heeft bereikt. Twee tot drie weken na het begin van de maand is de gerst het stadium van Abib gepasseerd en kan worden aangeboden als “Beweeg-garve” (Hanafat HaOmer). Het aanbieden van de “Beweeg-garve” is een offer dat wordt gebracht van de eerste graanhalmen van de oogst die worden gemaaid. Dit offer wordt aangeboden op de eerste zondag na Pesach in de week van Chag HaMatzot (Feest van Ongezuurde Broden). De aanbieding van de Beweeg-garve wordt beschreven in Leviticus:

10 “Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11 Hij moet de schoof voor het aangezicht van YHWH bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” (Leviticus 23:10-11)

Hieruit wordt duidelijk, dat de gerst, die aan het begin van de maand Abib was, vijftien tot twintig dagen later (op zondag tijdens Ongezuurde Broden) oogstrijp is. Daarom kan de maand van de Abib niet beginnen tenzij de gerst het stadium heeft bereikt waarin het binnen twee tot drie weken oogstrijp is.

Ook Deuteronomium bevestigt dat de gerst oogstrijp moet zijn binnen twee à drie weken na het begin van de maand:

9 “Zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet de zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren.” (Deuteronomium 16:9)

Uit onderstaande tekst van Leviticus weten wij, dat de zeven weken tussen Ongezuurde Broden (Chag HaMatzot) en Pinksteren (Shavuot) beginnen op de dag dat het Beweegoffer plaatsvindt (d.i. de zondag tijdens Ongezuurde Broden):

15 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken  zullen het zijn.” (Leviticus 23:15)

Daarom moet het moment “dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren” vallen op zondag tijdens Ongezuurde Broden, dat is: twee tot drie weken na het begin van de maand Abib. Als de gerst nog niet genoeg is ontwikkeld om twee tot drie weken later klaar te zijn om te maaien, kan de maand Abib niet beginnen en moeten we nog een maand wachten.

Nu rijpt niet alle gerst in Israël tegelijkertijd. Het Beweeggarve offer is een nationaal offer, gebracht van het eerste velden die oogstrijp zijn. Maar de eerstelingsoffers van individuele boeren kunnen qua rijpheid variëren van “geroosterd Abib” tot volrijpe gerst, die “gebroken” of “grof gemalen” (Geres) aangeboden mag worden. Dat is wat Leviticus bedoelt als we lezen:

14 “En wanneer u YHWH een graanoffer van de eerste vruchten aanbiedt, moet u in het vuur geroosterde verse aren (Abib) als graanoffer van uw eerste vruchten aanbieden, gebroken korrels (Geres) van vers graan (Karmel).” (Leviticus 2:14)

Karmel is graan dat is uitgehard voorbij het punt van Abib zodat het kan worden “gebroken” of “grof gemalen”.

Alle bovenstaande teksten zijn in de Staten Vertaling direct uit het Hebreeuws vertaald, maar er moet wel worden opgemerkt dat de vertalers daarvan op z’n best slechts minimaal begrip hadden van de betekenis van de verschillende Hebreeuwse landbouwkundige termen. Gedeeltelijk geldt dit ook voor de Herziene Statenvertaling, waaruit de bovenstaande teksten zijn geciteerd. In Leviticus 2:14 vertaalt men bijvoorbeeld “Abib” met “verse aren” en “Geres Karmel” met “gebroken korrels” (Geres = gries) van “vers graan” (Karmel).

Samenvattend kunnen we zeggen dat Gerst in het stadium van Abib drie eigenschappen bezit:

Het is breekbaar genoeg om te worden vernietigd door hagel en begint gelig te worden (is niet meer “donker”).
De zaden bevatten genoeg droog materiaal om geroosterd gegeten te kunnen worden.
Het is voldoende ontwikkeld om binnen twee à drie weken geoogst te kunnen worden.

De Omerceremonie is opgetekend in de Mishna, maar deze is gecorrumpeerd door de rabbijnen. Dit verslag legt zelfs het dispuut vast tussen de Farizeeën en de Sadduceeën over het juiste tijdstip waarop de ceremonie gehouden diende te worden. De Sadduceeën hadden gelijk.

De Omer moest worden gemarkeerd op de avond van de veertiende Aviv (Nissan). Na afloop van de weeksabbat van het Feest van Ongezuurde Broden, moest de Omer (graan of koren) worden gemaaid en naar het Tempelterrein gebracht om te worden bereid voor de Beweeggarve op de ochtend na de weeksabbat. Dit moest plaatsvinden in de nachtelijke uren of de vroege uren van de zondagochtend, tussen zonsondergang op zaterdag en zonsopgang op zondag.  Het was een grootse gebeurtenis, die nu verloren is gegaan in de geschiedenis, maar de betekenis ervan wordt duidelijk, als je begrijpt waar deze ceremonie beeld voor staat en hoe Yehshua die vervulde door zijn opstanding op zondagmorgen.

Om meer te weten te komen over deze grootse gebeurtenis, zie Pentecost’s Hidden Meaning (de Verborgen Betekenis van Pinksteren) op
https://www.sightedmoon.com/?page_id=21

6
7
8